Redengevende omschrijving Scherpenkampweg 54-56
Tekst van het document
Gemeentelijke Monumentenlijst Register van beschermde monumenten krachtens de Nijmeegse Erfgoedverordening
Plaatselijke aanduiding monument
Scherpenkampweg 54-56 Aanwijzingsbesluit
n.t.b ID-code
nummer Redengevende omschrijving van het monument INLEIDING
Context: In het westen van Nijmegen, in het stadsdeel Lindenholt en de wijk Neerbosch-West, ligt Kinderdorp Neerbosch. Kinderdorp Neerbosch is oorspronkelijk ontstaan als weesinrichting. In 1867 startte Johannes van ’t Lindenhout de bouw van een weeshuis. Weeskinderen uit heel het land werden opgevangen en kregen hier huisvesting en onderwijs. Tussen hun 18e en 21e levensjaar verlieten de weeskinderen het weeshuis. De weesinrichting groeide onder de naam Van ’t Lindenhoutstichting en ving in 1893 bijna duizend kinderen op. Tot ongeveer 1903 groeide de weesinrichting uit tot een zelfvoorzienend dorp, waarbij bijna alle gebouwen onder leiding van de leermeesters, door de weeskinderen zelf gebouwd waren. Het dorp had eigen werkplaatsen zoals een klompenmakerij, kleermakerij, drukkerij, uitgeverij en bakkerij. Verder was het dorp voorzien van een eigen kapel, scholen, een boerderij, een ziekenhuis en een begraafplaats. Het Kinderdorp was hiermee de grootste weesinrichting van Nederland. Vanaf 1901 werden de kinderwetten aangenomen. Ook kwamen er nieuwe regels op het gebied van jeugdstrafrecht en werden in 1905 de Voogdijraden ingevoerd. In 1903 werd dominee Schrijver directeur van de weesinrichting. De instelling van de nieuwe Voogdijraden gaf de doorslag om voortaan ook voogdijkinderen op te vangen.
Tot ongeveer het jaar 1905 werd de weesinrichting gefinancierd door giften en bijdrages van protestantse filantropen uit heel het land. Door de nieuwe regels kreeg de weesinrichting ook steun op financieel gebied van de overheid. Tegelijkertijd daalde door de nieuwe wetten het aantal wezen dat in weeshuizen werd opgevangen.. In 1930 stabiliseerde het aantal op ca. 500 weeskinderen. Op de eerste oorlogsdag van de Tweede Wereldoorlog werden de weeskinderen geëvacueerd naar Ewijk en Winssen. In 1944 werden vijfhonderd geallieerde soldaten in het Kinderdorp gekwartierd. De gebouwen leden weinig schade tijdens de oorlog, alleen ruiten en gas-en elektriciteitsleidingen waren niet meer heel en de boerderij uit 1869 brandde in 1944 uit. Na de Tweede Wereldoorlog veranderde de kijk op opvoedingsmethodes, waardoor in plaats van het opvoeden van kinderen in grote groepen het kind centraal kwam te staan. Hierdoor veranderde in 1963 de weesinrichting in een behandelcentrum voor kinderen, genaamd Kinderdorp Neerbosch. Het kind stond nu centraal en ook de protestants-christelijke levensvisie was niet meer van groot belang. Het personeelsbestand raakte nu meer gevarieerd: er waren nu psychologen, maatschappelijk werkers, orthopedagogen, cultureel leiders, onderwijskundigen en sportleiders in dienst. De kinderen kwamen meer uit de regio.
