Rapport Onderzoek Oekraiense ontheemden in het Rijk van Nijmegen
Tekst van het document
Onderzoek Oekraïense ontheemden in het Rijk van Nijmegen
Augustus 2025 Team Onderzoek & Statistiek, gemeente Nijmegen onderzoek.statistiek@nijmegen.nl Map = Schrijven algemeen / sjab = Nota, beleids- of projectplan ▪
▪
1
Inhoudsopgave Samenvatting 1. Inleiding
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
1 3
1.1
Aanleiding ......................................................................................... 3
1.2
Onderzoeksopzet .............................................................................. 3
1.3
Opzet rapportage ............................................................................. 3
Onderzoeksopzet
4
2.1
Steekproef ........................................................................................ 4
2.2
Deelnemers....................................................................................... 4
2.3
Data analyse ..................................................................................... 4
Demografie
5
3.1
Leeftijd en geslacht ........................................................................... 5
3.2
Gezinssamenstelling ......................................................................... 5
3.3
Bezigheid en opleidingsniveau ......................................................... 7
Vluchtgeschiedenis en verblijfsintenties
8
4.1
Vluchtgeschiedenis ........................................................................... 8
4.2
Verblijfsintentie ................................................................................ 9
4.3
Gezinshereniging .............................................................................. 9
Wonen
11
5.1
Huidige woonsituatie...................................................................... 11
5.2
Woonwensen .................................................................................. 12
Werk, onderwijs en financiën
13
6.1
Werk ............................................................................................... 13
6.2
Onderwijs........................................................................................ 16
6.3
Financiën......................................................................................... 17
Gezondheid
18
7.1
Gezondheid..................................................................................... 18
7.2
Mentale gezondheid ....................................................................... 18
7.3
Welzijn ............................................................................................ 19
7.4
Zorggebruik ..................................................................................... 20
Sociale contacten, taal en ondersteuning
22
8.1
Sociale contacten............................................................................ 22
8.2
Taal ................................................................................................. 22
8.3
Ondersteuningsbehoefte................................................................ 23
2
▪ ▪
Map = Schrijven algemeen / sjab = Nota, beleids- of projectplan ▪
▪
1
2
▪ ▪
1. Inleiding 1.1 Aanleiding Sinds 2022 vangen gemeenten in het Rijk van Nijmegen Oekraïense ontheemden op vanwege de oorlog met Rusland. Oorspronkelijk was de verwachting dat ze snel terug zouden kunnen keren naar Oekraïne. Daarom kregen ze een tijdelijke status als ontheemden (volgens de Richtlijn Tijdelijke bescherming) en is er geen beleid gemaakt gericht op langdurig verblijf. Inmiddels zijn we drie jaar verder is de verwachting is dat Oekraïners niet op korte termijn terug zullen keren. We weten namelijk uit landelijk onderzoek1 dat een groot deel van de Oekraïners in Nederland wil blijven en het is niet te voorzien wanneer het weer veilig is om terug te keren. De noodzaak is daarmee ontstaan om op korte termijn beleid en passend aanbod te ontwikkelen voor de Oekraïners die hier verblijven, om hun positie te verbeteren en om mogelijke toekomstige maatschappelijke vraagstukken tijdig te ondervangen. Om dit te doen is inzicht nodig in hun behoeften, kenmerken en toekomstplannen, zoals de intentie om terug te keren indien het weer veilig is in Oekraïne.
1.2 Onderzoeksopzet Gekozen is voor een (online) vragenlijstonderzoek. Alle Oekraïense ontheemden van 16 jaar en ouder die sinds het begin van de oorlog (maart 2022) en februari 2025 in de gemeenten Beuningen, Druten, Heumen, Nijmegen en Wijchen verbleven zijn uitgenodigd om deel te nemen. De uitnodiging en de vragenlijst werd in het Nederlands, Oekraïens en Russische aangeboden in maart 2025. Op de gemeentelijke opvanglocaties werd het onderzoek extra onder de aandacht gebracht. Inhoudelijk was de vragenlijst gericht op thema’s waarbij de Richtlijn Tijdelijke Bescherming van invloed is (zoals wonen en werk), thema’s waarvan bekend is dat ze van belang zijn voor welzijn en participatie van vluchtelingen (zoals (mentale) gezondheid, sociale contacten en taal), op terreinen waarop gemeenten invloed hebben of ondersteuning kunnen aanbieden, en op de toekomstplannen (waaronder de terugkeerintentie). Een groot deel van de vragen is overgenomen uit het landelijke onderzoek, om de uitkomsten van deze regio met het landelijke beeld te kunnen vergelijken. Enkele vragen kwamen uit de Nijmeegse Burgerpeiling en de kindermonitor van de GGD, waardoor ze afgezet konden worden tegen cijfers uit Nijmegen en de regionale cijfers van de GGD. De vragenlijst sloot af met de vraag of we de deelnemer eventueel mochten benaderen voor een verdiepend gesprek.
1.3 Opzet rapportage Het eerste overzicht geeft toelichting over de deelnemers van het onderzoek en de respons. Hierna worden de resultaten van het vragenlijstonderzoek worden per thema besproken. Deze rapportage is op regionaal niveau. Daarnaast is voor elke deelnemende gemeente een samenvatting gemaakt van een deel van de resultaten op gemeenteniveau.
1
Onderzoeksprogramma Oekraïense vluchtelingen in Nederland | WOCD
3
2. Onderzoeksopzet 2.1 Steekproef De doelgroep van de vragenlijst was alle Oekraïense ontheemden van 16 jaar en ouder die in de deelnemende gemeenten2 in de regio Rijk van Nijmegen verblijven vanaf het begin van de oorlog (maart 2022). Iedereen in deze groep (1382 personen) is uitgenodigd en had daarmee een even grote kans om mee te doen met het onderzoek.
