Startnotitie asiel, opvang en integratie
Tekst van het document
Startnotitie: Welkom in Nijmegen Richting een integrale visie op asiel, opvang en integratie Hoe gemeente Nijmegen asielmigranten wil verwelkomen
Versie 14 november 2023
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
▪ ▪
Inhoudsopgave Hoe gemeente Nijmegen asielmigranten wil verwelkomen Inhoudsopgave Inleiding Aanleiding Doel Een integrale aanpak op vier niveaus Leeswijzer Spreiding Hoofdstuk 1 Opvang Samenwerking en regie Opvang Oekraïense ontheemden Opvang asielzoekers Hoofdstuk 2 Huisvesting Statushouders Ontheemde Oekraïners Hoofdstuk 3 Inburgering & Integratie Inburgering Werk & Inkomen Onderwijs & Ontwikkeling Zorg & Welzijn Meedoen Scenario A. We doen wat er wettelijk wordt gevraagd (en vergoed) Scenario B. We investeren extra in vroege en succesvolle integratie Hoofdstuk 4 Ongedocumenteerden Scenario A: We bieden geen bed, bad en brood meer Scenario B: We vangen mensen op en blijven dit doen zolang nodig Scenario C: We werken aan perspectief Ten slotte Bijlage 1 Doelgroepen Feiten en cijfers Bijlage 2 Samenwerking Bijlage 3 Opvang & integratieproces
1 1 2 2 2 2 4 5 6 6 7 7 9 9 9 11 11 11 12 12 12 13 13 14 14 14 14 15 16 17 18 19
1
Inleiding Aanleiding Nijmegen is een gastvrije stad. Dit hebben we meermaals laten zien toen er grootschalige opvang voor asielmigranten moest worden gerealiseerd. Deze mensen werden welkom geheten door en in de stad. Gemeenten krijgen een steeds grotere rol in maatschappelijke vraagstukken rondom asielmigranten1. Denk aan de noodopvang in Heumensoord in 2015, en in 2021 specifiek voor Afghaanse asielmigranten, de opvang van Oekraïense ontheemden op diverse plekken in de stad en de crisisnoodopvang (CNO) op de Winkelsteeg. Ook hebben we een verantwoordelijkheid voor de begeleiding en ondersteuning van inburgeringsplichtigen en de bredere inzet op integratie en participatie van nieuwe Nijmegenaren. Tegelijkertijd constateren we dat de kaderstellende rol van de gemeenteraad hierin lastig te vervullen is: taken zijn in (een vorm van medebewind) belegd bij de burgemeester in crisissituaties of bij het college2. Vaak moet op heel korte termijn worden gereageerd en nemen we uw raad zo goed mogelijk mee.
We willen een duidelijk integraal (beleids)kader door uw raad laten vaststellen waarbinnen ons college of de burgemeester zijn taken kan uitvoeren en waarbij vooraf grenzen zijn aangegeven: wat doen we structureel, wat doen we eventueel incidenteel en hoe doen we dat, welke randvoorwaarden stellen we daaraan? Het is onvermijdelijk dat er – synchroon aan dit kadervormend proces – al allerhande keuzes gemaakt moeten worden door het college, omdat we nu eenmaal te maken hebben met verschillende – reeds lopende – processen met partners en buurgemeenten. Ook de landelijke en internationale ontwikkelingen zorgen ervoor dat we doorlopend genoodzaakt zijn om keuzes te maken of een standpunt in te nemen. Dit gaat over acute vraagstukken rondom opvang en asiel, maar dit kan bijvoorbeeld ook gaan over de huisvestingsopgave waar we voor staan. Want er is in Nijmegen een grote diversiteit aan doelgroepen die aanspraak maakt op dezelfde voorraad (schaarse) sociale huurwoningen.
Doel Deze startnotitie is bedoeld om met uw raad te verkennen voor welke langjarige lijnen of scenario’s er breed draagvlak is. We proberen te voorzien in de noodzakelijke informatie om tot goede oordeelsvorming rondom diverse thema’s te komen. De vervolgstap is dat we dit verwerken in een meerjarig beleidskader. In het BOB-model (zie onder) faciliteert deze startnotitie de beeldvorming en oordeelsvorming.
Beeldvorming
(informatie inwinnen, lezen, luisteren, vragen)
Oordeelsvorming (in gesprek gaan, debatteren)
Besluitvorming
(de raad neemt een besluit)
Onder asielmigranten verstaan we asielzoekers, ontheemde Oekraïners, statushouders en ongedocumenteerden. Zie bijlage 1 voor meer toelichting over de verschillende doelgroepen. 1
2 Voor meer informatie over de juridische aspecten hiervan zie: Diffuse besluitvorming over noodopvanglocaties voor asielzoekers en
tijdelijk ontheemden” NJB 2023/2316 zie https://www.recht.nl/vakliteratuur/alletijdschriften/artikel/560784/diffuse-besluitvormingover-noodopvanglocaties-voor-asielzoekers-en-tijdelijk-ontheemden/
2
Een integrale aanpak op vier niveaus De opgaven van opvang en huisvesting van vluchtelingen en de inburgering en integratie van statushouders zijn belegd bij verschillende departementen, uitvoeringsorganisaties en overheden. In de praktijk komen de verschillende opgaven bij elkaar in onze gemeente en regio. We willen de vraagstukken en mogelijkheden die deze opgaven met zich meebrengen in samenhang bezien en streven naar een integrale aanpak op vier niveaus:
1. Doelgroepen Personen komen om verschillende redenen naar Nederland. Omdat ze niet veilig zijn in het land van herkomst, om hier te komen werken of studeren of om met hun gezin samen te zijn. Afhankelijk van het land van herkomst en de reden van migratie gelden andere regels en verschillen de verantwoordelijkheden voor de gemeente. In deze startnotitie richten we ons op asielmigranten, mensen die hun land verlaten en bescherming van een ander land inroepen. Het gaat daarbij om: ➢ Asielzoekers; Immigranten van buiten de EU/EFTA die een verblijfsvergunning hebben aangevraagd. ➢ Statushouders; o Asielzoekers die een verblijfsvergunning hebben verkregen o Nareizigers; gezinsleden van asielzoekers die naar Nederland reizen voor gezinshereniging. ➢ Ongedocumenteerden: personen zonder verblijfstitel. Dit zijn bijvoorbeeld asielzoekers die geen verblijfsvergunning hebben gekregen of waarvan de verblijfsvergunning is verlopen. ➢ Ontheemde Oekraïners; Oekraïners hebben recht op toegang tot de arbeidsmarkt, huisvesting en andere voorzieningen op grond van de richtlijn tijdelijke bescherming. ➢ Alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV); Er is speciale aandacht voor asielzoekers of ontheemde Oekraïners die jonger dan 18 jaar zijn bij binnenkomst in Nederland en niet worden begeleid door een ouder of een verzorger die over de jongere mag beslissen.
