CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Redengevende omschrijving Scherpenkampweg 82, 84 en 86

Besluitronde (raadsvergadering) 11 maart 2026, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Nijmeegs Erfgoed Beschermd - Kinderdorp Neerbosch (02/2026)4.533 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeentelijke Monumentenlijst Register van beschermde monumenten krachtens de Nijmeegse Erfgoedverordening

Plaatselijke aanduiding monument

Scherpenkampweg 82-84-86 Aanwijzingsbesluit

n.t.b ID-code

nummer Redengevende omschrijving van het monument

INLEIDING

Context: In het westen van Nijmegen, in het stadsdeel Lindenholt en de wijk Neerbosch-West, ligt Kinderdorp Neerbosch. Kinderdorp Neerbosch is oorspronkelijk ontstaan als weesinrichting. In 1867 startte Johannes van ’t Lindenhout de bouw van een weeshuis. Weeskinderen uit heel het land werden opgevangen en kregen hier huisvesting en onderwijs. Tussen hun 18e en 21e levensjaar verlieten de weeskinderen het weeshuis. De weesinrichting groeide onder de naam Van ’t Lindenhoutstichting en ving in 1893 bijna duizend kinderen op. Tot ongeveer 1903 groeide de weesinrichting uit tot een zelfvoorzienend dorp, waarbij bijna alle gebouwen onder leiding van de leermeesters, door de weeskinderen zelf gebouwd waren. Het dorp had eigen werkplaatsen zoals een klompenmakerij, kleermakerij, drukkerij, uitgeverij en bakkerij. Verder was het dorp voorzien van een eigen kapel, scholen, een boerderij, een ziekenhuis en een begraafplaats. Het Kinderdorp was hiermee de grootste weesinrichting van Nederland. Vanaf 1901 werden de kinderwetten aangenomen. Ook kwamen er nieuwe regels op het gebied van jeugdstrafrecht en werden in 1905 de Voogdijraden ingevoerd. In 1903 werd dominee Schrijver directeur van de weesinrichting. De instelling van de nieuwe Voogdijraden gaf de doorslag om voortaan ook voogdijkinderen op te vangen.

Tot ongeveer het jaar 1905 werd de weesinrichting gefinancierd door giften en bijdrages van protestantse filantropen uit heel het land. Door de nieuwe regels kreeg de weesinrichting ook steun op financieel gebied van de overheid. Tegelijkertijd daalde door de nieuwe wetten het aantal wezen dat in weeshuizen werd opgevangen. In 1930 stabiliseerde het aantal op ca. 500 weeskinderen. Op de eerste oorlogsdag van de Tweede Wereldoorlog werden de weeskinderen geëvacueerd naar Ewijk en Winssen. In 1944 werden vijfhonderd geallieerde soldaten in het Kinderdorp gekwartierd. De gebouwen leden weinig schade tijdens de oorlog, alleen ruiten en gas-en elektriciteitsleidingen waren niet meer heel en de boerderij uit 1869 brandde in 1944 uit. Na de Tweede Wereldoorlog veranderde de kijk op opvoedingsmethodes, waardoor in plaats van het opvoeden van kinderen in grote groepen het kind centraal kwam te staan. Hierdoor veranderde in 1963 de weesinrichting in een behandelcentrum voor kinderen, genaamd Kinderdorp Neerbosch. Het kind stond nu centraal en ook de protestants-christelijke levensvisie was niet meer van groot belang. Het personeelsbestand raakte nu meer gevarieerd: er waren nu psychologen, maatschappelijk werkers, orthopedagogen, cultureel leiders, onderwijskundigen en sportleiders in dienst. De kinderen kwamen meer uit de regio.

