Rapport Notitie Reikwijdte en Detailniveau MER Winkelsteeg Nijmegen
Tekst van het document
RAPPORT Notitie Reikwijdte en Detailniveau: MER Winkelsteeg Nijmegen
Klant:
Gemeente Nijmegen
Referentie: BI3946T&PRP2112081448 Versie:
0.3/Concept
Datum:
20 januari 2022
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
20 januari 2022
NRD WINKELSTEEG NIJMEGEN
BI3946T&PRP2112081448
1
Laan 1914 no.35 3818 EX AMERSFOORT Netherlands Transport & Planning Trade register number: 56515154 T F E W
+31 88 348 20 00 +31 33 463 36 52 info@rhdhv.com royalhaskoningdhv.com
Titel document: Notitie Reikwijdte en Detailniveau: MER Winkelsteeg Nijmegen
Referentie: BI3946T&PRP2112081448 Versie: 0.3/Concept Datum: 20 januari 2022 Projectnaam: Projectnummer: BI3946 Auteur(s): Mark Huuskes, Niels Barten
Opgesteld door: Mark Huuskes, Niels Barten Gecontroleerd door: Mark Groen Datum/Initialen: Goedgekeurd door: Thijs de Bruin Datum/Initialen:
Classificatie Projectgerelateerd
Disclaimer No part of these specifications/printed matter may be reproduced and/or published by print, photocopy, microfilm or by any other means, without the prior written permission of HaskoningDHV Nederland B.V.; nor may they be used, without such permission, for any purposes other than that for which they were produced. HaskoningDHV Nederland B.V. accepts no responsibility or liability for these specifications/printed matter to any party other than the persons by whom it was commissioned and as concluded under that Appointment. The integrated QHSE management system of HaskoningDHV Nederland B.V. has been certified in accordance with ISO 9001:2015, ISO 14001:2015 and OHSAS 18001:2007. 20 januari 2022
NRD WINKELSTEEG NIJMEGEN
BI3946T&PRP2112081448
2
Inhoud 1
Inleiding
5
1.1
Aanleiding gebiedsontwikkeling Winkelsteeg Nijmegen
5
1.2
Leeswijzer
5
2
Een m.e.r. bij Winkelsteeg
6
2.1
Doel van de m.e.r.
6
2.2
Toelichting m.e.r-plicht
6
2.3
Notitie Reikwijdte en Detailniveau
7
3
Ontwikkeling Winkelsteeg
8
3.1
Analyse gebied in het kort
8
3.2
Achtergrond gebiedsontwikkeling Winkelsteeg
8
3.3
Voorgenomen ontwikkelprogramma Winkelsteeg
10
4
Alternatieven in het MER
13
4.1
Inleiding
13
4.2
Referentiesituatie: autonome ontwikkeling
13
4.3
Invulling planologische mogelijkheden vigerend bestemmingsplan
14
4.4
Basisalternatief: Ontwikkelprogramma
14
4.5
Effectvergelijking alternatieven en ontwikkeling varianten
15
5
Aanpak milieuonderzoeken
16
5.1
Wettelijke kaders en beleidskaders Winkelsteeg
16
5.2
Beoordelingsmethodiek
17
5.3
Onderzoeksthema’s
17
6
De m.e.r.-procedure
23
6.1
Toelichting m.e.r.-procedure
23
6.2
Inhoudelijke eisen aan het MER
24
20 januari 2022
NRD WINKELSTEEG NIJMEGEN
BI3946T&PRP2112081448
3
20 januari 2022
NRD WINKELSTEEG NIJMEGEN
BI3946T&PRP2112081448
4
Figuur 1. Schetsmatig/indicatief plangebied Winkelsteeg (bron: gemeente Nijmegen)
1
Inleiding
1.1
Aanleiding gebiedsontwikkeling Winkelsteeg Nijmegen
Aanleiding Op 28 oktober 2020 heeft de raad de Nijmeegse Omgevingsvisie vastgesteld. In deze visie is de (her)ontwikkeling van de Kanaalzone-Zuid, inclusief Winkelsteeg, opgenomen. Als uitwerking daarvan heeft het college op 1 juni 2021, na een wensen- en bedenkingenprocedure, het Ambitiedocument Kanaalzone-Zuid en ook de Ontwikkelvisie Winkelsteeg vastgesteld. Op 24 november 2021 heeft de raad de kaders voor Winkelsteeg vastgesteld, te weten de planexploitatie, het ruimtelijk raamwerk, de ontwikkeldoelen en -principes (zoals opgenomen in de Ontwikkelvisie Winkelsteeg). Binnen deze kaders werkt het college aan de ontwikkeling van Winkelsteeg. De ontwikkeling Winkelsteeg betreft het transformeren en intensiveren van het gebied, ongeveer 195 hectare, met woningen, bedrijven en voorzieningen. Het voorgenomen ontwikkelprogramma betreft circa 4.100 woningen en circa 260.000 m2 bruto vloeroppervlak (bvo) aan bedrijven en voorzieningen Een deel van dit programma wordt ingevuld binnen de bestaande bestemming bedrijventerrein. Om de ontwikkeling Winkelsteeg planologisch mogelijk te maken is het nodig om een m.e.r.-procedure te volgen, om milieu een volwaardige plaats te kunnen geven binnen de toekomstige bestuurlijke besluitvorming. In dat kader is deze ‘Notitie Reikwijdte en Detailniveau MER Winkelsteeg’ (NRD) opgesteld.
Bij de NRD gaat het om het bepalen van de reikwijdte en het detailniveau van het op te stellen milieueffectrapport (MER), oftewel de onderzoeksafbakening.
1.2
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 volgt een toelichting op de m.e.r.-plicht. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van de voorgenomen ontwikkelingen binnen het gebied Winkelsteeg. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op alternatieven/varianten. Een vast onderdeel van het MER, is de toetsing en vergelijking van deze alternatieven. Hoofdstuk 5 gaat in op het beoordelingskader en de beoordelingsmethodiek, op basis waarvan de alternatieven worden bekeken. Het laatste hoofdstuk 6 geeft inzicht in de procedure en planning, gericht op de stappen tussen het opleveren van de NRD tot en met de vaststelling van het MER en de onderdelen die daaraan ten grondslag liggen.
20 januari 2022
NRD WINKELSTEEG NIJMEGEN
BI3946T&PRP2112081448
5
2
Een m.e.r. bij Winkelsteeg
m.e.r en MER In deze Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) wordt zowel de term m.e.r als MER genoemd. Er zit verschil in definitie van deze termen: De milieueffectrapportage (afkorting m.e.r.) is een procedure die de milieueffecten van een plan in beeld brengt voordat de overheid daar een besluit over neemt. De onderzoeksresultaten van de m.e.r worden gepubliceerd in het milieueffectrapport (afkorting MER).
2.1
Doel van de m.e.r.
Een m.e.r. heeft als doel om het milieu een volwaardige plaats te geven binnen de bestuurlijke besluitvorming. Het milieuonderzoek dat wordt uitgevoerd levert informatie over de milieugevolgen van het voornemen. Op basis hiervan kunnen vanuit het milieuperspectief kansen en risico’s worden benoemd voor de verdere invulling van het ontwikkelprogramma. Deze informatie wordt gebruikt in de vervolgbesluiten, zoals bestemmingsplanwijzigingen.