De stichting deelde de kinderen in kleinere groepen in om hen meer persoonlijke aandacht te geven. Om deze nieuwe inzichten van het behandelcentrum goed te faciliteren werd veel
blad 1 van 17
Adres.doc
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 1
grootschalige gebouwen in de jaren zestig gesloopt en vervangen door kleinschaliger bebouwing. Door de economische crisis in de laten jaren zeventig en tachtig stopte de modernisering van de bebouwing echter. Hierdoor kwamen er ook minder plekken beschikbaar voor kinderen en kreeg het behandelcentrum minder subsidie binnen. Aan het eind van de jaren tachtig kreeg de Kinderbescherming nieuwe ideeën over het oplossen van de problemen van kinderen. Voorheen ving de stichting kinderen op in een geïsoleerde leefomgeving, maar vanaf eind jaren tachtig werden de problemen bij voorkeur thuis opgelost, waardoor minder kinderen werden overgeplaatst naar het Behandelcentrum. Doordat in 1989 de Wet op de Jeugdhulpverlening werd aangenomen, werden tussen 1992 en 1999 veel jeugdinstanties samengevoegd. Uiteindelijk werden er achttien Gelderse jeugdinstanties samengevoegd onder de naam Entrea Lindenhout. Dit leidde tot veel problemen, daarnaast wilde de organisatie zich graag dichter bij de stad vestigen. In 1996 vestigde het hoofdkantoor zich in Arnhem, hierdoor sloot uiteindelijk de zorginstelling in Neerbosch. Kinderdorp Neerbosch lag oorspronkelijk in een agrarisch gebied maar raakte vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw steeds meer door bedrijvigheid, infrastructuur en een woonwijk omringd, maar op het terrein zelf is dit nauwelijks merkbaar.
Hier heerst nog sterk de sfeer van een groen, dorpsachtig instellingsterrein.
Scherpenkampweg 54-56 Aan de noordzijde van het Kinderdorp, ten noordwesten achter de Bethelkerk, bevindt zich het dubbele woonhuis aan de Scherpenkampweg 54-56. Het dubbele woonhuis maakt deel uit van de panden die zijn gebouwd tijdens de ontwikkeling van de weesinrichting tot zelfvoorzienend dorp. Aan het eind van het derde en het begin van het vierde kwart van de negentiende eeuw ontwikkelde Johannes van ’t Lindenhout het plan om ook kinderen met epilepsie op te vangen. In die tijd werd algemeen aangenomen dat epilepsie besmettelijk was. Dit leidde ertoe dat Van ’t Lindenhout besloot deze kinderen onder te brengen op een aparte locatie. Ook wilde hij kinderen met andere beperkingen, zoals doofheid of blindheid, op een vergelijkbare manier opvangen. Hoewel er al opvanghuizen voor deze groepen bestonden, was Van ’t Lindenhout ervan overtuigd dat deze instellingen onvoldoende aandacht besteedden aan de godsdienstige opvoeding. Zijn plan om deze kinderen apart op te vangen noemde hij het ‘Nieuwe Plan’. In 1879 werd het pand aan de Scherpenkampweg 54-56 gebouwd in opdracht van Van ’t Lindenhout, onder leiding van leermeesters en met hulp van de weeskinderen zelf, met de bedoeling het te gebruiken als opvanghuis binnen dit ‘Nieuwe Plan’.
Uiteindelijk is het gebouw echter nooit voor dat doel in gebruik genomen, omdat er gelijktijdig in Heemstede een project voor epilepsiepatiënten van start ging. Kinderen met een beperking werden desondanks wel opgevangen binnen de bestaande weesinrichting, maar verbleven daar tussen de andere kinderen. Van ’t Lindenhout vond later dat deze gemengde opvang uiteindelijk beter was voor de kinderen zelf. Het gebouw kreeg in de loop der tijd verschillende andere functies, waaronder woning voor een onderwijzer, eetzaal voor de kinderen en opstellingsruimte voor drukpersen, bedoeld voor de opleiding van kinderen in het drukkerijbedrijf. In 1928 is een bouwvergunning verleend voor de verbouwing van het pand. Hierbij werd de hoofdingang van de hoofdonderwijzerswoning verplaatst van de noordwestgevel naar de noordoostgevel van het middelste bouwvolume, die tevens naar buiten werd verplaatst zodat deze in lijn kwam te liggen met de
blad 2 van 17
Adres.doc
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 2
noordoostgevel van het voorhuis en het achterste deel van het pand, en een erker met vestibule midden in die gevel werd gemaakt. De interne verdeling van functies in het huis werd ook gewijzigd en aan de zuidwestgevel van het middendeel werd een veranda gebouwd. De dakkapel op het noordoostelijk georiënteerde dakvlak is toen vergroot, de schuiframen zijn vervangen door stolpramen en in de gang is een granito vloer aangebracht. In 1950 is het gebouw gesplitst in twee afzonderlijke woningen: het oorspronkelijke voorhuis werd nr.54 en het achterhuis nr.56. Midden twintigste eeuw is een eenlaagse aanbouw gerealiseerd tegen de noordoostgevel (oorspronkelijk de linker zijgevel) en is de entree aan de noordwestgevel met een kleine aanbouw naar buiten geprojecteerd. In 1997 is daar tegenaan een eenlaagse aanbouw opgetrokken vanuit een rechthoekige plattegrond onder plat dak tegenaan geplaatst.
