CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Rolneming gemeente in publiek integraal warmtebedrijf Dukenburg

Besluitronde (raadsvergadering) 20 december 2023, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Rolneming gemeente in publiek integraal warmtebedrijf Dukenburg (119/2023)3.674 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel

Openbaar

Onderwerp Rolneming gemeente in publiek integraal warmtebedrijf Dukenburg Opsteller Programma Portefeuillehouder

Bert van Renselaar Openbare ruimte T.F.A. van Elferen

Collegebesluit 14 november 2023 Behandeldatum Raad 20 december 2023 Status Openbaar

Samenvatting De warmtetransitie Dukenburg kan het beste met collectieve warmte worden vormgegeven (zie raadsbesluit ‘afronding verkenning Proeftuin aardgasvrij Dukenburg en vervolg’ van 8 maart 2023). Daarvoor is het oprichten van een publiek integraal warmtebedrijf, aan de hand van een aantal vastgestelde criteria, de beste optie. Eén van de vervolgstappen was de verdere uitwerking en onderzoek naar de scenario’s in rolneming en de mate van deelname van de gemeente in het publiek integraal warmtebedrijf. Dit nader onderzoek is uitgevoerd. Van de beschouwde scenario’s voor het publiek integraal warmtebedrijf komt het scenario waarin we streven naar een de publieke deelneming van minimaal 61% als voorkeur naar voren, waarbij de deelname door gemeente en GWIB in het publiek integraal warmtebedrijf minimaal 51% bedraagt. Het is wenselijk dat ook een energiecoöperatie deelneemt in het publiek integraal warmtebedrijf. Deze deelname moet nog uitgewerkt worden en zal naar verwachting 10% kunnen worden. Een overige deelnemer in het publiek integraal warmtebedrijf kan een marktpartij zijn voor de taak warmtelevering. Aan uw raad wordt nu gevraagd om de uitgangspunten van het publiek integraal warmtebedrijf en de beoogde rolneming van de gemeente vast te stellen. Voorstel 1.

Het Gelders Warmte Infrabedrijf (GWIB) in te zetten als de voor de hand liggende samenwerkingspartner in het publiek integraal warmtebedrijf. 2. De volgende uitgangspunten voor het oprichten van het publiek integraal warmtebedrijf vast te stellen: a. We streven naar een publiek deel in het publiek integraal warmtebedrijf van minimaal 61% als volgt: • de deelneming in het publiek integraal warmtebedrijf door de publieke partijen gemeente en Gelders Warmte Infrabedrijf bedraagt minimaal 51%; • de gewenste deelname door een energiecoöperatie in het publiek integraal warmtebedrijf is mogelijk voor een nog uit te werken deelname van naar verwachting 10%; • als er geen energiecoöperatie deel blijkt te gaan nemen, bedraagt de deelneming door de publieke partijen gemeente en Gelders Warmte Infrabedrijf minimaal 61%. b. In het publieke deel zetten gemeente en Gelders Warmte Infrabedrijf een gelijkwaardige publieke samenwerking op met een evenredig verdeelde deelneming (50-50); c. We streven naar een mogelijke deelneming van een marktpartij voor de taak warmtelevering in het publiek integraal warmtebedrijf voor maximaal 39% , afhankelijk van de te doorlopen marktconsultatie en aanbesteding. 3. De beschikbare middelen uit de Rijksregeling Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) Proeftuin Dukenburg, onderdeel van de bestemmingsreserve aardgasvrij, in te zetten voor: a.

Het verduurzamen van de warmtebronnen in Dukenburg; b. Het financieren van het aanleggen van de benodigde infrastructuur.

