CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Redengevende omschrijving Weezenkerkhof Neerbosch

Besluitronde (raadsvergadering) 11 maart 2026, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Nijmeegs Erfgoed Beschermd - Kinderdorp Neerbosch (02/2026)3.289 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeentelijke Monumentenlijst Register van beschermde monumenten krachtens de Nijmeegse Erfgoedverordening

Plaatselijke aanduiding monument

Begraafplaats aan Scherpenkampweg Aanwijzingsbesluit

n.t.b ID-code

nummer Redengevende omschrijving van het monument INLEIDING

Context: In het westen van Nijmegen, in het stadsdeel Lindenholt en de wijk Neerbosch-West, ligt Kinderdorp Neerbosch. Kinderdorp Neerbosch is oorspronkelijk ontstaan als weesinrichting. In 1867 startte Johannes van ’t Lindenhout de bouw van een weeshuis. Weeskinderen uit heel het land werden opgevangen en kregen hier huisvesting en onderwijs. Tussen hun 18e en 21e levensjaar verlieten de weeskinderen het weeshuis. De weesinrichting groeide onder de naam Van ’t Lindenhoutstichting en ving in 1893 bijna duizend kinderen op. Tot ongeveer 1903 groeide de weesinrichting uit tot een zelfvoorzienend dorp, waarbij bijna alle gebouwen onder leiding van de leermeesters, door de weeskinderen zelf gebouwd waren. Het dorp had eigen werkplaatsen zoals een klompenmakerij, kleermakerij, drukkerij, uitgeverij en bakkerij. Verder was het dorp voorzien van een eigen kapel, scholen, een boerderij, een ziekenhuis en een begraafplaats. Het Kinderdorp was hiermee de grootste weesinrichting van Nederland. Vanaf 1901 werden de kinderwetten aangenomen. Ook kwamen er nieuwe regels op het gebied van jeugdstrafrecht en werden in 1905 de Voogdijraden ingevoerd. In 1903 werd dominee Schrijver directeur van de weesinrichting. De instelling van de nieuwe Voogdijraden gaf de doorslag om voortaan ook voogdijkinderen op te vangen.

Tot ongeveer het jaar 1905 werd de weesinrichting gefinancierd door giften en bijdrages van protestantse filantropen uit heel het land. Door de nieuwe regels kreeg de weesinrichting ook steun op financieel gebied van de overheid. Tegelijkertijd daalde door de nieuwe wetten het aantal wezen dat in weeshuizen moest werd opgevangen. In 1930 stabiliseerde het aantal op ca. 500 weeskinderen. Op de eerste oorlogsdag van de Tweede Wereldoorlog werden de weeskinderen geëvacueerd naar Ewijk en Winssen. In 1944 werden vijfhonderd geallieerde soldaten in het Kinderdorp gekwartierd. De gebouwen leden weinig schade tijdens de oorlog, alleen ruiten en gas-en elektriciteitsleidingen waren niet meer heel en de boerderij uit 1869 brandde in 1944 uit. Na de Tweede Wereldoorlog veranderde de kijk op opvoedingsmethodes, waardoor in plaats van het opvoeden van kinderen in grote groepen het kind centraal kwam te staan. Hierdoor veranderde in 1963 de weesinrichting in een behandelcentrum voor kinderen, genaamd Kinderdorp Neerbosch. Het kind stond nu centraal en ook de protestants-christelijke levensvisie was niet meer van groot belang. Het personeelsbestand raakte nu meer gevarieerd: er waren nu psychologen, maatschappelijk werkers, orthopedagogen, cultureel leiders, onderwijskundigen en sportleiders in dienst. De kinderen kwamen meer uit de regio.

