Redengevende omschrijving Scherpenkampweg 33
Tekst van het document
Gemeentelijke Monumentenlijst Register van beschermde monumenten krachtens de Nijmeegse Erfgoedverordening
Plaatselijke aanduiding monument
Scherpenkampweg 33 Aanwijzingsbesluit
n.t.b ID-code
nummer Redengevende omschrijving van het monument INLEIDING
Context: In het westen van Nijmegen, in het stadsdeel Lindenholt en de wijk Neerbosch-West, ligt Kinderdorp Neerbosch. Kinderdorp Neerbosch is oorspronkelijk ontstaan als weesinrichting. In 1867 startte Johannes van ’t Lindenhout de bouw van een weeshuis. Weeskinderen uit heel het land werden opgevangen en kregen hier huisvesting en onderwijs. Tussen hun 18e en 21e levensjaar verlieten de weeskinderen het weeshuis. De weesinrichting groeide onder de naam Van ’t Lindenhoutstichting en ving in 1893 bijna duizend kinderen op. Tot ongeveer 1903 groeide de weesinrichting uit tot een zelfvoorzienend dorp, waarbij bijna alle gebouwen onder leiding van de leermeesters, door de weeskinderen zelf gebouwd waren. Het dorp had eigen werkplaatsen zoals een klompenmakerij, kleermakerij, drukkerij, uitgeverij en bakkerij. Verder was het dorp voorzien van een eigen kapel, scholen, een boerderij, een ziekenhuis en een begraafplaats. Het Kinderdorp was hiermee de grootste weesinrichting van Nederland. Vanaf 1901 werden de kinderwetten aangenomen. Ook kwamen er nieuwe regels op het gebied van jeugdstrafrecht en werden in 1905 de Voogdijraden ingevoerd. In 1903 werd dominee Schrijver directeur van de weesinrichting. De instelling van de nieuwe Voogdijraden gaf de doorslag om voortaan ook voogdijkinderen op te vangen.
Tot ongeveer het jaar 1905 werd de weesinrichting gefinancierd door giften en bijdrages van protestantse filantropen uit heel het land. Door de nieuwe regels kreeg de weesinrichting ook steun op financieel gebied van de overheid. Tegelijkertijd daalde door de nieuwe wetten het aantal wezen dat in weeshuizen moest werd opgevangen. In 1930 stabiliseerde het aantal op ca. 500 weeskinderen. Op de eerste oorlogsdag van de Tweede Wereldoorlog werden de weeskinderen geëvacueerd naar Ewijk en Winssen. In 1944 werden vijfhonderd geallieerde soldaten in het Kinderdorp gekwartierd. De gebouwen leden weinig schade tijdens de oorlog, alleen ruiten en gas-en elektriciteitsleidingen waren niet meer heel en de boerderij uit 1869 brandde in 1944 uit. Na de Tweede Wereldoorlog veranderde de kijk op opvoedingsmethodes, waardoor in plaats van het opvoeden van kinderen in grote groepen het kind centraal kwam te staan. Hierdoor veranderde in 1963 de weesinrichting in een behandelcentrum voor kinderen, genaamd Kinderdorp Neerbosch. Het kind stond nu centraal en ook de protestants-christelijke levensvisie was niet meer van groot belang. Het personeelsbestand raakte nu meer gevarieerd: er waren nu psychologen, maatschappelijk werkers, orthopedagogen, cultureel leiders, onderwijskundigen en sportleiders in dienst. De kinderen kwamen meer uit de regio.
De stichting deelde de kinderen in kleinere groepen in om hen meer persoonlijke aandacht te geven. Om deze nieuwe inzichten van het behandelcentrum goed te faciliteren werd veel grootschalige gebouwen in de jaren zestig gesloopt en vervangen door kleinschaliger bebouwing. Door
blad 1 van 10
Adres.doc
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 1
de economische crisis in de laten jaren zeventig en tachtig stopte de modernisering van de bebouwing echter. Hierdoor kwamen er ook minder plekken beschikbaar voor kinderen en kreeg het behandelcentrum minder subsidie binnen. Aan het eind van de jaren tachtig kreeg de Kinderbescherming nieuwe ideeën over het oplossen van de problemen van kinderen. Voorheen ving de stichting kinderen op in een geïsoleerde leefomgeving, maar vanaf eind jaren tachtig werden de problemen bij voorkeur thuis opgelost, waardoor minder kinderen werden overgeplaatst naar het Behandelcentrum. Doordat in 1989 de Wet op de Jeugdhulpverlening werd aangenomen, werden tussen 1992 en 1999 veel jeugdinstanties samengevoegd. Uiteindelijk werden er achttien Gelderse jeugdinstanties samengevoegd onder de naam Entrea Lindenhout. Dit leidde tot veel problemen, daarnaast wilde de organisatie zich graag dichter bij de stad vestigen. In 1996 vestigde het hoofdkantoor zich in Arnhem, hierdoor sloot uiteindelijk de zorginstelling in Neerbosch. Kinderdorp Neerbosch lag oorspronkelijk in een agrarisch gebied maar raakte vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw steeds meer door bedrijvigheid, infrastructuur en een woonwijk omringd, maar op het terrein zelf is dit nauwelijks merkbaar. Hier heerst nog sterk de sfeer van een groen, dorpsachtig instellingsterrein.
