CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapportage sportverenigingsmonitor 2020

Besluitronde (raadsvergadering) 9 juni 2021, gemeente NijmegenBij agendapunt: D6 d.d. 6 april 2021 inzake Sportverenigingsmonitor 20206.730 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Sportverenigingsmonitor Meting 2020

Conceptversie, 13 januari 2020 Opgesteld door: Ad Manders /bureau Onderzoek en Statistiek, gemeente Nijmegen

1

Samenvatting Sportverenigingen zijn onmisbaar bij het stimuleren van sporten en bewegen in de stad. Daarom wil de gemeente de ontwikkelingen bij die verenigingen volgen. In oktober 2020 hebben we 79 sportverenigingen uitgenodigd om een vragenlijst in te vullen; 54 verenigingen hebben dat gedaan. Die 54 verenigingen hebben in totaal rond de 24.000 leden. Dat is circa 80% van de leden van alle benaderde verenigingen tezamen. Leden Bij 22 van de 54 verenigingen is het ledental gestegen, bij 20 ongeveer gelijk gebleven en bij 12 gedaald. Opvallend is dat 7 van de 8 tennisverenigingen, die aan het onderzoek hebben deelgenomen, een ledengroei melden. Landelijke registratiecijfers van NOC*NSF laten zien dat het percentage sportverenigingsleden in Nijmegen (22,7% in 2019) wat hoger is dan gemiddeld in de vaste set van benchmarksteden (20,9%). Die vaste set van benchmarksteden bestaat uit Arnhem, Eindhoven, Enschede, Groningen, Leiden, Maastricht en Tilburg. Nijmegenaren zijn naar verhouding vaker lid van een vereniging binnen de volgende sporttakken: hockey, turnen/gymnastiek, voetbal, tennis en volleybal. Ze zijn minder vaak lid van een golfclub. Kader Bijna zeventig procent van de verenigingen geeft aan voldoende vrijwilligers te hebben. Dat is een stijging ten opzichte van 2017 (51%) en 2018 (58%) en vergelijkbaar met 2013 (70%).

Verenigingen, die teamsporten bieden, geven het vaakst aan onvoldoende vrijwilligers te hebben. Ook verenigingen, die aangeven voldoende vrijwilligers te hebben, zijn vaak op zoek naar extra vrijwilligers. In totaal zijn 46 van de 54 verenigingen hiernaar op zoek. De volgende functies en taken zijn daarbij het meest genoemd: commissieleden in het algemeen, mensen voor de sponsorcommissie en bestuursleden. In vergelijking met 2017 zijn meer verenigingen op zoek naar vrijwilligers voor sponsorcommissies, administratieve taken en bar- en kantinediensten en zijn minder verenigingen op zoek naar scheidsrechters en vrijwilligers voor de organisatie van wedstrijden, toernooien en evenementen. De helft van de verenigingen is op zoek naar bestuursleden. Tegelijk is circa driekwart tevreden over de huidige bezetting van het bestuur, tegenover 60% in 2017. Financiële positie Na de verbetering van de financiële positie van verenigingen in de periode 2013-2018, zien we nu weer enige verslechtering. Ruim zestig procent van de verenigingen geeft aan dat de vereniging op dit moment financieel gezond is (tegenover bijna 70% in 2018). Vier verenigingen, waaronder 3 met minder dan 250 leden, geven aan dat de financiële situatie ongezond is (tegenover 1 vereniging in 2018). Dertig verenigingen geven aan dat de coronacrisis negatieve gevolgen voor de financiën heeft.

En bij 15 verenigingen spelen er op dit moment knelpunten m.b.t. de financiën. Maatschappelijke thema’s Circa negentig procent van de verenigingen besteedt aandacht aan sportiviteit en respect, tegenover ruim tachtig procent in 2017. Circa een derde van de verenigingen, die een kantine runnen, geeft aan een gezonde kantine te hebben (met een aanbod en uitstraling, die gezonde keuzes aantrekkelijk en

2

voor de hand liggend maken). De meeste van de verenigingen met een gezonde kantine willen daarin nog verdere stappen nemen. Ruim een derde geeft aan geen gezonde kantine te hebben, maar zou dat wel willen hebben. Circa dertig procent geeft aan geen belangstelling voor dit onderwerp te hebben. Ruim de helft van de buitensportverenigingen geeft aan volledig rookvrij te zijn (er mag op het hele sportterrein - onder meer langs de sportvelden - niet gerookt worden). Ruim twintig procent gaat dat worden of wil dat gaan worden. Vier verenigingen geven aan dat roken alleen bij jeugdactiviteiten of op zaterdag verboden is. En 4 verenigingen zijn nog niet met dit thema mee bezig. Ruim twee derde van de verenigingen, die duurzaamheidsmaatregelen zouden kunnen nemen, besteedt er aandacht aan. De helft daarvan geeft aan nog verdere stappen te willen nemen. Van de verenigingen, die nog niet met duurzaamheidsmaatregelen bezig zijn, willen de meeste dat wel gaan doen. Sinds 2013 is het aantal verenigingen dat met dit thema bezig is tamelijk stabiel. Accommodatie Aan het onderzoek hebben 15 buitensportverenigingen, die velden van de gemeente huren, meegedaan. Acht daarvan, waaronder 6 voetbalverenigingen met meer dan 500 leden, geven aan dat de gehuurde velden maximaal benut worden en dat ze behoefte hebben aan een extra veld.

Bij de vraag naar de voornaamste knelpunten, die op dit moment bij de vereniging spelen, hebben 4 voetbalverenigingen aangegeven dat ze te weinig (trainings)velden hebben. Ook een aantal binnensportverenigingen heeft knelpunten m.b.t. de accommodatie genoemd. Het meest genoemd is dat er te weinig uren voor het kunnen huren van sportzalen beschikbaar zijn (door 3 verenigingen genoemd) en dat de huurkosten te hoog zijn (ook door 3 verenigingen genoemd). Samenwerking Circa driekwart van de verenigingen werkt samen met andere sportverenigingen. Daarbij gaat het relatief vaak om bestuurlijk overleg/kennisuitwisseling, samen (onderlinge) wedstrijden of toernooien organiseren en gezamenlijke trainingen/trainerscursussen of trainers uitwisselen. Twintig procent van de verenigingen werkt samen met maatschappelijke organisaties. Daarbij worden verschillende instanties binnen onderwijs, welzijn en zorg genoemd. Een derde van de verenigingen werkt samen met commerciële partijen. Veelal gaat het om samenwerking met een fysiotherapeut/fysio. Weinig verenigingen (2) werken samen met sportscholen. Voor al die vormen van samenwerking geldt dat een meerderheid er tevreden over is en dat geen enkele vereniging er ontevreden over is.