2.2 Deelnemers De vragenlijst is 517 keer ingevuld. De meesten hebben de vragenlijst in het Russisch ingevuld (81%), gevolgd door Nederlands (17%) en Oekraïens (2%). Eén van de deelnemers was jonger dan 16 en is daarom verwijderd. Hiermee is het totaal aantal deelnemers 516 (figuur 1). Figuur 1. Respons in aantallen (links) en in percentage (rechts). Beuningen
Beuningen
83
Druten
53
Druten
Heumen
46
Heumen
Nijmegen Wijchen
36% 75%
Nijmegen
269
35%
Wijchen
65
Totaal
46%
28%
Totaal
516
37%
Onze verwachting was een respons van ongeveer 40% te behalen, op basis van de respons van het landelijke onderzoek en hun werkwijze. Dit zou voldoende zijn om betrouwbare resultaten te krijgen. Ons uiteindelijke responspercentage is 37% (figuur 1).
2.3 Data analyse De uitkomsten van de vragenlijsten (in de vorm van data) zijn geanalyseerd om antwoord te kunnen geven op de onderzoeksvragen. Het ging vooral om beschrijvende statistieken. Er is een regressieanalyse uitgevoerd om te onderzoeken in hoeverre verschillende factoren effect hadden op de terugkeerintentie.
2
Beuningen, Druten, Heumen, Nijmegen en Wijchen
4
▪ ▪
3. Demografie 3.1 Leeftijd en geslacht Bijna de helft van de Oekraïense ontheemden in onze regio is tussen de 25 en 44 jaar oud (figuur 2). Er zijn relatief meer vrouwen dan mannen. Het aandeel mannen is het grootst in de leeftijdscategorie 16 tot en met 24 jaar en neemt af naarmate de leeftijd toeneemt (figuur 3). Dit komt overeen met de bevindingen uit het landelijke onderzoek. Het relatief grotere aandeel mannen in de jonge leeftijdscategorie kan worden verklaard door het uitreisverbod voor mannen tussen de 18 en 60 jaar, dat dus niet geldt voor jongens onder die leeftijd. Figuur 2. Leeftijdsverdeling
18%
0%
46%
20% 16-24 jaar
32%
5%
80%
100%
40%
60%
25-44 jaar
45-64 jaar
65+ jaar
60%
80%
Figuur 3. Geslachtsverdeling per leeftijdscategorie.
0%
20%
16-24 jaar 25-44 jaar
40%
44%
100%
56%
37%
63%
45-64 jaar
27%
73%
65+ jaar
30%
70%
Totaal
35%
65% Mannen
Vrouwen
3.2 Gezinssamenstelling Aan de Oekraïners van 18 jaar en ouder is gevraagd of ze een partner en/of kind(eren) hebben en waar zij verblijven. We onderscheiden vier verschillende groepen: partner en kinderen, partner en geen kinderen, kinderen en geen partner, alleenstaand zonder kinderen. In het landelijke onderzoek was de groep partner en kinderen veruit het grootste (39%), terwijl in onze regio de groep alleenstaand zonder kinderen en partner zonder kinderen ongeveer even groot is als de groep met partner en kinderen (figuur 4).
5
Figuur 4. Gezinssamenstelling.
0%
10%
Heeft partner en kinderen
20%
13%
Heeft partner maar geen kinderen
16%
10%
Heeft kinderen maar geen partner 2% Alleenstaand zonder kinderen
30%
16% 17%
10% Mannen
18% Vrouwen
Figuur 5. Partner
18 jaar en ouder = 100%
54% heeft een partner 46% partner in NL
7% partner in Oekraïne
46% is alleenstaand
1 % partner in ander land
Figuur 6. Kinderen
18 jaar en ouder = 100%
46,5% heeft kinderen 13% heeft kind(eren) die niet thuis wonen 5% in NL
53,5% heeft geen kinderen
33,5% heeft thuiswonende kind(eren)
8% in buitenland
Bijna de helft van de Oekraïners met kinderen heeft 1 of meer kinderen in de leeftijd 5 t/m 15 jaar. Van deze kinderen woont 92% thuis, 2% ergens anders in Nederland en 6% in het buitenland.
6
▪ ▪
3.3 Bezigheid en opleidingsniveau Opvallend is dat veel Oekraïners, 7 op de 10, in onze regio aan het werk is (figuur 7). Bijna 1 op de 10 is scholier of student. In hoofdstuk 5 (werk en onderwijs) wordt hier verder op ingegaan. Figuur 7. Bezigheid
Werkend
70%
Werkeloos
14%
Zorg voor gezin of huishouden
10%
Scholier of student
8%
Gepensioneerd
5%
Ziek of arbeidsongeschikt
3% 0%
20%
40%
60%
80%
*Er konden meerdere bezigheden worden gekozen, waardoor het totaal groter is dan 100%.
Voor het opleidingsniveau is gevraagd naar de hoogst behaalde opleiding, met antwoordopties op basis van het Oekraïense onderwijssysteem. De helft van de Oekraïners in onze regio is hoog opgeleid3 (figuur 8). Zij hebben onderwijs gevolgd op het niveau van hbo of wo. Bijna de helft is middelbaar opgeleid, dit omvat de bovenbouw van de havo/vwo en mbo-2 t/m mbo-4. Een klein deel is laag opgeleid (basisonderwijs, het vmbo, de eerste 3 leerjaren van havo/vwo of mbo-1) of heeft geen opleiding gevolgd. Figuur 8. Opleidingsniveau
1% 50%
48% 1%
0%
20% hoog opgeleid
40% middelbaar opgeleid
60%
80%
laag opgeleid
100%
geen opleiding
Het landelijke onderzoek heeft gebruik gemaakt van een andere indeling in onderwijsniveaus: meer dan de helft heeft universitair onderwijs genoten, 22% heeft hoger middelbaar en beroepsonderwijs gevolgd, 18% lager middelbaar onderwijs en 5% basisonderwijs. Dit komt redelijk overeen met het beeld wat we in de regio zien.
