Raadsvoorstel Legesverordening 2025
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Openbaar
Onderwerp Legesverordening 2025 Opsteller Programma Portefeuillehouder
Danny Ederveen Financiën T.F.A. van Elferen
Collegebesluit 29 oktober 2024 Behandeldatum Raad 18 december 2024 Status Openbaar
Samenvatting In dit voorstel willen wij de tarieven van de Legesverordening 2025 indexeren met 4,57%, zoals aangekondigd in de paragraaf lokale heffingen van de Stadsbegroting 2025-2028. Wij merken hierbij op dat alle tarieven in de legesverordening op € 0,05 zijn afgerond. Reden hiervoor is dat een aantal van deze diensten ook contant worden afgerekend. Hierbij is ook rekening gehouden met wettelijke dan wel maximumtarieven. Daarnaast willen wij een aantal inhoudelijke wijzigingen voorstellen.
Voorstel 1. Verordening op de heffing en de invordering van leges gemeente Nijmegen 2025 (legesverordening 2025) vast te stellen onder gelijktijdige intrekking van de Verordening op de heffing en de invordering van leges gemeente Nijmegen 2024-A (Gmb-2024-302818). Aanleiding De bevoegdheid tot het in rekening brengen van leges ontlenen wij aan de Gemeentewet. In de daarbij behorende verordening hebben wij de tarieven opgenomen die wij heffen voor de concreet aanwijsbare diensten die wij ten behoeve van het individu verrichten (bijvoorbeeld paspoort of rijbewijs). De heffing op basis van deze verordening is begrensd door de eisen van kostendekkendheid. Dat wil zeggen dat de geraamde baten niet hoger mogen zijn dan de geraamde lasten. Er geldt dus een maximaal toelaatbare opbrengst. De gemeentelijke producten en diensten brengen wij in beginsel kostendekkend in rekening. Beoogde impact Dit raadsvoorstel sluit aan bij de stadsbegroting 2025-2028 zodat de opbrengsten zoals die voor 2025 zijn geraamd daadwerkelijk kunnen worden gerealiseerd. In de stadsbegroting 2025-2028 hebben wij het indexeringspercentage voor 2025 vastgesteld op 4,57%. In lijn met deze ontwikkeling stellen wij voor de tarieven in de legesverordening 2025 eveneens met 4,57% te indexeren. Wij merken hierbij op dat alle tarieven in de legesverordening op € 0,05 zijn afgerond.
Reden hiervoor is dat een aantal van deze diensten ook contant worden afgerekend. Hierbij is ook rekening gehouden met wettelijke dan wel maximumtarieven. De legesopbrengsten worden verantwoord in verschillende programma’s van de stadsbegroting 2025-2028. Ze dragen echter allemaal bij aan de ambitie dat we een financieel en gezonde gemeente willen zijn nu en in de toekomst. Het doel van de legesverordening is dat we aanvullend inkomsten genereren ter dekking van lasten van (lokaal) beleid, waarbij zorg wordt gedragen voor een goede verhouding tussen baten en lasten voor zowel burgers als bedrijven.
Overlegggen / sjab = Raadsvoorstel Opgesteld door Danny Ederveen, 0652583529, d.ederveen@nijmegen.nl
Legesverordening
Raadsvoorstel
Argumenten De legesverordening is als volgt onderverdeeld: • Algemene artikelen • Hoofdstuk 1: Algemene dienstverlening • Hoofdstuk 2: Omgevingswet • Hoofdstuk 3: Europese dienstenrichtlijn Hieronder geven wij de van belang zijnde veranderingen en de voorstellen ten opzichte van de huidige legesverordening weer. Redactionele wijzigingen zijn niet toegelicht. Algemene artikelen Geen wijzigingen. Hoofdstuk 1: Algemene dienstverlening 1.1 Artikel 1.1 tot en met 1.8 (paragraaf 1.1 Burgerlijke stand) • Wij stellen voor om het tarief van artikel 1.1.1.b ‘op maandag tot en met woensdag: tussen 9.00 uur en 12.00 uur, waarbij de voltrekking niet langer duurt dan 10 minuten op locatie Stadswinkel (m.u.v. maandag van 9.00-9.30 uur)’ met ingang van 1 januari 2025 vast te stellen op € 307,00. Reden hiervoor is het inclusief maken van een trouwboekje/partnerschapsboekje normale uitvoering. • Wij stellen voor om artikel 1.1.1.c ‘op maandag tot en met woensdag tussen 9.00 uur en 17.00 uur’, 1.1.1.d ‘op donderdag tussen 09.00 uur en 12.00 uur’ en ‘tussen 12.00 uur en 17.00 uur’, en 1.1.1.e ‘op vrijdag, tussen 09.00 uur en 17.00 uur’ samen te voegen tot artikel 1.1.1.c ‘op maandag tot en met vrijdag tussen 9.00 uur en 17.00 uur’ en met ingang van 1 januari 2025 vast te stellen op € 524,00.