De stichting deelde de kinderen in kleinere groepen in om hen meer persoonlijke

blad 1 van 18

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 1

aandacht te geven. Om deze nieuwe inzichten van het behandelcentrum goed te faciliteren werd veel grootschalige gebouwen in de jaren zestig gesloopt en vervangen door kleinschaliger bebouwing. Door de economische crisis in de laten jaren zeventig en tachtig stopte de modernisering van de bebouwing echter. Hierdoor kwamen er ook minder plekken beschikbaar voor kinderen en kreeg het behandelcentrum minder subsidie binnen. Aan het eind van de jaren tachtig kreeg de Kinderbescherming nieuwe ideeën over het oplossen van de problemen van kinderen. Voorheen ving de stichting kinderen op in een geïsoleerde leefomgeving, maar vanaf eind jaren tachtig werden de problemen bij voorkeur thuis opgelost, waardoor minder kinderen werden overgeplaatst naar het Behandelcentrum. Doordat in 1989 de Wet op de Jeugdhulpverlening werd aangenomen, werden tussen 1992 en 1999 veel jeugdinstanties samengevoegd. Uiteindelijk werden er achttien Gelderse jeugdinstanties samengevoegd onder de naam Entrea Lindenhout. Dit leidde tot veel problemen, daarnaast wilde de organisatie zich graag dichter bij de stad vestigen. In 1996 vestigde het hoofdkantoor zich in Arnhem, hierdoor sloot uiteindelijk de zorginstelling in Neerbosch.

Kinderdorp Neerbosch lag oorspronkelijk in een agrarisch gebied maar raakte vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw steeds meer door bedrijvigheid, infrastructuur en een woonwijk omringd, maar op het terrein zelf is dit nauwelijks merkbaar. Hier heerst nog sterk de sfeer van een groen, dorpsachtig instellingsterrein.

Scherpenkampweg 82-84-86 Op het Kinderdorp staat aan de zuidwestelijke rand van het terrein de boerderij aan de Scherpenkampweg 82-84-86. De boerderij is in 1948-1950 gebouwd naar ontwerp van G. Pothoven in opdracht van het Bureau Wederopbouw Boerderijen. H.A. (Bart) Pothoven was in de jaren dertig tot zestig de hoofdarchitect van de inrichting. Na de Tweede Wereldoorlog sloot zijn zoon G. Pothoven aan. De huidige boerderij vervangt een voorganger uit 1869, die tijdens de Tweede Wereldoorlog, in 1944, is uitgebrand als gevolg van onvoorzichtigheid door militairen. Het betrof een gemengd agrarisch bedrijf en bevond zich aan de overzijde van de Scherpenkampweg, ten oosten van de huidige boerderij. De boerderij was opgericht met het dubbele doel om in voedsel te voorzien zowel als weeskinderen op te leiden in het agrarisch vak. Ter uitbreiding van de boerderij uit 1869 werd in 1935 aan de overzijde van de weg (ten westen) een graanschuur gerealiseerd. Na de verwoesting van de oorspronkelijke boerderij is ervoor gekozen de herbouw te situeren op die tegenoverliggende locatie. In het herbouwplan werd de bestaande graanschuur uit 1935 opgenomen. Het erf werd ingericht als een vierkant terrein, omsloten door een nieuwe boerderij met bijbehorende schuren in een L-vormige opstelling.

Het ommuurde binnenterrein tussen de gebouwen werd opengehouden en was toegankelijk via een poort aan de zuidoostzijde en een tweede poort aan de noordoostzijde van de ommuring. In de zuidoostelijke hoek van het erf bevond zich de graanschuur, die in de jaren zeventig verloren is gegaan door brand. Op een gegeven moment is het complex dienst gaan doen als kinderboerderij en in 1983 vond een ingrijpende verbouwing plaats, waarbij de voormalige veestal werd herbestemd tot ontmoetingscentrum. Sinds 2001 zijn het woonhuis, de achtergelegen veestal en de stal voor varkens met jongvee met paardenstal in particulier gebruik als meerdere woningen, waarbij de erfstructuur gedeeltelijk is aangepast om privéruimtes te creëren en stallen niet meer als zodanig functioneren.