3
Indeling in 3 categorieën naar voorbeeld van het CBS
7
4. Vluchtgeschiedenis en verblijfsintenties 4.1 Vluchtgeschiedenis Het grootste deel van de Oekraïners is binnen de eerste 20 weken na de start van de oorlog in deze regio aangekomen (figuur 9). Vrijwel iedereen is naar Nederland gekomen vanwege de oorlog. Figuur 9. Aankomst in weken vanaf het begin van de oorlog
40%
0%
29%
20%
40%
Eerste 20 weken
7%
60%
20 - 40 weken
25%
80%
40 - 60 weken
100%
Na 60 weken
De meerderheid is afkomstig uit regio’s in het oosten en zuiden van Oekraïne, nabij de frontlinie of (gedeeltelijk) bezet door Rusland (figuur 10). Daarnaast is 1 op de 10 afkomstig uit de hoofdstad Kyiv. Dit komt overeen met het landelijke beeld. Figuur 10. Regio van herkomst
0%
2%
1% 1%
1% 0% 1%
2%
11% 3% 4%
1%
15%
1%
3%
1%
1%
1%
1%
7%
4%
15% 10%
8%
7%
1% Mogelijk gemaakt met Bing © Microsoft, OpenStreetMap
*Kyiv (stad) en de Krim worden niet goed herkend door Bing bij het maken van de kaart, waardoor deze gebieden niet zijn ingekleurd.
8
▪ ▪
4.2 Verblijfsintentie 4 op de 5 Oekraïners willen de komende 2 jaar in Nederland blijven wonen. Van de Oekraïners die (misschien) in Nederland willen blijven, geeft 68% aan in de huidige gemeente te willen blijven wonen. Oekraïners uit de regiogemeenten geven significant vaker aan (misschien) in de huidige gemeente te willen blijven wonen (73%) dan Oekraïners uit Nijmegen (62%)4. Dit wordt deels verklaard door hoe tevreden men is met de huidige woonsituatie. Oekraïners die (zeer) tevreden zijn, geven significant vaker aan in de huidige gemeente te willen blijven. En Oekraïners in Nijmegen zijn significant minder tevreden dan Oekraïners in de regiogemeenten (zie ook hoofdstuk 5). Als we vragen of ze weer in Oekraïne willen wonen als het veilig is, antwoordt de helft ‘nee’. Als we dit vergelijken met het landelijk onderzoek, dan zien we dat in onze regio meer Oekraïners van plan zijn de komende 2 jaar in Nederland te blijven (72% landelijk versus 82% regio) en minder Oekraïners terug willen keren naar Oekraïne als het daar veilig is (22% landelijk versus 15% regio). Figuur 11. Verblijfsintenties voor de komende 2 jaar
0% Terugkeren naar Oekraïne, indien veilig
20%
15%
In Nederland blijven
35%
68% Misschien
60%
80%
100%
50%
82%
In huidige gemeente blijven Ja
40%
1% 17% 30% 2%
Nee
We hebben gekeken naar de effecten van een aantal persoonlijke kenmerken op of men wel of niet terug wil keren naar Oekraïne indien veilig. Hierbij vonden we een effect voor partnersituatie: mensen met een partner in Oekraïne geven vaker aan terug te willen keren (indien veilig) en andersom mensen met een partner in Nederland geven vaker aan in Nederland te willen blijven. Daarnaast hebben we gekeken of het ontvangen van leefgeld effect heeft op terugkeerintentie. Deze analyse is gedaan op basis van de aanname dat iedereen boven de 18 jaar zonder werk leefgeld ontvangt5. Oekraïners die leefgeld ontvangen, gaven significant vaker aan (misschien) terug te willen keren (25%) dan Oekraïners die geen leefgeld ontvangen (11%). Een mogelijke verklaring hiervoor is dat Oekraïners die niet werken, minder gebonden zijn aan Nederland of hier minder toekomst zien.
4.3 Gezinshereniging Eerder hebben we gezien dat een klein deel van de partners en kinderen van de Oekraïners uit onze regio niet in Nederland woont. Van de mensen met een partner in het buitenland 4
De aantallen waren te klein om een analyse te doen voor iedere gemeente apart. Daarom is gekozen voor regio versus Nijmegen. 5 Leefgeld was geen onderdeel van de vragenlijst. Op basis van beleidsinformatie over voorwaarden voor leefgeld is een indeling gemaakt op basis van leeftijd en bezigheid (werk). Een kanttekening is dat deze indeling geen rekening houdt met uitzonderingsgevallen, bijvoorbeeld wanneer men slechts een paar uur werkt en toch leefgeld ontvangt, of dat men niet werkt maar vanwege een uitkering of toeslag toch geen leefgeld ontvang.