Reden hiervoor is het reduceren van het grote aantal verschillende legesproducten en daarmee verduidelijking over het te betalen eindbedrag voor de Nijmegenaar. • Wij stellen voor om artikel 1.1.1.f ‘op vrijdag en zaterdag, tussen 17.00 uur en 22.00 uur’ en 1.1.1.g ‘op zaterdag, tussen 09.00 uur en 17.00 uur en op maandag tot en met donderdag tussen 17.00 uur en 22.00 uur’ samen te voegen tot 1.1.1.d ‘op zaterdag, tussen 09.00 uur en 17.00 uur en op maandag tot en met vrijdag tussen 17.00 uur en 22.00 uur’ en met ingang van 1 januari 2025 vast te stellen op € 1.000,00. Reden hiervoor is het reduceren van het grote aantal verschillende legesproducten en daarmee verduidelijking over het te betalen eindbedrag voor de Nijmegenaar. • Wij stellen voor om artikel 1.1.1.h ‘op de niet onder a tot en met g genoemde uren en op zon- en feestdagen of op de door het gemeentebestuur vastgestelde collectieve sluitingsdagen’ te wijzigen naar artikel 1.1.1.e ‘op zaterdag, tussen 17.00 uur en 22.00 uur, en op zon- en feestdagen of op de door het gemeentebestuur vastgestelde collectieve sluitingsdagen’ en met ingang van 1 januari 2025 vast te stellen op € 1.522,00. Reden hiervoor is het reduceren van het grote aantal verschillende legesproducten en daarmee verduidelijking over het te betalen eindbedrag voor de Nijmegenaar.
• Wij stellen voor het tarief van artikel 1.2.1 ‘ter zake van de omzetting van het geregistreerd partnerschap in een huwelijk (zonder ceremonie)’ met ingang van 1 januari 2025 vast te stellen op € 100,00. Reden hiervoor is het aanpassen van het tarief op de huidige werkzaamheden. • Wij stellen voor het tarief van artikel 1.3.1 ‘ter zake van de voltrekking van een huwelijk in een bijzonder huis ingevolge artikel 64, Boek 1, van het Burgerlijk Wetboek bedraagt
Legesverordening
Raadsvoorstel
•
•
•
•
het tarief’ met ingang van 1 januari 2025 vast te stellen op € 307,00. Reden hiervoor is een toegankelijke dienstverlening, en daarom het gelijktrekken met het tarief van een eenvoudige ceremonie. Wij stellen voor het tarief van artikel 1.7.1 ‘aanvullende mogelijkheden: Indien de voltrekking van een huwelijk of de registratie van het partnerschap plaatsvindt op een andere locatie dan het Stadhuis of de Stadswinkel of een bijzonder huis als bedoeld in 1.3.1, vindt er een toeslag op bovengenoemde tarieven plaats van’ met ingang van 1 januari 2025 vast te stellen op € 200,00. Reden hiervoor is het aanpassen van het tarief op de huidige werkzaamheden. Wij stellen voor om artikel 1.7.2 ‘aanvullende mogelijkheden: Indien de voltrekking van een huwelijk of de registratie van het partnerschap plaatsvindt in het Stadhuis buiten de reguliere openingstijden vindt er een toeslag op bovengenoemde tarieven plaats van’ met ingang van 1 januari 2025 toe te voegen voor een tarief van € 240,00. Reden hiervoor is het aanpassen van het tarief op de huidige werkzaamheden.
Wij stellen voor om artikel 1.7.3.a ‘tot 14 dagen voor de huwelijksdatum of registratiedatum bedraagt de restitutie een zodanig bedrag dat aan leges nog verschuldigd blijft’ en artikel 1.7.4.a ‘tot 14 dagen voor de huwelijksdatum of registratiedatum bedraagt het tarief’ samen te voegen tot 1.7.3.a ‘tot 42 dagen voor de huwelijksdatum of registratiedatum bedraagt het tarief’ en met ingang van 1 januari 2025 vast te stellen op € 0. Reden hiervoor is het aanpassen van het tarief op de huidige werkzaamheden. Wij stellen voor om artikel 1.7.3.b ‘binnen 14 dagen voor de huwelijksdatum of registratiedatum bedraagt de restitutie een zodanig bedrag dat aan leges nog verschuldigd blijft’ en 1.7.4.b ‘binnen 14 dagen voor de huwelijksdatum of registratiedatum bedraagt het tarief’ samen te voegen tot 1.7.3.b ‘binnen 42 dagen voor de huwelijksdatum of registratiedatum bedraagt het tarief’ en met ingang van 1 januari 2025 vast te stellen op 50% van het bedrag voor de gekozen ceremonie (en evt. aanvullingen), met een minimum van € 150,00. Reden hiervoor is het aanpassen van het tarief op de huidige werkzaamheden.
