CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

RGO Rustoord, Postweg 60 Nijmegen

Besluitronde (raadsvergadering) 22 december 2021, gemeente NijmegenBij agendapunt: D10 d.d. 19 oktober 2021 inzake Start Beschermingsprocedure 1e groep Beschermingsprogramma5.400 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeentelijke Monumentenlijst Register van beschermde monumenten krachtens de Nijmeegse Erfgoedverordening

Plaatselijke aanduiding monument

Postweg 60, Begraafplaats Rustoord Aanwijzingsbesluit

Deel 1 (aanleg): n.t.b. Deel 2 (poortgebouw): 10-02-1988 Deel 3 (lijkenhuis): n.t.b. Deel 4 (hekwerken): n.t.b. Deel 5 (graven): n.t.b. ID-code

1242 (deel 2) Redengevende omschrijving van het monument

INLEIDING

In augustus 1827 werd door koning Willem I bepaald dat begraven in de kerk en binnen de bebouwde kom van grotere steden en dorpen per 1 januari 1829 zou zijn verboden. Uiteindelijk werd in 1829 bij Koninklijk Besluit bepaald dat plaatsen met meer dan duizend inwoners hun doden voortaan moesten begraven op een buiten de bebouwde kom gelegen terrein. Het begraven op de kleine volle kerkhoven en binnen de kerkmuren was problematisch geworden. Het leidde nogal eens tot onhygiënische en ondraaglijke toestanden. In 1828-1829 werd naar aanleiding van de wettelijke bepaling in veel Nederlandse gemeenten het initiatief genomen voor de aanleg van een nieuwe begraafplaats buiten de bebouwde kom. In Nijmegen was al in 1810 besloten tot de aanleg van een begraafplaats buiten de vesting, en wel het “Algemeen Kerkhof”, buiten de Hertogspoort, aan de Stenenkruisstraat. Deze begraafplaats was opgedeeld in een Hervormd en Luthers gedeelte (Protestants), een gedeelte voor de katholieken en een klein terrein voor de joodse gemeenschap. De grote groei van Nijmegen noodzaakte in de tweede helft van de negentiende eeuw tot de aanleg van nieuwe, grotere begraafplaatsen. Zo werd in 1885 de begraafplaats aan de Daalseweg ingewijd, een initiatief van de vier katholieke parochies.

De joodse gemeenschap kreeg in 1890 toestemming voor de aanleg van een nieuwe begraafplaats op een terrein tussen de Postweg en de Kwakkenbergweg, destijds nog op grondgebied van de gemeente Groesbeek. Begraafplaats Rustoord werd op 26 juli 1897 officieel in gebruik genomen. De aanleg van het terrein was een initiatief van de Diaconie van de Nederlandse Hervormde Gemeente Nijmegen. Het kerkgenootschap had in 1895 toestemming gekregen van de gemeente Groesbeek om op haar grondgebied aan de toenmalige Kwakkenbergweg een grote begraafplaats te realiseren. Dit gebeurde op een terrein naast het in oorsprong vermoedelijk achttiende-eeuwse buiten Het Geldersch Hof aan de Postweg. Een speciale commissie van ouderlingen en deskundigen was met het project belast. Onder hen waren architect W.J. Maurits en de aannemer A. Wijers. Zij “belastten zich belangeloos met het maken van de plannen voor de gebouwen en hielden toezicht op den aanbouw daarvan alsmede op het maken der omrasteringen enz.”, aldus een

blad 1 van 38

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 1

verslag in de Nijmeegsche Courant van 28 juli 1897. Hetzelfde bericht meldde dat de aanleg van voorlopig zo’n tweederde van het terrein was opgedragen aan de bekende tuinarchitecten en boomkwekers de firma J. Zocher uit Haarlem. Verder werkten aan de totstandkoming van gebouwen en aanleg mee: J. Wijers en W. Knoops: aannemers Firma Braat te Delft: sierzinkwerk voorgevel poortgebouw G.Otten: cement- en stucadoorwerken B. Westenberg: schilderwerken C.CH. Godschalk: steenhouwerswerk H.W. IJzenbrandt: ijzerwerken De eerste begrafenis op Rustoord vond in 1897 plaats. Op het terrein, dat in verschillende “vakken” en “klassen” was ingedeeld, werden vele (protestantse) Nijmegenaren begraven, onder wie prominenten uit de Nijmeegse zakenwereld, de protestantse adel, de vrijmetselarij, (geschied)schrijvers, gezondheidszorg en academici. Vanwege de relatief kleine protestantse gemeenschap in Nijmegen kon men jaren voort met het in 1897 in gebruik genomen terrein. Pas in de jaren 30-40 werden de toenmalige begrenzingen van het terrein bereikt en moest worden uitgezien naar een uitbreiding. Die uitbreiding vond vermoedelijk plaats in de jaren 40, aan de oostzijde van de bestaande aanleg. In eerste instantie werd hier nog min of meer aangesloten op de romantische, informele landschappelijke stijl van het Zocherontwerp.

