CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel legesverordening 2024

Besluitronde (raadsvergadering) 20 december 2023, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Legesverordening 2024 (121/2023)3.537 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel

Openbaar

Onderwerp Legesverordening 2024 Opsteller Programma Portefeuillehouder

Danny Ederveen Financiën T.F.A. van Elferen

Collegebesluit 14 november 2023 Behandeldatum Raad 20 december 2023 Status Openbaar

Samenvatting In dit voorstel willen wij de tarieven van de Legesverordening 2024 indexeren met 8,0%, zoals aangekondigd in de paragraaf lokale heffingen van de Stadsbegroting 2024-2027. Wij merken hierbij op dat alle tarieven in de legesverordening op € 0,05 zijn afgerond. Reden hiervoor is dat een aantal van deze diensten ook contant worden afgerekend. Hierbij is ook rekening gehouden met wettelijke dan wel maximumtarieven. Voor 2024 valt specifiek op te merken dat de modelverordening Leges van de VNG is geactualiseerd als gevolg van de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024. Als gevolg hiervan is de opbouw en onderverdeling van de Legesverordening 2024 behoorlijk ingrijpend gewijzigd. Wij volgen zoveel mogelijk de modelverordening 2024.Daarnaast willen wij een aantal inhoudelijke wijzigingen voorstellen, waarbij we rekening houden met de in het afgelopen jaar afzonderlijk genomen besluiten met betrekking tot de invoering van de omgevingswet.

Voorstel 1. Verordening op de heffing en de invordering van Leges 2024 (Legesverordening 2024) vast te stellen onder gelijktijdige intrekking van de Legesverordening 2023 (Gmb-2022-574694). Aanleiding De bevoegdheid tot het in rekening brengen van leges ontlenen wij aan de Gemeentewet. In de daarbij behorende verordening hebben wij de tarieven opgenomen die wij heffen voor de concreet aanwijsbare diensten die wij ten behoeve van het individu verrichten (bijvoorbeeld paspoort of rijbewijs). De heffing op basis van deze verordening is begrensd door de eisen van kostendekkendheid. Dat wil zeggen dat de geraamde baten niet hoger mogen zijn dan de geraamde lasten. Er geldt dus een maximaal toelaatbare opbrengst. De gemeentelijke producten en diensten brengen wij in beginsel kostendekkend in rekening. Beoogde impact Dit raadsvoorstel sluit aan bij de Stadsbegroting 2024-2027 zodat de opbrengsten zoals die voor 2024 zijn geraamd daadwerkelijk kunnen worden gerealiseerd. In de Stadsbegroting 2024-2027 hebben wij het indexeringspercentage voor 2024 vastgesteld op 8,0%. In lijn met deze ontwikkeling stellen wij voor de tarieven in de Legesverordening 2024 eveneens met 8,0% te indexeren. Wij merken hierbij op dat alle tarieven in de Legesverordening op € 0,05 zijn afgerond. Reden hiervoor is dat een aantal van deze diensten ook contant worden afgerekend.

Hierbij is ook rekening gehouden met wettelijke dan wel maximumtarieven. De legesopbrengsten worden verantwoord in verschillende programma’s van de Stadsbegroting 2024-2027. Ze dragen echter allemaal bij aan de ambitie dat we een financieel en gezonde gemeente willen zijn nu en in de toekomst. Het doel van de

B&W, Raad / sjab = Raadsvoorstel Opgesteld door Danny Ederveen, 98 37, d.ederveen@nijmegen.nl