Scherpenkampweg 33 In het Kinderdorp staat aan de voormalige toegangslaan vanuit het dorp Neerbosch, de personeelswoning aan de Scherpenkampweg 33. De woning was van oorsprong bedoeld voor de hoofonderwijzer van de instelling en werd naast de voormalige ingang van het instellingsterrein gesitueerd zodat dit autoriteitsrijke personeelslid, samen met de aan de andere kant van de weg wonende directeur, zicht had op de toegangslaan. Het woonhuis is in 1936 gebouwd naar ontwerp van H.A. Pothoven in opdracht van de toenmalige directeur H. Kluin. H.A. Pothoven was in de jaren dertig tot zestig de hoofdarchitect van de inrichting. In de beginjaren hebben er een aantal hoofdonderwijzers gewoond en rond 1975 woonde de onderdirecteur in het woonhuis. Het pand verkeert nog grotendeels in oorspronkelijke staat, maar werd in 2015-2016 uitgebreid met een eenlaagse platte aanbouw tegen de achtergevel. Daarnaast zijn de ramen vernieuwd en voorzien van dubbelglas, en zijn er recent markiezen aan de voorgevel geplaatst. Architect Het architectenbureau Pothoven werd in 1910 opgericht door H.A. (Bart) Pothoven en vestigde zich in Laren. Een jaar later verhuisde het bureau naar Amersfoort. In de eerste decennia richtte het bureau zich voornamelijk op het ontwerpen van landhuizen en villa’s waarmee het een belangrijke rol had in de ontwikkeling van de landhuisstijl in Nederland.
Dit bleef een belangrijke pijler van het bureau. Later breidde het werk zich uit naar woningbouwprojecten, fabrieken, garagebedrijven, kerken, winkels en instituties. In 1939 kwam zoon Arie Pothoven bij het bureau werken. Na de Tweede Wereldoorlog nam G. Pothoven de werkzaamheden van zijn overleden tweelingbroer Arie Pothoven over. Hij richtte zich aanvankelijk vooral op wederopbouw- en herstelprojecten, waaronder vele boerderijen. Later ontwierp hij een groot aantal woningen, bedrijfspanden en instituties. In 1981 trad zijn zoon Bart Pothoven het bureau in. In 2008 sloot het architectenbureau. Het bureau kenmerkt zich door de toepassing van een grote diversiteit aan bouwstijlen. Dit kwam door de klantgerichte aanpak, waardoor het bureau moeiteloos in staat was om verschillende bouwstijlen
blad 2 van 10
Adres.doc
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 2
toe te passen. Het werk toont een ontwikkeling waarbij steeds minder vastgehouden werd aan traditionele streekgebonden stijlen. Verder stond Pothoven erom bekend dat hij zijn contacten met opdrachtgevers goed onderhield, waardoor hij regelmatig nieuwe projecten van dezelfde opdrachtgevers ontving. Hij kreeg bijvoorbeeld ook herhaaldelijk opdrachten van de Heldringstichting in Zetten. Zijn betrokkenheid bij de Nederlands-hervormde kerk speelde hierbij waarschijnlijk een grote rol. OMSCHRIJVING VAN HET MONUMENT
Het vrijstaande woonhuis ligt aan de noordoostzijde van de voormalige toegangslaan tegen het Roekenbos aan (ten noordwesten). Het pand staat op een grote langgerekte kavel met de voorzijde op de voormalige toegangslaan georiënteerd. Aan de voorzijde en beide zijkanten ligt een zeer ruime tuin met gazons, perken en opgaande bomen. Aan de achterzijde staan voornamelijk opgaande bomen. Links van het woonhuis staat, wat naar achteren en tussen opgaande bomen, een bijhorend bijgebouw (schuur) uit 1936 met een klein voorerf met grindverharde inrit. Hieronder wordt het pand beschreven op basis van bezichtiging vanaf de openbare weg en luchtfoto’s, omdat het pand niet kon worden bezocht. Het woonhuis is in essentie eenlaags opgetrokken vanuit een rechthoekige plattegrond onder wolfsdak. Tegen de linker zijgevel is er een breed, licht vooruitspringend gedeelte onder een wolfsdak, dat iets lager is dan de kap op het hoofdvolumes en daarop aankapt. Hierdoor wordt het totaalbeeld van het bouwvolume plastischer, en geeft het de indruk van een hoofvolume met korte zijvleugel. Het dak is gedekt met rode verbeterde Hollandse pannen en nokvorsten. De daken hebben ruime overstekken, zijn ter plaatse van de schuine dakranden voorzien van een eenvoudig geprofileerde windveer en hebben onderaan de schilden en wolfseinden zinken bakgoten.