2.2
Toelichting m.e.r-plicht
Wanneer is een activiteit m.e.r.-(beoordelings)plichtig? Volgens de Wet milieubeheer (Wm) zijn bepaalde plannen (zoals bestemmingsplannen) en besluiten (zoals omgevingsvergunningen) met mogelijke gevolgen voor het milieu m.e.r.-plichtig of m.e.r.beoordelingsplichtig. Het vaststellen of een plan/project al dan niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig is, is via de Wet milieubeheer geregeld in het Besluit m.e.r. In het Besluit m.e.r. zijn definities en drempelwaarden vastgelegd, waaruit opgemaakt kan worden of een activiteit m.e.r.-(beoordelings)plichtig is. M.e.r.-plicht Winkelsteeg Het ontwikkelen van Winkelsteeg is m.e.r-plichtig. Bij de Omgevingsvisie, waarin de ontwikkeling Winkelsteeg is opgenomen, is reeds een MER (omgevingseffectrapportage: OER) opgesteld. Gelet op de omvang van deze (stedelijke) ontwikkeling is het nodig om in aanvulling daarop en vooruitlopend op de planologische besluiten (bestemmingsplannen en/of omgevingsplannen) een volgende (zogenaamde uitgebreide) m.e.r.-procedure te doorlopen en een milieueffectrapport (MER) op te stellen. Het voornemen overschrijdt namelijk de drempelwaarden van categorie D 11.2 uit de bijlage bij het Besluit m.e.r.: ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.
In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: Een oppervlakte van 100 hectare of meer Een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of Een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer’
20 januari 2022
NRD WINKELSTEEG NIJMEGEN
BI3946T&PRP2112081448
6
Voor de ontwikkeling zijn wijzigingen van het planologisch kader nodig: (mogelijk kaderstellende) wijzigingen van het bestemmingsplan c.q. omgevingsplan. Op grond van de huidige bestemmingsplannen heeft Winkelsteeg voornamelijk een bedrijventerreinbestemming en kan een breed scala aan bedrijvigheid in het gebied worden gerealiseerd. Wonen en voorzieningen zijn niet of beperkt mogelijk. NB. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet gaat het niet langer om wijzigingen van het bestemmingsplan, maar om wijzigingen van het omgevingsplan. In deze notitie wordt voor het gemak gesproken over bestemmingsplannen. Het op te stellen MER heeft betrekking op het gehele plangebied en het gehele ontwikkelprogramma. Dit terwijl de te nemen (vervolg)besluiten (bestemmingsplanwijzigingen en omgevingsvergunningen) veelal betrekking zullen hebben op een deelgebied van Winkelsteeg. Het MER geeft voorafgaand aan deze besluiten inzicht in de gecumuleerde milieugevolgen van de totale gebiedsontwikkeling en vormt daarmee een belangrijke basis voor de onderbouwing van de verschillende te nemen besluiten. Passende beoordeling Wet natuurbescherming Mogelijk zijn de te nemen planologische besluiten voor Winkelsteeg ook plan-m.e.r.-plichtig op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb).
Dit is het geval wanneer uit het onderzoek (een zogenaamde voortoets) blijkt dat negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden niet met zekerheid op voorhand zijn uit te sluiten, waardoor nader onderzoek, een zogenaamde passende beoordeling, is vereist. M.e.r.-plicht onder de Omgevingswet In de Omgevingswet is gekozen voor een algemene omschrijving van de plan-m.e.r.-plichtige plannen en programma’s in plaats van de huidige limitatieve lijst met plannen (kolom 3, bijlage Besluit m.e.r.). Wel is het omgevingsplan benoemd als in ieder geval in principe plan-m.e.r.-plichtig onder de Omgevingswet. Onder de Omgevingswet zijn de m.e.r.-beoordelingsplichtige projecten en -besluiten benoemd in bijlage V van het Omgevingsbesluit, zoals J10 industrieterreinen en J11 stedelijke ontwikkelingsprojecten, waaronder dus ook Winkelsteeg.
2.3
Notitie Reikwijdte en Detailniveau
Voor de (uitgebreide) m.e.r.-procedure is kennisgeving/publicatie van de start van de m.e.r.-procedure met (vormvrije) reactiemogelijkheid vereist en ook raadpleging van andere bestuursorganen over de reikwijdte en het detailniveau van het op te stellen milieueffectrapport (MER). In dat kader kan een NRD worden opgesteld. Bij de NRD gaat het om het bepalen van de reikwijdte en het detailniveau van het op te stellen MER, oftewel de onderzoeksafbakening. De NRD en de reacties op de NRD zijn bouwstenen voor het op te stellen MER. Een NRD is bedoeld om betrokkenen te informeren over het uit te voeren milieuonderzoek en de gelegenheid te geven een reactie in te dienen over dat onderzoek. Waarop moet het onderzoek zich vooral gaan richten, wat is minder belangrijk, en wat kan zelfs helemaal buiten beschouwing blijven? ‘Reikwijdte' staat voor de onderwerpen die het MER moet gaan bestrijken: welke alternatieven of varianten moeten onderzocht worden en welke milieuaspecten zijn relevant in dit onderzoek? Bij ‘detailniveau' draait het om de vraag hoe uitgebreid en op welk schaalniveau de verschillende milieuaspecten onderzocht moeten worden en op welke manier dat onderzoek moet worden uitgevoerd.
20 januari 2022
NRD WINKELSTEEG NIJMEGEN
BI3946T&PRP2112081448
7
3
Ontwikkeling Winkelsteeg
3.1
Analyse gebied in het kort
Winkelsteeg bestaat momenteel voor een groot gedeelte uit een bedrijventerrein met een divers karakter door een combinatie van veel verschillende soorten bedrijven, maatschappelijke instellingen en voorzieningen. Winkelsteeg heeft een oppervlakte van ongeveer 195 hectare dat centraal in Nijmegen ligt. Grote delen van het gebied zijn nog onbebouwd. In het gebied zijn verschillende bedrijven actief, variërend in maat (van groot tot klein) en sector. Er zijn ook maatschappelijke- en dienstverlenende functies gevestigd, waaronder een tbs-kliniek, een begraafplaats en diverse zorginstellingen. Verder bevinden zich verschillende sportclubs in het gebied, waaronder een beachvolleybalvereniging, een kanovereniging en een voetbalclub. In en rondom Winkelsteeg is de nodige infrastructuur aanwezig: de Graafseweg en de S100Neerbosscheweg vormen belangrijke ontsluitingswegen van Nijmegen. De Nieuwe Dukenburgseweg fungeert als belangrijke verbindingsweg tussen het stadsdeel Dukenburg met andere delen van de stad. Hierdoor is de auto dominant in het gebied aanwezig. Het langzaam verkeersnetwerk loopt nu voornamelijk langs de hoofdinfrastructuur.