Legesverordening

Raadsvoorstel

Legesverordening is dat we aanvullend inkomsten genereren ter dekking van lasten van (lokaal) beleid, waarbij zorg wordt gedragen voor een goede verhouding tussen baten en lasten voor zowel burgers als bedrijven. Argumenten Als gevolg van de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is de modelverordening Leges van de VNG geactualiseerd. Als gevolg hiervan is de opbouw en onderverdeling van de Legesverordening 2024 behoorlijk ingrijpend gewijzigd. Wij volgen zoveel mogelijk deze modelverordening 2024. De Legesverordening is met ingang van 2024 als volgt onderverdeeld: • Algemene artikelen • Hoofdstuk 1: Algemene dienstverlening • Hoofdstuk 2: Omgevingswet • Hoofdstuk 3: Europese dienstenrichtlijn Hieronder geven wij de van belang zijnde veranderingen en de voorstellen ten opzichte van de huidige Legesverordening weer. Redactionele wijzigingen zijn niet toegelicht. Met ingang van 2024 worden alleen de tarieven 2024 in de verordening opgenomen. De tarieven van voorafgaand jaar (2023) worden achterwege gelaten. Reden hiervoor is dat wij met ingang van 2024 gebruik maken van de applicatie ‘kostendekkenheid.nl’ om de Legesverordening op te stellen. Daarin zijn de tarieven van voorgaand jaar niet opgenomen.

Ten aanzien van hoofdstuk 2 Omgevingswet worden in dit voorstel zoveel mogelijk de in het afgelopen jaar afzonderlijk genomen besluiten met betrekking tot de invoering van de omgevingswet gevolgd. Algemene artikelen 1.1 Artikel 10 Overdracht van bevoegdheden Wij stellen voor onderstaand artikel 10 ‘Overdracht van bevoegdheden’ met ingang van 1 januari 2024 toe te voegen aan de legesverordening: Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, als de wijzigingen: a. van zuiver redactionele aard zijn; b. een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende paragrafen of artikelen van hoofdstuk 1 van de tarieventabel betreft: 1. paragraaf 1.2 (reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart); 2. paragraaf 1.3 (rijbewijzen); 3. artikel 1.19 (Afschriften van bestuursstukken); 4. artikel 1.25.1 (verklaring omtrent het gedrag); 5. artikel 1.31 (Wet op de kansspelen); een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden.

Reden voor de toevoeging van dit artikel is dat redactionele wijzigingen en/of wijzigingen in rijksregelgeving door het overdragen (delegeren) van de bevoegdheid tot vaststelling van de legesverordening van de raad aan het college van burgemeester en wethouders

Legesverordening

Raadsvoorstel

leidt tot meer flexibiliteit en betere mogelijkheden om te betrachten spoed te bereiken in de besluitvormingsprocedure. Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening 1.2 Artikel 1.9.1 tot en met 1.11.2 (paragraaf 1.2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart) • Wij stellen voor de tarieven in de artikelen 1.9.1 tot en met 1.11.2 voorlopig te baseren op het Ontwerpbesluit wijziging Besluit paspoortgelden voor 2024 van 1 augustus 2023. Reden hiervoor is dat bij de totstandkoming van deze Legesverordening de definitieve tarieven nog niet bekend waren. Dit is toegelicht in de Legesverordening. • Wij stellen voor bij de artikelen 1.9.1 tot en met 1.11.2 voor 2024 de maximale tarieven voor 2024 te hanteren zoals deze worden vastgesteld in het Besluit paspoortgelden 2024, afgerond op € 0,05 naar beneden conform de methodiek van voorgaande jaren. 1.3 Toelichting artikel 1.10 (paragraaf 1.2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart) Wij stellen voor de toelichting bij artikel 1.10 (nummer 1.2.1 Legesverordening 2023) ‘Wegens uitvoering van de EU-verordening worden ten behoeve van de Nederlandse identiteitskaart met ingang van 2 augustus 2021 vingerafdrukken afgenomen. Als gevolg daarvan is het tarief die datum verhoogd met € 3,55.

Het tarief van de vervangende NIK voor personen met een uitreisverbod is toen gelijk gebleven, vanwege geen vingerafdruk opname’ met ingang van 1 januari 2024 te laten vervallen. Reden hiervoor is dat de desbetreffende verhoging met ingang van 2024 is geïntegreerd in de tarieven zoals deze zijn opgenomen in de artikelen 1.10.1 en 1.10.2. 1.4 Artikelen 1.12 en 1.13 (paragraaf 1.3 Rijbewijzen) • Wij stellen voor bij artikel 1.12 en 1.13 de maximale tarieven voor 2024 te hanteren zoals deze worden vastgesteld door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), afgerond op € 0,05 naar beneden conform de methodiek van voorgaande jaren. Reden hiervoor is dat de tarieven voor 2024 nog niet in de Legesverordening 2024 zijn opgenomen, omdat deze bij de totstandkoming van de Legesverordening 2024 nog niet bekend waren. Dit is toegelicht in de Legesverordening 2024. • Wij stellen voor artikel 1.13.2 (nummer 1.3.1.c Legesverordening 2023) ‘Met ingang van invoering Wet digitale overheid wordt het rijbewijs tarief verhoogd met € 3,75’ met ingang van 1 januari 2024 te laten vervallen. Reden hiervoor is dat de desbetreffende verhoging met ingang van 2024 is geïntegreerd in het rijbewijs tarief.

