CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Startnotitie actualisatie omgevingsvisie

Besluitronde (raadsvergadering) 5 april 2023, gemeente NijmegenBij agendapunt: D23 d.d. 28 februari 2023 inzake Startnotitie actualisatie omgevingsvisie7.390 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Startnotitie Actualisatie Omgevingsvisie 28 februari 2023

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan

Samenvatting In Nijmegen komen veel verschillende onderwerpen samen in een beperkte ruimte. Hoe we op de lange termijn ruimte geven aan deze onderwerpen staat in de omgevingsvisie. Zo moet bijvoorbeeld ruimte zijn voor klimaatadaptatie, voor wonen en voor werken.

Waarom werken we de omgevingsvisie bij? De Omgevingswet gaat uit van een zichzelf herhalend proces (cyclus) waarbij de omgevingsvisie steeds aangepast wordt op basis van de laatste inzichten, evaluatie en monitoring. De omgevingsvisie is dus een dynamische visie die eens in de zoveel tijd aangepast moet worden. Met de begroting 2023 is besloten de omgevingsvisie deze coalitieperiode te actualiseren. We willen de omgevingsvisie concreter maken en scherper kiezen. Dat moeten we doen om een goed omgevingsplan te kunnen maken, maar ook om betere belangenafwegingen te kunnen maken. De ruimte van Nijmegen is beperkt. We kunnen niet alles en niet alles past, daarom moeten we scherper afwegen waar bijvoorbeeld woningbouw kan komen en waar ruimte is voor klimaatadaptatie. In 2022 is al een stand van zaken gemaakt waar thema’s voor de actualisatie zijn benoemd (klimaatadaptatie, groen en duurzaamheid). Maar met de actualisatie van de omgevingsvisie kijken we verder dan die thema’s. We werken met de stad aan de opgaven in de fysieke leefomgeving. Dat passen we ook toe bij de actualisatie van de omgevingsvisie. We werken samen met inwoners, bedrijven, instellingen en medeoverheden.

Wat staat in de startnotitie? Met deze startnotitie zorgen we dat het duidelijk is hoe we de omgevingsvisie actualiseren. We maken duidelijk welk doel we nastreven met de actualisatie, wat de scope (omvang) van de actualisatie is, wat de manier van werken is en wat de planning is.

Waarop werken we de omgevingsvisie bij? 1. 2. 3.

Algemene uitgangspunten: hier gaan we in ieder geval vanuit als we de omgevingsvisie actualiseren. Sturing en wettelijke eisen: We actualiseren de omgevingsvisie zo dat helder is hoe we op de fysieke leefomgeving sturen en dat de omgevingsvisie een basis is voor het omgevingsplan. Verdieping: drie onderwerpen diepen we nog verder uit. Het gaat hierbij om ‘leefbare stad en stedelijke verdichting’, ‘duurzaamheid, energietransitie en energienetwerk’ en ‘landelijke, provinciale en regionale aansluiting’.

Pagina 1 van 25

Hoe werken we en wat is de planning? April 2023

April 2023 November 2023 Augustus 2023 februari 2024 Januari 2024 - April 2024 Mei 2024 Augustus 2024

September 2024

• Startnotitie • Inzicht in de opgaven • Opstellen afwegingskader en ontwerpen ontwikkelvarianten • Afwegen en keuzes maken • Ontwerp-omgevingsvisie • Besluitvorming

Pagina 2 van 25

Inhoudsopgave Samenvatting Inhoudsopgave 1. Inleiding 1.1. Ruimtelijk beleid 1.2. Wat is een omgevingsvisie? 1.3. Waarom actualiseren we de omgevingsvisie? 1.4. Wat willen we bereiken met de startnotitie? 1.5. Wat is het resultaat? 1.6. Wat staat in de startnotitie? 2. Omgevingsvisie ‘Stad in beweging’ en ‘Stad in beeld’ 2.1. Belangrijkste keuzes huidige omgevingsvisie 3. Actualisatie omgevingsvisie 3.1. Niveau 1: algemene uitgangspunten 3.2. Niveau 2: sturing en basis voor het omgevingsplan 3.3. Niveau 3: verdieping 4. Manier van werken en planning 4.1. Manier van werken 4.2. Planning 4.3. Participatieplan 5. Bijlage 1: Relevante stukken en websites 6. Bijlage 2: Wettelijke eisen omgevingsvisie 7. Bijlage 3: overzicht 4 opgaven en 8 integrale oplossingen 7.1. Vier opgaven 7.2. Acht richtinggevende keuzes

1 3 4 4 4 4 6 6 6 7 7 10 10 11 13 16 16 17 18 19 20 22 22 22

Pagina 3 van 25

1. Inleiding In Nijmegen komen veel verschillende onderwerpen samen in een beperkte ruimte. Hoe we op de lange termijn ruimte geven aan deze onderwerpen staat in de omgevingsvisie. Zo moet bijvoorbeeld ruimte zijn voor klimaatadaptatie, voor wonen en voor werken. De omgevingsvisie moet bijgewerkt worden. Dat noemen we actualiseren. De gemeenteraad van Nijmegen heeft bij het vaststellen van de begroting 2023 besloten dat deze coalitieperiode te doen. Met deze startnotitie (plan van aanpak) laten we zien hoe we dat willen doen. Niet alles kan. We willen daarom de omgevingsvisie concreter maken door beter uit te leggen wat we willen en hoe we omgaan met belangenafwegingen. In 2020 heeft de gemeenteraad de omgevingsvisie vastgesteld. De omgevingsvisie geeft richting aan de ontwikkeling van Nijmegen. Het laat bijvoorbeeld zien waar extra woningen komen. Maar ook hoe ruimte wordt geboden aan de groei van het aantal banen. De omgevingsvisie van nu stelt dat Nijmegen een compacte en leefbare stad moet blijven. Zo kunnen mensen zich gemakkelijk lopend, fietsend, of met het openbaar vervoer verplaatsen. Het groene omliggende landschap willen we behouden. Verderop in de startnotitie staat een uitgebreide beschrijving van de huidige omgevingsvisie.

1.1.

Ruimtelijk beleid

Ruimtelijke ordening is terug van weggeweest. Dat zien we op landelijk niveau, waar het Rijk heeft besloten om meer regie te nemen. Maar ook op lokale schaal werken we aan de fysieke leefomgeving. Dat doen we samen met onze inwoners, andere overheden (Rijk, provincie, waterschap en Groene Metropool Regio), marktpartijen en instellingen.

1.2.

Wat is een omgevingsvisie?

