CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Redengevende omschrijving Scherpenkampweg 45

Besluitronde (raadsvergadering) 11 maart 2026, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Nijmeegs Erfgoed Beschermd - Kinderdorp Neerbosch (02/2026)3.520 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeentelijke Monumentenlijst Register van beschermde monumenten krachtens de Nijmeegse Erfgoedverordening

Plaatselijke aanduiding monument

Scherpenkampweg 45 Aanwijzingsbesluit

n.t.b ID-code

nummer Redengevende omschrijving van het monument INLEIDING

Context In het westen van Nijmegen, in het stadsdeel Lindenholt en de wijk Neerbosch-West, ligt Kinderdorp Neerbosch. Kinderdorp Neerbosch is ontstaan als oorspronkelijke weesinrichting. In 1867 startte Johannes van ’t Lindenhout de bouw van een weeshuis. Weeskinderen uit heel het land werden opgevangen en kregen hier huisvesting en onderwijs. Tussen hun 18e en 21e levensjaar verlieten de weeskinderen het weeshuis. De weesinrichting groeide onder de naam Van ’t Lindenhoutstichting en ving in 1893 bijna duizend kinderen op. Tot ongeveer 1903 groeide de weesinrichting uit tot een zelfvoorzienend dorp, waarbij bijna alle gebouwen onder leiding van de leermeesters, door de weeskinderen zelf gebouwd waren. Het dorp had eigen werkplaatsen zoals een klompenmakerij, kleermakerij, drukkerij, uitgeverij en bakkerij. Verder was het dorp voorzien van een eigen kapel, scholen, een boerderij, een ziekenhuis en een begraafplaats. Het Kinderdorp was hiermee de grootste weesinrichting van Nederland. Vanaf 1901 werden de kinderwetten aangenomen. Ook kwamen er nieuwe regels op het gebied van jeugdstrafrecht en werden in 1905 de Voogdijraden ingevoerd. In 1903 werd dominee Schrijver directeur van de weesinrichting. De instelling van de nieuwe Voogdijraden gaf de doorslag om voortaan ook voogdijkinderen op te vangen.

Tot ongeveer het jaar 1905 werd de weesinrichting gefinancierd door giften en bijdrages van protestantse filantropen uit heel het land. Door de nieuwe regels kreeg de weesinrichting ook steun op financieel gebied van de overheid. Tegelijkertijd daalde door de nieuwe wetten het aantal wezen dat in weeshuizen werd ondergebracht. In 1930 stabiliseerde het aantal op ca. 500 weeskinderen. Op de eerste oorlogsdag van de Tweede Wereldoorlog waren de weeskinderen geëvacueerd naar Ewijk en Winssen. In 1944 werden vijfhonderd geallieerde soldaten in het Kinderdorp gekwartierd. De gebouwen leden weinig schade tijdens de oorlog, alleen ruiten en gas-en elektriciteitsleidingen waren niet meer heel en de boerderij uit 1869 brandde in 1944 uit. Na de Tweede Wereldoorlog veranderde de kijk op opvoedingsmethodes, waardoor in plaats van het opvoeden van kinderen in grote groepen het kind centraal kwam te staan. Hierdoor veranderde in 1963 de weesinrichting in een behandelcentrum voor kinderen, genaamd Kinderdorp Neerbosch. Het kind stond nu centraal en ook de protestants-christelijke levensvisie was niet meer van groot belang. Het personeelsbestand raakte nu meer gevarieerd: er waren nu psychologen, maatschappelijk werkers, orthopedagogen, cultureel leiders, onderwijskundigen en sportleiders in dienst. De kinderen kwamen meer uit de regio.

De stichting deelde de kinderen in kleinere groepen in om hen meer persoonlijke aandacht te geven. Om deze nieuwe inzichten van het behandelcentrum goed te faciliteren werd veel

