Rapportage Monitor sportverenigingen- en aanbieders 2022
Tekst van het document
Monitor sportverenigingen en -aanbieders Meting najaar 2022
februari 2023 Opgesteld door: Ad Manders, team Onderzoek en Statistiek, gemeente Nijmegen
▪
▪
1
Inhoudsopgave Inhoudsopgave Samenvatting Inleiding Leden Kader Financiële positie Vitaliteit Accommodatie Maatschappelijke thema’s Samenwerking Extra inzet voor doelgroepen Ondersteuning door de gemeente Knelpunten en ambities Bijlage: sportverenigingen en -aanbieders, die aan de meting in 2022 hebben deelgenomen
2
2 3 6 8 12 14 15 16 18 22 26 29 30 31
Samenvatting Sportverenigingen zijn onmisbaar bij het stimuleren van sporten en bewegen in de stad. Daarom wil de gemeente de ontwikkelingen bij die verenigingen volgen. In oktober 2022 hebben we 76 sportverenigingen uitgenodigd om een vragenlijst in te vullen; 37 verenigingen hebben dat gedaan. Die 37 verenigingen hebben in totaal rond de 14.500 leden. Dat is naar schatting 47% van de leden van alle benaderde verenigingen tezamen. In 2022 zijn voor het eerst ook andere sport- en beweegaanbieders benaderd. Van de 66 benaderde aanbieders hebben er 28 aan het onderzoek deelgenomen. De vragenlijst voor de aanbieders ging vooral over de samenwerking met andere partijen, de inzet voor doelgroepen en de contacten met de gemeente. Leden Bij 15 van de 37 verenigingen is het ledental gestegen, bij 14 ongeveer gelijk gebleven en bij 8 gedaald. Een stijgend ledental komt relatief vaak voor bij racketsporten en een dalend ledental bij kleinere verenigingen (minder dan 100 leden) en vereniging die individuele sporten (anders dan racketsporten) bieden. Landelijke registratiecijfers van NOC*NSF laten zien dat het percentage sportverenigingsleden in Nijmegen in de periode 2017-2021 licht gestegen is, van 22,2% in 2017 naar 23,6% in 2021. Dat is hoger dan gemiddeld in de vaste set van benchmarksteden (21,1%).
Die vaste set van benchmarksteden bestaat uit Arnhem, Eindhoven, Enschede, Groningen, Leiden, Maastricht en Tilburg. In vergelijking met de benchmarksteden zijn Nijmegenaren relatief vaak lid van verenigingen binnen de volgende sporttakken: voetbal, tennis, hockey, wandelsport, turnen/gymnastiek en atletiek. Nijmegenaren zijn minder vaak lid van een golfclub. De meeste sportverenigingen en andere sport- en beweegaanbieders richten zich op een breder gebied, vaak op heel Nijmegen of op de regio. Kader 24 van 37 verenigingen geven aan voldoende vrijwilligers te hebben. Ook bij de voorgaande metingen zagen we dat een meerderheid van de verenigingen voldoende vrijwilligers had. Wel is een groot deel van de verenigingen met voldoende vrijwilligers op zoek naar extra vrijwilligers. In totaal zijn 31 van de 37 verenigingen op zoek naar vrijwilligers. De verenigingen met meer dan 500 leden zijn dat allemaal. Van de 31 verenigingen is meer dan de helft op zoek naar bestuursleden, commissieleden, sponsorcommissieleden in het bijzonder, mensen om training of les te geven en scheidsrechters/mensen voor jurering. Enerzijds zien we dat veel verenigingen bestuursleden zoeken, anderzijds geven weinig verenigingen aan dat ze ontevreden zijn over de huidige bezetting van het bestuur (4 van de 37).
Financiële positie 30 van de 37 verenigingen geven aan dat de financiële situatie van de vereniging gezond is, 6 verenigingen geven aan dat deze niet gezond en ook niet ongezond is en 1 verenigingen geeft aan dat deze ongezond is. Ook bij de voorgaande metingen gaf een beperkt aantal verenigingen aan dat de financiële positie ongezond was. In vergelijking met de meting 2020 is de verhouding gezond-ongezond wat gunstiger.
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
3
Het meeste genoemde financiële knelpunt zijn de hoge energielasten (genoemd door 6 verenigingen). Vitaliteit Om een globaal beeld te geven van de vitaliteit van de verenigingen hebben we gekeken bij hoeveel verenigingen meerdere van de volgende vier knelpunten spelen: een dalend ledental, onvoldoende vrijwilligers, onvrede over de bezetting van het bestuur en een ongezonde financiële situatie. Bij geen van de 37 verenigingen spelen alle vier de knelpunten, bij 1 vereniging spelen er drie, bij 4 verenigingen twee en bij 15 verenigingen één. Bij 17 van de 37 verenigingen speelt geen van deze knelpunten. Dit beeld sluit aan bij de meting in 2020. Ook toen speelde bij de meeste verenigingen geen of een van de genoemde vier knelpunten. Accommodatie Aan het onderzoek hebben 7 buitensportverenigingen, die velden van de gemeente huren, meegedaan; 2 daarvan geven aan dat deze velden maximaal benut worden en dat ze behoefte hebben aan een extra veld. Van de 16 verenigingen, die gebruik maken van een buitensportaccommodatie, hebben er 8 een knelpunt m.b.t. die buitensportaccommodatie genoemd. En van de 21 verenigingen, die binnensport bieden, hebben er 6 een knelpunt m.b.t. een binnensportaccommodatie genoemd. Het gaat om uiteenlopende knelpunten (zie het hoofdstuk “Accommodatie”).
Maatschappelijke thema’s • 33 van de 37 verenigingen en 21 van de 28 andere sport- en beweegaanbieders besteden aandacht aan het thema ‘sportiviteit en respect’. • 12 verenigingen besteden aandacht aan het thema ‘breed motorisch opleiden’. • 8 van de 21 verenigingen en 3 van de 6 andere sport- en beweegaanbieders met een eigen clubhuis/kantine hebben een gezonde kantine. • Bij 2 verenigingen wordt het clubhuis regelmatig voor wijkactiviteiten gebruikt en bij 6 ‘af en toe’; 4 verenigingen zien kansen om hun clubhuis/kantine vaker voor wijkactiviteiten ter beschikking te stellen. • 3 verenigingen en 2 andere sport- en beweegaanbieders organiseren regelmatig extra activiteiten voor de wijk en 19 verenigingen en 13 andere sport- en beweegaanbieders ‘af en toe’. • Van de 16 sportverenigingen, die gebruik maken van buitensportaccommodaties, zijn er 10 volledig rookvrij. Bij nog eens 2 zijn er afspraken over gemaakt vanaf wanneer ze dat zijn. In vergelijking met 2020 is het aandeel rookvrije verenigingen wat toegenomen. • Van de 29 verenigingen en 11 andere sport- en beweegaanbieders, die duurzaamheidsmaatregelen kunnen nemen, hebben er 21 respectievelijk 8 dat gedaan. In vergelijking met 2020 wil een groter aandeel verenigingen extra duurzaamheidsmaatregelen nemen.
• 8 van de 37 verenigingen staan open voor het inzetten van jongerenwerkers bij sportverenigingen om zo jongeren met problemen te helpen. • 12 van de 28 andere sport- en beweegaanbieders hebben een aanbod voor bedrijven en instellingen, gericht op het verbeteren van de gezondheid van werknemers.
4
•
•
21 van de 28 andere sport- en beweegaanbieders staan ervoor open om met de gemeente en andere partijen samen te werken aan de doelstelling om alle Nijmegenaren aan het sporten en bewegen te krijgen; 18 van de 28 andere sport- en beweegaanbieders hebben ambities als het gaat om hun rol op maatschappelijk vlak.