blad 2 van 18

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 2

Architect Het architectenbureau Pothoven werd in 1910 opgericht door H.A. (Bart) Pothoven en vestigde zich in Laren. Een jaar later verhuisde het bureau naar Amersfoort. In de eerste decennia richtte het bureau zich voornamelijk op het ontwerpen van landhuizen en villa’s waarmee het een belangrijke rol had in de ontwikkeling van de landhuisstijl in Nederland. Dit bleef een belangrijke pijler van het bureau. Later breidde het werk zich uit naar woningbouwprojecten, fabrieken, garagebedrijven, kerken, winkels en instituties. In 1939 kwam zoon Arie Pothoven bij het bureau werken. Na de Tweede Wereldoorlog nam Gesienus Pothoven (1915-1997) de werkzaamheden van zijn overleden tweelingbroer Arie Pothoven over. Hij richtte zich aanvankelijk vooral op wederopbouw- en herstelprojecten, waaronder vele boerderijen. Later ontwierp hij een groot aantal woningen, bedrijfspanden en instituties. Gesienus was de ontwerper van deze boerderij. Relevant is dat hij tussen 1950-1980 ook lector was aan de Landbouwhogeschool in Wageningen, waar hij over boerderijen doceerde. In 1981 trad zijn zoon Bart Pothoven het bureau in. In 2008 sloot het architectenbureau. Het bureau kenmerkt zich door de toepassing van een grote diversiteit aan bouwstijlen. Dit kwam door de klantgerichte aanpak, waardoor het bureau moeiteloos in staat was om verschillende bouwstijlen toe te passen.

Het werk toont een ontwikkeling waarbij steeds minder vastgehouden werd aan traditionele streekgebonden stijlen. Verder stond Pothoven erom bekend dat hij zijn contacten met opdrachtgevers goed onderhield, waardoor hij regelmatig nieuwe projecten van dezelfde opdrachtgevers ontving. Hij kreeg bijvoorbeeld ook herhaaldelijk opdrachten van de Heldringstichting in Zetten. Zijn betrokkenheid bij de Nederlands-hervormde kerk speelde hierbij waarschijnlijk een grote rol. Bureau Wederopbouw Boerderijen Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden meer dan 9000 boerderijen verwoest, vooral in NoordBrabant, Gelderland en Limburg. In 1940 werd het Bureau Wederopbouw Boerderijen (BWB) opgericht als overheidsinstantie, met als doel de wederopbouw van deze boerenbedrijven te ondersteunen. Het bureau hielp boeren niet alleen met het opstellen van herstelplannen, maar bood ook financiële steun voor de wederopbouw van hun boerderijen. OMSCHRIJVING VAN HET MONUMENT

Hieronder wordt het pand enkel beschreven op basis van bezichtiging vanaf de openbare weg, omdat het pand niet kon worden bezocht. De boerderij is gelegen aan de westzijde van het terrein, in de zuidwestelijke hoek van de kruising tussen de recent aangelegde snelfietsroute en de historische weg die in zuidwest-noordoostelijke richting loopt (huidige Scherpenkampweg) naar het Kinderdorp. Aan de oostzijde bevindt zich de overige bebouwing van het Kinderdorp, met in noordoostelijke richting paviljoens uit de jaren zestig en ten oosten staat een klein rijtje gebouwen uit de eerste bouwfase van de voormalige weesinrichting. Aan de zuid- en westzijde wordt de boerderij omgeven door een agrarisch landschap. De boerderij heeft een L-vormige plattegrond, die is gericht op de halve windrichtingen, zodanig dat deze past in de orthogonale structuur van het hele Kinderdorp, die is gebaseerd op de middeleeuwse verkaveling. De open hoek van de L is naar het oosten gericht, waar zich de kruising van de snelfietsroute en de oorspronkelijke tak van de weg bevindt. Die open hoek was voorheen een aan drie zijden door bebouwing omgeven binnenplaats, omdat zich daar aan de noordoostzijde voorheen de graanschuur bevond.

blad 3 van 18

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 3

Het gebouw staat op een ruime kavel met een informele en ietwat rommelige inrichting die zich niet meer duidelijk als een agrarisch erf manifesteert, met veel opgeschoten groen van struiken hagen en bomen. Het erf is inmiddels opgedeeld in verschillende delen die worden gebruikt door verschillende bewoners in het oorspronkelijke woongedeelte en het vm. bedrijfsgedeelte. Bij het oorspronkelijk woongedeelte, op de zuidoostelijke kop aan de Scherpenkampweg, is een pad door de kleine voortuin naar de voordeur, verder naar het noordoosten is de oude bedrijfsinrit naar de vm. binnenplaats met poort en grote flankerende platanen, en aan de noordoostzijde zijn er twee recentere verharde ontsluitingen richting snelfietspad. Ten noordwesten achter het gebouw werd bij de bouw de mestplaat met daaronder de gierkelder aangelegd. Deze is niet meer zichtbaar, maar is vermoedelijk nog altijd aanwezig. De boerderij is van oorsprong opgebouwd uit meerdere bouwdelen die samen vanuit een L-vormig grondvlak zijn opgetrokken. Aan de Scherpenkampweg, op de zuidoostelijke kop van de L, bevindt zich het anderhalflaagse woongedeelte van de boerderij onder een dwarsgeplaatst zadeldak.