De Omgevingswet verplicht iedere gemeente om één omgevingsvisie te hebben vanaf 1 januari 2025. Deze nieuwe wet moet zorgen voor een samenhangende aanpak van de leefomgeving, ruimte voor lokaal maatwerk en betere en snellere besluitvorming. Daarnaast wordt participatie bevorderd. De Omgevingswet is nog niet in werking getreden. Het is de bedoeling dat de wet op 1 januari 2024 in werking treedt. In de Omgevingswet staat beschreven waar een omgevingsvisie aan moet voldoen. In een omgevingsvisie staat waar de gemeente met de fysieke leefomgeving op de lange termijn naartoe wil. Het gaat hierbij om een samenhangend strategisch plan. De gemeenteraad stelt de omgevingsvisie vast en maakt strategische keuzes. Het college van B en W werkt het beleid verder uit en verzorgt de uitvoering en verantwoording ervan. De omgevingsvisie moet digitaal beschikbaar zijn in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Fysieke leefomgeving De Omgevingswet gaat over de fysieke leefomgeving. Een begrensde definitie van de fysieke leefomgeving is er niet. Wel staat in de wet wat in ieder geval onder de fysieke leefomgeving valt: bouwwerken, infrastructuur, water, watersystemen, bodem, lucht, landschappen, natuur, cultureel erfgoed en werelderfgoed. Maar een gemeente kan besluiten om meer onderwerpen op te nemen.

1.3.

Waarom actualiseren we de omgevingsvisie?

Hieronder volgen verschillende redenen waarom we de omgevingsvisie willen actualiseren. Het gaat hierbij om inhoudelijke redenen, procesmatige en juridische redenen. De Omgevingswet gaat uit van een zichzelf herhalend proces (cyclus) waarbij de omgevingsvisie steeds aangepast wordt op basis van de laatste inzichten, evaluatie en monitoring. De omgevingsvisie is dus een dynamische visie,

Pagina 4 van 25

waarvan het wenselijk is deze eens in de zoveel tijd te actualiseren. Met de begroting is besloten de omgevingsvisie deze coalitieperiode te actualiseren.

1.3.1.

Coalitieakkoord ‘Ons Nijmegen, Stad van Iedereen’

In 2022 is een nieuw coalitieakkoord gesloten: ‘Ons Nijmegen: Stad van Iedereen’. Hierin staan de ambities voor de periode 2022-2026. Hierbij gaat het onder andere over: de samenwerking met de stad, maatregelen om te komen tot een klimaatbestendige en groene stad, de energie en warmte transitie, voldoende en betaalbare woningen, goede bereikbaarheid, versneld inzetten op mobiliteitsmaatregelen en vergroten van de kansengelijkheid.

1.3.2.

Actualiseren past binnen de Omgevingswet

De Omgevingswet is opgebouwd aan de hand van de beleidscyclus (zie figuur 1). De Omgevingswet gaat uit van een continu proces van beleidsontwikkeling (visie), beleidsdoorwerking (programma) en beleidsuitwerking (plan), waarbij beleid via monitoring en evaluatie voortdurend kan worden gevolgd en aangepast. De omgevingsvisie is dus een dynamische visie.

Figuur 1: beleidscyclus in de Omgevingswet (bron: https://iplo.nl/regelgeving/omgevingswet/beleidscyclus/)

1.3.3.

Concreter maken, dilemma’s en scherper kiezen

We willen de omgevingsvisie concreter maken. Dat moeten we doen om een goed omgevingsplan te kunnen maken, maar ook om betere belangenafwegingen te kunnen maken. De fysieke ruimte van Nijmegen is namelijk beperkt, we kunnen niet alles, niet alles past en kan tegelijkertijd. Hierdoor ontstaan dilemma’s. Die vragen om een belangenafweging, het maken van scherpere keuzes en het bepalen van prioriteit. Door de verdichting die we nastreven komt bijvoorbeeld steeds prominenter de vraag op tafel hoe we moeten omgaan met: klimaatadaptatie, groen en duurzaamheid. Hoe we komen tot een belangenafweging moet goed uitgelegd worden. Op basis van inhoudelijke en bestuurlijke dilemma’s willen we zoeken naar hoe we de omgevingsvisie meer kunnen gebruiken om te sturen op de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving.

1.3.4.

Stand van zaken omgevingsvisie

In 2022 is met een document de stand van zaken van de omgevingsvisie beschreven. Hierin staat dat het op termijn nodig is de omgevingsvisie te actualiseren op gebied van klimaatadaptatie, biodiversiteit en groen (Groene Gezonde Stad). Daarnaast moet versneld worden op de volgende opgaven: woningbouwopgave, groene

Pagina 5 van 25

en gezonde stad, duurzame mobiliteit en energietransitie. In de stand van zaken hebben we een paar opgaven uitgelicht, maar er zijn meer opgaven die de aandacht verdienen bij de actualisatie. Voorbeelden hiervan zijn: erfgoed en gezondheid.

1.3.5.

Aansluiten op het omgevingsplan

We zijn inmiddels gestart met het omgevingsplan. Met twee nota’s van uitgangspunten is hiervoor een basis gelegd. Daarin is ook opgeschreven dat het omgevingsplan kansen biedt voor nieuwe thema’s, aanscherpingen van bestaand beleid en nieuwe mogelijkheden om beleidsambities juridisch te verankeren. Deze kansen en mogelijkheden moeten wel eerst hun basis vinden in de omgevingsvisie, een programma of een beleidsregel. Verderop in deze startnotitie wordt dit verder uitgelegd.

1.3.6.

Aansluiten op landelijke ontwikkelingen

We werken na al samen met het Rijk, provincie en regio aan onze fysieke leefomgeving. Met het actualiseren van de omgevingsvisie ontstaat de kans om goed aan te sluiten op landelijke ontwikkelingen.

1.4.

Wat willen we bereiken met de startnotitie?

Met deze startnotitie beschrijven we hoe het college van B en W de actualisatie van de omgevingsvisie oppakt. We maken duidelijk welk doel we nastreven met de actualisatie, wat de scope (omvang) van de actualisatie is, wat de manier van werken is en wat de planning is.

1.5.

Wat is het resultaat?

Het resultaat is een geactualiseerde omgevingsvisie. Met deze startnotitie zetten we een eerste stap hierin.

1.6.

Wat staat in de startnotitie?

Met de startnotitie gaan we eerst in op de omgevingsvisie van nu. We beschrijven de gemaakte keuzes. Vervolgens laten we zien waarop we de omgevingsvisie willen veranderen. Dit laten we zien op inhoud van de visie en op de sturing van de visie. Daarna beschrijven we de manier van werken en de planning van de actualisatie.

Pagina 6 van 25

2. Omgevingsvisie ‘Stad in beweging’ en ‘Stad in beeld’ Onze ambitie is onder andere om een aantrekkelijke stad te zijn en te blijven. Een aantrekkelijke stad om in te wonen, met goede werklocaties, openbare ruimtes en voorzieningen. Een stad zijn met een gevarieerd woningaanbod dat aansluit bij de vraag van alle nieuwe en bestaande bewoners. Deze ambities en de bijbehorende doelen zijn verwerkt in de vastgestelde omgevingsvisie.

Figuur 2: omgevingsvisiekaart

De ruimtelijke keuze uit de omgevingsvisie om in te zetten op verdichting in onder andere Winkelsteeg en het Stationsgebied heeft ons veel gebracht. De omgevingsvisie heeft de ontwikkeling van deze gebieden versneld, onder andere vanwege de agenderende functie op regionaal-, provinciaal- en rijksniveau.

2.1.