Samenwerking De meeste verenigingen (34 van de 37) en andere sport- en beweegaanbieders (26 van de 28) werken samen met een of meer andere partijen. De verenigingen werken het meest samen met de gemeente, andere sportverenigingen en fysio’s/fysiotherapeuten. De andere sport- en beweegaanbieders werken het meest samen met de gemeente, andere sportverenigingen/-aanbieders, fysio’s/fysiotherapeuten en voortgezet onderwijs scholen. In het hoofdstuk “Samenwerking” is nader beschreven om wat voor samenwerking het gaat. Vaak is er tevredenheid over de samenwerking. In beperkte mate komt het voor dat verenigingen of andere sport- en beweegaanbieders ontevreden zijn over de samenwerking. Extra inzet voor doelgroepen Veel verenigingen (31 van de 37) en de meeste andere sport- en beweegaanbieder (26 van de 28) zetten zich speciaal in voor een of meer doelgroepen. De verenigingen zetten zich relatief vaak speciaal in voor verschillende leeftijdsgroepen (vooral de jeugd), mensen met een laag inkomen en mensen met beperkingen. De andere sport- en beweegaanbieders zetten zich relatief vaak speciaal in voor mensen met een laag inkomen, verschillende leeftijdsgroepen, mensen met beperkingen, mensen die te weinig bewegen en mensen met overgewicht.
Ondersteuning door gemeente 16 van de 37 verenigingen hebben het afgelopen jaar ondersteuning van de gemeente gevraagd; 12 verenigingen zijn tevreden over de geboden ondersteuning, 1 vereniging is er niet tevreden en niet ontevreden over en 3 verenigingen zijn er ontevreden over. 25 van de 37 verenigingen en 20 van de 28 andere sport- en beweegaanbieders hebben het afgelopen jaar contact gehad met een medewerker van het Sportbedrijf of een buurtsportcoach. Een meerderheid van de verenigingen en bijna alle andere sport- en beweegaanbieders zijn tevreden over dat contact. Een beperkt aantal verengingen is er ontevreden over. De meeste andere sport- en beweegaanbieders zijn niet of niet goed bekend met de subsidiemogelijkheden van de gemeente voor activiteiten, cursussen en initiatieven op het vlak van sport. Knelpunten en ambities De meest genoemde knelpunten van de verenigingen hebben te maken met de behoefte aan vrijwilligers (15 verenigingen), de accommodatie (14 verenigingen), het ledental (11 verenigingen) en de financiën (10 verenigingen). De meeste genoemde ambities zijn ledengroei (17 verenigingen) en ambities die te maken hebben met het kader (ook 17 verenigingen).
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
5
Inleiding Een leven lang met plezier sporten en bewegen voor iedere Nijmegenaar; om die reden stimuleert de gemeente Nijmegen sporten en bewegen in onze stad. Sportverenigingen zijn daarin onmisbaar. Daarom wil de gemeente volgen hoe het met de sportverenigingen gaat, onder meer op het vlak van leden, kader en financiën. Dat doen we via de Nijmeegse Sportverenigingsmonitor. In 2022 zijn behalve de sportverenigingen voor het eerst ook andere sport- en beweegaanbieders benaderd. Sportverenigingen Voor de meting in 2022 zijn 76 grotere sportverenigingen (minstens 50 leden) benaderd binnen de volgende categorieën: • teamsporten (voetbal, hockey, volleybal, basketbal, korfbal, ijshockey enzovoorts); • racketsporten (tennis, badminton, tafeltennis); • bewegen individueel in sporthal of op sportcomplex (atletiek, zwemmen, schaatsen, gymnastiek, turnen enzovoorts); • vecht- en verdedigingssporten. Aan de meting in 2022, die plaatsvond van begin oktober tot begin december, hebben 37 verenigingen deelgenomen (49% van de 76 verenigingen). Dat is een lagere deelname dan bij alle voorgaande metingen, terwijl er aan de wijze van het uitnodigen voor het onderzoek niets is veranderd; na de uitnodiging is nog twee keer een reminder gestuurd en aan het gemeentelijk Sportbedrijf is gevraagd om de deelname aan het onderzoek te promoten. In 2018 namen 49 verenigingen deel en in 2020 54.
Vanaf 2017 is de frequentie van de metingen op verzoek van de raad toegenomen. In de periode daarvoor (2005-2017) werd vierjaarlijks een meting gehouden. De verhoogde frequentie kan een reden zijn voor de lagere respons in 2022. De 37 verenigingen, die aan de meting in 2022 hebben meegedaan, hebben in totaal rond de 14.500 leden. Dat is naar schatting 47% van het totaalaantal leden van alle benaderde verenigingen tezamen. Tot de 37 verenigingen behoren onder meer: • 6 voetbalverenigingen; • 5 tennisverenigingen; • 4 verenigingen voor vecht- en verdedigingssport; • 3 atletiekverenigingen; • 2 korfbalverenigingen; • 2 badmintonverenigingen; • 2 zwemverenigingen. In de bijlage is een lijst opgenomen van alle sportverenigingen, die hebben deelgenomen. Bij de analyse maken we onderscheid tussen teamsporten, racketsporten (tennis, badminton, tafeltennis) en overige individuele sporten (bijvoorbeeld atletiek, zwemmen en schaatsen en vecht- en verdedigingssporten).
6
Andere sport en beweegaanbieders Voor de meting van 2022 zijn 66 andere sport- en beweegaanbieders in de stad benaderd. Het gaat om sport- en beweegaanbieders, waarmee het gemeentelijk Sportbedrijf in de afgelopen jaren contact heeft gehad. Van die 66 aanbieders hebben er 28 de vragenlijst ingevuld (42%). Ze bieden onder meer fitness, bootcamp, krachttraining, boulderen, beachsporten, padel, personal training, boksen, judo, rolstoel- en rollatordansen, gymlessen, yoga, dans en conditietraining. 18 aanbieders bieden alleen of vooral binnensport, 7 alleen of vooral buitensport en 3 zowel binnen- als buitensport. Bij 4 van de 28 aanbieders sporten/bewegen ‘minder dan 100 personen’, bij 8 ‘100 tot 250’, bij 11 ‘250 tot 500’ en bij 5 ‘500 of meer’. In de bijlage is een lijst opgenomen van alle andere sport- en beweegaanbieders, die hebben deelgenomen. In de vragenlijst voor de andere sport- en beweegaanbieders zijn vragen opgenomen over de samenwerking met andere partijen, de inzet voor doelgroepen en contacten met de gemeente. In de hoofdstukken over deze onderwerpen zijn de uitkomsten voor zowel de sportverenigingen als de andere sport- en beweegaanbieders opgenomen.
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
7
Leden De verdeling naar ledental voor de 37 verenigingen, die aan de meting in 2020 hebben deelgenomen, is als volgt: 14 12 12 10 10 8 6 6
5 4
4 2 0
minder dan 100 100 - 249 leden 250 - 499 leden 500 - 999 leden leden
1.000 of meer leden
Figuur 1: Aantal leden voor de 37 verenigingen die aan de meting hebben deelgenomen
Gemiddeld hebben de 37 verenigingen circa 400 leden. Bij 15 van de 37 verenigingen is het ledental in het voorgaande jaar toegenomen, bij 14 ongeveer gelijk gebleven en bij 8 verenigingen afgenomen. Ook bij de metingen in 2018 en 2020 was het aantal verenigingen met een groeiend ledental groter dan het aantal verenigingen met een afnemend ledental. 2022
2020
2018 0%
10%
20%
30% toename
40%
50%
60%
(tamelijk) stabiel
70%
80%
90%
100%
afname
Figuur 2: Ontwikkeling ledental t.o.v. vorig seizoen/jaar
Een stijgend ledental komt relatief vaak voor bij racketsporten en een dalend ledental bij kleinere verenigingen (minder dan 100 leden) en vereniging die individuele sporten (anders dan racketsporten) bieden. Bij de vraag naar de voornaamste knelpunten, die er bij de verenigingen spelen, hebben 11 verenigingen knelpunten m.b.t. het ledental genoemd, onder meer een tekort aan leden (3 verenigingen), een terugloop van het ledental (3 verenigingen), het moeilijk kunnen behouden van leden (2 verenigingen) en veroudering van het ledenbestand/minder instroom van jeugdleden (2 verenigingen).