Zo vertoont het lange, sterk gebogen Engelenpad nog verwantschap met het oude deel van de begraafplaats. De invullingen van de terreingedeelten, grenzend aan dit hoofdpad gebeurden echter in een vrij rechtlijnig patroon van parallelle paden in rechthoekige structuren. De grens tussen oorspronkelijke aanleg en de uitbreidingen is nog deels herkenbaar in de loop van de paden en in de groenstructuren. In de eerste decennia van twintigste eeuw kwam er steeds meer belangstelling voor het cremeren. Op Rustoord werd in 1922 daarvoor een urnenkelder gebouwd, ten zuidoosten van het poortgebouw In de periode van de Tweede Wereldoorlog zijn op “Heldenfriedhof Rustoord” circa 200 Duitsers (veelal militairen) en Nederlandse collaborateurs begraven. In 1950 zijn de stoffelijke overschotten herbegraven op de Duitse militaire begraafplaats in IJsselstein. In 1953 werd het poortgebouw met aula vergroot aan de westzijde (ontwerp architect Jos van Eldik), in de jaren 80 werd aan de zuidzijde een grote uitbreiding van dit gebouw gerealiseerd. In 1964 werd aan de zijde van de Kwakkenbergweg een nieuw hekwerk met toegangspoort geplaatst ter ontsluiting van het jongere oostelijke deel van de begraafplaats. Rustoord is thans deel van uitvaartonderneming Monuta is in gebruik als algemene begraafplaats. Het poortgebouw is in 1988 geplaatst op de gemeentelijke monumentenlijst.

blad 2 van 38

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 2

OMSCHRIJVING VAN HET MONUMENT ALGEMEEN

Historische begraafplaats Rustoord, omvattende het oorspronkelijk deel van het terrein (18951897), waarvan relevant de contour en hoofdstructuur (deel 1), entreepartij met poortgebouw (deel 2) en aanpalende hekwerken met toegangspoorten (deel 4), het lijkenhuis (deel 3), de interne hoofdstructuur met centrale weide, het padenstelsel, de situering en rangschikking van de graven, de kleine rotondes en het groen, en voorts een aantal bijzondere grafmonumenten (deel 5). De historische begraafplaats Rustoord bevindt zich In de bebouwde kom, in Nijmegen-Oost, ten zuiden van de Postweg en de Kwakkenbergweg. Deel 1 Terrein begraafplaats Rustoord Rustoord is gesitueerd aan de zuidzijde van de Postweg en de hier met een knik op aansluitende Kwakkenbergweg. Het terrein heeft de vorm van een onregelmatige rechthoek, waarvan in het algemeen gesteld de westelijke helft tot de oorspronkelijke aanleg uit 18951897 behoort, en de oostelijke helft na 1940 tot stand is gekomen. Deze beschrijving betreft het oorspronkelijke westelijke gedeelte. De hoofdentree bestaat uit een voorterrein met dubbele oprit met grintslag en plantsoen, en een imposant poortgebouw met flankerende terreinafscheidingen, waarin enkele poorten zijn opgenomen. Het poortgebouw geeft via een open doorgang toegang tot de eigenlijke begraafplaats.

Deze heeft conform het oorspronkelijke ontwerp van de firma Zocher een sterk landschappelijke aanleg met zeer veel groen. De aanleg bestaat uit een complex stelsel van lange slingerende paden rond een grillig gevormde open “weide”, waarin in de randen graven zijn gelegd. De slingerende paden, vaak met vorkvormige aansluitingen, omsluiten verschillende gebogen, langwerpige en ronde, soms visblaasvormige grafvakken met afgeronde vormen en een rijke beplanting. In de aanleg zijn enkele kleine, dicht beplante rotondes opgenomen, waar graven in (half)cirkelvorm zijn gerangschikt. De paden zijn deels verhard met een fijne lichte grintslag. De “binnenpaden” zijn onverhard of maken deel uit van doorlopende grasvelden. De beplanting van Rustoord is zeer gevarieerd en bestaat uit een brede collectie van loofbomen (onder meer eik, linde, beuk, esdoorn)- en naaldbomen (onder meer taxus, coniferen, sparren), heesters en struiken. Het centrale deel ten zuiden van het poortgebouw vormt een open weide, een oorspronkelijk aspect uit het Zocherontwerp. De beplantingskeuze (verschillende soorten, formaten, vormen en kleuren) en de afwisseling van open en dicht beplante delen versterken het landschappelijke en romantische karakter van de aanleg met onverwachte zichtlijnen, doorkijkjes en het spel van licht en donker.