D231062876 Opgesteld door Bert van Renselaar, b.van.renselaar@nijmegen.nl

Rolneming gemeente warmtebedrijf

Raadsvoorstel

Aanleiding Op 8 maart 2023 heeft u besloten dat de warmtetransitie voor Dukenburg het beste met collectieve warmte kan worden vormgegeven. Hiervoor is het oprichten van een publiek integraal warmtebedrijf Dukenburg de beste optie. De gemeente gaat een actieve rol vervullen in de verdere uitwerking en totstandkoming van een publiek integraal warmtebedrijf op basis van de vastgestelde criteria voor het warmtenet en het publiek integraal warmtebedrijf. Op 2 juni 2023 zijn er met het ondertekenen van de intentieovereenkomst afspraken gemaakt met ARN, Firan en woningcorporaties Portaal, Woonwaarts en Talis om een publiek integraal warmtebedrijf uit te werken. In de informatiebrief van 6 juni 2023 is uw raad op de hoogte gebracht van de vier belangrijkste principes voor een publiek integraal warmtebedrijf: • publieke sturing is mogelijk door een publiek meerderheidsaandeel; • Wet collectieve warmte is bepalend voor verdeling publiek aandeel; • deelname energiecoöperatie in publiek integraal warmtebedrijf is mogelijk; • het aantrekken van een private warmteleverancier is noodzakelijk. De rol van de gemeente in het publiek integraal warmtebedrijf is de afgelopen maanden uitgewerkt, aan de hand van bovenstaande principes en de scenario’s zoals toegelicht in bijlage 1.

Er zijn scenario’s verkend voor de totale mate van publieke deelneming, de mogelijke invulling voor het publiek deel, de verdeling publiek-privaat, de mate waarin de gemeente het publieke deel invult en de mogelijke deelneming van een energiecoöperatie. Als eerste zijn de volgende scenario’s verkend: 1. publiek integraal warmtebedrijf wordt 100% publiek; 2. publiek integraal warmtebedrijf wordt 80% publiek; 3. publiek integraal warmtebedrijf wordt 51% publiek. 0%

20%

40%

60%

80%

100%

Minimaal

Publiek

Halverwege

Privaat

Maximaal Daarna is verkend welke partijen als publieke partij op kunnen treden. Ook is verkend wat de invloed is van de verhouding tussen de gemeente en Gelders Warmte Infrabedrijf. 0%

20%

40%

60%

80%

100%

Minimaal 20/80 50/50

Gemeente GWIB

80/20 Maximaal

Rolneming gemeente warmtebedrijf

Raadsvoorstel

Beoogde impact Met dit raadsbesluit wordt verder invulling gegeven aan de actieve rol die de gemeente wil nemen in de verdere uitwerking en totstandkoming van het publiek integraal warmtebedrijf. Zo werkt de gemeente toe naar een ‘oprichtingsbesluit publiek integraal warmtebedrijf’, zoals beschreven in de routekaart in bijlage 2. Het advies voor de rolneming van de gemeente in een publiek integraal warmtebedrijf helpt bij het doel om samen met bewoners en organisaties te zorgen voor de energietransitie en verduurzaming in de wijken. Dit is een doel vanuit programma openbare ruimte. Hierbij hoort de ambitie “we zijn een energie neutrale stad waar evenveel energie wordt opgewekt als verbruikt”. Argumenten 1.1 Het Gelders Warmte Infra Bedrijf (GWIB) is de beste publieke partner voor Dukenburg. Er zijn verschillende organisaties die kunnen helpen met het publieke deel van het publiek integraal warmtebedrijf. Dit kan bijvoorbeeld een provincie, gemeente of een ander openbaar orgaan zijn, zoals netwerkbedrijf Firan of het GWIB. In het kader van de nadere uitwerkingen zijn gesprekken gevoerd met zowel Provincie Gelderland, Firan en het GWIB. Voor de Provincie Gelderland én Firan geldt dat zij niet zelfstandig een rol pakken, maar dit via hun aandeel in het GWIB doen.