8
Bij de vraag naar de voornaamste ambities voor de komende vier jaar hebben 17 verenigingen aangegeven dat ze een groei van het ledental nastreven. Dit is de meest genoemde ambitie. Daarnaast zijn er 7 verenigingen die aangeven dat ledenbehoud of een stabiel ledental een belangrijke ambitie is. Uit lokaal bevolkingsonderzoek onder volwassenen (Burgerpeiling 2021, O&S) en middelbare scholieren (Gezondheidsmonitor jeugd 2021, GGD Gelderland Zuid) blijkt dat het percentage Nijmegenaren dat lid is van een sportvereniging de afgelopen jaren niet sterk veranderd is. In 2021 geeft een kwart van de volwassenen aan lid van een sportvereniging te zijn (versus 24% in 2019) en geeft 74% van de middelbare scholieren aan wekelijks bij een vereniging of sportschool te sporten (versus 76% in 2019). Behalve de cijfers uit de bevolkingsonderzoeken zijn er ook de registratiecijfers van NOC*NSF. Het percentage Nijmegenaren, dat lid is van 1 of meer bij sportbonden aangesloten sportverenigingen, is gestegen van 22,2% in 2017 naar 23,6% in 2021. Die 23,6% is hoger dan het gemiddelde voor onze vaste set van benchmarksteden: 21,1% (Arnhem, Eindhoven, Enschede, Groningen, Leiden, Maastricht en Tilburg). Het percentage Nijmegenaren dat lid is van een sportvereniging komt steeds meer in de buurt van het landelijke gemiddelde (ruim 24%).
In vergelijking met de benchmarksteden zijn Nijmegenaren relatief veel lid van een vereniging binnen de volgende sporttakken: voetbal, tennis, hockey, wandelsport, turnen/gymnastiek en atletiek. Nijmegenaren zijn minder vaak lid van een golfclub en een zwemvereniging (zie figuur hieronder). Als we vergelijken met het landelijk beeld zijn de grootste verschillen dat Nijmegen relatief veel leden van hockey- en wandelsportverenigingen heeft en relatief weinig leden van golfclubs, voetbalverenigingen en paardensportverenigingen telt. 5,7% 5,3%
voetbalvereniging 3,5% 2,9%
tennisvereniging hockeyclub
2,0% 1,6%
golfclub
1,5% 1,9%
wandelsport
1,5% 0,5%
turn-/gymnastiek vereniging
1,3% 0,8%
atletiekvereniging
0,8% 0,6%
zwemclub
0,4% 0,6%
paardensportvereniging
0,4% 0,5%
0,0%
1,0%
Nijmegen gemiddelde benchmarksteden
2,0%
3,0%
4,0%
5,0%
6,0%
Figuur 3: Percentage Nijmegenaren dat lid is van een sportvereniging, per sporttak, in 2021 (NOC*NSF; www.sportenbewegenincijfers.nl)
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
9
In absolute aantallen telt Nijmegen circa 10.000 leden van voetbalverenigingen, circa 6.000 leden van tennisverenigingen, circa 3.500 leden van hockeyverenigingen, circa 2.200 leden van turn-/gymnastiekverenigingen, circa 1.400 leden van atletiekverenigingen, circa 900 leden van zwemverenigingen en circa 900 leden van volleybalverenigingen. Niet alle leden zijn actieve sporters. Er zijn bijvoorbeeld bestuursleden en trainers lid, die zelf niet actief sporten. Jeugdleden Bij 8 van de 37 verenigingen is minstens de helft van de leden onder de 18 jaar en bij 17 verenigingen, waaronder 5 tennisverenigingen, minder dan een kwart. Kijken we naar de absolute aantallen dan zien we veel jeugdleden bij voetbal, turnen/gymnastiek, zwemmen (op basis van meting in 2022) en ook hockey (op basis van meting in 2020). Uit landelijke cijfers blijkt dat voor jongens voetbal veruit de belangrijkste verenigingssport is. Voor meisjes is dat turnen/gymnastiek, gevolgd door hockey en voetbal. Volwassen leden Bij 28 van de 37 verenigingen is minstens de helft van de leden volwassen en bij 1 vereniging minder dan een kwart. Kijken we naar de absolute aantallen dan zien we veel volwassen leden bij voetbal en tennis (op basis van meting in 2022) en ook hockey (op basis van meting in 2020).
Uit de Burgerpeiling 2021 blijkt dat bij volwassen Nijmeegse mannen voetbal, tennis en hockey de grootste verenigingssporten zijn. Landelijk zijn dat voetbal, golf en tennis. Bij de volwassen Nijmeegse vrouwen zijn tennis, hockey en danssport de grootste verenigingssporten. Landelijk zijn dat tennis, golf, voetbal en paardensport. Zowel in Nijmegen als landelijk zien we dat mannen vaker lid van een sportvereniging zijn dan vrouwen. Leden vanaf 60 jaar Bij 5 van de 37 verenigingen is circa de helft van de leden of meer 60 jaar of ouder; 3 van die 5 verenigingen bieden racketsporten. Kijken we naar de absolute aantallen, dan zien we dat 4 van de 37 verenigingen meer dan 100 leden van 60 jaar en ouder hebben (waaronder 3 verenigingen, die racketsporten bieden). Andere abonnementsvormen Gevraagd is of de vereniging behalve jaarabonnementen ook abonnementen voor kortere tijd of flexibele abonnementen (zoals strippenkaarten) biedt. Van de 37 verenigingen bieden er 13 abonnementen voor kortere tijd of flexibele abonnementen en 1 vereniging wil dat gaan doen. Tot die 13 verenigingen behoren relatief veel verenigingen die racketsporten bieden (5). Gebied waarop de vereniging zich richt Gevraagd is of de vereniging zich vooral op de wijk, op meer wijken/gebieden in de stad, op heel Nijmegen of op de regio is gericht.
De meeste verenigingen zijn op een breder gebied gericht: 16 van de 37 op de regio, 12 op heel Nijmegen, 5 op meer wijken/gebieden in de stad en 4 op de wijk.
10
Ook voor de 28 andere sport- en beweegaanbieders geldt dat ze zich veelal op de groter gebied richten: 5 op meer wijken/gebieden in de stad, 10 op heel Nijmegen en 13 op de regio. Opleidingsniveau Uit lokale bevolkingsonderzoeken, die in 2021 zijn uitgevoerd, weten we dat praktisch geschoolden naar verhouding minder vaak lid van een sportvereniging zijn. Van de praktisch geschoolde volwassenen Nijmegenaren is 14% lid van een sportvereniging, van de middelbaar opgeleiden 19% en van de personen met een hbo- of universitaire opleiding 29%. En van de leerlingen vmbo-basis/kader sport 68% wekelijks bij een vereniging of sportschool, versus 71% van de leerlingen vmbo-theoretische/gemengde leerweg, 77% van de havo-leerlingen en 79% van de vwo-leerlingen.
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
11
Kader 24 van 37 verenigingen geven aan voldoende vrijwilligers te hebben. Ook bij de voorgaande metingen zagen we dat een meerderheid van de verenigingen aangaf voldoende vrijwilligers te hebben. 2022
2020
2018 0%
10%
onvoldoende
20%
30%
40%
50%
60%
70%
voldoende, wel op zoek naar extra vrijwilligers
80%
90%
100%
voldoende, niet op zoek
Figuur 4: Percentage verenigingen met een tekort aan vrijwilligers
Wel is een groot deel van de verenigingen, die voldoende vrijwilligers hebben, op zoek naar extra vrijwilligers. In totaal zijn 31 van de 37 verenigingen op zoek naar vrijwilligers. De verenigingen met meer dan 500 leden zijn dat allemaal. Van de 31 verenigingen is meer dan de helft op zoek naar bestuursleden, commissieleden, sponsorcommissieleden in het bijzonder, mensen om training of les te geven en scheidsrechters/mensen voor jurering (zie figuur op volgende pagina). Bij de vraag naar de voornaamste knelpunten, die er bij de verenigingen spelen, geven 15 van de 37 verenigingen aan meer vrijwilligers te willen hebben; 3 daarvan geven aan op zoek te zijn naar trainers of begeleiders en 2 naar bestuursleden. Bij de vraag naar de voornaamste ambities voor de komende vier jaar hebben 17 verenigingen ambities m.b.t. vrijwilligers genoemd. Het gaat om onder meer om uitbreiding van het aantal vrijwilligers in het algemeen, meer vrijwilligers voor specifieke taken en de kwaliteit van het kader.