Op verschillende plaatsen staan nog oude gietijzeren tekens die de verschillende gravenvelden met een letter aanduiden. Ze hebben de vorm van een kleine aedicula met fronton.

blad 3 van 38

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 3

Deel 2 Poortgebouw Het poortgebouw is een langwerpig, in aanleg symmetrisch opgezet gebouw van drie traveeën, met in het midden verhoogde rondbogige poortdoorgang, afgesloten met een zadeldak met bitumendekking. De beide lagere zijvleugels hebben zeer flauw hellende schilddaken met bitumen. De gevels zijn gemetseld in baksteen in kruisverband en voorzien van wit gepleisterde speklagen. Poortdoorgang en zijvleugels zijn geleed met hoge vlakke wit gepleisterde pilasters met blokken, eindigend in Ionische kapitelen die kroonlijsten dragen. De poortdoorgang heeft binnen de pilasters een geprofileerde rondboog op hoofdgestel en kleine zuilen op basementen. De hoofdpilasters dragen een hoofdgestel dat is gedecoreerd met gepleisterde ornamenten, de naam van de begraafplaats en op de hoeken vlindermotieven. Hierboven bevindt zich een groot fronton met gesluierde vazen (urnen). Het middenveld is gevuld met een terracotta reliëf met funeraire symboliek (palmtakken, staartbijtende slang). In de poortdoorgang bevindt zich een rijk geornamenteerd dubbel ijzeren draaihek, waaraan bevestigd twee ijzeren kransen met ANNO en 1897. Links en rechts van de poortdoorgang bevinden zich traveeën met openslaande deuren onder halfronde bovenlichten, gevat binnen brede geprofileerde gepleisterde bogen. In de boogzwikken zijn reliëfpanelen aangebracht, met palm- en eikentakken.

In de achtergevel is de compositie van de voorzijde op soberder wijze herhaald, met als versiering bakstenen pilasters met wit gepleisterde blokken en banden, sobere kroonlijsten en een eenvoudig fronton. De poortdoorgang heeft een ziende kap met houten kapspanten en korbeelstellen met trekstangen. De zijwanden in de poortdoorgang zijn gepleisterd en worden geleed door een plint met waterlijst en hoge pilasters met kapiteeltjes. Aan de westzijde is er centraal een dubbele paneeldeur met glaspanelen en een halfrond bovenlicht met glas-in-lood, gevat onder een rijk geprofileerde rondboog; aan de oostzijde een nis met rondboog, waarin een grote marmeren plaquette is aangebracht met een tekst van B. ter Haar: RUSTOORD Gewijde plek van stillen vrede, Ook na des levens bangsten strijd, Deel gij uw troost den droeve mede, Die hier der scheiding smarte lijdt En, onder stil geslaakte bede, Zijn bloem, zijn traan den doode wijdt. Hem ruische hier een stem in de ooren: Al wat ooit werd uit God geboren, Gaat niet in’t stervensuur verloren, Het overwint èn lot èn tijd! B. ter HAAR Bz

blad 4 van 38

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 4

Op de overige wandvlaken in de poortdoorgang bevinden zich nog vier grote marmeren tekstplaten met verwijzingen naar de stichters (J.W.W.A. Cotz en P. Buijn) en ontwerpers van Rustoord (W.J. Maurits en A. Wijers, tevens diakenen) en enkele religieuze teksten: In den Heer sterven alleen zij, die in Zijnen geest hebben geleefd. W.H. links van de ingang, en Zalig zijn de dooden, die in den Heer sterven! Openb. XIV 13 rechts van de ingang. Het poortgebouw is in 1953 aan de westzijde uitgebreid met een forse bakstenen aanbouw met plat dak. Ook aan de zuidzijde, aan weerszijden van de centrale toegang, bevinden zich lage aanbouwen met platte daken, toegevoegd in de jaren 80. Deel 3 Lijkenhuis Aan de noordzijde van het terrein staat, ten oosten van het poortgebouw, een klein lijkenhuis, bestaande uit twee geschakelde rechthoekige bouwdelen, het ene met een zadeldak met bitumendekking, overstek en sierspanten, het andere met een plat dak met houten gootlijst op consoles. De gevels zijn in baksteen in kruisverband gemetseld en voorzien van speklagen. De vensters zijn rechtgesloten en sluiten aan onder de bovenste speklaag. Ze hebben gecementeerde lekdorpels en (vernieuwde) roedenramen. Het bouwdeel met het platte dak heeft in de zuidwestelijke gevel een recente garagekanteldeur en in de noordoostgevel een dubbele paneeldeur onder lateibalk.

Het gedeelte met zadeldak heeft in de noordoostgevel een getoogde paneeldeur onder een segmentboog met sluitsteen en in de zuidwestgevel een getoogde 4-ruits deur onder segmentboog. Deel 4 Hekwerken De begraafplaats is aan de noordzijde, ter hoogte van het uit 1895-1897 daterende gedeelte, omgeven door een oorspronkelijke omheining. Deze bestaat uit een lage, in hoogte verspringende bakstenen voetmuur met gemetselde ezelsrug. Op de voetmuur is een ijzeren spijlenhek geplaatst. Het hek bevat vier poorten, telkens bestaande uit twee hoge gemetselde posten met verblendstenen profielstenen op de hoeken, gepleisterde basementen, kroonlijsten en dekplaten met bolvormige balusters in neorenaissance trant. Tussen de posten bevinden zich dubbele ijzeren toegangshekken. Op het oostelijke uiteinde van het hek staat nog een solitaire post. Het historische hekwerk wordt bij de hoofdentree onderbroken door het poortgebouw.