Aan de achterzijde van het woonhuis bevindt zich het langwerpig volume van de oorspronkelijke veestal onder een grote kap die haaks op het woonhuis aansluit, met dakschilden die verder naar onder doorlopen tot op eenlaags gevels en een wolfseinde aan het noordwestelijke uiteinde. Aan de noordoostzijde sluit hier haaks een iets lager langwerpig volume met de vm. jongvee- en varkensstal aan, waarbij de noordwestelijke buitengevel bij de varkensstal lager is opgetrokken onder een afhang. Dit volume wordt op de noordoostelijke kop afgesloten door de vm. paardenstal, die net als de veestal aan de achterzijde licht vooruitsteekt ten opzichte van de varkensstal, onder een kap haaks op de die van de varkensstal en een eindgevel onder wolfseinde op het noordwesten. Alle daken zijn gedekt met rode Verbeterde Hollandse pannen en nokvorsten. De pannen op het woonhuis zijn recent vernieuwd. Bij het woonhuis steken ter hoogte van beide (zij)eindgevels twee gemetselde schoorstenen door het dakvlak, die de tuiten van de gevels vormen. Daarnaast bevindt zich een gemetselde schoorsteen in de nok, ter plaatse van de voormalige brandmuur tussen het woonhuis en de veestal. Ook staat halverwege het dak van de varkensstal een gemetselde schoorsteen. Op de nok van de verschillende stalgedeelten staan ventilatiekanalen afgedekt met houten zinkbeklede overkapping met tentdakje.

In het achter dakvlak van het woonhuis zijn nog twee oorspronkelijke stalen dakramen aanwezig. Op de overige dakvlakken bevinden zich verspreid dakvensters uit latere perioden. Daarnaast is aan de voorzijde van de voormalige veestal een recente houten dakkapel aanwezig. De gevels zijn opgetrokken in rode machinaal gefabriceerde baksteen in een halfsteensverband met een cementvoeg. Centraal in de voorgevel van het woonhuis is een doorgestoken dakkapel onder dwarskapje aanwezig. Een dakkapel van hetzelfde type is aanwezig in de gevel aan het vm. binnenterrein van de voormalige jongvee- en varkensstal. De topgevels worden langs de dakranden beëindigd met gevelpannen. Bij de veestal is bij het binnenterrein deels een recente bakgoot geplaatst. Overige gevels van stallen worden beëindigd door een kort dakpannen overstek. Woonhuisgedeelte: De gevelopeningen in het oorspronkelijke woongedeelte zijn op de begane grond gedekt door een anderhalfsteense strek en op de verdieping een steens strek. De vensters in het woondeel bevatten vlakke houten kozijnen en vernieuwde ramen en hebben keramische raamdorpelstenen.

blad 4 van 18

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 4

Voorgevel (zuidoostzijde): De voorgevel van het woonhuis is zuidoostelijk georiënteerd en staat parallel aan de Scherpenkampweg. De gevel is symmetrisch opgezet en heeft centraal de hoofdingang met een opgeklampte voordeur met onder- en bovendeur met spiekertje, onder een bovenlicht voorzien van decoratieve gebogen roeden in houten kozijn op hardstenen neuten en met een hardstenen dorpel. De entree is voorzien van een houten omlijsting met eenvoudige profilering. Voor de deur ligt een stoepje met bakstenen rand, rode tegels en ijzeren voetrooster. Rechts van de entree bevindt zich een gevelsteen in kunststeen met ingraveerde tekst: VERNIETIGD DOOR BRAND IN HET OORLOGSJAAR 1944.. HERBOUWD IN HET VREDESJAAR 1950