Ondersteuning door gemeente Ruim tachtig procent van de verenigingen is een beetje, redelijk goed of goed op de hoogte van de mogelijkheden voor gemeentelijke subsidie aan sportverenigingen. Tien verenigingen geven aan er niet van op de hoogte te zijn; 9 daarvan tellen minder dan 250 leden. Circa 40% van de verenigingen heeft na het ingaan op 1 januari 2018 van de “beleidsregels subsidies Sport en Bewegen gemeente Nijmegen 2018” subsidie bij de gemeente aangevraagd. Het vaakst is er subsidie aangevraagd voor activiteiten om sporten bij de

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan

3

jeugd te stimuleren, voor deskundigheidsbevordering van vrijwilligers en voor een bijdrage in de trainingsuren voor een speciale doelgroep. Weinig verenigingen hebben opmerkingen over het aanvraagproces, de voorwaarden of de verantwoording van de subsidies. Vier verenigingen missen subsidiemogelijkheden m.b.t. trainers en trainingsuren. Een ruime meerderheid van de verenigingen heeft het afgelopen jaar contact gehad met een buurtsportcoach (85%). Het vaakst is er contact geweest over de coronacrisis en over ledenwerving. Verder is er contact geweest over diverse vormen van sportstimulering (onder meer activiteiten op scholen en in wijken en sportstimulering bij jeugd en ouderen). Van de 46 verenigingen zijn er 35 tevreden over wat het contact met de buurtsportcoach heeft opgeleverd; 2 verenigingen zijn er ontevreden over. Een derde van de verenigingen heeft het afgelopen jaar ondersteuning bij de gemeente gevraagd, die niet met de coronacrisis te maken had. Het gaat om uiteenlopende ondersteuningsvragen. Van de 17 verenigingen zijn er 10 tevreden over hoe de gemeente is omgegaan met die vragen; 5 zijn er ontevreden over. Effecten coronacrisis Ruim de helft van de verenigingen noemt negatieve gevolgen van de coronacrisis voor de financiën. Circa een kwart denkt dat de crisis tot een afname van leden gaat leiden en/of geeft aan dat het lastiger is om nieuwe leden te werven.

Enkele verenigingen zien juist een toename van leden. Circa een kwart ziet negatieve effecten voor het clubgevoel en de samenhang binnen de vereniging. Meer dan de helft van de verenigingen heeft naar aanleiding van de coronacrisis ondersteuning van de gemeente gevraagd (57%). In veel gevallen ging het over huurvrijstelling/-compensatie vanwege het minder en niet mogen sporten op en in de gehuurde velden en zalen. Verder heeft een aantal verengingen financiële ondersteuning gevraagd. Van de 31 verenigingen zijn er 18 tevreden over hoe de gemeente is omgegaan met de ondersteuningsvragen; 4 zijn er ontevreden over. Knelpunten en ambities De meest genoemde knelpunten van dit moment hebben te maken met de coronacrisis, de behoefte aan vrijwilligers en de financiën. Andere vaker genoemde knelpunten gaan over het kunnen behouden en aantrekken van leden en de accommodaties. Meer dan de helft van de verenigingen heeft groei-ambities. Ruim een kwart van de verenigingen heeft ambities ten aanzien van het prestatieniveau; een deel daarvan heeft topsportambities. Vitaliteit Om een globaal beeld te geven van de vitaliteit van de verenigingen hebben we gekeken bij hoeveel verenigingen meerdere van de volgende vier knelpunten spelen: een dalend ledental, onvoldoende vrijwilligers, onvrede over de bezetting van het bestuur en een ongezonde financiële situatie.

Bij 87% van de verenigingen speelt er - ruim een half jaar na de start van de coronacrisis - maximaal 1 van deze knelpunten. Dat is een gunstiger beeld dan in 2018, toen dat voor 72% van de verenigingen gold. Bij geen enkele vereniging spelen alle vier de genoemde knelpunten, bij 1 vereniging spelen er drie en bij 6 verenigingen twee. Hierbij moeten we bedenken dat we niet weten wat de uiteindelijke effecten van de lopende coronacrisis zullen zijn.

4

Inhoudsopgave Samenvatting Inleiding Leden Kader Financiële positie Maatschappelijke thema’s Accommodatie Samenwerking Ondersteuning door gemeente Effecten coronacrisis Knelpunten en ambities Vitaliteit

2 6 7 12 16 17 19 21 23 25 26 27

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan

5

Inleiding Een leven lang met plezier sporten en bewegen voor iedere Nijmegenaar; om die reden stimuleert de gemeente Nijmegen sporten en bewegen in onze stad. Sportverenigingen zijn daarin onmisbaar. Daarom wil de gemeente volgen hoe het met de sportverenigingen gaat, onder meer op het vlak van leden, kader en financiën. Dat doen we via de Nijmeegse Sportverenigingsmonitor. De vorige meting vond in 2018 plaats. Toen is een korte vragenlijst aan de verenigingen voorgelegd om de stand van zaken op enkele hoofdzaken te kunnen meten. In 2020 is weer een langere vragenlijst voorgelegd, net als in 2017 en bij de metingen in eerdere jaren. Daarin zijn ook vragen meegenomen over de coronacrisis. Voor de meting in 2020 zijn 79 grotere sportverenigingen (minstens 50 leden) benaderd binnen de volgende categorieën:  teamsporten (voetbal, hockey, volleybal, basketbal, korfbal, ijshockey enzovoorts);  racketsporten (tennis, badminton, tafeltennis);  bewegen individueel in sporthal of op sportcomplex (atletiek, zwemmen, schaatsen, gymnastiek, turnen enzovoorts);  vecht- en verdedigingssporten. Er zijn geen studentensportverenigingen benaderd. Aan de meting in 2020, die in oktober van start ging, hebben 54 verenigingen deelgenomen (68% van de 79 verenigingen). Dat is een wat hogere deelname dan bij de metingen in 2013 (47 verenigingen), 2017 (49 verenigingen) en 2018 (50 verenigingen).