• Wij stellen voor artikel 1.13.3 (nummer 1.3.1.d Legesverordening 2023) ‘Bij een spoedaanvraag wordt dat tarief verhoogd met de gemeentelijke leges bijzondere dienstverlening van € 12,05’ met ingang van 1 januari 2024 te laten vervallen. Reden hiervoor is dat deze dienstverlening is komen te vervallen. 1.5 Artikel 1.18.1 (paragraaf 1.4 Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens) Wij stellen voor artikel 1.18.1 te wijzigen van ‘Het tarief ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het laten verrichten van genealogisch onderzoek bij Burgerzaken bedraagt, ongeacht het resultaat van het onderzoek, per kwartier’ naar ‘Het tarief voor het nasporen van registers bij burgerzaken (bijvoorbeeld voor een erfgenamenonderzoek) wanneer gegevens omtrent één persoon worden gevraagd,

Legesverordening

Raadsvoorstel

ongeacht het resultaat van het onderzoek’ voor een vast tarief van € 28,20 met ingang van 1 januari 2024. Reden hiervoor is dat tot en met 2023 de leges werden berekend per besteed kwartier (tarief 2023 € 13,05) wat tot een administratieve last leidde. Met ingang van 2024 wordt één tarief voor het in behandeling nemen van een verzoek gerekend. Het tarief is bepaald op basis van een intern onderzoek naar onze ervaringscijfers van de gemiddelde afhandeltijd. 1.6 Artikel 1.25.1 (paragraaf 1.7 Overige publiekszaken) Wij stellen voor het tarief van artikel 1.25.1 ‘Ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een verklaring omtrent het gedrag geldt het tarief zoals dat in artikel 39 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens voor dit document is vastgesteld’ met ingang van 1 januari 2024 vast te stellen op € 41,35. Reden hiervoor is dat dit tarief is vastgesteld door de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie in de regeling vergoeding verklaring omtrent het gedrag en gedragsverklaring aanbesteden.

1.7 Artikel 1.25.4 (paragraaf 1.7 Overige publiekszaken) Wij stellen voor artikel 1.25.4 ‘Voor het in behandeling nemen van een verzoek tot verlening van het Nederlanderschap gelden de tarieven zoals opgenomen in artikel 3 van het Besluit optie- en naturalisatiegelden 2002 of zoals dit besluit laatstelijk is vervangen of gewijzigd, waarbij deze actuele tarieven zijn opgenomen in artikel 13 van de Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003’ met ingang van 1 januari 2024 toe te voegen. De bijbehorende tarieven zijn opgenomen in voorgenoemd besluit. Reden voor het opnemen in de Legesverordening is dat eerder geen verwijzing was opgenomen naar de landelijk vastgestelde tarieven. 1.8 Artikel 1.25.5 (paragraaf 1.7 Overige publiekszaken) Wij stellen voor artikel 1.25.5 ‘Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een stuk als bedoeld in artikel 2 van de Wet rechten burgerlijke stand gelden de tarieven die zijn opgenomen in het Legesbesluit akten burgerlijke stand’ met ingang van 1 januari 2024 toe te voegen. De bijbehorende tarieven zijn opgenomen in voorgenoemd legesbesluit (ministeriele regeling). Reden voor het opnemen in de Legesverordening is dat eerder geen verwijzing was opgenomen naar de landelijk vastgestelde tarieven.