Ter weerszijden bevinden zich een vensters met dubbel houten zesruits ramen en vernieuwde opgeklampte raamluiken aan gehengen en duimen. Op de verdieping is in de doorgestoken gevel van de dakkapel een kleiner venster met vierruits raam aanwezig. De voorgevel van het woonhuis wordt ter plaatse van de dakvoet beëindigd door de zinken mastgoot. Die wordt ondersteund door smeedijzeren consoles met bescheiden decoratief krulwerk. Zijgevels woonhuis: In de linker zijgevel van het dwarse volume van het woonhuis bevinden zich op de begane grond links een dubbele tuindeur en rechts een venster met dubbel houten raam, met in zowel deuren als ramen een zesruits roedeverdeling. Op de verdieping is er links een dubbel venster en rechts een driedelig venster, voorzien van vierruits ramen. De rechter zijgevel is het spiegelbeeld van de linker, met als verschil dat hier op de begane grond geen dubbele deur is maar een venster met dubbel zesruits raam, zoals de andere vensters op de begane grond. Het linker venster is nog voorzien van de opgeklampte luiken, die ook bij de andere vensters op de begane grond aanwezig waren. Het voorste deel van het langwerpige volume met de veestal is van oorsprong ook onderdeel van de boerenwoning. Hier is er in de linker zijgevel een gewijzigde deur met zijraam en in de rechter zijgevel een zg.

melkmeisje met opgeklampte houten deur met ter weerszijden zesruits ramen. Daarboven staat op het dakschild een kleine houten dakkapel met dubbel raam onder flauw hellend zinkgedekt zadeldakje.

Voormalige veestal: Het langwerpige volume van de vm. veestal achter het woonhuis, is vanaf de openbare weg beperkt zichtbaar en kan daarom niet gedetailleerd worden beschreven.

blad 5 van 18

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 5

In de linker zijgevel (zuidwestgevel) bevinden zich een groot aantal betonnen zesruits stalramen met aan de onderzijde een ventilatieopening. In de rechter zijgevel zijn in 1983 de stalvensters aangepast naar houten vensters met vaste ramen onder kleppend bovenlicht. Ook zijn er toen extra doorgangen gerealiseerd. In de doorgestoken dakkapel is onder getoogde rollaag een hooiluik aanwezig voorzien van dubbele opgeklampte hooiluikdeuren aan gehengen en duimen. De noordwestgevel van de vm. veestal is een topgevel onder wolfseind. Deze is niet zichtbaar vanaf de openbare weg, maar had volgens foto’s uit 2019 destijds nog grotendeels de oorspronkelijke gevelindeling. De grootste aanpassing is het verwijderen van de centraal gelegen dubbele staldeuren op de begane grond in 1983. De opening is dichtgemetseld in lichte kleur baksteen. Links in de gevel is een getoogde opgeklampte staldeur aanwezig. Op de zolderverdieping bevindt zich een getoogd hooiluik met aan weerszijden een betonnen zesruits stalraam, en vlechtingen langs de dakrand.

Voormalige jongvee-, varkens-, en paardenstal: De vleugel met deze stallen heeft op de noordoostelijke kop aan de straatzijde een gevel met zeven vensters met betonnen zesruits stalramen met aan de onderzijde een ventilatieopening. Tussen het vierde en vijfde venster van links is er een opgeklampte staldeur aan gehengen en duimen onder een betonnen tussendorpel met daarboven een vierruits betonnen bovenlicht. De lange zuidoostgevel van dit volume bevat meerdere opgeklampte staldeuren met boven- en onderdeur, aan gehengen en duimen onder betonnen tussendorpel met daarboven betonnen vierruits bovenlichten. Een vijftal oorspronkelijke stalvensters zijn hier vergroot om meer licht te geven in de vleugel ten behoeve van recenter gebruik. In de doorgestoken dakkapel is een getoogd hooiluik aanwezig voorzien van dubbele opgeklampte hooiluikdeuren aan gehengen en duimen. Daarnaast bevinden zich meerdere stalvensters in de gevel. De beperkte zichtbaarheid zorgt ervoor dat details verder niet beschreven konden worden. De noordwestgevel van de vm. paardenstal is een topgevel onder wolfseind. Deze is niet zichtbaar vanaf de openbare weg, maar had volgens foto’s uit 2019 destijds nog de oorspronkelijke symmetrische indeling met twee getoogde staldeuren, een getoogd hooiluik op de verdieping, en vlechtingen langs de dakrand.

Rechts daarvan, bevatte de evenmin zichtbare lage gevel van de varkensstal onder de afhang, opgeklampte staldeuren en betonnen zesruits stalramen zoals boven beschreven voor andere gevels.

