Raadsvoorstel Joodse burgers in Nijmegen- onteigening en rechtsherstel
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Openbaar
Onderwerp Joodse burgers in Nijmegen: onteigening en rechtsherstel Opsteller Programma Portefeuillehouder
Belinda de Hosson Bestuur en Organisatie H.M.F. Bruls
Collegebesluit 6 juni 2023 Behandeldatum Raad 27 september 2023 Status Openbaar
Samenvatting Tijdens de politieke avond van 7 oktober 2020 vroeg de fractie van de Stadspartij hoe de gemeente Nijmegen is omgegaan met gedurende de Tweede Wereldoorlog (WO2) in beslag genomen vastgoed van Joodse gedeporteerden. Op 28 april 2021 heeft het college de Radboud Universiteit Nijmegen opdracht gegeven onderzoek te doen naar de onteigening van huizen van Joodse burgers in Nijmegen, het rechtsherstel en de rol van de gemeente hierin. Wij hebben u hierover geïnformeerd op 1 juni 2021. Een team van historici heeft dit onderzoek gedaan en een onderzoeksrapport en samenvatting opgeleverd. Vervolgens heeft ons college zich beraden op een reactie op de rapportage en de conclusies. Daarbij is nauw overleg gevoerd met vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap in Nijmegen. De vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap hebben de wens geuit om zowel het vraagstuk van de rol van het gemeentebestuur in de onteigening van Joods vastgoed, als het leed dat de gemeenschap in en rond de oorlog is aangedaan, te kunnen afsluiten met een gebaar dat bijdraagt aan de aanwezigheid en continuïteit van de Joodse gemeenschap in Nijmegen. Voorstel 1. Vaststellen van de, in het onderzoeksrapport vermeldde, conclusies van het onderzoeksteam van de Radboud Universiteit Nijmegen (RU). 2.
Te besluiten tot rechtsherstel naar de huidige Nijmeegse Joodse gemeenschap voor het handelen van het gemeentebestuur tijdens de bezettingsjaren en vlak daarna door: - € 25.000,- beschikbaar te stellen voor publieksvoorlichting, die de Nijmeegse Joodse gemeenschap samen met andere partijen uit de stad kan vormgeven. Deze publieksvoorlichting zal in ieder geval bestaan uit: a. Expositiemateriaal voor in de synagoge en eventueel inzetbaar als reizende tentoonstelling, waarmee de Nijmegenaar kan kennismaken met het Joodse leven; b. Het opnemen van de vervolgingen in Nijmegen in een vaste tentoonstelling in het Informatiecentrum WO2 of het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis; c. Het onderbrengen van de informatie die verzameld wordt bij punten 2a. en 2b. in de collectie van het Regionaal Archief Nijmegen. 3. Het instellen van een fonds en daarvoor eenmalig € 100.000 beschikbaar te stellen. Dit fonds zal bijdragen aan het vergroten van de herkenbaarheid van de Joodse gemeenschap in de huidige stad en aan de verbinding met andere groepen. Ook kunnen bijdragen uit het fonds benut worden voor initiatieven gericht op het tegengaan van antisemitisme. Als juridische vorm stellen we een stichting voor. 4. Als gemeente geen verdiepend en aanvullend historisch onderzoek meer te doen in lijn met de wens vanuit de Joodse gemeenschap en het advies vanuit het onderzoeksteam van de RU.