Belangrijkste keuzes huidige omgevingsvisie

In de omgevingsvisie zijn de bestuurlijke opgaven uit het coalitieakkoord (2018-2022) als vertrekpunt gebruikt. Het gaat om de volgende opgaven: de economische veerkrachtige stad, de sociale en gezonde stad, de aantrekkelijke stad en de duurzame stad. In de 8 ruimtelijke keuzes (integrale oplossingen) zijn de opgaven verder uitgewerkt. Hierbij zijn zoveel mogelijk ambities gecombineerd. De omgevingsvisie is de ruimtelijke weerslag van de ambities die we hebben voor Nijmegen. Ruimte is echter een schaars goed. We moeten kiezen welke combinatie van ambities we waar willen maken en op welke plekken.

Pagina 7 van 25

Figuur 3: Opgaven en integrale oplossingen

De opgaven beschrijven waar we heen willen met de stad. In de Ruimtelijke keuzes werken we de opgaven uit, waarbij zoveel mogelijk ambities worden gecombineerd. Hieronder volgt een samenvatting van de huidige omgevingsvisie. Dit is een algemene samenvatting een samenvatting van de 4 opgaven en 8 integrale oplossingen is opgenomen in de bijlage van deze startnotitie.

2.1.1.

Groei binnen de bestaande stad

Nijmegen is een stad voor iedereen en een stad waar iedereen welkom is. Een inclusieve stad waar inwoners mogen zijn wie ze zijn, rekening wordt gehouden met anderen en waar aandacht is voor wie hulp nodig heeft. Een stad die ook in de toekomst ruimte blijft bieden aan eigen initiatief. Nijmegen blijft groeien, in aantal inwoners, werknemers en bezoekers. We streven ernaar om deze groei binnen de huidige stad te laten plaatsvinden. De ruimte die nodig is voor de extra te bouwen woningen en banen zoeken we in de focusgebieden Waalsprong, Waalfront, centrum/stationsomgeving, Kanaalzone/ Winkelsteeg en Heyendaal en in de kansrijke economische sectoren, zoals Health & High Tech. Zo laten we het prachtige landschap om ons heen intact. Bovendien houden we met groei en verdichting het draagvlak voor een goed voorzieningenniveau in stand.

2.1.2.

Compacte een leefbare stad

Nijmegen blijft een compacte stad met een duidelijke identiteit, waar het door functiemenging en slimme combinaties aantrekkelijk is om te wonen en te verblijven. Waar het groen van buiten de stad als aders de stad in komt. Daarmee is er ruimte voor biodiversiteit en dieren en kunnen we de gevolgen van de klimaatverandering opvangen. Aandacht voor klimaatadaptatie is uitgangspunt bij ruimtelijke ontwikkeling. Met een gunstig ondernemersklimaat met financieel gezonde en hoogwaardige bedrijven. Nijmegen biedt volop ruimte aan voetgangers en fietsers. Met een sterk openbaarvervoernetwerk houden we de stad leefbaar en bereikbaar.

2.1.3.

Duurzame stad

We werken met elkaar en met de regio aan de transformatie naar een duurzame stad, waarin we energie duurzaam opwekken en daar efficiënt mee omgaan. En waarin we toe werken naar een circulaire economie.

2.1.4.

We werken samen en geven ruimte

Samen met onze partners en de bewoners van Nijmegen werken we aan de stad van de toekomst. Hierbij geven we ruimte aan initiatieven, als die de kwaliteit van de stad ten goede komen.

Pagina 8 van 25

2.1.5.

Nijmegen centraal in de regio

Nijmegen is centrumstad in de regio Arnhem-Nijmegen. Die regio is het grootste stedelijk netwerk en het economische zwaartepunt van Oost-Nederland. Gunstig gelegen tussen de Randstad en Nordrhein-Westfalen is het de natuurlijke schakel tussen Nederland en Duitsland. De regio kent prachtige landschappen, die we in stand willen houden. Grote opgaven op het gebied van mobiliteit, duurzaamheid, economie en wonen pakken we samen aan.

Pagina 9 van 25

3. Actualisatie omgevingsvisie Wat zijn de thema’s waarop we de omgevingsvisie willen actualiseren? Dat staat in dit hoofdstuk van de startnotitie beschreven. De beschrijving volgt drie niveaus: 1. Algemene uitgangspunten: hier gaan we in ieder geval vanuit als we de omgevingsvisie actualiseren. 2. Sturing en wettelijke eisen: We actualiseren de omgevingsvisie zo dat helder is hoe we op de fysieke leefomgeving sturen en dat de omgevingsvisie een basis is voor het omgevingsplan. 3. Verdieping: drie onderwerpen diepen we nog verder uit. Het gaat hierbij om ‘leefbare stad en stedelijke verdichting’, ‘duurzaamheid, energietransitie en energienetwerk’ en ‘landelijke, provinciale en regionale aansluiting’. De drie niveaus staan niet op zichzelf, maar staan met elkaar in verbinding. Zo betekent een integrale benadering dat de onderwerpen op niveau drie niet los van elkaar staan. Meer uitgewerkte begrippen betekent ook dat we belangenafwegingen scherper kunnen maken. De omgevingsvisie concreter maken betekent dat de omgevingsvisie een betere basis biedt voor het omgevingsplan.

Niveau 1: Algemene uitgangspunten 4 opgaven en 8 ruimtelijke keuzes Integale benadering

Niveau 2: Sturing en basis voor omgevingsplan

Concreter maken Belangenafweging centraal

Voldoen aan de wettelijke eisen

Niveau 3: Verdieping

Begrippen uitwerken

Oog voor flexibiliteit Inzet van instrumenten

3.3.1. Landelijke, provinciale en regionale aansluiting

3.3.2. Energiesysteem

3.3.3. Verdichting

Digitaal

Figuur 4: Niveaus actualisatie omgevingsvisie

3.1.

Niveau 1: algemene uitgangspunten

Waar houden we ons aan vast tijdens de actualisatie? Dat staat in de algemene uitgangspunten. Deze uitgangspunten zijn: • We houden vast aan de 4 opgaven en 8 integrale oplossingen. De omgevingsvisie maken we voor de lange termijn. De kern van de omgevingsvisie moet dus staan en niet te veel veranderen. Inwoners, instellingen, bedrijven en toekomstige gebruikers moeten houvast hebben. Wel maken we de omgevingsvisie concreter en willen we kiezen tussen dilemma’s. Tegelijkertijd staan we open voor recente ontwikkelingen. • De thema’s worden zoveel als mogelijk in zijn geheel (integraal) bekeken. Dit is in lijn met de bedoeling van de Omgevingswet. We onderzoeken in deze actualisatie waar beleidsambities botsen (botsproeven) en waar kansen ontstaan om ambities samen op te pakken (meekoppelkansen). • We willen de omgevingsvisie concreter maken. Enerzijds hebben we dat nodig voor het omgevingsplan, anderzijds hebben we dat nodig om beter te kunnen kiezen en duidelijke kaders te kunnen meegeven aan de uitvoering.