Op het dak bevinden zich op de uiteinden van de nok twee gemetselde schoorstenen. In het rechter zijdakvlak ligt een recent dakvenster en is er rechts een dakkapel onder wolfsdak. Tegen de rechterzijgevel staat een houten erker met metselwerk borstwering, waarboven het grote rechter dakschild lager doorloopt dan bij de flankerende geveldelen. De gevels zijn opgetrokken in machinaal geproduceerde imitatie-handvorm baksteen in Noors verband met een cementvoeg op de begane grond en horizontale gepotdekselde houten delen op de eerste verdieping in de kopgevels onder de wolfseinden. Vensters bevatten houten kozijnen met geïntegreerde houten lekdorpels en vernieuwde houten ramen. Tussen het woonhuis en de bijhorende schuur ter linkerzijde, staat een tuinmuur. Deze tuinmuur is recent in halfsteens metselwerkverband opgetrokken, waarbij de tuindeur is aangepast. Voorheen was hier een erfafscheiding in hout aanwezig. Voorgevel (zuidoostzijde): In de voorgevel bevinden zich op de begane grond links een groot driedelig venster en rechts een groot vierdelig venster met vernieuwde zesruits (draai)ramen. Op de verdieping zijn er dezelfde type vensters als op de begane grond. Linkerzijgevel (zuidwestzijde): In de linkerzijgevel bevinden zich, links in het risaliet, een venster met dubbel zesruits raam en een houten toiletraam met tweeruits roedeverdeling met een bakstenen dorpel.
Rechts hiervan bevindt zich
blad 3 van 10
Adres.doc
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 3
onder houten luifel met twee naar verjongende draagbalken en hangend aan twee trekstangen de houten voordeur met smal hoog glas-in-lood raam. Rechts van de voordeur is een geïntegreerde stenen brievenbus aanwezig. Op de verdieping van het risalerende geveldeel zijn er twee vensters met dubbele zesruits ramen. Rechts van het risaliet is de gevel geheel blind en links ervan staat de recente tuinmuur die het huis met het bijgebouw verbindt. Achtergevel (noordwestzijde): De achtergevel is niet vanaf de openbare weg zichtbaar, maar in luchtfoto’s is zichtbaar dat er opde begane grond links een recente aanbouw staat, met rechts daarvan een venster met drie zesruits ramen en op de verdieping een zelfde venster en boven de aanbouw een klein balkon dat wordt ontsloten door een dubbele deur met ter weerszijden zesruits ramen. Rechterzijgevel (noordoostzijde): Tegen de rechterzijgevel staat links de licht vooruitstekende erker. Deze heeft een bakstenen borstwering met daarboven vensters: aan de rechterzijkant een zesruits raam, aan de voorzijde een groot venster met groot raam in het midden en ter weerszijden zesruits ramen. In de rechter zijkant is er een zesruits deur. Rechts is er een vierdelig houten kozijn met zesruits ramen aanwezig. De dakkapel rechts op de verdieping heeft een driedelig houten kozijn met vierruits ramen.
De dakkapel heeft wangen van potdekselwerk en de dakschilden zijn voorzien van een bakgoot. Bijgebouw: De vrijstaande schuur aan de noordkant van het huis is eenlaags opgetrokken vanuit een rechthoekige plattegrond. Het gebouw is evenwijdig aan het huis georiënteerd. Het heeft een zadeldak dat steiler is dan het dak van het huis, gedekt met rode verbeterde Hollandse pannen en voorzien van eenvoudig geprofileerde windveren. In de voorgevel bevindt zich een venster met twee vierruits ramen. De beide geveltoppen zijn, net als bij het huis, bekleed met houten gepotdekselde delen.
