Raadsvoorstel Regionale samenwerking beschermd wonen en maatschappelijke opvang
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Openbaar
Onderwerp Regionale samenwerking beschermd wonen en maatschappelijke opvang Opsteller Programma Portefeuillehouder
Emiel Wanningen Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg G. Visser
Collegebesluit 25 mei 2021 Behandeldatum Raad 14 juli 2021 Status Openbaar
Samenvatting Op dit moment ontvangt Nijmegen als centrumgemeente de middelen voor de uitvoer van beschermd wonen (Wmo). Per 2023 worden deze middelen gedecentraliseerd volgens een nieuw verdeelmodel. Dat betekent dat alle regiogemeenten een gedeelte van deze middelen ontvangen. Met de regiogemeenten hebben we een aantal afspraken gemaakt over de regionale samenwerking vanaf 2023 en dat heeft gestalte gekregen in de vorm van een regioplan. De samenwerking gaat vorm krijgen in de vorm van een centrumregeling. In dit raadsvoorstel lichten we de gemaakte afspraken uitgebreid toe. De gemeenteraad neemt besluiten aangaande regionale samenwerking rondom beschermd wonen en maatschappelijke opvang en moet zijn goedkeuring verlenen aan het college om deze centrumregeling vast te stellen.
Voorstel 1. Akkoord te gaan met de volgende uitgangspunten voor de regionale samenwerking rond beschermd wonen en maatschappelijke opvang: A. Beschermd Wonen op het niveau van de regio Nijmegen en Rivierenland te blijven organiseren B. De regionale samenwerking te organiseren via een Centrumregeling en een Dienstverleningsovereenkomst. C. De gemeente Nijmegen aan te laten wijzen als centrumgemeente voor de uitvoeringstaken van beschermd wonen en maatschappelijke opvang. D. De kosten voor beschermd wonen gezamenlijk te dragen en daarbij de verdeelsleutel voor de gemeentelijke bijdrage vast te stellen op basis van het ‘aanvullend’ Wmo-budget per regiogemeente. E. Eén centrale toegang voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang. 2. Toestemming te verlenen aan het college om de centrumregeling beschermd wonen en maatschappelijke opvang regio Nijmegen en Rivierenland vast te stellen
Aanleiding Op dit moment wordt beschermd wonen en maatschappelijke opvang uitgevoerd door 42 aangewezen centrumgemeenten. Nijmegen is er hier één van. Tussen gemeenten en Rijk is afgesproken dat per 1 januari 2022 alle gemeenten formeel verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van beschermd wonen en dat per 1 januari 2023 al deze gemeenten stapsgewijs –via het gemeentefonds – middelen voor ontvangen1. Dit voornemen om beschermd Nijmegen blijft overigens als centrumgemeente tot in elk geval 2026 verantwoordelijk voor de uitvoering van de maatschappelijke opvang. We spreken in dit verband wel van samenwerking op het gebied van beschermd wonen én maatschappelijke opvang omdat er een overlap zit in de doelgroep en omdat we in dit kader ook een aantal afspraken maken rondom de maatschappelijke opvang. 1
B&W, Raad / sjab = Raadsvoorstel Opgesteld door Emiel Wanningen, 27 65, e.wanningen@nijmegen.nl
Regioplan beschermd wonen
Raadsvoorstel
wonen te decentraliseren bestaat al geruime tijd en komt voort uit het rapport van de commissie Dannenberg waarin wordt betoogd dat er veel intensieve, intramurale zorg kan worden voorkomen als gemeenten lokaal meer toegerust zijn om met ernstige psychiatrische problematiek van inwoners om te gaan. In 2017 hebben wij het beleidsplan ‘Samen Dichtbij’ vastgesteld waarin we een regionale visie op beschermd wonen, maatschappelijke opvang en GGZ hebben beschreven. De uitgangspunten rondom de regionale samenwerking die nu voorliggen zijn in feite een uitwerking van een aantal punten waarover al is besloten in het regionale beleidsplan (Samen Dichtbij, 2017) die – voornamelijk – betrekking hebben op de inrichting van de regionale samenwerking rondom beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Dat betreft de volgende afspraken:
Ook in de toekomsten blijven de regiogemeenten op het schaalniveau van Gelderland-Zuid samenwerken. De centrumlocaties voor opvangvoorzieningen in Tiel en Nijmegen blijven behouden, maar worden niet uitgebreid. De tussenvoorzieningen worden in beide regio’s uitgebreid; Inrichting van één centrale toegang voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang; In gang zetten van de ambulantisering met als doel een opbouw van 30% in 2022 tot 50% in 2032. Het uitgangspunt is en blijft dat iedereen die intramurale zorg nodig heeft, dat ook krijgt.