blad 5 van 38

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 5

Deel 5 Grafmonumenten Vooral in het noordwestelijke deel van de begraafplaats bevinden zich grote ensembles historische graven met zerken, staande graftekens of tombe-achtige bouwwerken. De oudste graftekens dateren uit de late negentiende eeuw en de eerste decennia van de twintigste eeuw, maar er is één veel ouder graf aanwezig, dat van de in 1840 overleden vestingbouwkundige C.R.T. baron Krayenhoff. Het is in 1914 naar Rustoord overgebracht. Mooie en vrij gave ensembles historische graven bevinden zich ten westen- en zuidwesten van het poortgebouw, alsmede ten oosten en zuidoosten van dit gebouw, langs de slingerende hoofdpaden langs de centrale weide en enkele cirkelvormige clusters (rotondes). De graven vertonen een rijke variatie aan typen en verschijningsvormen, van zeer sobere liggende natuurstenen platen tot rijk uitgewerkte staande tekens of kleine tempelachtige bouwsels. Grafvakken worden vaak omgeven door ijzeren hekken, natuurstenen muurtjes of palen met schakelkettingen of metalen buizen. Op Rustoord bevindt zich een zeer groot aantal historische graven, van bekende en minder bekende inwoners uit Nijmegen en omgeving. Deze redengevende beschrijving omvat een selectie van de meest interessante exemplaren, wat betreft ouderdom, verschijningsvorm of de bijzondere identiteit van de overledene. De volgorde is chronologisch.

Deel 5a Grafmonument van Coenraad Backer (1828-1898), lid van de Vrijmetselaarsloge St. Lodewijk in Nijmegen. Het graf bestaat uit een grote liggende hardstenen zerk op een rand en een erachter geplaatste gebroken zuil op hoog hardstenen basement met sierlijsten en tekstpaneel aan de voorzijde. Op de zijkanten van het basement zijn de vrijmetselaarssymbolen passer en winkelhaak afgebeeld. Op de zerk de namen van Coenraad, zijn vrouw, zonen, schoondochter en kleinzonen (?). Deel 5b Staande grafsteen in de vorm van een natuurstenen medaillon op het graf van W. Molenaar (1824-1900), C.J.J. de Jongeheere (1847-1905) en H.J. de Jongeheere-Daniels (1848-1921). Op het medaillon zijn vrijmetselarij-symbolen aangebracht: de passer en winkelhaak (matigheid en rechtvaardigheid) en de driehoek. Molenaar was lid van de Nijmeegse Vrijmetselarij. Deel 5c Grafmonument op het familiegraf van J.L. Struik Dalm, uit 1901. De eerst begravene was Henriëtta W.J. Struikdalm-Baunier (1869-1901). Het graf is samengesteld uit marmeren en hardstenen onderdelen. Grote liggende zerk, omgeven door band met wit marmeren boomstronken als hoekpalen, verbonden schakelkettingen. Fors staand monument met hardstenen sokkel en wit marmeren “rots”, bekroond door twee bronzen duiven. Op de voorzijde bevindt zich een omkrullend tekstblad met palmtak en bosje klimopranken. De

blad 6 van 38

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 6

sokkel is voorzien van een gedicht: Uw leven was een mild en vriendlijk leven. Uw sterven was voor d’uwen bittre smart. Uw liefde doet U onverganklijk leven. In’t nooit vergetend altoos dankbaar hart. Op de liggende marmeren plaat staat Familiegraf vermeld en de namen van J.LK. Struik Dalm (1863-1945), C.J.A. Struik Dalm-Toorenburgh (1882-1968) en I.H. VerhoefStruik Dalm (1823-1988). Signatuur marmerwerk: B. Taks, Marbrier, Amsterdam. Deel 5d Hardstenen grafzerk op het graf van Johannes Hendrikus Graadt van Roggen (1831- 1902), lid van het Driemanschap bij de ontmanteling van Nijmegen. Verder liggen in het graf Mevr. M.W. Graadt van Roggen – van Kesteren (1835-1911), R.G. Graadt van Roggen jr. (1845-1903), Mevr. Joha M. Graadt van Roggen – Hoffman (1844-1918. Deel 5e Graf van M. Jos. Masion (1855-1904), voorzitter van de Nijmeegse Vrijmetselaarsloge, bestaande uit een trapeziumvormige tombe van hardsteen op lage plint, en aan de achterzijde een fraaie hardstenen sokkel in egyptiserende trant, met stafvormige omrandingen en gebogen kroonlijst. Hierop is het motief van een sterk gestileerde caduceus aangebracht, de staf van de god Hermes, met vleugels in Egyptische trant, stafknop en twee slangenkoppen.