De stichting deelde de kinderen in kleinere groepen in om hen meer persoonlijke aandacht te geven. Om deze nieuwe inzichten van het behandelcentrum goed te faciliteren werd veel

blad 1 van 18

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 1

grootschalige gebouwen in de jaren zestig gesloopt en vervangen door kleinschaliger bebouwing. Door de economische crisis in de laten jaren zeventig en tachtig stopte de modernisering van de bebouwing echter. Hierdoor kwamen er ook minder plekken beschikbaar voor kinderen en kreeg het behandelcentrum minder subsidie binnen. Aan het eind van de jaren tachtig kreeg de Kinderbescherming nieuwe ideeën over het oplossen van de problemen van kinderen. Voorheen ving de stichting kinderen op in een geïsoleerde leefomgeving, maar vanaf eind jaren tachtig werden de problemen bij voorkeur thuis opgelost, waardoor minder kinderen werden overgeplaatst naar het Behandelcentrum. Doordat in 1989 de Wet op de Jeugdhulpverlening werd aangenomen, werden tussen 1992 en 1999 veel jeugdinstanties samengevoegd. Uiteindelijk werden er achttien Gelderse jeugdinstanties samengevoegd onder de naam Entrea Lindenhout. Dit leidde tot veel problemen, daarnaast wilde de organisatie zich graag dichter bij de stad vestigen. In 1996 vestigde het hoofdkantoor zich in Arnhem, hierdoor sloot uiteindelijk de zorginstelling in Neerbosch. Kinderdorp Neerbosch lag oorspronkelijk in een agrarisch gebied maar raakte vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw steeds meer door bedrijvigheid, infrastructuur en een woonwijk omringd, maar op het terrein zelf is dit nauwelijks merkbaar.

Hier heerst nog sterk de sfeer van een groen, dorpsachtig instellingsterrein.

Begraafplaats aan de Scherpenkampweg Net buiten het Kinderdorp ligt aan de zuidwestzijde van het terrein de begraafplaats. De begraafplaats maakt deel uit van de bebouwing die is gerealiseerd tijdens de ontwikkeling van de weesinrichting tot zelfvoorzienend dorp. Vóór 1879 was er geen begraafplaats op de weesinrichting. Weeskinderen werden destijds begraven op het kerkhof bij Het Witte Kerkje aan de Dorpsstraat van Neerbosch. In 1878 verleent de Gemeenteraad van Nijmegen toestemming om een begraafplaats op te richten aan de zuidwestzijde van het terrein. In 1879 wordt de begraafplaats in gebruik genomen en wordt het eerste weeskind begraven. In historische topografische kaarten is te zien dat kort voor de aanleg van de begraafplaats een klein gebouw in de noordoostelijke hoek stond. Op grond van de kaarten lijkt dat pand in de begraafplaats te zijn opgenomen. Mogelijk was het een lijkenhuisje. Rond 1960 verdwijnt het van de kaart. Door de grote hoeveelheid graven wordt het perceel vanaf 1886 opgehoogd tot maximaal drie graven hoog. In 1934 wordt er op de begraafplaats een monument voor oud-wezen geplaatst, genaamd de ‘Afgebroken zuil’, ter herdenking van de overleden kinderen. Bij een uitbreiding van de begraafplaats naar het zuidwesten in 1953 is de oppervlakte verdubbeld. De uitbreiding is gerealiseerd door de tuinman met de weeskinderen zelf.

Aan de zuidwestzijde verdween daarmee de omliggende sloot. De entree, die voorheen aan de zuidwestzijde van het terrein lag kwam daarmee vanzelf direct aan het einde van de toegangslaan. Niet lang voor 1969 lijkt het terrein opnieuw te zijn uitgebreid, met een trapeziumvormige strook aan de noordwestzijde, waarmee de ingang iets noordwestelijker kwam te liggen en de toegangslaan iets korter werd gemaakt. De toegangspoort werd toen naar het noordwesten verplaatst naar de huidige locatie. Maar tussen 1989 en 1992 is de laatste uitbreiding weer opgegeven, waardoor thans de ingangspoort een ca. 15 meter vooruitgeschoven positie heeft ten opzichte van de omranding van de huidige begraafplaats, die wordt gekenmerkt door boomsingel en een modern gaashekwerk.

blad 2 van 18

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 2

Rond 1982 is de Neerbosscheweg verlengd tot over het kanaal en werd de Hogelandseweg aangelegd, waardoor de begraafplaats niet meer vrij in het agrarisch gebied lag, maar aan de zuid- en westzijde werd omsloten door het wegennetwerk. Door de aanleg van de snelfietsroute in 2015, langs de zuidwestzijde (vlak langs de toegangslaan) is de toegangslaan buiten gebruik geraakt. In 2020 werd, het boerengrindpad opnieuw aangelegd en werden een bankje en een handpomp geplaatst. In 2022 onderging de toegangspoort uit 1909 een restauratie door de smederij van het Agrarisch Museum uit Overasselt. Vervolgens werden in 2023 een in-memoriam bankje, een strooiveldje en urnbegraafplaatsen gecreëerd. De begraafplaats is bedoeld voor oude en huidige bewoners van Kinderdorp Neerbosch. Op de begraafplaats liggen naar schatting 526 begravingen, waarvan 480 kinderen. Verder liggen er directieen bestuursleden, personeelsleden en personeelskinderen. In de beschrijving worden de zichtbare graven beschreven. De graven zijn beschreven vanaf de Scherpenkampweg/fietsroute aan de zuidwestzijde bezien.

