Startnotitie Actualisatie Omgevingsvisie
Tekst van het document
Startnotitie Actualisatie Omgevingsvisie gemeente Nijmegen, wijziging 2026
Inhoud
1. Inleiding....................................................................................................................................2 2. Probleemanalyse .....................................................................................................................3 3. Opgaveverkenning...................................................................................................................4 3.1 Rechtvaardige stad ............................................................................................................4 3.2 Toevoegen van woningen .................................................................................................6 3.3 Energieweg.........................................................................................................................7 3.4 Actualisatie milieueffectrapportage .................................................................................8 3.5 Moties en amendementen ................................................................................................9 3.6 Afstemming omgevingsprogramma's ............................................................................11 4.
Vervolgstappen ......................................................................................................................12 Bijlagen ......................................................................................................................................13
Schrijven algemeen / sjab = Huisstijl A4 (staand)
1. Inleiding Nijmegen groeit en verandert, zoals de stad altijd heeft gedaan. Steeds meer mensen willen in onze stad wonen, werken en verblijven. Groei is voor Nijmegen nooit een doel op zich, het is een middel om een betere toekomst te bouwen. Maar groei komt ook met uitdagingen. Een groeiende stad ontstaat niet zonder dilemma's. Meer woningen, meer voorzieningen, voldoende groen én vitale infrastructuur (boven en onder de grond) vragen allemaal om ruimte. Ruimte die schaars is binnen de grenzen van onze gemeente. Gezocht moet worden naar de juiste balans tussen leefbaarheid en een levendige, toekomstbestendige stad. Het is belangrijk om richting te bepalen, maar ook ruimte te houden voor flexibiliteit en bij te sturen, indien nodig. Keuzes maken we onder andere in de omgevingsvisie. Dit is een wettelijk verplichte visie. In de omgevingsvisie legt de gemeenteraad de ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving vast voor de lange termijn. Op 10 september 2025 heeft de raad de Omgevingsvisie gemeente Nijmegen De Nabije Stad 2050 vastgesteld. Hierin staat dat Nijmegen een nabije en rechtvaardige stad wil zijn en zich de komende jaren richt op vier beleidshoofdlijnen. Nijmegen streeft naar een stad die • sociaal en gezond, • aantrekkelijk, • economisch veerkrachtig en • duurzaam is.
Door de omgevingsvisie regelmatig te actualiseren, kunnen we beter inspelen op nieuwe ontwikkelingen en houden we onze visie levend en toepasbaar. In de omgevingsvisie is opgenomen dat we de visie regelmatig willen actualiseren, elke twee jaar willen monitoren en elke vier jaar willen evalueren. Doel van deze startnotitie In deze startnotitie beschrijven we de aanpak, inhoud en het proces van de eerste actualisatie van de in september 2025 vastgestelde omgevingsvisie. We verkennen de opgaven en ontwikkelingen die mogelijk een plek moeten krijgen in de omgevingsvisie. Hierbij houden we vast aan de hoofddoelen, leidende principes en strategisch ruimtelijke keuzes uit de huidige omgevingsvisie. De huidige visie vormt de basis en we vullen deze aan met een aantal specifieke onderwerpen (‘bouwstenen’). Een uitgebreide evaluatie en herziening van de hoofdlijnen (beleidsdoelen en leidende principes) van de omgevingsvisie zal elke vier jaar plaatsvinden en maakt geen onderdeel uit van deze actualisatie.
Relevante voorgeschiedenis dossier Vertrekpunt is de op 10 september 2025 vastgestelde Omgevingsvisie gemeente Nijmegen: Besluitronde (raadsvergadering) woensdag 10 september 2025 Hierbij zijn de volgende amendementen en moties aangenomen: Amendement De toegankelijke stad Nijmegen Amendement Gezonde lucht voor iedereen Nijmegen Motie Een advies is niet voor niets Nijmegen Motie Niet achteruit maar vooruit Nijmegen Motie It takes a village Nijmegen Motie Omgevingsvisie in perspectief Nijmegen Voor de actualisatie van de omgevingsvisie heeft het college B&W op 10 februari 2026 het participatieplan en de conceptnotitie reikwijdte detailniveau van de milieueffectrapportage vastgesteld: B&W Besluiten dinsdag 10 februari 2026
2
Koppeling aan doelenboom De actualisatie van de omgevingsvisie sluit aan op de volgende ambitie en bijbehorend doel uit de stadsbegroting: • Ambitie: “We zijn een aantrekkelijke stad om te wonen, met goede werklocaties, openbare ruimtes en voorzieningen.” • Doel: “We behouden en versterken de ruimtelijke kwaliteit van onze stad, door zorg te dragen voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.” In de toelichting bij dit doel is opgenomen dat we de omgevingsvisie actueel houden door deze regelmatig bij te werken. Met de actualisatie van de omgevingsvisie staan de ambities en doelen niet ter discussie en behoeven dan ook geen aanpassing. Wettelijke visie De omgevingsvisie is een verplichte visie onder de Omgevingswet. Een omgevingsvisie is zelfbindend (dit wil zeggen dat ze alleen het bestuursorgaan bindt dat de omgevingsvisie heeft vastgesteld), gaat over het hele grondgebied van de gemeente, is inhoudelijk vormvrij en moet integraal zijn. Een omgevingsvisie moet voldoen aan de digitale eisen van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) en wordt gepubliceerd in het Omgevingsloket. Wanneer we de omgevingsvisie gaan actualiseren, spreken we van een wijzigingsbesluit. De wijzigingen worden zichtbaar gemaakt in het DSO.