Die 54 verenigingen hebben in totaal rond de 24.000 leden. Dat is circa 80% van de leden van alle benaderde verenigingen tezamen. Tot de 54 verenigingen behoren onder meer:  10 voetbalverenigingen;  8 tennisverenigingen;  5 verenigingen voor vecht- en verdedigingssport;  3 hockeyverenigingen;  3 turn- en gymnastiekverenigingen;  3 volleybalverenigingen.

6

Leden De verdeling naar ledental voor de 54 verenigingen, die aan de meting in 2020 hebben deelgenomen, is als volgt:

aantal leden: <100 100-249 250-499 500-999 >=1000 totaal

11 16 12 9 6 54

Gemiddeld hebben de 54 verenigingen bijna 450 leden. Bij 78% (42 van de 54 verenigingen) is het ledental in het voorgaande jaar ongeveer gelijk gebleven (22) of toegenomen (20). In 2013, 2017 en 2018 gaf eveneens rond de tachtig procent van de verenigingen aan dat het ledental in de voorgaande periode ongeveer gelijk gebleven of gestegen was. Opvallend is dat 7 van de 8 tennisverenigingen, die aan het onderzoek hebben deelgenomen, een ledengroei melden.

2020 2018 2017 2013 0%

10%

20%

30% toename

40%

50%

60%

(tamelijk) stabiel

70%

80%

90%

100%

afname

Figuur 1: ontwikkeling ledental t.o.v. vorig seizoen/jaar

Twaalf verenigingen geven aan dat het ledental is gedaald, waaronder twee van de drie hockeyverenigingen. Verder concentreert zich de daling niet bij een bepaalde sportsoort (teamsport, racketsport, individuele sport, binnensport, buitensport) of sporttak.

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan

7

12 10 8 6 4

11 9

10

9 5

2

4 1

0 teamsporten toename

2

1

racketsporten

individuele sporten

(tamelijk) stabiel

afname

Figuur 2: ontwikkeling ledental t.o.v. vorig seizoen/jaar, naar soorten sport

16 14 12 10 8

14

6

11

4 2

11 6

5

5

0 binnensportaccommodatie toename

(tamelijk) stabiel

buitensportaccommodatie afname

Figuur 3: ontwikkeling ledental t.o.v. vorig seizoen/jaar, naar accommodatiegebruik

8

Bij grotere verenigingen (minstens 500 leden) zien we naar verhouding vaker een stijging en minder vaak een daling van het ledental.

16 14 12 10 8

14

6 4 2

7

6

8 5

3

5

4

2

0 50-249 leden toename

250-499 leden

minstens 500 leden

(tamelijk) stabiel

afname

Figuur 4: ontwikkeling ledental t.o.v. vorig seizoen/jaar, naar ledental

Uit lokaal bevolkingsonderzoek onder volwassenen (Burgerpeiling 2019, O&S) en middelbare scholieren (Gezondheidsmonitor jeugd 2019, GGD Gelderland Zuid) blijkt dat het percentage Nijmegenaren dat lid is van een sportvereniging de afgelopen jaren weinig veranderd is. Van de volwassenen geeft bijna een kwart aan lid van een sportvereniging te zijn en van de middelbare scholieren geeft 76% aan wekelijks te sporten bij een vereniging of sportschool. Behalve de cijfers over het lidmaatschap van sportverenigingen uit de bevolkingsonderzoeken, zijn er ook de registratiecijfers van NOC*NSF. Het percentage Nijmegenaren, dat lid is van 1 of meer bij sportbonden aangesloten sportverenigingen, is gestegen van 22,2% in 2017 naar 22,7% in 2019. Die 22,7% is hoger dan het gemiddelde voor onze vaste set van benchmarksteden: 20,9% (Arnhem, Eindhoven, Enschede, Groningen, Leiden, Maastricht, Nijmegen en Tilburg). Het gemiddelde voor de benchmarksteden is de laatste jaren stabiel. Landelijk is het percentage sportverenigingsleden licht gedaald, van 25,6% in 2017 naar 24,9% in 2019. In vergelijking met de benchmarksteden zijn Nijmegenaren relatief veel lid van een vereniging binnen de volgende sporttakken: hockey, turnen/gymnastiek, voetbal, tennis en volleybal. Nijmegenaren zijn minder vaak lid van een golfclub.

Als we vergelijken met het landelijk beeld zijn de grootste verschillen dat Nijmegen relatief veel leden van hockeyverenigingen en relatief weinig leden van golfclubs en paardensportverenigingen telt.

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan

9

5,8% 5,5%

voetbalvereniging 2,8% 2,6%

tennisvereniging

2,1% 1,6%

hockeyclub

1,4% 1,0%

turn-/gymnastiekvereniging

1,3% 1,7%

golfclub atletiekvereniging

0,8% 0,7%

zwemclub

0,8% 0,9%

volleybalvereniging

0,7% 0,5%

paardensportvereniging

0,4% 0,5%

0,0%

1,0%

Nijmegen gemiddelde benchmarksteden

2,0%

3,0%

4,0%

5,0%

6,0%

Figuur 5: Percentage Nijmegenaren dat lid is van een sportvereniging, per sporttak, 2019 (NOC*NSF; www.volkgezondheidenzorg.info)

In absolute aantallen telt Nijmegen circa 10.000 leden van voetbalverenigingen, circa 5.000 leden van tennisverenigingen, circa 3.700 leden van hockeyverenigingen, circa 2.500 leden van turn-/gymnastiekverenigingen, circa 1.400 leden van atletiekverenigingen, circa 1.400 leden van zwemverenigingen en circa 1.200 leden van volleybalverenigingen. Niet alle leden zijn actieve sporters. Er zijn bijvoorbeeld bestuursleden, scheidsrechters en trainers lid, die zelf niet actief sporten. Bij de vraag naar de belangrijkste effecten van de coronacrisis voor de vereniging noemen 6 verenigingen een afname van het aantal leden en geven nog eens 7 verenigingen aan dat ze meer moeite hebben om nieuwe leden te werven. Aan de andere kant zijn er 2 verenigingen die het idee hebben dat de coronacrisis tot ledengroei geleid heeft. Bij de vraag naar de voornaamste knelpunten, die er bij de verenigingen spelen, hebben 9 verenigingen het voldoende leden blijven houden, het binden van de huidige leden of het werven van nieuwe leden genoemd. Bij de vraag naar de voornaamste ambities voor de komende vier jaar hebben 30 verenigingen aangegeven dat ze een groei van het ledental nastreven. Dit is veruit de meest genoemde ambitie van verenigingen. Daarnaast zijn er 8 verenigingen die streven naar een stabiel ledental.