OMSCHRIJVING VAN HET MONUMENT

Op het trapeziumvormige perceel is een asymmetrisch opgehoogd grondvlak aanwezig waarop zich de begraafplaats bevindt. Het perceel loopt vanaf de zuidwestzijde taps naar de noordoostelijke zijde. Het verhoogde grondvlak volgt aan de noordoostelijke zijde het perceel en sluit aan de noordwestelijk zijde haaks aan. De begraafplaats is omheind met een recent gaashekwerk, voorzien van drielaags puntdraad, en wordt omringd door een boomsingel met voornamelijk beuken, esdoorns en populieren. Aan de westelijke hoek sluit, haaks op het opgehoogde grondvlak, de toegangslaan aan. Deze heeft een lengte van ongeveer 100 meter. De toegangslaan ligt in lijn met de strokenverkaveling die voortkomt uit de middeleeuwse cope-ontginning van het gebied, in noordwest-zuidoostrichting. Deze lijn loopt naar het noordwesten door en vormt daar de zuidwestelijke begrenzing van het Kinderdorp. Aan het begin van de toegangslaan is een poort uit de tweede helft van de twintigste eeuw, welllicht eenentwintigste eeuw aanwezig. De toegangslaan, die later van asfalt is voorzien, heeft aan beide zijden een rij Koningslindes. Vanaf zeker de Tweede Wereldoorlog stond hier een dubbele rij bomen, maar deze zijn tegen de jaren 70 verdwenen. In 1990 zijn de huidige Koningslindes geplant. Op ongeveer 15 meter vanaf de begraafplaats staat de toegangspoort.

Het dubbele smeedijzeren hek, dat nog dateert uit 1909, heeft gietijzeren punten bovenaan de verticale tralies en is bevestigd aan twee penanten die bij de uitbreiding van voor 1969 zijn gebouwd. Deze zijn opgetrokken in machinaal geproduceerde rode handvorm baksteen in halfsteensverband met een cementvoeg en worden beëindigd door een rollaag. In het hek zijn in smeedijzer de woorden ‘MEMENTO MORI’ opgenomen wat vertaald vanuit het Latijns betekent: Gedenk te sterven of Denk eraan te (moeten) sterven. Vanaf deze poort bestaat het pad uit grind tot een tweede spijlenhek van circa 2000. De begraafplaats bestaat uit twee delen: een gedeelte uit 1879 aan de noordoostelijke kant en een uitbreiding uit 1953 aan de zuidwestelijke kant (fig.1).

blad 3 van 18

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 3

Begraafplaats 1953: Het zuidwestelijke deel van de begraafplaats heeft een orthogonale padenstructuur met in het midden een strooiveldje. De paden bestaan uit boerengrind tussen betonnen opsluitbanden. Verder bevinden zich beukenhagen rondom de orthogonale padenstructuur. Gezien vanaf de begraafplaats is er links van de poort de later geplaatste waterpomp aanwezig en rechts een houten bank. Aan de zuidoost -en zuidwestzijde bevinden zich 19 urnbegraafplaatsen. Nabij het strooiveldje bevinden zich 4 personeelsgraven die dateren tussen 1984 en 2023. Het betreffen tweepersoonsgraven en één eenpersoonsgraf voorzien van platte- en rechtopstaande grafstenen. Aan de noord -en noordoostelijke zijde, tegen de overgang van de begraafplaats uit 1879 aan, bevinden zich tien graven. Twee zijn links van de doorloop richting de begraafplaats uit 1879 aanwezig en rechts acht. Het linker graf van de rechter acht graven betreft een graf van een weeskind. De overige zijn personeelsgraven. Rechts van het graf voor het weeskind is ook een personeelskind begraven. De tien graven zijn geplaatst tussen 1957 en 1991. Het betreffen een- en tweepersoonsgraven voorzien van rechtopstaande grafstenen. Enkele graven zijn gecombineerd met platte grafstenen. Begraafplaats 1879: De doorgang van de begraafplaatsuitbreiding uit 1953 naar de begraafplaats uit 1879 wordt gemarkeerd door middelhoge beukenhagen.