Pagina 10 van 25

• •

•

De fysieke ruimte van Nijmegen is beperkt. Niet alles past en kan. We willen daarom scherper kiezen tussen verschillende belangen. Daarom staat de belangenafweging centraal. We houden oog voor flexibiliteit. De wereld staat niet stil, kijk maar naar de recente geopolitiekeontwikkelingen. Nieuwe opgaven en dilemma’s kunnen ontstaan. Het is daarom belangrijk om niet alleen richting bepalen, maar ook ruimte te houden voor flexibiliteit. Dit kan op gespannen voet komen te staan met de ambitie om meer te kiezen. We digitaliseren de omgevingsvisie zodat het via het DSO zichtbaar is en we voldoen aan de wettelijke eisen.

3.2. 3.2.1.

Niveau 2: sturing en basis voor het omgevingsplan Sturing

In de huidige omgevingsvisie is opgeschreven wat de rol van de gemeente is. Zo staat altijd het algemeen belang centraal, willen we ruimte geven aan initiatieven en is participatie een belangrijk uitgangspunt bij het maken van ruimtelijke plannen. Ondanks deze principes kijken we met de actualisatie van de omgevingsvisie ook naar de manier van sturing. Hierbij staat de vraag centraal: ‘hoe geven we sturing aan de fysieke opgaven en welke (mix van) instrumenten gebruiken we daarbij?’ Hoe willen we het beleidshuis vormgeven en sturen we gebiedsgericht of centraal?

Aanleiding: sturingsfilosofie Om goed te kunnen sturen op de fysieke opgaven moet een sturingsstijl worden gekozen. De stijl hangt af van de omstandigheden en maatschappelijke opgave. De sturingsstijl bestaat uit onze overheidsrol (uitvoeren, reguleren, samenwerken of ondersteunen) plus de instrumentenmix die we kiezen. De basis voor de keuzes, en de uitwerking van de concrete sturingsstijl, staan in de omgevingsvisie. Dit wordt de sturingsfilosofie genoemd. De sturingsfilosofie gaat vooral over onze rol en die van anderen bij het oplossen van de maatschappelijke opgaven. Voor welke onderwerpen is de gemeente verantwoordelijk? Wat verwachten we van inwoners, instellingen en bedrijven? De omgevingsvisie moet actueel zijn. Er zijn verschillende mogelijkheden om dit te doen. Dit is afhankelijk van de gekozen sturingsfilosofie en de detaillering van de Omgevingsvisie. Met deze actualisatie schetsen we proces voor de komende actualisaties en hebben we aandacht voor het vormgeven van de monitoring en evaluatie.

Opgave: Inzet van instrumenten De Omgevingswet bevat zes kerninstrumenten: de omgevingsvisie, het programma, decentrale regels, (omgevingsplan voor gemeente) algemene rijksregels, omgevingsvergunning en het projectbesluit. In de geactualiseerde omgevingsvisie nemen we op welke instrumenten (waaronder de instrumenten uit de Omgevingswet) we willen inzetten en hoe we ze inzetten. Voornamelijk voor het instrument programma willen we deze afweging maken. Vragen die hierbij spelen zijn: Wat is de juiste inzet voor Nijmegen? Wat is de juiste mix van instrumenten? Welke kansen biedt de inzet van het programma? Wat zijn de gevolgen voor bestaande beleidsstukken?

Programma en de Omgevingswet In een programma wordt het strategische beleid uit de omgevingsvisie verder uitgewerkt. Het geeft hiermee invulling aan de ambities uit de omgevingsvisie. Er zijn vier soorten programma’s: onverplicht programma (vrijwillig programma), verplicht programma volgt uit Europese regelgeving, verplicht programma bij (dreiging van) overschrijding omgevingswaarde en programmatische aanpak. Nu hoeven we geen verplichte programma’s

Pagina 11 van 25

te maken, dat kan wel komen. We zijn bijvoorbeeld voor industrieterreinen verplichten een omgevingswaarde op te nemen. Als die waarde wordt overschreden, dan moeten we een programma opstellen.

Verhouding omgevingsvisie en programma In het algemeen geldt als uitgangspunt dat de omgevingsvisie het kaderstellend en strategisch beleid bevat. Het programma is een uitwerking daarvan. Beide instrumenten hebben een verschillend doel. Bij een omgevingsvisie gaat het om het vastleggen van strategisch omgevingsbeleid. Op strategisch niveau worden verbanden in de fysieke leefomgeving gelegd en wordt één overkoepelend en richtinggevend beeld voor de langere termijn vastgelegd dat moet leiden tot een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. In een programma kan de uitwerking van beleid plaatsvinden: bepaalde beleidsthema’s of gebiedsontwikkelingen worden hierin geconcretiseerd.1 OMGEVINGSVISIE PROGRAMMA KARAKTER

Strategisch, integraal, politiek-bestuurlijk

INHOUD

Ontwikkeling, gebruik, beheer, bescherming, en

Uitwerking beleid voor bepaalde sector of

behoud van de fysieke leefomgeving als geheel

bepaald gebied

Eén integraal ontwikkelingsbeleid voor de fysieke

(Multi-)sectoraal, inzetten op afstemming,

leefomgeving

coördinatie verschillende domeinen

Lange termijn

Korte termijn

Basis voor het handelen van het visie vaststellend

Basis voor inzet maatregelen over het

bestuursorgaan en voor programma's

betreffende onderwerp

Bindt enkel het visie vaststellend orgaan

Bindt enkel het programma vaststellend

(zelfbindend)

orgaan (zelfbindend)

Gemeenteraad

College van B en W

Uitvoeringsgericht, (multi-)sectoraal, strategische elementen mogelijk

SAMENHANG TUSSEN DOMEINEN HORIZON WERKING JURIDISCHE STATUS VASTSTELLING

Figuur 5: Vergelijking omgevingsvisie en programma

3.2.2.

Concreter maken, wettelijke eisen en aansluiting op het omgevingsplan

Centraal staat het concreter maken van de omgevingsvisie, de wettelijke eisen voor een omgevingsvisie en de aansluiting op het omgevingsplan. Hoe kunnen we de omgevingsvisie actualiseren zodat deze voldoet aan de wettelijke eisen? Hoe kunnen we de omgevingsvisie actualiseren zodat deze de juiste handvatten biedt voor het omgevingsplan? Hoe stellen we de omgevingsvisie op zodat deze voldoet aan de eisen op het gebied van digitalisering?

Aanleiding De Omgevingswet schrijft voor waar een omgevingsvisie aan moet voldoen (zie bijlage 2). Dit zijn de wettelijke eisen. In 2020 is de omgevingsvisie al in lijn met deze wettelijke eisen opgesteld. Ook bij deze actualisatie is dit het uitgangspunt. De omgevingsvisie moet, net als een programma en het omgevingsplan, digitaal raadpleegbaar zijn via het DSO. Bij het opstellen van de Omgevingsvisie houden we hier rekening mee. In de Nota van uitgangspunten voor het omgevingsplan Nijmegen deel 2 staan onderwerpen die hun basis moeten vinden in de omgevingsvisie. In de nota is opgeschreven dat er nog kansen zijn voor nieuwe thema’s, aanscherpingen van bestaand beleid en nieuwe mogelijkheden om beleidsambities te verankeren. Deze kansen en mogelijkheden moeten wel eerst hun basis vinden in de omgevingsvisie, een programma of een beleidsregel. Hierbij gaat het onder andere om: gezondheid, toegankelijkheid, duurzaamheid, klimaatadaptatie, luchtkwaliteit, en natuurinclusief bouwen. Aanvullend daarop kijken we naar cultuurhistorie.