12
bestuursleden
17
commissies
17
sponsorcommissie
16
training, lesgeven
17
scheidsrechter, jurering
16
coaching, begeleiding teams
13
communicatie, samenstelling clubblad, onderhoud website, social media
13
organisatie wedstrijden, toernooien, evenementen
12
bar-, kantinediensten
11
ledenwerving
11 8
beheer, onderhoud materiaal beheer, onderhoud, schoonmaak accommodatie
6
administratieve taken
6 0
5
10
15
20
Figuur 5: Taken waarvoor verenigingen vrijwilligers zoeken
29 van de 37 verenigingen zijn tevreden over de huidige bezetting van het bestuur, 4 verenigingen zijn daar niet tevreden en niet ontevreden over en 4 verenigingen zijn er ontevreden over. Ook bij de vorige meting in 2020 was een ruime meerderheid tevreden over de bezetting van het bestuur. 2022 2020 2018 0%
10%
20%
zeer tevreden
30% tevreden
40%
50%
neutraal
60%
70%
ontevreden
80%
90%
100%
zeer ontevreden
Figuur 6: Tevredenheid over de bezetting van het bestuur
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
13
Financiële positie 30 van de 37 verenigingen geven aan dat de financiële situatie van de vereniging gezond is, 6 verenigingen geven aan dat deze niet gezond en ook niet ongezond is en 1 verenigingen geeft aan dat deze ongezond is. Ook bij de voorgaande metingen gaf een beperkt aantal verenigingen aan dat de financiële positie ongezond was. In vergelijking met de meting 2020 is de verhouding gezond-ongezond wat gunstiger. 2022 2020 2018 0%
20%
zeer gezond
gezond
40%
60%
niet gezond, niet ongezond
80% ongezond
100%
zeer ongezond
Figuur 7: Oordeel over de financiële situatie van de vereniging
Bij de vraag naar de voornaamste knelpunten bij de vereniging hebben 10 verenigingen een of meer zaken genoemd die met de financiële situatie te maken hebben: 6 verenigingen noemen de hoge energielasten, 3 de hoge huurlasten, 1 vereniging noemt de financiële stabiliteit, 1 vereniging geeft aan moeite te hebben met het vinden van sponsoren en bij 1 vereniging staat de liquiditeit onder druk. Bij de vraag naar de voornaamste ambities voor de komende vier jaar hebben 7 verenigingen ambities m.b.t. financiën genoemd: 3 verenigingen willen de sponsorinkomsten verhogen en 4 verenigingen geven aan te streven naar financiële stabiliteit of een financieel gezonde vereniging.
14
Vitaliteit Het onderzoek onder de sportverenigingen geeft een globaal beeld van de vitaliteit van de verenigingen. Verenigingen, waarbij meerdere van de volgende knelpunten spelen, lijken qua vitaliteit minder goed te scoren: • ledental gedaald; • onvoldoende vrijwilligers; • onvrede over bezetting bestuur; • financiële situatie ongezond. Bij geen van de 37 verenigingen spelen alle vier de knelpunten, bij 1 vereniging spelen er drie, bij 4 verenigingen twee en bij 15 verenigingen één. Bij 17 van de 37 verenigingen speelt geen van deze knelpunten. Dit beeld sluit aan bij de meting in 2020. Ook toen speelde bij de meeste verenigingen geen of een van de genoemde vier knelpunten. De 5 verenigingen, waar twee of drie knelpunten spelen, behoren tot 5 verschillende sporttakken.
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
15
Accommodatie Vragen over buitensportvelden gehuurd van de gemeente Net als bij de meting in 2020 zijn aan buitensportverenigingen vragen voorgelegd over het huren van velden van de gemeente. Dit is gedaan om meer zicht te krijgen op het gebruik van die velden. In hoeverre worden de velden maximaal benut? En in hoeverre hebben verenigingen behoefte aan extra velden? Van de 37 verenigingen maken er 16 gebruik van buitensportaccommodaties; 7 van die 16 verenigingen huren een of meer sportvelden van de gemeente. Aan die 7 verenigingen is de volgende vraag voorgelegd: “Verenigingen mogen een maximaal aantal uur gebruikmaken van de sportvelden, die ze van de gemeente huren. Hoger gebruik kan leiden tot intensiever onderhoud. Hoe zit het bij uw vereniging met de intensiteit van het gebruik van de gehuurde velden?” • 2 voetbalverenigingen geven aan dat de gehuurde velden maximaal benut worden en dat ze behoefte hebben aan nog een veld; • 3 verenigingen geven aan dat de gehuurde velden bijna maximaal worden benut en dat ze geen behoefte hebben aan nog een veld; • 1 verenigingen geven aan dat een deel van de gehuurde velden niet maximaal benut wordt; • 1 vereniging geeft aan dat het op de gehuurde atletiekbaan op sommige dagen heel druk is.
Gevraagd is of men nog iets wil opmerken over de intensiteit van het gebruik en/of de kwaliteit van de velden, die van de gemeente gehuurd worden: 3 verenigingen vinden dat het onderhoud van de velden beter kan, 2 vereniging zijn niet tevreden over de kwaliteit van de velden en 2 verenigingen geven aan dat een (kunstgras)veld aan vervanging toe is. Knelpunten m.b.t. buitensportaccommodaties 8 van de 16 verenigingen, die gebruik maken van een buitensportaccommodatie, hebben een of meer knelpunten m.b.t. de buitensportaccommodatie genoemd: • een deels verouderde accommodatie; • achterstallig onderhoud clubhuis; • diverse knelpunten m.b.t. het clubhuis; • tennisbanen op bepaalde momenten te druk; • onderhoud van tennisbanen is onvoldoende; • komend jaar behoefte aan extra kunstgrasveld; • knelpunten m.b.t. zowel velden als kleedkamers/opslag; • te weinig velden om te trainen en te weinig kleedkamers. 3 van die 8 verenigingen hebben ambities m.b.t. de accommodatie genoteerd: • verduurzamen, renoveren clubhuis; • accommodatie verder opknappen; • keuken renoveren, achterstallig onderhoud wegwerken. Knelpunten m.b.t. binnensportaccommodaties 14 van de 37 verenigingen bieden binnensport en nog eens 7 verenigingen bieden binnenén buitensport. Van de in totaal 21 verenigingen, die binnensport bieden, hebben er 6 een knelpunt m.b.t.
de binnensportaccommodatie genoemd: • ruimte kunnen vinden om de speeluren uit te breiden;
16
• • • • •
gebruik sportaccommodatie, oneigenlijk gebruik van sportmaterialen vereniging door derden (geen toestemming hiervoor verleend); zaal kunnen huren op fijne tijden; te weinig ruimte (badwater) om te sporten; de accommodatie is te oud en nauwelijks nog geschikt voor onze (prestatie)teams; verlate start seizoen door defect aan installatie die ijs maakt in Triavium.
2 van die 21 verenigingen hebben ambities m.b.t. de binnensportaccommodatie genoteerd: • betere ondersteuning door verhuurbalie; • intrekken in een nieuw zwembad met eigen clubruimte.