Jeugdleden Bij 22 van de 54 verenigingen is minstens de helft van de leden onder de 18 jaar. Het gaat onder meer om:  5 voetbalverenigingen (van de 10 voetbalverenigingen die hebben deelgenomen);  5 verenigingen voor vecht- en verdedigingssport (van de 5);  3 turn- en gymnastiekverenigingen (van de 3);  3 hockeyverenigingen (van de 3). Bij 19 van de 54 verenigingen is minder dan een kwart van de leden onder de 18 jaar. Het gaat onder meer om:

10

  

7 tennisverenigingen (van de 8); 3 voetbalverenigingen (van de 10); 2 tafeltennisverenigingen (van de 2).

Kijken we naar de absolute aantallen dan is voetbal de grootste verenigingssport bij de Nijmeegse jeugd, gevolgd door turnen/gymnastiek en hockey. Uit landelijke cijfers blijkt dat voor jongens voetbal veruit de belangrijkste verenigingssport is. Voor meisjes is dat turnen/gymnastiek, gevolgd door hockey en voetbal. Volwassen leden Bij 31 van de 54 verenigingen is minstens de helft van de leden volwassen. Het gaat onder meer om:  8 tennisverenigingen (van de 8 tennisverenigingen die hebben deelgenomen);  5 voetbalverenigingen (van de 10);  2 atletiekverenigingen (van de 2);  2 volleybalverenigingen (van de 3). Bij 5 van de 54 verenigingen is minder dan een kwart van de leden volwassen. Het gaat om:  3 turn- en gymnastiekverenigingen (van de 3);  2 verenigingen voor vecht- en verdedigingssport (van de 5). Uit de Burgerpeiling blijkt dat bij de volwassen Nijmeegse mannen voetbal, tennis en hockey de grootste verenigingssporten zijn. Landelijk zijn dat voetbal, golf en tennis. En bij de volwassen Nijmeegse vrouwen zijn tennis en hockey de grootste verenigingssporten. Landelijk zijn dat tennis, golf, voetbal en paardensport. Zowel in Nijmegen als landelijk zien we dat mannen vaker lid van een sportvereniging dan vrouwen. Leden vanaf 60 jaar Bij 13 van de 54 verenigingen is minstens een kwart van de leden 60 jaar of ouder.

Het gaat onder meer om:  5 tennisverenigingen (van de 8 tennisverenigingen die hebben deelgenomen);  2 voetbalverenigingen (van de 10);  2 atletiekverenigingen (van de 2);  2 tafeltennisverenigingen (van de 2). Opleidingsniveau Uit lokale bevolkingsonderzoeken weten we dat lager opgeleiden naar verhouding minder vaak lid van een sportvereniging zijn. Van de laagopgeleide volwassenen Nijmegenaren is 10% lid van een sportvereniging, van de middelbaar opgeleiden 21% en van de hoogopgeleiden 28%. En van de leerlingen vmbo-basis/kader sport 61% wekelijks bij een vereniging of sportschool, versus 72% van de leerlingen vmbo theoretische/gemengde leerweg, 78% van de havo-leerlingen en 87% van de vwo-leerlingen.

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan

11

Kader Bijna zeventig procent van de verenigingen geeft aan voldoende vrijwilligers te hebben. Dat is een stijging ten opzichte van 2017 (51%) en 2018 (58%) en vergelijkbaar met 2013 (70%). Dit sluit niet aan bij het laatste gemeten beeld uit de Burgerpeiling. Van de Nijmegenaren vanaf 16 jaar gaf in 2019 een lager percentage aan zich in de vrije tijd in te zetten voor sportverenigingen (6%) dan in 2017 (8%).

2020 2018 2017 2013 0%

10%

20%

30%

voldoende, niet op zoek

40%

50%

60%

70%

80%

voldoende, wel op zoek naar extra vrijwilligers

90%

100%

onvoldoende

Figuur 6: percentage verenigingen met een tekort aan vrijwilligers

Van de verenigingen die voldoende vrijwilligers hebben, is een groot deel wel op zoek naar extra vrijwilligers. In totaal zijn 46 van de 54 verenigingen op zoek naar vrijwilligers. Alle verenigingen, die teamsporten bieden, zijn op zoek naar extra vrijwilligers. Maar ook bij de racket- en individuele sporten zijn veel verenigingen op zoek naar vrijwilligers.

18 16 14 12 10 8

16

6 9

4

6

2

2

0 teamsporten voldoende, niet op zoek

racketsporten

7 3

individuele sporten

voldoende, wel op zoek

Figuur 7: situatie m.b.t. vrijwilligers, naar soorten sport

12

5

4

onvoldoende

De grotere verenigingen het meest op zoek naar vrijwilligers; alle verenigingen met meer dan 500 leden zoeken vrijwilligers.

16 14 12 10 8

14

6 4 2

6

9

7

6 2

0

6

4

50-249 leden

250-499 leden

minstens 500 leden

voldoende, niet op zoek

voldoende, wel op zoek

onvoldoende

Figuur 8: situatie m.b.t. vrijwilligers, naar ledental

Van de 17 verenigingen, die aangeven onvoldoende vrijwilligers te hebben, is meer dan de helft op zoek naar bestuursleden (14 verenigingen), commissieleden in het algemeen (11), mensen voor de sponsorcommissie in het bijzonder (10) en mensen voor bar- en kantinediensten (9). Voor andere taken zijn maximaal 6 van die 17 verenigingen op zoek naar vrijwilligers: coaching, begeleiding teams (6), training, lesgeven (5), ledenwerving (5), administratieve taken (5), communicatie, samenstelling clubblad, onderhoud website, social media (4), beheer/onderhoud materiaal (4), scheidsrechters, jurering (4), organisatie wedstrijden, toernooien, evenementen (3) en beheer/onderhoud/schoonmaak accommodatie (3). Naast de 17 verenigingen met onvoldoende vrijwilligers zijn nog eens 29 verenigingen op zoek naar extra vrijwilligers. Van die in totaal 46 verenigingen is ruim de helft op zoek naar commissieleden in het algemeen en leden van de sponsorcommissie in het bijzonder. In vergelijking met 2017 is een groter deel van de verenigingen op zoek naar leden van de sponsorcommissie. Andere grotere verschillen ten opzichte van 2017 zijn dat meer verenigingen op zoek zijn naar mensen voor administratieve taken en bar- en kantinediensten en dat minder verenigingen op zoek zijn naar scheidsrechters/mensen voor jurering en naar mensen voor de organisatie van wedstrijden, toernooien en evenementen.