blad 1 van 18

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 1

grootschalige gebouwen in de jaren zestig gesloopt en vervangen door kleinschaliger bebouwing. Door de economische crisis in de laten jaren zeventig en tachtig stopte de modernisering van de bebouwing echter. Hierdoor kwamen er ook minder plekken beschikbaar voor kinderen en kreeg het behandelcentrum minder subsidie binnen. Aan het eind van de jaren tachtig kreeg de Kinderbescherming nieuwe ideeën over het oplossen van de problemen van kinderen. Voorheen ving de stichting kinderen op in een geïsoleerde leefomgeving, maar vanaf eind jaren tachtig werden de problemen bij voorkeur thuis opgelost, waardoor minder kinderen werden overgeplaatst naar het Behandelcentrum. Doordat in 1989 de Wet op de Jeugdhulpverlening werd aangenomen, werden tussen 1992 en 1999 veel jeugdinstanties samengevoegd. Uiteindelijk werden er achttien Gelderse jeugdinstanties samengevoegd onder de naam Entrea Lindenhout. Dit leidde tot veel problemen, daarnaast wilde de organisatie zich graag dichter bij de stad vestigen. In 1996 vestigde het hoofdkantoor zich in Arnhem, hierdoor sloot uiteindelijk de zorginstelling in Neerbosch. Kinderdorp Neerbosch lag oorspronkelijk in een agrarisch gebied maar raakte vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw steeds meer door bedrijvigheid, infrastructuur en een woonwijk omringd, maar op het terrein zelf is dit nauwelijks merkbaar.

Hier heerst nog sterk de sfeer van een groen, dorpsachtig instellingsterrein. Scherpenkampweg 45 In het Kinderdorp staat aan de voormalige toegangslaan vanuit het dorp Neerbosch, naast de ingang tot het instellingsterrein de oorspronkelijke directeurswoning aan de Scherpenkampweg 45. De woning was naast de voormalige ingang van het instellingsterrein gesitueerd zodat dit de directeur, samen met de aan de andere kant van de weg wonende hoofdonderwijzer, zicht had op de toegangslaan. De villa is in 1950 gebouwd naar ontwerp van H. A. Pothoven en G. Pothoven in opdracht van de toenmalige directeur W.P. van Lindonk. H.A. Pothoven was in de jaren dertig tot zestig de hoofdarchitect van de weesinrichting. Het woonhuis verkeert nog grotendeels in oorspronkelijke staat, maar werd in het vierde kwart van de twintigste eeuw uitgebreid met een garage aan de noordwestzijde van de achtervleugel. Vóór 2005, waarschijnlijk in het vierde kwart van de twintigste eeuw, heeft er een brand gewoed die leidde tot de vernieuwing van het dak. Het pand heeft eerst gefunctioneerd als directeurswoning en vervolgens als opvanghuis van weeskinderen. Voordat het pand in 2005 opnieuw in gebruik is genomen als woonhuis fungeerde het als opslagplaats en antikraakpand. In 2005 is een groot deel van het interieurafwerkingen (vloer, plafond- en wand) gemoderniseerd en zijn de meeste ramen en deuren vernieuwd.

De ramen zijn in stijl vernieuwd waarbij dubbel glas is geplaatst en op locaties waar glas-inlood aanwezig was is het glas-in-lood in het dubbel glas opgenomen. Architect Het architectenbureau Pothoven werd in 1910 opgericht door H.A. (Bart) Pothoven en vestigde zich in Laren. Een jaar later verhuisde het bureau naar Amersfoort. In de eerste decennia richtte het bureau zich voornamelijk op het ontwerpen van landhuizen en villa’s waarmee het een belangrijke rol had in de ontwikkeling van de landhuisstijl in Nederland. Dit bleef een belangrijke pijler van het bureau. Later breidde het werk zich uit naar woningbouwprojecten, fabrieken, garagebedrijven, kerken, winkels en instituties. In 1939 kwam zoon Arie Pothoven bij het bureau werken. Na de Tweede Wereldoorlog nam

blad 2 van 18

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 2

G. Pothoven de werkzaamheden van zijn overleden tweelingbroer Arie Pothoven over. Hij richtte zich aanvankelijk vooral op wederopbouw- en herstelprojecten, waaronder vele boerderijen. Later ontwierp hij een groot aantal woningen, bedrijfspanden en instituties. In 1981 trad zijn zoon Bart Pothoven het bureau in. In 2008 sloot het architectenbureau. Het bureau kenmerkt zich door de toepassing van een grote diversiteit aan bouwstijlen. Dit kwam door de klantgerichte aanpak, waardoor het bureau moeiteloos in staat was om verschillende bouwstijlen toe te passen. Het werk toont een ontwikkeling waarbij steeds minder vastgehouden werd aan traditionele streekgebonden stijlen. Verder stond Pothoven erom bekend dat hij zijn contacten met opdrachtgevers goed onderhield, waardoor hij regelmatig nieuwe projecten van dezelfde opdrachtgevers ontving. Hij kreeg bijvoorbeeld ook herhaaldelijk opdrachten van de Heldringstichting in Zetten. Zijn betrokkenheid bij de Nederlands-hervormde kerk speelde hierbij waarschijnlijk een grote rol. OMSCHRIJVING VAN HET MONUMENT