Omdat de actualisatie volgens planning in het najaar van 2026 als ontwerp wordt gepubliceerd, krijgt deze de naam ‘Omgevingsvisie gemeente Nijmegen, wijziging 2026'.
2. Probleemanalyse De huidige omgevingsvisie gemeente Nijmegen De Nabije Stad 2050 is pas vastgesteld in september 2025. De vraag kan dan worden gesteld waarom deze nu alweer moet worden geactualiseerd. Het antwoord hierop is eenvoudig: een omgevingsvisie is eigenlijk nooit af, omdat de omstandigheden steeds veranderen en er nieuwe ruimtelijke opgaven in beeld komen. Doordat we blijven groeien als stad, vraagt dit voortdurend om keuzes. De aanleiding voor deze actualisatie is dan ook tweeledig (inhoudelijk en procedureel): enerzijds het beantwoorden van vraagstukken die ontstaan door de groei van de stad en anderzijds het doorlopen van de beleidscyclus. Groei van de stad Een van de belangrijkste keuzes uit de omgevingsvisie is te blijven groeien in inwoners en banen, binnen de grenzen van de stad. Omdat de ruimte in de stad beperkt is, vraagt dit om keuzes. Keuzes in de meest geschikte plekken voor extra woningen, maar ook keuzes in de meest rechtvaardige verdeling van lusten en lasten en een goede balans tussen ruimte voor economische ontwikkeling en beperking van de milieueffecten. Daarnaast vraagt een steeds intensiever gebruikte stad om inzicht in de milieueffecten en onze vitale systemen (zoals: energie, water, afval, mobiliteit en data). Daarom focussen we ons in deze actualisatie op vier grotere inhoudelijke onderwerpen (bouwstenen): 1. Het toevoegen van woningen, 2.
De uitwerking van het leidend principe van ‘de rechtvaardige stad’, 3. Energieweg en 4. Het in beeld brengen van de milieueffecten door actualisatie van het milieueffectrapport. Deze bouwstenen worden in het volgende hoofdstuk nader toegelicht. Doorlopen van beleidscyclus Door de omgevingsvisie regelmatig te actualiseren, houden we de visie ‘up to date’ en sluiten we aan bij de beleidscyclus van de Omgevingswet: een continu proces van beleidsontwikkeling, doorwerking, uitvoering en terugkoppeling (zie onderstaande afbeelding).
3
Afbeelding 1. Beleidscyclus Omgevingswet Willen we de omgevingsvisie ‘up to date’ houden, is het belangrijk om deze te actualiseren naar aanleiding van ander beleid of visies. Dit geldt zowel voor beleid van de gemeente zelf (bijvoorbeeld de verschillende omgevingsprogramma's die zijn of worden opgesteld) als voor het beleid van de regio, provincie en het Rijk1. Zo verwerken we de laatste uitkomsten van het woonbehoefteonderzoek. Ook is recent de OV visie vastgesteld en werken we aan een nieuwe horecavisie. Aangezien de omgevingsvisie alle hoofdlijnen van beleid voor de fysieke leefomgeving dient te bevatten, kan het noodzakelijk zijn om delen uit deze visiedocumenten te integreren in de omgevingsvisie. In de actualisatie van de omgevingsvisie zullen hiervoor tekstvoorstellen worden opgenomen.
3. Opgaveverkenning Zoals hierboven aangegeven, gaan we uit van een beperkt aantal grotere onderwerpen (bouwstenen) voor de actualisatie van de omgevingsvisie. In dit hoofdstuk benoemen we per onderwerp de aanleiding en het beoogde doel, de verrichte onderzoeken en analyses en de aanpak en mogelijke dilemma's om te komen tot definitieve keuzes in de omgevingsvisie. Daarnaast gaan we in op de aanpak voor de eerder aangenomen moties en amendementen en de afstemming met de omgevingsprogramma's.
3.1 Rechtvaardige stad Aanleiding: In de omgevingsvisie spreken we uit dat we een rechtvaardige stad willen zijn. De rechtvaardige stad is benoemd als leidend principe. Maar een duidelijke uitwerking van het begrip (ruimtelijke) rechtvaardigheid in de omgevingsvisie ontbreekt nog. De omgevingsvisie geeft nog geen concreet antwoord op wat het voor Nijmegen betekent om een rechtvaardige stad te zijn. Ook gaat de visie niet in op hoe we sociale rechtvaardigheid onderdeel maken van ruimtelijke keuzes en ontwikkelingen. We zijn daarom gestart met het uitwerken van dit leidende principe.
1
Op dit moment is het Rijk bezig met het opstellen van de nieuwe nota Ruimte (nationale omgevingsvisie) en de provincie Gelderland met de vernieuwing van de provinciale omgevingsvisie. Daarnaast is er door de Groene Metropoolregio een uitvoeringsagenda Groen-blauw raamwerk en landelijk gebied opgesteld.