Vanaf 2023 worden de middelen die Nijmegen nu nog ontvangt middels de integratie uitkering beschermd wonen (IU BW) dus gedecentraliseerd. Gemeenten ontvangen vanaf dit moment ‘aanvullende’ middelen voor de uitvoering van de Wmo. Deze middelen gaan ten koste van de IU BW, die in tien jaar tijd langzaam wordt afgebouwd. Beoogde impact Het vaststellen van de onderstaande uitgangspunten rondom de regionale samenwerking en de centrumregeling teneinde een beschermde woonomgeving te kunnen bieden met, voor inwoners met ernstige psychiatrische problematiek, een focus op veiligheid, bescherming, stabilisatie en herstel. Argumenten I. Akkoord te gaan met de volgende uitgangspunten voor de regionale samenwerking rond beschermd wonen en maatschappelijke opvang: Het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport vraagt samenwerkende regio’s om plannen te maken om de regionale samenwerking in te richten rondom beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Ook is er in VNG verband een norm voor opdrachtgeverschap (NvO) vastgesteld. Deze norm zegt, onder andere, dat gemeenten afspraken moeten maken hoe ze (niet vrijblijvende) regionale samenwerking gaan inrichten en hoe zij administratieve lasten beperken en sturen op meerjarige contractering vanuit het oogpunt van stabiliteit en innovatie in het zorglandschap.
Met de onderstaande uitgangspunten en alle stukken die daarbij horen (zoals de centrumregeling en de op te stellen DVO) voldoen wij grotendeels aan deze norm (zie kanttekeningen).
Regioplan beschermd wonen
Raadsvoorstel
Hieronder sommen we de voornaamste uitgangspunten van de regionale samenwerking (A t/m E) op en leggen we uit waarom we dit afspreken. We vragen de gemeenteraad om hiermee akkoord te gaan. Dat doen we om twee redenen. Enerzijds betreft het regionale samenwerking en moet de gemeenteraad altijd met dit soort besluiten instemmen en/of betrokken worden. Anderzijds heeft de specifieke samenwerkingsvorm die we voorstellen (een centrumgemeente constructie) vanaf 2023 veel invloed op de stadsbegroting. We worden – zoals we dat nu ook al zijn – verantwoordelijk voor de uitvoering van beschermd wonen, maar maken daarover met de regio wel afspraken over de uitgaven aan beschermd wonen en de bijdragen vanuit de regiogemeenten. Dat wordt met name toegelicht in de paragrafen C en D. A. beschermd wonen op het niveau van de regio Nijmegen en Rivierenland te blijven organiseren We willen de wijze waarop we nu de zorg en begeleiding geregeld hebben, zo houden. Zo hebben en houden we een stevige basis voor inwoners met een (ernstige) psychiatrische aandoening (EPA) die zorg en begeleiding nodig hebben. Zo sluiten we aan bij wat er al is. We hebben zoveel mogelijk verschillende soorten van zorg en begeleiding die passen bij alle verschillende zorgvragen en behoeftes van inwoners met een EPA. Voor sommige voorzieningen is een minimumaantal cliënten nodig.