Het vrijstaande woonhuis ligt aan de zuidwestzijde van de voormalige toegangslaan tegen het Roekenbos aan (ten noordwesten). De villa ligt op een groot perceel met de voorzijde niet op de weg georiënteerd, maar naar het zuidoosten, naar Neerbosch. Aan de voorzijde en beide zijkanten ligt een zeer ruime tuin met gazons, perken en opgaande bomen. Vrijwel geheel rondom wordt het perceel begrensd door een singel met hoog opgaande bomen. De met grind verharde inrit vanaf de straat loopt langs het Roekenbos naar een zijerf met een terras dat is verhard met 30x30 trottoirtegels. Het woonhuis bestaat uit een tweelaags hoofdvolume op langwerpig rechthoekig plattegrond, dat haaks op de weg is geplaatst, met de voorzijde georiënteerd op de ruime tuin ten zuidoosten. Daarachter is er een eenlaags vleugel met langwerpig rechthoekige plattegrond, haaks op het hoofdvolume, met de zuidwestgevel iets vooruitspringend ten opzichte van het hoofdvolume. De gehele samengestelde plattegrond is daarmee L-vormig. In de oksel van de L bevindt zich het verharde terras, dat dus is georiënteerd op de toegangslaan en het Roekenbos. Hieronder wordt het pand beschreven met de zuidoostelijke, op de tuin georiënteerde gevel als voorgevel en de naar de weg toe gekeerde gevel als rechterzijgevel. Alle gevels worden beschreven van links naar rechts.

Beide volumes hebben een zadeldak gedekt met rode Verbeterde Hollandse Pannen en nokvorsen. De daken hebben ruime overstekken en zijn voorzien van zinken bakgoten. Op het hoofdvolume staat op het achterdakvlak een brede dakkapel uit de eenentwintigste eeuw. Tegen de rechterzijgevel staat een, uit de gevel uitkragend, grote metselwerk schoorsteen. De gevels zijn opgetrokken in rode machinaal geproduceerde imitatie-handvorm baksteen in Vlaams verband met een cementvoeg. De gevelopeningen zijn merendeels gedekt door een of anderhalfsteens strekken in het metselwerk. Vensters bevatten houten kozijnen met geïntegreerde houten lekdorpels en houten ramen. De topgevels worden aan de bovenzijde op traditionalistische wijze beëindigd met vlechtingen in het metselwerk . Voorgevel (zuidoostzijde): Voor de eigenlijke voorgevel bevinden zich links een eenlaagse uitbouw met daarboven een balkon, in het midden een verhoogd terras dat is vernieuwd in baksteen met betonnen omranding, waarop een recente glazen serre is geplaatst, en rechts een erker met haakse wangen. In de voorzijde van de uitbouw bevindt zich onder anderhalfsteense strek een groot venster in liggend formaat met vernieuwd

blad 3 van 18

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 3

vast raam met achtruits-roedeverdeling. In de rechter zijgevel van de uitbouw bevindt zich een houten deur met twee glaspanelen en een hardstenen dorpel. De uitbouw wordt langs de bovenzijde beëindigd door een betonnen afdeklijst met daarop een smeedijzeren balkonhekwerk tussen baksteen muurtjes die de verhoogde zijwangen van de uitbouw vormen. Het smeedijzeren hekwerk bestaat uit vier staanders en vijf kruizen, die worden verbonden door een boven- en onderregel. De staanders eindigen in een ronde hekwerkput met een krul, en in het midden van de kruizen zijn krullen verwerkt die samen een vierkant vormen. De baksteen muurtjes zijn gedekt met een rollaag die S-vormig schuin omhoog op de gevel van de verdieping aansluit. Het balkon is gedekt met gevlamde tegels. Rechts van de uitbouw bevinden zich achter het terras in de voorgevel (in de recente glazen serre) twee vensters onder anderhalfsteense strek met vernieuwde stolpramen voorzien van glas-in-lood. Deze vensters zijn voorzien van houten luiken van schuin geplaatste kraaldelen. Rechts daarvan is er in de serre onder anderhalfsteense strek een vernieuwde houten deur met twee glaspanelen en een hardstenen dorpel. De erker rechts heeft boven de borstwering een groot venster met tienruits raam aan de voorzijde en tweeruits ramen in de zijkanten. De erker wordt gedekt door een licht hellend dakje met loodbedekking.