1.9 Artikel 1.25.6 (paragraaf 1.7 Overige publiekszaken) Wij stellen voor artikel 1.25.6 ‘Voor het opmaken van een akte van naamskeuze zoals bedoeld in de overgangsregeling behorende bij de Wet introductie gecombineerde geslachtsnaam geldt het rijkstarief dat is vastgesteld in artikel 1 van de Regeling rechten naamskeuze overgangsregeling Wet introductie gecombineerde geslachtsnaam’ met ingang van 1 januari 2024 toe te voegen. Reden voor het opnemen in de Legesverordening is dat in de periode waarin het overgangsrecht (1 januari t/m 31 december 2024) geldt leges mogen worden geheven voor het opmaken van akten van naamskeuze voor kinderen geboren tussen 1 januari 2016 en 31 december 2023. 1.10 Artikel 1.33.1 (paragraaf 1.9 Bijzondere wetten) • Wij stellen voor artikel 1.33.1.i ‘een ontheffing op kenteken van het verbod tot inrijden van de geslotenverklaring Walstraten en omgeving voor de periode van maximaal één jaar bedraagt per kenteken’ voor een tarief van € 12,25 met ingang van 1 januari 2024

Legesverordening

Raadsvoorstel

•

toe te voegen. Het tarief is identiek aan de reeds bestaande ontheffing van artikel 1.33.1.g. Wij stellen voor artikel 1.33.1.j ‘een ontheffing van het verbod tot inrijden van de geslotenverklaring Koeweidepad Lentse plas voor de periode van maximaal één jaar bedraagt voor het maximale aantal per adres te verstrekken ontheffingen’ voor een tarief van € 12,25 met ingang van 1 januari 2024 toe te voegen. Het tarief is identiek aan de reeds bestaande ontheffing van artikel 1.33.1.g.

1.11 Artikel 1.35.9 (paragraaf 1.10 Diversen) Wij stellen voor artikel 1.35.9.c ‘Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van de datum, het tijdstip en/of de betrokken voetbalteams een vergunning als bedoeld in artikel 2:25a van de APV ‘met ingang van 1 januari 2024 toe te voegen voor de volgende tarieven: • ‘Indien de aanvraag tot wijziging betrekking heeft op één wedstrijd’ een tarief van € 40,60. • ‘Indien de aanvraag tot wijziging betrekking heeft op één voetbalseizoen’ een tarief van € 121,90. • Bovenstaande tarieven zijn afgeleid uit het reeds bestaande tarief in artikel 1.35.9.b ‘Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 2:25a van de APV’ voor een tarief van € 162,50, indien de aanvraag betrekking heeft op één wedstrijd.

1.12 Artikel 1.35.19 (paragraaf 1.10 Diversen) Wij stellen voor artikel 1.35.19 te wijzigen van ‘Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een vergunning als bedoelt in artikel 10, eerste lid onder a van de Wet explosieven voor civiel gebruik‘ naar ‘Op grond van artikel 4 lid 2 van de Regeling aanvraag erkenning en onkostenvergoeding goedkeuring Wet explosieven voor civiel gebruik (WECg), bedraagt het tarief ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag om een overbrengingsvergunning als bedoeld in artikel 10 lid 1 onder a van de WECg in de betrokken gemeente’ voor een tarief van € 121,00 met ingang van 1 januari 2024 (tarief 2023 € 4.438,30). Reden hiervoor is dat het tarief wettelijk is vastgesteld. Hiermee is deze omissie hersteld. Hoofstuk 2: Omgevingswet Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. Met de Omgevingswet wordt ook de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) mogelijk gemaakt. Deze wetten hebben gevolgen voor het heffen van leges. 1.13 In het raadsvoorstel ‘Gevolgen Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) voor het heffen van leges’, zoals vastgesteld in de raadsvergadering van 7 juni 2023 zijn de volgende uitgangspunten met betrekking tot de invoering van de Omgevingswet vastgesteld voor de Legesverordening 2024.