Het GWIB is ontwikkeld door de provincie Gelderland, Firan en het Innovatie en Energiefonds Gelderland en heeft specifiek tot doel om warmteprojecten in Gelderland te versnellen en te financieren in de warmte infrastructuur. De voordelen van het GWIB zijn: • het GWIB zorgt voor spreiding van risico’s, waardoor projecten sneller en slimmer kunnen worden ontwikkeld; • standaardisatie en schaal zorgen voor efficiencyvoordelen op het gebied van financiering, ontwikkeling, realisatie en beheer; • het GWIB heeft veel kennis en kunde voor de ontwikkeling van warmtenetten, die de gemeente zelf niet in huis heeft; • het GWIB heeft investeringsruimte; • het GWIB biedt ruimte voor open netten waar meerdere warmtebronnen op aangesloten worden; • het GWIB heeft als publieke partij draagvlak bij gemeenten in Gelderland; • het GWIB is een publieke partij en zal dat ook blijven. Dit is statutair geregeld. Het mag niet verkocht worden aan private en/of buitenlandse partijen. Meer informatie over het GWIB is toegevoegd in bijlage 3. 2a.1 In lijn met de concept Wet collectieve warmte (Wcw): warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang In de concept tekst van de Wcw is opgenomen dat de aandelen van het warmtebedrijf voor minimaal 50% van de aandelen plus 1 aandeel direct of indirect berusten bij de staat, een provincie, gemeente of ander openbaar lichaam (gemakshalve 51%).

Ook de zeggenschap in het warmtebedrijf moet een publiek meerderheidsbelang kennen. In de raadsbrief van 6 juni van dit jaar is aangegeven dat het op dat moment nog te vroeg was om een gedetailleerd voorstel over de vorm van het publiek integraal warmtebedrijf en de rol van de gemeente hierin voor te leggen aan uw raad. De reden hiervoor was dat het wetgevingsproces voor de Wcw van het Ministerie van EZK was vertraagd. Inmiddels is de concept wet beschikbaar en daarmee is in dit voorstel een opzet van het publiek integraal warmtebedrijf uitgewerkt. In bijlage 4 is een toelichting op de Wcw opgenomen. 2a.2 Met het streven naar een publiek deel van 61% worden de publieke belangen goed geborgd Door adviesbureau Fakton is onderzoek uitgevoerd waarin diverse scenario’s zijn bekeken. Namelijk over de mate waarin de gemeente het publieke deel voor haar rekening kan nemen, het totale publieke aandeel en de mogelijkheden voor deelname van

Rolneming gemeente warmtebedrijf

Raadsvoorstel

energiecoöperaties. Bijlage 1 geeft uitleg over de afweging van scenario’s voor de mogelijke rol van de gemeente in het publiek integraal warmtebedrijf en bevat het Faktononderzoek ‘Notitie rolneming gemeente Nijmegen’ van 29 mei van dit jaar. Het voorkeursscenario is een publieke deelname van minimaal 61% vanuit de partijen gemeente en GWIB (samen minimaal 51%) en een gewenste deelname van een energiecoöperatie van naar verwachting 10%. Als een energiecoöperatie bij de oprichting niet kan deelnemen, dan zullen gemeente en GWIB het gezamenlijke aandeel vergroten naar minimaal 61%. 2a.3 Ruimte creëren voor bewoners om deel te nemen via een energiecoöperatie aan publiek integraal warmtebedrijf Zoals eerder beschreven in de Warmtevisie Nijmegen 2018, vinden we het van belang om alle energieverbruikers te betrekken bij de warmtetransitie. Eén van de mogelijkheden hiervoor is om bewoners, particuliere eigenaren en huurders, als afnemer invloed op de bedrijfsvoering te laten hebben. Dit kan in de vorm van een energiecoöperatie die deelneemt in het publiek integraal warmtebedrijf. Leden van zo’n coöperatie kunnen voor een deel meedelen in het rendement dat het publiek integraal warmtebedrijf maakt en daarmee ook in het risico dat een warmtebedrijf loopt. Dit vraagt van de energiecoöperatie een investering.