B&W, Raad / sjab = Raadsvoorstel Opgesteld door Belinda de Hosson, 24 87, b.de.hosson@nijmegen.nl
Onteigend Joods vastgoed tweede wereldoorlog
Raadsvoorstel
Aanleiding Tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft de Duitse bezetter in heel Nederland naar schatting tienduizend Joodse panden geroofd. Onderzoeksjournalisten en historici hebben aangetoond dat meerdere gemeenten – tegen de uitdrukkelijke waarschuwing van de Nederlandse regering in Londen in – zelf panden kochten en zo profiteerden van de ontrechting van Joodse burgers. Ook hebben sommige gemeenten na de bevrijding alsnog gemeentelijke belastingen en erfpacht gevorderd voor de laatste oorlogsjaren, zonder oog voor het bijzondere slachtofferschap van hun Joodse burgers die uit onderduik of kampen terugkeerden of, in de meeste gevallen, van hun nabestaanden. In talrijke gevallen waren deze berooide overlevenden door de kosten bij het rechtsherstel gedwongen om het teruggegeven vastgoed direct onder de marktwaarde weer te verkopen. Voor het zogenaamde ‘rechtsherstel’, de teruggaaf van het geroofde bezit aan de rechtmatige Joodse eigenaren, werden na de bevrijding nationale instellingen in het leven geroepen. Vaak duurde de zoektocht naar mogelijke erfgenamen van de vele in de kampen vermoorde Joodse Nederlanders nog jaren. Uiteindelijk werd in de overgrote meerderheid van de gevallen wel een erfgenaam gevonden en vond rechtsherstel plaats. Maar bij honderden panden in heel Nederland niet. Niet zelden werd het rechtsherstel pas eind jaren veertig of begin jaren vijftig afgerond.
De gemeente was hierin geen partij, tenzij de gemeente zelf een pand had gekocht van de bezetter of gehuurd van de oorlogskoper. Tijdens de politieke avond van 7 oktober 2020 vroeg de fractie van de Stadspartij hoe de gemeente Nijmegen is omgegaan met in beslag genomen vastgoed van Joodse gedeporteerden tijdens de oorlogsjaren. Op 28 april 2021 heeft het college de RU opdracht gegeven onderzoek te doen naar de onteigening van huizen van Joodse burgers in Nijmegen, het rechtsherstel en de rol van de gemeente hierin. Beoogde impact Wij willen duidelijkheid scheppen in de rol van de gemeente bij de onteigening van Joods vastgoed tijdens de bezetting en in de rol van de gemeente bij het rechtsherstel na de bezetting. Ook willen we weten of de gemeente naheffingen en eventuele boetes heeft opgelegd aan de Joodse huiseigenaren of hun nabestaanden. Tevens willen we erkennen dat bestuurders en ambtenaren, waaronder gemeentepolitie, in de oorlog en daarna op zijn minst bureaucratisch hebben gehandeld, waardoor zij hebben meegewerkt aan anti-Joodse maatregelen, vervolging en ontrechting van Joden. Wij willen deze erkenning tot uiting brengen in een aantal concrete acties, waarmee wij de huidige Joodse gemeenschap rechtsherstel willen bieden.
De uitvoering van het plan draagt bij aan de volgende doelstellingen van de gemeente Nijmegen: • We zorgen dat de Nijmegenaar gebruik kan maken van zijn of haar democratische rechten. • Wij zorgen voor bescherming en instandhouding van ons erfgoed • We maken het verleden zichtbaar en beleefbaar
Argumenten
Onteigend Joods vastgoed tweede wereldoorlog
Raadsvoorstel
Het onderzoek van de RU wijst uit dat: • de gemeente geen onteigende panden heeft aangekocht; al heeft de door de bezetter benoemde NSB-burgemeester wel panden willen aankopen (wat door omstandigheden niet uitgevoerd is). Na de oorlog werden er wel panden, ook van Joodse eigenaren, onteigend vanwege stadsvernieuwing en de wederopbouw. • de gemeente Joodse pandeigenaren na de oorlog geen naheffingen en boetes opgelegd heeft. • bestuurders en ambtenaren, waaronder de gemeentepolitie in de oorlog en daarna op zijn minst bureaucratisch hebben gehandeld en daardoor hebben meegewerkt aan anti-Joodse maatregelen, Jodenvervolging en -ontrechting, al dan niet onder druk van de bezetter. • de gemeente na de oorlogsjaren geen oog had voor het bijzondere slachtofferschap van de Joden. Ook het rechtsherstel vanuit de landelijke instellingen verliep traag en bureaucratisch. Deze geschiedenis moet voor toekomstige generaties als waarschuwing dienen tegen de gevolgen van onverdraagzaamheid en haat. Daarom willen we aan onze bestuurlijke erkenning van het onrecht twee initiatieven verbinden: 1.