Niet alle afzonderlijke gemeenten kunnen hieraan voldoen. Verreweg de meeste gemeenten zijn te klein om de benodigde diversiteit aan beschermd wonen vormen zelf te organiseren. We willen echter wel de verantwoordelijkheid voor goede zorg op het laagst mogelijke niveau organiseren: zo lokaal mogelijk. Dit werkt niet voor beschermd wonen. Maar dat kan wel met het product Beschermd Thuis. Hiermee woont een inwoner zelfstandig en is zorg en ondersteuning van een aanbieder op afroep beschikbaar. Beschermd Thuis is op dit moment nog niet of onvoldoende uitgerold in de hele regio. Het biedt kansen om deze zorg op lokaal niveau te organiseren. Bijvoorbeeld met kleinschalige woonprojecten. Het organiseren hiervan kost tijd. Daarom nemen we hiervoor 7 tot 10 jaar de tijd, vanaf 2023, waarin gemeenten lokaal verantwoordelijk worden voor de inrichting en uitvoering van Beschermd Thuis. B. De regionale samenwerking te organiseren via een Centrumregeling en een Dienstverleningsovereenkomst. Hiermee sluiten we aan bij het uitgangspunt uit het regionale beleidsplan ‘Samen Dichtbij’. Een centrumregeling is een lichte vorm om bestuurlijke samenwerking te regelen. Door te kiezen voor een centrumregeling hoeven we geen nieuwe organisatie op te zetten. Het is een efficiënte en flexibele samenwerkingsvorm waarin de betrokkenheid en de verantwoordelijkheid van gemeenten goed te regelen is.
Het ene gemeentebestuur mandateert taken aan een bestuursorgaan van een andere gemeente. De verantwoordelijkheid wordt niet overgedragen. Daarmee is deze constructie eenvoudig en relatief makkelijk te organiseren. De centrumregeling draagt bij aan efficiency. Er zijn geen extra bestuurslagen en zware of onnodige administratieve lasten. Het geld kunnen we daardoor zoveel mogelijk besteden aan zorg. Daarnaast biedt deze samenwerkingsvorm de instrumenten waardoor
Regioplan beschermd wonen
Raadsvoorstel
gemeenten kunnen meedenken en -sturen. De centrumgemeente gaat over de dagelijkse uitvoering en dat maakt snel kunnen schakelen of handelen mogelijk. De precieze verantwoordelijkheden en verplichtingen van iedere deelnemende gemeente regelen we in een dienstverleningsovereenkomst. Een dienstverleningsovereenkomst sluit aan bij de opdracht tot uitvoering van centrale taken. In de centrumregeling dragen de deelnemende regiogemeenten de uitvoeringstaken over aan centrumgemeente Nijmegen. In een dienstverleningsovereenkomst (DVO) maken we nadere afspraken over de precieze taken die de centrumgemeente krijgt en mandateren we deze. Dit zijn taken die bedrijfsvoerings-onderdelen raken. Beide documenten zijn nodig om de juiste samenwerkingsafspraken vast te leggen. De dienstverleningsovereenkomst wordt gesloten tussen de deelnemende colleges van de centrumregeling. De DVO is nog niet klaar. De overeenkomst wordt later voorgelegd aan het college. Omdat de DVO heel duidelijk de taken en verantwoordelijkheden van Nijmegen als centrumgemeente beschrijft willen we dit document zorgvuldig nalopen binnen de organisatieonderdelen die met deze uitvoering te maken hebben of krijgen. C. De gemeente Nijmegen aan te laten wijzen als centrumgemeente voor de uitvoeringstaken van beschermd wonen en maatschappelijke opvang.
De keuze om samen te werken op regionaal voorzieningenniveau bepaalt het niveau van de organisatie van deze taken. Bij een regionaal voorzieningenniveau past een structuur van centraal organiseren. Dit doet ook recht aan de behoefte van onze cliënten en aanbieders. Cliënten willen stabiliteit in het zorglandschap. Aanbieders werken bij voorkeur met één centraal aanspreekpunt. Deze manier van werken is het meest efficiënt, ook voor de gemeenten zelf. De gemeente Nijmegen voert de taken op dit moment al uit en heeft kennis en expertise opgebouwd. Het ligt voor de hand om Nijmegen als centrumgemeente aan te laten wijzen. De bestaande kennis en structuur kunnen we hierdoor gebruiken en behouden. De uitvoering van beschermd wonen en maatschappelijke opvang is een wettelijke taak van gemeenten die in de Wmo 2015 is vastgelegd. Om deze wettelijke taak over te dragen van de ene aan de andere gemeente is een mandaat nodig. Dit betekent dat alle gemeenten in de regio toestaan dat gemeente Nijmegen namens hen handelt. Dit is nodig om snel besluiten te kunnen nemen. Gemeenten blijven door een inkoopplan (hoeveel zorg kopen we gezamenlijk in) en een regiobegroting betrokken en houden op deze wijze gezamenlijk grip op de kosten. Gemeenten bepalen hiermee gezamenlijk wat het voorzieningenniveau in de regio Nijmegen en Rivierenland moet zijn en welke kosten hiermee gemoeid zijn.