Op de verdieping in de voorgevel is er links bij het balkon een venster met houten kozijn met vernieuwde dubbele balkondeur met zesruits-roedeverdeling en rechts aansluitend een vierruits stolpraam in vierkant formaat. Rechts van het balkon bevinden zich, regelmatig over de gevel verdeeld, vier vensters dan dit zelfde type. De voorgevel van de verdieping wordt beëindigd door het ruime dakoverstek. Linkerzijgevel (zuidwestzijde): In de linkerzijgevel van de eenlaags achteraanbouw bevinden zich, van links naar rechts, een venster in min of meer vierkant formaat met vast raam. Vervolgens nog zo’n venster, maar in dit geval rechts aansluitend een houten deur met glaspaneel in de bovenste helft, met het kozijn op hardstenen neuten en een hardstenen dorpel. Voor de deur ligt een uit bakstenen gemetseld stoepje. Rechts hiervan bevindt zich een breed venster met vierlichtindeling, waarbij de middelste twee ramen draaiend zijn. Omhoekend is er een smal geveldeel waar de achtervleugel vooruitspring ten opzichte van het hoofdvolume. Hierin bevindt zich onder anderhalfsteense strek een klein venstertje voorzien van vernieuwd vast raam met glas-in-lood. Dit geveldeel wordt bovenlangs het hellende dakvlak beëindigd door een dakbalk met een eenvoudig profieltje op klossen met een S-vormige profilering. De dakbalk wordt gedekt door gevelpannen.

In de linkerzijgevel op de begane grond van het tweelaags volume bevindt zich links een venster met een vernieuwd vast dubbel raam voorzien van glas-in-lood. Hieronder is een koekkoekvenster (oorspronkelijke kolenluik) aanwezig. Rechts hiervan bevindt zich in een oorspronkelijke vensteropening die naar beneden is vergroot een dubbele tuindeur met zijlicht uit de eenentwintigste eeuw. In de linkerzijgevel op de verdieping bevinden zich twee vensters voorzien van vernieuwde vier-ruits stolpramen. Het linker venster is lager geplaatst dan het rechter venster, conform de niveauverspringing in de verdiepingsvloer. De linkerzijgevel wordt beëindigd door vlechtwerk onder een windveer met gevelpannen. Achtergevel (noordwestzijde): In de achtergevel bevinden op de begane grond zich twee vensters met links een vernieuwd dubbel vast

blad 4 van 18

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 4

raam en rechts een driedubbel vast raam, beide met glas-in-lood. Rechts hiervan bevindt zich onder rollaag een spleetvormig WC-venstertje met stalen raam met baksteen lekdorpel. Rechts daarvan is de achtervleugel met een diepe portiek, waarin zich in de achtergevel van het hoofdvolume de voordeur van het huis bevindt. Dit is een houten deur met twee glaspanelen achter smeedijzeren deurroosters met diagonale tralies en een cirkel in het midden, en het kozijn op hardstenen neuten en een hardstenen dorpel. Voor de gevel onder het driedelige raam is er een uit baksteen gemetselde bak met een kelderlicht. Op de verdieping in de achtergevel bevinden zich, min of meer regelmatig over de gevel verdeeld, vier vierkante vensters met draairamen. Aan weerszijden van het linker venster zijn er onder rollagen twee smalle WC-venstertjes met ijzeren draairaam met figuurglas en een bakstenen lekdorpel. De achtergevel van de verlengde achteraanbouw betreft een blinde gevel met vlechtingen onder een overstek met een dakbalk op klossen met S-vormige profilering onder gevelpannen. Rechterzijgevel (noordoostzijde): In de rechterzijgevel, die grotendeels blind is, van het tweelaags volume bevindt zich op de begane grond, rechts van de uitkragende metselwerk schoorsteen die links van de middenas staat, een venster met vernieuwd vast dubbel raam voorzien van glas-in-lood.