OMSCHRIJVING VAN HET MONUMENT
Het vrijstaande gebouw staat achter (ten westen van) de Bethelkerk, op een stuk grond dat bij splitsing is verdeeld in twee langwerpig rechthoekige kavels in zuidwest-noordoostrichting. Dit stuk grond wordt aan de noordwest-, noordoost- en zuidwestzijde begrensd door de openbare weg. De directe omgeving bestaat uit enkele woonhuizen ten noordoosten, de Bethelkerk direct ten oosten en recente jeugdzorgpaviljoens ten zuidwesten. Ten noordwesten bevindt zich aan de andere zijde van de weg een halfopen agrarisch landschap. Het pand is gesitueerd op korte afstand van de zuidwestelijke perceelgrens. De interne splitsing van het gebouw sluit aan bij de verdeling van het perceel in twee afzonderlijke kadastrale kavels. De entree van nummer 56 is georiënteerd op het zuidwesten, terwijl nummer 54 een entree aan de noordzijde heeft. Aan deze zijde is tevens de inrit van nummer 54 aangelegd, waarvoor daar een met klinkers verhard zijerf is aangelegd. De erfafscheiding bestaat grotendeels uit hoge hagen en houten schuttingen, waardoor het zicht op het pand vanaf de openbare weg deels wordt ontnomen. Het perceel is groen ingericht met graspartijen, struiken en opgaande bomen. Op het erf ten noordoosten bevinden zich vier bijgebouwen in de vorm van houten schuurtjes en overkappingen. Het pand aan de Scherpenkampweg 54 is zowel qua exterieur als interieur bezichtigd.
Scherpenkampweg 56 kon niet worden bezocht en is daarom beschreven op basis van bezichtiging vanaf de openbare weg. Door de aanwezige erfafscheiding en opgaand groen zijn delen van de gevels aan het zicht onttrokken en konden deze niet worden beschreven. Het dubbele woonhuis is opgetrokken vanuit een samengestelde plattegrond. De samengestelde hoofdvorm bestaat uit drie rechthoekige deelvolumes: het oorspronkelijke tweelaags voorhuis aan de noordwestzijde (nr.54) met een grondvlak evenwijdig aan de oorspronkelijke voorgevel, daarachter een langwerpig eenlaags volume met de kap haaks op de oorspronkelijke voorgevel en daarachter aansluitend een breed eenlaags volume. De twee eenlaags delen hebben samen een T-vormige opzet, zodanig aansluitend op het hogere voorhuis dat de plattegrondopzet van het geheel een H op zijn kant is. De daken zijn gedekt met gesmoorde Verbeterde Hollandse pannen en nokvorsten op nokken en kepers. De gevels zijn opgetrokken in metselwerk en afgewerkt met wit gesausd pleisterwerk, voorzien van hoeklisenen en een donkergrijze gecementeerde plint. De oorspronkelijke vensters hebben houten
blad 3 van 17
Adres.doc
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 3
lekdorpels. De gevels worden beëindigd door een licht geprofileerde omtimmerde dakgoot. De vensters zijn voorzien van wit gekeimde stenen dorpels. Voorgevel (noordwestzijde): Tegen de oorspronkelijke voorgevel bevindt zich rechts de forse eenlaags aanbouw uit 1997. Links naast de uitbouw en erboven zijn in de oude voorgevel de hoeklisenen zichtbaar. Links op de begane grond is er een oorspronkelijk venster met een gewijzigde invulling. In het midden van de gevel, boven de aanbouw, bevindt zich een tweedelig houten bovenlicht voorzien van figuurglas. Hieronder bevond zich van oorsprong de voordeur. Tussen de begane grond en de verdieping is er een cordonlijst die ook doorloopt over de andere gevels van het voorhuis. De symmetrisch ingedeelde verdiepingsgevel telt drie vensters met de oorspronkelijke houten kozijnen voorzien van kraalprofiel. Daarbinnen zijn nieuwe raamvullingen geplaatst (deels geblindeerd). De gevel wordt langs de bovenzijde afgesloten door een gepleisterde architraaflijst met daarboven de houten gootlijst in de vorm van een rudimentaire kroonlijst. Midden op het dakvlak staat een vernieuwde houten dakkapel onder een licht hellend zadeldakje gedekt met zink.