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
17
Maatschappelijke thema’s Sportiviteit en respect Aan de verenigingen is de volgende vraag voorgelegd: “Voor een veilig sportklimaat is een sportieve en respectvolle omgang met elkaar van belang. Besteedt uw vereniging aandacht aan het thema ‘sportiviteit en respect’?” • 25 van de 37 verenigingen geven aan hier aandacht aan te besteden; • 8 verenigingen besteden hier aandacht aan, maar willen nog verdere stappen zetten; • 1 vereniging besteedt hier geen aandacht aan, maar wil dat wel gaan doen; • 3 verenigingen besteden hier geen aandacht aan. Net als bij de meting in 2020 besteedt circa 90% van de verenigingen aandacht aan het thema sportiviteit en respect. Gevraagd is op wat voor manier de verenigingen aandacht aan sportiviteit en respect besteden. Dit zijn de meest gegeven antwoorden: • vereniging heeft een vertrouwenspersonen waar leden terecht kunnen; • via gedragsregels, gedragsrichtlijnen, gedragscode; • bij trainingen en/of wedstrijden is hier aandacht voor; • sportief en respectvol gedrag is inherent aan de sporttak; • via voorlichting, nieuwsbrieven; • opgenomen in beleidsplan, is beleidsspeerpunt; • mensen worden aangesproken of onsportief, respectloos gedrag; • gesprekken/bijeenkomsten met leden, ouders, kader; • VOG voor bestuurders, trainers, begeleiders.
Met betrekking tot een veilig sportklimaat is ook de volgende vraag voorgelegd: “Onderdeel van een veilig sportklimaat is dat mensen zich veilig voelen bij de sportaanbieder. Richt de aandacht voor een veilig sportklimaat binnen uw vereniging zich specifiek op één of een aantal groepen. Indien ja, op welke groep(en)?” 3 van de 37 verenigingen hebben deze vraag bevestigend beantwoord; bij die verenigingen is de aandacht voor een veilig sportklimaat specifiek gericht op jeugdleden (2 verenigingen), kwetsbare leden/leden met een beperking (1 vereniging) en nieuwe leden (1 vereniging). Ook aan de andere sport- en beweegaanbieders is gevraagd of ze aandacht besteden aan het thema ‘sportiviteit en respect’: • 18 van de 28 aanbieders geven aan hier aandacht aan te besteden; • 5 aanbieders besteden hier aandacht aan, maar willen nog verdere stappen zetten; • 1 aanbieder besteedt hier geen aandacht aan, maar wil dat wel gaan doen; • 1 aanbieder besteedt hier geen aandacht aan; • 3 keer ‘geen antwoord’. Bij de manier waarop hier aandacht wordt besteed zijn uiteenlopende antwoorden gegeven, onder meer: tijdens lessen/trainingen wordt er aandacht aan besteed, door iedereen gelijk te behandelen, door iedereen in z’n waarde te laten, door een prettige sfeer neer te zetten, door persoonlijke aandacht en via richtlijnen.
6 aanbieders geven aan dat de aandacht voor een veilig sportklimaat gericht is op één of een aantal groepen: kinderen (3 keer genoemd), mensen met een beperking (2 keer genoemd) en vrouwen (1 keer genoemd).
18
Breed motorisch opleiden Gevraagd is of men bekend is met het begrip “breed motorisch opleiden”. Van de 37 verengingen geven er 11 aan hiermee bekend te zijn en 7 ‘een beetje’. Vervolgens is de onderstaande toelichting gegeven met daarbij de vraag of de vereniging aandacht aan het thema breed motorisch opleiden besteedt of dit zou willen doen. “Met breed motorisch opleiden wordt een veelzijdige motorische ontwikkeling als de basis voor een leven lang met plezier sporten en bewegen bedoeld. Door op jonge leeftijd breed te ontwikkelen, zijn er op latere leeftijd meer ontwikkelingsmogelijkheden en is de kans groter om langer actief te blijven. De fundamentele vaardigheden bestaan uit wandelen, rennen en sprinten, springen, glijden, klimmen, gooien, draaien en/of rollen, steunen, ontwijken, balanceren, schieten en/of passen, slaan en/of stoten, stuiteren en/of dribbelen, duwen en/of trekken en zwaaien.” • 12 verenigingen geven aan dat ze al aandacht aan dit thema besteden; 6 verenigingen hebben dit antwoord toegelicht, waarvan er 5 aangeven dat dit bij de jeugdtrainingen gebeurt. • 5 verenigingen geven aan dat ze er aandacht aan zouden willen gaan besteden en nog eens 9 verenigingen willen dat misschien gaan doen. Gezonde kantine Van de 37 verenigingen geven er 21 aan over een eigen clubhuis of kantine te beschikken.
Gevraagd is of de kantine bij de vereniging een gezonde kantine is (een kantine met een aanbod en uitstraling, die gezonde keuzes aantrekkelijk en voor de hand liggend maken): • 4 verenigingen geven aan een gezonde kantine te hebben; • 4 verenigingen geven aan dat te hebben, maar willen nog wel verdere stappen daarin nemen; • 8 verenigingen hebben geen gezonde kantine, maar willen dat wel; • 5 verenigingen geven aan geen belangstelling voor dit onderwerp te hebben. Net als bij de meting in 2020 is circa driekwart van de verenigingen met dit thema bezig of wil de vereniging dat gaan doen. Van de 28 andere sport- en beweegaanbieders beschikken er 6 over een eigen kantine; 3 van die 6 aanbieders geven aan dat het om een gezonde kantine gaat. Gebruik clubhuis/kantine voor wijkactiviteiten Gevraagd is of verenigingen hun clubhuis/kantine weleens ter beschikking stellen voor wijkactiviteiten. Daarbij is toegelicht dat er activiteiten bedoeld worden, die niet door de vereniging worden georganiseerd. Bij 2 van de 21 verenigingen met een clubhuis/kantine gebeurt dit regelmatig of vaak, bij 6 verenigingen af en toe en bij 2 verenigingen is dat 1 keer voorgekomen. Gevraagd is om wat voor activiteiten het gaat.
Er worden verschillende activiteiten genoemd, onder meer buurtborrel, buurtbarbecue, bijeenkomsten, vergaderingen, repetitieruimte voor band, sportactiviteiten, schooltoernooien, lessen ROC en ruimte voor buurtzorg. 4 van de 21 verenigingen met een eigen clubhuis/kantine zien kansen om hun clubhuis/kantine vaker ter beschikking te stellen voor wijkactiviteiten (bij 3 van die 4
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
19
verenigingen vinden al af en toe of vaak wijkactiviteiten plaats). Nog eens 8 zien daar misschien kansen voor. Daarbij wordt onder meer opgemerkt dat het clubhuis overdag weinig gebruikt wordt of dat er op sommige dagen/tijdstippen ruimte is voor wijkactiviteiten. Organisatie van activiteiten voor de wijk Gevraagd is of de vereniging weleens (extra) activiteiten organiseert voor de wijk waar de vereniging sport; 3 van de 37 verenigingen geven aan dit ‘regelmatig’ te doen en 19 ‘af en toe’. Het gaat onder meer om clinics/activiteiten voor de jeugd/basisscholieren en sportactiviteiten/loopevenementen voor de buurt. Ook aan de andere sport- en beweegaanbieders is dit gevraagd; 3 van de 28 aanbieders geven aan dit ‘regelmatig’ of ‘vaak’ te doen en 13 ‘af en toe’. Het gaat onder meer om balkongym tijdens de coronacrisis, kennismakingslessen, workshops en activiteiten voor doelgroepen in de wijk. Rookvrije sportvereniging Aan de verenigingen, die buitensport bieden, is gevraagd of ze volledig rookvrij zijn (dat wil zeggen: er mag op het hele sportterrein - onder meer langs de sportvelden - niet gerookt worden).