WAARDERING
Het object bevat de volgende waarden (refererend aan de Beleidsregels selectiecriteria voor aanwijzing van gemeentelijk beschermde monumenten en gemeentelijke stadsbeelden gemeente Nijmegen, 1812-2024): Stedenbouwkundige waarden: Het pand is onderdeel van het stedenbouwkundige en historisch-functionele ensemble van Kinderdorp Neerbosch. Net als bijna alle andere gebouwen in het Kinderdorp maakt dit pand onderdeel uit van een stedenbouwkundig plan, dat in de loop der tijd steeds werd aangepast. De locatie van de hoofdonderwijzerswoning, naast de voormalige ingang van het instellingsterrein, is kenmerkend. Zo hadden de voornaamste personeelsleden, samen met de aan de andere kant van de weg wonende directeur, zicht op de toegangslaan. Door de veranderde routing is deze functie verdwenen, maar de historische betekenis is nog afleesbaar, wat zich ook uit in de omvang en rijkdom van de tuin. Tevens heeft het pand ensemblewaarde in relatie met de directeurswoning aan de andere zijde van de toegangswegen.
blad 4 van 10
Adres.doc
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 4
Architectuurhistorische waarden: Het pand heeft architectuurhistorische waarde als uniek woonhuis met bijgebouw en onderdeel van de bebouwing uit de jaren ‘30 op Kinderdorp Neerbosch. Het werd speciaal ontworpen als ruim woonhuis voor de hoofonderwijzer van het Kinderdorp. Het is ontworpen in een destijds in zwang zijnde traditionalistische landhuisstijl waar Engelse invloeden in waren opgenomen, opgetrokken in traditionele materialen. Typische elementen zijn de hoge kap met grote overstekken, risaliet, erker, luifel boven voordeur en roedeverdelingen in de ramen en met hout beklede geveltoppen). Daarmee heeft het ontwerp een typische jaren ‘30 bouwstijl. De woning is gelegen in een grote tuin, passend bij het landhuiskarakter. Het pand heeft ook architectuurhistorische waarde als onderdeel van het oeuvre van de architect H.A. Pothoven, die als hoofdarchitect van het Kinderdorp en later samen met G. Pothoven tussen de jaren dertig en zestig een belangrijke rol speelde in de vormgeving van de inrichting. Hoewel er wijzigingen zijn aangebracht, zoals uitbreiden van het pand met een eenlaagse platte aanbouw en het vernieuwen van ramen, is het pand gaaf bewaard. Cultuurhistorische waarden: Het pand heeft hoge cultuurhistorische waarde als essentieel onderdeel van de weesinrichting.
Het Kinderdorp Neerbosch geeft uitdrukking aan de ontwikkeling van de jeugdzorg vanaf 1863, waarin de verandering in opvoedmethodes zich weerspiegelen. De woning maakt deel uit van de bebouwing uit de jaren ‘30 en is van historisch belang omdat deze is gebouwd voor het personeel en is bewoond door verschillende hoofdonderwijzers en de onderdirecteur van het Kinderdorp. Conclusie: Het woonhuis en het bijgebouw voldoen aan de criteria voor bescherming als gemeentelijk monument, conform de Erfgoedverordening Nijmegen.
Bronnen: Borggreve, E. (2012). H.A. Pothoven (1883-1970). [Masterscriptie, Universiteit Amsterdam]. Thijssen, A. A. W. (2020). De tienhoekige paviljoens. [Masterscriptie, Universiteit Utrecht]. UU Theses Repository. Thijssen, A. A. W. (2020). Kinderdorp Neerbosch. Gemeente Nijmegen. Vereniging Oud-Neerbosschers. (1988). Neerbosch en……de 20.000 KINDEREN van Johannes van ’t Lindenhout. 1863-1988. Drukkerij-Uitgeverij Gevana. [einde omschrijving]
blad 5 van 10
Adres.doc
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 5
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- ---Kadastrale tenaamstelling Kadastrale aanduiding Gemeente: Sectie: Nummer(s):
Gegevens 5 juni 2009
Neerbosch K 2817
foto’s op vervolgblad
blad 6 van 10
Adres.doc
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 6
Voorgevel.
Linkerzijgevel.
blad 7 van 10
Adres.doc
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 7
Rechterzijgevel.
Luchtfoto van het huis en bijgebouw, met zicht op de achtergevel.
blad 8 van 10
Adres.doc
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 8
Bijgebouw.
blad 9 van 10
Adres.doc
Gemeentelijke Monumentenlijst
Vervolgvel 9
Kadastrale kaart. Het groen omlijnde gebied geeft het te beschermen pand met bijgebouw aan.
blad 10 van 10
Adres.doc