Raadsvoorstel Verordening nadeelcompensatie
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Openbaar
Onderwerp Verordening nadeelcompensatie Opsteller Programma Portefeuillehouder
Suzanne Vloet Wonen en Stedelijke ontwikkeling N.P. Vergunst
Collegebesluit 18 oktober 2022 Behandeldatum Raad 30 november 2022 Status Openbaar
Samenvatting De gemeente Nijmegen kent nu twee aparte verordeningen voor planschade en nadeelcompensatie. Onder de Omgevingswet vormt planschade een onderdeel van nadeelcompensatie en kan worden volstaan met één nieuwe verordening Nadeelcompensatie. De overgang is zoveel mogelijk beleidsneutraal ingestoken. Met het vaststellen van deze nieuwe verordening, zijn de bestaande verordeningen ingetrokken.
Voorstel 1. De Verordening nadeelcompensatie gemeente Nijmegen, vast te stellen, waarin o.a. is opgenomen: - op welke wijze een verzoek om schadevergoeding in behandeling wordt genomen; - dat de Nadeelcompensatieverordening gemeente Nijmegen 1999 wordt ingetrokken; - dat de Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade 2011 wordt ingetrokken, en - dat de verordening gelijktijdig met de Omgevingswet in werking treedt. Aanleiding Als onderdeel van de invoeringen van de Omgevingswet heeft uw raad op 25 november 2020 ingestemd met het Programmaplan implementatie Omgevingswet Nijmegen. Eén van de acties die hieruit voortvloeit is het opstellen van een nieuwe verordening over de procedures voor nadeelcompensatie. Als overheid kunnen we rechtmatige besluiten nemen die inwoners en ondernemers onevenredig financieel benadelen. In die gevallen kan er aanspraak gemaakt worden op schadevergoeding. Dit noemen we nadeelcompensatie. Een voorbeeld is het tijdelijk afsluiten van een weg, waardoor een bedrijf moeilijker bereikbaar is. Planschade is een bijzondere vorm van nadeelcompensatie. Het gaat bij planschade om schade als gevolg van handelen in het ruimtelijk domein.
Een voorbeeld is het wijzigen van een bestemmingsplan (straks: omgevingsplan), waardoor de gebruiksmogelijkheden op een perceel worden ingeperkt en er financiële schade ontstaat doordat een pand minder waard wordt. Met de komst van de Omgevingswet verandert een aantal zaken. Zo komt planschade voortaan onder de noemer nadeelcompensatie te vallen. De term ‘planschade’ vervalt dus. Daarnaast wijzigt de manier waarop eventuele schade bepaald wordt. Voorheen was dat op het moment dat het bestemmingsplan initiatieven mogelijk maakte. Hierdoor moest worden uitgegaan van de maximale schade die vanwege het bestemmingsplan zou kunnen
B&W, Raad / sjab = Raadsvoorstel Opgesteld door Suzanne Vloet, 21 76, s1.vloet@nijmegen.nl
Nadeelcompensatie
Raadsvoorstel
worden veroorzaakt. Onder de Omgevingswet wordt uitgegaan van het moment dat voor een initiatief een omgevingsvergunning wordt aangevraagd. Hierdoor wordt de berekening van de schade realistischer. Tegelijkertijd treedt ook de nieuwe regeling voor nadeelcompensatie in de Algemene wet bestuursrecht in werking. In Nijmegen hebben we voor zowel planschade als nadeelcompensatie een aparte verordening. Hierin staan regels over de procedure die je volgt als je een aanvraag om schadevergoeding indient. Het is nodig om deze verordeningen aan te passen op de nieuwe wetgeving. Voorgesteld wordt om één nieuwe verordening te maken waarin alle lokale regels over nadeelcompensatie (inclusief planschade) zijn opgenomen. Beoogde impact De vast te stellen verordening zorgt voor een duidelijke procedure bij de afhandeling van verzoeken om nadeelcompensatie na de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Dit voorstel past, in het kader van de implementatie Omgevingswet, bij de ambitie binnen het programma Wonen en Stedelijke ontwikkeling, zoals opgenomen in de Stadsbegroting. Hierin is de ambitie benoemd dat we een aantrekkelijke stad willen zijn om te wonen, met goede werklocaties, openbare ruimtes en voorzieningen. Argumenten 1.1 Met deze nieuwe verordening kunnen we aanvragen om nadeelcompensatie onder de Omgevingswet afhandelen volgens onze huidige werkwijze.
Met het vaststellen van de verordening brengen we de bestaande regelingen over nadeelcompensatie en planschade in overeenstemming met de nieuwe bepalingen uit de Omgevingswet en de Awb. Als we dit niet doen gelden er voor nieuwe situaties na inwerkingtreding van de Omgevingswet geen procedureregels en kunnen we aanvragen niet volgens de voorgestelde procedure afhandelen omdat niet wordt voldaan aan de wettelijke eisen die dan gelden. De procedureregels biedt een verzoeker vooraf duidelijkheid over de afhandeling van het verzoek om schade. Onderdeel van de procedureregels zijn de indieningsvereisten, verschuldigde recht, te volgen procedure, termijnen en het al dan niet inschakelen van een adviescommissie. 1.2 De bepalingen blijven grotendeels hetzelfde, de omzetting van de bestaande verordeningen naar de nieuwe verordening is in beginsel beleidsneutraal. De voorliggende verordening is gebaseerd op het model van de VNG (ledenbrief Lbr. 21/041, 26 mei 2021), maar heeft een aantal redactionele en inhoudelijke verschillen, waarbij zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de huidige procedure. Zo is de procedure in deze verordening wat uitvoeriger beschreven en vastgelegd dan dat in de modelverordening van de VNG is gedaan. 1.3 Lichtvaardige aanvragen om schadevergoeding worden door de heffing van een recht van € 300,- tegengegaan.