1.2 Artikel 1.9.1 tot en met 1.11.2 (paragraaf 1.2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart) • Wij stellen voor om de volgende artikelen met ingang van 1 januari 2025 toe te voegen: • Artikel 1.9.4 ‘een paspoort (met een geldigheidsduur van 10 jaar) voor een nietingezetene die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is’ voor een tarief van € 130,95. • Artikel 1.9.5 ‘een paspoort (met een geldigheidsduur van 5 jaar) voor een nietingezetene die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt’ voor een tarief van € 109,80. • Artikel 1.10.4 ‘een Nederlandse identiteitskaart (met een geldigheidsduur van 5 jaar) voor een niet-ingezetene die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt’ voor een tarief van € 90,15. • Artikel 1.10.5 ‘een Nederlandse identiteitskaart (met een geldigheidsduur van 10 jaar) voor een niet-ingezetene die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is’ voor een tarief van € 126,30. Reden hiervoor is dat de gemeente Nijmegen is aangewezen als grensgemeente in artikel 7 aangewezen gemeenten van de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001. Dit resulteert gelijktijdig in de bevoegdheid voor het uitgeven van paspoorten en
Legesverordening
Raadsvoorstel
•
•
Nederlandse identiteitskaarten aan niet-ingezetenen. Hiervoor worden leges geheven. Bijbehorende tarieven worden opgenomen in het Besluit paspoortgelden 2025. Wij stellen voor de tarieven in de artikelen 1.9.1 tot en met 1.11.2 voorlopig te baseren op het Ontwerpbesluit wijziging Besluit paspoortgelden voor 2025 van 2 juli 2024. Reden hiervoor is dat bij de totstandkoming van deze Legesverordening de definitieve tarieven nog niet bekend waren. Dit is toegelicht in de Legesverordening. Wij stellen voor bij de artikelen 1.9.1 tot en met 1.11.2 de maximale tarieven voor 2025 te hanteren zoals deze worden vastgesteld in het Besluit paspoortgelden 2025, afgerond op € 0,05 naar beneden conform de methodiek van voorgaande jaren.
1.3 Artikelen 1.12 en 1.13 (paragraaf 1.3 Rijbewijzen) Wij stellen voor bij artikel 1.12 en 1.13 de maximale tarieven voor 2025 te hanteren zoals deze worden vastgesteld door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), afgerond op € 0,05 naar beneden conform de methodiek van voorgaande jaren. Reden hiervoor is dat de tarieven voor 2025 nog niet in de Legesverordening 2025 zijn opgenomen, omdat deze bij de totstandkoming van de Legesverordening 2025 nog niet bekend waren. Dit is toegelicht in de Legesverordening 2025. 1.4 Artikelen 1.19 (paragraaf 1.5 Bestuursstukken) Wij stellen voor artikel 1.19.1 ‘Wet Open Overheid: Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het vervaardigen van kopieën van documenten’ niet te indexeren en de genoemde tarieven voor kopieën te handhaven. Reden hiervoor is dat de tarieven wettelijk zijn vastgesteld in het besluit maximumtarieven open overheid. 1.5 Artikel 1.25.1 (paragraaf 1.7 Overige publiekszaken) Wij stellen voor het tarief van artikel 1.25.1 ‘Ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een verklaring omtrent het gedrag geldt het tarief zoals dat in artikel 39 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens voor dit document is vastgesteld’ met ingang van 1 januari 2025 vast te stellen op € 41,35.