Naast deze groepen komen er ook mensen naar Nijmegen om te werken of studeren. Het gaat om een brede doelgroep; van ‘expats’ die door high-techbedrijven hierheen worden gehaald tot soms kwetsbare EUarbeidsmigranten. De gemeente heeft geen duidelijke verantwoordelijkheden voor deze groepen. We laten ze daarom buiten de scope van deze notitie. De verschillende vraagstukken en uitgangspunten rond het beleid voor asielmigranten kunnen echter wel houvast bieden voor het bredere beleid gericht op alle migranten. In bijlage 1 is de samenhang tussen de verschillende doelgroepen en de rechten en plichten die voor hen van toepassing zijn nader beschreven. Daarin hebben we ook de aantallen opgenomen binnen de gemeente Nijmegen. We houden rekening met verschillen tussen doelgroepen, maar streven ook naar een gelijke behandeling en kijken waar we het aanbod voor doelgroepen kunnen verbinden. Daarbij geldt dat we ook rekening moeten houden met andere inwoners in de stad/regio en het draagvlak en de draagkracht die er is. We betrekken zowel de doelgroepen zelf als andere inwoners bij de keuzes die we maken ten aanzien van opvanglocaties, huisvesting en integratie. Dat doen we onder meer door het organiseren van inwonersbijeenkomsten, het voeren van evaluatiegesprekken met inburgeraars en periodiek overleg met adviescommissies.
2. Levensdomeinen In ons beleid voor asielmigranten hebben we aandacht voor alle terreinen waarop iemands leven zich afspeelt We maken daarbij onderscheid naar vijf levensdomeinen: 1. Wonen; opvang en passende huisvesting 2. Werk & Inkomen: uitkering en toeleiding naar werk 3. Onderwijs & Ontwikkeling; toegang tot onderwijs en ontwikkelingsaanbod 4. Welzijn & Gezondheid; ondersteuning gericht op mentaal en fysiek welbevinden 5. Meedoen: mogelijkheden voor actieve deelname aan cultuur, sport, wijkactiviteiten, de democratie, etc.
3
Deze levensdomeinen staan niet op zichzelf, maar hebben impact op elkaar. We kijken hoe we asielmigranten kunnen ondersteunen om zich verder te ontwikkelen in de samenhang van de levensdomeinen.
3. Samenwerking Bij de opvang, huisvesting en integratie van asielmigranten is een groot aantal landelijke, regionale en lokale partners betrokken. Dat zorgt voor complexiteit, zeker waar belangen tussen organisaties verschillen. Om de expertise van organisaties te benutten en samenhangende keuzes te kunnen maken, streven we naar afstemming en overeenstemming met de verschillende partners. Daarbij gaat het om een goede samenwerking met landelijke partners zoals het ministerie van J&V, COA, IND en DUO voor doorstroom vanuit opvanglocaties naar huisvesting. Maar ook regionale afstemming met taalaanbieders, het werkbedrijf en andere sociale partners voor een goede aansluiting van inburgering, toeleiding naar werk en basisvoorzieningen als onderwijs en kinderopvang. Tot slot is ook om een sterke lobby richting de landelijk politiek nodig, zodat asielmigranten een goede start kunnen maken en we als gemeente onze rol kunnen pakken. Daarbij gaat het om het maken van afspraken over de spreiding van asielmigranten, maar ook meer duidelijkheid en zekerheid ten aanzien van de budgetten voor inburgering en aandacht hierbij voor de positie van kwetsbare gezinsmigranten. In bijlage 2 is een overzicht opgenomen van belangrijke partners in het beleid voor asielmigranten.
4. Opvang- en integratieproces Wanneer een asielmigrant zich wil vestigingen in Nederland, hiertoe een vergunning aanvraagt en deze krijgt toegekend, kunnen drie stappen worden gezet.
1. Opvang
2. Huisvesting
3. Inburgering en integratie
1. 2. 3.
Aan iedereen die dat nodig heeft, wordt een veilige opvangplek geboden. Voor statushouders wordt vervolgens passende huisvesting gezocht. Statushouders (inclusief gezinsmigranten) zijn daarnaast inburgeringsplichtig en volgen hiertoe taallessen en andere onderdelen gericht op integratie en toeleiding naar werk of onderwijs. De mate waarin de stappen van toepassing zijn en de invulling ervan verschilt per doelgroep. Globaal volgen de stappen elkaar op, maar waar dat kan zetten we al in op inburgering en integratie vanaf het moment van opvang. We zorgen voor een samenhangend proces en kijken hoe we met passende interventies ervoor kunnen zorgen dat het opvang- en integratieproces succesvol verloopt. Bijlage 3 bevat een meer uitgewerkte illustratie van de stappen in het opvang- en integratieproces. Daarin zijn de verschillende onderdelen nader in beeld gebracht en is weergegeven op welke levensdomeinen de onderdelen van toepassing zijn.
Spreiding Een belangrijk, maar ook ingewikkeld uitgangspunt ten aanzien van opvang en huisvesting is een evenwichtige spreiding over de stad en regio. Dit klinkt aantrekkelijk om na te streven, maar het kent de nodige kanttekeningen. Dit willen we hier kort duiden, maar het speelt bij alle hierna uitgewerkte scenario’s. Ten aanzien van het bieden van opvang geldt dat spreiding niet zonder meer mogelijk is: een AZC locatie heeft een bepaald volume nodig om beheersbaar en kostenefficiënt te zijn. Kleinere locaties spreiden is daarom niet mogelijk. Hetzelfde geldt overigens voor locaties voor noodopvang en opvang van Oekraïners.
4
Ten aanzien van het spreiden van te huisvesten statushouders in de stad en regio zijn we sterk afhankelijk van de (bestaande) woningvoorraad van woningcorporaties. Er is vooral vraag naar woningen uit het meest betaalbare segment en die zijn vaak geclusterd aanwezig in een beperkt aantal wijken/stadsdelen. Wanneer je dit wilt doorbreken zul je moeten investeren in het (bijvoorbeeld) aftoppen van huren of het geschikt maken van nieuwe woonlocaties. Met andere woorden: dit soort spreiding kan een behoorlijke financiële investering vereisen.