9
(Oekraïne of een ander land) wil 90% die (misschien) naar Nederland laten komen (figuur 12). Dit komt overeen met het landelijke onderzoek, waarbij 87% overweegt de partner naar Nederland te halen. Figuur 12. Partner naar Nederland
54% heeft een partner 15% partner in Oekraïne of ander land 90% wil partner (misschien) naar NL laten komen
85% partner in NL
10% wil partner niet naar NL laten komen
Het aandeel Oekraïners dat hun partner (misschien) naar Nederland wil halen is 5% van de doelgroep van het onderzoek, Oekraïners van 16 jaar en ouder. Als we dit omrekenen naar aantallen op basis van het aantal Oekraïners dat momenteel in onze regio verblijft, dan gaat het in totaal om 75 partners. Zie tabel 1 voor een uitsplitsing naar regiogemeente. Ook niet alle (volwassen) kinderen wonen bij hun ouders of in Nederland. De meerderheid van de Oekraïners met kinderen in het buitenland, wil hen naar Nederland halen (figuur 13). Dit percentage is aanzienlijk hoger dan het landelijke onderzoek, waarbij 31% van de Oekraïners met kinderen in het buitenland de wens heeft om ten minste één kind naar Nederland te laten komen. Figuur 13. Kinderen naar Nederland
46,5% heeft kinderen 17% heeft minimaal 1 kind in het buitenland 68% wil minimaal 1 kind naar Nederland halen Het aandeel Oekraïners dat minimaal 1 kind naar Nederland wil halen is 4% van de Oekraïners van 16 jaar en ouder. Als we dit weer omrekenen naar aantallen, dan gaat het om minimaal 56 kinderen in onze regio. Zie ook tabel 1. Tabel 1. Berekening aantallen gezinshereniging op basis van de percentages uit het vragenlijstonderzoek
Aantal Oekraïners6
Partner naar NL
Kind(eren) naar NL
Beuningen
179
10
7
Druten
148
8
6
Heumen
61
3
2
Nijmegen
759
41
31
Wijchen
235
13
10
Total
1382
75
56
6
Dit zijn de aantallen Oekraïners die zijn uitgenodigd om mee te doen aan het vragenlijstonderzoek, oftewel de doelgroep Oekraïners van 16 jaar en ouder.
10
▪ ▪
5. Wonen 5.1 Huidige woonsituatie Het is geen verrassing dat uit het onderzoek naar voren komt dat het overgrote deel van de Oekraïners in gemeentelijke opvanglocaties woont (89%). Gemeenten zijn namelijk verantwoordelijk voor de opvang. De woonsituaties die daarna het meest voorkomen, zijn een eigen woonruimte (3,5%), verblijf bij gastgezinnen of bij hun partner (beide 1,4%). Vergeleken met onze eigen en landelijke gegevens zien we een lichte vertekening: in de praktijk wonen minder mensen in gemeentelijke opvang. Dit wordt verklaard doordat het vragenlijstonderzoek extra onder de aandacht is gebracht bij de gemeentelijke opvanglocaties. De meerderheid van de Oekraïners is tevreden of zeer tevreden met hun huidige woonsituatie (61%). 1 op de 10 Oekraïners is (zeer) ontevreden. Hiermee zijn de Oekraïners in onze regio wat minder tevreden dan Oekraïners landelijk, waarbij 72% (zeer) tevreden is en maar 6% (zeer) ontevreden. Als we de tevredenheid uitsplitsen naar verschillende woonsituaties, dan valt het op dat Oekraïners die in een gemeentelijke opvanglocatie wonen minder tevreden zijn (figuur 14). Figuur 14. Tevredenheid huidige woonsituatie
0% Gemeentelijke opvang
20%
40%
15%
Andere woonsituaties
60%
43%
9% 3%
52%
36%
100%
29%
30%
Oekraïners NL
80%
36%
Zeer tevreden
Tevreden
Niet tevreden, maar ook niet ontevreden
Ontevreden
9% 7% 2% 22%
5% 1%
Zeer ontevreden
We hebben gevraagd naar de belangrijkste reden waarom mensen tevreden of ontevreden zijn met hun huidige woonsituatie. Dit zijn de vaakst genoemde redenen: Tevreden
Ontevreden
✓
Gevoel van veiligheid
Χ
Gedeelde faciliteiten
✓
Voorzien in basisbehoeften
Χ
Geen eigen kookgelegenheid, geserveerde
✓
Eigen ruimte en faciliteiten
✓
Mogelijkheid om te werken of
maaltijden (o.a. prijs-kwaliteit, vast tijdstip) Χ
te studeren ✓
Mogelijkheid voor kinderen
ramen die niet open kunnen (of geen ramen) Χ
om naar school te gaan ✓
Goede mensen in Nederland
Geen frisse lucht door slechte ventilatie en door Geen eigen ruimte en geen privacy (o.a. kamerinspecties)
Χ
Gevoel van onveiligheid
Χ
Te veel mensen en vervelend gedrag van medebewoners
Χ
Onhygiënische omstandigheden
11
Uit het landelijk onderzoek kwam naar voren dat de tevredenheid iets lager wordt naarmate er meer mensen op een locatie wonen. Dit sluit aan bij een aantal van de redenen die genoemd worden waarom men ontevreden is over de huidige woonsituatie.
5.2 Woonwensen Het overgrote deel van de Oekraïners in onze regio wil in Nederland en in de huidige woonplaats blijven. We hebben gevraagd hoe zij hun toekomstige woonsituatie voor zich zien, aangezien de gemeentelijk opvanglocaties gericht zijn op tijdelijk verblijf (figuur 15). Zij konden meerdere opties aanvinken. Figuur 15. Toekomstige woonsituatie
Ik huur een eigen woonruimte met eigen voorzieningen
49%
Ik heb hier nog niet over nagedacht
35%
Ik heb eigen woonruimte met eigen voorzieningen gekocht Ik heb een eigen woonruimte met gedeelde voorzieningen Anders, namelijk Ik woon bij iemand anders in
13% 12% 10% 8%
*Er konden meerdere opties worden gekozen, waardoor het totaal groter is dan 100%.
Bijna de helft van de antwoorden gaat over het huren van eigen woonruimte met eigen voorzieningen. Een kleiner deel wil eigen woonruimte kopen. Onder ‘anders, namelijk’ wordt vaak geantwoord dat men in een sociale huurwoning wil wonen. Andere antwoorden binnen deze categorie gaan over dat het lastig is om eigen woonruimte te vinden door de onzekerheid die gepaard gaat met hun tijdelijke status in combinatie met de krapte op de woningmarkt. Tot slot valt op dat vaak is geantwoord dat men er nog niet over nagedacht heeft. Een ander onderdeel van de toekomstige woonsituatie is het beschikbare budget. We hebben gevraagd naar het maximale bedrag dat mensen maandelijks kunnen besteden aan woonruimte, exclusief verbruikskosten (in euro’s). De bedragen variëren van €0 tot €2.500 per maand. Gemiddeld heeft men maximaal €646 per maand te besteden. De mediaan is ongeveer €532, wat betekent dat de helft van de mensen minder dan €532 per maand kan besteden aan woonruimte, en de helft meer dan dat bedrag.