Rechter zijgevel (zuidwestzijde) De zijgevel van het tweelaags volume van het oude voorhuis toont net als de andere gevels van het voorhuis de hoeklisenen, de cordonlijst die de bouwlagen visueel scheidt en het rudimentair classicistische lijstwerk langs de dakrand. Op de begane grond is er in het midden van de gevel een venster dat recent tot maaiveldhoogte is uitgebroken,met nieuwe invulling.. Op de verdieping is er rechts een venster met houten kozijn voorzien van kraalprofiel, met ene vernieuwde venstervulling. De gevel van het eenlaags bouwdeel achter het oude voorhuis licht terug omdat dit tussendeel van de H-vormige hoofdopzet van het pand smaller is dan het voorhuis en het achterste deel van het pand. Voor dit deel van de gevel is er een veranda met een relatief recent plat dak erboven. In de gevel aan de veranda zijn er meerdere gevelopeningen die niet goed zichtbaar zijn vanaf de openbare weg door de hoge erfafscheiding met opgaand groen. Boven de veranda is vanaf de straat de geprofileerde gootlijst te zijn. Daarboven staat midden op het dakvlak in de goot een houten brede dakkapel met drie vierruits ramen naast elkaar een plat dak met overstekende houten gootlijst op eenvoudig geprofileerde klossen. Bij het naar voren projecterende rechter volume bevindt zich midden in de gevel een venster met vernieuwde invulling.
Linker zijgevel (noordoostzijde): Tegen de linker zijgevel van het tweelaags voorhuis staat op de begane grond de vierkante uitbouw uit midden 20ste eeuw. Deze heeft een plat dak met klein houten overstek op klossen, een deur in de noordwestelijke gevel en een liggend venster met bakstenen lekdorpel in de noordoostelijke. Boven de aanbouw is de gevel grotendeels blind, met uitzondering van een klein vierkant venster op halve hoogte, dat de cordonlijst doorbreekt en dat licht geeft aan het trappenhuis. De linkerzijde van de noordoostelijke zijgevel is grotendeels aan het zicht onttrokken vanaf de openbare weg, maar op grond van luchtfoto’s valt te beschrijven dat hier een uitbouw is onder plat dak dat vooruit projecteert langs het tussenvolume. Midden tegen de gevel van dit tussengedeelte is er een erker met schuine zijwangen onder een plat dakje. Links daarvan is er een klein venster, mogelijk een
blad 4 van 17
Adres.doc
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 4
toiletvenster. Boven dit geveldeel is er een brede dakkapel zoals in het tegenoverliggende zuidwestelijk dakvlak. Het meest linker deel van de noodoostelijke zijgevel is grotendeels blind en er tegenaan is een relatief recente aankapping van een aanbouw of afdak. Midden op het dakvlak boven dit geveldeel staat in de goot een kleine houten dakkapel met vierruits dubbel draairaam onder een flauw hellend zinkgedekt zadeldakje. Achtergevel (zuidoostzijde): De symmetrisch ingedeelde achtergevel bevat twee vensters met houten kozijnen voorzien van kraalprofiel en vernieuwde ramen met tweedelige bovenlichten. Mogelijk is het rechter bovenlicht nog de oorspronkelijke. Middenop het bovenliggende dakvlak staat ene brede dakkapel als op de dakvlakken van het middengedeelte van het pand.