4
Hiervoor hebben we een verkenning uitgevoerd (bijlage 1). Deze verkenning bestaat uit: een theoretische verkenning, data-verkenning, interne stakeholderverkenning (focusgroepen binnen de ambtelijke organisatie) en externe stakeholderverkenning (gesprekken met inwoners en professionals in 3 verschillende wijken). Beoogd doel: We verduidelijken ons leidende principe van de rechtvaardige stad en geven aan hoe dit principe doorwerkt in ons ruimtelijk beleid en handelen. Keuzerichtingen: Het begrip (ruimtelijke) rechtvaardigheid gaat over de mate waarin fysieke ontwikkelingen en keuzes eerlijk zijn ingericht en bijdragen aan kansen voor iedereen, ongeacht waar iemand woont of wat de achtergrond van iemand is. Hierbij staat het streven naar een eerlijke verdeling van ruimte, voorzieningen en kwaliteit centraal. Ook gaat het over gelijke toegang tot kansen en het betrekken van verschillende groepen in de stad bij ruimtelijke keuzes. Verder is het signaleren en beperken van onbedoelde effecten voor specifieke doelgroepen een essentieel onderdeel van ruimtelijke rechtvaardigheid, omdat het voorkomt dat beleid bestaande ongelijkheden vergroot.
Uit de verkenning (bijlage 1) blijkt dat hierbij over het algemeen wordt uitgegaan van drie perspectieven: 1) Distributie: Wie krijgt (/heeft) wat? Dit perspectief gaat over hoe middelen, kansen en lasten ruimtelijk verdeeld worden tussen groepen inwoners in de wijken. 2) Procedure: Hoe en (met) wie wordt beslist? Dit perspectief heeft betrekking op hoe we (ruimtelijke) processen vormgeven en hoe transparant deze zijn. Het gaat zowel om interne processen (in de voorbereiding van projecten en beleid) als om hoe we participatieprocessen organiseren en welke groepen hierbij betrokken zijn. 3) Erkenning: Wie worden er gehoord? Dit perspectief gaat over het erkennen en bevestigen van verschillende leefstijlen, behoeftes en wereldbeelden. De waarden respect, waardigheid en het erkennen van verschillen in de samenleving staan hierin centraal. De drie perspectieven kunnen niet los van elkaar worden gezien. Wijken met achterstanden zijn vaak ook wijken waar mensen minder invloed hebben op besluiten over hun leefomgeving en zich minder gehoord voelen door de gemeente. De uitwerking van de rechtvaardige stad is gestart als distributief vraagstuk, maar rechtvaardigheid moet in verbondenheid met de andere twee dimensies bekeken worden. De ene ongelijkheid voedt namelijk de anderen.
We maken hierbij de bewuste keuze om niet te zoeken naar een strikte definitie van ruimtelijke rechtvaardigheid, maar om een gedeeld handelingskader te ontwikkelen. Een definitie is vaak abstract en weinig toepasbaar in de praktijk. Wij denken dat een gedeeld handelingskader beter helpt om richting te geven aan het actieve gesprek over dit thema, zowel in ruimtelijk beleid als projecten. Aanpak: Met behulp van een verkenning naar de rechtvaardige stad, leveren we een verdere uitwerking van het leidende principe in de omgevingsvisie én ontwikkelen we een gemeenschappelijke taal en een handelingskader voor de rechtvaardige stad. Hiermee willen we het gesprek over ruimtelijke rechtvaardigheid faciliteren en bijdragen aan het maken van onderbouwde rechtvaardige keuzes. Met een handelingskader wordt het mogelijk om verschillende belangen vanuit een integrale benadering te wegen en daarover het transparante gesprek te voeren met collega’s, bestuur én inwoners. Het handelingskader en de overwegingen die eruit komen, kan helpen om bewuste keuzes te maken ten aanzien van rechtvaardigheid, bijvoorbeeld om extra te investeren in een bepaalde wijk of voor een bepaalde doelgroep. We geven ruimtelijke rechtvaardigheid ook een plek in het afwegingskader dat voor de actualisatie van de milieueffectrapportage wordt ontwikkeld (zie verder paragraaf 3.4).
5
Daarnaast leggen we de relatie met ander lopend beleid en projecten in de fysieke leefomgeving, de organisatieontwikkeling, de opgave Samenwerken met de stad en de opgave Sturen op een sterke sociale basis. Dilemma’s: Bij het uitwerken van ruimtelijke rechtvaardigheid komt een aantal dilemma’s naar voren: Ongelijk investeren: Een rechtvaardige stad betekent niet dat elke wijk hetzelfde krijgt. Sommige wijken kennen structureel meer opgaven op het gebied van gezondheid, leefbaarheid, verkeersveiligheid en voorzieningen en vragen daarom om extra aandacht of investeringen. Dit roept de vraag op wat een eerlijke verdeling betekent: richten we ons op het verkleinen van verschillen tussen wijken of op het garanderen van een minimale basiskwaliteit voor iedereen? Gerichte investeringen kunnen een bestuurlijke keuze zijn, maar vragen ook om een transparante onderbouwing richting de stad. Rechtvaardig en algemeen belang: Ruimtelijke keuzes worden vaak gemaakt vanuit stedelijke doelen, terwijl de effecten ongelijk kunnen neerslaan bij wijken en haar inwoners. Sommige groepen profiteren meer van ontwikkelingen, terwijl anderen juist meer lasten ervaren. Dit roept de vraag op hoe het algemeen belang zich verhoudt tot de belangen van specifieke wijken of doelgroepen.
Rechtvaardigheid vraagt daarom niet alleen om zorgvuldige keuzes, maar ook om transparantie over afwegingen en betere terugkoppeling richting inwoners. Een handelingskader helpt hierbij. Meetbaarheid: Distributie is relatief goed te meten. Procedure en erkenning zijn dat veel minder. Of mensen zich daadwerkelijk gehoord en serieus genomen voelen is moeilijk in cijfers uit te drukken. Werken aan de rechtvaardige stad vraagt daarom niet alleen om kwantitatieve monitoring, maar ook om gesprekken, kwalitatieve inzichten en professionele reflecties, en om de bereidheid om te erkennen dat niet alles kwantificeerbaar is.