In de raadsbrief van 6 juni van dit jaar hebben we aangegeven dat een aandeel van maximaal 10% kan worden overwogen. Het werkelijke aandeel van de energiecoöperatie wordt het resultaat van het nog te volgen proces met alle stakeholders. Dit is onderdeel van het participatie- en communicatieplan om bewoners en ondernemers uit Dukenburg te betrekken bij de ontwikkeling van het collectieve warmtenet. Wanneer er onvoldoende interesse voor een energiecoöperatie is vanuit bewoners, kan het zijn dat er geen deelname door een energiecoöperatie plaatsvindt. 2b.1 Een 50-50 verdeling van zeggenschap tussen gemeente en GWIB doet het meeste recht aan de aard van de samenwerking In bijlage 1 worden verschillende scenario’s besproken hoe het publiek belang binnen het publiek integraal warmtebedrijf verdeeld kan worden tussen gemeente en het GWIB. Hierbij is een afweging gemaakt op de volgende belangrijke effecten: 1. Een groter deel voor de gemeente Nijmegen betekent meer zeggenschap voor de gemeente. Maar ook een groter financieel beslag voor de gemeente, meer risico en een minder evenwichtige samenwerking met GWIB. 2. Een groter deel voor GWIB betekent meer zeggenschap voor deze partner ten opzichte van de gemeente. Maar met een kleiner financieel beslag voor de gemeente, minder risico voor de gemeente en een minder evenwichtige samenwerking.

In de raadsbrief van 6 juni van dit jaar is verder aangegeven dat de verdeling van het publiek belang ook het resultaat zal zijn van de gesprekken die tussen de gemeente en GWIB hierover gevoerd worden en wat het standpunt van GWIB in deze is. De afgelopen maanden is er intensief contact geweest tussen gemeente Nijmegen en het GWIB over een mogelijk gewenste samenwerking in het publiek integraal warmtebedrijf. De belangrijkste punten uit deze overleggen zijn als volgt: • Gemeente en GWIB werken evenredig samen, door een 50-50 aandelenverdeling. Deze verdeling ligt in lijn met de uitgangspunten van het GWIB. • Een evenredige financiële inbreng past om samen het publiek integraal warmtebedrijf vorm te gaan geven en om samen de publieke belangen te borgen. • Deze evenredige verdeling past goed bij het principe van samenwerken: samen uit samen thuis. Je hebt elkaar altijd nodig om tot besluiten te komen en legt een evenredig deel in. • Bij deze verdeling kunnen nog steeds specifieke (zeggenschaps)afspraken gemaakt worden over bepaalde publieke belangen, zodat deze publieke belangen

Rolneming gemeente warmtebedrijf

Raadsvoorstel

door de gemeente geborgd kunnen worden (bijvoorbeeld prijzen, netuitbreiding, duurzaamheid, toegang van nieuwe bronnen en rendement). In bijlage 1 zijn de scores op een aantal uitgangspunten weergegeven voor de minimale tot maximale rolneming van de gemeente in de samenwerking met GWIB. Deze uitgangspunten zijn de vertaling van de publieke doelen naar concreet meetbare en/of onderscheidende uitgangspunten die helpen bij het maken van een onderbouwde keuze voor de omvang van de gemeentelijke zeggenschap. 2c.1 In het warmtebedrijf moet de taak warmteleverancier goed gesteld zijn De taken die een warmteleverancier uitvoert binnen het publiek integraal warmtebedrijf zijn specialistische taken die moeten worden toevertrouwd aan een partij met de juiste kennis, expertise en capaciteit. Hierbij gaat het in ieder geval om het meten van het warmteverbruik, de warmtelevering (met vergunning door ACM), facturatie en de acquisitie en bij voorkeur ook om de realisatie en het beheer van de hulpwarmtecentrale. De publieke warmtebedrijven die er zijn, zijn specifiek opgericht voor een lokaal net in een specifieke gemeente. Er is geen publieke warmteleverancier die in Nijmegen deze rol kan vervullen.