Interieur: Het pand is gesplitst in twee woonhuizen. De achtergevel van het oorspronkelijke voorhuis is de brandmuur die de woningen scheidt. De interieurindeling van Scherpenkampweg 54 dateert in hoofdopzet uit de bouwtijd en is in 1928 aangepast. Op de begane grond bevinden zich, vanaf de oorspronkelijke voorgevel gezien, in het midden de hal, links de keuken en daarachter de bordestrap naar de verdieping, waaronder het toilet is geplaatst, en rechts de woonkamer. Op de verdieping bevindt zich rechts een ruime slaapkamer, links daarvan een later toegevoegde badkamer met daarachter een kleinere slaapkamer. Via een trap met onderkwart, gelegen boven de trap naar de verdieping, is de zolderverdieping bereikbaar. Deze bestaat uit twee afzonderlijke ruimten. Twee schaarspanten met dubbele overkeepte balk ondersteunen de afgetimmerde dakconstructie. In de hal en het toilet op de begane grond ligt een rood-grijze granito vloer, waarschijnlijk daterend uit 1928. De oorspronkelijke schouw in de woonkamer is niet behouden gebleven. De huidige schouw is op een andere plaats aangebracht. Verder is er recent een glas-in-lood deur geplaatst tussen de woonkamer en hal. De houten trappen bevinden zich op de oorspronkelijke locatie en dateren mogelijk ook nog van toen, of uit 1928.
Deze zijn voorzien van balustrades met gietijzeren spijlen met decoratieve bloemknopknopvormige uitstulpingen en een eenvoudige geprofileerde armleuning, die doorloopt in de trappalen die van later oorsprong lijken te zijn dan de spijlen. Mogelijk is in 1928 (of later) de balustrade vernieuwd met gebruik van oude spijlen. Langs de muur is een eenvoudige, ronde leuning aangebracht. Het bovenste gedeelte van de trap naar de zolder, na de onderste kwartdraai, is voorzien van een eenvoudige armleuning langs een later toegevoegde wand. Op de verdieping zijn bij het toilet en in de slaapkamer aan de voorzijde tweevlaks paneeldeuren met licht geprofileerde deuromlijstingen aanwezig. De oorspronkelijke vensters zijn voorzien van raamomlijstingen. Verdere interieurafwerkingen dateren grotendeels uit de eenentwintigste eeuw en bestaan uit later geplaatste vloerafwerkingen, gestucte wanden en plafonds.
blad 5 van 17
Adres.doc
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 5
WAARDERING
Het object bevat de volgende waarden (refererend aan de Beleidsregels selectiecriteria voor aanwijzing van gemeentelijk beschermde monumenten en gemeentelijke stadsbeelden gemeente Nijmegen, 1812-2024): Stedenbouwkundige waarden: Het pand is in essentie onderdeel van het stedenbouwkundige en historisch-functionele ensemble van Kinderdorp Neerbosch. Net als bijna alle andere gebouwen in het Kinderdorp maakt dit pand onderdeel uit van een stedenbouwkundig plan, dat in de loop der tijd steeds werd aangepast. Het pand bezit hoge stedenbouwkundige waarde als onderdeel van de oorspronkelijke weesinrichting. Tegelijkertijd maakt het pand deel uit van de ontwikkeling van weesinrichting tot zelfvoorzienend dorp, waarbij ieder pand een eigen functie had. Het pand is gebouwd als onderdeel van het ‘Nieuwe Plan’. De plaatsing van het pand, schuin achter de kerk is afwijkend van de plaatsing van weeshuisgebouwenen heeft waarschijnlijk te maken met de wens om de destijds besmettelijk geachte epilepsiepatiëntjes uit het drukke centrum van het complex te houden. Het gebouw heeft ensemblewaarde in relatie met de naastgelegen Bethelkerk en de omliggende groen- en wegenstructuren van het Kinderdorp. Ook is er specifieke ensemblewaarde doordat het in opzet, en gevelafwerking aansluit bij de andere panden in het complex die duidelijk een dorps karakter hebben.
Architectuurhistorische waarden: Het pand maakt deel uit van de 19de-eeuwse bebouwing die onder leiding van de leermeesters door de weeskinderen zelf is gerealiseerd tijdens de ontwikkeling van de weesinrichting tot zelfvoorzienend dorp. Architectuurhistorische waarde is gelegen in de kenmerkende eenvoudige dorpse en toch statige architectuur met typisch 19de-eeuwse licht classicistische elementen . Dit komt tot uiting in hoofdvorm, constructie, gevelindeling en materialisering. Hoewel er wijzigingen zijn aangebracht, zoals de toevoeging van aanbouwen en aanpassingen aan vensters, blijft de samenhang met de overige panden uit dezelfde bouwperiode herkenbaar aanwezig. Deze onderlinge relatie komt met name tot uiting in de hoofdvorm en in typische gevelafwerking met witgeschilderd pleisterwerk. Het pand is ook van belang wegens de traditioneel ambachtelijke bouwwijze die is uitgevoerd onder leiding van de leermeesters door de weeskinderen zelf. Cultuurhistorische waarden: Het pand heeft hoge cultuurhistorische waarde als onderdeel van de weesinrichting die zich ontwikkelde tot zelfvoorzienend dorp . Het Kinderdorp Neerbosch, met zijn bijzondere maatschappelijke waarde, geeft uitdrukking aan de typische ontwikkeling van de jeugdzorg vanaf 1863. De verandering in opvoedmethodes weerspiegelt zich in het Kinderdorp.