3.2 Toevoegen van woningen Aanleiding: Nijmegen heeft al plannen voor de bouw van 17.000 woningen. We zoeken nog naar ruimte voor de bouw van 5.000 extra woningen. Omdat we uit ervaring weten dat niet alle plannen uiteindelijk slagen, plannen we 30% meer dan onze woningbehoefte. Daarom zoeken we ruimte voor 6.500 extra woningen. Hiervoor hebben wij een onderzoek (data-analyse) uitgevoerd naar kansrijke gebieden voor het toevoegen van woningbouw (bijlage 2). Het onderzoek is besproken met de Nijmeegse woningcorporaties. Een bredere betrokkenheid van stakeholders maakt onderdeel uit van het participatietraject rondom de actualisatie van de omgevingsvisie. Beoogd doel: Verdere beoordeling en verwerking van de onderzoeksresultaten in de geactualiseerde omgevingsvisie. Keuzerichtingen: In het onderzoek (bijlage 2) laat het college van B&W zien wat de meest kansrijke gebieden kunnen zijn voor het bouwen van extra woningen tot 2040. Het onderzoek is een verdere uitwerking van de keuzes uit de omgevingsvisie, waarbij we inzichtelijk maken welke dilemma’s hierbij spelen. In de omgevingsvisie zijn al keuzes gemaakt over de woningbouwontwikkeling van Nijmegen. Nijmegen groeit binnen de grenzen van de stad. De komende jaren vinden de meeste woningbouwontwikkelingen plaats op een aantal grote strategische locaties (o.a. Stationsdistrict, Kanaalzone-Zuid).
We kiezen voor gematigde groei met 17.000-22.000 woningen tot 2040. Aanpak: Het onderzoek is uitgevoerd op basis van een data-analyse met de ruimtelijk keuzes uit de omgevingsvisie als kader. Het onderzoek laat nog geen exacte locaties zien maar benoemt
6
globale gebieden waarbinnen zich kansen voordoen voor het beter benutten van de bestaande voorraad, voor sloop-nieuwbouw en/of voor transformatie. Om te komen tot deze keuzes, zullen de kansrijke gebieden uit het onderzoek worden vertaald naar alternatieve scenario’s en beoordeeld aan de hand van een afwegingskader dat in het kader van de milieueffectrapportage (MER) worden ontwikkeld (zie verder paragraaf 3.4). Dit afwegingskader bevat niet alleen sec milieuaspecten maar ook aspecten die betrekking hebben op de gezonde leefomgeving, op leefbaarheid en op rechtvaardigheid. De exacte uitwerking van kansrijke gebieden vindt pas daarna plaats, op wijk- en gebiedsniveau. Hierbij is het denkbaar dat aanvullende randvoorwaarden worden benoemd, bijvoorbeeld ten aanzien van woningtype, bereikbaarheid en voorzieningen. Dilemma’s: Het benoemen van gebieden die kansrijk zijn om woningen te bouwen, is ingrijpend voor inwoners, woningcorporaties, bedrijven en de gemeentelijke organisatie. Daarnaast zijn de ruimte en middelen van Nijmegen beperkt. In het onderzoek (zie bijlage 2) zijn verschillende dilemma’s benoemd aan de hand van de vier hoofddoelen van de omgevingsvisie (sociale en gezonde stad, economisch veerkrachtige stad, aantrekkelijke stad en duurzame stad).
Op hoofdlijnen komen we tot de volgende overkoepelende dilemma’s: Grootschalige versus kleinschalige benadering: Voordeel van grootschalige verandering is dat gebieden volledig ingericht kunnen worden en we werk met werk maken. De impact voor inwoners is echter groot en de risico's zijn hoog. Een kleinschalige aanpak voorkomt dit, maar kan ertoe leiden dat we niet alle doelen van de omgevingsvisie kunnen bereiken. Corporatie versus particuliere gebieden: Uit het onderzoek komt dat wijken met een hoog aandeel sociale huurwoningen kansrijk zijn. Tegelijkertijd streven we naar meer menging van woningen over de stad. Ligt het dan niet voor de hand om via andere gebieden te werken aan gemengde wijken? Bereikbaarheid als randvoorwaarde versus bereikbaarheid als ontwikkelopgave: In het stadsdeel Nijmegen-Zuid liggen kansrijke locaties. Deze zijn (nog) niet goed aangesloten op het ov. Is de bestaande infrastructuur uitgangspunt, of geeft het aanleiding om deze verder te ontwikkelen? Mogelijkheden om voorzieningen te laten meegroeien: Omdat het onderzoek gaat over het toevoegen van woningen, lijken maatschappelijke functies onderbelicht. Het is belangrijk dat we de behoefte aan maatschappelijke voorzieningen in kaart brengen zodat deze meegroeien bij een groeiende stad.