Leeswijzer We hebben deze notitie gestructureerd op basis van de drie opgaven waar we als gemeenten voor staan: Opvang (Hoofdstuk 1), Huisvesting (Hoofdstuk 2) en Inburgering en integratie (Hoofdstuk 3). Daarnaast hebben we een specifiek hoofdstuk uitgewerkt rond de ondersteuning van ongedocumenteerden (Hoofdstuk 4), aangezien deze groep buiten het reguliere migratieproces valt. Per hoofdstuk beschrijven we de wettelijke taken voor de gemeente, de wijze waarop we hieraan invulling geven en wat de belangrijkste ontwikkelingen en uitdagingen zijn. Daarbij werken we de inzet van de gemeente uit in verschillende scenario’s. In elk hoofdstuk benoemen we ook op welk scenario de status quo het meeste lijkt, maar hier past de kanttekening dat we deze scenario’s eenvoudig en behapbaar hebben gehouden en we dus niet kunnen zeggen dat we het nu precies zo doen als in een bepaald scenario. Bij deze scenario’s gaan we altijd uit van een minimale variant (wat moeten we doen) en een variant met een ruimere taakopvatting (wat kunnen we extra doen). Het scenario waarin we meer doen zorgt vanzelfsprekend voor een hogere inzet van mensen en middelen. Omdat dit een startnotitie betreft en de scenario’s nog steeds een vrij ruime bandbreedte kennen hebben we geen gedetailleerde financiële paragraaf toegevoegd.
In een later stadium zal dit aan de orde moeten komen, als we nader hebben uitgewerkt wat we willen. Tot die tijd is het belangrijk om te beseffen dat niet alles kan, en niet alles tegelijk kan.
5
Hoofdstuk 1 Opvang In dit hoofdstuk geven we relevante context bij het thema opvang van asielmigranten en schetsen we verschillende scenario’s waarin we als gemeente een keuze te maken hebben ten aanzien van deze taak. Ten eerste is het belangrijk om vast te stellen dat opvang van asielzoekers geen gemeentelijke taak is. Deze taak ligt bij het Centraal orgaan Opvang Asielzoekers (COA) en zij vangen asielzoekers op in ontvangstlocaties (zoals Ter Apel) en in reguliere AZC’s (zoals in Nijmegen de Dommer van Poldersveldtweg). Er ligt geen gemeentelijke taak om dit mogelijk te maken. Dit moet veranderen met de spreidingswet, zie onderstaand kader. Het Rijk heeft de taak om Oekraïense ontheemden op te vangen gedelegeerd aan gemeenten (specifiek: aan de burgemeester). Zij hebben recht op verblijf binnen de EU. Hier is een aparte regeling voor opgesteld, gebaseerd op de Europese Regeling Tijdelijke Bescherming (RTB). Deze regeling (Regeling opvang ontheemden Oekraïne)3 is niet dwingend: gemeenten worden niet verplicht tot het bieden van opvang aan Oekraïense ontheemden. De Europese RTB en eindigt vooralsnog op 4 maart 2025. Hoewel de oorlog in Oekraïne mogelijk nog lang gaat duren, gaat er een moment komen dat – door overheden maar ook door de ontheemde mensen zelf – de vraag gaat komen waar men zich permanent kan en wil vestigen.
Spreidingswet 3 oktober jl. heeft de tweede kamer de spreidingswet aangenomen. De wet moet op het moment van schrijven nog door de eerste kamer worden behandeld. In deze wet wordt geregeld dat het Rijk iedere twee jaar een raming maakt om het benodigde aantal opvangplekken vast te stellen. Hier wordt vervolgens een verdeling over de provincies en over de gemeenten van gemaakt. Dit zal gebeuren o.a. op basis van inwonertal en sociaal-economische factoren. Provincies, gemeenten en het COA moeten vervolgens aan de slag om deze opvang-opgave te realiseren. Gemeenten moeten een opvanglocatie faciliteren voor het COA. Ze hebben hier twee jaar de tijd voor. Daarna maakt het Rijk weer een nieuwe opgave. Via een specifieke uitkering ontvangen gemeenten een vergoeding voor het gerealiseerde aantal plaatsen.
Ook de spreidingswet speelt een belangrijke rol. De spreidingswet regelt dat het Rijk per provincie kan aangeven hoeveel opvangplekken voor asielzoekers gemeenten samen dienen te realiseren (met een indicatief aantal per gemeente) en regelt daarnaast dat er vanuit het Rijk een financiële tegemoetkoming tegenover kan staan. Dit betekent dat gemeenten minder keuze hebben en dat – zeker voor een grote gemeente – niks doen geen optie is. Bovendien betekent het dat er op provinciale schaal een overleg plaatsvindt over de verdeling en dat regionale samenwerking op dit onderwerp zeer voor de hand ligt. Tenslotte regelt de spreidingswet dat de gemeente een grotere rol kan krijgen in het beheer en exploitatie van een opvangvoorziening.
Samenwerking en regie In het kader van de voorbereiding op de Spreidingswet is besloten om de regie op de asielopvang te beleggen bij provinciale regietafels (PRT), inclusief de opvang van ontheemden uit Oekraïne. Deze provinciale regietafels worden voorgezeten en geleid door de Commissaris van de Koning. Daarmee komt, voor de regie op de opvang van ontheemden uit Oekraïne, de rol van de veiligheidsregio’s te vervallen. Ook het toezicht op de realisatie van de huisvestingstaakstelling (zie volgende hoofdstuk) gaat naar de PRT’s. In Gelderland is besloten om deze regietafel samen te stellen op basis van sub-regionale vertegenwoordiging. Namens de sub-regio Rijk van Nijmegen neemt onze burgemeester deel aan het overleg aan de PRT. Het PRT is voornemens om een Gelders plan vast te stellen waarin alle regio’s aangeven hoe ze de komende jaren gaan werken aan de realisatie van de taak- en doelstellingen rond opvang en huisvesting. De sub-regio Rijk van Nijmegen heeft hiertoe op in oktober haar bijdrage vastgesteld en ingebracht.4
3 De tijdelijke regeling krijgt een wettelijke basis in de Tijdelijke wet opvang Ontheemden Oekraïne. Deze is in voorbereiding (voorstel
van wet 36394-2) 4 Zie https://nijmegen.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/11d6bf97-ac7f-471f-98c0-f7b70a328416?documentId=94372e0037bc-43b3-a6eb-98f8235623a3&agendaItemId=290fd1bc-629a-4470-aaa6-24f06c142225
6
Losstaand van de keuze van uw raad voor een scenario A of B is ons voornemen om intensief samen te werken en af te stemmen met de omliggende gemeenten en zo optimaal gebruik te maken van lokale (fysieke) mogelijkheden.
Opvang Oekraïense ontheemden Ten aanzien van de opvang van Oekraïners zijn er drie scenario’s die we kunnen onderscheiden. Op dit moment benadert scenario B het beste onze huidige werkwijze en de lopende afspraken die we ook met regiogemeenten hebben gemaakt.