Reden hiervoor is dat dit tarief is vastgesteld door de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie in de Regeling vergoeding verklaring omtrent het gedrag en gedragsverklaring aanbesteden. 1.6 Artikel 1.25.6 (paragraaf 1.7 Overige publiekszaken) Wij stellen voor artikel 1.25.6 ‘Voor het opmaken van een akte van naamskeuze zoals bedoeld in de overgangsregeling behorende bij de Wet introductie gecombineerde geslachtsnaam geldt het Rijkstarief dat is vastgesteld bij de invoering van het overgangsrecht’ met ingang van 1 januari 2025 te laten vervallen. Reden hiervoor is dat het overgangsrecht geldt van 1 januari t/m 31 december 2024. Enkel in deze periode mogen leges worden geheven voor het opmaken van akten van naamskeuze voor kinderen geboren tussen 1 januari 2016 en 31 december 2023. 1.7 Artikel 1.31.4 (paragraaf 1.9 Bijzondere wetten) Wij stellen voor artikel 1.31.4 ‘Het verkrijgen van een vergunning tot het houden van een fancy fair’ met een tarief van € 146,60 (2024) met ingang van 1 januari 2025 te laten vervallen. Reden hiervoor is dat artikel 1.31.3 ‘Tot het verkrijgen van een vergunning tot het houden van een kansspel per keer’ volstaat voor alle typen loterijvergunningen die wij verlenen. Een fancy fair hoeft als zodanig niet afzonderlijk opgenomen te worden.
Legesverordening
Raadsvoorstel
1.8 Artikel 1.35.17 (paragraaf 1.10 Diversen) Wij stellen voor artikel 1.35.17.b ‘Indien de aanvraag van de vergunning betrekking heeft op meerdere locaties dan bedraagt het tarief, in afwijking van bovenstaande’ met ingang van 1 januari 2025 toe te voegen voor een tarief van € 242,80, zijnde het dubbele tarief ten opzichte van het tarief voor een objectvergunning voor één locatie (artikel 1.35.17.a € 121,40). Reden hiervoor is dat er steeds vaker een aanvraag voor een objectvergunning wordt ingediend voor het plaatsen van objecten op meerdere locaties in de stad. Om die reden wordt er een nieuw tarief geïntroduceerd. 1.9 Artikel 1.35.19 (paragraaf 1.10 Diversen) Wij stellen voor artikel 1.35.19 ‘Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een vergunning als bedoelt in artikel 10, eerste lid onder a van de Wet explosieven voor civiel gebruik‘ naar ‘Op grond van artikel 4 lid 2 van de regeling aanvraag erkenning en onkostenvergoeding goedkeuring Wet explosieven voor civiel gebruik (WECg), bedraagt het tarief ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag om een overbrengingsvergunning als bedoeld in artikel 10 lid 1 onder a van de WECg in de betrokken gemeente’ niet te indexeren en het tarief te handhaven op € 121,00. Reden hiervoor is dat het tarief wettelijk is vastgesteld in voorgenoemde regeling.
Hoofdstuk 2: Omgevingswet 1.10 Artikel 2.23 (paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten) Wij stellen voor artikel 2.23 ‘Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen, in stand houden of verwijderen van een kabel of leiding in openbaar gebied, niet zijnde kabels als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten’ met ingang van 1 januari 2025 toe te voegen voor een tarief van € 400,00. Reden hiervoor is dat het college op 9 juli 2024 de plaatsingsleidraad reguliere laadpalen in de openbare ruimte heeft vastgesteld. De te betalen leges voor het aanleggen van de kabelgoot uit voorgaande leidraad zijn hiermee verwerkt in de legesverordening. 1.11 Artikel 2.54, 2.55, 2.56 en 2.59 (paragraaf 2.14 Teruggaaf) Wij stellen voor de artikelen 2.54, 2.55, 2.56 en 2.59 aan te passen. Deze artikelen gaan over teruggaaf van leges wanneer er na het indienen sprake is van het oordeel dat er geen vergunning nodig is, de aanvraag buiten behandeling wordt gelaten, wordt ingetrokken of wordt geweigerd.