Terreininrichting: Bij de vm. binnenplaats, ten oosten van het gebouw, is een deel van de oorspronkelijke muur die de binnenplaats afsloot, bewaard gebleven. Het betreft van links naar rechts de aanzet tegen het oude woongedeelte, een loopdoorgang, dan een muur van ca. 5 m. en dan de oude bedrijfsingang met poort. De bakstenen muur is ca. 1 m. hoog gemetseld in halfsteens verband, gedekt met een ezelsrug. De poort heeft twee bakstenen pijlers gedekt met een licht vooruitstekende rollaag. Van het vleugelhekwerk dat daartussen hing, resteert nog slechts de rechter helft. Het betreft een ijzeren hek uit ronde buis met een laag gesloten paneel onderin en dunne spijlen daarboven. Ter weerszijden staan iets voor de poort forse platanen die waarschijnlijk uit de bouwtijd dateren. Interieur:

blad 6 van 18

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 6

Het interieur van het woonhuis kon niet worden bezichtigd. Op basis van foto’s uit 2019 blijkt echter dat de oorspronkelijke interieurindeling en afwerking in grote lijnen nog aanwezig zijn. De onderstaande beschrijving is op hoofdlijnen samengesteld op basis van dit beeldmateriaal uit 2019. Woonhuis: De indeling van de begane grond en verdieping van het woonhuis zijn grotendeels oorspronkelijk. Op de begane grond bevindt zich centraal aan de voorzijde een gang met rechts een steektrap naar de verdieping. Links en rechts van de gang zijn kamers gesitueerd. Ter hoogte van de hoofdentree maakt de gang aan de achterzijde een haakse bocht naar rechts, waar zich de toegang tot de kelder en toilet bevindt. De gang sluit vervolgens aan op de keuken, gelegen tegen de gevel aan de zijde van de binnenplaats. De keuken is de enige ruimte die recent is aangepast door de scheidingswand tussen het oorspronkelijke woondeel en het voormalige stalgedeelte te verwijderen. Vanuit deze keuken zijn de overige ruimtes van het voormalige stalgedeelte bereikbaar. Onder het woonhuis is een kelder aanwezig, gesitueerd onder de linker voorkamer en de gang achter de hoofdentree. De kelder is te bereiken via een steektrap en is opgebouwd uit een betonnen bak met een kelderlicht. De indeling van de kelder bestaat verder uit twee ongedeelde en geschakelde ruimtes.

De indeling van de verdieping bestaat uit een centrale overloop met vier slaapkamers. In het woonhuis zijn veel oorspronkelijke interieuronderdelen bewaard gebleven, zoals de geprofileerde houten binnendeurkozijnen met bijbehorende paneeldeuren. Op de verdieping zijn deze deuren voorzien van bovenlichten met gehamerd glas. De trappen beschikken over geprofileerde treden en houten armleuningen. Ook zijn meerdere schouwen uit 1950 behouden gebleven. De vloerafwerking in de gang achter de hoofdentree bestaat uit zwart-wit gemêleerde tegels in een wieberpatroon met een bijpassende witte betegelde plint. Plafonds zijn vlak uitgevoerd, vermoedelijk als stuc op gaas. In de rechter voor- en achterkamer zijn sobere kooflijsten aanwezig uit 1950. De kapconstructie is grotendeels betimmerd, maar betreft naar alle waarschijnlijkheid een gordingenkap. Voormalige veestal: Tegen het woondeel aan, bij de linkerzijgevel, is de voormalige melkkamer aanwezig. Hier bevindt zich een oude trap met geprofileerde treden naar de zolder boven de voormalige veestal. De veestal is in 1983 verbouwd tot ontmoetingscentrum, waarbij de oorspronkelijke interieurindeling – en afwerking is verwijderd.