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan

13

sponsorcommissie commissies bestuursleden communicatie, samenstelling clubblad, onderhoud website, social media bar-, kantinediensten training, lesgeven

2020

beheer, onderhoud materiaal

2017

ledenwerving scheidsrechter, jurering administratieve taken organisatie wedstrijden, toernooien, evenementen coaching, begeleiding teams beheer, onderhoud, schoonmaak accommodatie 0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

Figuur 9: taken waarvoor verenigingen vrijwilligers zoeken, vergelijking tussen 2020 en 2017

Bij de vraag naar de voornaamste knelpunten, die er bij de verenigingen spelen, geven 21 verenigingen aan meer vrijwilligers te willen hebben. De meeste van die 21 verenigingen geven aan dat ze in het algemeen behoefte hebben aan meer vrijwilligers; 5 ervan geven aan behoefte te hebben aan meer trainers. Bij de vraag naar de voornaamste ambities voor de komende vier jaar hebben 8 verenigingen aangegeven te streven naar meer vrijwilligers. De meeste van die 8 hebben daarbij niet gespecificeerd voor welke taken ze meer vrijwilligers willen. In 2018 hebben we voor het eerst specifiek gevraagd naar de tevredenheid over de bezetting van het bestuur. Toen gaf 60% van de verenigingen aan daarover tevreden te zijn; 20% was er ontevreden over. In 2020 is het beeld gunstiger: circa driekwart tevreden en 9% ontevreden. Van de 5 verengingen, die aangeven ontevreden te zijn, hebben er 3 minder dan 250 leden. 2020 2018 0%

10%

20%

zeer tevreden

30% tevreden

40%

50%

neutraal

60%

ontevreden

Figuur 10: tevredenheid over de bezetting van het bestuur

14

70%

80%

90%

100%

zeer ontevreden

Bij de vraag naar de voornaamste knelpunten noemen 2 verenigingen de bezetting van het bestuur. En bij de vraag naar de voornaamste ambities voor de komende vier jaar geeft 1 vereniging aan te streven naar een vernieuwd bestuur.

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan

15

Financiële positie Na een verbetering in de periode 2013-2018, zien we nu een lichte verslechtering van de financiële positie van de verenigingen. Ruim 60% - 34 van de 54 verenigingen - geeft aan dat de vereniging op dit moment financieel gezond is, tegenover bijna 70% in 2018; 4 verenigingen geven aan dat de financiële situatie ongezond is, tegenover 1 in 2018. De rest heeft ‘niet gezond en niet ongezond’ aangevinkt. 2020 2018 2017 2013 0%

20%

zeer gezond

gezond

40%

60%

niet gezond, niet ongezond

80% ongezond

100% zeer ongezond

Figuur 11: oordeel over de financiële situatie van de vereniging

Van de 4 verenigingen, die aangeven dat de financiële situatie niet gezond is, zijn er 3 met een ledental beneden de 250 leden. Bij de vraag naar de belangrijkste effecten van de coronacrisis voor de vereniging hebben 30 van de 54 verenigingen de financiële gevolgen genoemd (daling/gebrek aan inkomsten, minder kantine-inkomsten, minder opbrengsten vanuit contributie, deel van leden wil geen contributie betalen, bezuinigingen op budgetten en personeel, onduidelijkheid over wat er met de huurkosten gebeurt). Bij de vraag naar de voornaamste knelpunten bij de vereniging hebben 15 verenigingen de financiën of inkomsten genoemd. Bij de vraag naar de voornaamste ambities voor de komende vier jaar hebben 13 verenigingen financieel gezond blijven of worden genoemd.

16

Maatschappelijke thema’s Sportiviteit en respect Aan de verenigingen is de volgende vraag voorgelegd: “Voor een veilig sportklimaat is een sportieve en respectvolle omgang met elkaar van belang. Besteedt uw vereniging aandacht aan het thema sportiviteit en respect?”  32 verenigingen geven aan hier aandacht aan te besteden;  17 verenigingen besteden hier aandacht aan, maar willen nog verdere stappen zetten;  2 verenigingen besteden hier geen aandacht aan, maar willen dat wel gaan doen;  3 verenigingen besteden hier geen aandacht aan. Bij de meting in 2017 meldde ruim tachtig procent van de verenigingen aandacht aan deze thema’s te besteden, nu is dat circa negentig procent. Deze keer is een open vraag gesteld over op wat voor manier de vereniging aandacht aan sportiviteit en respect besteedt. Dit zijn de meest gegeven antwoorden:  De vereniging hanteert (gedrags)regels.  Mensen worden aangesproken of onsportief, respectloos gedrag.  Bij de opleiding van/besprekingen met trainers en coaches is er aandacht voor.  De vereniging heeft 1 of meer vertrouwenspersonen waar leden terecht kunnen.  Sportief en respectvol gedrag is inherent aan de sporttak.  Tijdens trainingen is er aandacht voor.  Er worden aparte bijeenkomsten hierover georganiseerd.