12
▪ ▪
6. Werk, onderwijs en financiën 6.1 Werk In onze regio is 71% van de Oekraïners in de leeftijd 15-74 jaar aan het werk (figuur 16). Dit is de zogenaamde nettoparticipatie, oftewel het deel van de totale bevolking (15-74 jaar) dat werkt. In het landelijk onderzoek is dit percentage iets lager, namelijk 61%. Zij maken de vergelijking met statushouders in een vergelijkbare periode. De nettoparticipatie is bij statushouders veel lager: 11% heeft na 12 maanden werk en 15% na 18 maanden. Als we kijken naar de beroepsbevolking, dan is 21% van de Oekraïners in onze regio werkeloos (ter vergelijking: 18% landelijk). De beroepsbevolking is iedereen met betaald werk en iedereen die geen betaald werk heeft, maar op korte termijn wel zou willen werken. Het werkeloosheidspercentage is een percentage van de beroepsbevolking. Figuur 16. Beroepsbevolking, niet-beroepsbevolking en nettoparticipatie
Nettoparticipatie 71%
Totale bevolking (15-74 jaar)
Beroepsbevolking 90%
Werkzaam 79%
Niet-beroepsbevolking 10%
Werkloos 21%
Het valt op dat veel Oekraïners voltijd werken (63%; figuur 17) Dat is meer dan de algemene Nederlandse bevolking (49%). Qua werkuren komt het regionale beeld redelijk overeen met de uitkomsten van het landelijke onderzoek. Figuur 17. Aantal uren betaald werk per week 3% 5%
0%
12%
18%
20% Minder dan 12 uur
63%
40%
60%
12 tot 20 uur
20 tot 28 uur
80% 28 tot 35 uur
100% 35 of meer uur
Wat ook overeen komt, is dat de meerderheid van de Oekraïners onder een tijdelijk contract werk (76%; figuur 18). 20% heeft een vast contract. Ter vergelijking: 10% van de werkende Nederlandse bevolking heeft een tijdelijk contract. Dit is te verwachten, het krijgen van een vast contract kost tijd en Oekraïners zijn hier nog niet zo lang. Een groot nadeel van de tijdelijke contracten is dat men niet kan rekenen op een vast aantal uren en daarmee een vast inkomen.
13
Figuur 18. Type dienstverband
20%
31%
0%
20%
31%
40%
16%
60%
Vast dienstverband Tijdelijk contract Anders, namelijk
80%
Figuur 19. Werktevredenheid: 1 = heel erg ontevreden – 10 = heel erg tevreden. 10 6,5
100%
Tijdelijk contract met uitzicht op een vast dienstverband Nul-uren contract / oproepcontract
Gemiddeld geven Oekraïners hun werktevredenheid een 6,5 uit 10 (figuur 19). Dit is lager dan de 7,3 die Oekraïners in het landelijk onderzoek gaven. Net zoals in het landelijke onderzoek, zijn Oekraïners met een hoger opleidingsniveau minder tevreden dan degene met een lager opleidingsniveau. Wat ook een rol speelt, is of het werk dat ze nu doen past bij hun opleidingsniveau. De meerderheid (63%) geeft aan te hoog opgeleid te zijn voor het werk dat ze nu doen. Oekraïners met een baan op niveau geven een hoger cijfer voor werktevredenheid dan gemiddeld.
6,5
4%
7,5
6,9
7,8 6,2
5,9
6,2
1
4 op de 5 Oekraïners geeft aan geen slechte omstandigheden te hebben ervaren. Van de Oekraïners die slechte arbeidsomstandigheden hebben ervaren, komt het vaakst voor dat ze zich niet vrij voelen om alles te zeggen wat ze denken (figuur 20). Daarna komt het vaakste voor dat men zonder contract of met een niet-dekkend contract werkt, en dat ze onderbetaald of zelfs niet betaald worden voor werk.
14
▪ ▪
Figuur 20. Slechte arbeidsomstandigheden Niet vrij voelen om alles te zeggen wat ik dacht Zonder contract/met niet-dekkend contract Onderbetaald of niet betaald voor werk Zeer lange werktijden Bedreigingen of geweld Geen pauzes of rusttijd Geen toegang tot water, voedsel of toilet
51% 30% 30% 21% 12% 9% 8%
*Er konden meerdere opties worden gekozen, waardoor het totaal groter is dan 100%.
De overgrote meerderheid van de Oekraïners verwacht binnen de komende 2 jaar een passende baan te hebben. Bijna iedereen hiervan verwacht dit in Nederland te vinden. Figuur 21. Verwacht u de komende 2 jaar een passende baan te hebben of vinden? 1% 67%
25%
6%
80%
100%
2% 0%
20% Ja, in Nederland
40%
60%
Ja, in Oekraïne (indien het veilig is)
Ja, elders
Misschien
Nee
We hebben gevraagd welk beroep men had in Oekraïne. De antwoorden hebben we ingedeeld in verschillende sectoren7 (figuur 22), om een beeld te krijgen van het (deels onbenutte) arbeidspotentieel. Figuur 22. Aantal Oekraïners dat werkzaam is geweest in verschillende arbeidssectoren Zakelijke en financiële dienstverlening Handel (o.a. verkoper, inkoper, kassamedewerker) Industrie (o.a. monteur, ingenieur) Cultuur, recreatie, overige diensten Onderwijs Bouwnijverheid Ondernemer Horeca Overheid (o.a. politie, defensie, ambtenaren) Zorg Informatie en communicatie Vervoer en opslag Landbouw en visserij Energievoorziening (o.a. kerncentrale) Waterbedrijven en afvalbeheer Verhuur en handel onroerend goed Delfstoffenwinning
7
71 61 38 36 33 31 27 22 21 20 19 19 10 6 1 1 0
Indeling naar voorbeeld van Werkgelegenheidsstructuur | CBS
15
6.2 Onderwijs In hoofdstuk 2.3 hebben we gezien dat 8% van de Oekraïners aangeeft scholier of student te zijn. Figuur 23 laat zien welke opleiding zij volgen. Ook Oekraïners die taalonderwijs volgen, zien zichzelf als scholier of student. In bijna alle gevallen was de toelichting bij ‘anders, namelijk’ het volgen van taalonderwijs. Figuur 23. Wat voor opleiding volgt u nu?