Scenario A: we doen het minimale Er geldt op dit moment geen verplichting om een minimaal aantal ontheemden uit Oekraïne op te vangen. Als gemeente kun je je volledig aan deze maatschappelijke opgave onttrekken. Dit zou kunnen betekenen dat je bij afbouw van bestaande opvangvoorzieningen geen nieuwe voorzieningen ervoor in de plaats laat komen en deze mensen in andere gemeenten onderdak moeten krijgen.
Scenario B: We doen wat redelijk is Er geldt geen wettelijk kader dat ons verplicht een minimaal aantal Oekraïense ontheemden op te vangen. Nijmegen vangt nu – volgens het CBS – 4,3 mensen per 1000 inwoners op. Daarmee behoren we tot de middenmoot van gemeenten. Dat vinden we voldoende. We zorgen ervoor dat we niet meer mensen gaan opvangen, omdat dit een grotere druk legt op de ambtelijke capaciteit, fysieke voorzieningen (gebouwen), zorg/ondersteuning en onderwijs. Een nieuwe voorziening voor deze doelgroep betekent dus dat we een oude voorziening van gelijke omvang gaan afbouwen.
Scenario C: we zetten een stapje extra We zetten ons in om meer opvangvoorzieningen voor Oekraïense ontheemden te organiseren. Doordat we als gemeente verantwoordelijk zijn voor de opvang, maar ook voor alle randvoorwaarden, betekent dit ook extra inzet op het gebied van: ➢
➢ ➢
Zorg en welzijn: We zien dat er serieuze problematiek aan de oppervlakte komt als gevolg van het moeten vluchten of als gevolg van het dicht op elkaar moeten leven in de opvang. We doen regelmatig een extra beroep op zorgpartners en in sommige gevallen is zorg met verblijf de enige mogelijkheid om iemand te helpen. Onderwijs: We moeten samen met onderwijspartners nieuwkomersonderwijs organiseren voor alle minderjarigen. Inkomensregelingen: we verstrekken nu leefgeld aan Oekraïense ontheemden.
Opvang asielzoekers Met betrekking tot de opvang van asielzoekers onderscheiden we twee scenario’s. In het recente verleden heeft Nijmegen de vraag om rond dit thema de helpende hand te bieden beantwoord en daarom zou je kunnen stellen dat onze huidige werkwijze meer lijkt op scenario B dan op scenario A.
Scenario A: we voldoen aan de spreidingswet We voldoen aan de spreidingswet. Dit betekent dat er extra (structurele) opvangcapaciteit in Nijmegen moeten komen. We geven zoveel mogelijk de voorkeur aan structurele voorzieningen zodat er zo min mogelijk inefficiëntie optreedt in op- en afschaling van (grootschalige) noodvoorzieningen. Op basis van een recente doorrekening van de noodzakelijk geachte 77.100 opvangplekken in Nederland kwam het aantal plekken voor Nijmegen uit op 6445. Dit Landelijke aantal geeft echter een (fictieve) norm van 4,4 5 Meerjarenplanning PRT 6 november 2023
7
opvangplekken per 1000 inwoners. Dat zou voor Nijmegen neerkomen op ongeveer 750 plekken. Dit betekent dat we plusminus 300 extra (structurele) AZC-plekken moeten realiseren wanneer de spreidingswet van kracht wordt.
Scenario B: We voldoen aan de spreidingswet en zetten in op aanvullende opvang We voldoen in eerste plaats aan onze verantwoordelijkheden in het kader van de spreidingswet en we proberen daarmee zoveel mogelijk in te zetten op structurele (AZC)plekken. Daarnaast bieden we het COA en de Rijksoverheid een helpende hand in het bieden van a-structurele plekken. We streven hierbij echter naar flexibel in te zetten opvangplekken. Dit doen we omdat we niet elke keer opnieuw de faciliteiten, de buurt en de organisatie vanaf nul gereed willen maken voor opvang. Dit kan gaan om tijdelijke extra opvangcapaciteit die we ter beschikking stellen aan het COA (zoals de Stieltjesstraat) of opvang voor een specifieke doelgroep (zoals AMV’ers). Toch willen we ook weer beschikbaar zijn om een tijdelijke crisisnoodopvanglocatie in te richten, indien daartoe een noodzaak bestaat. Daarbij houden we de inrichting en exploitatie in eigen beheer zoals bij de CNO’s in Brakkenstein en Winkelsteeg. Het voordeel van eigen beheer is meer grip op zaken die wij belangrijk vinden voor de kwaliteit van de voorziening en de omgeving. Belangrijke aspecten om rekening mee te houden: ➢ Kosten en capaciteit. Hoewel we door het Rijk volledig financieel tegemoetgekomen worden, legt het extra beslag op onze uitvoeringscapaciteit.
➢ Uitdijing kosten aanpalende beleidsterreinen: Meer opvang gaat gepaard met meer inzet op het gebied van inburgering en onderwijs.
8
Hoofdstuk 2 Huisvesting We zien het als een belangrijk uitgangspunt dat we mensen uit de asielketen voorspelbaarheid en stabiliteit bieden en we vinden het zodoende belangrijk dat we mensen kunnen huisvesten in de regio waar ze zijn opgevangen, zodat er snel gestart kan worden met inburgering en integratie.
Statushouders Gemeenten hebben een medebewindstaakstelling om statushouders te huisvesten. Dit is niet eenvoudig. Veel gemeenten halen deze taakstelling niet. Zo is de huisvestigingstaakstelling statushouders in 2023 (393) flink gestegen ten opzichte van 2022 (236). Woningcorporaties werken in Nijmegen samen in de werkgroep bijzondere bemiddeling (WBB) om aan deze taakstelling te voldoen. De WBB gaat niet alleen over deze taakstelling, maar regelt ook woningen voor andere bijzondere doelgroepen, zoals mensen die uit een zorginstelling komen en daklozen. Al deze doelgroepen vissen uit dezelfde voorraad met woningen die op deze manier worden toegekend. Dit is een vast aandeel van het aantal woningen dat in dat jaar vrijkomt. De afgelopen jaren hebben we in de prestatieafspraken met de Nijmeegse woningcorporaties opgenomen dat woningcorporaties zich inzetten om de taakstelling huisvesting statushouders en huisvesting Bijzondere Herkansing te realiseren. Daarnaast worden 6% van de mutaties van de bestaande woningen voor bijzondere doelgroepen beschikbaar gesteld (WBB gelimiteerde lijn). Voor 2023 betekent dat concreet 159 woningen voor bijzondere doelgroepen (6%). Voor statushouders zouden dat plusminus 400 woningen voor zijn geweest. Het COA en de IND spelen een belangrijke rol. Het COA koppelt statushouders aan gemeenten.