Indien er van een dergelijke situatie sprake is, bestaat er recht op teruggaaf van leges maar blijft er wel een minimaal bedrag over dat betaald moet worden. Voor deze situaties is in de artikelen 2.54, 2.55, 2.56 en 2.59 een lid opgenomen met de artikelen/onderwerpen waarbij dit speelt. Reden voor de aanpassing is dat in de praktijk is gebleken dat niet alle artikelen/onderwerpen zijn opgenomen. Dit is hersteld voor de artikelen 2.9, 2.10, 2.30 en 2.20.2 onder b. Hoofdstuk 3: Europese dienstenrichtlijn 1.12 Artikel 3.1.1 en 3.2.2 (paragraaf 3.1 Horeca) • Wij stellen voor artikel 3.1.1.b ‘Wijziging tenaamstelling bestaand terras bij wijziging rechtsvorm onderneming en/of wijziging handelsnaam door dezelfde ondernemer’ met
Legesverordening
Raadsvoorstel
•
•
•
een tarief van € 517,50 (2024) met ingang van 1 januari 2025 te laten vervallen. Reden hiervoor is dat terrassen niet meer persoonsgebonden maar pandgebonden zijn en deze bepaling in de legesverordening niet meer wordt gebruikt. Wij stellen voor artikel 3.1.1.c ‘Wijziging oppervlakte en/of situering bestaand terras bij overname van een bestaand terras door een nieuwe ondernemer’ te vervangen door artikel 3.1.1.b ‘Wijziging oppervlakte en/of situering bestaand terras waarvoor uitgebreide toetsing (opvragen adviezen) is vereist’. Reden hiervoor is om de bepaling te verduidelijken door aan te geven dat voor het wijzigingen van een bestaande vergunning het opvragen van adviezen is vereist. Wij stellen voor om artikel 3.1.1.c ‘Beperkte wijziging oppervlakte en/of situering bestaand terras die kan worden verwerkt zonder uitgebreide toetsing (opvragen adviezen niet noodzakelijk) met ingang van 1 januari 2025 toe te voegen voor een tarief van € 326,30, zijnde 25% van het tarief voor de aanvraag van een nieuwe terrasvergunning (€ 1.305,20). Wij stellen voor om bij artikel 3.2.2 ‘Een vergunning als hiervoor bedoeld, in verband met een ‘melding’ tot het bijschrijven van een leidinggevende als bedoeld in artikel 30a Alcoholwet’ het tarief met ingang van 1 januari 2025 vast te stellen op € 246,65 (2024: € 141,55).
Reden hiervoor is er bij het toetsen van een leidinggevende ook dient te worden gecontroleerd of een persoon is geregistreerd in het register Sociale Hygiëne en moeten er justitiële en politiegegevens worden opgevraagd en getoetst. Deze extra tijdsbesteding is doorgerekend in het tarief.
1.13 Artikel 3.6.1 (paragraaf 3.4 Organiseren van evenement of markt) Wij stellen voor om bij artikel 3.6.1.a.1 ‘Basistarief’, artikel 3.6.1.a.2 ‘Basistarief clustervergunning’ met ingang van 1 januari 2025 toe te voegen voor een tarief van € 595,90, zijnde het dubbele tarief ten opzichte van een reguliere basis vergunning voor een evenement (artikel 3.6.1.a.1 € 297,95). Reden hiervoor is dat er gelijksoortige evenementen zijn die op meerdere momenten in het jaar worden georganiseerd. In deze gevallen kan een clustervergunning worden verleend. Er zijn meer administratieve lasten bij een clustervergunning. De beoordeling van de aanvraag en het opmaken van de vergunning kost meer tijd, evenals de administratieve handelingen die tijdens de duur van de vergunning worden verricht. Ieder evenement moet bijvoorbeeld apart worden vermeld op de evenementenkalender. Kanttekeningen Fatale termijn. De legesverordening moet voor 1 januari 2025 door de gemeenteraad zijn vastgesteld en worden gepubliceerd in verband met de ingang van de belastingplicht. Financiën De voorgestelde legestarieven zijn voor 2025 voor het merendeel allemaal met het gemeente indexeringspercentage van 4,57% verhoogd, zoals voor 2025 is vastgesteld in de stadsbegroting 2025-2028.
Daarbij zijn deze zodanig opgesteld dat ze voldoen aan de eisen van kostendekkendheid, tenzij deze wettelijk zijn vastgesteld of aan een maximum zijn gebonden. Met de voorgestelde legestarieven worden de geraamde opbrengsten van de leges voor 2025 zoals opgenomen in de stadsbegroting 2025-2028 gerealiseerd.
Legesverordening
Raadsvoorstel
Vervolg Het besluit tot vaststelling of wijziging van de legesverordening wordt dit jaar nog gepubliceerd in het Gemeenteblad. De gemeentebladen worden sinds 1 januari 2014 verplicht geplaatst op www.overheid.nl (de landelijke site voor wet- en regelgeving). Tevens is via de site van de gemeente Nijmegen (www.nijmegen.nl) de legesverordening op www.overheid.nl te raadplegen. Door het publiceren van de legesverordening krijgt deze rechtskracht met ingang van 1 januari 2025. Volgens de regelgeving van de genoemde verordening wordt dan met ingang van 1 januari 2025 de legesverordening 2024-A ingetrokken. De betreffende tarieven van de vastgestelde legesverordening worden gehanteerd over het belastingjaar 2025 en voor diensten, die worden verleend op of na 1 januari 2025. Bijlagen 1. Legesverordening 2025
Legesverordening