21%
0%
8%
8%
20%
33%
40%
31%
60%
80%
100%
Voortgezet onderwijs
Middelbaar beroepsonderwijs (mbo)
Hoger onderwijs: bachelor (hbo)
Hoger onderwijs: bachelor (wo)
Anders, namelijk
3% - oftewel 15 deelnemers - is een voortijdig schoolverlater (vsv). Een voortijdig schoolverlater is een jongere die tussen de 12 en 23 jaar is; niet staat ingeschreven op een school; geen startkwalificatie heeft (een diploma havo, vwo, mbo niveau 2 of hoger); en niet uit het praktijkonderwijs of het voortgezet speciaal onderwijs komt. In de leeftijdscategorie 16 – 24 gaat het om 1 op de 10 jongeren. We hebben vsv’ers gevraagd naar de reden(en) waarom ze geen onderwijs volgen, waarbij het vaakst is aangekruist dat ze een taalbarrière ervaren (figuur 24). Bijna iedereen verwacht de komende 2 jaar in Nederland naar school te gaan. Figuur 24. Voortijdig schoolverlaters - waarom geen onderwijs? Ik ervaar een taalbarrière waardoor ik geen opleiding kan volgen
4
Het volgen van een opleiding is te duur
2
Ik weet niet welke opleiding ik wil doen
2
Het lukt me niet om onderwijs te volgen vanwege mijn persoonlijke situatie
1
Ik wil liever werken
1
*Er konden meerdere opties worden gekozen.
Een belangrijke kanttekening bij deze resultaten is dat ze gebaseerd zijn op de antwoorden van een kleine groep van 15 deelnemers. Hierdoor zijn de uitkomsten mogelijk niet representatief voor alle Oekraïners in onze regio.
16
▪ ▪
De ouders met kinderen in de leeftijd 5 t/m 15 jaar hebben we gevraagd naar of hun kind(eren) onderwijs volgen en welk type onderwijs ze volgen. De meerderheid volgt regulier onderwijs (figuur 25). 9% ‘anders’ is voor het merendeel speciaal onderwijs en in sommige gevallen onderwijs in het buitenland. Slechts 1 kind volgt op dit moment helemaal geen onderwijs, met als reden dat dit kind ziek is. Figuur 25. Onderwijs kinderen 5 t/m 15 jaar anders; 9% geen onderwijs; 1% online onderwijs elders; 2%
onderwijs voor vluchtelingen; 22%
regulier onderwijs; 66%
6.3 Financiën 1 op de 10 Oekraïners in deze regio beschrijft hun huidige financiële situatie als slecht of zeer slecht (figuur 26). Dit aandeel is hoger onder de Oekraïners zonder betaald werk: dan is het ruim 1 op de 5. Figuur 26. Financiële situatie 80% 58% 60% 54%
60%
40%
31% 24% 18% 3% 4% 3%
Wil niet zeggen
3%
6%
10% 2%
Weet niet
4%
7% 1%
Zeer slecht Betaald werk
20% 8%
3%
Slecht
1% 1% 1%
Niet goed, niet slecht
Geen betaald werk
Goed
Totaal
Ter vergelijking, het landelijke beeld is dat 32% van de Oekraïners niet kan rondkomen en de Oekraïners zonder betaald werk het moeilijker hebben dan met betaald werk. De financiële situatie van Oekraïners is slechter dan dat van Nederlandse huishoudens, waarvan17% niet rondkomen, en positiever dan dat van Syrische statushouders, waarvan 42% niet kan rondkomen.
17
Zeer goed
0%
7. Gezondheid 7.1 Gezondheid Veel Oekraïners in onze regio ervaren een matige tot slechte gezondheid (figuur 27). Vrouwen geven vaker aan een slechte gezondheid te hebben dan mannen. De ervaren gezondheid daalt sterk met leeftijd (figuur 28). Dit komt overeen met de uitkomsten van het landelijke onderzoek. Zij maken daarbij de vergelijking met Nederlanders en met een andere vluchtelingengroep, de Syrische vluchtelingen. Wij hebben daar nog de Nederlanders in deze regio aan toegevoegd8 voor het complete beeld. Figuur 27. Aandeel dat aangeeft een matige of slechte gezondheid te hebben.
Oekraïners in deze regio
62%
Oekraïners in NL
58%
Nederlanders in deze regio
29%
Nederlandse bevolking
27%
Syrische vluchtelingen
39%
Figuur 28. Aandeel dat aangeeft een matige of slechte gezondheid te hebben per geslacht en per leeftijdscategorie.
94%
100% 80% 60%
57%
73%
65% 52%
55%
16-24 jaar
25-44 jaar
40% 20% 0% man
vrouw
45-64 jaar
65+ jaar
Er zijn verschillende verklaringen voor het hoge aandeel Oekraïners met een matige tot slechte gezondheid in vergelijking tot de Nederlandse bevolking. De (psychische) gezondheid van vluchtelingen is kwetsbaar, ze komen uit een oorlogssituatie naar een nieuw land waar ze een weg moeten vinden. De omstandigheden tijdens de vlucht zullen niet ideaal geweest zijn. Het is aannemelijk dat een aantal Oekraïners door de oorlog gewond is geraakt en/of gevlucht is omdat ze geen behandeling in Oekraïne konden krijgen.