Bij knelpunten in deze keten, waar nu sprake van is, komen deze koppelingen niet op tijd of onvolledig bij gemeenten en woningcorporaties binnen en dat bemoeilijkt het halen van deze taakstelling.
Scenario A: We zetten in op het halen van de taakstelling We werken mee en spannen ons in om statushouders te huisvesten. We zien echter ook dat de huisvestingsopgave op andere plekken knelt: denk aan mensen die dak- en thuisloos zijn of mensen die willen uitstromen uit een zorginstelling. Daarom kunnen we niet alle middelen voor deze doelgroep inzetten en zoeken we naar evenwichtige spreiding. Dat kan soms betekenen dat we de jaarlijkse taakstelling (net) niet halen. In dat geval moeten we deze achterstand in de loop van het volgende jaar inhalen.
Scenario B: We proberen de taakstelling te halen én plegen aanvullende inzet Het is op dit moment niet realistisch om meer woningen met voorrang toe te kennen aan statushouders dan de reeds forse opgave. We kunnen wel inzetten op alternatieve oplossingen zoals doorstroomlocaties en met woningcorporaties in gesprek over alternatieven die geen extra druk leggen op het sociale-huursegment dat reeds onder grote druk staat (zoals leegstaande panden geschikt maken, meerdere alleenstaanden gezamenlijk huisvesten). Op deze manier zorgen we voor verlichting van de druk op de AZC’s en beperken we de druk op de woningvoorraad zoveel mogelijk. Er zijn ook andere woningzoekenden waarvoor dit soort oplossingen gerechtvaardigd of noodzakelijk kunnen zijn. Een ander nadeel is dat doorstroomlocaties weliswaar de druk in de keten verleggen (meer ruimte in AZCs voor mensen zonder verblijfsstatus) maar ook zorgen voor extra verhuizingen voor de statushouders. Daarom is dit vooral in te zetten voor alleengaande statushouders die wachten op gezinshereniging. Onze huidige werkwijze lijkt het meest op dit scenario.
9
Ontheemde Oekraïners Het permanent huisvesten van ontheemde Oekraïners is nu nog niet aan de orde. Het staat Oekraïners vrij om een huis te kopen in Nederland, of om te huren op de particuliere woningmarkt. Voor een sociale huurwoning komen ze echter niet in aanmerking. We constateren dat de oorlog in Oekraïne voortduurt en dat het opvangen van mensen in tijdelijke voorzieningen nu eenmaal geen wenselijke permanente situatie is. Het is aannemelijk dat gemeenten en woningcorporaties hier een rol in gaan krijgen en het is ook aannemelijk dat hier niet vele jaren overheen zullen gaan. Als we hetzelfde uitgangspunt nastreven en mensen zoveel mogelijk willen huisvesten op de plek/in de regio waar we ze hebben opgevangen betekent dit een aanzienlijke verzwaring van een reeds forse huisvestingsopgave.
10
Hoofdstuk 3 Inburgering & Integratie Statushouders die in Nijmegen worden gehuisvest, starten wanneer zij daar klaar voor zijn met inburgering en verder integratie in de maatschappij en onze stad. Ons uitgangspunt is dat nieuwe Nijmegenaren zich zo snel mogelijk welkom voelen en volwaardig mee kunnen doen als onderdeel van onze samenleving. Dat vraagt inspanning van de asielmigrant (om de taal te leren en mee te doen), maar ook van de samenleving en onze gemeente (om asielmigranten te ondersteunen). De Wet Inburgering 2021 en de Participatiewet bieden veel mogelijkheden om nieuwkomers grote stappen te laten zetten in hun inburgering en integratie. Maar een goede en duurzame integratie vergt inzet op meerdere leefgebieden. Toegang tot belangrijke voorzieningen als het onderwijs, kinderopvang, zorg, cultuur en sport zijn cruciaal om een goede plek te vinden in onze maatschappij. En dat geldt niet alleen voor inburgeringsplichtige statushouders en gezinsmigranten. Ook voor ontheemde Oekraïners en niet inburgeringplichtige of uitgeprocedeerde asielmigranten hebben we oog voor integratie op verschillende levensdomeinen.
Inburgering Met de invoering van de nieuwe Wet Inburgering 2021 (Wi21) in januari 2022 voeren wij als gemeente de regie over de inburgering. De belangrijkste reden daarvoor is dat inburgering zelden op zichzelf staat, maar ingebed is of moet worden in onze andere taken in het sociaal domein. Voor de uitvoering van de WI21 hebben we met de gemeenten in het Rijk van Nijmegen in 2021 de ‘Regionale nota Invoering nieuwe Wet Inburgering 2021’ vastgesteld. In deze nota zijn binnen de wettelijke kaders gezamenlijke uitgangspunten geformuleerd van waaruit we handelen binnen deze Wet. We staan nu op het punt dat de basis van onze dienstverlening is ingericht. Statushouders worden begeleid door onze klantregisseurs en starten met leerroutes richting werk of onderwijs. Dit betekent echter niet dat we klaar zijn. We zien dat de wettelijke kaders een prima basis vormen, maar we ervaren ook verschillende uitdagingen, zoals een krap financieel kader, wachtlijsten bij de kinderopvang (waardoor mensen niet direct kunnen beginnen met inburgeren), kwetsbare gezinsmigranten en veel zorg en ondersteuning die nodig is voor inburgeraars die onder de oude wet vallen. Er zijn geen kant en klare oplossingen om een inburgeraar te helpen bij een goede inburgering en integratie.
Om een compleet beeld te krijgen van de kansen en knelpunten voor een verdere optimalisatie van ons inburgerings- en integratiebeleid, voeren we op korte termijn een evaluatie uit van onze dienstverlening. Daarbij betrekken we de doelgroep, onze klantregisseurs, de uitvoeringsorganisaties en belangrijke partners als Vluchtelingenwerk en het Werkbedrijf. Op basis van de evaluatie kijken we hoe we ons inburgeringsaanbod, de integratie daarvan in het sociaal domein en de samenwerking met en tussen uitvoeringsorganisaties verder kunnen verbeteren.