3.2
Achtergrond gebiedsontwikkeling Winkelsteeg
Op 28 oktober 2020 heeft de raad de Nijmeegse Omgevingsvisie vastgesteld. In deze visie is de (her)ontwikkeling van de Kanaalzone-Zuid, inclusief Winkelsteeg, opgenomen. Als uitwerking daarvan heeft het college op 1 juni 2021 het Ambitiedocument Kanaalzone-Zuid en ook de Ontwikkelvisie Winkelsteeg vastgesteld. Op 24 november 2021 heeft de raad de kaders voor Winkelsteeg vastgesteld, te weten de planexploitatie, het ruimtelijk raamwerk, de ontwikkeldoelen en -principes (zoals opgenomen in de Ontwikkelvisie Winkelsteeg). Binnen deze kaders werkt het college aan de ontwikkeling van de Winkelsteeg. Ontwikkeldoelen en -principes Winkelsteeg De vastgestelde ontwikkeldoelen luiden als volgt: 1. Winkelsteeg draagt bij aan duurzame economische groei en toevoeging van werkgelegenheid; 2. Winkelsteeg draagt bij aan het realiseren van een divers(er) woonmilieu in de KanaalzoneZuid; 3. Winkelsteeg speelt een sleutelrol in het verbinden van de oostelijke en westelijke kanaaloever, het verkleint de gevoelde/beleefde afstand tussen de stadsdelen aan weerszijden.
Figuur 2. Overzicht ontwikkeldoelen en -principes Winkelsteeg (bron: gemeente Nijmegen)
20 januari 2022
NRD WINKELSTEEG NIJMEGEN
BI3946T&PRP2112081448
8
De 8 vastgestelde ontwikkelprincipes zijn hierna samengevat weergegeven: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Werk-woongebied Ankerpunten in het gebied Robuust groen-blauw netwerk: groen Robuust groen-blauw netwerk: water Winkelsteeg als verbinder Omarmen van het kanaal Netwerk voor mensen Ruimte voor sporten en bewegen
Deze ontwikkelprincipes vormen samen een ruimtelijk kader voor de ontwikkeling van Winkelsteeg, waarbinnen er flexibiliteit is voor verdere uitwerkingen of aanpassingen n.a.v. gewijzigde inzichten na verloop van tijd. Ruimtelijk raamwerk Het ruimtelijk raamwerk geeft vorm aan de ambities en doelstellingen, op het gebied van mobiliteit, groen, water, natuur/ecologie, wonen en economie. Het vormt daarmee mede het kader voor de ruimtelijke ontwikkelingen in Winkelsteeg. De navolgende kaart is een vertaling van de verschillende ‘ingrediënten’ die samen het ruimtelijk raamwerk vormen. Ontwikkelvisie In de Ontwikkelvisie is een eerste uitwerking passend binnen de vastgestelde kaders opgenomen voor de verschillende deelgebieden. De Ontwikkelvisie geeft geen blauwdruk, maar geeft de ambities en ontwikkelingsprincipes voor de verdere ontwikkeling weer en bevat schetsen en beelden over hoe de inrichting van het gebied er uiteindelijk uit kan komen te zien. Deze zijn bedoeld als voorbeeld ‘zo zou het kunnen worden’, en niet als beschrijving van hoe ‘het moet/zal gaan worden’.
20 januari 2022
NRD WINKELSTEEG NIJMEGEN
BI3946T&PRP2112081448
9
3.3
Voorgenomen ontwikkelprogramma Winkelsteeg
Gelet op de vastgestelde kaders wordt uitgegaan van het hierna beschreven voorgenomen ontwikkelprogramma Winkelsteeg voor de verschillende deelgebieden. De ontwikkeling Winkelsteeg betreft kortgezegd het transformeren en intensiveren van het gebied, ongeveer 195 hectare, met woningen, bedrijven en voorzieningen, met een voorgenomen ontwikkelprogramma van 4.100 woningen en 260.000 m2 bvo aan bedrijven en voorzieningen. Dit betreft het bruto programma exclusief sloop en onttrekkingen.Een deel van dit programma wordt ingevuld binnen de bestaande bestemming bedrijventerrein. Daarnaast betreft het ook gestapelde bouw. Voor de volledigheid wordt hierbij opgemerkt dat het bij de bedrijven gaat om twee type doelgroepen/werksporen, namelijk: spoor1. health & high tech en spoor 2. kleinschalige stadsdistributie, light industry en consumentverzorgende dienstverlening. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar de Ontwikkelvisie.
Tabel 1. Overzicht voorgenomen ontwikkelprogramma Winkelsteeg (bron: gemeente Nijmegen)
Deelgebied
Woningen (aantal)
1. Stationsomgeving 2. Kanaalknoop 3. Levensader 4. Kanaalfront 5. Makersindustrie 6. Stedelijk Landgoed 7. Park Winkelsteeg Totaal
1.100 1.500 700 0 0 800 0 4.100
Bedrijven en voorzieningen (m2 bvo) 49.000 34.000 117.000 28.000 17.000 14.000 0 260.000
De voorlopige deelgebieden zijn schetsmatig/indicatief aangeduid op de afbeelding op de hiernavolgende pagina’s
20 januari 2022
NRD WINKELSTEEG NIJMEGEN
BI3946T&PRP2112081448
10
Figuur 3. Ruimtelijk Raamwerk Winkelsteeg (Bron: Ontwikkelsvise Winkelsteeg 2030) gemeente Nijmegen),
20 januari 2022
NRD WINKELSTEEG NIJMEGEN
BI3946T&PRP2112081448
11
Figuur 4. Overzicht deelgebieden Winkelsteeg (bron: Ontwikklevisie Winkelsteeg 2030, gemeente Nijmegen)
20 januari 2022
NRD WINKELSTEEG NIJMEGEN
BI3946T&PRP2112081448
12
4
Alternatieven in het MER
4.1
Inleiding
In een MER moeten, naast de voorgenomen activiteit, ook de redelijkerwijs in beschouwing te nemen alternatieven worden onderzocht. Er dient ook een vergelijking te worden gemaakt tussen de mogelijke milieugevolgen bij de autonome ontwikkeling en die bij de voorgenomen activiteit en bij mogelijke alternatieven. De (locatie)keuze om in Winkelsteeg ruimte te bieden voor nieuwe woningen en extra werkgelegenheid is gemaakt in het kader van de Omgevingsvisie. De gevolgen van de in de Omgevingsvisie gemaakte keuzen zijn beschreven in het MER voor de Omgevingsvisie (Omgevingseffectrapportage, OER). De Omgevingsvisie constateert dat Nijmegen tot 2040 blijft groeien in aantal inwoners, werknemers en bezoekers. Een belangrijk uitgangspunt van de Omgevingsvisie is het streven om die toekomstige groei te accommoderen binnen de bestaande grenzen van de stad. Zo blijft het aantrekkelijke landschap rondom de stad behouden en helpt die keuze het draagvlak voor voorzieningen in stand te houden. In de Omgevingsvisie is gekozen voor een compacte, dynamische stad met de nadruk op verdichting, functiemenging en transformatie van bestaande gebieden. Hierbij is Winkelsteeg aangemerkt als een gebied waar er mogelijkheden zijn voor een gemengd stedelijk milieu, rekening houdend met de perspectieven en ontwikkelmogelijkheden van bestaande en toekomstige bedrijvigheid.