Het teken, verwijzend naar de god Hermes, wiens mythische geschiedenis aan de wortels van de vrijmetselarij staat, is een symbool voor de functie van Masion als voorzitter van de Vrijmetselaarsloge. Op de sokkel teksten als “De Loge St. Lodewijk aan haren overleden Voorzittend Meester”, “Gelooft en arbeidt!” en “Ken U zelve!” Op de sokkel een ruw blok natuursteen, waarin aan de voorzijde een gave vierkante gepolijste vorm is gebeeldhouwd (Vrijmetselaarssymboliek). Deel 5f Grafmonument van de familie Van der Sijp, vermoedelijk opgericht in 1906, na het overlijden van H.J. van der Sijp (1889-18906). Het graf heeft de vorm van een kleine marmeren tempel met Dorische zuilen en timpaan met alpha- en omegateken en een bronzen plaquette met ouroboros , geplaatst in een met marmeren muurtjes omheind vak. Ook het tempeltje is van wit marmer. Op de ronde hoekposten zijn bronzen plantschalen geplaatst. In de achterwand een trapeziumvormig vak, waarin vijf urnen zijn geplaatst. Boven het vak is een monogram van de familienaam aangebracht. Onder het val een groot tekstpaneel met citaat uit De Rerum Natura van de Romeinse dichter Lucretius. In het graf zijn in totaal zes personen van de familie Van der Sijp bijgezet. J.W.C.M. van der Sijp (1856-1943) was doctor in de geneeskunde.

Deel 5g Grafmonument voor Jan Barend Hendrik van Royen (1830-1906) en zijn echtgenote Louise Netta Royen-Bijleveld (1833-1915). Het grafmonument heeft de vorm van een hardstenen tempeltje met gebogen fronton en hoekzuiltjes met kapitelen, geplaatst in grafvak omgeven

blad 7 van 38

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 7

door een hardstenen muurtje. Het hekje is verdwenen. De achterwand van het tempeltje is voorzien van een cirkelvormig tekstpaneel, waarbinnen een kruisvorm met in de zwikken vlak gebeeldhouwde insecten. Centraal in het paneel een uit vier vervlochten cirkels opgebouwd ornament met florale motieven. Het graf is ontworpen door architect K.P.C. de Bazel (18691923), hetgeen herkenbaar is aan de vormgeving en de uit de theosofie afkomstige symboliek. Het werk werd in 1907 uitgevoerd door de Amsterdamse beeldhouwer Kees Oosschot (18701945). Van Royen was majoor Provinciale Staf, zijn laatste functie in een lange militaire loopbaan. Deel 5h Graf van jonkheer F.A. de Jong van Beek en Donk (1839-1910). Voorbeeld van een graf van protestantse adel. Het bestaat uit een grote liggende hardstenen zerk op hardstenen rand. De bovenzijde is voorzien van een vak met opschrift en een verdiept medaillon met gebeeldhouwd familiewapen. Jonkheer Franciscus Andres de Jong van Beek en Donk was Ritmeester der Cavalerie. Ook zijn echtgenote Henrica barones van Hugenpoth tot Beerenclaauw (1852-1934) is hier begraven. Deel 5i Graf van J.Ch. Offerhaus (1852-1911), met basement, hardstenen lezenaar met palmlauriertakmotieven op zijkanten en een in wit marmer uitgevoerd opengeslagen boek met daarin de grafopschriften met de name van Offerhaus en zijn echtgenote A.J. Offerhaus (18591946).

Het object is geplaatst binnen een vierkante omheining, bestaande uit lage hardstenen banden, waarop acht achtkante hekpalen zijn geplaatst, verbonden door schakelkettingen. Offerhaus was arts in Nijmegen. Deel 5j Grafmonumentje voor Marietje Riesener (1894-1914), met hardstenen basement, marmeren sokkel met lauwerkrans en tekst en een fraai, vermoedelijk keramisch beeldje van een cherubijn staande op een bol met roosmotieven. Voor de sokkel een hardstenen tekstplaat (Agathe Rosine Riesener-Kronig (1867-1944, vermoedelijk de moeder van Marietje). Rond het met fijne steenslag gevulde vak bevind zich een uit hardstenen boomstammetjes samengestelde omheining met paaltjes en schakelkettingen. Op de marmeren sokkel bevindt zich aan de voorzijde de tekst Rust zacht innig geliefd kind. Sie war zu gut für diese Erde. D’rum wollte Gott sie Engel werde. Op de linker flank staat de naam van Emil Carl Heinrich Riesener (1863-1931) en de tekst Rust zacht lieve Man en Vader. Mij spreekt de bloem een tale. Mij is het kruid beleefd. Mij groet het altemale. Wat god geschapen heeft. De rechter flank bevat de tekst Hier ruhet unsere liebe Mutter, Groszmutter und Urgroszmutter Marie Luise Auguste Kroning Geb. Lober, Geb. 16 Mei 1833 zu Potsdam Gestb 21 Febr. 1916 Berg en Dal. Sie ruhe in Frieden.