3.3 Energieweg Aanleiding: Het gebied rondom de Energieweg kent een complexe ruimtelijke situatie. Aan de westzijde ligt bedrijventerrein TPN- West met zwaardere bedrijvigheid en ambities voor herstructurering en economische ontwikkeling. Aan de oostzijde liggen woonwijken. Daartussen bevindt zich een zone met uiteenlopende functies, zoals kantoren, lichtere bedrijvigheid, onderwijs en zorgwonen. In de omgevingsvisie is opgenomen dat we de economische kracht van TPN-West willen benutten maar tegelijkertijd streven naar een vermindering van de milieudruk op de omgeving. Dit gebied vraagt om nadere duiding en mogelijke aanvulling van de bestaande vastgestelde beleidskaders (naast omgevingsvisie o.a. Economische Visie 2.0 en Gebiedsvisie TPN-West). In bijlage 3 is een verkenning opgenomen met daarin een beleidsanalyse, gebiedsanalyse, dilemma en keuzemogelijkheden voor dit gebied. Beoogd doel: We analyseren de zone rondom de Energieweg met als doel een scherper beeld te krijgen van wat we in dit gebied willen. Het resultaat is een bouwsteen met daarin teksten ter aanvulling en
7
verduidelijking van de omgevingsvisie. Zo kunnen we zowel lopende als toekomstige ruimtelijke initiatieven in dit gebied in samenhang met elkaar beoordelen. Keuzerichtingen: We focussen op de stroken aan weerszijden van de Energieweg waar sprake is van een overgangszone tussen wonen en werken (industrie). In deze strook willen we meer duiding geven aan welke functies en ontwikkelingen mogelijk zijn in dit gebied. We behouden Park West als buffer tussen woonwijken en TPN-West en onderzoeken of deze nog verder versterkt kan worden. Aanpak: Het bestaande beleid is uitgangspunt. We maken een gebiedsanalyse om te komen tot verduidelijking en mogelijk aanvulling van de beleidskaders die er zijn. Hierbij leggen we ook een relatie met het afwegingskader van het MER (zie volgende paragraaf). Bij de verdere uitwerking worden de belangrijkste stakeholders in het gebied betrokken waaronder de bedrijven via bedrijvenvereniging TPN-West, verschillende eigenaren van percelen rondom de Energieweg en de bewoners via de wijkraden. Dilemma’s: We kiezen voor behoud van TPN-West als locatie voor een circulair en watergebonden industrieterrein met daarbij het streven naar het juiste bedrijf op de juiste plek, passend bij de milieucategorie die volgens het huidige omgevingsplan is toegestaan. Tegelijkertijd streven we naar vermindering van milieudruk op de leefomgeving.
De huidige milieuzones van TPN-West reiken tot over de Energieweg en beïnvloeden omliggende woongebieden zoals woonwijk Hees. Deze ambities kunnen op gespannen voet staan met elkaar.
3.4 Actualisatie milieueffectrapportage Aanleiding: De gemeente heeft een milieueffectrapportage uitgevoerd bij het opstellen van de omgevingsvisie in 2020. Voor de in 2025 vastgestelde omgevingsvisie is geen MER opgesteld, omdat er in deze visie geen nieuwe grootstedelijke ontwikkelingen zijn beschreven. De keuze voor nieuwe woningbouwlocaties (zie paragraaf 3.2) kan mogelijk wel leiden tot nieuwe grootstedelijke ontwikkelingen die mer-plichtig zijn. Dit geeft aanleiding om niet alleen de omgevingsvisie, maar ook het milieueffectrapport te actualiseren. Als eerste stap hiervoor heeft de concept notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) ter inzage gelegen. Er is één zienswijze ontvangen. Deze heeft niet geleid tot aanpassing. De definitieve NRD is opgenomen in bijlage 4. Beoogd doel: Door tegelijkertijd met de actualisatie van de omgevingsvisie ook het milieueffectrapport (MER) uit 2020 te actualiseren, brengen we de milieueffecten goed in kaart en kunnen we onze ruimtelijke keuzes beter motiveren. Ook meten en monitoren we de mogelijke milieueffecten van onze doelen en ambities uit de omgevingsvisie. Keuzerichtingen: Onderdeel van het MER is het ontwikkelen van een uniform afwegingskader (zogenaamde MERbasis). Dit afwegingskader bestaat uit een doelen- en beoordelingskader.