De gemeente zou er voor kunnen kiezen om zelf die kennis en kunde in huis te gaan halen en vervolgens een aanvraagprocedure te gaan starten bij de Autoriteit Consument en Markt (ACM) voor de noodzakelijk leveringsvergunning. Er moet dan een organisatie worden opgebouwd die in staat is de taken uit te voeren. De gemeente en GWIB beschikken nu niet over deze vaardigheden. Door de krapte op de arbeidsmarkt wordt ervoor gekozen om deze taken privaat te organiseren. 2c.2 De selectie van een warmteleverancier vraagt nadrukkelijk om afstemming en dialoog met de markt Gezien alle recente ontwikkelingen rond de Wcw hebben gemeenten en warmteleveranciers vragen over de toekomstige samenwerking in een publiek integraal warmtebedrijf. De markt wordt gevraagd naar de condities om te investeren in een publiek integraal warmtebedrijf tegen maximaal 39% zeggenschap. Dit maakt dat er een goede dialoog met de markt moet worden gevoerd naar welk aandeel tegen welke zeggenschap zij kunnen leveren en wensen te leveren. 3.1 Enkele partners willen al van start gaan met een ‘inloopoplossing’ De woningbouwcorporaties Talis en Woonwaarts hebben aangegeven dat de verwarmingsinstallaties van ca. 640 woningen vervangen moeten worden. Er kan niet gewacht worden op de aanleg van het collectieve warmtenet, dat volgens de planning vanaf 2026 aangelegd kan gaan worden.

Gelet op de komst van het collectieve warmtenet willen deze corporaties de verwarmingsinstallaties zo vervangen dat de installaties kunnen worden ingevoegd in het toekomstige collectieve warmtenet. Dit betekent dat deze woningen alvast worden voorbereid op de komst van het warmtenet door middel van een tijdelijke collectieve warmtevoorziening (inloopoplossing). De panden worden met elkaar te verbonden door een transportleiding (ook onderdeel van het toekomstige transportnet) en gevoed met een lokale tijdelijke warmtebron (op aardgas) totdat restwarmte beschikbaar komt via de transportleiding van ARN BV. Een tijdelijke bron op aardgas is de meest kosteneffectieve keuze. Dit lokale warmtenet zal opgaan in het publiek integraal warmtebedrijf wanneer dit is opgericht. Overigens moeten de woningbouwcorporaties, vanwege de wijzigingen in de woningen, minimaal 70% instemming van de huurders per bouwkundige eenheid verkrijgen, zoals vereist door het Burgerlijk Wetboek. Deze inloopoplossing loopt vóór op de besluiten die betrokken partijen, waaronder ons college en uw raad, nog moeten nemen over de definitieve komst van het publiek integraal warmtebedrijf.

Rolneming gemeente warmtebedrijf

Raadsvoorstel

3.2 Inzet PAW middelen De gemeente is geen rolnemer in deze inloopoplossing, maar voor de haalbaarheid van het publiek integraal warmtebedrijf zijn deze circa 640 woningen wel belangrijk. Als deze woningen nu geen lokale collectieve oplossing krijgen, worden de Cv-ketels vervangen en kunnen deze woningen pas over 15 jaar (ná afschrijvingstermijn) aangesloten worden op het collectieve warmtenet. Daardoor wordt het veel moeilijker om een collectief warmtenet in Dukenburg te realiseren. Met vervanging van de Cv-ketels wordt er bovendien geïnvesteerd in een fossiele oplossing. Dit strookt niet met onze ambities in de warmtetransitie. Mocht het publiek integraal warmtebedrijf niet opgericht gaan worden en daarmee de aansluiting op de ARN er niet komt, dan zal de tijdelijke warmtebron (op aardgas) vervangen moeten worden door een andere duurzame warmtebron. Om de panden in de inloopoplossing met elkaar te verbinden, wordt al een deel van de toekomstige transportleiding aangelegd. Als het publiek integraal warmtebedrijf er niet komt worden de beschikbare middelen uit de Rijksregeling Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) Proeftuin Dukenburg, besteed aan het verduurzamen van de warmtebronnen in Dukenburg en het financieren van het aanleggen van de benodigde infrastructuur.