Werk & Inkomen Participatie is de beste manier om te integreren. Door mee te doen in de maatschappij breiden nieuwkomers hun netwerk uit, leren ze de Nederlandse taal sneller en wordt duidelijk waar kansen liggen voor hun loopbaan. De Participatiewet faciliteert statushouders in de eerste instantie van bijstand om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien. Daarnaast kunnen we vanuit de Participatiewet de nodige ondersteuning bieden om mensen richting werk te begeleiden. In het (nog vast te stellen) ‘Beleidskader Arbeidsmarkt- en re-integratie 2024-2027, Regio Rijk van Nijmegen’ worden Statushouders en inburgeraars als specifieke focusgroep genoemd. Dit beleidskader kent een aantal belangrijke uitgangspunten ten aanzien van deze doelgroep. Zo willen we sneller en steviger inzetten op (re)integratie van asielmigranten en willen we onderzoeken of we statushouders die nog in afwachting zijn van huisvesting sneller kunnen laten starten met inburgering en participatie. Voorts willen we inzetten op het vergroten van kennis van, en oriëntatie op de arbeidsmarkt. Ook is er bijzondere aandacht voor jongeren. Belangrijke knelpunten ten aanzien van deze doelgroep is dat betaald werk soms langer kan duren en fulltime beschikbaarheid vanwege inburgeringslessen ook vaak niet vanzelfsprekend is.
11
Onderwijs & Ontwikkeling Jongeren (18-) Elk kind heeft recht op goed onderwijs. Dat geldt ook voor jonge asielmigranten die tijdelijk of permanent naar Nijmegen komen. Daarbij hebben we extra aandacht voor het leren van de Nederlandse taal. Jongeren tot 12 jaar vinden een plek bij de basisschool in hun buurt. Op deze leeftijd pakken kinderen de taal snel op. Anderstalige kinderen van 12 tot 18 jaar gaan naar een internationale schakelklas (ISK). Dat organiseren we regionaal. Voor kinderen van ontheemde Oekraïners is een aparte ISK ingericht. Als het taalniveau voldoende is, na gemiddeld 2 jaar, worden de leerlingen geschakeld naar het reguliere (voortgezet) onderwijs of ROC. Door de toename aan asielmigranten is de druk op het ISK hoog. Door een tekort aan personeel en locaties hebben we te maken met wachtlijsten. Daarnaast neemt sinds kort ROC Nijmegen de uitvoering van het ISK voor leerlingen van 16+ over. Dat heeft niet alleen te maken met capaciteit, maar ook omdat het ROC een meer passend aanbod kan bieden voor deze al wat oudere leerlingen die na de ISK zullen schakelen naar het MBO of een van de leerroutes van de inburgering. We zien dat jongeren in deze leeftijdscategorie kwetsbaar zijn.
Zij hebben vaker te maken met sociaal-psychische problematiek, zij hebben relatief kort de tijd om tot een voldoende taalniveau te komen en doordat we in Nederland verschillende systemen (leerplicht, jeugdzorg, etc) kennen voor 18- en 18+ dreigen ze tussen wal en schip te raken. We hebben daarom extra aandacht voor deze groep vanuit ons beleid voor voortijdig schoolverlaters.
Volwassenen (18+) Ook voor volwassenen kan het onderwijs de beste manier zijn om te integreren. Met de onderwijsroute binnen ons inburgeringsaanbod schakelen deelnemers binnen 1,5 tot 3 jaar naar het reguliere onderwijs in het mbo, hbo of wo. Hiervoor werken we regionaal samen met ROC Nijmegen, Hogeschool Arnhem en de Radboud Universiteit. Zij bieden taalschakeltrajecten aan waarbij deelnemers werken aan hun Nederlandse taal. Daarnaast werken we samen met de landelijke partner UAF, voor begeleiding bij studie en werk van hoogopgeleide asielmigranten die in het land van herkomst gestudeerd hebben en de Engelse taal goed machtig zijn. Asielmigranten die niet (meer) inburgeringsplichtig zijn, kunnen gebruikmaken van ons regionale aanbod gericht op het bevorderen van basisvaardigheden bij volwassenen. Met zowel formeel als non-formeel aanbod kunnen inwoners verder werken aan hun vaardigheden op het vlak van lezen, schrijven en omgaan met de computer.
Zorg & Welzijn Voor mensen die nieuw zijn in Nederland en hun eigen land hebben moeten verlaten is het belangrijk om toegang te hebben tot passende zorg en ondersteuning. Op het vlak van zorg en welzijn proberen we de toegang tot zorg en ondersteuning goed te ontsluiten doormiddel van een proactieve rol bij onze klantregisseurs. De uitgangspunten van de Wmo en de Jeugdwet – het kijken naar eigen kracht en het bieden van maatwerkondersteuning – zijn ook passend voor de benadering van deze doelgroep. Er is geen specifiek beleid dat is gericht op de doelgroep asielmigranten, behalve dat we extra oog hebben voor het kunnen vinden van het juiste loket.
Meedoen Volwaardig meedoen in Nijmegen betekent dat je ook een sociaal netwerk hebt, wegwijs bent in je wijk en onze stad en toegang hebt tot cultuur, sport en andere vrijetijdsbesteding. Om statushouders te helpen hun weg te vinden, bieden we maatschappelijke begeleiding. Daarnaast verbinden we het participatieverklaringstraject, dat onderdeel is van de inburgering, aan de rijke cultuur van onze stad. Om het sociale netwerk van asielmigranten te versterken kennen we verschillende buddy-initiatieven. Met minimaregelingen geven we asielmigranten toegang tot bibliotheek en het theater. In ons Kunst en Cultuurbeleid hebben we ook aandacht voor voorstellingen en initiatieven gericht op culturele diversiteit en het creëren van verbinding. Ook sport kan een belangrijke rol spelen als verbindende activiteit en het houdt lichaam en geest gezond. We koppelen het aanbod van sportverenigingen aan ons taalaanbod en verlagen de drempel tot sportactiviteiten en voorzieningen. Om de bewegingsvrijheid van asielmigranten te bevorderen stellen we via ons minimabeleid fietsen ter beschikking en krijgen zij toegang tot het
12
Openbaar Vervoer. Meedoen, betekent ook meepraten. We betrekken de doelgroep bij de totstandkoming, de evaluatie en de uitvoering van ons beleid voor integratie en inburgering.
Scenario A. We doen wat er wettelijk wordt gevraagd (en vergoed) Voor statushouders voeren we de Wet inburgering uit binnen de daarvoor door het Rijk beschikbaar gestelde middelen. Daarbij is het relevant om te benoemen dat we constateren dat deze invulling niet voor alle statushouders voldoende is om zo goed mogelijk te integreren. Voor alle asielmigranten ontsluiten we gemeentelijke voorzieningen (op het gebied van (jeugd)zorg, wmo en participatie en proberen we belemmeringen die een goede integratie in de weg staan aan te pakken. Onze huidige werkwijze lijkt het meest op dit scenario.