7.2 Mentale gezondheid Naar voorbeeld van het landelijke onderzoek onder Oekraïners hebben we de psychische gezondheid gemeten door de vragen van de Mental Health Inventory-5 (MHI-5) op te nemen in de vragenlijst. De MHI-5 wordt vaak gebruikt om personen in te delen in 8
Afkomstig uit Gezondheidsmonitor Volwassenen - GGD Gelderland-Zuid
18
▪ ▪
psychisch gezond en ongezond. In onze regio is meer dan de helft van de Oekraïners psychisch ongezond (figuur 29), een groter aandeel dan de andere groepen ter vergelijking9. Opnieuw zijn vrouwen ongezonder dan mannen (figuur 30). In het landelijke onderzoek wordt toegelicht dat vrouwen een slechtere gezondheid ervaren in het algemeen, vaker psychisch ongezond zijn en vaker (heel) veel stress ervaren. We zagen geen verband tussen opleidingsniveau of leeftijdscategorie en psychische gezondheid. Figuur 29. Aandeel dat psychisch ongezond is (MHI-5) Oekraieners in deze regio
54%
Oekraïeners in NL
45%
Nederlanders in deze regio
21%
Nederlandse bevolking
15%
Syrische vluchtelingen
39%
Figuur 30. Aandeel dat psychisch ongezond is (MHI-5) - geslacht. 60%
49%
57%
40% 20% 0% man
vrouw
7.3 Welzijn We hebben Oekraïners gevraagd hoe gelukkig zij zich voelen in het algemeen, op een schaal van 1 tot 10 waarbij 1 betekent dat men heel erg ongelukkig is en 10 heel erg gelukkig. In lijn met de vorige uitkomsten ligt het gemiddelde geluks-cijfer van Oekraïners lager dan dat van andere Nederlanders en Nijmegenaren (figuur 31). Figuur 31. Cijfer voor geluk - gemiddeld en per leeftijdscategorie. 10 7,6 6,4
6,5
6,4
6,4
7,6
7,4
5,8
1
9
Percentage voor de regio komt uit de GGD gezondheidsmonitor, waarbij ‘heeft psychische klachten (mild tot ernstig)’ is gezien als psychisch ongezond.
19
Een soorgelijke vraag hebben we gesteld aan Oekraïense ouders van kinderen in de leeftijd 5 t/m 15 jaar, namelijk of ze voor hun kind(eren) willen aageven hoe gelukkig zij zich meestal voelen. In plaats van een cijfer kon men aangeven of hun kind zich heel verdrietig tot heel blij voelt. Op basis van de antwoorden zien we dat Oekraïense kinderen in de regio zich minder gelukkig voelen dan andere kinderen uit de regio 10 (figuur 32). Ze zijn veel minder vaak ‘heel blij’ en vaker ‘verdrietig’ of ‘neutraal’. Zowel de Oekraïense kinderen als alle kinderen uit de regio zijn niet ‘heel verdrietig’, maar overwegend ‘blij’. Figuur 32. Geluk Oekraïense kinderen. 0% Oekraïense kinderen
5%
20%
40%
60%
17%
80%
100%
78%
1%
1%
GGD Kindermonitor 2021
37%
59%
3% heel verdrietig
verdrietig
neutraal
blij
heel blij
7.4 Zorggebruik Het zorggebruik van Oekraïners in deze regio is vergelijkbaar met het landelijk beeld: het ligt relatief laag, ondanks de relatief slechte (mentale) gezondheid (figuur 33).
Huisarts
Specialist in het ziekenhuis
Psycholoog of psychiater
Figuur 33. Zorggebruik
Oekraïners in deze regio
6%
Oekraïners in NL
6%
Nederlanders Syrische vluchtelingen
11% 9%
Oekraïners in deze regio
48%
Oekraïners in NL
40%
Nederlanders
43%
Syrische vluchtelingen
42%
Oekraïners in deze regio
58%
Oekraïners in NL
56%
Nederlanders
69%
Syrische vluchtelingen
75%
Tandarts
Oekraïners in deze regio
60%
Oekraïners in NL
41%
Nederlanders
81%
Syrische vluchtelingen
10
74%
GGD Kindermonitor 2021
20
▪ ▪
In vergelijking met het landelijke onderzoek zijn meer Oekraïners uit onze regio naar de tandarts en het ziekenhuis geweest. Het contact met een medisch specialist in het ziekenhuis verschilt niet wezenlijk van de algemene bevolking. Ter verdieping hebben we gekeken naar het zorggebruik van Oekraïners die psychisch ongezond zijn. Slechts 8% van hen heeft contact gehad met een psycholoog of psychiater. Ter aanvulling hebben we bij de deelnemende gemeenten cijfers opgevraagd over het aantal Oekraïners dat gebruik heeft gemaakt van maatschappelijk werk (MW)11. In totaal gaat het om 236 Oekraïners, omgerekend 17% van de Oekraïners van 16 jaar en ouder. Er zijn verschillen te zien tussen de gemeenten, zie tabel 2. Tabel 2. Gebruik van maatschappelijk werk (MW)
Aantal Oekraïners
12
Aantal trajecten MW
Aandeel Oekraïners dat MW heeft gebruikt
Beuningen
179
13
7%
Druten
148
18
12%
Heumen
61
1
2%
Nijmegen
759
181
24%
Wijchen
235
23
10%
Totaal
1382
236
17%
Het landelijke onderzoek noemt verschillende verklaringen voor het relatief lage zorggebruik (m.u.v. medisch specialist in het ziekenhuis): Oekraïners zijn gewend om direct contact op te nemen met een specialist en niet met de huisarts; de psychische gezondheid in Oekraïne is relatief laag en er rusten stigma’s op; onbekendheid met het Nederlandse zorgsysteem; taalbarrières; en capaciteitsproblemen in de zorg.