Voor de 16 buitensportverenigingen, die gebruik maken van een buitensportaccommodatie, is dit het beeld: • 10 verenigingen geven aan dat ze volledig rookvrij zijn; • 2 verenigingen zijn dat nog niet, maar er zijn wel afspraken gemaakt over vanaf wanneer ze dat zijn; • 2 verenigingen zijn dat nog niet, maar willen dat wel worden; • 1 vereniging is niet rookvrij en ook niet mee bezig om dat te worden; • bij 1 vereniging mag alleen buiten op het terras gerookt worden. Bij de meting in 2022 is het aandeel verenigingen dat rookvrij is - inclusief de verenigingen waar er afspraken gemaakt zijn over vanaf wanneer ze dat zijn - hoger (driekwart) dan bij de meting in 2020 (circa twee derde). Duurzaamheidsmaatregelen Gevraagd is of de vereniging aandacht besteedt aan duurzaamheidsmaatregelen, bijvoorbeeld maatregelen om energie te besparen. Van de 37 verenigingen geven er 8 aan dat het aandacht besteden aan duurzaamheidsmaatregelen voor hen niet van toepassing is. Die 8 verenigingen beschikken niet over een eigen clubhuis of kantine. Voor de overige 29 verenigingen is dit het beeld: • 4 verenigingen besteden aandacht aan duurzaamheidsmaatregelen; • 17 verenigingen besteden er aandacht aan, maar willen nog verdere stappen nemen; • 4 verenigingen besteden geen aandacht aan duurzaamheidsmaatregelen, maar willen dat wel gaan doen.
• 4 verenigingen geven aan hier geen belangstelling voor te hebben. In vergelijking met 2020 is het aandeel dat aandacht heeft voor duurzaamheid niet sterk veranderd (rond de zeventig procent). Wel zien we een groei van het aandeel dat nog verdere stappen wil nemen.
20
Van de 28 andere sport- en beweegaanbieders geven er 17 aan dat het aandacht besteden aan duurzaamheidsmaatregelen voor hen niet van toepassing is. Die aanbieders beschikken niet over een eigen kantine. Een deel van die 17 verenigingen huurt sportlocaties en een deel biedt buitensport aan. Van de overige 11 aanbieders geven er 8 aan aandacht te besteden aan duurzaamheidsmaatregelen. Inzet van jongerenwerkers bij sportverenigingen Gevraagd is of de vereniging openstaat voor het inzetten van jongerenwerkers bij sportverenigingen om zo jongeren met problemen te helpen; 8 van de 37 verenigingen staan hiervoor open (waaronder 5 verenigingen met meer dan 500 leden) en nog eens 20 verenigingen staan hier ‘misschien’ voor open. Aanbod voor bedrijven/instellingen Aan de andere sport- en beweegaanbieders is gevraagd of ze een aanbod hebben voor bedrijven en instellingen, gericht op het verbeteren van de gezondheid van werknemers; 12 van de 28 aanbieders geven aan zo’n aanbod te hebben. Samenwerking bij sportstimulering Aan de andere sport- en beweegaanbieders is gevraagd of ze ervoor openstaan om samen met de gemeente en andere partijen te werken aan de doelstelling om alle Nijmegenaren aan het sporten en bewegen te krijgen; 21 van de 28 aanbieders staan ervoor open en nog eens 3 staan er ‘misschien’ voor open. Ambities m.b.t.
rol op maatschappelijk vlak Aan de andere sport- en beweegaanbieders is gevraagd of ze voor de komende jaren ambities hebben als het gaat om hun rol op maatschappelijk vlak; 18 van de 28 aanbieders geven aan dergelijke ambities te hebben. Het gaat onder meer om inzet gericht op doelgroepen (kinderen, ouderen, mensen met een laag inkomen, vluchtelingen, mensen met een migratieachtergrond, mensen met een beperking) en om het promoten van het huidige aanbod.
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
21
Samenwerking In 2022 is uitgebreider dan bij de voorgaande metingen gevraagd naar de samenwerking van de vereniging met andere partijen. Van de 37 verenigingen werken er 34 samen met een of meer partijen. De verenigingen werken het meest samen met de gemeente, andere sportverenigingen en fysio’s/fysiotherapeuten. Die samenwerking wordt na de figuren 8 en 9 verder toegelicht. 27
gemeente 23
sportverenigingen 14
fysio's/fysiotherapeut... 6
voortgezet onderwijs scholen sport- en beweegaanbieders (anders dan verenigingen)
4
wijkbewoners
3
leefstijlcoaches
3
welzijnsinstellingen
2
zorginstellingen
2
HAN
2
ROC
2
basisscholen
2
kinderopvang / buitenschoolse opvang
1 0
5
10
15
Figuur 8: Andere partijen waarmee de verenigingen samenwerken
22
20
25
30
Ook aan de andere sport- en beweegaanbieders is gevraagd naar de samenwerking met andere partijen. Van de 28 aanbieders werken er 26 samen met een of meer partijen. De aanbieders werken het meest samen met de gemeente, andere sportverenigingen/aanbieders, fysio’s/fysiotherapeuten en voortgezet onderwijs scholen. 19
gemeente sport- en beweegaanbieders (anders dan verenigingen)
12 11
sportverenigingen fysio's/fysiotherapeut...
10
voortgezet onderwijs scholen
10 8
wijkbewoners 6
leefstijlcoaches basisscholen
5
kinderopvang / buitenschoolse opvang
5 3
zorginstellingen 2
welzijnsinstellingen 0
5
10
15
20
Figuur 9: Andere partijen waarmee de andere sport- en beweegaanbieders samenwerken
Samenwerking met de gemeente 27 van de 37 verenigingen geven aan met de gemeente samen te werken. Vaak wordt daarbij het contact met de buurtsportcoach genoemd. Ook heeft de samenwerking bij meer verenigingen te maken met een sportaccommodatie van de gemeente waar de vereniging gebruik van maakt of met de verstrekking van subsidie door de gemeente. Enkele verenigingen geven aan dat ze betrokken worden bij evenementen/activiteiten van de gemeente. Van de 27 verenigingen, die met de gemeente samenwerken, zijn er 18 tevreden, 5 niet tevreden en niet ontevreden en 4 ontevreden over die samenwerking. Die laatste 4 verenigingen noemen verschillende redenen voor hun onvrede. 19 van de 28 andere sport- en beweegaanbieders geven aan met de gemeente samen te werken. Diverse aanbieders noemen daarbij het contact met de buurtsportcoach. De samenwerking heeft vaker te maken met een aanbod voor specifieke doelgroepen (kinderen, vluchtelingen, mensen met een laag inkomen, mensen met beperkingen, mensen die weinig bewegen). 15 aanbieders zijn tevreden over de samenwerking met de gemeente en 4 niet tevreden en niet ontevreden.
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
23
Samenwerking met andere sportverenigingen en sport- en beweegaanbieders Van de 37 verenigingen werken er 23 samen met een of meer andere sportverenigingen. Bij die samenwerking gaat het onder meer om: • bestuurlijk overleg, kennisuitwisseling; • samen wedstrijden of toernooien organiseren; • gezamenlijke trainingen; • medegebruik sportlocatie/clubhuis; • leden naar elkaar doorverwijzen, uitwisselen; • samenwerking met studentenvereniging. Vaker gaat het om samenwerking met verenigingen binnen dezelfde sporttak. 5 verenigingen werken samen met 1 of meer andere sport- en beweegaanbieders (anders dan sportverenigingen). Van de 24 verenigingen, die met sportverenigingen en/of andere sport- en beweegaanbieders samenwerken, zijn er 14 tevreden over die samenwerking en 9 niet tevreden en niet ontevreden; 1 vereniging is er ontevreden over. Van de 28 andere sport- en beweegaanbieders werken er 11 samen met een of meer sportverenigingen en 12 met sport- en beweegaanbieders. Bij die samenwerking gaat het onder meer om samen activiteiten organiseren, het (mede)gebruik van sportlocaties en het gebruik maken van het aanbod van de aanbieders. Van de 17 sport- en beweegaanbieders, die met sportverenigingen en/of sport- en beweegaanbieders samenwerken, zijn er 15 tevreden over die samenwerking en 2 niet tevreden en niet ontevreden.