Het onderzoek naar de milieugevolgen van de voorgenomen ontwikkeling en eventueel redelijkerwijs in beschouwing te nemen alternatieven, zal zich daarom focussen op de invulling van het gebied Winkelsteeg. Bij de beschrijving van de mogelijke effecten voor een aantal milieuthema’s zal er soms sprake zijn van een groter beïnvloedingsgebied dan het plangebied Winkelsteeg, omdat effecten buiten het plangebied kunnen optreden. Andersom kunnen ontwikkelingen buiten het plangebied milieugevolgen hebben in het plangebied. Dit verschilt per milieuthema. In het MER wordt bij de uitwerking van alternatieven en bij het beschrijven van de milieueffecten onderscheid gemaakt in het plangebied en in het studiegebied. De omvang van het studiegebied verschilt per milieuthema en is gelijk aan of ruimer dan het plangebied. Het plangebied is beschreven in hoofdstuk 3. Het studiegebied wordt per milieuthema uitgewerkt in het MER.
4.2
Referentiesituatie: autonome ontwikkeling
In een MER worden de effecten van de voorgenomen ontwikkeling van Winkelsteeg (zoals in hoofdstuk 3 beschreven) vergeleken met de referentiesituatie. Dat is de situatie die in de toekomst zal ontstaan als de voorgenomen ontwikkeling (het ontwikkelprogramma Winkelsteeg) niet wordt gerealiseerd. De referentiesituatie is gebaseerd op de bestaande situatie van het milieu, samen met de gevolgen van de zogenaamde autonome ontwikkelingen in- en rondom het plangebied. De referentiesituatie gaat ervan uit dat vastgesteld overheidsbeleid (en de gevolgen daarvan) zal worden gerealiseerd. Het beschrijven van de referentiesituatie vraagt dus om een analyse van de vraag hoe het plan- en studiegebied er in de toekomst uit zal zien bij ongewijzigd beleid. Omdat er een verschil kan zitten in de vergunde situatie en de planologisch mogelijke situatie, wordt in eerste instantie uitgegaan van de
20 januari 2022
NRD WINKELSTEEG NIJMEGEN
BI3946T&PRP2112081448
13
feitelijke, bestaande toestand en concrete ontwikkelingen die nog niet zijn gerealiseerd, maar waarover wel al besluiten zijn genomen. Besluiten zoals omgevingsvergunningen voor uitbreiding van bedrijven of nieuwe functies in het plangebied. Ook wordt rekening gehouden met generieke (plan-overschrijdende) ontwikkelingen die van belang zijn voor de te verwachten milieueffecten, zoals vigerende milieuregels die randvoorwaarden stellen aan de milieueffecten van bedrijven. Daarnaast wordt er rekening gehouden met de verwachte autonome ontwikkeling van het verkeer in het plangebied en het studiegebied en de aan het verkeer gerelateerde emissies en immissies (met name geluid en luchtkwaliteit). Ook zal er rekening worden gehouden met vastgestelde ontwikkelingen in het studiegebied die van invloed zijn op de milieugevolgen en milieugebruiksruimte in het plangebied. De uitgangspunten die hiervoor worden gehanteerd worden in het MER onderbouwd. De beschrijving van de referentiesituatie wordt gedaan vanuit dezelfde onderzoeksthema’s zoals die worden gehanteerd voor de beschrijving van de voorgenomen activiteiten en de eventuele alternatieven.
Omdat voor de bestaande ondernemers, werknemers, inwoners en bezoekers van het gebied niet alleen een vergelijking van de milieueffecten van het plan met de milieueffecten op basis van de verwachte autonome ontwikkeling (een prognose van de situatie over circa 20 jaar) van belang is, zal er in het MER expliciet worden ingegaan op de onderverdeling c.q. opbouw van de referentiesituatie, te weten de bestaande situatie (2022) aangevuld met concrete vastgestelde ontwikkelingen die op de korte termijn zullen worden gerealiseerd (tussen nu en 2025). De verwachte autonome ontwikkeling, op basis van toekomstige ontwikkelingen buiten het plangebied en generieke ontwikkelingen (met een horizon van circa 20 jaar)
4.3
Invulling planologische mogelijkheden vigerend bestemmingsplan
De planologische mogelijkheden (zoals die zijn aangegeven in het bestemmingsplan Goffert-Winkelsteeg 2017 en Nijmegen Zuid 2017) zijn niet overal ingevuld. Het invullen van de (maximaal) toegestane planologische ontwikkeling is geen onderdeel van de referentiesituatie (zie o.a. “referentiesituatie in MER voor bestemmingsplannen”, Commissie m.e.r.). Daarom wordt de ontwikkeling van Winkelsteeg op basis van de planologische mogelijkheden in deze vigerende bestemmingsplannen uitgewerkt als alternatief. Ook weer rekening houdend met generieke ontwikkelingen en geldende randvoorwaarden die van belang zijn voor de te verwachten milieueffecten en de milieugebruiksruimte. En rekening houdend met de autonome ontwikkelingen buiten het plangebied. Bij de invulling van de nog niet benutte ruimte van de vigerende bestemmingsplannen wordt een relatie gelegd met een deel van het ontwikkelprogramma voor Winkelsteeg (ontwikkeling van bedrijven en voorzieningen). Het toevoegen van woningen is niet of slechts zeer beperkt mogelijk op basis van de vigerende bestemmingsplannen.
4.4
Basisalternatief: Ontwikkelprogramma
De ontwikkeling Winkelsteeg betreft het transformeren en intensiveren van het gebied, ongeveer 195 hectare, met woningen, bedrijven en voorzieningen, met een voorgenomen ontwikkelprogramma van circa 4.100 woningen en circa260.000 m2 bvo aan bedrijven en voorzieningen (zoals in hoofdstuk 3 beschreven). In het basisalternatief worden de milieueffecten van het voorlopig voorgenomen ontwikkelprogramma in beeld gebracht. De planhorizon is 20 jaar. Onderdeel van het basisalternatief is dus een voorgenomen verandering van de planologische mogelijkheden (nu vastgelegd in het bestemmingsplan Goffert-Winkelsteeg 2017 en Nijmegen Zuid 2017), conform het beschreven ontwikkelprogramma. Net als in de referentiesituatie, wordt hierbij rekening gehouden met generieke ontwikkelingen en geldende randvoorwaarden die van belang zijn voor de te
20 januari 2022
NRD WINKELSTEEG NIJMEGEN
BI3946T&PRP2112081448
14
verwachten milieueffecten en de milieugebruiksruimte en met autonome ontwikkelingen buiten het plangebied.