Om dit aspect van de Nijmeegse geschiedenis beter te belichten en daarmee een bijdrage te leveren aan het voorkomen dat het wordt gebagatelliseerd of vergeten, stellen wij voor om eenmalig een bedrag van € 25.000,- beschikbaar te stellen voor het opzetten en meerjarig in stand houden van educatieve publieksvoorlichtingsactiviteiten. De projectleiding wordt verzorgd door de gemeente Nijmegen. De publieksvoorlichting sluit waar mogelijk aan bij het bestaande programma van 4 en 5 mei en Vrijheid Rijk van Nijmegen. Echter, dit mag niet ten koste gaan van de aandacht voor de bijzondere positie van de Joodse gemeenschap. Ook aansluiting bij de Internationale Herdenkingsdag voor de Holocaust en/of Jom Hosjoa zorgen voor aandacht voor het uitzonderlijke leed en de geschiedenis van de Holocaust in de Europese gemeenschap. Een goede focus van de voorlichting is een belangrijk wapen tegen antisemitisme en racisme.
2.
Voor een effect op de langere termijn stellen wij éénmalig een bedrag van € 100.000,beschikbaar, ten behoeve van een in te stellen fonds, dat zal bijdragen aan de herkenbaarheid van de positie en aan het voortbestaan van de Joodse gemeenschap in de stad. Vanuit het fonds worden initiatieven ondersteund die zorgen voor verbinding met andere groepen. Ook kunnen bijdragen uit het fonds benut worden voor initiatieven gericht op het voorkomen van antisemitisme en onverdraagzaamheid. De verdere uitwerking van de doelstelling zal in overleg met de Joodse gemeenschap worden vormgegeven. Het fonds zal worden ondergebracht in een stichting die wordt bestuurd door religieuze en seculiere Joden samen met een door het door het college aangewezen persoon.
Proces onderzoek en consultatie
Onteigend Joods vastgoed tweede wereldoorlog
Raadsvoorstel
Het onderzoeksteam van de RU, onder leiding van prof. dr. W.P. van Meurs, hoogleraar Europese politieke geschiedenis, had als opdracht een beoordeling te formuleren over de betrokkenheid door en verwijtbaarheid van het toenmalige gemeentebestuur van Nijmegen. Een beoordeling door het vraagstuk te onderkennen, goed en grondig te onderzoeken en te duiden. Onderzoeksvragen Het onderzoek stelt de omvang van het onteigeningsvraagstuk voor Nijmegen vast en werpt vooral ook licht op het handelen van de gemeente Nijmegen na de bevrijding in het proces van rechtsherstel voor gedeporteerde Joodse burgers en hun nabestaanden. Er is een onderzoeksopdracht geformuleerd met twee hoofdvragen. 1. Heeft gemeente Nijmegen gebruikgemaakt van de ontrechting van haar Joodse burgers door onteigend vastgoed te verwerven, wel wetend waarom deze panden tegen een vaak lage prijs te koop aangeboden werden? 2.
Heeft gemeente Nijmegen naheffingen en eventuele boetes opgelegd aan Joodse huiseigenaren of hun nabestaanden, met name voor straatbelasting? Wat niet is onderzocht In het rapport benoemt het onderzoeksteam ook wat het niet heeft onderzocht, te weten: • Het uitvoerende werk van bijvoorbeeld de gemeentepolitie of gemeentediensten: hoe deden zulke diensten hun werk? • De archieven van de bij de onteigening en verhuur of verkoop van Joods onroerend goed betrokken -deels nog bestaande– kantoren van notarissen en makelaars. Belangrijkste reden hiervan is dat dit buiten de geformuleerde onderzoeksopdracht en soms ook de gemeentelijke verantwoordelijkheid ligt. We hebben primair laten onderzoeken wat er is gebeurd en in tweede plaats hoe dit gebeurde (houding en gedrag). Hoewel de onderzoeksopdracht initieel werd geformuleerd als een vooronderzoek is een gedetailleerd beeld ontstaan over de rol van de gemeente en haar personeel tijdens en kort na de oorlogsjaren. Het onderzoeksteam van de RU is van mening dat verder onderzoek niet tot nieuwe inzichten zal leiden. De vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap spreken daarnaast hun wens uit het verleden te laten rusten. Zij hebben geen behoefte aan vervolgonderzoek naar de rol van het Nijmeegse gemeentebestuur in het leed van de Joodse gemeenschap tijdens en na de Tweede Wereldoorlog.