• We volgen zoveel mogelijk de model Legesverordening van de VNG en nemen in ieder geval de artikelnummering over. Dit is ook afgesproken met de regiogemeenten aangezien dit ook makkelijker is voor de Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN), die de leges voor de verschillende gemeenten berekent. Hierdoor blijven sommige

Legesverordening

Raadsvoorstel

• • •

•

• •

artikelen staan op ‘gereserveerd’. Deze artikelen worden later inhoudelijk opgevuld, als die activiteiten zijn opgenomen in ons omgevingsplan. In afwijking van de model Legesverordening blijven we leges heffen door een percentage van de bouwsom te vragen. Het gaat om een percentage van 2,7%. Voor gevallen die onder de Wkb vallen, geldt voor de ruimtelijke toets een percentage van 2,2% van de bouwsom. We gaan milieuleges heffen. Daarbij gaan we ervan uit dat het beoordelen van een milieubelastende activiteit niet meer tijd kost dan het beoordelen van een inrichting. We passen een beperkte staffel toe. We kiezen voor verschillende tarieven voor een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa), omdat er verschil is in eenvoudige (kruimelgevallen) en complexe aanvragen. Het vooroverleg willen we stimuleren. Het tarief zal daarom niet kostendekkend zijn. Na een jaar brengen we de effecten in beeld en passen we de Legesverordening waar nodig aan. Dit kunnen we ook tussentijds doen als daar aanleiding voor is.

1.14 De huidige omgevingsvergunning voor bouwen wordt met de Wkb voor bouwen gesplitst in een ‘technisch deel’ (technische bouwactiviteit) en een ‘ruimtelijk deel’ (omgevingsplanactiviteit voor een bouwwerk) • De technische bouwactiviteit gaat over de toets van een aanvraag aan de regels voor de technische bouwkwaliteit uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Onder de Wkb wordt de technische toets niet langer uitgevoerd door de gemeente, maar door een private kwaliteitsborger. De gemeente blijft de vergunning verlenen voor het ‘ruimtelijk deel’. Dit is een toets aan de ruimtelijke regels en de regels voor welstand die zijn vastgelegd in het omgevingsplan. • De Wkb treedt gefaseerd in werking. Hoe die fasering er precies uitgaat zien wordt landelijk bepaald en is bij het schrijven van dit voorstel nog niet bekend. Waarschijnlijk geldt de Wkb in eerste instantie alleen voor nieuwbouw van bouwwerken die vallen onder de laagste risicoklasse (gevolgklasse 1). Dit zijn bijvoorbeeld eengezinswoningen en kleinere bedrijfspanden. Vanaf 2025 gaat de Wkb waarschijnlijk ook gelden voor verbouw van bouwwerken van gevolgklasse 1. De verwachting is dat vijf jaar later, na een evaluatie, ook gevolgklassen 2 en 3 volgen. Dit zijn bijvoorbeeld bibliotheken en onderwijsgebouwen (gevolgklasse 2) en voetbalstadions en ziekenhuizen (gevolgklasse 3).

• In de Legesverordening 2024 is deze knip in de bouwtechnische en ruimtelijke toets ook gemaakt. Voor gevallen die onder de Wkb vallen geldt straks alleen het tarief in artikel 2.6 lid 1 voor de ruimtelijke toets (2.2% van de bouwsom). Voor gevallen die niet onder de Wkb vallen geldt het tarief van de ruimtelijke toets plus het tarief voor de bouwtechnische toets in artikel 2.5 (2,2% + 0,5% = 2,7%). De Legesverordening hoeft niet aangepast te worden, als de minister besluit om de invoering van de Wkb op een andere manier te faseren. 1.15 Mileuleges De Omgevingswet maakt het mogelijk om leges te heffen over milieubelastende activiteiten. Het uitgangspunt van beleid is dat kostendekkende leges worden geheven bij vergunningverlening, zodat degene die profijt heeft van de vergunning ervoor betaalt. Dit geldt straks ook voor vergunningen voor milieubelastende activiteiten. De milieuleges zijn