11
Deze cijfers geven een beeld maar er kunnen geen harde conclusies uit getrokken worden doordat we de kwaliteit is van de data niet kunnen garanderen. Dit komt doordat we afhankelijk zijn van de data die gemeenten aanleverden en er mogelijk verschillen zijn tussen gemeenten in hun registratie van maatschappelijk werk. 12 Dit zijn de aantallen Oekraïners die zijn uitgenodigd om mee te doen aan het vragenlijstonderzoek, oftewel de doelgroep Oekraïners van 16 jaar en ouder.
21
8. Sociale contacten, taal en ondersteuning 8.1 Sociale contacten Ruim 3 op de 10 Oekraïners heeft dagelijks contact met Nederlanders, een kwart elke week. Bijna 1 op de 5 geeft aan nooit contact te hebben met Nederlanders. Dit komt redelijk overeen met het landelijke beeld, waarbij 57% van de Oekraïners wekelijks of vaker contact heeft met Nederlanders en 20% nooit of minder dan een paar keer per jaar. Ze maken de vergelijking met Syrische vluchtelingen kort na aankomst, waarbij Oekraïners iets minder frequente contacten hebben met Nederlanders en veel meer contacten binnen de eigen groep. We zien dat de contactfrequentie afneemt als de leeftijd toeneemt: van de 16 – 24 jarigen in onze regio heeft 41% iedere dag contact met een Nederlander, van de 65+ slechts 15%. We hebben gevraagd of Oekraïners vinden dat ze voldoende contact hebben met Nederlanders. Ruim de helft vindt dat ze te weinig contact hebben, een kwart vindt dat ze voldoende contact hebben maar zouden meer contacten willen. De rest heeft voldoende contacten en vindt het goed zo. We hebben de behoefte aan contact met Nederlanders afgezet tegen hoeveel contact ze al met Nederlanders hebben (figuur 34). De Oekraïners die nooit contact hebben met Nederlanders, hebben de grootste behoefte aan meer contacten.
Dit komt redelijk overeen met het landelijke beeld, waarbij bijna 62% van de Oekraïners meer contact zou willen en dit vooral geldt voor de mensen die nu nog weinig contact hebben met Nederlanders. Figuur 34. Voldoende contact met Nederlanders x huidige contactfrequentie (elke dag – nooit) 0%
20%
Elke dag Elke week
40%
45% 15%
7%
35%
30%
100% 16%
51% 81%
21%
Minder dan één keer per jaar
80%
38%
Elke maand 2% 18% Een paar keer per jaar
60%
71% 4%
65%
Nooit 3%5%
92%
Ja, zeker Ja, maar ik zou wel wat meer contacten willen Nee, ik vind dat ik te weinig contacten heb
8.2 Taal Oekraïners in onze regio geven zichzelf gemiddeld een 2,5 (op een schaal van 1 tot 10) voor hun Nederlandse taalvaardigheid. Dit is iets hoger dan het landelijke gemiddelde van 2,2. Ouderen geven zichzelf een lager cijfer (figuur 35).
22
▪ ▪
Figuur35. Gemiddeld cijfer Nederlandse taal per leeftijdscategorie
6
2,5
3,1
2,6
2,1
1,2
gemiddeld
16-24 jaar
25-44 jaar
45-64 jaar
65+ jaar
1
In het landelijke onderzoek vonden ze dat Oekraïners met basisonderwijs zichzelf een hoger taalcijfer geven dan andere opleidingen. Hun verklaring was dat hoog opgeleide Oekraïners goed Engels spreken en daarom minder investeren in het leren van Nederlands.
8.3 Ondersteuningsbehoefte De Oekraïners in onze regio hebben het meeste behoefte aan ondersteuning bij het leren van Nederlands (figuur 36). Ook hulp bij het zoeken naar huisvesting en toegang tot gezondheidszorg staan in de top 3. Dit sluit aan bij de resultaten die we eerder hebben gepresenteerd: het lage taalcijfer, de ontevredenheid over gemeentelijke opvang en de slechte (mentale) gezondheid. Figuur 36. Ontvangen ondersteuning versus ondersteuningsbehoefte. Ondersteuningsbehoefte
Ontvangen ondersteuning
Leren van Nederlands of iemand vinden die mij Nederlands kan leren
43%
Zoeken naar huisvesting
55% 52%
14%
51% 54%
Toegang tot gezondheidszorg 37% 34%
Het vinden van een baan Ontvangen of vinden van juridisch advies
23%
8%
Hulp bij bureaucratische zaken (bijv. hulp bij het regelen van leefgeld of erkennen van diploma)
20% 16%
Vinden van onderwijs voor mijzelf
19%
6%
Het opdoen van sociale contacten
15%
8%
13% 12%
Financiële steun (exclusief leefgeld) Vinden van kinderopvang of onderwijs voor mijn (kind)eren
9%
Op de kinderen passen
1%
13%
5%
4% 3%
Opvoeding en/of zorg voor kinderen 0%
10%
23
20%
30%
40%
50%
60%
De grootste verschillen in ondersteuningsbehoefte en ontvangen ondersteuning zijn op het gebied van huisvesting, juridisch advies en onderwijs. We hebben geen verschillen gevonden in ondersteuningsbehoefte en ontvangen ondersteuning op basis van verblijfsduur en woonsituatie. Dit kan er ook mee te maken hebben dat het merendeel hier lang is en in een gemeentelijke opvanglocatie woont. Daarmee zijn de overige groepen te klein om verschillen zichtbaar te maken.
24
▪ ▪