Met een doelenkader wordt afgewogen of beleidsvoornemens goed aansluiten bij de doelen en ambities uit de omgevingsvisie. Met een beoordelingskader wordt uniformiteit gebracht in de wijze waarop de (milieu-)effecten worden beoordeeld. Denk bijvoorbeeld aan het gebruik van vaste indicatoren. Met een uniform afwegingskader is het MER ook bruikbaar bij het opstellen van omgevingsprogramma’s en wijzigingen van het omgevingsplan (die mer-plichtig kunnen zijn). Een ander onderdeel van het MER is het opstellen van een zogenaamde leefomgevingsfoto (LOF). Met deze ‘foto’ wordt de huidige en referentiesituatie van Nijmegen op alle aspecten van het beoordelingskader in beeld gebracht. De foto beschouwen we als nulmeting voor de monitoring van de omgevingsvisie in het kader van de omgevingsmonitor. In de
8
omgevingsvisie is opgenomen dat we elke twee jaar een omgevingsmonitor gaan uitvoeren en dat deze in 2026 voor het eerst zal worden opgesteld. Aanpak: De milieueffectrapportage wordt opgebouwd uit een aantal onderdelen en stappen. De eerste stappen zijn het opstellen van een uniform afwegingskader, een leefomgevingsfoto en het bepalen van alternatieven voor de beoordeling van de milieueffecten. In het kader van de actualisatie van de omgevingsvisie zullen de te onderzoeken alternatieven vooral gericht zijn op de kansrijke gebieden voor woningbouw (zie paragraaf 3.2). Na de beoordeling van deze alternatieven wordt een voorkeursalternatief bepaald dat het vertrekpunt vormt voor de uiteindelijke keuzes in de geactualiseerde omgevingsvisie. De verschillende stappen zijn weergegeven in onderstaande schema:
Afbeelding 2. Aanpak MER Het proces om te komen tot een geactualiseerd milieueffectrapport (MER) verloopt parallel aan het proces van actualisatie van de omgevingsvisie. Tegelijkertijd met deze startnotitie wordt de notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) vastgesteld, waarin de kaders en richtlijnen zijn opgenomen voor het effectenonderzoek in het MER. Tegelijkertijd met de ontwerpomgevingsvisie zal ook het ontwerp-milieueffectrapport ter inzage worden gelegd. Hierop kunnen zienswijzen worden ingediend. Deze zullen worden verwerkt in het definitieve milieueffectrapport die tegelijkertijd met de geactualiseerde omgevingsvisie ter vaststelling aan de gemeenteraad wordt aangeboden. Dilemma’s: Het opstellen van een doelenkader en indicatoren voor de omgevingsvisie vergt goede afstemming met de doelenboom uit de Stadsbegroting. De omgevingsmonitor is daarnaast aanvullend op bestaande monitoringsinstrumenten, zoals de Stads- en Wijkmonitor en verschillende jaarverslagen. Het is efficiënt om daarvan gebruik te maken. De omgevingsmonitor moet dan ook worden beschouwd als een verzamelmonitor en zal geen nieuwe gegevensbronnen bevatten. Indien gewenst kan de monitor de komende jaren verder worden doorontwikkeld en aangevuld.
3.5 Moties en amendementen Bij de vaststelling van de huidige omgevingsvisie op 10 september 2025 zijn twee amendementen en vier moties aangenomen. Hieronder geven we aan of en zo ja, hoe we deze een plek willen geven bij de (eerstvolgende) actualisatie van de omgevingsvisie.
9
amendement De toegankelijke stad Nijmegen Met dit amendement is toegankelijkheid als leidend principe toegevoegd aan de omgevingsvisie. Bij toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen is toegankelijkheid nadrukkelijk een van de aspecten waar rekening mee wordt gehouden. Voor toegankelijkheid in de openbare ruimte hebben wij een handboek opgesteld dat recent is geactualiseerd. Bij de actualisatie van de omgevingsvisie zullen we een verwijzing naar dit handboek opnemen. In dit handboek wordt onderscheid gemaakt naar toegankelijkheidsniveaus gebaseerd op de belangrijkste looproutes, Deze krijgen een plek in de stadsdeeluitwerkingen van de omgevingsvisie. Ook bij woningbouw en voorzieningen hebben we aandacht voor toegankelijkheid. Voor woningbouw hebben we richtlijnen voor levensloopgeschikte woonruimten en rolstoelgeschikte woonruimten opgenomen in onze huisvestingsverordening. Voor maatschappelijke voorzieningen hanteren we de Integrale Toegankelijkheid standaard (ITstandaard) voor toegankelijk bouwen in Nederland. amendement Gezonde lucht voor iedereen Nijmegen Door dit amendement is de omgevingsvisie aangescherpt op het uiterlijk in 2030 voldoen aan de nieuwe EU-richtlijn met luchtkwaliteitsnormen. Om dit doel te bereiken, is recent het omgevingsprogramma luchtkwaliteit vastgesteld waarin een samenhangend pakket aan maatregelen is opgenomen dat we de komende jaren gaan uitvoeren.
Tevens is in dit amendement aangekondigd dat we in de volgende omgevingsvisie een streefdatum opnemen wanneer Nijmegen aan de WHO-advieswaarden wil voldoen. In de actualisatie van de omgevingsvisie zal een onderbouwd tekstvoorstel voor een streefdatum worden opgenomen. motie Een advies is niet voor niets Nijmegen Deze motie roept op om bij toekomstige, ruimtelijke ontwikkelingen zoveel mogelijk de GGD-richtafstand van 25 meter te hanteren tussen woningen en drukke wegen. Omdat hiervoor een juridische regeling moet worden opgesteld, krijgt deze motie een plek in het omgevingsplan en niet in de omgevingsvisie. De motie zal worden uitgevoerd door een planregel in te voeren bij de wijziging van het omgevingsplan 2026-01. motie Niet achteruit maar vooruit Nijmegen In deze motie roept de raad op ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de gezonde leefomgeving in bestaande wijken op zijn minst gelijk blijft en waar mogelijk er verbeteringen plaatsvinden. Ook wil de raad periodiek worden geïnformeerd over de wijze waarop dit uitgangspunt in de praktijk wordt toegepast. Deze motie kent een brede insteek en gaat over aspecten als luchtkwaliteit, geluid en verkeer. We werken dan ook op verschillende fronten aan de uitvoering van deze motie.