Klankbordcommissie Een klankbordcommissie, bestaande uit (amateur) historici en vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap, is een aantal malen geconsulteerd over de opzet van het onderzoek en over de resultaten ervan. Aan alle leden van de klankbordcommissie is ruimte geboden om schriftelijk te reageren op onjuistheden in het onderzoeksrapport én aanbevelingen te doen aan de gemeente. De onderzoekers hebben waar passend of terecht de suggesties van de commissieleden overgenomen.
De klankbordcommissie onderschrijft de algemene lijn van het onderzoeksrapport, maar er zijn specifieke punten waarbij bijzondere verantwoordelijkheid bij de gemeente ligt. In
Onteigend Joods vastgoed tweede wereldoorlog
Raadsvoorstel
bijeenkomsten van de klankbordcommissie werd gewezen op enkele niet onderzochte onderdelen van ontrechting, zoals molestschade, huurbeleid, verkoop van voormalig Joods bezit na de oorlog en de rol van makelaars en notarissen. De ontrechting was breder dan koop en verkoop van Joodse panden, aldus de klankbordcommissie. De samenstelling van de klankbordcommissie, verslaglegging van de tweede bijeenkomst van de commissie en de aanbevelingen aan de gemeente zijn als bijlagen bij dit raadsvoorstel gevoegd. Gesprek met de Joodse gemeenschap Over de conclusies van het onderzoeksteam en de aanbevelingen van de klankbordcommissie is vervolgens ambtelijk en bestuurlijk overleg gevoerd met vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap in Nijmegen. Gesproken is over het onderzoeksrapport, de conclusies en de impact ervan op de Joodse gemeenschap. Uit deze gesprekken is voorliggend voorstel tot stand gekomen.
Kanttekeningen Een van de belangrijkste redenen waarom er een relatief lange tijd zit tussen de raadsvragen en dit raadsvoorstel, is de zorgvuldigheid in de weging van de onderzoeksresultaten en de afstemming met de klankbordgroep en vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap. De volgordelijkheid in deze overleggen en de wijze waarop de gemeente haar erkenning vorm wil geven, hebben tijd gevraagd. Wat de gemeente in het verleden heeft gedaan richting Joodse gemeenschap De gemeente heeft in het recente verleden meerdere keren blijk gegeven van een morele verantwoordelijkheid jegens het leed dat de Joodse gemeenschap in de Tweede Wereldoorlog is aangedaan. Op 29 februari 2000 werd de voormalige synagoge aan de Nonnenstraat in Nijmegen voor het symbolische bedrag van fl. 1,- overgedragen aan de Stichting Synagoge Nijmegen met het doel de voormalige synagoge te restaureren en weer in gebruik te nemen als gebedsruimte. Ten behoeve van de werkzaamheden die nodig waren heeft de stichting een lening afgesloten bij de gemeente Nijmegen. Eind 2009 zijn financiële afspraken gemaakt met de stichting om geen afschrijvings- en rentekosten in rekening te brengen over een restant van een lening (€ 208.000,-).
Op verzoek van de stichting en om te borgen dat de synagoge aan de Nonnenstraat gebruikt kan blijven worden als Joods gebedshuis, heeft het college van B&W in mei 2021 besloten een vaststellingsovereenkomst te sluiten, waarbij de resterende schuld van de stichting kwijtgescholden werd (€ 208.000,-), het recht op eerste aankoop van het pand en de ondergrond voor € 1,- verankerd werd en de onderhoudstoestand van het pand geborgd.
Onteigend Joods vastgoed tweede wereldoorlog
Raadsvoorstel
Financiën De kosten van het educatief programma en het fonds (totaal € 125.000,-) zijn opgenomen in de 1ste voortgangsmonitor van de stadsbegroting 2022 onder Rechtsschending en Rechtsherstel Joods vastgoed in en na WO2 Vervolg Na besluitvorming door uw raad gaan wij tot uitvoering en informeren u over de voortgang.
Bijlagen 1. Onderzoeksrapport Joodse burgers in Nijmegen: onteigening en rechtsherstel 2. Samenvatting onderzoeksrapport 3. Samenstelling klankbordcommissie 4. Gespreksverslag klankbordcommissie 5. Aanbevelingen klankbordcommissie
Onteigend Joods vastgoed tweede wereldoorlog