Scenario B. We investeren extra in vroege en succesvolle integratie We voeren de Wet inburgering uit, en proberen daarbij – binnen de grenzen van wat haalbaar is - meer maatwerk te leveren in aanbod, ondersteuning en tempo: ➢ Investeren aan de voorkant loont. We zetten daarom intensiever en eerder in op de integratie van asielmigranten: o We werken aan een vroege start van integratie en inburgering. We maken afspraken met het COA dat asielmigranten in de opvang in Nijmegen zo veel als mogelijk ook in Nijmegen gehuisvest worden. We kijken daarnaast in overleg met het COA en vluchtelingenwerk of we extra aanbod gericht op (voor)inburgering in het AZC kunnen aanbieden. o We breiden preventieve inzet voor deze doelgroep uit, gericht op fysieke gezondheid en mentale weerbaarheid. We proberen belemmeringen op dit vlak te voorkomen en bestrijden om de kans op succesvolle integratie te vergroten. o Een aanzienlijk deel van de ongedocumenteerden blijkt op termijn toch in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning. We wachten niet tot het zover is en bieden deze groep eerder ook al kleinschalig integratieactiviteiten zoals taalles en toegang tot in ieder geval zorg- en welzijns voorzieningen. ➢ Waar dat nodig en (financieel) mogelijk is, bieden we langer of extra aanbod voor statushouders dan dat formeel beschikbaar is binnen de leerroutes.
Soms is wat extra inzet nodig om de stap naar werk of onderwijs te kunnen zetten of is het nodig om eerst een belemmering (psychische of gezinsproblematiek) weg te nemen. Deze investering loont niet alleen voor de persoon in kwestie, maar ook voor de maatschappij. ➢ We ontsluiten niet alleen onze eigen gemeentelijke voorzieningen, maar zetten ons ook actief in om te andere basisvoorzieningen, zoals kinderopvang en onderwijs, beter toegankelijk te maken voor asielmigranten. Daarbij houden we rekening met draagkracht en draagvlak en een eerlijke behandeling van verschillende groepen inwoners. ➢ We zien dat er een groep kwetsbare gezinsmigranten is waarvoor het niet vanzelfsprekend is dat zij zelfredzaam zijn op basis van hun sociale netwerk. Bijvoorbeeld omdat zij nog zeer jong zijn, of de relatie met de referent kwetsbaar is. We willen deze groep beter ondersteunen en zijn hierover in gesprek met landelijke organisaties. ➢ Een belangrijke kanttekening bij dit scenario is dat alle aanvullende inzet ten koste gaat van mensen of middelen die we niet anders kunnen inzetten. Hoewel het dus ingewikkeld is om aan al deze ambities een duidelijk prijskaartje te hangen, is het belangrijk om te benoemen dat het niet reëel is om te veronderstellen dat we dit allemaal kunnen uitvoeren zonder dat het ten koste gaat van inzet elders in de stad of in het sociaal domein.
13
Hoofdstuk 4 Ongedocumenteerden Nijmegen biedt een sobere opvang voor mensen die nergens anders terecht kunnen omdat ze geen recht hebben op verblijf in Nederland. De situatie van veel ongedocumenteerde mensen is doorgaans zeer complex en schrijnend. Het gaat in alle gevallen om mensen die geen verblijfsvergunning in Nederland hebben. Sommigen kunnen ook niet meer terug naar het land van herkomst omdat ze (bijvoorbeeld) stateloos zijn geworden. Anderen willen niet terug naar het land van herkomst omdat ze zich daar om uiteenlopende redenen niet meer veilig of welkom voelen. In veel gevallen verblijven mensen al jaren – soms decennialang - in Nederland. Gemeenten zijn niet verplicht om een bed bad en broodvoorziening in stand te houden. Het is op dit moment echter de enige oplossing voor een probleem waarvoor nog geen structurele werkende oplossing is ingericht. Landelijk zet men in op uitrol van een dekkend netwerk van LVV’s – landelijke vreemdelingen voorzieningen. Hierbij gaat ligt de focus meer op het bieden van perspectief: terugkeer, doormigratie of het alsnog verkrijgen van een verblijfsvergunning. Een LVV is dan ook niet per se een fysieke voorziening ingericht op opvang, maar een netwerksamenwerking met als doel het geven van uitsluitsel en perspectief. Op dit moment zijn er vijf pilot-LVVs actief in Nederland.
Uit deze pilots is gebleken dat er voor 41% van de deelnemers geen oplossing is gevonden. Het is op dit moment zeer onduidelijk welke kant de ontwikkeling van de LVVs op zal gaan. We weten niks over het financiële kader, we weten onvoldoende over de (beleids)ruimte of het mandaat dat de gemeente uiteindelijk zal krijgen. We weten ook nog niet wat er zal gebeuren met ongedocumenteerden die niet kunnen deelnemen. Daarom zijn de scenario’s die we beschrijven nog grofmazig en gaan ze niet al teveel in op de ontwikkeling van de LVVs.
Scenario A: We bieden geen bed, bad en brood meer De minimale variant is dat de gemeente geen bed-bad-broodvoorzieningen meer faciliteert. Ze zullen in dat geval hun toevlucht moeten zoeken in het strikt charitatieve (nu al grotendeels het geval) of op straat moeten verblijven.
Scenario B: We vangen mensen op en blijven dit doen zolang nodig Zolang we zien dat er een behoefte is aan een – minimale – vorm van opvang voor deze doelgroep handhaven we de bed, bad en broodvoorziening. Ook wanneer het Rijk de financiering beëindigt. We stoppen hier pas mee als er een goed alternatief wordt geboden. Onze huidige werkwijze lijkt het meest op dit scenario.
Scenario C: We werken aan perspectief We zetten in op het bieden van perspectief aan deze groep mensen. Bij een nieuwe regeling of voorziening vanuit het Rijk proberen we hierop aan te sluiten, of dit nu in dit in de vorm van een landelijke vreemdelingen voorziening gaat zijn of op een heel andere wijze. Een belangrijk uitgangspunt is om in te zetten op perspectief voor deze groep mensen. Als het innemen van een bepaalde voortrekkersrol hier een belangrijke bijdrage aan kan leveren zullen we dit serieus onderzoeken.
14
Ten slotte De scenario’s die we de gemeenteraad voor leggen gaan in bredere zin over welke soort stad we willen zijn voor een groep mensen die zich noodgedwongen een weg moet vinden in onze samenleving. Deze startnotitie en het gesprek dat hierover plaatsvindt tussen college en raad zal aanknopingspunten moeten bieden voor het opstellen van een meerjarig beleidskader. We vinden het belangrijk om in deze fase – het opstellen van een dit beleidskader - van het proces ook de doelgroep waarover dit beleidskader moet gaan zelf aan het woord te laten en mee te laten denken. Ook zullen we in gesprek gaan met onze adviescommissies. Tenslotte hebben we te maken met maatschappelijke partners en (buur)gemeenten. Ook hen zullen we consulteren voor de onderwerpen die voor hen van belang zijn. Een laatste overweging die volgt uit de eerder gemaakte keuzes is op welke manier we een rol willen spelen in landelijke beleidsbeïnvloeding en het eventueel uitdragen van een expert- of voortrekkersrol. Denk aan het voeren van een specifieke lobby of het delen van kennis en expertise. Nijmegen is per slot van rekening één van de weinige gemeenten met veel ervaring in het (zelf) organiseren van grootschalige opvang en alles dat hierbij komt kijken, logistiek en in het netwerk met maatschappelijke partners.