blad 8 van 38

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 8

Deel 5k Grafsteen Krayenhoff. In 1914 naar Rustoord overgeplaatst graf met zerk van de in 1840 overleden vestingbouwkundige C.R.T. Baron Krayenhoff (1758-1840). Hij lag oorspronkelijk begraven in het Fort Krayenhoff. De grote hardstenen zerk uit 1914, geplaatste op een bakstenen rand, vermeldt: Grafstede van Z. Exc. Den Luitenant Generaal Cornelis Rudolphus Theodorus Baron Krayenhoff. Med. en Plul. Doctor, Minister van Oorlog, Inspecteur Generaal der Fortificatiën, Gouverneur van Amsterdam, Grootkruis der Militaire Willemsorde, enz. Geboren te Nijmegen 2 Juni 1758, Overleden te Nijmegen 24 November 1840. Begraven in het Fort Krayenhoff. Overgebracht 18 Juli 1914. Auctor abit operis sed tamen exstat (de maker van het (kunst)werk gaat heen, maar zijn werk blijft bestaan). Deel 5l Grotendeels hardstenen familiegraf Hartsinck (1915), met tempelfront (aedicula) met vlakke pilasters met kapitelen en een fronton met acroteria op de hoeken en een gestrikte lauwerkrans (brons) op de voorzijde. In het front is een getoogde nis met daarin een hardstenen plaquette met het familiewapen aangebracht. De aedicula vormt de achterwand van het in hardsteen omheinde graf. Op de hoeken links en rechts voor bevinden zich zware hardstenen sokkels waarop metalen (zinken) urnen met draperieën staan. Beide sokkels zijn verbonden met een vermoedelijk zinken stang met drakenkoppen (“drakenstang”).

In het grafvak ligt een grote hardstenen zerk met de namen van de overleden (Vrouwe H.J.M. ter Linden Douairière C.J. Hartsinck (1854-1915), M.J.H. Reinders-Hartsinck (1864-1924) en P.H. Reinders (1868-1926). Deel 5m Graf Dr. Claas Noorduijn (1859-1916), geneesheer directeur / voorzitter van het Wilhelminaziekenhuis, Mevr. M. Scheffer-Bool (1859-1909), directrice van dit ziekenhuis, Johanna Ruperta Drijfhout van Hooff (1833-1905), de schoonmoeder van Claas Noorduijn) en Johanna Ruperta Noorduijn (1858-1935), zijn echtgenote. Het graf bestaat uit een grote liggende hardstenen zerk op een bakstenen omranding. Deel 5n Hardstenen grafzerk op het graf van Herman Diederik Joan van Schevichaven (1827-1918), bekende historieschrijver over Nijmegen. De sobere zerk bevat een getoogd tekstvlak, waarop de naam van Herman Diederik is vermelden, met zijn functie van “archivaris der Gemeente Nijmegen”, alsmede die van Jacqueline Henriëtte Pauline Guijot (1848-1929). Deel 5o Graf P. Jansz., directeur van de gemeentelijke reinigings- en ontsmettingsdienst van 1889 tot 1920, aangeboden door het personeel. Met zandstenen gebeeldhouwde buste en profile van de overledene (door Eg. Everaerts). In de sokkel een vierkante uitsparing waarin een tekstpaneel is aangebracht. Voor de sokkel een halfronde hardstenen bloem- of waterbak. Het

blad 9 van 38

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 9

door hardstenen banden omgeven grafvak bevat nog een tekstplaat met namen van overleden verwanten van Jansz. Egidius Ludovicus Everaerts (1877-1949) was een Belgische beeldhouwer, die vanaf 1914 in Nederland werkzaam was en tot zijn door in Nijmegen woonde. Hij maakte in Nijmegen ornamenten, reliëfs en beeldhouwwerken voor onder meer Huize Heijendaal (1914-1915), het kantoor van de Nijmeegsche Bankvereeniging Van Engelenburg & Scghippers (1920) en vele heiligenbeelden, onder andere voor het Canisiuscollege en de Lourdesparochie. Deel 5p Gaaf en verzorgd vormgegeven gepolijst granieten familiegraf Becker in artdeco-stijl uit 1920, met omheining van hoge posten en schakelkettingen en staand monument met klauwstukken. Op het staande monument de tekst Familiegraf. De vlakke liggende steen bevat de namen van J.P. Becker (1851-1920), J.A. Becjer (1885-1922) en E. Reijnaart wed. J.P. Becjer (1862-1925). Deel 5q Een van de rotondes met in halfcirkelvorm geordende (kelder)graven van de families Gorter (1904 e.v.), Vonck (1902 e.v.), Den Breejen van der Bout (1915 e.v.), Fischer (1964), Moll (1937 e.v.) en Raadsman (1902 e.v.) De graven bestaan uit grote licht hellend geplaatste hardstenen grafplaten op onderbouw, bij de middelste vier omgeven door hardstenen banden en ijzeren spijlenhekken in sobere artdeco- of jugendstilvormen. Bij de graven op de uiteinden zijn geen hekken aanwezig.