Samenwerking met onderwijs-, zorg- en welzijnsinstellingen Van de 37 verenigingen werken er 9 samen met een of meer onderwijsinstellingen: 6 met een scholen binnen het voortgezet onderwijs, 2 met basisscholen, 2 met het ROC en 2 met de HAN. Het gaat bijvoorbeeld om het geven van clinics of trainingen, het gebruik van de sportlocatie, het organiseren van toernooien, begeleiding van trainers door studenten en de inzet van stagiairs. Een beperkt aantal verenigingen werkt samen met zorginstellingen (2), welzijnsinstellingen (2) en kinderopvang/buitenschoolse opvang (1). Van de 13 verengingen, die samenwerken met een of meer onderwijs-, zorg- en welzijnsinstellingen, zijn er 9 tevreden en 3 niet tevreden en niet ontevreden over de samenwerking; 1 vereniging is er ontevreden over. Van de 28 andere sport- en beweegaanbieders werken er 11 samen met 1 of meer onderwijsinstellingen: 10 met een scholen binnen het voortgezet onderwijs en 5 met basisscholen. Verder werken er 5 aanbieders samen met kinderopvang/buitenschoolse opvang. Het gaat vooral om het aanbieden van lessen/trainingen. Enkele aanbieders werken samen met zorginstellingen (3) en welzijnsinstellingen (2).
24
Van de 15 aanbieders, die samenwerken met een of meer onderwijs-, zorg- en welzijnsinstellingen, zijn er 13 tevreden en 2 niet tevreden en niet ontevreden over de samenwerking. Samenwerking met partners op het vlak van gezondheid Van de 37 verenigingen werken er 14 samen met fysio’s/fysiotherapeuten. De fysiotherapeuten worden ingezet voor onder meer de behandeling van klachten/blessures, screening op risico’s voor blessures, de begeleiding van topsporters en trainingen/warming up/gerichte oefeningen. Enkele verenigingen geven aan dat er met vaste regelmaat een inloopspreekuur is. Verder werken 3 verenigingen werken samen met leefstijlcoaches. Van de 14 verenigingen, die samenwerken met een of meer partners op het vlak van gezondheid, zijn er 12 tevreden over die samenwerking en 2 niet tevreden en niet ontevreden. Van de 28 andere sport- en beweegaanbieders werken er 10 samen met fysio’s/fysiotherapeuten. Verder werken 6 aanbieders samen met leefstijlcoaches en 3 met andere partijen op het vlak van gezondheid (onder meer huisarts, specialist en voedingsdeskundige). Alle 14 aanbieders, die samenwerken met een of meer partners op het vlak van gezondheid, zijn tevreden over die samenwerking. Samenwerking met wijkbewoners Van de 37 verenigingen werken er 3 samen met wijkbewoners. Het gaat bijvoorbeeld om het samenwerken bij het organiseren van een activiteit voor buurtbewoners.
Van die 3 verenigingen zijn er 2 tevreden over die samenwerking en is er 1 niet tevreden en niet ontevreden. Van de 28 andere sport- en beweegaanbieders werken er 8 samen met wijkbewoners. Het gaat bijvoorbeeld om deelname aan wijkactiviteiten, het gebruik mogen maken van de sportlocatie van de aanbieder, deelname aan activiteiten van de aanbieder door wijkbewoners en samenwerking bij de begeleiding van mensen. Van die 8 aanbieders zijn er 7 tevreden over die samenwerking en is er 1 niet tevreden en niet ontevreden.
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
25
Extra inzet voor doelgroepen In 2022 is uitgebreider dan bij de voorgaande metingen gevraagd naar de inzet van verenigingen voor verschillende doelgroepen. Van de 37 verenigingen zetten zich er 31 extra in voor een of meer doelgroepen. De verenigingen zetten zich relatief vaak speciaal in voor verschillende leeftijdsgroepen (vooral de jeugd), mensen met een laag inkomen en mensen met beperkingen. Die inzet wordt na de figuren 10 en 11 verder toegelicht. 16
kinderen tot 12 jaar 15
12- tot 18-jarigen volwassenen
11
ouderen
11 13
mensen met een laag inkomen 10
mensen met lichamelijke beperkingen 9
mensen met verstandelijke beperkingen 8
lhbti+ 5
mensen met een migratieachtergrond 2
mensen die te weinig bewegen 1
mensen met overgewicht 0
2
4
6
8
10
Figuur 10: Doelgroepen waar verenigingen speciale aandacht aan besteden
26
12
14
16
18
Ook aan de andere sport- en beweegaanbieders is gevraagd voor welke groepen men zich speciaal inzet. Van de 28 aanbieders zetten zich er 26 extra in voor een of meer doelgroepen. De aanbieders zetten zich relatief vaak speciaal in voor mensen met een laag inkomen, verschillende leeftijdsgroepen, mensen met beperkingen, mensen die te weinig bewegen en mensen met overgewicht. 16
mensen met een laag inkomen 12
volwassenen 10
kinderen tot 12 jaar 8
12- tot 18-jarigen
9
ouderen
10
mensen met lichamelijke beperkingen 9
mensen met verstandelijke beperkingen
10
mensen die te weinig bewegen 9
mensen met overgewicht 5
mensen met overige gezondheidsklachten lhbti+
4
mensen met een migratieachtergrond
4 2
mensen met blessures 0
2
4
6
8
10
12
14
16
18
Figuur 11: Doelgroepen waar andere sport- en beweegaanbieders speciale aandacht aan besteden
Speciale aandacht voor mensen met beperkingen of fysieke problemen 10 van de 37 verenigingen geven aan speciale aandacht te besteden aan mensen met lichamelijke beperkingen, bijvoorbeeld door aangepaste voorzieningen in de accommodatie, door middel van speciale toernooien, sportactiviteiten, groepen of lessen en door de inzet van een buddy. 9 verenigingen besteden speciale aandacht aan mensen met verstandelijke beperkingen, bijvoorbeeld door een G-sport aanbod, 1 op 1 begeleiding en speciaal opgeleid kader. 2 verenigingen besteden speciale aandacht aan mensen die te weinig bewegen en 1 vereniging aan mensen met overgewicht. 10 van de 28 andere sport- en beweegaanbieders besteden speciale aandacht aan mensen met lichamelijke beperkingen en 8 aan mensen met verstandelijke beperkingen; 10 aanbieders besteden speciale aandacht aan mensen die te weinig bewegen en 9 aan mensen met overgewicht; 5 aanbieders besteden aandacht aan mensen met specifieke ziektebeelden, ontwikkelingsachterstanden of psychische aandoeningen en 2 aan mensen met (chronische)
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
27
blessures. Die speciale aandacht bestaat onder mee uit een specifiek aanbod, een laagdrempelig aanbod, persoonlijke aandacht, extra begeleiding en de juiste expertise bij trainers. Speciale aandacht voor mensen met een laag inkomen 13 van de 37 verenigingen besteden speciale aandacht aan mensen met een laag inkomen, bijvoorbeeld door oplossingen te zoeken als men de contributie niet kan betalen en door te wijzen op en mee te doen met regelingen, waarmee mensen met een laag inkomen toch kunnen sporten (Stichting Leergeld, Meedoenregeling). 16 van de 28 andere sport- en beweegaanbieders besteden speciale aandacht aan mensen met een laag inkomen. Het vaakst daarbij genoemd is het wijzen op en meedoen met regelingen, waarmee mensen met een laag inkomen toch kunnen sporten (Stichting Leergeld, Meedoenregeling). Speciale aandacht voor lhbti+ 8 van de 37 verenigingen besteden speciale aandacht aan lhbti+, bijvoorbeeld door speciale toernooien of wedstrijden, door een protocol tegen discriminatie, door aandacht hiervoor in het beleidsplan en door het ophangen van de regenboogvlag. 4 van de 28 andere sport- en beweegaanbieders besteden speciale aandacht aan lhbti+, onder andere door genderneutrale registratie.