15
Bijlage 1
Doelgroepen
Termen als vluchteling, immigrant, asielzoeker en statushouder worden veel door elkaar gebruikt. Voor een integrale benadering is het van belang dat binnen de gemeente en bij partners duidelijkheid bestaat over welke personen het gaat en welke regels en maatregelen van toepassing zijn op welke groepen. Wij hanteren de volgende omschrijvingen. We gebruiken de algemene term nieuwkomer voor personen die niet in Nederland geboren zijn, maar hierheen zijn gekomen met als doel voor langere tijd te blijven. Afhankelijk van de reden voor de komst naar Nederland en het land van herkomst wordt er onderscheid gemaakt naar verschillende categorieën nieuwkomers, waarvoor verschillende wet- en regelgeving van toepassing is. In onderstaand schema zijn de verschillende categorieën in samenhang weergegeven.
Globaal maken we onderscheid in twee groepen nieuwkomers. We spreken over asielmigranten als we het hebben over nieuwkomers die naar Nederland komen op zoek naar een veilige plek en hiertoe bescherming aanvragen door een asielverzoek in te dienen. De term arbeidsmigranten wordt gebruikt voor nieuwkomers die migreren vanwege werk. Voor beide groepen nieuwkomers geldt dat partners of andere gezinsleden naar Nederland kunnen komen voor gezinshereniging of gezinsvorming. Bij asielmigranten spreken we dan over nareizigers, bij arbeidsmigranten hebben we het over gezinsmigranten. De term statushouders wordt gebruikt voor asielzoekers die een verblijfsvergunning hebben gekregen en nareizigers die als partner of gezinslid van de vergunningshouder naar Nederland komen. Zij zijn inburgeringsplichtig. Mensen die binnen de eigen landsgrenzen op de vlucht zijn, worden ontheemden genoemd. We kennen deze term met name sinds de komst van nieuwkomers uit Oekraïne die op de vlucht zijn als gevolg van het oorlogsgeweld dat in het land is uitgebroken. Op grond van Europese wet- en regelgeving hebben Ontheemde Oekraïners recht op opvang en andere voorzieningen in Europese lidstaten. Een groep die om specifieke aandacht vraagt betreft jongeren (minderjarig) die naar Nederland zijn gekomen zonder ouder(s) of verzorger(s).
Daarbij kan het om alleenstaande minderjarige ontheemden gaan uit Oekraïne of om alleenstaande minderjarige vreemdelingen van buiten de EU.
16
Afhankelijk van de doelgroepen gelden landelijk andere regels en kent de gemeente andere verantwoordelijkheden. In onderstaande figuur is weergegevens welke opgaven van toepassing zijn voor welke doelgroepen. Opvang
Huisvesting
Inburgering
Werk
&
Inkomen Asielzoekers
X
Alleenstaande
X
X
Onderwijs
&
Gezondheid
Meedoen
Ontwikkeling
& Welzijn
X
X
X
X
X
X
X
X
X
minderjarige vreemdelingen Vergunningshouder
X
Nareizigers Ontheemde Oekraïners
X
X
X X
X
X X
Ongedocumenteerden
X
X X
X
X
X
Feiten en cijfers In onderstaande tabel hebben we een aantal relevante cijfers verzameld ten aanzien van de verschillende doelgroepen die we in deze notitie benoemen. Daar waar het niet mogelijk was om een exact aantal te noemen hebben we aangegeven dat het om ongeveer (±) dit aantal gaat of dat het een bandbreedte betreft. Deze cijfers geven hopelijk een beeld van de omvang van de doelgroep. Cijfers (peildatum 26 oktober 2023) Aantal statushouders in AZC of noodopvang
445-520
Aantal Oekraïners in Nijmegen in gemeentelijke opvang
668
Aantal Oekraïners buiten gemeentelijke opvang
191
Aantal asielzoekers in CNO Winkelsteeg
±1.100
Aantal te huisvesten statushouders 2023
±400
Aantal ongedocumenteerden
±250-400
17
Bijlage 2
Samenwerking
In onderstaande figuur zijn de belangrijkste partners en partijen weergegeven waarmee de gemeente samenwerkt bij de opgaven voor opvang, huisvesting en inburgering en integratie. We maken daarbij onderscheid naar partners op verschillende niveaus (landelijk, regionaal en lokaal) en per levensdomein.
18
Bijlage 3
Opvang & integratieproces
In onderstaande figuur is het opvang & integratieproces schematisch weergegeven.
Aan iedereen die dat nodig heeft, wordt een veilige opvangplek geboden in een AZC of een noodopvanglocatie. Voor statushouders en ontheemde Oekraïners wordt vervolgens passende huisvesting gezocht. Statushouders (inclusief gezinsmigranten) zijn daarnaast inburgeringsplichtig en volgen hiertoe taallessen en andere onderdelen gericht op integratie en toeleiding naar werk of onderwijs. Daarbij kennen we drie routes: ➢ de Z-route, gericht op zelfredzaamheid en (arbeids)participatie, ➢ de B1-route, gericht op inburgering en de arbeidsmarkt ➢ de onderwijsroute, gericht op inburgering en toegang tot het reguliere onderwijs om een Nederlands diploma te kunnen halen. Gedurende en na de inburgering biedt de gemeente ondersteuning voor toeleiding en begeleiding naar werk of onderwijs. Jonge asielmigranten hebben toegang tot het funderend onderwijs; direct in het basisonderwijs of via een internationale schakelklas naar het voortgezet onderwijs. Daarna kunnen zij hun studieloopbaan voortzetten in het mbo of ho. Voor niet (langer) inburgeringsplichtige asielmigranten biedt de gemeente regionaal volwasseneducatie gericht op het verbeteren van basisvaardigheden (lezen, schrijven en digitaal). Op die manier kunnen zij hun kansen vergroten op het vinden van werk of instroom in het mbo of ho. Tijdens het gehele proces is er aandacht voor gezondheid en welzijn en maatschappelijke begeleiding.
Daarnaast zet de gemeente actief in op het toegankelijk maken van voorzieningen (sport, cultuur) en het stimuleren van ontmoeting (evenementen, buddy’s) om te zorgen dat asielmigranten volwaardig kunnen meedoen in de maatschappij.
19