1

Omgevingswet, MvT bij artikel 3.4.

Pagina 12 van 25

Opgave We maken de omgevingsvisie concreter. We leggen de omgevingsvisie langs de wettelijke eisen. Als het nodig is passen we de omgevingsvisie aan op deze wettelijke eisen. We zorgen dat de omgevingsvisie een basis is voor het omgevingsplan.

3.3. 3.3.1.

Niveau 3: verdieping Nijmegen in landelijk en regionaal perspectief

Nijmegen is geen eiland. Europees, landelijk, provinciaal en regionaal beleid heeft effect op de stad. Sinds het vaststellen van de omgevingsvisie in 2020 zijn hier ontwikkelingen op geweest. Centraal staat de aansluiting op de meest recente landelijke, provinciale en regionale ontwikkelingen.

Rijksbeleid en het ruimtelijk arrangement Het Rijk heeft sterker dan voorheen de regie op de fysieke leefomgeving naar zich toegetrokken. Het Rijksbeleid staat in de NOVI en bijbehorende programma’s. Het Rijk heeft provincies gevraagd om de nationale ambities te vertalen naar de provinciale schaal. Dit moet voor de zomer van dit jaar in concept klaar zijn. Uiteindelijk zal hiermee de NOVI worden geactualiseerd. De ruimtelijke puzzel noemt het Rijk het Ruimtelijk Arrangement. Aan de hand van drie perspectieven, overkoepelende thema’s en de opgave water en bodem sturend moet deze puzzel gelegd worden. Samen met de provincie werken we binnen de verstedelijkingsstrategie aan het arrangement. Het is belangrijk om het Rijksbeleid en de uitkomsten van het arrangement goed te volgen. Deze kunnen van invloed zijn op de Nijmeegse omgevingsvisie. Indien nodig moet dit verwerkt worden tijdens het actualisatieproces.

NOVEX en woondeal Via NOVEX-gebieden werkt het Rijk samen met provincies, gemeenten en waterschappen aan gebiedsontwikkeling. Dit zijn gebieden waar veel ruimtelijke opgaven samenkomen. Een van deze NOVEXgebieden is Arnhem Nijmegen Foodvalley. In 2023 is de Woondeal geactualiseerd. In 2020 zijn gemeenten binnen de Groene Metropoolregio, provincie Gelderland en Rijk een langjarig partnerschap aangegaan voor een beter werkende woningmarkt. In de Woondeal staan afspraken over continuïteit en versnelling van de bouwproductie, verstedelijking en gebiedsontwikkeling, huisvesting van aandachtsgroepen, klimaatadaptieve, conceptuele en circulaire woningbouw en leefbaarheid. Het Rijk stuurt via 17 grootschalige NOVEX-woningbouwlocaties op versnelling en realisatie van woningbouw. Het Stationsgebied (inclusief Waalfront en de Binnenstad) en de Kanaalzone-Zuid zijn twee van deze gebieden. In deze gebieden draagt het Rijk financieel en in kennis actief bij.

Groene Metropoolregio Met de Groene Metropoolregio werken we aan een langetermijnplanning van toekomstige woon- en werklocaties tot 2040: de Verstedelijkingsstrategie. Deze strategie laat zien hoe de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen samen met partners (Rijk, provincie en gemeenten) de groei van landschap, wonen, economie en mobiliteit goed vormgeeft.

Opgave De omgevingsvisie sluit waar mogelijk logisch aan op landelijke, provinciale en regionale ambities. Verder komen er nieuwe en aangescherpte wettelijke grenswaarden en zijn er nieuwe gezondheids-advieswaarden, die de komende jaren in ons beleid en maatregelenprogramma’s verwerkt moeten gaan worden.

Pagina 13 van 25

3.3.2.

Duurzaamheid, energietransitie en energienetwerk

In de stand van zaken is omschreven dat we de omgevingsvisie moeten actualiseren op duurzaamheid en dat de energietransitie hapert. We willen in 2045 een volledig duurzame energievoorziening hebben. We willen dat de stad klimaatadaptief is. Hoe gaan we dit bereiken?

Aanleiding In de omgevingsvisie zijn de doelen en duurzaamheidsambities opgenomen. Nijmegen wil een volledig circulaire stad zijn, waarin geen grondstoffen verloren gaan. Nijmegen heeft een volledig duurzame energievoorziening in 2045 (energieneutraal en aardgasvrij). De regionale hoofddoelstelling is om in 2030 de CO2-uitstoot met 55% te verminderen. We willen dat de stad bestand is tegen de gevolgen van klimaatverandering (klimaatadaptatie).

Opgave Wat verstaan we precies onder duurzaamheid en wat betekent dit voor de fysieke leefomgeving? De omslag van fossiele naar duurzame energie vraagt een andere invulling van de ruimte. Wat zijn de kansen en knelpunten die ontstaan bij de uitvoering van onze concrete doelen? Welke ruimteclaims zijn nodig (bijvoorbeeld op het gebied van klimaatadaptatie)? De groei van de stad zorgt voor meer afval en een grotere bouwopgave. Hoe gaan we zo circulair mogelijk om met onze (bouw)materialen? Hoe verlagen we onze CO2-uitstoot?

3.3.3.

Leefbare stad en stedelijke verdichting

Nijmegen groeit qua inwoneraantal. De stad wordt hierdoor steeds intensiever gebruikt. Wonen, werken, voorzieningen, wegen, water en groen hebben allemaal ruimte nodig. Hoe zorgen we ervoor dat Nijmegen een leefbare compacte stad blijft?

Aanleiding Nijmegen groeit de komende jaren. Het is onze ambitie om zowel in aantal inwoners als economisch te groeien. We willen deze groei binnen de huidige grenzen van de stad laten plaatsvinden. Het grootste deel van de groei laten we plaatsvinden in de focusgebieden Waalsprong, Waalfront, centrum/stationsomgeving, Kanaalzone/ Winkelsteeg en Heyendaal en in de kansrijke economische sectoren, zoals Health & High Tech. In Nijmegen komen veel opgaven samen: voldoende betaalbare en passende huisvesting voor iedereen, voldoende ruimte voor bedrijvigheid/economische functies, duurzame werkgelegenheid, een goed vestigings- en ondernemingsklimaat, voldoende ruimte voor klimaatadaptatie en biodiversiteit, een passend voorzieningenniveau, een veilige stad, de plaats van cultuur, de omgang met het waardevolle erfgoed en ruimte voor de energietransitie. De groei van de stad zal zich de komende jaren ook vertalen in een groeiende mobiliteitsvraag. Al die verschillende opgaven bijeen in een beperkte ruimte (binnen de randen van de stad), maken het noodzakelijk om ze in samenhang op te pakken. Enkel op die manier houden we onze stad leefbaar en aantrekkelijk. Echter, omdat de ruimte beperkt is, moet er gekozen worden en gebruik gemaakt worden van creatieve oplossingen.