In deze begroting komen ook de kosten die Nijmegen maakt voor de maatschappelijke opvang voor zover deze hoger zijn dan de decentralisatie uitkering maatschappelijke opvang (DUMO). Dit is redelijk omdat er op dit moment op de centrumgemeentetaak beschermd wonen middelen over blijven en er op de centrumgemeentetaak maatschappelijke opvang middelen tekort komen. Ook komen er uitvoeringskosten terecht in deze regiobegroting. Dat gaat onder andere over de uitvoering van de centrale toegang, maar ook over de uitvoeringskosten binnen de ambtelijke organisatie die er gemaakt worden doordat we centrumgemeente zijn. Door het gezamenlijk opstellen van de regiobegroting weten gemeenten welke financiële bijdrage er jaarlijks door de gemeenteraad moet worden goedgekeurd.
Regioplan beschermd wonen
Raadsvoorstel
D. De kosten voor beschermd wonen gezamenlijk te dragen en daarbij de verdeelsleutel voor de gemeentelijke bijdrage vast te stellen op basis van het ‘aanvullend’ Wmo-budget per regiogemeente. beschermd wonen is een dure voorziening binnen de Wmo doordat het intensieve zorg betreft gekoppeld aan een wooncomponent. Op regionaal vlak hebben we de kosten hiervan goed onder controle. Voor kleinere gemeenten zou het een grillig en onvoorspelbaar kostenpatroon opleveren wanneer er op basis van werkelijk gebruik zou worden gefinancierd. Bijvoorbeeld wanneer een gemeente alleen zou betalen voor cliënten uit haar eigen gemeente. Voor grote gemeenten levert financiering op basis van werkelijk gebruik het risico op dat zij meer kosten maken dan middelen ontvangen doordat grote gemeenten en steden vaak een concentratie aan complexe (psychiatrische) problematiek kennen. Het objectieve verdeelmodel corrigeert onvoldoende voor dit effect. Het is dus in het belang van alle deelnemende gemeenten om op basis van beschikbaarheid van voorzieningen – en daarmee een soort solidariteit – te financieren. Hiermee worden de risico’s verdeeld en is voor elke gemeente vooraf duidelijk wat de kosten zijn. De decentralisatie vindt vanaf 2022 stapsgewijs in 10 jaar tijd plaats. In het eerste jaar ontvangt Nijmegen nog alle centrumgemeentemiddelen. Dit bouwt het rijk vanaf 2023 vervolgens in stappen af.
Daar staat tegenover dat het rijk het gemeentelijke budget voor deze taken in die jaren opbouwt. Het geld voor BW verschuift dus in 10 jaar van de centrumgemeenten naar de individuele gemeenten in een regio. Vanaf 2023 ontvangen gemeenten boven op hun bestaande Wmo budget, aanvullende middelen voor de uitvoering van BW. Dit aanvullende deel is gebaseerd op het nieuwe objectieve verdeelmodel van het Rijk. Deze middelen zijn gebaseerd op de meetbare kenmerken van een gemeente zoals inwonertal en aantal bijstandsgerechtigden. Om het totaal van de bijdrage te bepalen kijkt de regio alleen naar die aanvullende middelen die gemeenten ontvangen. Het nieuwe Wmo budget (2023) minus het oude Wmo budget (2022) is het deel dat we gebruiken voor BW. Het Rijk maakt dit mogelijk door de verschuiving van middelen van de IU BW naar het gemeentefonds inzichtelijk te houden. Dit stelt ons in staat om een verdeelsleutel op te stellen. Omdat het ‘aandeel’ van een gemeente in de totaal beschikbare ‘BW’ middelen niet fluctueert kunnen we voor de lange termijn een verdeelsleutel vaststellen op basis van de uitkomsten van het objectieve verdeelmodel. De integratie-uitkering beschermd wonen die de gemeente Nijmegen ontvangt wordt altijd volledig benut alvorens we een beroep doen op de lokale middelen van gemeenten.