blad 10 van 38

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 10

WAARDERING

Tuinarchitectuur-, architectuur- en kunsthistorische waarden Rustoord is een voorbeeld van een aan het einde van de negentiende eeuw in landschapsstijl aangelegde begraafplaats. Het terrein is rond het midden van de twintigste eeuw aanzienlijk uitgebreid, aanvankelijk in een sobere voortzetting van de landschappelijke aanleg, uiteindelijk in meer pragmatische formele aanleg. Van de oorspronkelijke aanleg uit 1895-1897 zijn belangrijke aspecten behouden gebleven in de aanleg, de padenstructuur, de rangschikking van de graven en het karakter en de compositie van het groen. Deze oorspronkelijke aanleg omvat het gehele westelijke gedeelte van het huidige terrein, inclusief de omgeving van de hoofdentree. De aanleg is een ontwerp van de gerenommeerde firma J. Zocher, die al vele decennialang een grote reputatie genoot in de ontwikkeling van stadsparken, begraafplaatsen en tuinen. Rustoord laat zich in grote lijnen nog goed lezen als een kenmerkend ontwerp van de Zochers met zijn karakteristieke gecompliceerde patroon van lange, slingerende paden, het open grasveld in het centrale deel (bij wijze van een weide, met markante zichten over het terrein), de zeer grote variatie van boom- en heestersoorten, de afwisseling in licht en donker, etc.

Ook de schikking van de graven, in lange rijen langs de paden, op markante hoeklocaties, soms enigszins gedraaid ten opzichte van elkaar, en in enkele rotonde-achtige samenstellingen, zijn typerend voor de landschappelijke stijl. Genoemde aspecten zijn nog goed herkenbaar aanwezig. Het geheel heeft hierdoor en als ontwerp van Zocher, een hoge tuinarchitectuurhistorische waarde. De midden twintigste-eeuwse en latere uitbreidingen en invullingen zijn tuinarchitectuurhistorisch van minder belang en vallen buiten het kader van de bescherming. De grote collectie historische graven uit de periode vanaf 1897 geeft met al zijn typen en vormen een zeer goed beeld van de historische funeraire cultuur in Nijmegen. Bijzonder is de protestantse achtergrond van het terrein, waardoor hier de elders in Nijmegen zo typerende uitgesproken rooms-katholieke symboliek ontbreekt. Onder de objecten bevindt zich een aantal in architectuur- en kunsthistorisch opzicht belangwekkende voorbeelden, zoals de verschillende graven met tempelachtige opbouw, een door architect K.P.C de Bazel ontworpen graf, vele graven met gebeeldhouwde symbolen, ornamentatie en dergelijke. Aan groot aantal van de in deze redengevende beschrijving opgenomen graven zijn van uitzonderlijk belang vanwege het bijzondere ontwerp, hun typologie, opvallende materiaalgebruik en/of ornamentiek en toepassing van funeraire symboliek.

Het poortgebouw heeft vanwege het fraaie ontwerp in neoclassicistische trant, de rijke vormgeving en ornamentiek, de funeraire symboliek en het materiaalgebruik en de inpassing van een vijftal marmeren tekstplaten een hoge architectuurhistorische waarde. De hoge architectuurhistorische waarde geldt ook voor het eveneens uit 1895-1897 daterende lijkenhuis en de omheining met poorten aan de noordzijde van het terrein.

blad 11 van 38

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 11

Stedenbouwkundig De begraafplaats heeft een hoge situationele waarde vanwege zijn prominente ligging aan de Postweg en de Kwakkenberg, waar in het bijzonder het imposante poortgebouw met de aanpalende hekwerken een sterk beeldbepalend element vormen in het straatbeeld. Het ensemble vormt met het hoge opgaande groen een groene oase in de stad. In de specifieke ligging ligt de herinnering besloten aan de oorspronkelijke situering buiten de bebouwde kom en verschillende ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied. Als samenstelling van aanleg, interne structuur, omheining met poortgebouw, de grote ensembles graftekens en het historische groen bezit de begraafplaats een hoge ensemblewaarde. Deze waarde geldt in het bijzonder voor het oorspronkelijke laat negentiende-eeuwse gedeelte (westelijk deel). Cultuurhistorie Rustoord heeft een hoge historische waarde vanwege de stichting in 1895 als protestantse begraafplaats in het overwegend rooms-katholieke Nijmegen, als uitvloeisel van de steeds verdere verzuiling en de grote groei van de stad vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw. Tevens schrijft het terrein zo’n 125 jaar funeraire geschiedenis in Nijmegen.

Het is de rustplaats, in eerste instantie met een protestants-christelijke signatuur, van vele bekende en onbekende Nijmeegse families, personen werkzaam in het (wetenschappelijk) onderwijs, armen- en gezondheidszorg, advocatuur en overheid, militairen, de protestantse adel en andere notabelen. Het is daarmee een waar archiefstuk in de openbare ruimte. Een aantal bijzondere graven van prominente Nijmegenaren en families is aan deze redengevende beschrijving toegevoegd. Gaafheid, herkenbaarheid en zeldzaamheid Ondanks ruimingswerkzaamheden en diverse incidentele nieuwe invullingen en de verbouwingen van het poortgebouw is het terrein in betrekkelijke gave staat behouden gebleven en wordt een uitstekend herkenbare indruk gegeven van een laatnegentiendeeeuwse begraafplaats in landschapsstijl. Binnen de context van de gemeente Nijmegen heeft Rustoord vanwege de bijzondere stichting vanuit de Protestantse gemeenschap, de opvallende verschijningsvorm (landschapstijl), als ontwerp van de firma J. Zocher, de architectuurhistorisch belangwekkende bebouwing en de rijkdom aan historische grafmonumenten, een hoge zeldzaamheidswaarde. Beschermenswaardige elementen  Contour en hoofdstructuur  Entreepartij met voorterrein en poortgebouw  Omheining met hekwerken en vier poorten aan de noordzijde  Lijkenhuis  Interne hoofdstructuur met padenstelsel

blad 12 van 38

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 12

    