Een recht is een bedrag dat betaald moet worden om, in dit geval, een verzoek tot vergoeding van schade in behandeling te nemen. Als een verzoek om schade wordt toegekend, wordt het betaalde recht terugbetaald. Er is hier geen sprake van een belastingheffing, maar van een financiële drempel om lichtvaardige aanvragen om
Nadeelcompensatie
Raadsvoorstel
vergoeding van schade tegen te gaan. Een te heffen recht voor het in behandeling nemen van een aanvraag om schade mag wettelijk maximaal € 500,- bedragen. Momenteel geldt er op basis van de Wet ruimtelijke ordening voor het in behandeling nemen van een verzoek om planschade een recht van € 300,-. Voor het in behandeling nemen van een verzoek om nadeelcompensatie wordt in de huidige Nadeelcompensatieverordening gemeente Nijmegen 1999, geen recht geheven. Voorgesteld wordt om het te betalen recht gelijk te trekken. Dat betekent dat voortaan ook voor verzoeken om nadeelcompensatie een recht moet worden betaald. Dit werpt een kleine drempel op voor kansloze verzoeken. Bovendien is dit gemakkelijker in de uitvoering. 1.4 Inhoudelijke beoordeling door een externe commissie levert onafhankelijke adviezen en extra deskundigheid. Bij nadeelcompensatie is in onze verordening vastgelegd dat een commissie wordt ingeschakeld. Bij een verzoek om planschade volgt uit de wet dat een adviseur wordt ingeschakeld. Onder het nieuwe recht vervalt deze plicht. Het heeft voor eenvoudige gevallen de voorkeur om aanvragen om schadevergoeding snel en dus zonder adviescommissie af te handelen. Dit ook in verband met de kosten voor een commissie in relatie tot het uit te betalen bedrag. De beslistermijn is 8 weken.
Extra deskundigheid in de vorm van een adviescommissie wordt ingeschakeld als dat noodzakelijk is om op de aanvraag te beslissen. Naar gelang de aard van het verzoek wordt gebruik gemaakt van de vaste commissie dan wel wordt specifieke expertise aangetrokken en een tijdelijke commissie gevormd. Bij het inschakelen van de adviescommissie bedraagt de beslistermijn zes maanden. Tegen de beslissing op het verzoek om schadevergoeding kan bezwaar en (hoger) beroep worden ingesteld. 1.5 We grijpen de wetswijzigingen aan om één uniforme regeling te maken. Op dit moment gelden er twee verordeningen. Eén voor nadeelcompensatie en één voor planschade. De Omgevingswet brengt beide vormen onder één noemer. Dit biedt de mogelijkheid om de huidige twee verordeningen samen te voegen. Hiermee brengen we het aantal verordeningen terug en zorgen we voor een overzichtelijke regeling. 1.6 In het kader van het overgangsrecht zullen de huidige regelingen van toepassing blijven. Het overgangsrecht wordt geregeld in de wet en houdt in grote lijnen het volgende in. Voor schadeveroorzakende besluiten of handelingen vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet, geldt het oude recht.
Voor specifieke ruimtelijke besluiten (zoals bestemmingsplannen) waarvoor de procedure is gestart vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet maar die worden afgerond ná de inwerkingtreding van de Omgevingswet, geldt dat een verzoek om tegemoetkoming in schade nog binnen vijf jaar na het onherroepelijk worden van het schadeveroorzakende besluit mag worden ingediend. Ook deze verzoeken worden volgens het oude recht behandeld. 1.7 De Verordening nadeelcompensatie heeft geen gevolgen voor inclusiviteit en toegankelijkheid.
Nadeelcompensatie
Raadsvoorstel
Kanttekeningen 1.1 Een deel van de schade blijft voor rekening van de aanvrager. De overheid is niet verplicht om iedere schade die zij bij de rechtmatige uitoefening van haar publieke taken veroorzaakt, altijd en in zijn geheel te vergoeden. Dat overheidsingrijpen voor sommige burgers en ondernemingen nadelige gevolgen kan hebben, is namelijk tot op zekere hoogte onvermijdelijk. Zodoende moeten deze gevolgen dus ook tot op zekere hoogte worden geaccepteerd: dit noemen we “normaal maatschappelijk risico”. Burgers en ondernemingen die door rechtmatig overheidsoptreden echter schade lijden die uitgaat boven het normaal maatschappelijk risico en in vergelijking tot anderen onevenredig zwaar worden getroffen, kunnen desgevraagd schadevergoeding ontvangen (artikel 4:126 van de Awb). De hoogte daarvan moet in zo’n geval redelijk zijn. De schadevergoeding dekt dus niet vanzelfsprekend alle schade en ook niet altijd volledig. Sommige schade zal altijd (deels) voor eigen rekening blijven. Financiën De kosten voor nadeelcompensatie worden ten laste gebracht van de projecten waar de gevraagde schadevergoeding op betrekking heeft. Vervolg De verordening wordt gepubliceerd in het digitale gemeenteblad. De informatie op de website wordt bijgewerkt. Bijlagen 1. Verordening nadeelcompensatie gemeente Nijmegen.
Nadeelcompensatie