Voormalige jongvee-, varkens-, en paardenstal: De oorspronkelijke indeling van de voormalige varkensstal op de begane grond is grotendeels behouden, hoewel enkele ruimten zijn opgedeeld of toegevoegd vanwege de huidige woonfunctie. Het woongedeelte bevindt zich deels in de voormalige personeelskantine en slachterij (rechts van de entree in de zuidoostgevel) en deels in de oude stal voor de stier en de bietenopslag (links van die entree). Via de entree aan de zijde van de voormalige binnenplaats wordt een hal betreden met inbouwkasten en oorspronkelijke binnendeuren en kozijnen. Rechts is een doorgang naar de keuken, met een schouw voorzien van een geprofileerde houten boezembalk. De verbindende gang met betonnen dek (oorspronkelijk uit 1950) sluit alle staldelen op de begane grond op elkaar aan. In de varkensstal zijn aan de achterzijde nog oorspronkelijke boxen aanwezig.

blad 7 van 18

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 7

De paardenstal is via meerdere deuropeningen toegankelijk, die uitkomen op een gang met betonnen dekking, verbonden met de middengang van de varkensstal. Langs de buitenste langsgevel bevinden zich paardenboxen met betonnen vloeren. De ongedeelde zolder boven de stal is bereikbaar via een stalen trap uit de bouwtijd (1950). De begane grondvloeren van de stalgedeelten zijn uitgevoerd in gewapend beton, de zoldervloeren bestaan uit holle stenen, conform de opzet uit 1950. De zoldervloeren van de voormalige veestal en paardenstal worden ondersteund door betonnen kolommen en langsdragers. De kapconstructie van de stalgedeelten bestaat uit Hollandse spanten.

WAARDERING

Het object bevat de volgende waarden (refererend aan de Beleidsregels selectiecriteria voor aanwijzing van gemeentelijk beschermde monumenten en gemeentelijke stadsbeelden gemeente Nijmegen, 1812-2024): Stedenbouwkundige waarden: Het pand is in essentie onderdeel van het stedenbouwkundige en historisch-functionele ensemble van Kinderdorp Neerbosch. Net als bijna alle andere gebouwen in het Kinderdorp maakt dit pand onderdeel uit van een stedenbouwkundig plan, dat in de loop der tijd steeds werd aangepast. De boerderij heeft hierin een randlocatie, die werkt als afbakening van het Kinderdorp, wat direct verband houdt met het gegeven dat de functie gerelateerd wat aan de jeugdzorginstelling zowel als aan de omliggende agrarische grond. De boerderij refereert als wederopbouwcomplex naar de boerderij die in 1869 was opgericht aan de overzijde van de weg, die in WOII verloren ging, en aan de graanschuur waarbij met de wederopbouwboerderij bij werd aangeknoopt om een hoeve-type met binnenplaats te creëren. De deels nog aanwezig binnenplaats-muur met poort draagt als restant van deze ontwikkeling bij aan de historische betekenis van het ensemble. Tevens heeft het pand ensemblewaarde in relatie met het aangrenzende agrarische landschap, alsmede met de historische bebouwing, en de groen- en wegenstructuur van het Kinderdorp.

Architectuurhistorische waarden: Het pand heeft architectuurhistorische waarde als boerderij met zeer bijzondere hoeveopzet en als onderdeel van de typische bebouwing uit de wederopbouwperiode op Kinderdorp Neerbosch. De boerderij is ontworpen in een traditionalistische stijl, met een karakteristieke hoofdvorm die wordt bepaald door de L-vormige opzet met aansluitende stallen. Ook de gevelindeling is kenmerkend, waarbij de scheiding tussen het woon- en bedrijfsdeel nog duidelijk herkenbaar is. Het volume, de architectuur en de materialisering, die enerzijds traditionalistisch (o.a. houten opgeklampte deuren) en anderzijds modern was (o.a. betonnen stalvensters) zijn typerend voor de wederopbouwperiode. Typisch modern waren destijds ook de ventilatievoorzieningen bij de stallen in ramen, die verwijzen naar het belang dat werd gehecht aan een goede toevoer van frisse lucht in de stallen. Het is een van de weinige voorbeelden van wederopbouwboerderijen in de gemeente Nijmegen. Het pand heeft ook architectuurhistorische waarde als onderdeel van het oeuvre van de architect Gesienus Pothoven, die samen met H. A. Pothoven hoofdarchitecten van het Kinderdorp tussen de jaren dertig en zestig een belangrijke rol speelden in de vormgeving van de inrichting. Daarnaast heeft de