Op de overgang lopen deze hagen aan beide zijden door tot ongeveer halverwege, langs de grens van beide delen. Hierdoor blijft de overgang tussen de uitbreiding en de oorspronkelijke begraafplaats duidelijk herkenbaar. In het midden van de begraafplaats staat een treurbeuk die al vanaf de oprichting van de begraafplaats aanwezig is. De padenstructuur is vrijwel geheel verdwenen. Het boerengrindpad loopt vanaf de uitbreiding in noordoostwaartse richting rechtdoor richting de treurbeuk en heeft één aftakking naar rechts. Na de aftakking bevindt zich, aan de zuidoostzijde, een liggend dubbel eenpersoongraf van Johannes van ’t Lindenhout (1836-1918) en zijn vrouw Hendrina van ’t Lindenhout – Sipman (1836-1900). Zij zijn de stichters van de weesinrichting. Johannes van het Lindenhout is tot 1903 directeur geweest en zijn vrouw tot haar dood. De hardstenen liggende grafstenen liggen op een gecementeerde plint. Op de grafsteen van Johannes van ’t Lindenhout staat in verheven letters geschreven: ‘JOHANNES van ’t LINDENHOUT, Geb. 4 Sept. 1836_Overl. 22 Jan 1918. Ik heb den goeden strijd gestreden, ik heb den loop geëindigd, ik heb het geloof behouden. 2 Tim. 4:7.’ Het laatste betreft een citaat uit de bijbel. Op de grafsteen van Hendrina van ’t Lindenhout – Sipman staat in verdiepte letters geschreven: ‘ .. H. van ’t LINDENHOUT. Geb. SIPMAN. Directie Weesinrichting Neerbosch. Geb.

15 April 1856 – Overl. 2 April 1900. Zalig zijn de doden Die in den Heere sterven.’

blad 4 van 18

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 4

Rechts schuin daarachter (oostelijk) bevindt zich een eenpersoons personeelsgraf uit 1907 met liggende grafsteen. Voor de treurbeuk zijn drie graven aanwezig. Aan de linkerzijde bevindt zich een eenpersoons personeelsgraf uit 1891 met liggende grafsteen. In het midden is een tweepersoons graf voorzien van liggende grafsteen aanwezig. De schenkers van de grond voor bouw van de Weesinrichting, Jan Hendrik Jansen (1836-1892) en Hendricus Jansen (1854-1902), liggen hier begraven. Rechts hiervan bevindt zich een tweepersoons personeelsgraf uit 1855 met staande grafsteen. Links van de treurbeuk is het monument voor oud-wezen uit 1934 aanwezig, genaamd de ‘Afgebroken zuil’, ter herdenking van de overleden kinderen. De ‘afgebroken’ hardstenen zuil is geplaatst op een eenvoudig hardstenen basement. Op het basement staat de tekst ‘Ter gedachtenis aan onze familie en vrienden die wij hier achterlieten. De Oudweezen.’ Op de zuil staat geschreven ’10 Mei 1934’. De afgebroken zuil is ter plaatse van het afgebroken deel later voorzien van cement. Rechts van de treurbeuk is een eenpersoons oud-wezengraf aanwezig uit 1896 met liggende grafsteen. Hierachter bevindt zich een bakstenen restant bestaande uit enkele metselwerk lagen met aan één zijde een boogconstructie. De functie is onbekend. Het is mogelijk restant van een grafkelder of ander bouwwerk.