Gezonde kantine Gevraagd is of de kantine bij de vereniging een gezonde kantine is (een kantine met een aanbod en uitstraling, die gezonde keuzes aantrekkelijk en voor de hand liggend maken). Van de 54 verenigingen geven er 22 aan geen eigen kantine te runnen. Voor de overige 32 verenigingen is dit het beeld:  2 verenigingen geven aan een gezonde kantine te hebben;  9 verenigingen geven aan dat te hebben, maar willen nog wel verdere stappen daarin nemen;  12 verenigingen hebben geen gezonde kantine, maar willen dat wel;  9 verenigingen, waaronder 6 verenigingen met minder dan 250 leden, geven aan geen belangstelling voor dit onderwerp te hebben. Vanwege de gewijzigde, meer gedetailleerde vraagstelling over dit onderwerp kunnen we dit beeld niet vergelijken met voorgaande metingen. Rookvrije sportvereniging Aan de verenigingen die buitensport bieden is gevraagd of ze volledig rookvrij zijn (dat wil zeggen: er mag op het hele sportterrein - onder meer langs de sportvelden - niet gerookt worden).

Voor de 33 buitensportverenigingen (inclusief enkele verenigingen die zowel binnen- als buitensport bieden) is dit het beeld:  17 verenigingen geven aan dat ze volledig rookvrij zijn;  4 verenigingen zijn dat nog niet, maar er zijn wel afspraken gemaakt over vanaf wanneer ze dat zijn;  3 verenigingen zijn dat nog niet, maar willen dat wel worden;  bij 3 verenigingen mag er niet gerookt worden bij jeugdactiviteiten;

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan

17

  

1 vereniging is alleen op zaterdag rookvrij; 4 verenigingen zijn niet rookvrij en zijn er (nog) niet mee bezig om dat te worden; bij 1 vereniging kan uit het antwoord op de vraag niet afgeleid worden wat het beleid ten aanzien van rookvrij is. Vanwege de gewijzigde, meer gedetailleerde vraagstelling over dit onderwerp kunnen we dit beeld niet vergelijken met voorgaande metingen. Duurzaamheidsmaatregelen Gevraagd is of de vereniging aandacht besteedt aan duurzaamheidsmaatregelen, bijvoorbeeld maatregelen om energie te besparen. Van de 54 verenigingen geven er 22 aan dat het aandacht besteden aan duurzaamheidsmaatregelen voor hen niet van toepassing is. Vaak zijn dat verenigingen met minder dan 250 leden, verenigingen die binnensport bieden en verenigingen die geen eigen kantine runnen. Voor de overige 32 verenigingen is dit het beeld:  11 verenigingen besteden aandacht aan duurzaamheidsmaatregelen;  10 verenigingen besteden er aandacht aan, maar willen nog verdere stappen nemen;  8 verenigingen besteden geen aandacht aan duurzaamheidsmaatregelen, maar willen dat wel gaan doen.  3 verenigingen geven aan hier geen belangstelling voor te hebben. Het aantal verenigingen dat aandacht besteedt aan duurzaamheidmaatregelen is sinds 2013 tamelijk stabiel.

18

Accommodatie Buitensport Bij de meting in 2020 zijn aan buitensportverenigingen vragen voorgelegd over het huren van velden van de gemeente. Dit is gedaan om meer zicht te krijgen op het gebruik van die velden. In hoeverre worden de velden maximaal benut? En in hoeverre hebben verenigingen behoefte aan extra velden? Van de 54 verenigingen bieden er 33 buitensport. Enkele daarvan bieden ook binnensport. Van die 33 verenigingen geven er 15 aan dat ze 1 of meer velden van de gemeente huren. Tot die 15 verenigingen behoren 9 voetbalverenigingen. Aan de 15 verenigingen, die velden van de gemeente huren, is de volgende vraag voorgelegd: “Verenigingen mogen een maximaal aantal uur gebruikmaken van de sportvelden, die ze van de gemeente huren. Hoger gebruik kan leiden tot intensiever onderhoud. Hoe zit het bij uw vereniging met de intensiteit van het gebruik van de gehuurde velden?”  8 verenigingen, waaronder 6 voetbalverenigingen met meer dan 500 leden, geven aan dat de gehuurde velden maximaal benut worden en dat ze behoefte hebben aan nog een veld;  4 verenigingen geven aan dat de gehuurde velden bijna maximaal worden benut en dat ze geen behoefte hebben aan nog een veld;  2 verenigingen geven aan dat een deel van de gehuurde velden niet maximaal benut wordt;  1 vereniging geeft aan dat het op de gehuurde atletiekbaan op sommige dagen heel druk is.

Gevraagd is of men nog iets wil opmerken over de intensiteit van het gebruik en/of de kwaliteit van de velden, die van de gemeente gehuurd worden. Drie verenigingen merken op dat de kwaliteit van een of meer velden slecht is, 1 vereniging merkt op dat het onderhoud van de velden beter zou kunnen, 1 vereniging zou graag willen dat een grasveld wordt omgezet naar een kunstgrasveld en 1 vereniging mist verlichting bij enkele velden. Bij de vraag naar de voornaamste knelpunten bij de vereniging hebben 6 buitensportverenigingen knelpunten m.b.t. de accommodatie genoemd: te weinig (trainings)velden (4 voetbalverenigingen; bij 1 vereniging in combinatie met ruimtetekort voor clubgebouw en bij 1 vereniging in combinatie met te weinig kleedkamers), slechte kwaliteit velden (1 vereniging) en te drukke bezetting op de banen (1 vereniging). Bij de vraag naar de voornaamste ambities voor de komende vier jaar hebben 5 buitensportverenigingen een ambitie m.b.t. de accommodatie genoemd: meer banen (2 verenigingen), een nieuwe locatie (1 vereniging), uitbreiding en overkapping van de accommodatie (1 vereniging) en accommodatie laten meegroeien met de ledengroei (1 vereniging). Binnensport Onder de huurders van binnensportaccommodaties is begin 2020 een apart onderzoek verricht.

Daarom is bij de Sportverenigingsmonitor 2020 geen vraagblok over het huren van binnensportaccommodaties van de gemeente opgenomen.

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan

19

Bij de vraag naar de voornaamste knelpunten bij de vereniging hebben 10 binnensportverenigingen (waaronder enkele verenigingen die ook buitensport bieden) knelpunten m.b.t. de accommodatie genoemd: te weinig uren in sportzalen beschikbaar (3 verenigingen), te hoge zaalhuur/huurkosten (3 verenigingen), geen binnenruimte voor in de winter (2 verenigingen), kwaliteit/inrichting sportzalen (1 vereniging) en de bezetting op de speelavond (1 vereniging). Bij de vraag naar de voornaamste ambities voor de komende vier jaar heeft 1 binnensportvereniging een ambitie m.b.t. de accommodatie genoemd, namelijk groei van de zaalruimte.