Zo zetten we in het kader van de Versnelling mobiliteitstransitie in op maatregelen die bijdragen aan minder of schoner autoverkeer, zoals het stimuleren van het fietsgebruik en openbaar vervoer en het rijden van stillere en schonere bussen. In het omgevingsprogramma (actieplan) geluid zijn maatregelen opgenomen zoals verlaging van de snelheid naar 30 km/h, het aanbrengen van stiller wegdek, geluidsisolatie van woningen en het plaatsen van geluidsschermen. Tenslotte zijn in het omgevingsprogramma luchtkwaliteit concrete maatregelen opgenomen die bijdragen aan het beheersen, voorkomen en verminderen van luchtverontreiniging. De uitvoering van het programma wordt jaarlijks geëvalueerd en de raad wordt hierover jaarlijks geïnformeerd. Ook in de omgevingsmonitor zal aandacht worden besteed aan gezonde leefomgeving. motie It takes a village Nijmegen Deze motie behelst de oproep om bij de aangekondigde verkenningen naar het voorzieningenaanbod en -niveau nadrukkelijk aandacht te besteden aan de impact van vergrijzing en de benodigde voorzieningen daarbij. Het college onderzoekt op welke manier het onderzoek het beste uitgevoerd kan worden. Daarbij start het college stadsbreed. Deze motie maakt nog geen onderdeel uit van de actualisatie van de omgevingsvisie (wijziging 2026), omdat
10
de uitwerking meer tijd vergt. De resultaten van deze verkenningen komen in een later stadium terug in (een volgende actualisatie van) de omgevingsvisie. motie Omgevingsvisie in perspectief Nijmegen Deze motie roept het college op om de veiligheid en het veiligheidsgevoel van vrouwen, meisjes en LHBTIQ+'ers mee te nemen in de ruimtelijk (ontwerp)opgaven. Over de uitvoering van deze motie is de raad geïnformeerd per brief dd. 3 maart 2026. We volgen hierbij vijf sporen: 1) Beleid: meenemen in de Regenboogagenda, Omgevingsvisie en handboek toegankelijkheid. 2) Ontwerp- en toetsingsproces nieuwe openbare ruimte: via bewustwording bij ontwerpers, het uitvoeren van pilots en het project ‘Geef meiden de ruimte’ in samenwerking met HAN. 3) Bestaande openbare ruimte: via bewustwording bij vakinhoudelijke adviseurs (omgang met meldingen). 4) Data: inzicht in veiligheidsbeleving via onderzoek, inzicht in hotspots waar nu veel onveiligheid wordt ervaren en inzicht in de aanpak van andere steden. 5) Communicatie: door middel van een communicatieplan gericht op bewustwording, transparantie en betrokkenheid van de doelgroepen. Verdere toelichting over de uitvoering van de motie zal plaatsvinden bij de reguliere halfjaarlijkse toelichting op de openstaande moties.
In de actualisatie van de omgevingsvisie zal een tekstvoorstel worden opgenomen waarin we expliciet benoemen dat het meenemen van diverse perspectieven en behoeften uitgangspunt vormt voor een inclusieve openbare ruimte.
3.6 Afstemming omgevingsprogramma's De omgevingsvisie vormt de basis voor verdere uitwerking van omgevingsprogramma’s en het omgevingsplan. De omgevingsvisie is kaderstellend en bevoegdheid van de gemeenteraad, terwijl de omgevingsprogramma’s uitvoerend van aard zijn en bevoegdheid van het college. In thematische of gebiedsgerichte omgevingsprogramma’s worden de abstracte doelen uit de visie (voor de lange termijn) vertaald naar concrete maatregelen (voor de korte en middellange termijn). Door de omgevingsvisie en de omgevingsprogramma’s inhoudelijk op elkaar af te stemmen, komen we tot beter uitvoerbaar beleid. In het kader van de actualisatie van de omgevingsvisie zullen we dan ook nagaan of het wenselijk is om verwijzingen naar de omgevingsprogramma’s op te nemen en/of specifieke kaders hiervoor mee te geven. Daarnaast kan het noodzakelijk zijn dat bestaande kaders uit andere (thematische of gebieds-) visies worden verankerd in de omgevingsvisie omdat ze worden vervangen door een omgevingsprogramma. Een aantal omgevingsprogramma’s is inmiddels vastgesteld: Geluid, Water en riolering, Luchtkwaliteit, Stationsdistrict en Regionale energiestrategie (RES 2.0). Het komende jaar werken we aan de volgende omgevingsprogramma's: Volkshuisvesting: dit is een verplicht omgevingsprogramma.
Dit programma komt, na besluitvorming door het Rijk over de Wet versterking regie volkshuisvesting, in plaats van lokale woon- en woonzorgvisies. Het is daarom belangrijk om de kaders en doelen uit de huidige Nijmeegse Woonagenda 2024-2029 en de Nijmeegse Woonzorgvisie 2025-2030 te ‘verhuizen’ naar de omgevingsvisie. In het volkshuisvestingsprogramma werkt het college vervolgens de cambities. Warmte: dit is een verplicht omgevingsprogramma. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat Nederland in 2050 van het aardgas af moet zijn. Om dit te faciliteren geeft de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) gemeenten bevoegdheden om hiermee aan de slag te gaan. Op grond van de Wgiw zijn gemeenten verplicht om een warmteprogramma op te stellen. Dit warmteprogramma vormt een verdere uitwerking van de Warmtevisie Nijmegen 2024 en moet onder andere als grondslag dienen voor het aanwijzen van warmtetransitiegebieden in het omgevingsplan. Stadsvergroening: dit is een vrijwillig omgevingsprogramma. Om als de nabije stad groen en gezond te kunnen groeien werken we de doelen op het gebied van klimaat, groen, gezondheid,
11
biodiversiteit en bodem uit de omgevingsvisie verder uit in concrete maatregelen. Voor de onderlinge samenhang wordt een integraal beeld van de gewenste groene dooradering van de stad opgesteld, een zogenaamde ‘groenblauwe dragende laag’. Deze laag vormt een verdieping op de stadskarakters en stadsdeeluitwerkingen uit de omgevingsvisie. Dukenburg/Kanaalzone Zuid: dit is een vrijwillig omgevingsprogramma. In de omgevingsvisie is opgenomen dat we een gebiedsgericht omgevingsprogramma voor Dukenburg maken. Hiermee wordt de stadsdeeluitwerking voor Dukenburg uit de omgevingsvisie verder uitgewerkt. We onderzoeken of we deze stadsdeeluitwerking willen verbreden met de gebieden aan weerszijden van het Maas-Waalkanaal. Hiervoor is in 2021 het ambitiedocument KanaalzoneZuid opgesteld. Specifiek voor Winkelsteeg is de ontwikkelvisie Winkelsteeg (ook uit 2021) in uitvoering. Binnen de Kanaalzone-Zuid bevinden zich meer deelgebieden die om een nadere uitwerking vragen. Deze zijn in de omgevingsvisie benoemd als kansrijk voor stedelijke transformatie en herstructurering en sluiten aan bij de strategisch ruimtelijke keuze van de ontwikkeling van hoogstedelijke milieus rondom ov knooppunten. Het betreft onder andere deelgebieden rondom ov knooppunt station Dukenburg, zoals de stads-as zuid-west/ Wijchenseweg en winkelcentrum Dukenburg.