4.5
Effectvergelijking alternatieven en ontwikkeling varianten
Eerste ronde effectvergelijking In een eerste ronde effectvergelijking worden de effecten van het basisalternatief (ontwikkelprogramma), de effecten van het alternatief “invulling huidig bestemmingsplan” onderling en met de referentiesituatie vergeleken. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de onderzoeksthema’s zoals die beschreven zijn in hoofdstuk 5. Daarnaast worden de verwachte milieugevolgen gerelateerd aan de ambities en opgaven zoals deze zijn verwoord in de Omgevingsvisie, de risico’s en kansen zoals deze zijn benoemd in het MER dat is opgesteld voor de Omgevingsvisie, en de ontwikkeldoelen voor Winkelsteeg. Op basis van deze eerste ronde effectvergelijking van alternatieven wordt inzicht gegeven in de milieugevolgen en het doelbereik van de voorgenomen activiteit (vergelijking basisalternatief met de autonome ontwikkeling). Daarnaast wordt inzicht gegeven in de mogelijke gevolgen van de benutting van de planologische mogelijkheden in de vigerende bestemmingsplannen en kan een vergelijking worden gemaakt van de ontwikkelingsmogelijkheden voor bedrijven en de gevolgen van het woon- en leefklimaat o.b.v. het ontwikkelprogramma en op basis van de vigerende bestemmingsplannen. Tweede ronde effectvergelijking: varianten Ontwikkelprogramma Op basis van o.a.
die eerste ronde effectvergelijking en een vergelijking van de verwachte effecten met de ontwikkeldoelen en ontwikkelprincipes voor Winkelsteeg (zie hoofdstuk 3) wordt nader uitgewerkt of -, en zo ja, welke varianten van het ontwikkelprogramma worden onderzocht in het MER (ten behoeve van de tweede ronde effectvergelijking). Dit om nader te verkennen in welke mate de bandbreedte m.b.t. de omvang van het ontwikkelprogramma, de nadere verdeling van het programma per deelgebied en de fasering per deelgebied, van invloed is c.q. kan zijn op de kwaliteit van het woon- en leefklimaat voor toekomstige bewoners en op de ontwikkelingsmogelijkheden voor bedrijven. De te onderzoeken varianten zullen worden uitgewerkt binnen de in hoofdstuk 3 beschreven door de raad vastgestelde ontwikkeldoelen en ontwikkelprincipes. Het voornaamste doel van de variantenstudie is om de kansen en knelpunten m.b.t. het combineren van de functies wonen en werken in Winkelsteeg nader in beeld te brengen en hieruit conclusies en aanbevelingen voor de verdere besluitvorming te genereren. In combinatie met de resultaten van de eerste ronde effectvergelijking, ontstaat er zo een overkoepelend beeld van de huidige en de te verwachten milieubelasting en de milieuruimte voor wonen en werken. Voor het plangebied als totaal en voor de verschillende deelgebieden.
Op basis hiervan kunnen vanuit het milieuperspectief kansen en risico’s worden benoemd voor de verdere invulling van het ontwikkelprogramma en de concretisering van het ontwikkelprogramma in de diverse te nemen vervolgbesluiten.
20 januari 2022
NRD WINKELSTEEG NIJMEGEN
BI3946T&PRP2112081448
15
5
Aanpak milieuonderzoeken
5.1
Wettelijke kaders en beleidskaders Winkelsteeg
Op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau zijn er diverse relevante (beleids)kaders voor de ontwikkeling van Winkelsteeg. In onderstaande tabel zijn daarvan de hoofdlijnen aangegeven en niet uitputtend de vigerende randvoorwaarden toegelicht. Beleidskader
Omschrijving
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
In de NOVI, vastgesteld op 11 september 2020, staan de plannen van de rijksoverheid op het gebied van ruimte en mobiliteit. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Met de herontwikkeling van Winkelsteeg draagt de Gemeente Nijmegen bij aan de ambities van de NOVI. Het gebied Winkelsteeg is in de NOVI benoemd als zoekgebied grootschalige ontwikkellocatie. De Wnb is de Nederlandse wet die de bescherming van natuurgebieden, soorten en bos regelt. De wet is sinds 1 januari 2017 van kracht. De Wnb bevat onder meer de regels rondom de bescherming van Natura 2000-gebieden (mede gelet op de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn). In dat kader dient onderzocht te worden of significant negatieve (stikstof)effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten.
Wet natuurbescherming (Wnb)
Wet milieubeheer (Wm) De Wm is sinds 1 maart 1993 van kracht en is de belangrijkste milieuwet. De Wm is de juridische gereedschapskist om het milieu te beschermen. De Wm geeft algemene regels voor verschillende onderwerpen, van stoffen en afvalstoffen tot handhaving, openbaarheid van milieugegevens en beroepsmogelijkheden. Voor sommige inrichtingen in de zin van de Wm is gemeente Nijmegen bevoegd gezag. Voor NXP is de provincie het bevoegd gezag. Besluit gevoelige bestemmingen
Omgevingswet
Omgevingsverordening Provincie Gelderland – Gaan voor Gaaf Regionaal Programma Werklocaties 2021 2024
Omgevingsvisie Nijmegen 2020 – 2040 Stad in Beweging
20 januari 2022
In het besluit gevoelige bestemmingen worden eisen benoemd ten behoeve van de vestiging van gevoelige bestemmingen in de nabijheid van provinciale en rijkswegen. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn een gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleegen bejaardentehuizen. De inwerkingtreding van de Omgevingswet is vooralsnog voorzien op 1 juli 2022. De Omgevingswet bundelt 26 wetten op gebied van de fysieke leefomgeving, op het vlak van ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Op 15 december 2021 stelden Provinciale Staten (PS) van Gelderland een nieuwe omgevingsverordening vast. In de verordening staan regels voor de fysieke leefomgeving. Het Regionaal Programma Werklocaties regio Arnhem-Nijmegen vormt het kader voor het regionaal bedrijventerreinenbeleid. Eén van de uitgangspunten in het RPW is het inzetten op functieverandering van locaties met overaanbod naar gelang de behoefte op de locatie. Het inzetten op de versterking van het Health & High Tech in Winkelsteeg-Noord past binnen deze visie. Evenals de transitie van arbeidsextensieve naar arbeidsintensieve bedrijvigheid. In de Omgevingsvisie staan uitgangspunten voor het gebruik van de ruimte in Nijmegen. Het geeft daarmee de komende jaren richting aan de ontwikkeling van de stad. De ontwikkeling Winkelsteeg is opgenomen in de Omgevingsvisie.
NRD WINKELSTEEG NIJMEGEN
BI3946T&PRP2112081448
16
Beleidsvisie Externe Veiligheid Nijmegen
5.2
Veel externe veiligheidsbeleid is vastgelegd in landelijke wet- en regelgeving, maar gemeenten zijn grotendeels verantwoordelijk voor de invulling en uitvoering daarvan. De beleidsvisie biedt de gemeente Nijmegen de mogelijkheid om op gestructureerde wijze keuzes te maken over externe veiligheid en met name in de samenhang tussen ruimtelijke ordening en externe veiligheid. Daarnaast biedt de beleidsvisie ook een platform voor een samenwerking tussen de afdelingen van de gemeente en bijvoorbeeld de hulpdiensten.