Daarboven is er op de verdieping een kleiner venster met vernieuwd draairaam aanwezig. De rechterzijgevel wordt beëindigd door vlechtwerk onder een windveer met gevelpannen. In de rechter zijgevel van de achteraanbouw is er links een diepe ingangsportiek waarin de vernieuwde tegelvloer iets verhoogd is gelegen. In de portiek bevindt zich in de gevel van de achtervleugel links een hoog in de gevel geplaatst liggend venster met vast gezet raam en rechts een kleppend raam beide voorzien van glas-in-lood. Hieronder is er een keramische brievenbusopening onder een rollaag in de wand opgenomen. Rechts hiervan bevindt zich een venster met later vastgezet stolpraam voorzien van glas-in-lood. De portiek heeft een plafond met een enkelvoudige balklaag en messing en groef planken. Rechts in de zijkant van de portiek is er onder een rondboog met rollaag een houten rondboogdeur van het staldeurtype met gehengen op duimen. Daarnaast is er in de rechterzijgevel van de achteruitbouw een breed venster met driedelig vernieuwd vast raam voorzien van glas-in-lood. Rechts hiervan in de latere uitbreiding bevindt zich onder houten latei een moderne metalen overhead-garagedeur. Interieur: De interieurindeling dateert grotendeels uit de bouwtijd (1950). Vanaf de voorgevel gezien bevindt zich in het tweelaags volume links de eetkamer met daarachter de pantry en entree.

Naast de eetkamer is de woonkamer met daarachter de hal gesitueerd. Uiterst rechts is de werkkamer aanwezig. In eenlaags achtervleugel is vanuit de voorgevel gezien een keuken aanwezig met rechts aansluitend op de entree een hal met toilet. Hierachter bevindt zich links een later geplaatste badkamer en rechts een kantoorruimte. Hierachter is de latere uitbreiding die dient als garage/opbergplaats gelegen. Via de trap met onderkwart in de hal is de kelder toegankelijk. De kelder bevindt zich onder de pantry, hal en deels de werkkamer. Links is het oorspronkelijke kolenhok aanwezig. De verdieping is te bereiken via een steektrap in de hal. Aan de voorgevel liggen vier slaapkamers. Links achter bevindt zich een badkamer uit de eenentwintigste eeuw en rechts achter is een badkamer uit het vierde kwart van de twintigste eeuw aanwezig. De indeling van de badkamer rechtsachter is gewijzigd. Van oorsprong bevond zich rechts achter in de hoek een garderobe die uitkwam in de slaapkamer. In de overloop is er

blad 5 van 18

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 5

een verspringing in vloerhoogte aanwezig. Via een later geplaatste steektrap op de overloop is de zolder te bereiken. In het interieur zijn nog verschillende afwerkingen uit de bouwtijd aanwezig. In de eetkamer, woonkamer en werkkamer bevindt zich een houten visgraat-parketvloer die is bevestigd met spijkertjes. In de hal ligt een zwart-wit geblokte tegelvloer. De houten trap is voorzien van eenvoudige, ronde balusters, die worden afgesloten door een ronde handgreep. Tegen de muur is een eenvoudige, ronde traparm geplaatst. Op de verdieping is een trappaal aanwezig met aansluitend een balustrade. De trappaal heeft een eenvoudig ontwerp met een afgezwenkte kop, die eindigt in een ronde handgreep. Alle traponderdelen zijn in hout uitgevoerd en stammen uit de oorspronkelijke bouwtijd. De balustrade is in dezelfde stijl vormgegeven. In de hal en ter plaatse van de overloop bevinden zich enkele rondboogopeningen zonder invulling. Oude deuropeningen zijn voorzien van geprofileerde deuromlijstingen en bevatten tweevlaks-paneeldeuren met lichte profiellijst om de panelen. Daarnaast zijn raamopeningen voorzien van raamomlijstingen. In de eetkamer, werkkamer en slaapkamers bevinden zich inbouwkasten en in de pantry is een vierdelige vaste kast aanwezig. Overige interieurafwerkingen zijn grotendeels gewijzigd. Een voorbeeld hiervan zijn de plafonds, deze zijn gestuct en wit geschilderd.