De verdere uitwerking hangt ook samen met de keuzes die in de actualisatie van de omgevingsvisie worden gemaakt over het toevoegen van woningen (zie paragraaf 3.2).
4. Vervolgstappen In het kort worden de volgende processtappen doorlopen: Ontwerp-omgevingsvisie en ontwerp-MER (mei-oktober 2026) Bij deze stap maken we de ontwerp-omgevingsvisie en ontwerp-MER. Onderdeel hiervan is het verwerken van de suggesties en wensen van de raad naar aanleiding van deze startnotitie. Ook het gesprek met de stad vindt hoofdzakelijk plaats in deze periode. Zienswijzeprocedure (november 2026-januari 2027) De ontwerp-omgevingsvisie en het ontwerp-MER worden door het college vrijgegeven voor terinzagelegging (gedurende 6 weken). Dit is een wettelijk verplichte stap. De raad wordt hierover per brief geïnformeerd. De zienswijzeperiode start met een inloopbijeenkomst. Afhankelijk van het aantal zienswijzen, duurt het een aantal weken om deze te verwerken. Vaststelling definitieve omgevingsvisie en MER (2e kwartaal 2027) Nadat de zienswijzen zijn verwerkt, wordt de geactualiseerde omgevingsvisie (wijzigingsbesluit) en het geactualiseerde MER ter vaststelling aangeboden aan de gemeenteraad.
Betrokkenheid van de raad De raad wordt op ten minste drie momenten betrokken bij de actualisatie van de omgevingsvisie (en MER): 1) de startnotitie wordt ter bespreking aangeboden aan de raad; 2) de raad wordt geïnformeerd over de terinzagelegging van het ontwerp; 3) de raad wordt geïnformeerd over (de beantwoording van) de zienswijzen en het participatieproces en stelt de definitieve omgevingsvisie (wijzigingsbesluit) vast. Participatie Een van de leidende principes van de omgevingsvisie is: samen met de stad en de regio. We blijven in gesprek met onze inwoners en hebben oog voor de regionale effecten van ons beleid. Volgens de Omgevingswet zijn we bij het vaststellen van een omgevingsvisie verplicht om aan te geven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Daarbij wordt aangegeven op welke manier invulling is gegeven aan het gemeentelijke participatiebeleid.
12
Voor de actualisatie van de omgevingsvisie is een participatieplan opgesteld (zie B&W Besluiten dinsdag 10 februari 2026). Hierin is de verbinding gelegd met het gemeentelijke participatiebeleid voor het ruimtelijk domein. Gezien de beperkte omvang van deze actualisatie wordt een minder uitgebreid participatief proces doorlopen dan bij de vorige omgevingsvisie. Wel bouwen we voort op het opgebouwde netwerk en de overlegstructuren van deze visie. In de omgevingsvisie is opgenomen dat we willen werken aan een continue dialoog in de stad rondom de verdere uitwerking van de omgevingsvisie. Aan deze dialoog nemen zowel bewoners als de gemeente en professionele partijen deel. Daarnaast halen we input op over de specifieke bouwstenen van de actualisatie. Op hoofdlijnen krijgt de participatie vorm via een stadspeiling en stadsgesprek(ken). Daarnaast worden de gemeentelijke adviescommissies en andere vaste overlegpartners gevraagd advies uit te brengen. Tenslotte organiseren we een inloopavond over de ontwerp-omgevingsvisie en het ontwerp-milieueffectrapport. Financiën en uitvoering De omgevingsvisie bevat verschillende ambities en doelen. Deze ambities en doelen zijn grotendeels al vertaald in de stadsbegroting. De kosten voor de actualisatie van de omgevingsvisie en milieueffectrapportage kunnen worden gedekt uit de bestaande middelen.
De concrete maatregelen om de omgevingsvisie uit te voeren, worden opgenomen in verschillende thematische of gebiedsgerichte omgevingsprogramma’s (inclusief een financiële paragraaf). Hierover vindt separate besluitvorming plaats.
Bijlagen 1. 2. 3. 4.
Verkenning Rechtvaardige Stad Onderzoek Toevoegen woningen Verkenning Energieweg Notitie reikwijdte en detailniveau voor de milieueffectrapportage.
13