Raadsvoorstel Contouren publiek integraal warmtebedrijf (gewijzigd na aangenomen amendement)
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Openbaar
Onderwerp Contouren publiek integraal warmtebedrijf Opsteller
Jurgen de Jong
Collegebesluit
11 maart 2025
Programma
Openbare ruimte
Behandeldatum Raad
Portefeuillehouder
T.F.A. van Elferen
Status
Openbaar
Samenvatting De warmtetransitie Dukenburg kan het beste met collectieve warmte worden vormgegeven (zie raadsbesluit ‘afronding verkenning Proeftuin aardgasvrij Dukenburg en vervolg’ van 8 maart 2023). Het oprichten van een publiek integraal warmtebedrijf is hiervoor de beste optie. Eerder uitgangspunt was een deelneming van gemeente en Gelders Warmte Infrabedrijf (GWIB) van tenminste 51% (ieder 25,5%) voor de taak warmtelevering en het zoeken van een aparte semipublieke of marktpartij voor de taakwarmtelevering. Dat uitgangspunt moet worden bijgesteld: ook de taak warmtelevering zal worden uitgevoerd door Firan, één van de aandeelhouders van GWIB. De taken warmteinfra en –levering worden niet langer door aparte partijen uitgevoerd. Voorgesteld wordt het publiek integraal warmtebedrijf in twee fasen op te richten, met een gemeentelijk aandeel van minimaal 5% en maximaal 50%, waarbij een minderheidsaandeel van 25,5% als voorkeursvariant wordt uitgewerkt. Dit voorstel ziet alleen op het bijstellen van het uitgangspunt voor gemeentelijke rolneming. Het ontwerp van het warmtenet en de businesscase van het warmtebedrijf komen aan de orde bij het oprichtingsbesluit. Voorstel 1. Instemmen met het proces van inrichting van het publiek integraal warmtebedrijf in twee fasen: a. Fase 1: het warmtebedrijf wordt opgericht door gemeente, Firan en Innovatie- en Energiefonds Gelderland (IEG).
b. Fase 2: na inwerkingtreding van de Wet collectieve warmte en zodra het Gelders Warmte Infrabedrijf (GWIB) is omgevormd tot het Gelders Warmtebedrijf (GWB), dragen Firan en IEG hun aandelen over aan GWB. 2. De uitgangspunten voor gemeentelijke rolneming in het raadsbesluit van 20 december 2023 als volgt bij te stellen: a. Het publiek integraal warmtebedrijf voert alle taken uit, in plaats van dat de taak warmtelevering door een aparte semipublieke of marktpartij wordt uitgevoerd. b. De verdeling van de aandelen is als volgt: o Firan en IEG: gezamenlijk minimaal 50% van de aandelen, ieder voor een gelijk deel; o Gemeente Nijmegen: minimaal 5% en maximaal 50% van de aandelen, waarbij in lijn met het eerdere uitgangspunt een aandeel van 25,5% de voorkeursvariant is; o Het uitgangspunt dat een energiecoöperatie kan deelnemen tot een aandeel van maximaal 10% blijft ongewijzigd. c. Uitgangspunt is dat voor de deelnemende partijen bij nieuw te maken afspraken altijd betaalbaarheid en leveringsgarantie voor de inwoners voorop staat. 3. Het college informeert de raad (pro)actief over de uitkomsten van de toekomstige aandeelhoudersvergaderingen als deze (in)directe gevolgen hebben voor de (financiële) positie van de inwoners die gebruikmaken van het warmtenet. Opgesteld door Jurgen de Jong, j1.de.jong@nijmegen.nl
Contouren publiek integraal warmtebedrijf
Raadsvoorstel
Aanleiding Op 8 maart 2023 heeft u besloten dat de warmtetransitie voor Dukenburg het beste met collectieve warmte kan worden vormgegeven. Sindsdien werken de gemeente, woningcorporaties Portaal, Talis en Woonwaarts, Firan en ARN samen aan een warmtenet voor Dukenburg. Hiervoor is het oprichten van een publiek integraal warmtebedrijf Dukenburg de beste optie. De gemeente gaat conform uw besluit over rolneming een actieve rol vervullen in de verdere uitwerking en totstandkoming van een publiek integraal warmtebedrijf op basis van de vastgestelde criteria voor het warmtenet en het publiek integraal warmtebedrijf. Op 2 juni 2023 is een intentieovereenkomst tussen deze partijen over deze warmtetransitie gesloten, met de wens dat voor Dukenburg een publiek integraal warmtebedrijf wordt opgericht. In de informatiebrief van 6 juni 2023 is uw raad op de hoogte gebracht van de vier belangrijkste principes voor een publiek integraal warmtebedrijf: • Publieke sturing is mogelijk door een publiek meerderheidsaandeel. • Wet collectieve warmte is bepalend voor verdeling publiek aandeel. • Deelname energiecoöperatie in publiek integraal warmtebedrijf is mogelijk. • Het aantrekken van een private warmteleverancier is noodzakelijk.