Verder is de kapconstructie volledig vernieuwd. WAARDERING

Het object bevat de volgende waarden (refererend aan de Beleidsregels selectiecriteria voor aanwijzing van gemeentelijk beschermde monumenten en gemeentelijke stadsbeelden gemeente Nijmegen, 1812-2024): Stedenbouwkundige waarde: Het pand is in essentie onderdeel van het stedenbouwkundige en historisch-functionele ensemble van Kinderdorp Neerbosch. Net als bijna alle andere gebouwen in het Kinderdorp maakt dit pand onderdeel uit van een stedenbouwkundig plan, dat in de loop der tijd steeds werd aangepast. De ligging van de directeurswoning naast de eertijdse ingang tot het instellingsterrein is typisch, want zo kon de directeur zicht hebben op wat in en uit ging. Door de veranderde routing is deze functie verdwenen, maar de historische betekenis is nog afleesbaar, wat zich ook uit in de omvang en rijkdom van de tuin. Tevens heeft het pand ensemblewaarde in relatie met de hoofdonderwijzerswoning aan de andere zijde van de toegangswegen. Architectuurhistorische waarde: Het pand heeft architectuurhistorische waarde als gaaf bewaard en uniek woonhuis en onderdeel van de bebouwing uit de wederopbouwperiode op Kinderdorp Neerbosch. Het werd speciaal ontworpen voor de directeur van het Kinderdorp, waardoor het ten opzichte van andere instellingsgebouwen uit de wederopbouwperiode relatief rijk gedetailleerd is.

Het is ontworpen als villa in een eigentijdse zakelijke hoofdvorm in traditionele materialen met traditionalistische vormgevingselementen (zoals de luiken in de voorgevel, glas-in-lood ramen, decoratieve profileringen, rondboog schuurdeur en rondboogopeningen en profileringen in interieur). Daarmee heeft het geheel een typisch naoorlogse bouwstijl in een mengvorm van eigentijds en traditionalistisch. De woning is ruim en heeft een zeer grote tuin. Het pand heeft ook architectuurhistorische waarde als onderdeel van het oeuvre van de architecten H.A. (Bart) en G. Pothoven, die als hoofdarchitecten van het Kinderdorp tussen de jaren dertig en zestig een belangrijke rol speelden in de vormgeving van de inrichting. Hoewel er wijzigingen zijn

blad 6 van 18

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 6

aangebracht, zoals de verlenging, vervanging van ramen en aanpassingen in het interieur, is de bouwstijl nog herkenbaar aanwezig. Cultuurhistorische waarde: Het pand heeft hoge cultuurhistorische waarde als essentieel onderdeel van de weesinrichting met zijn bijzondere maatschappelijke waarde. Het Kinderdorp Neerbosch geeft uitdrukking aan de ontwikkeling van de jeugdzorg vanaf 1863, waarin de verandering in opvoedmethodes zich weerspiegelen. De villa maakt deel uit van de bebouwing uit de wederopbouwperiode en is van historisch belang omdat deze is gebouwd voor de directeur van het Kinderdorp. Conclusie: De villa voldoet aan de criteria voor bescherming als gemeentelijk monument, conform de Erfgoedverordening Nijmegen.

Bronnen: Borggreve, E. (2012). H.A. Pothoven (1883-1970). [Masterscriptie, Universiteit Amsterdam]. Thijssen, A. A. W. (2020). De tienhoekige paviljoens. [Masterscriptie, Universiteit Utrecht]. UU Theses Repository. Thijssen, A. A. W. (2020). Kinderdorp Neerbosch. Gemeente Nijmegen. Vereniging Oud-Neerbosschers. (1988). Neerbosch en……de 20.000 KINDEREN van Johannes van ’t Lindenhout. 1863-1988. Drukkerij-Uitgeverij Gevana. [einde omschrijving]

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- ---Kadastrale tenaamstelling Kadastrale aanduiding Gemeente: Sectie: Nummer(s):

Gegevens 14 juli 2011

Neerbosch K 3527

foto’s op vervolgblad

blad 7 van 18

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 7

Voorgevel.

Linkerzijde voorgevel met balkon.

blad 8 van 18

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 8

Voorgevel van aanbouw.

Rechterzijde voorgevel.

blad 9 van 18

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 9

Linkerzijgevel.

Linkerzijgevel met vergrootte opening.

blad 10 van 18

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 10

Linkerzijgevel van aanbouw.

Deur in linkerzijgevel.

blad 11 van 18

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 11

Achtergevel.

Achtergevel aanbouw.

blad 12 van 18

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 12

Rechterzijgevel.

Terugliggende gevelvlak.

blad 13 van 18

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 13

Hal bij voordeur.

Hal bij trap.

Keldertrap.

blad 14 van 18

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 14

Keuken.

Kasten.

Eetkamer.

blad 15 van 18

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 15

Werkkamer.

Trappaal.

blad 16 van 18

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 16

Overloop.

blad 17 van 18

Adres.doc

Gemeentelijke Monumentenlijst

Vervolgvel 17

Kadastrale kaart. Het groen omlijnde gebied geeft het pand Scherpenkampweg 45 aan.

blad 18 van 18

Adres.doc

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=5a957bde-70e9-4810-912a-a2428d0b430b