Kanttekeningen 1.1 Timing is alles bepalend Als we niet doorpakken en geen tempo maken met het publiek integraal warmtebedrijf verslechtert het handelingsperspectief: • Woningcorporaties zijn gebonden aan vervanging- en onderhoudsplanningen waar niet te ver van afgeweken kan worden. Het comfort en de veiligheid van de huurder moet beschermd blijven. Gebrek aan zicht op een publiek integraal warmtebedrijf en een tijdige realisatie heeft als gevolg dat corporaties genoodzaakt zijn opnieuw in de huidige (fossiele) installaties te investeren. • Eigenaren gaan duurdere tijdelijke of kleinschalige oplossingen zoeken, waardoor het warmtenet niet meer de schaal kan bereiken waarop het rendabel wordt. 1.2 Besluitvorming Wcw De Wcw wordt verwacht 1 januari 2025 in te gaan. Ook bij uitstel van vaststelling van de Wcw kan het publiek integraal warmtebedrijf opgericht worden. De uitgangspunten voldoen aan de Wcw, maar ook aan de regels voor een warmtebedrijf onder de huidige Warmtewet. In bijlage 4 is een toelichting op de Wcw opgenomen. 1.3 Interesse van warmteleveranciers Uit eerdere gesprekken is gebleken dat marktpartijen interesse hebben in een deelname aan een publiek integraal warmtebedrijf - waarbij marktpartijen aangaven het belangrijk te vinden zicht te hebben op de omvang van de deelname.. Met de voorgestelde uitgangspunten is er zicht op het private deel: maximaal 39%.

Er bestaat nog een onzekerheid óf een warmteleverancier bereid is om wel investeringen te doen voor het publiek integraal warmtebedrijf zonder meerderheidsbelang. We weten nog niet zeker of de markt geïnteresseerd is in een rol met de uitgangspunten zoals nu is opgesteld. Tijdens de te voeren dialooggesprekken kan blijken dat er geen warmteleverancier is die mee wil doen voor minder dan de helft van de zeggenschap. Indien dit scenario zich voordoet, wordt gezocht naar een andere publieke investeerder, waarbij de feitelijke en onderlinge afspraak over investeringen en risico’s voor gemeente en GWIB gelijk moeten blijven. Dus de onderlinge zeggenschapsverhouding tussen GWIB en gemeente blijft 50-50. Voor een andere publieke investeerder kan gekeken worden naar de nu lopende onderzoeken vanuit het ministerie van EZK naar de wenselijkheid en doelmatigheid van een nationale deelneming die naast decentrale overheden publiek aandeelhouder kan en een rol kan spelen in het inbrengen van expertise, kapitaal en publieke zakelijkheid. Het publiek integraal warmtebedrijf kan bij geen deelname van een marktpartij wel een opdracht gaan verstrekken aan een nog te selecteren partij om werkzaamheden uit te Rolneming gemeente warmtebedrijf

Raadsvoorstel

voeren, maar dan vanuit de rol van opdrachtgever richting opdrachtnemer. Op deze manier kunnen de diensten/producten van een warmteleverancier worden ingekocht door het publiek integraal warmtebedrijf. Een warmteleverancier is dan geen deelnemer in het publiek integraal warmtebedrijf, heeft dus geen zeggenschap maar investeert dan niet mee in het collectieve warmtenet. 1.4 Draagvlak onder de bewoners in Dukenburg Het succesvol verduurzamen van woningen hangt af van of bewoners, huurders en ondernemers achter de plannen staan. Vanuit woningbouwcorporaties geldt dat als minstens 70 procent van de huurders binnen een groep van minstens tien woningen akkoord gaat met het renovatievoorstel, de voorgestelde verandering als redelijk wordt beschouwd en daarmee uitgevoerd kan worden. Of het collectieve warmtenet doorgaat, hangt dus af van hoeveel mensen het eens zijn met de plannen in elk complex. Hiervoor wordt door zowel de woningcorporaties als de gemeente gewerkt aan een gezamenlijk communicatie- en participatieplan (zie vervolg). Financiën Gemeentelijke middelen Het vraagstuk van financiële inbreng vanuit de gemeente bij de oprichting van een publiek integraal warmtebedrijf is nu niet aan de orde, omdat daarvoor nog een go/no go besluit aan uw raad voorgelegd moet worden.