Centrale open ruimte (weide), met zichtassen over het terrein en doorkijkjes Groenaanleg, met open en besloten delen, grote variatie in soorten, vormen en kleurtonen Positionering van de graven, deels in rijen langs de paden, deels in cirkelvormige ensembles Historische gravenensembles Graven, graftekens, zerken met bijzondere waarde (selectie zoals opgenomen in deze redengevende beschrijving)

Bronnen: J. Ceulemans, Begraven en begraafplaatsen in Nijmegen, Nijmegen 1984 B. Pierik, “Rustoord – romantisch protestants begraafpark in katholiek Nijmegen”, in: Terebinth, 2016-4, 10-11 A.W. Reinink, De Bazel, architect, Leiden 1968 N.D.N. Visser, Honderd jaar Begraafplaats Rustoord Nijmegen. De geschiedenis van Rustoord (1897 tot 1997), Nijmegen 1997. Regionaal Archief Nijmegen (beeldbank, archief, bibliotheek) www.begraafplaats.org www.dodenakkers.nl www.graftombe.nl www.online-begraafplaatsen.nl www.topotijdreis.nl www.rustplaatsen.nl Kadaster archiefviewer

blad 13 van 38

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 13

blad 14 van 38

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 14

Plattegrond volledige begraafplaats Rustoord (bron Monuta-Nijmegen).

blad 15 van 38

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 15

[einde omschrijving]

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Kadastrale tenaamstelling Kadastrale aanduiding Gemeente: Sectie: Nummer(s):

gegevens juni 2021

Hatert I 542

foto’s op vervolgblad

blad 16 van 38

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 16

Rustoord van boven en in vogelvlucht, via googlearth.com

blad 17 van 38

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 17

Voorterrein aan de Postweg.

De aanleg van Rustoord wordt gekenmerkt door een complex stelsel van gebogen lanen en paden en een rijke beplanting met bomen en heesters. De graven liggen in lange rijen langs en haaks op de paden.

blad 18 van 38

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 18

De aanleg van Rustoord wordt gekenmerkt door een complex stelsel van gebogen lanen en paden en een rijke beplanting met bomen en heesters. De graven liggen in lange rijen langs de paden.

blad 19 van 38

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 19

Het karakteristieke open terrein in het hart van de oorspronkelijke aanleg, met doorkijkje naar het poortgebouw.

blad 20 van 38

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 20

Twee van de markante rotondes op Rustoord, met in een krans geordende graven.

blad 21 van 38

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 21

Karakteristiek is de rijke stoffering met groen, met een grote variatie in soorten en kleurtonen. De licht slingerende paden, de afwisseling in groensoorten en de manier waarop het groen in de aanleg is geplaatst geven diepte en vaak mooie doorzichten.

blad 22 van 38

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 22

Poortgebouw (deel 2).

blad 23 van 38

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 23

Poortgebouw (deel 2).

blad 24 van 38

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 24

Poortgebouw vanuit het zuiden.

Detail fronton voorzijde poortgebouw.

blad 25 van 38

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 25

Het lijkenhuis, oost- en westzijde (deel 3).

blad 26 van 38

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 26

Impressie van de laat negentiende-eeuwse hekwerken met toegangspoorten aan de noordzijde van Rustoord (deel 4).

blad 27 van 38

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 27

Ensemble historische grafmonumenten (deel 5).]

blad 28 van 38

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 28

Grafmonument Coenraad Backer (deel 5a).

Grafsteen W. Molenaar (deel 5b).

blad 29 van 38

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 29

Grafmonument familie Struik Dalm (deel 5c).

Graf Hendrikus Graadt van Roggen (deel 5d)

blad 30 van 38

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 30

Grafmonument M. Jos Masion (deel 5e).

Grafmonument familie Van der Sijp (deel 5f).

blad 31 van 38

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 31

Grafmonument Jan Barend Hendrik van Royen (deel 5g)

blad 32 van 38

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 32

Graf F.A. de Jong van Beek en Donk (deel 5h).

Graf J. Chr. Offerhaus (deel 5i).

blad 33 van 38

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 33

Graf Marietje Riesener (deel 5j)

Grafzerk Krayenhoff (deel 5k).

blad 34 van 38

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 34

Grafmonument familiegraf Hartsinck (deel 5l)

blad 35 van 38

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 35

Graf Claas Noorduijn (deel 5m)

Graf Herman Diederik Joan van Schevichaven (deel 5n)

blad 36 van 38

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 36

Graf P. Jansz. (deel 5o)

Familiegraf Becker (deel 5p).

blad 37 van 38

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 37

Rotonde (deel 5q)

blad 38 van 38

Adres.doc

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=e175f7b3-9928-4080-834c-5677bde10911