Opgave Binnen dit thema stellen we onszelf de vraag hoe we invulling geven aan de stedelijke ontwikkeling van Nijmegen. Wat is nodig om de groei van woningen en banen te laten plaatsvinden binnen een gezonde leefbare stad? Hierbij hebben we aandacht voor een veelvoud aan onderwerpen: volkshuisvesting, economische ontwikkeling, klimaatadaptatie, biodiversiteit en groen, energietransitie, ruimtelijke kwaliteit, sociale leefbaarheid, inclusieve samenleving, gemengde wijken, veiligheid, bereikbaarheid, erfgoed, water en bodem sturend, ondergrondse ordening, bodemkwaliteit, milieuaspecten en een gezonde leefomgeving. Het klassieke vraagstuk tussen ruimte voor wonen en werken komt in deze opgave terug.

Pagina 14 van 25

Wat geven we prioriteit? Wat doen we wel en wat doen we niet? Welke inrichtings- en ontwerpprincipes kunnen we toepassen. Dit verschilt ook per gebied. De binnenstad kent weer andere opgaven dan Dukenburg. We zijn al volop aan de slag in onze prioritaire gebieden. Daar doen we veel ervaring op met binnenstedelijk bouwen. Daarnaast doen we onderzoek naar ontwerp- en inrichtingsprincipes voor binnenstedelijk bouwen. We gebruiken voor deze opgave de inzichten uit lopende gebiedsvisies, beleidstrajecten en onderzoekstrajecten.

Pagina 15 van 25

4. Manier van werken en planning Op hoofdlijnen wordt de manier van werken beschreven. Het actualiseren van de omgevingsvisie is een uitgebreid en complex proces. We hebben zicht op onze opgaven, maar weten niet alles. Zo zit ook veel kennis bij inwoners, bedrijven en instellingen. De manier van werken en de planning geven houvast, maar zijn niet in beton gegoten. Gedurende het proces is het daarom belangrijk om regelmatig te kijken of we op koers liggen. In Nijmegen willen we graag met de stad aan opgaven werken. Dat passen we ook toe bij de actualisatie van de omgevingsvisie. We werken hierin samen met inwoners, bedrijven, instellingen en medeoverheden.

4.1.

Manier van werken

Hieronder volgen de stappen die we willen zetten. In de praktijk is het niet zo dat we een stap volledig afronden voor we naar de volgende stap gaan. Maar het geeft ons houvast in de complexe en weerbarstige opgave van het actualiseren van de omgevingsvisie.

Stap 0: startnotitie Met deze startnotitie beschrijven we hoe het college de actualisatie van de omgevingsvisie oppakt. We maken duidelijk welk doel we nastreven met de actualisatie, wat de scope (omvang) van de actualisatie is, wat de manier van werken is en wat de planning is.

Stap 1: inzicht in de opgaven Met deze stap willen we meer inzicht in de opgaven. We verzamelen informatie per opgave, maken de informatie bruikbaar voor verdere analyse, maken de opgave overzichtelijk met beleidsuitgangspunten, belangen, aandachtspunten, tegenstrijdigheden, mogelijke knelpunten, meekoppelkansen en meest recente (beleids-) ontwikkelingen. Tijdens deze stap is ruimte voor de eerste participatie waarbij we eerste wensen en belangen willen onderzoeken. Op basis van de inzichten die we deze stap opdoen kunnen de opgaven nog aangepast / aangescherpt worden.

Lopende onderzoekstrajecten We hebben al veel informatie tot onze beschikking. In aanvulling daarop lopen al verschillende onderzoekstrajecten. Niet alle onderzoekstrajecten zijn op hetzelfde moment afgerond. Wanneer de uitkomsten van deze trajecten beschikbaar zijn, dan verwerken we die voor de omgevingsvisie. Voorbeelden van lopende onderzoekstrajecten zijn: Regionaal woonbehoefteonderzoek (q1 2023), Onderzoek ontwerp- en inrichtingsprincipes binnenstedelijk bouwen (q2 2023), Stads- en wijkmonitor 2023 (circa april 2023) en Kantorenmarktonderzoek. We gebruiken zo veel als mogelijk onze geo-informatiesystemen.

Lopende gebiedsvisies en beleidstrajecten We wachten niet af tot de omgevingsvisie volledig is geactualiseerd voordat we nieuwe gebiedsvisies en beleidstrajecten opstarten. Dat zou ongewenst zijn, omdat we daarmee te lang moeten wachten op antwoorden op maatschappelijke vraagstukken. Uitgangspunt blijft dat afwegingen op strategisch stedelijk niveau in de omgevingsvisie worden gemaakt. In de omgevingsvisie bepalen we de strategische doelen. In gebiedsvisies en beleidstrajecten werken we die verder uit. Tussen de omgevingsvisie en gebiedsvisies en beleidstrajecten bestaat een wisselwerking. Gebiedsvisies moeten voldoen aan de doelen uit de omgevingsvisie, maar we kijken bij gebiedsvisies naar specifieke gebiedskenmerken. De Stationsomgeving kent weer andere opgaven dan bijvoorbeeld Dukenburg. De ervaringen en praktijkkennis die we opdoen in gebiedsvisies en beleidstrajecten verwerken we in de actualisatie van de omgevingsvisie.

Pagina 16 van 25

Wanneer uitkomsten van gebiedsvisies en beleidstrajecten bekend zijn, dan verwerken we die gedurende de actualisatie van de omgevingsvisie. Voorbeelden van (lopende) gebiedsvisies en beleidstrajecten: • Uitwerking Winkelsteeg; • Gebiedsvisie Stationsomgeving; • Gebiedsvisie Energieweg; • Gebiedsvisie Campus Heyendaal; • Koers voor de binnenstad; • Uitvoeringsagenda wonen; • Klimaatadaptatiestrategie; • Biodiversiteitsplan; • Transitievisie warmte; • Cultuurhistorische waardenkaart; • Geurbeleid i.r.t. TPN-west; • Versnelling mobiliteitstransitie; • Beleid mobiliteitshubs; • Woon- zorgvisie, regionaal (GMR) en lokaal; • Kantorenmarktbeleid en beleid werklocaties; • Participatiebeleid voor het Ruimtelijk Domein;

Stap 2: opstellen afwegingskader en ontwerpen opties Wat vinden we belangrijk bij de in hoofdstuk 3 besproken onderwerpen? In stap 2 werken we voor niveau 2 naar een verder uitwerking en voor niveau 3 (aansluiting regio, energiesysteem en verdichting) naar een afwegingskader. Het doel is criteria te ontwikkelen waarop een belangenafweging gemaakt kan worden. Want niet alles past en kan. We ontwikkelen daarom een aantal logische en realistisch uitvoerbare varianten. In deze fase zal weer ruimte zijn voor participatie. Een voorbeeld is een week van de stad.

Stap 3: afwegen en keuzes maken Op basis van het afwegingskader worden varianten en opties gewogen. Het doel van deze zeer complexe stap is het maken van een keuze voor een of meer varianten. In deze stap zullen dilemma’s op tafel komen, zijn we scherp op de uitvoerbaarheid en moet vervolgens ook een belangenafweging (scherpere keuzes) gemaakt worden. In deze fase zal participatie plaatsvinden.