Mogelijk was dit het bouwwerk dat in kaarten van voor ca. 1960 staat aangegeven - wellicht een lijkenhuisje. Aan de noordoostzijde van het terrein bevinden zich nog drie rijen graven. De voorste rij bestaat uit vier een- en tweepersoonse personeelsgraven. Het eerste, tweede en vierde graf heeft een staande grafsteen met verdiepte tekst, het derde graf een liggende grafsteen met verheven tekst. De graven komen uit de periode tussen 1890 en 1949. De tweede rij bestaat uit acht een- en driepersoons graven. Bij de linker vijf graven liggen weeskinderen begraven. De drie volgende betreffen graven voor personeelsleden. Bij het uiterst rechter graf is ook een personeelskind begraven. Alle acht graven zijn voorzien van een staande grafsteen met verheven tekst. De graven dateren uit de periode tussen 1935 en 1964. De derde rij bestaat uit zes een-, twee- en veelal driepersoons graven van weeskinderen. Het uiterst linker graf is van een personeelskind. De linker twee graven zijn voorzien van schuin-liggende grafsteen. De vier hierop volgende graven hebben een staande grafsteen. Alle grafstenen zijn voorzien van verheven tekst. De graven dateren uit de periode tussen 1929 en 1938. Achter de rij graven bevindt zich een eenpersoons personeelskindgraf uit 1916 voorzien van staande grafsteen met verdiepte tekst.

Dwars ten opzichte van de voorgaande rijen graven is aan de achterzijde een eenpersoons graf uit 1880 aanwezig van Daniel Jacobus Molijn, oud-bestuurder van de weesinrichting. Het betreft het oudst zichtbare graf van de begraafplaats. De hardstenen liggende grafsteen ligt op een bakstenen fundament met (deels) gecementeerde plint. Op de grafsteen staat in verdiepte letters geschreven: ‘D. J. M. GEB. 19 SEPT 1816 OVERL. 16 FEB 1880

blad 5 van 18

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 5

HEB.. DIE GELOOFD HEBBEN GAAN IN DE RUST’ Aansluitend bevindt zich hierachter een bakstenen restant bestaande uit een boogconstructie. Het type boogconstructie komt overeen met de eerder beschreven boogconstructie achter de treurbeuk. Tegen de noordoostelijke kavelgrens is een eenpersoons graf van een personeelskind aanwezig voorzien van staande grafsteen uit 1885. De grafsteen is voorzien van een verdiepte tekst.

WAARDERING

Het object bevat de volgende waarden (refererend aan de Beleidsregels selectiecriteria voor aanwijzing van gemeentelijk beschermde monumenten en gemeentelijke stadsbeelden gemeente Nijmegen, 1812-2024): Stedenbouwkundige waarden: De begraafplaats heeft ensemblewaarde als onderdeel van de weesinrichting die zich ontwikkelde tot een zelfvoorzienend dorp. Kinderdorp Neerbosch is door de tijd heen deels omsloten door bedrijventerrein en wegen, waardoor de begraafplaats niet meer geheel vrij in het agrarisch gebied ligt. De begraafplaats ligt iets buiten het eigenlijke instellingsterrein maar vormt er met het bijhorende opgaande groen een duidelijk zichtbare ‘voorpost’ van en geeft daarmee in landschappelijke/stedenbouwkundige zin de begrenzing van het Kinderdorp aan als beeldbepalende groene clump. De inrichting van de begraafplaats geeft een historische ruimtelijke ontwikkeling weer, en heeft mede vanwege het opgaande groen landschappelijke waarde, Architectuurhistorische waarden: Vanwege de vormgeving van de toegangspoort met hekwerk en de diverse graven en monumenten, die karakteristiek is voor de tijd van plaatsing qua type, detaillering en materialisering, is er sprake van architectuurhistorische waarden. Cultuurhistorische waarden: De begraafplaats heeft hoge cultuurhistorische waarde als onderdeel van de weesinrichting die zich ontwikkelde tot zelfvoorzienend dorp.

Het Kinderdorp Neerbosch geeft uitdrukking aan de ontwikkeling van de jeugdzorg in Nederland vanaf 1863. Als onderdeel van de eerste bouwfase van het Kinderdorp Neerbosch is de begraafplaats daarom van historisch-maatschappelijk belang. Tevens laat de begraafplaats de invloed van het geloof zien in het toegangspoort en de grafmonumenten. De graven op de begraafplaats uit 1879 tonen het maatschappelijke belang aan doordat er graven aanwezig zijn die verschillende relaties met het Kinderdorp aangeven, zoals graven voor directie- en bestuursleden, personeelsleden, personeelskinderen en weeskinderen. In het bijzonder de graven van de Stichters en het oudst zichtbare graf zijn van grote historische waarde. Verder geeft het monument voor gestorven oud-wezen uit 1934 het belang van de begraafplaats aan als herdenkingsplek voor de doden van wie (hier) geen graven meer zichtbaar zijn. De latere uitbreiding van de begraafplaats (1953) geeft het voortdurende maatschappelijk belang tot op heden aan, doordat het terrein nog steeds in gebruik is.