20

Samenwerking Samenwerking met andere sportverenigingen Van de 54 verenigingen werken er 41 samen met 1 of meer andere sportverenigingen (76%):  31 verenigingen werken samen met verenigingen uit de eigen sporttak;  6 verenigingen werken samen met verenigingen uit de eigen en andere sporttakken;  4 verenigingen werken samen met verenigingen uit andere sporttakken. Gevraagd is op welke vlakken men samenwerkt. Het vaakst genoemd zijn:  bestuurlijk overleg, kennisuitwisseling;  samen (onderlinge) wedstrijden of toernooien organiseren;  gezamenlijke trainingen of trainerscursussen, trainers uitwisselen. Ook meer genoemd zijn:  gezamenlijke teams;  gebruik maken/beschikbaar stellen van materialen, faciliteiten;  delen van sportpark, accommodatie;  ontwikkeling van talenten. Van de 41 verengingen zijn er 27 tevreden over de samenwerking. Geen enkele vereniging is er ontevreden over. De rest (14 verenigingen) is er niet tevreden en ook niet ontevreden over. Samenwerking met maatschappelijke instellingen Elf verenigingen geven aan samen te werken met 1 of meer maatschappelijke organisaties (20%).

Daarbij worden diverse instanties 1 of enkele keren genoemd: buitenschoolse opvang, kinderopvang, scholen/onderwijsinstellingen, clubs voor aangepast sporten, zorginstellingen, buurtzorg, fysiotherapiepraktijk, Leger des Heils, AZC en instellingen voor het ondersteunen van sporten voor kinderen/volwassenen in achterstandssituaties. Grotere verenigingen werken relatief vaak samen met maatschappelijke organisaties (7 van de 15 verenigingen met minstens 500 leden). Van de 11 verengingen zijn er 7 tevreden over de samenwerking. Geen enkele vereniging is er ontevreden over. De rest (4 verenigingen) is er niet tevreden en ook niet ontevreden over. Samenwerking met commerciële partijen Zeventien verenigingen geven aan samen te werken met 1 of meer commerciële partijen (33%). Veelal gaat het om samenwerking met een fysiotherapeut/fysio (13 verenigingen; voor blessurebehandeling, revalidatie, blessurepreventie, spreekuur voor leden, massage en fysieke verzorging/ondersteuning). Twee verenigingen werken samen met een sportschool, 1 met trainers en 1 met een sportarts. Grotere verenigingen werken relatief vaak samen met commerciële partijen (10 van de 15 verenigingen met minstens 500 leden).

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan

21

Van de 17 verengingen zijn er 13 tevreden over de samenwerking. Geen enkele vereniging is er ontevreden over. De rest (4 verenigingen) is er niet tevreden en ook niet ontevreden over.

22

Ondersteuning door gemeente Subsidie voor sportverenigingen Aan de verenigingen is de volgende vraag voorgelegd: “Per 1 januari 2018 zijn de “beleidsregels subsidies Sport en Bewegen gemeente Nijmegen 2018” in werking getreden. Weet u waarvoor sportverenigingen sinds die tijd bij de gemeente subsidie kunnen aanvragen?” Van de 54 verenigingen geven er 44 aan een beetje tot goed op de hoogte te zijn (82%): 9 “een beetje”, 22 “redelijk” en 13 “goed”. Tien verenigingen geven aan er niet van op de hoogte te zijn; 9 daarvan tellen minder dan 250 leden. Van de 54 verenigingen geven er 21 aan dat ze na 1 januari 2018 bij de gemeente subsidie hebben aangevraagd (39%). Bij 7 verenigingen heeft de invuller van de vragenlijst aangegeven niet te weten of de vereniging dat gedaan heeft. Het vaakst is er subsidie aangevraagd voor:  activiteiten om sporten bij de jeugd te stimuleren (10 verenigingen);  deskundigheidsbevordering vrijwilligers (9 verenigingen);  een bijdrage in trainingsuren voor een speciale doelgroep (8 verenigingen);  aanbod ontwikkelen voor een speciale doelgroep (4 verenigingen).

Verder hebben 1 of enkele verenigingen subsidie aangevraagd voor:  een initiatief om meer mensen aan sporten/bewegen te krijgen;  een activiteit in kader van maatschappelijk betrokken vereniging;  een jubileum;  invoeren rookvrije sportvereniging;  onderzoeken mogelijkheden duurzaamheidsmaatregelen;  een topsportevenement. Verenigingen hebben nauwelijks opmerkingen over het aanvraagproces voor de subsidie, de voorwaarden voor de subsidie of de verantwoording van de subsidie; 1 vereniging vindt het onduidelijk waarvoor er precies subsidie aangevraagd kan worden. Zeven verenigingen geven aan bepaalde subsidiemogelijkheden te missen. Daarbij is het onderwerp “trainers” door 4 verenigingen genoemd: trainersondersteuning, trainingsuren voor de jeugd, gediplomeerde jeugdtrainers en trainers inzetten voor maatschappelijke taken. Samenwerking met buurtsportcoaches Buursportcoaches van de gemeente Nijmegen zijn actief in de stadsdelen en wijken om bewoners en sportaanbieders te ondersteunen bij sport en bewegen. Van de 54 verenigingen geven er 46 aan dat ze het afgelopen jaar contact met 1 of meer buurtsportcoaches hadden (85%). De verenigingen, die geen contact met buurtsportcoaches hadden, tellen op 1 na minder dan 250 leden. Het vaakst is er contact geweest over de coronacrisis en ledenwerving.

Verder noemen 2 tot 4 verenigingen de volgende onderwerpen:  activiteiten op scholen;

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan

23

      

activiteiten in de wijk; het Nijmeegs Sportakkoord; clinics; sportstimulering ouderen; sportstimulering jeugd; subsidie; (jeugd)beleid.