Stap 4: ontwerp-omgevingsvisie Het college legt de ontwerp-omgevingsvisie ter inzage (gedurende zes weken). Naast de formele manier voor belangstellende om een zienswijze te geven, onderzoeken we een extra participatieronde.

Stap 5: besluitvorming Aan de hand van de beantwoording van de zienswijzen wordt de ontwerp-omgevingsvisie omgevormd naar een vast te stellen visie.

4.2.

Planning

Onderstaande tabel laat de planning op hoofdlijnen zien. Zoals eerder beschreven geeft dit houvast, maar kan gedurende het actualisatieproces veranderen.

Pagina 17 van 25

Stap jan-23 feb-23 mrt-23 apr-23 mei-23 jun-23 0 Startnotitie 1 inzicht in de opgaven 2 afwegingskader en varianten 3 keuzes maken 4 ontwerp omgevingsvisie 5 besluitvorming Figuur 6: planning actualisatie omgevingsvisie

4.3.

jul-23 aug-23 sep-23 okt-23 nov-23 dec-23

jan-24 feb-24 mrt-24 apr-24 mei-24 jun-24

jul-24 aug-24 sep-24

Participatieplan

Participatie is een belangrijk onderdeel van het actualisatietraject van de omgevingsvisie. Een omgevingsvisie maken we namelijk niet alleen, maar samen met de stad. Het college maakt op basis van deze startnotitie een participatieplan. Met het participatiebeleid worden drie doelen nagestreefd: verbeteren van de betrokkenheid van inwoners, participatie transparant te laten verlopen en de inhoudelijke kwaliteit van besluiten verbeteren. Voor het participatieplan van de omgevingsvisie worden nog specifieke doelen geformuleerd. Die doelen worden opgenomen in het participatieplan. Het college doorloopt het participatieproces op basis van het door de gemeenteraad vastgestelde participatiebeleid voor het ruimtelijk domein. De omgevingsvisie gaat over een breed onderwerp: ‘de fysieke leefomgeving van Nijmegen’. Aanvullend voor de omgevingsvisie is daarom in het participatiebeleid opgenomen dat participatie niet generiek plaats zal vinden, maar gericht zal zijn op diverse deelaspecten van de omgevingsvisie. Anders bestaat het risico dat het traject te algemeen wordt.

Pagina 18 van 25

5. Bijlage 1: Relevante stukken en websites • • • • • • •

• • • • • • • •

Omgevingsvisie “Stad in Beweging”: Document Nijmegen - Bijlage 2 Nijmegen stad in beweging omgevingsvisie 2020-2040 - iBabs RIS (bestuurlijkeinformatie.nl) Omgevingsvisie “Stad in Beeld”: Document Nijmegen - Bijlage 3 Stad in beeld Juni 2020 - iBabs RIS (bestuurlijkeinformatie.nl) Voortgang Omgevingsvisie juni 2022: Document Nijmegen - Voortgang Omgevingsvisie 2022 - iBabs RIS (bestuurlijkeinformatie.nl) Brief proces actualisatie omgevingsvisie: Document Nijmegen - Brief aan de raad Proces actualisatie omgevingsvisie - iBabs RIS (bestuurlijkeinformatie.nl) Nota van uitgangspunten voor het omgevingsplan Nijmegen deel 1: Document Nijmegen - Nota van uitgangspunten voor het omgevingsplan deel 1 - iBabs RIS (bestuurlijkeinformatie.nl) Nota van uitgangspunten voor het omgevingsplan Nijmegen deel 2: Document Nijmegen - Nota van uitgangspunten voor het omgevingsplan Nijmegen deel II - iBabs RIS (bestuurlijkeinformatie.nl) Brief actualisatie woonbeleid en prestatieafspraken in 2023: Document Nijmegen - Brief aan de raad Actualisatie woonbeleid en prestatieafspraken met woningcorporaties en huurdersorganisaties in 2023 iBabs RIS (bestuurlijkeinformatie.nl) Brief Biodiversiteit in Nijmegen: Document Nijmegen - Raadsbrief Biodiversiteit in Nijmegen - iBabs RIS (bestuurlijkeinformatie.nl) Raadsvoorstel Notitie cultuurhistorische waardenkaart: Document Nijmegen - Raadsvoorstel Notitie

cultuurhistorische waardenkaart - iBabs RIS (bestuurlijkeinformatie.nl) Informatie Winkelsteeg: Winkelsteeg Nijmegen - Winkelsteeg Nijmegen Informatie Stationsgebied: Stationsgebied - Nijmegen Informatie Waalfront: Waalfront - Dossiers - Over de gemeente - Gemeente Nijmegen Informatie NOVI: Nationale Omgevingsvisie (NOVI) - De Nationale Omgevingsvisie Informatie Groene Metropoolregio: Home | Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen Informatie provinciale omgevingsvisie: Omgevingsvisie Gaaf Gelderland

Pagina 19 van 25

6. Bijlage 2: Wettelijke eisen omgevingsvisie De Omgevingswet schrijft voor waar een gemeentelijke omgevingsvisie aan moet voldoen. Hieronder staan de meest relevante artikelen genoemd. De volledige wet is te raadplegen via: Staatsblad 2016, 156 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen (officielebekendmakingen.nl) Artikel 1.2 (fysieke leefomgeving) 1. Deze wet gaat over: a. de fysieke leefomgeving, en b. activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. 2.De fysieke leefomgeving omvat in ieder geval: a. bouwwerken, b. infrastructuur, c. watersystemen, d. water, e. bodem, f. lucht, g. landschappen, h. natuur, i. cultureel erfgoed, j. werelderfgoed. Artikel 1.3 (maatschappelijke doelen van de wet) Deze wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang: a. Bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, en b. Doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. AFDELING 3.1 OMGEVINGSVISIES Artikel 3.1 (vaststellen omgevingsvisie) 1. De gemeenteraad stelt een gemeentelijke omgevingsvisie vast. 2. Provinciale staten stellen een provinciale omgevingsvisie vast. 3.

Onze Minister stelt, in overeenstemming met Onze Ministers die het aangaat, een nationale omgevingsvisie vast. Artikel 3.2 (inhoud omgevingsvisie) Een omgevingsvisie bevat, mede voor de uitoefening van de taken en bevoegdheden, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid: a. Een beschrijving van de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, b. De hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied, c. De hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving te voeren integrale beleid. Artikel 3.3 (doorwerking beginselen) In een omgevingsvisie wordt rekening gehouden met het voorzorgsbeginsel, het beginsel van preventief handelen, het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron dienen te worden bestreden en het beginsel dat de vervuiler betaalt.