blad 8 van 18

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 8

boerderij betekenis als representatief voorbeeld van de wederopbouwarchitectuur als onderdeel van het tijdens de Tweede Wereldoorlog opgerichte Bureau Wederopbouw Boerderijen. Hoewel er wijzigingen zijn aangebracht, zoals de vervanging van stalvensters en indeling van het terrein n.a.v. de splitsing in verschillende wooneenheden, is de bouwstijl nog herkenbaar aanwezig. Er is ook architectuurhistorische waarde gelegen in de materialisering en detaillering, zoals de gedenksteen en de ijzeren consoles onder de goot in de gevel van het woongedeelte en de betonnen stalvensters en ventilatiekappen bij de stallen. Cultuurhistorische waarden: Het pand heeft hoge cultuurhistorische waarde als essentieel onderdeel van de weesinrichting met zijn bijzondere maatschappelijke waarde. Het Kinderdorp Neerbosch geeft uitdrukking aan de ontwikkeling van de jeugdzorg vanaf 1863, waarin de verandering in opvoedmethodes zich weerspiegelen. De boerderij vormde hier een wezenlijk onderdeel van die diende voor de voedselvoorziening zowel als voor de opleiding van de kinderen. Daarnaast is er cultuurhistorische waarde gelegen als onderdeel van de ontwikkeling van boerderijbouw in de Wederopbouwperiode in Nederland in het algemeen en Nijmegen in het bijzonder, ontworpen in opdracht van het Bureau Wederopbouw Boerderijen.

De boerderij verwijst ook naar de geschiedenis van WOII met zijn verwoestingen, omdat deze is gebouwd ter vervangen van de boerderij uit de eerste bouwfase van de weesinrichting die werd verwoest door brand toen in 1944 vijfhonderd geallieerde soldaten in het Kinderdorp waren gekwartierd. Conclusie: De voormalige boerderij, de muur met poort en de twee platanen bij die poort voldoen aan de criteria voor bescherming als gemeentelijk monument, conform de Erfgoedverordening Nijmegen.

Bronnen: Borggreve, E. (2012). H.A. Pothoven (1883-1970). [Masterscriptie, Universiteit Amsterdam]. Schaars, D (2019). Bouwhistorische verkenning & waardestelling Scherpenkampweg 82-86 Nijmegen. MAB. Thijssen, A. A. W. (2020). De tienhoekige paviljoens. [Masterscriptie, Universiteit Utrecht]. UU Theses Repository. Thijssen, A. A. W. (2020). Kinderdorp Neerbosch. Gemeente Nijmegen. Vereniging Oud-Neerbosschers. (1988). Neerbosch en……de 20.000 KINDEREN van Johannes van ’t Lindenhout. 1863-1988. Drukkerij-Uitgeverij Gevana. [einde omschrijving]

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- ----

blad 9 van 18

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 9

Kadastrale tenaamstelling Kadastrale aanduiding Gemeente: Sectie: Nummer(s):

Gegevens 16 september 2002/29 december 2015

Neerbosch K 2790/3345

foto’s op vervolgblad

blad 10 van 18

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 10

Vogelvluchtbeeld van de vm. boerderij, gezien vanuit het zuidwesten, met rechtsvoor het woongedeelte. (bron: Google Earth, foto 20-8-2023)

Voorgevel.

blad 11 van 18

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 11

Voorgevel woonhuis.

Gevelsteen in voorgevel woongedeelte.

blad 12 van 18

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 12

Bakstenen muur bij voormalige binnenplaats.

Zicht op vm. binnenplaats met links volume van veestal en midden volume van jongvee- en varkensstalvoormalige varkensstallen.

blad 13 van 18

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 13

Linkerzijgevel met de voormalige veestal en het woonhuis.

Linkerzijgevel van het woonhuis.

blad 14 van 18

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 14

Voorgevel en rechter zijgevel woonhuis en veestal.

Doorgestoken dakkapel onder dwarskap op rechter dakvlak van veestal.

blad 15 van 18

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 15

Noordoostgevel van het volume van de voormalige paardenstal.

Noordwestgevel van vm. veestal. (bron: Foto, Schaars, D (2019).)

blad 16 van 18

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 16

Noordoost- en noordwestgevel van vm. paardenstal, met rechts de varkensstal. (bron: Foto, Schaars, D (2019).)

Gang met trap in woonhuis. (bron: Foto, Schaars, D (2019).)

blad 17 van 18

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 17

Kadastrale kaart. Het groen omlijnde gebied geeft het pand Scherpenkampweg 82-84-86 met vm. binnenplaatsmuur en poort aan.

blad 18 van 18

Adres.doc

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=d6afeef4-7d84-4339-ad95-6b78b490f753