De lokale (aanvullende) Wmo middelen zijn dus bedoeld om de IU BW aan te vullen totdat we een sluitende regiobegroting hebben. Dat gebeurt op basis van de verdeelsleutel die we baseren op een ieders ‘aandeel’ in die regionale BW middelen. Dit is een belangrijke afspraak. Dit kan namelijk ook andersom werken: een overschot op de IU BW (vanaf 2023) volgens de verdeelsleutel uitkeren aan de regiogemeenten: zie paragraaf financiën. Om de taken voor BW uit te kunnen voeren is het voor alle gemeenten belangrijk dat we voor elk jaar bepalen welk budget er benodigd is en wat er beschikbaar is. Dat betekent dat we het budget en de eventuele lokale bijdragen ieder jaar vooraf vaststellen. Eventuele correcties worden tijdig naar de regiogemeenten gecommuniceerd en via de P&C cyclus gemeld. Ook de verwachte uitgaven voor het lopende jaar
Regioplan beschermd wonen
Raadsvoorstel
communiceren we tijdens de reguliere P&C cyclus aan de regiogemeenten. De definitieve vaststelling komt na ontvangst van de definitieve productieverantwoordingen van de zorgaanbieders. We dragen de tekorten gezamenlijk volgens dezelfde verdeelsleutel. Overschotten laten we eveneens volgens deze verdeelsleutel terugvloeien naar de regiogemeenten. De verdeelsleutel kunnen we pas vaststellen wanneer het Rijk de definitieve uitkomsten van het nieuwe verdeelmodel publiceert. Dit gebeurt pas na bestuurlijke overeenstemming tussen gemeenten en Rijk over dit verdeelmodel. Mogelijk pas in de meicirculaire 20222. E. Eén centrale toegang voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang In het beleidsplan Samen Dichtbij spraken we af dat er één centrale toegang zou komen voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Dit willen we omdat er een grote samenloop en overlap is tussen de doelgroepen voor BW en MO. Op deze manier weten mensen snel waar ze moeten zijn en hoef je niet iedere gemeentelijke toegang (wijkteam/buurtteam/sociaalteam/Wmo-loket) toe te rusten met de expertise rondom deze – veelal complexe – brede GGZ doelgroep. Ook hou je met één centrale toegang meer zicht op de instroom en de uitstroom en verneem je eerder of je zorgaanbod voldoet, of juist niet. De GGD Gelderland Zuid voert op dit moment de centrale toegang voor beschermd wonen uit.
Via een afzonderlijk collegevoorstel zal worden voorgesteld om dit uit te breiden met de toegang voor de maatschappelijke opvang. II. Toestemming te verlenen aan het college om de centrumregeling beschermd wonen en maatschappelijke opvang regio Nijmegen en Rivierenland vast te stellen In het kader van de gemeentewet neemt een gemeenteraad besluiten over regionale samenwerking. Daarnaast hebben zij budgetrecht over de uitkeringen in het gemeentefonds. Het betreft tenslotte een beleidsrijke samenwerking tussen gemeenten die een grote invloed heeft op de begroting van de gemeente Nijmegen. Daarom vragen we de raad om het college toestemming te verlenen om de centrumregeling beschermd wonen en maatschappelijke opvang regio Nijmegen en Rivierenland vast te stellen. De centrumregeling zoals deze nu voorligt sluit aan bij de regionale uitgangspunten zoals deze hierboven zijn beschreven. De precieze uitvoering zal worden vastgelegd in een dienstverleningsovereenkomst. Deze zal later dit jaar door de verschillende colleges worden vastgesteld. Kanttekeningen Het is op dit moment nog erg moeilijk om een regionale begroting voor beschermd wonen op te stellen. Dat heeft te maken met zowel de kosten als de batenkant. De openstelling van de Wet langdurige zorg begin 2021 zorgt ervoor dat er een grote groep cliënten van de Wmo (met name cliënten beschermd wonen) naar de Wlz overgaan.