Beoordelingsmethodiek
De kern van het MER is dat de belangrijkste gevolgen van de ontwikkelingsmogelijkheden op het milieu overzichtelijk in beeld worden gebracht. Het detailniveau van het MER moet aansluiten op het detailniveau van de ontwikkeling. Voor het beschrijven van de effecten wordt de volgende werkwijze gehanteerd: de milieueffecten worden zoveel mogelijk kwantitatief (cijfermatig) beschreven; voor die criteria waarbij het niet mogelijk of minder relevant is om de effecten kwantitatief te bepalen, worden deze kwalitatief beschreven; De effecten ten opzichte van de referentiesituatie worden per criterium vertaald naar een score op de scoreschaal van onderstaande tabel. Score
Betekenis
++ + 0 --
Zeer positief effect ten opzichte van de referentiesituatie Positief effect ten opzichte van de referentiesituatie Geen effect ten opzichte van de referentiesituatie Negatief effect ten opzichte van de referentiesituatie Zeer negatief effect ten opzichte van de referentiesituatie
Planhorizon en referentiejaar De planhorizon ligt op circa 20 jaar. Als referentiejaar wordt uitgegaan van het jaar 2040 en volledige realisatie van het ontwikkelprogramma in dat jaar Dat is dus sneller dan nu voorzien. Door te kiezen voor 2040 kan beter worden aangesloten bij beschikbare prognoses en modellen. Zo worden in de beoordeling de milieueffecten niet onderschat. Dit omdat de verwachting is dat emissies (bijvoorbeeld uit verkeer) in de toekomst afnemen (bv. vanwege doorwerking van de klimaat- en stikstofopgave). In de effectbeschrijving zal ook worden ingegaan op de verwachte milieugevolgen in het jaar 2030. Dit gelet op de onzekerheden m.b.t. feitelijke ontwikkelingen en kaders in wet- en regelgeving op de langere termijn.
Onderzoeksthema’s
5.3
Doel van het MER is om de relevante milieueffecten van de voorgenomen ontwikkeling en de alternatieven c.q. varianten inzichtelijk te maken. De volgende tabel geeft voor de verschillende relevante milieuthema’s aan de hand van welke criteria de effectbeoordeling naar verwachting wordt uitgevoerd. Deze paragraaf geeft inzicht in de (milieu)aspecten die onderzocht worden in het MER; het beoordelingskader. Het gaat daarbij (in willekeurige volgorde) om:
Natuur en Ecologie Landschap, Cultuurhistorie en Archeologie Bodem, Water en Niet Gesprongen Explosieven Verkeer en Vervoer Milieuzonering Geluid Externe Veiligheid
20 januari 2022
NRD WINKELSTEEG NIJMEGEN
BI3946T&PRP2112081448
17
Luchtkwaliteit Gezondheid Circulariteit en Grondstoffen Klimaat en Energie Windhinder, Zon en Schaduw
Natuur en Ecologie
De voorgenomen activiteiten en de alternatieven worden getoetst aan de Wet natuurbescherming (Wnb), waarbij wordt onderzocht of significant negatieve stikstofeffecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden (Rijntakken en mogelijk verder gelegen gebieden) kunnen worden uitgesloten. Het is niet nodig om overige verstoringseffecten (zoals geluid) te beoordelen gelet op de grote afstand tot de Natura 2000-gebieden; deze effecten kunnen op voorhand met zekerheid worden uitgesloten. In Winkelsteeg zelf en de directe omgeving is veel groen, deels onderdeel van de historie van deze plek als voormalig landgoed. De ambitie is om het groen van Winkelsteeg meer zichtbaar te maken, te versterken en te verbinden met de omgeving en ruimte te bieden voor verbetering van de biodiversiteit. In het MER worden de mogelijkheden voor versterking van de groene verbindingen en soortbescherming in beeld gebracht en beoordeeld.
Landschap, Cultuur en Archeologie
De alternatieven kunnen leiden tot aantasting van de landschappelijke waarden in het gebied of kunnen juist kwaliteiten toevoegen aan het gebied. Het effect van Winkelsteeg op het landschap wordt beschreven op basis van bureaustudie, gebiedskennis en een toets aan beleid, wet- en regelgeving. Er wordt in het MER beoordeeld in hoeverre landschappelijke aspecten zoals zichtlijnen en beelddragers door het voornemen worden beïnvloed en wat de gevolgen hiervan zijn voor de beleving van het landschap. De effecten op cultuurhistorie worden beoordeeld aan de hand van de mate waarin historisch waardevolle gebouwen, elementen, structuren en gebieden worden aangetast of versterkt. In het plangebied zijn nog verschillende oude paden en wegen aanwezig. In het plangebied bevinden zich daarnaast een aantal als monument beschermde gebouwen, waaronder Villa Winkelsteeg en Huize Hatert. De ontwikkeling van Winkelsteeg kan leiden tot aantasting van archeologische waarden in het gebied. Voor archeologie wordt beoordeeld op de mate van kans op aantasting van archeologische waarden en de mate waarin deze met het plan verloren kunnen gaan. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van uitgevoerde archeologisch onderzoeken en aanvullend beschikbare data.
Bodem, water en NGE
Een kwalitatieve bodemscan bepaalt wat de mogelijke effecten zijn van de beoogde ontwikkelingen op bodem- en (grond)waterkwaliteit en oppervlakte- en grondwaterkwantiteit. Daarnaast beschouwt het MER de milieukundige bodemkwaliteit (verontreinigingen) en de effecten op (grond)water. Hierbij worden zoveel mogelijk kwantitatieve resultaten van uitgevoerde en nog uit te voeren onderzoeken gebruikt. Ten aanzien van waterberging is de toe- of afname van waterbergend vermogen
20 januari 2022
NRD WINKELSTEEG NIJMEGEN
BI3946T&PRP2112081448
18
relevant. Als gevolg van de toename in verharding is er meer waterberging nodig om bij wateroverlast voldoende waterbergingscapaciteit te hebben. Voor de effectbeoordeling worden de wijzigingen in verharding beoordeeld: de balans van te verwijderen en nieuw aan te leggen verharding in relatie tot de toe- of afname van het waterbergend vermogen. Voorts wordt een globaal beeld gegeven van het benodigde grondverzet voor het bouwrijp maken en realiseren van de verschillende functies. In dat kader wordt ook gekeken naar de mogelijke aanwezigheid van niet gesprongen explosieven (NGE). Dit gebeurt op basis van bureauonderzoek en (voor zover beschikbaar) uitgevoerd veldonderzoek. Verkeer en Vervoer
Bij de ontwikkeling van Winkelsteeg ligt de focus op het stimuleren van actieve, duurzame en ruimte-efficiënte mobiliteit. Het aanbod van parkeerplaatsen wordt beperkt om het aantal motorvoertuigbewegingen minder sterk te laten toenemen. Waarbij balans wordt gezocht tussen duurzame ruimte-efficiënte mobiliteit en prettig wonen en werken in een functiegemengd gebied. Er worden in het verkeersonderzoek analyses uitgevoerd voor diverse verkeerskundige aspecten (verschuivingen van verkeer, doorstroming, verkeersveiligheid, openbaar vervoer en langzaam verkeer). Hiermee worden de belangrijkste verkeerskundige effecten van de gebiedsontwikkeling Winkelsteeg in beeld gebracht. De verhouding tussen de intensiteit van verkeer en de capaciteit van de weg (I/Cverhouding) wordt gebruikt om de kwaliteit van de doorstroming inzichtelijk te maken. Met het inzicht in de ritgeneratie van het voornemen, worden de kansen die de gebiedsontwikkeling biedt voor een modal shift (een overstap van vervoerswijze) onderzocht. Dit komt terug in de analyse voor het openbaar vervoer en de langzaam verkeer routes. Ook wordt gekeken in welke mate Winkelsteeg goed ontsloten is op bestaande voorzieningen voor deze beide modaliteiten (vervoerswijzen). De resultaten van het verkeersonderzoek worden doorvertaald naar de effectbeoordelingen in het MER.