Pagina 20 van 25

AFDELING 3.2 PROGRAMMA’S Artikel 3.4 (vaststellen programma) Het college van burgemeester en wethouders, het dagelijks bestuur van het waterschap, gedeputeerde staten en Onze Minister of Onze Minister die het aangaat kunnen programma’s vaststellen. Artikel 3.5 (inhoud programma) Een programma bevat, mede voor de uitoefening van de taken en bevoegdheden, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, voor een of meer onderdelen van de fysieke leefomgeving: a. Een uitwerking van het te voeren beleid voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming of het behoud daarvan, b. Maatregelen om aan een of meer omgevingswaarden te voldoen of een of meer andere doelstellingen voor de fysieke leefomgeving te bereiken. AFDELING 20.5 DIGITAAL STELSEL VAN INFORMATIEVOORZIENING Artikel 20.20 (digitaal stelsel) 1. Er is een digitaal stelsel van informatievoorziening over de fysieke leefomgeving. 2. In het digitaal stelsel worden omgevingsdocumenten als bedoeld in artikel 16.2 of andere bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gegevens of gegevensverzamelingen opgenomen. 3. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de onafhankelijke kwaliteitsborging en de beschikbaarstelling van de omgevingsdocumenten, gegevens of gegevensverzamelingen.

Pagina 21 van 25

7. Bijlage 3: overzicht 4 opgaven en 8 integrale oplossingen Hieronder volgen de vier opgaven en acht ruimtelijke keuzes zoals ze zijn opgenomen in de huidige omgevingsvisie.

7.1.

Vier opgaven

Economisch veerkrachtige stad We gaan onze economische kansen beter benutten. We willen dat de banengroei in onze stad zich gaat verhouden tot de bevolkingsgroei en mobiliseren ons onbenutte potentieel. Dit doen we met de stad én met de regio, die de motor is van onze economische groei. We hebben economisch sterke sectoren in de stad, maar we hebben ook dringend behoefte aan meer werkgelegenheid voor zowel hooggeschoolden als voor praktisch werkenden.

Sociale en gezonde stad Nijmegen is en blijft een sociale stad. We werken aan gevarieerde, gemengde wijken en willen sociale tegenstellingen en maatschappelijke onvrede verkleinen.

Aantrekkelijke stad Nijmegen is een prachtige stad en dat blijven we. De kwaliteit van de stedelijke omgeving is voor ons een prioriteit. We willen onze sterke identiteit als stad met historie in een groene omgeving behouden en uitdragen. Nijmegen staat landelijk in de top 3 van steden met het hoogste percentage woningtekort. We blijven groeien. Het aantal ouderen neemt toe, maar er vestigen zich ook meer jongeren. Deze voor Nederland bijzondere dubbele groei vraagt veel van onze stedelijke voorzieningen.

Duurzame stad Nijmegen loopt voorop in de uitvoering van de duurzaamheidsopgaven voor Nederland. We hebben de ambitie en de potentie om samen met de regio koploper op het gebied van duurzaamheid en circulariteit te blijven. De oplossingen die we samen met de stad en regio uitwerken voor de energietransitie, duurzame mobiliteit, klimaatadaptatie en circulaire economie zijn ook voor de rest van het land van belang.

7.2.

Acht richtinggevende keuzes

Compacte, dynamische stad Nijmegen is een compacte stad omringd door een prachtig landschap. Dit is een belangrijke kwaliteit en vestigingsfactor voor de stad. We willen deze verder versterken door de groei in de stad te faciliteren, waarmee we de stad vitaal en dynamisch houden. Tegelijkertijd houden we zo het landschap rondom de stad aantrekkelijk en nabij.

Toekomstbestendige wijken Om tot een inclusieve en vitale stad te komen, streven we onder meer naar een goede mix van allerlei typen woningen en woonmilieus in sociale huur, huur en koop. In combinatie met de daarbij passende, bereikbare en goed toegankelijke voorzieningen. Bij alle ruimtelijke ontwikkelingen staan de leefwereld, het welbevinden en de gezondheid van inwoners centraal. Tijdelijke functies en initiatieven ondersteunen we om verbeteringen te realiseren.

Groene, gezonde stad We willen als stad bijdragen aan de gezondheid van onze inwoners en het verbeteren van de biodiversiteit. Een gezonde leefomgeving is daarbij een belangrijk integraal thema, waarbij het o.a. gaat om luchtkwaliteit, geluidsbelasting, hitte, groen en water, bewegen en mobiliteit, ontmoeten en voorzieningen.

Pagina 22 van 25

Dichtbij huis zijn er mogelijkheden om te ontmoeten, wandelen, spelen en sporten. Daarvoor ontwikkelen we o.a. een netwerk van aantrekkelijke beweegroutes op stad- en wijkniveau.

Duurzame mobiliteit In de regio Arnhem-Nijmegen werken we gezamenlijk aan duurzame mobiliteit en bereikbaarheid. Het gaat om het inzetten en stimuleren van schone vervoersmiddelen en het efficiënter benutten van vervoer. Om de stad te laten groeien zonder mobiliteitsproblemen te laten ontstaan zetten we in op: lopen, fiets, OV en Mobility as a Service. Met deze vervoersvormen kunnen we een aantal maatschappelijke doelen bereiken. Duurzame mobiliteit brengt mensen in beweging, is goed voor de gezondheid en luchtkwaliteit, versterkt sociale cohesie, creëert gelijke kansen, versterkt de economische structuur en draagt bij aan de beleving van de stad.

Energieopgave Ons doel is dat Nijmegen uiterlijk in 2045 energieneutraal en aardgasvrij is. Samen met andere gemeenten, waterschappen en de provincie stellen we een Regionale Energie Strategie (RES) op. Hierin maken we keuzes voor de opwekking van duurzame elektriciteit, de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de daarvoor nodige opslag- en energie infrastructuur. De RES geeft met zoekgebieden aan welke gebieden in de regio geschikt zijn voor de opwekking van hernieuwbare energie.

Groter centrumgebied De komende jaren werken we aan de verbreding van het centrum naar de gebieden rondom de Waal. Onder de noemer 'Nijmegen omarmt de Waal' realiseren we verschillende projecten en ontstaat hier een variatie van nieuwe gemengde milieus en hebben de rivieroevers een belangrijke openbare functie. Het gaat o.a. om de Stationsgebied, NYMA, Hof van Holland, Waalkade, Valkhofkwartier, Vlaams Kwartier en Burchtstraat/Augustijnenstraat.

Sterke campussen De komende jaren blijven we investeren in de clusters Health & High Tech om nieuwe banen te creëren. We willen ruimte bieden aan nieuwe bedrijven en meewerken aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Dit doen we mede door te investeren in uitstraling en kwaliteit en door de mogelijkheden voor intensivering en functiemenging op campussen te onderzoeken. De Novio Tech Campus, Campus Heyendaal en de binnenstad zijn sterke campussen in Nijmegen.

We omarmen het kanaal We zien een samenballing van opgaven rondom het Maas-Waalkanaal. Hier zien we kansen voor intensivering en transformatie in de huidige woongebieden in Dukenburg, Lindenholt, Neerbosch-Oost, Hatert, groene gebieden en de werkgebieden Winkelsteeg en Oost-Kanaalhavens. Door de Kanaalzone tot ontwikkeling te brengen werken we o.a. aan een betere verbinding van Dukenburg en Lindenholt met de rest van de stad en geven we de bestaande wijken rondom het kanaal een impuls.

Pagina 23 van 25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=8ebfd06a-7291-43f1-9376-d9e5bae5ff0d