Inzet rijksregeling Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) voor Dukenburg (PAW) De gemeente Nijmegen heeft in 2018 een subsidie van € 4,8 miljoen ontvangen uit de rijksregeling Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) voor Dukenburg. Bij de planexploitatie G550 Nijmegen aardgasvrij is door de raad vastgesteld dat hiervan 30% gebruikt wordt voor plankosten. Dit betekent dat er 70% voor investeringen beschikbaar is, namelijk € 3,36 mln. De beschikbare middelen uit de PAW voor Dukenburg worden ingezet voor: 1. Het verduurzamen van de warmtebronnen in Dukenburg. 2. Het financieren van het aanleggen van de benodigde infrastructuur. Vervolg Door de vertraging rondom de publicatie van het concept Wcw én de onzekerheden in de aanbestedingsprocedure, is de selectie van een warmteleveringspartij vertraagd. De nieuwe planning is dat deze eind 2024 zal gaan plaatsvinden. Zoals aangegeven zal in verband met noodzakelijke renovatie al eerder voorbereidende maatregelen voor een aantal complexen moeten worden getroffen voor een lokale collectieve warmteoplossing die later op kan gaan in het publiek integraal warmtebedrijf. Het streven blijft om begin 2026 te starten met het aanleggen van een collectief warmtenet door een publiek integraal warmtebedrijf. In bijlage 2 is de geactualiseerde routekaart opgenomen.

In december zal het gezamenlijke participatie- en communicatieplan ter besluitvorming aan ons college worden voorgelegd. Hoe ziet het vervolg eruit? • De uitvoering van de participatie en communicatie zoals beschreven in het gezamenlijke participatie- en communicatieplan. • Het verder uitwerken van het voorlopig technisch ontwerp, businesscase en bedrijfsplan. • Samen met bewoners en ondernemers verkennen of zij daadwerkelijk als partij willen deelnemen in een energiecoöperatie. • Na een positieve uitkomst van de marktdialoog het uitvoeren van de selectie van een warmteleverancier, besluitvorming door ons college is voorzien laatste kwartaal 2024. • Het toewerken naar samenwerkingsovereenkomst met GWIB, de nog te selecteren warmteleverancier en energiecoöperatie (optioneel), besluitvorming door ons college is voorzien in laatste kwartaal 2024.

Rolneming gemeente warmtebedrijf

Raadsvoorstel

•

•

•

•

Aan uw raad wordt eind 2024 voorgelegd om een besluit te gaan nemen over de oprichting van het publiek integraal warmtebedrijf op basis van de definitieve businesscase. Het opstellen van het wijkuitvoeringsplan voor Zwanenveld en Lankforst-Noord waarin de definitieve keuze wordt gemaakt voor het warmtealternatief en het moment waarop het aardgas in de wijk wordt afgesloten. Besluitvorming door uw raad is voorzien in tweede kwartaal 2025. Nadat het oprichtingsbesluit door uw raad is genomen zal ons college in de tweede helft van 2025 afspraken met betrekking tot het publiek integraal warmtebedrijf en de leveringsafspraken gaan vaststellen. Het college wijst begin van 2026 de warmtekavel aan.

Bijlagen -

Scenario’s Publiek integraal warmtebedrijf inclusief Fakton-onderzoek “rolneming gemeente in publiek integraal warmtebedrijf” 29 mei 2023 Notitie Rolneming gemeente Nijmegen Geactualiseerde Routekaart Toelichting Gelders Warmte Infra Bedrijf Toelichting concept Wet collectieve warmte (Wcw)

Rolneming gemeente warmtebedrijf

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=55cba2fd-e871-4028-826a-b01930f408ee