Het pand is onderdeel van de 19de-eeuwse fase van het complex , toen het zich ontwikkelde van weesinrichting tot zelfvoorzienend dorp, waarbij ieder pand een eigen functie had. Het pand is gebouwd als onderdeel van het ‘Nieuwe Plan’ en van oorsprong bedoeld voor epilepsiepatiëntjes, maar heeft andere functies gehad, zoals woning voor een onderwijzer, eetzaal voor de kinderen en opstellingsruimte voor drukpersen, bedoeld voor de opleiding van kinderen in het drukkerijbedrijf. Het is uniek dat de weesinrichting zich eind negentiende eeuw heeft ontwikkeld tot grootste kinderdorp van Nederland , waarbij de weeskinderen onder leiding van de leermeesters de panden bouwden. Het
blad 6 van 17
Adres.doc
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 6
pand maakt hier onderdeel van uit en is daarom als onderdeel van de 19de-eeuwse bouwfase ook van cultuurhistorisch belang op nationaal niveau. Conclusie: Het gebouw voldoet aan de criteria voor bescherming als gemeentelijk monument, conform de Erfgoedverordening Nijmegen.
Bronnen: Museum Kinderdorp Neerbosch. (2024). Nummers bij maquette. [word-bestand]. Museum Kinderdorp Neerbosch. Thijssen, A. A. W. (2020). De tienhoekige paviljoens. [Masterscriptie, Universiteit Utrecht]. UU Theses Repository. Thijssen, A. A. W. (2020). Kinderdorp Neerbosch. Gemeente Nijmegen. Vereniging Oud-Neerbosschers. (1988). Neerbosch en……de 20.000 KINDEREN van Johannes van ’t Lindenhout. 1863-1988. Drukkerij-Uitgeverij Gevana.
[einde omschrijving]
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- ---Kadastrale tenaamstelling Kadastrale aanduiding Gemeente: Sectie: Nummer(s):
Gegevens 5 juni 2009
Neerbosch K 2815/2816
foto’s op vervolgblad
blad 7 van 17
Adres.doc
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 7
Vogelvluchtbeeld van het gebouw vanuit het oosten.
Oorspronkelijke voorgevel en rechter zijgevel, uit het westen, vanaf de straat.
blad 8 van 17
Adres.doc
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 8
Oorspronkelijke voorgevel en rechter zijgevel, uit het westen, vanuit de tuin. Op de voorgrond de aanbouw uit 1997.
Dakvlak van het achterhuis aan zuidwestzijde, uit het westen.
blad 9 van 17
Adres.doc
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 9
Linkerzijgevel en vm. voorgevel, uit het noordwesten, met links de aanbouw van midden 20ste eeuw.
Noordoostelijke (linker) zijgevel van het voorhuis..
blad 10 van 17
Adres.doc
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 10
Oorspronkelijke achtergevel (zuidoostgevel).
Scherpenkampweg 54: Woonkamer, naar het noordwesten.
blad 11 van 17
Adres.doc
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 11
Scherpenkampweg 54: Hal.
blad 12 van 17
Scherpenkampweg 54: toilet.
Adres.doc
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 12
Scherpenkampweg 54: Trap.
blad 13 van 17
Adres.doc
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 13
Scherpenkampweg 54: slaapkamer.
blad 14 van 17
Adres.doc
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 14
Scherpenkampweg 54:Deur.
blad 15 van 17
Adres.doc
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 15
Scherpenkampweg 54: zolder.
blad 16 van 17
Adres.doc
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 16
Kadastrale kaart. Het groen omlijnde gebied geeft het pand Scherpenkampweg 54-56 aan.
blad 17 van 17
Adres.doc