Daarnaast wordt op basis van deskundige beoordeling de situatie met betrekking tot verkeersveiligheid beschouwd
Milieuzonering
De ontwikkeling van Winkelsteeg voorziet in een combinatie van werken en wonen . Daarom dient onderzoek te worden gedaan naar milieuzonering: afstand houden tussen milieubelastende functies (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen). Milieunormen en daarvan afgeleide contouren ten aanzien van geluid-, geur-, stofhinder, luchtkwaliteit en externe veiligheid, zijn hierin bepalend. Belangrijke hulpmiddelen daarbij zijn onder andere de VNG-uitgaven: ‘Bedrijven en milieuzonering’ en het nieuwe ‘Milieuzonering Nieuwe Stijl’. Doel hiervan is te komen tot een optimaal en doelmatig grondgebruik in het belang van een goede ruimtelijke ordening en een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Kenmerkend voor de Omgevingswet is dat in een ruimtelijk plan (omgevingsplan) de milieugebruiksruimte concreter en specifieker per bedrijf kan worden vastgelegd. Dit is anders dan de tot op heden gebruikelijke methode, waarin in een
20 januari 2022
NRD WINKELSTEEG NIJMEGEN
BI3946T&PRP2112081448
19
bestemmingsplan de milieugebruiksruimte voor bedrijven en de toegelaten bedrijven wordt vastgelegd op basis van een algemene milieucategorieën en een lijst van type bedrijven. Omdat een deel van het gebied (geluid)gezoneerd is en mogelijk (deels) gedezoneerd zal worden, is het verkennen van de verschillende mogelijkheden tot aanpassing van deze zone een eerste stap bij de uitwerking van het Basisalternatief. Er wordt onderzoek gedaan naar de huidige ruimtelijke (planologische) situatie van bestaande bedrijven en de uitbreidingsruimte (fysiek en milieugebruiksruimte) in relatie tot de huidige- en voorgenomen planologische invulling van Winkelsteeg. Geluid
De Wet geluidhinder (Wgh) bevat regels ter voorkoming en bestrijding van geluidhinder door industrie, wegverkeer en spoorwegverkeer. De wet richt zich vooral op de bescherming van de burger in zijn woonomgeving. Voor het onderzoek naar geluidseffecten wordt onderscheid gemaakt in twee soorten geluid. In het onderzoek volgt een uitwerking van het wegverkeerslawaai en een beoordeling van industrielawaai. Dat laatste maakt onderdeel uit van het aspect milieuzonering (zie hiervoor). De geluidseffecten door wegverkeer worden voor de ontwikkelingslocatie en omgeving inzichtelijk gemaakt. De verkeersgegevens vormen daarbij de basis, waardoor inzicht ontstaat in de locaties langs de wegen met relevante te verwachte wijzigingen in de geluidssituatie. Voor de effecten buiten het plangebied worden in het MER alleen wegen beschouwd met een toename van verkeer t.o.v. de referentiesituatie van 30% of meer of een afname van meer dan 20%. t.o.v. de referentiesituatie. Voor bestaande woningbouw worden de effecten op de eerstelijnsgevels berekend. De effecten worden bepaald op basis van de verschillen in berekende geluidbelastingen. Voor de nieuwbouwwoningen worden ook de wegen binnen het plangebied meegenomen, voor zover akoestisch relevant. Het noordelijk deel van het plangebied is gelegen in de zone van de spoorverbinding tussen Roosendaal en Zwolle.
Bovendien voert het Maas-Waalkanaal langs de westelijke zijde van het plangebied. In verband met de ligging aan deze spoor- en waterinfrastructuur, wordt in het geluidsonderzoek inzichtelijk gemaakt, wat de mogelijke geluidseffecten van het spoorverkeer en scheepvaart zijn op de locaties binnen de zones van deze verbindingen.
Externe veiligheid
20 januari 2022
Voor het aspect externe veiligheid worden de effecten van de situering van risicovolle bedrijven of kwetsbare objecten op het plaatsgebonden- en groepsrisico uitgewerkt. Hierbij is de relatie met de huidige risicofactoren, waaronder een buisleiding en risicovolle transportroutes relevant. Uitgangspunt is dat de veiligheidsrisico’s van deze bestaande risicobronnen bekend/berekend worden. De beoordeling van de effecten van de voorgenomen activiteit op het PR en GR wordt uitgevoerd.
NRD WINKELSTEEG NIJMEGEN
BI3946T&PRP2112081448
20
Plaatsgebonden risico (PR): risico op een plaats nabij een risicobron en/of transportroute, uitgedrukt in een waarde voor de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval met die transportroute waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Voor nieuwe situaties geldt de 10-6 per jaar plaatsgebonden risicocontour voor kwetsbare objecten als grenswaarde en voor zogenaamde beperkt kwetsbare objecten als richtwaarde. Groepsrisico (GR): cumulatieve kansen per jaar dat tien of meer personen in het invloedsgebied van een risicobron en/of transport-route overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Voor het groepsrisico bestaat geen wettelijke norm waaraan getoetst wordt. In plaats daarvan wordt getoetst aan de oriëntatiewaarde (OW) voor het groepsrisico. De oriëntatiewaarde kan gezien worden als een soort thermometer, waarmee de hoogte van het groepsrisico vergeleken kan worden.
Luchtkwaliteit
In dit onderzoek wordt vooruitlopend op de Omgevingswet, een doorkijk gegeven van het werken met aandachtsgebieden als vervanger voor groepsrisico onder de huidige wetgeving. De voorziene ontwikkelingen voor Winkelsteeg hebben mogelijk gevolgen voor de mate van luchtverontreiniging (concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM2,5/PM10) waar mensen aan worden blootgesteld. Binnen het thema luchtkwaliteit wordt het plan Winkelsteeg daarom beoordeeld op de criteria: Maximale planbijdragen: Het maximale planeffect is het hoogste verschil in de concentraties NO2, PM10 en PM2,5 tussen de referentiesituatie in 2030 en de plansituatie dat binnen het studiegebied optreedt. Toe- en afname van de luchtkwaliteit bij bestaande woningen: toe- en afnames als gevolg van het plan van concentraties NO2, PM10 en PM2,5 ter hoogte van bestaande woningen worden berekend en ingedeeld in klassen. Voor de effectbeoordeling worden vervolgens woningen gecumuleerd per effectklasse. Juridische maakbaarheid: Voor de juridische maakbaarheid wordt getoetst of er als gevolg van het plan Winkelsteeg geen overschrijdingen van de wettelijke grenswaarden (uit de Wet milieubeheer) voor de concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM2,5/PM10) optreden in de omgeving. Omdat Nijmegen deelneemt in het Schone Luchtakkoord, wordt ook aan de daarin benoemde streefwaarden getoetst.
Gezondheid
Dit onderdeel beschouwt de gevolgen van het voornemen op de gezondheidseffecten in de omgeving en het plangebied. Daarbij wordt ingegaan op een aantal deelaspecten die van invloed zijn op de leefbaarheid en gezondheid. Het gaat om onder andere: Verkeer, industrie, Sociale Veiligheid, Hitte, Groen,Beweging en voedsel. Het MER sluit daarbij aan op op de indicatoren van het provinciaal gezondheidsbeleid vanuit Provincie Gelderland en de factsheet ‘Gezondheid in milieueffectrapportage’.