Speciale aandacht voor mensen met een migratieachtergrond 5 van de 37 verenigingen besteden speciale aandacht aan mensen met een migratieachtergrond, bijvoorbeeld door meer leden met een migratieachtergrond proberen te werven, door trainingen voor vluchtelingen en door een protocol tegen discriminatie. 4 van de 28 andere sport- en beweegaanbieders besteden speciale aandacht aan mensen met een migratieachtergrond, onder meer door lessen voor vluchtelingen. Speciale aandacht voor bepaalde leeftijdsgroepen 16 van de 37 verenigingen besteden speciale aandacht aan ‘kinderen tot 12 jaar’ en 15 aan ‘jongeren van 12 tot 18 jaar’, bijvoorbeeld door middel van aparte/speciale trainingen, activiteiten en evenementen en kennismakingsactiviteiten. 11 verenigingen besteden speciale aandacht aan volwassenen, bijvoorbeeld door aparte trainingen. De meeste van die 11 verenigingen hebben niet toegelicht op wat voor manier ze dit doen. 11 verenigingen besteden speciale aandacht aan ouderen, bijvoorbeeld door een speciaal aanbod of door een ouderengroep. De meeste van die 11 verenigingen hebben niet toegelicht op wat voor manier ze dat doen. 10 van de 28 andere sport- en beweegaanbieders besteden speciale aandacht aan ‘kinderen tot 12 jaar’ en 8 aan ‘jongeren van 12 tot 18 jaar’; 12 aanbieders besteden speciale aandacht aan volwassenen en 9 aan ouderen.
Bij de toelichting wordt vaker aangegeven dat er een aanbod per leeftijdsgroep is of een aanbod toegesneden op een specifieke leeftijdsgroep.
28
Ondersteuning door de gemeente 16 van de 37 verenigingen hebben het afgelopen jaar ondersteuning van de gemeente gevraagd. Het meest ging het om het subsidieaanvragen, verder om uiteenlopende zaken. 12 verenigingen zijn tevreden over de geboden ondersteuning, 1 vereniging is er niet tevreden en niet ontevreden over en 3 verenigingen zijn er ontevreden over. Medewerkers van het Sportbedrijf van de gemeente Nijmegen (onder meer buurtsportcoaches) zijn actief in de wijken om bewoners en sportaanbieders te ondersteunen bij sport en bewegen. Gevraagd is of de vereniging het afgelopen jaar contact heeft gehad met een medewerker van het gemeentelijk Sportbedrijf en/of een buurtsportcoach. Van de 37 verenigingen hebben er 25 contact gehad. Die contacten gingen vooral over activiteiten, evenementen en clinics. Verder zijn uiteenlopende onderwerpen genoemd. Van de 25 verenigingen, die contact met de gemeente hebben gehad, zijn er 16 tevreden over dat contact, 7 niet tevreden en niet ontevreden en 2 ontevreden. Van de 28 andere sport- en beweegaanbieders hebben er 20 contact gehad met een medewerker van het gemeentelijk Sportbedrijf en/of een buurtsportcoach. Die contacten gingen onder meer over activiteiten in de wijk, activiteiten voor in de zomervakantie en activiteiten voor specifieke doelgroepen.
Van de 20 aanbieders zijn er 19 tevreden over dat contact; 1 aanbieder is er ontevreden over. Aan de andere sport- en beweegaanbieders is gevraagd of men bekend is met de subsidiemogelijkheden van de gemeente voor activiteiten, cursussen en initiatieven op het vlak van sport (bijvoorbeeld subsidie voor activiteiten om sporten/bewegen aan te moedigen, het stimuleren van sport bij de jeugd of trainingen voor mensen met een beperking, kwetsbare ouderen of allochtone vrouwen); 1 aanbieder is hier goed van op de hoogte , 5 aanbieders zijn hier redelijk van op de hoogte en 8 een beetje; 14 aanbieders zijn er niet van op de hoogte. 1 aanbieder heeft in de voorgaande twee jaar subsidie bij de gemeente aangevraagd.
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
29
Knelpunten en ambities Knelpunten Gevraagd is naar de voornaamste knelpunten die op dit moment bij de vereniging spelen. Het vaakst genoemd zijn knelpunten m.b.t. de vrijwilligers, accommodatie, leden en de financiën. • 15 van de 37 verenigingen geven aan meer vrijwilligers te willen hebben; 3 daarvan zijn op zoek naar trainers of begeleiders en 2 naar bestuursleden. • 8 van de 16 verenigingen, die gebruik maken van buitensportaccommodaties, en 6 van de 21 verenigingen, die onder meer binnensport bieden, hebben knelpunten m.b.t. de accommodatie genoemd. Deze zijn beschreven in het hoofdstuk “Accommodatie”. • 11 verenigingen hebben knelpunten m.b.t. het ledental genoemd, onder meer een tekort aan leden (3 verenigingen), een terugloop van het ledental (3 verenigingen), het moeilijk kunnen behouden van leden (2 verenigingen) en veroudering van het ledenbestand/minder instroom van jeugdleden (2 verenigingen). • 10 verenigingen hebben een of meer zaken m.b.t. de financiële situatie genoemd: 6 verenigingen noemen de hoge energielasten, 3 de hoge huurlasten, 1 vereniging noemt de financiële stabiliteit, 1 vereniging geeft aan moeite te hebben met het vinden van sponsoren en bij 1 vereniging staat de liquiditeit onder druk. Ambities Ook is gevraagd naar de voornaamste ambities voor de komende 4 jaar. • Het meest genoemd is een groei van het ledental (door 17 van de 37 verenigingen).
Daarnaast zijn er 7 verenigingen die aangeven dat ledenbehoud of een stabiel ledental een belangrijke ambitie is. Verder streven 4 verenigingen een verjonging van het ledenbestand na. • 17 verenigingen hebben ambities m.b.t. vrijwilligers genoemd. Het gaat om onder meer om uitbreiding van het aantal vrijwilligers in het algemeen, meer vrijwilligers voor specifieke taken en de kwaliteit van het kader. • 7 verenigingen hebben ambities m.b.t. financiën genoemd: 3 verenigingen willen de sponsorinkomsten verhogen en 4 verenigingen geven aan te streven naar financiële stabiliteit of een financieel gezonde vereniging. • 5 verenigingen hebben ambities m.b.t. de accommodatie genoemd (zie hoofdstuk “Accommodatie”) • 5 verenigingen hebben ambities m.b.t. het sportaanbod, 3 op het vlak van duurzaamheid en 3 op het vlak van sportieve prestaties.
30
Bijlage: sportverenigingen en -aanbieders, die aan de meting in 2022 hebben deelgenomen Sportverenigingen: 't Pluumke Aqua-Novio'94 Avanti 55 AZV De Waalstroom Badmintonclub Mariken Bandy vereniging Nijmegen basketbal vereniging Wildcats Boks Fabriek De 3 Musketiers De Hazenkamp Gymsports Duikteam de Kaaiman Floorball Flames Nijmegen HBV Staddijk HV Havana Judo Vereniging Dukenburg Keizer Karel MIEP ("Met Inspanning En Plezier"), Nijmeegse roadrunners club Nijmeegse Funrunners Nijmeegse Schaats Vereniging Nijmegen Atletiek NKSV "de Batavier" Noviomagum NRC the Wasps R&TC Groenewoud sc NEC sv Waalstad Swift Tafeltennis Nijmegen Tennisvereniging Brakkenstein TV Rapiditas TV Tachys v.v. OSC v.v. Union VoCASA Voetbalvereniging Trekvogels vv Kolping - Dynamo Yoo Sin Andere sport- en beweegaanbieders Beachfabriek Nijmegen Bodhi Yogashala CrossFit Waalfront De Beweegbus
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
31
De Beweegreden Denise Danst Flex Dansstudio Fy-fit Fysiotherapie Fysiotherapie Dukenburg Gezonde Honger GRIP Nijmegen ID Dance Institute Krav Maga Netherlands / Krav Maga Nijmegen Jimtrainingen Monkey Moves Nijmegen NYMA Outdoor Gym Padel Club nijmegen Peuter- en kleutergym Nijmegen Shaolin Nijmegen Sportloods Oost Stichting Rolling Wheels Stichting Yogaclub Nijmegen Target Personal Training The Boxing Arena The Gym Society Nijmegen The Kettlebell Club Tomoda ZsportZ
32