blad 6 van 18

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 6

Het is zeer bijzonder dat de weesinrichting zich heeft ontwikkeld tot grootste kinderdorp van Nederland in de late negentiende eeuw. De weeskinderen bouwden onder leiding van de leermeesters de panden en legden ook de begraafplaats aan. Conclusie: De begraafplaats voldoet aan de criteria voor bescherming als gemeentelijk monument, conform de Erfgoedverordening Nijmegen. De individuele graven worden niet beschermd, met uitzondering van de grafmonumenten op het oudste gedeelte van de begraafplaats uit 1879. Het moderne gaashekwerk, het strooiveldje en andere onderdelen van na ca. 1990 worden ook niet beschermd.

Bronnen: Stichting Memento Mori. (2018). Locatie. Weezenkerkhof Neerbosch. www.weezenkerkhof.nl Geraadpleegd op 18 december 2024. Stichting Memento Mori. (2024). StMM Weezenkerkh-database. [Excel-bestand]. Stichting Memento Mori. Thijssen, A. A. W. (2020). De tienhoekige paviljoens. [Masterscriptie, Universiteit Utrecht]. UU Theses Repository. Thijssen, A. A. W. (2020). Kinderdorp Neerbosch. Gemeente Nijmegen. Vereniging Oud-Neerbosschers. (1988). Neerbosch en……de 20.000 KINDEREN van Johannes van ’t Lindenhout. 1863-1988. Drukkerij-Uitgeverij Gevana. [einde omschrijving]

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- ---Kadastrale tenaamstelling Kadastrale aanduiding Gemeente: Sectie: Nummer(s):

Gegevens 19 december 2018

Neerbosch K 4300

foto’s op vervolgblad

blad 7 van 18

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 7

Fig. 1. Overzicht begraafplaats. (Stichting Memento Mori Nijmegen. Plattegrond van het Weezenkerkhof Neerbosch. 2018. Geraadpleegd op 25 april 2025, via http://www.weezenkerkhof.nl/locatie.php).

blad 8 van 18

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 8

Luchtfoto uit 1969 van de begraafplaats temidden van agrarisch land. Links de toegangslaan. Op deze foto zijn de uitbreidingsfasen herkenbaar: het oudste gedeelte ligt rechtsboven omgeven door grote bomen en een grote boom in het midden; ten zuidwesten de eerste uitbreiding uit 1953; ten noordwesten de tweede uitbreiding van kort voor 1969.

blad 9 van 18

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 9

Toegangslaan begraafplaats.

Poort met latere penanten.

blad 10 van 18

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 10

Begraafplaats 1953.

Links urnbegraafplekken en rechts het strooiveldje.

blad 11 van 18

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 11

Strooiveldje.

Graven nabij strooiveldje.

blad 12 van 18

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 12

Begraafplaats 1953 met twee graven van personeelsleden.

Begraafplaats 1953 met links graf van weeskind en rechts van personeelsleden.

blad 13 van 18

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 13

Begraafplaats uit 1879 vanuit de entree gezien, richting noordoost.

Begraafplaats 1879 met vooraan de graven van de stichters met daarachter de treurbeuk. Foto richting noord

blad 14 van 18

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 14

Graven van Johannes van ’t Lindenhout (1836-1918) en zijn vrouw Hendrina van ’t Lindenhout – Sipman (18361900).

Drie graven voor treurbeuk.

blad 15 van 18

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 15

Eerste rij graven met rechts het monument uit 1934.

Monument ‘Gebroken zuil’ uit 1934.

blad 16 van 18

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 16

Tweede en derde rij graven.

Oudste graf.

blad 17 van 18

Bakstenen restant.

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 17

Kadastrale kaart. Het groen omlijnde gebied geeft de begraafplaats aan de Scherpenkampweg aan.

blad 18 van 18

Adres.doc

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=2d382dd3-a478-43bc-a69d-b0a49ec91fe1