Van de 46 verenigingen zijn er 35 tevreden over wat het contact met de buurtsportcoach heeft opgeleverd; 2 verenigingen zijn er ontevreden over. De rest (9 verenigingen) is er niet tevreden en ook niet ontevreden over. Andere ondersteuning Van de 54 verenigingen hebben er 17 in het afgelopen jaar bij de gemeente ondersteuning gevraagd - anders dan het aanvragen van subsidie - die niet met de coronacrisis te maken had. Twee verenigingen hebben ondersteuning gevraagd bij het zoeken naar te huren zaalruimte. De overige ondersteuningsvragen hadden met uiteenlopende zaken te maken. Van de 17 verenigingen zijn er 10 tevreden over hoe de gemeente is omgegaan met de vraag om ondersteuning; 5 zijn er ontevreden over. De rest (2 verenigingen) is er niet tevreden en ook niet ontevreden over. Tot de ontevreden verenigingen behoren de twee verenigingen die ondersteuning hebben gevraagd bij het zoeken naar zaalruimte.

24

Effecten coronacrisis Gevraagd is wat de belangrijkste effecten van de coronacrisis voor de vereniging zijn, behalve dat verenigingen zich aan de door de overheid vastgestelde maatregelen moeten houden.  30 van de 54 verenigingen noemen de financiële gevolgen (daling/gebrek aan inkomsten, minder kantine-inkomsten, minder opbrengsten vanuit contributie, deel van leden wil geen contributie betalen, bezuinigingen op budgetten en personeel, onduidelijkheid over wat er met de huurkosten gebeurt).  6 verenigingen noemen een afname van het aantal leden en nog eens 7 verenigingen geven aan dat ze meer moeite hebben om nieuwe leden te werven. Aan de andere kant zijn er 2 verenigingen die het idee hebben dat de coronacrisis tot ledengroei heeft geleid.  13 verenigingen zien negatieve effecten voor het clubgevoel of voor de samenhang binnen de vereniging. Van de 54 verenigingen hebben er 31 naar aanleiding van de coronacrisis bij de gemeente ondersteuning gevraagd (57%). In veel gevallen ging het over huurvrijstelling/compensatie vanwege het minder/niet mogen sporten op en in de gehuurde velden en zalen. Verder heeft een aantal verenigingen financiële ondersteuning gevraagd. Van de 31 verenigingen zijn er 18 tevreden over hoe de gemeente is omgegaan met de vraag om ondersteuning; 4 zijn er ontevreden over. De rest (9 verenigingen) is er niet tevreden en ook niet ontevreden over.

Drie verenigingen geven aan dat het lang duurt voordat de gemeente zekerheid geeft over de gevraagde ondersteuning.

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan

25

Knelpunten en ambities Knelpunten Bij de vraag naar de voornaamste knelpunten, die op dit moment bij de vereniging spelen, is de coronacrisis vaak genoemd (door 23 van de 54 verenigingen). Dit zijn verder de meest genoemde knelpunten:  21 verenigingen geven aan meer vrijwilligers te willen hebben. De meeste van die 21 verenigingen hebben die behoefte bij deze vraag niet verder gespecificeerd. Vijf verenigingen geven aan behoefte te hebben aan meer trainers. Twee verenigingen noemen de bezetting van het bestuur.  15 verenigingen noemen de financiën of inkomsten.  10 binnensportverenigingen (waaronder enkele verenigingen die ook buitensport bieden) noemen knelpunten m.b.t. de accommodatie: te weinig uren in sportzalen beschikbaar (3 verenigingen), te hoge zaalhuur/huurkosten (3 verenigingen), geen binnenruimte voor in de winter (2 verenigingen), de kwaliteit/inrichting van sportzalen (1 vereniging) en de bezetting op de speelavond (1 vereniging).  6 buitensportverenigingen noemen knelpunten m.b.t. de accommodatie: te weinig (trainings)velden (4 voetbalverenigingen; bij 1 vereniging in combinatie met ruimtetekort voor clubgebouw en bij 1 vereniging in combinatie met te weinig kleedkamers), slechte kwaliteit velden (1 vereniging) en te drukke bezetting op de banen (1 vereniging).

 9 van de 54 verenigingen noemen het voldoende leden blijven houden, het binden van de huidige leden of het werven van nieuwe leden. Ambities De meest genoemde ambities zijn de volgende:  30 verenigingen hebben aangegeven dat ze een groei van het ledental nastreven. Daarnaast zijn er 8 verenigingen die streven naar een stabiel ledental.  13 verenigingen geven aan financieel gezond te willen blijven of worden.  9 verenigingen willen het niveau verhogen (trainingen professionaliseren, meer teams in hogere klassen, betere prestaties, talentontwikkeling).  8 verenigingen streven naar meer vrijwilligers. De meeste van die 8 hebben daarbij niet gespecificeerd voor welke taken ze meer vrijwilligers willen; 1 vereniging wil vernieuwing van het bestuur.  6 verenigingen hebben topsportambities (vaste plek in nationale top, mannen- én vrouwenteam op hoogste niveau, eens in de drie jaar landskampioen worden, grootste leverancier zijn voor topsporters voor Papendal).  5 buitensportverenigingen hebben een ambitie m.b.t. de accommodatie genoemd: meer banen (2 verenigingen), een nieuwe locatie (1 vereniging), uitbreiding en overkapping van de accommodatie (1 vereniging) en de accommodatie laten meegroeien met de ledengroei (1 vereniging). Van de binnensportverenigingen heeft er 1 een ambitie m.b.t. de accommodatie genoemd, namelijk groei van de zaalruimte.

26

Vitaliteit Het onderzoek onder de sportverenigingen geeft een globaal beeld van de vitaliteit van de verenigingen. Verenigingen, waarbij meerdere van de volgende knelpunten spelen, lijken qua vitaliteit minder goed te scoren:  ledental gedaald;  onvoldoende vrijwilligers;  onvrede over bezetting bestuur;  financiële situatie ongezond. Bij geen van de 54 verenigingen spelen alle vier de knelpunten; bij 1 vereniging spelen er drie, bij 6 verenigingen twee en bij 23 verenigingen één. Bij 24 verenigingen speelt geen van deze knelpunten. In vergelijking met 2018 is dit een gunstig beeld. In 2020 speelt bij 87% maximaal 1 van de knelpunten, in 2018 was dat bij 72% van de verenigingen. Tot de 7 verenigingen, waar twee of drie knelpunten spelen, behoren 3 voetbalverenigingen.

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan

27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=d631ab5f-fdc8-4c82-938f-873b4218f5c3