Tussen gemeenten en Rijk is afgesproken dat er ook een financiële uitname volgt, volgens de geldvolgt-cliënt systematiek. Vanwege grote vertragingen en lange wachttijden bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) hebben we nog onvoldoende zicht op de exacte aantallen De invoering van een nieuw verdeelmodel is nog onderhevig aan de beoordeling door de raad voor het openbaar bestuur en aan onderhandelingen tussen de VNG en het Rijk over de totale herijking van het gemeentefonds. Hierover zal pas door een nieuw kabinet besloten worden en daarom is het aannemelijk dat het nog enige tijd zal duren voordat er echte duidelijkheid komt. Het is overigens wel mogelijk dat er in de decembercirculaire al meer duidelijk wordt. 2
Regioplan beschermd wonen
Raadsvoorstel
cliënten die naar de Wlz overgaan en ook niet op de financiële uitname die hiermee gemoeid is. Dit betekent dat we de kostenzijde voor beschermd wonen vanaf 2021 en verder nog onvoldoende scherp hebben om een nauwkeurige meerjarige begroting op te kunnen stellen. Ten aanzien van de batenkant geldt hetzelfde. Doordat de Wlz-uitname nog niet definitief is weten we niet hoeveel BW middelen er per 2023 resteren in de integratie-uitkering en in het gemeentefonds. Wat ook meespeelt is dat het nieuwe verdeelmodel nog niet is vastgesteld door het Rijk en door gemeenten. Dit betekent dat het regionaal beschikbare budget nog niet definitief vast staat en de korting die – voor onze regio – gemoeid gaat met het verdeelmodel ook nog niet. Mogelijk komt hier pas in de meicirculaire 2022 duidelijkheid over. In de norm voor opdrachtgeverschap schrijven gemeenten zichzelf voor om ook afspraken te maken met de regiogemeenten over hoe wij omgaan met het woonplaatsbeginsel. Hoewel we hiermee rekening zullen houden met het opstellen van een regiobegroting is over het woonplaatsbeginsel en de effecten daarvan nog onvoldoende zeker en bekend om hierover gedetailleerde afspraken te maken zoals de NvO voorschrijft. Het organiseren van Beschermd Thuis vraagt van aanbieders dat zij verschillende soorten zorg en ondersteuning op afroep snel kunnen inzetten.
De wijken en buurten moeten hier ook op voorbereid zijn. Een passende zorg-infrastructuur is ook van belang. Het kan hierdoor zijn dat niet iedere gemeente Beschermd Thuis kan organiseren. Zij kunnen er dan voor kiezen dit (sub)regionaal te blijven of gaan doen. Ook vraagt dit om voldoende woonplekken. Die zijn er nu niet. We proberen wel meer woonplekken te maken door samen te werken met wooncorporaties en aanbieders. In Nijmegen maakten we hierover afspraken in het convenant ‘Weer Thuis’ uit 2019. De gemeenten uit Rivierenland maakten hierover vergelijkbare afspraken met Regio Rivierenland (uitvoeringsorganisatie) voor de uitvoering van ‘Weer Thuis’. Door gebrek aan woonplekken bestaat het risico dat we de transformatie naar ‘zelfstandig wonen in de wijk (met steun)’ niet kunnen waarmaken. Financiën Vanaf 2023 ontvangt iedere gemeente bovenop de middelen voor de Wmo een aanvulling voor de uitvoering van BW. Het is nog niet bekend hoe hoog dat bedrag is. Op basis van een eerste publicatie zijn hier wel indicaties van. Ook is duidelijk dat gemeenten op basis van een eenvoudig rekenmodel, wat verspreid wordt met het definitief worden van het objectieve verdeelmodel, exact kunnen bepalen welk bedrag zij aanvullend krijgen. Dat is het bedrag wat beschikbaar moet blijven voor de uitvoering van BW.