Legesverordening

Raadsvoorstel

berekend op het aantal uren dat ODRN inschat nodig te hebben. De regio-gemeenten waaronder gemeente Arnhem, hanteren straks naar verwachting dezelfde tarieven. 1.16 Verkennen en begeleiden van initiatieven • De korte procedure van 8 weken is het uitgangspunt onder de Omgevingswet. Daarom is het fijn als de aanvraag voor een omgevingsvergunning al is besproken en beoordeeld voordat de vergunning formeel is aangevraagd. Dit geldt zeker voor een complexe vergunningaanvraag. • Vanaf 1 januari 2024 richten we een nieuw proces in voor het verkennen en begeleiden van initiatieven. Initiatieven die niet in het omgevingsplan passen komen op één plek bij de gemeente binnen bij de intaketafel. Daar wordt bepaald of het initiatief op de omgevingstafel wordt besproken. Aan de omgevingstafel schuiven verschillende beleidsdiscplines aan zoals economie, natuur en klimaatadaptatie, maar als dat nodig is ook ketenpartners zoals de Veiligheidsregio. Hierdoor kan snel en een volledig advies gegeven worden. • Het tarief voor het bespreken van een initiatief aan de omgevingstafel is niet kostendekkend. We sluiten daarbij aan bij de tarieven die we nu vragen voor een uitgebreid stedenbouwkundig vooroverleg. Omdat we in de opstartfase van deze nieuwe werkwijze zitten stellen we voor om geen leges te rekenen voor aanvragen voor de omgevingstafel die voor 1 april 2024 worden ingediend.

Deze aanvragen worden dan behandeld als pilot, die we ook evalueren. 1.17 Na een jaar evalueren We hebben de Legesverordening 2024 zoveel mogelijk omgezet in de lijn van 2023. Waar het kon hebben we de tarieven overgenomen. Voor de veranderingen door de komst van de Omgevingswet en de Wkb zijn eerder al door de raad richtinggevende uitgangspunten vastgesteld (zie 1.9). In 2024 gaan we de daadwerkelijke gevolgen van de invoering monitoren. Dit nemen we mee in het vervolgtraject. Europese dienstenrichtlijn 1.18 Artikel 3.2.5 (paragraaf 3.1 Horeca) Wij stellen voor artikel 3.2.5 Een vergunning als hiervoor bedoeld, in verband met wijziging van de rechtsvorm van de onderneming of in verband met een andere wijziging met als doel om de vergunning weer in overeenstemming met de feiten te krijgen, waarbij voor beide gevallen geldt dat betrokken ondernemer in het verleden heeft beschikt over geldige vergunning voor de inrichting‘ met ingang van 1 januari 2024 toe te voegen voor een tarief van € 141,60. Dit tarief is identiek aan het reeds bestaande tarief in artikel 3.2.3 ‘een vergunning als hiervoor bedoeld, in verband met uitsluitend verandering van de inrichting qua situering en oppervlakten’. Kanttekeningen De Legesverordening moet voor 1 januari 2024 door de gemeenteraad zijn vastgesteld en worden gepubliceerd in verband met de ingang van de belastingplicht.

Financiën De voorgestelde legestarieven zijn zodanig opgesteld dat die voldoen aan de eisen van kostendekkendheid, tenzij deze wettelijk zijn vastgesteld of aan een maximum zijn

Legesverordening

Raadsvoorstel

gebonden. Met de voorgestelde legestarieven worden de geraamde opbrengsten van de leges voor 2024 zoals opgenomen in de Stadsbegroting 2024-2027 gerealiseerd. Vervolg Het besluit tot vaststelling of wijziging van de Legesverordening wordt dit jaar nog gepubliceerd in het gemeenteblad. De gemeentebladen worden sinds 1 januari 2014 verplicht geplaatst op www.overheid.nl (de landelijke site voor wet- en regelgeving). Tevens is via de site van de gemeente Nijmegen (www.nijmegen.nl) de Legesverordening op www.overheid.nl te raadplegen. Door het publiceren van de Legesverordening krijgt deze rechtskracht met ingang van 1 januari 2024. Volgens de regelgeving van de genoemde verordening wordt dan met ingang van 1 januari 2024 de Legesverordening 2023 ingetrokken. De betreffende tarieven van de vastgestelde Legesverordening worden gehanteerd over het belastingjaar 2024 en voor diensten, die worden verleend op of na 1 januari 2024. Bijlagen 1. Legesverordening 2024

Legesverordening

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=3aa206b9-ac00-471a-8684-21b6e16ff632