Circulariteit en grondstoffen
Circulariteit en grondstoffen is relevant in milieueffectrapporten voor onder andere woningbouw- en stedelijke transformatieprojecten, omgevingsvisies en -plannen, industrie en landbouw. Het onderdeel richt zich op de kansen efficiëntere omgang
20 januari 2022
NRD WINKELSTEEG NIJMEGEN
BI3946T&PRP2112081448
21
met grondstoffen, materialen, producten en afval zodat toekomstige generaties van dezelfde welvaart kunnen genieten als de huidige. Hierdoor zijn er mogelijk minder negatieve effecten op onze natuur, milieu en leefomgeving. De mogelijkheden hiervan worden in het MER verkennend toegelicht. Klimaat en Energie
Effecten en kansen op het gebied van Klimaat en Energie krijgen nadrukkelijk plaats in het MER. Kwalitatief wordt aangegeven in hoeverre een bijdrage wordt geleverd aan de gemeentelijke doelen ten aanzien van duurzaamheid en klimaat. Het gaat ook over de invulling van- en bijdrage aan- de energietransitie door bestaande nieuwe bedrijven in het gebied. Daarnaast behandelt dit de mogelijkheden voor klimaatadaptatie (wateroverlast en hittestress). in relatie tot een verdichting van stedelijke functies in het gebied.
Windhinder, Zon en Schaduw
Als een plan bebouwing met een bouwhoogte van 30 meter of hoger mogelijk maakt, moet onderzoek plaatsvinden naar windhinder. Als lager dan 30 meter gebouwd mag worden, moet er een afweging plaatsvinden of de bebouwing kan leiden tot windhinder. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een reeds uitgevoerde stedenbouwkundige massastudie. Bij bezonning bij ruimtelijke plannen gaat het om voldoende zon op de gevel en om schaduwwerking. Nieuwbouw kan schaduw veroorzaken op de openbare ruimte of tuinen van omwonenden. Voorkomen moet worden dat de schaduw te veel toeneemt. Beide thema’s worden op basis van kwalitatieve analyse uitgewerkt en gebaseerd op daarvoor bestaande normeringen
20 januari 2022
NRD WINKELSTEEG NIJMEGEN
BI3946T&PRP2112081448
22
6
De m.e.r.-procedure
6.1
Toelichting m.e.r.-procedure
Een MER wordt opgesteld ten behoeve van het eerste ruimtelijke besluit waarin mogelijke m.e.r.(beoordelings)-plichtige activiteiten mogelijk worden gemaakt. Een ruimtelijk besluit is in dit geval een besluit om een bestemmingsplan vast te stellen. De m.e.r.-procedure loopt dan gelijk op met de procedure voor het ruimtelijke besluit. Het MER zelf vormt een bijlage bij het bestemmingsplan en dient als onderbouwing van de besluitvorming over de transformatie van het terrein behorende bij Winkelsteeg. De m.e.r.-procedure kent een aantal belangrijke stappen die hierna zijn genoemd. Openbare kennisgeving Voor de (uitgebreide) m.e.r.-procedure is kennisgeving/publicatie van de start van de m.e.r.-procedure met (vormvrije) reactiemogelijkheid vereist. In dit geval wordt eenieder in de gelegenheid gesteld om binnen zes weken te reageren op deze NRD MER Winkelsteeg als start van de m.e.r.-procedure. Deze stap wordt gelijktijdig met de stap van raadpleging van andere bestuursorganen, over de reikwijdte en het detailniveau van het op te stellen milieueffectrapport (MER), doorlopen. Raadpleging Raadpleging van andere bestuursorganen over de reikwijdte en het detailniveau van het op te stellen milieueffectrapport (MER) is vereist en dat kan met een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD).
De wijze van raadpleging van andere bestuursorganen (provincie, waterschap, veiligheidsregio) over de reikwijdte en het detailniveau is vormvrij. Dat kan met een NRD. De NRD wordt ook bij de kennisgeving van de start m.e.r.-procedure gevoegd. Reactienota De ontvangen reacties naar aanleiding van de openbare kennisgeving en raadpleging, worden (onverplicht) verwerkt in een reactienota, waarin gemotiveerd wordt welke reacties al dan niet opgepakt worden in het m.e.r.-proces. Deze reactienota wordt ter kennisgeving gestuurd aan de gemeenteraad en aan de indieners van de reacties. Daarnaast zal de reactienota voor een ieder in te zien zijn op de gemeentelijke website. Opstellen MER In het MER worden de effecten van het voornemen op de omgeving in beeld gebracht, aan de hand van verschillende deelonderzoeken en op basis van alternatieven voor de gebiedsinrichting. Terinzagelegging MER bij het eerste ruimtelijk plan Het MER en het ontwerpbestemmingsplan worden tegelijkertijd ter inzage gelegd. Gedurende een periode van zes weken kan een ieder zijn of haar zienswijze tegen het ruimtelijk plan en het bijbehorende MER indienen. Toetsing door Commissie m.e.r. Tegelijkertijd met de ter inzage legging van het MER wordt aan de Commissie MER advies gevraagd.
De Commissie toetst of het MER alle informatie bevat die nodig is om het milieubelang volwaardig mee te wegen bij het te nemen besluit c.q. besluiten. Het advies van de Commissie MER en de ontvangen zienswijzen worden vervolgens verwerkt door het college in een zienswijzennota, waarbij wordt gemotiveerd waarom een zienswijze wel of niet wordt overgenomen in het MER of het bestemmingsplan.
20 januari 2022
NRD WINKELSTEEG NIJMEGEN
BI3946T&PRP2112081448
23
6.2
Inhoudelijke eisen aan het MER
Het milieueffectrapport bevat de informatie die redelijkerwijs mag worden vereist om tot een gemotiveerde conclusie te komen over de waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben, waarbij rekening wordt gehouden met de bestaande kennis en beoordelingsmethoden (Wet Milieubeheer). Een MER moet daarom aan een aantal eisen voldoen. Deze eisen zijn wettelijk bepaald (Wet milieubeheer). Een milieueffectrapport bevat ten minste: Een beschrijving van de activiteit met informatie over de locatie, de omvang en andere relevante kenmerken van de activiteit; Een beschrijving van de waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben Een beschrijving van de kenmerken van de activiteit en, voor zover van toepassing, de geplande maatregelen om de waarschijnlijk belangrijke nadelige gevolgen te vermijden, te voorkomen of te beperken en, indien mogelijk, te compenseren Een beschrijving van de redelijke alternatieven, die relevant zijn voor de activiteit en de specifieke kenmerken ervan, met opgave van de belangrijkste motieven voor de gekozen optie, in het licht van de milieueffecten van de activiteit Een niet-technische samenvatting van de gegevens, bedoeld onder de eerste vier punten; Alle aanvullende informatie, bedoeld in bijlage IV van de m.e.r.-richtlijn, die van belang is voor de specifieke kenmerken van een
bepaalde activiteit of activiteittype en voor de milieuaspecten die hierdoor kunnen worden beïnvloed.
20 januari 2022
NRD WINKELSTEEG NIJMEGEN
BI3946T&PRP2112081448
24
20 januari 2022
NRD WINKELSTEEG NIJMEGEN
BI3946T&PRP2112081448
25