In lijn met afspraken over de verdeelsleutel dragen gemeente bij wat nodig is om de regionale voorzieningen in stand te houden. Net als de bijdrage aan de uitvoeringskosten voor de centrumgemeente. De jaarlijks vast te stellen regionale begroting BW is hierbij leidend. Afspraken hierover worden vastgelegd in de dienstverleningsovereenkomst. De huidige verwachting is dat de eerste 4-5 jaar vanaf 2023 de combinatie van de centrumgemeente middelen en de lokale bijdragen geen tekort oplevert.
Regioplan beschermd wonen
Raadsvoorstel
Door de openstelling van der Wlz weten we nog niet wat het kostenniveau is van BW vanaf 2023. Zodra hier duidelijkheid over is en zodra er duidelijkheid is over de effecten van het verdeelmodel stellen we een regionale begroting op. Met de regiogemeenten is afgesproken dat we vanaf 2023 – alvorens er een beroep moet worden gedaan op de inleg van regiogemeenten – eerst de IU BW volledig inzetten voor bekostiging van beschermd wonen. Dit is ook opgenomen in de centrumregeling. We hebben tevens afgesproken dat vanaf 2023 de overschotten én tekorten gezamenlijk gedeeld gaan worden. Hieruit volgt dat wanneer de IUBW hoger is dan de regionale kosten voor de uitvoering van beschermd wonen, de regiogemeenten een aandeel van dit overschot – conform de nog vast te stellen verdeelsleutel – ontvangen. Dit maakt dat de IU BW per 2023 niet meer vrij besteed kan worden. Dit geldt ook voor het lokale Wmo BW budget van Nijmegen: we committeren ons aan de regionale afspraak om naar rato bij te dragen. Overigens deelt Nijmegen als gemeente en deelnemer aan de centrumregeling natuurlijk ook mee in zowel de tekorten als de overschotten. Zoals ook gemeld onder argumenten nemen we het verschil in inkomsten vanuit de DUMO en uitgaven die we doen als centrumgemeente aan de maatschappelijke opvang mee in de regiobegroting.
Dit betekent concreet dat regiogemeenten (vanuit de BW middelen die zij gaan ontvangen) gaan bijdragen aan de maatschappelijke opvang.
Vervolg Bijgevoegd is het regioplan beschermd wonen. Dit betreft een publieksvriendelijke versie van de afspraken die we middels dit raadsvoorstel maken met de regiogemeenten. Omdat deze regionale samenwerking over mensen gaat was het de wens van veel regiogemeenten om deze samenwerking ook op taalniveau B1 te beschrijven en zo begrijpelijk te maken voor alle inwoners. Het beschrijft dezelfde uitgangspunten en afspraken als in dit raadsvoorstel, maar dan in eenvoudiger taalgebruik. We delen dit document met zorginstellingen en cliëntenraden. Na vaststelling van de centrumregeling moet er een dienstverleningsovereenkomst worden gesloten tussen de colleges van de deelnemende gemeenten. Ook moet er een regiobegroting worden opgesteld. Het opstellen van deze regiobegroting is echter grotendeels afhankelijk van landelijke ontwikkelingen en circulaires vanuit het Rijk. We verwachten deze begroting daarom niet eerder afgerond te hebben dan de meicirculaire 2022. Wanneer er eerder een definitief beeld is op de financiën kan dit natuurlijk eerder afgerond worden. Daarnaast moeten er afspraken worden gemaakt over de afstemming tussen gemeenten die deelnemen in de centrumregeling, zowel bestuurlijk als ambtelijk. Hiervoor zijn al bestaande overleggremia. Het is de vraag of deze voldoen aan deze nieuwe en meer intensievere vorm van samenwerking.
Dit is een vraag die ook terug zal komen bij het opstellen van de dienstverleningsovereenkomst. Bijlage(n) Centrumregeling Regioplan beschermd wonen Infographic regioplan
Regioplan beschermd wonen