Op 20 december 2023 heeft u met het besluit op de gemeentelijke rolneming in het Warmtebedrijf Dukenburg de volgende uitgangspunten voor het publiek integraal warmtebedrijf vastgesteld: • Voor de taak warmte-infrastructuur door de publieke partijen gemeente en Gelders Warmte Infrabedrijf (GWIB) 51% (o.b.v. een gelijkwaardige samenwerking met een evenredig verdeelde deelneming (50-50)). • Voor nog uit te werken taken door een energiecoöperatie (indien interesse en naar verwachting) 10%. • Voor de taak warmtelevering 39%, in te vullen door een (semi-)publieke of marktpartij. Bij het besluit op de uitgangspunten heeft u de motie 'Verken warmte in publieke handen' aangenomen, met de oproep alvorens een marktconsultatie en aanbesteding in te zetten voor de 39% taak van warmteleverancier, eerst de optie voor een (semi) publieke partij in deze rol te verkennen. Eén publieke partij heeft in die marktconsultatie belangstelling getoond, namelijk Firan. Firan is daarmee de aangewezen partner voor zowel de warmteinfrastructuur als –levering. Eerder gingen we nog uit van warmtelevering door een aparte partij. Er is daarom aanleiding om de eerder vastgestelde uitgangspunten over de gemeentelijke rolneming bij te stellen. Dit raadsvoorstel contouren publiek integraal warmtebedrijf ziet alleen op die gemeentelijke rolneming.
Bij het oprichtingsbesluit komen het ontwerp van de warmtenet en de businesscase van het warmtebedrijf aan de orde (zie ook de routekaart warmtenet Dukenburg in bijlage 1). Beoogde impact Met dit raadsvoorstel wordt verder invulling gegeven aan de actieve rol die de gemeente wil nemen in de verdere uitwerking en totstandkoming van het publiek integraal warmtebedrijf. Het raadsvoorstel sluit aan bij de ambitie “We zijn een duurzame en energie neutrale stad, waarin we inwoners en bedrijven ondersteunen bij de energie- en warmte transitie en duurzame inwonersinitiatieven stimuleren” uit het programma openbare ruimte. Het draagt in het bijzonder bij aan de doelen:
Contouren publiek integraal warmtebedrijf
Raadsvoorstel
• • •
Een energie- en warmtetransitie en verduurzaming in de wijken die samen met de Nijmegenaren en organisaties is gerealiseerd. Meer opwekken en gebruiken van duurzame energie. Aanpak netcongestie en gebruiken van duurzame energie.
Argumenten 1.1 Het is GWIB nu niet toegestaan de taak warmtelevering in te vullen, maar maakt zich klaar voor de toekomst door omvorming tot GWB Het GWIB moet zich vanuit haar statuten beperken tot warmte-infrastructuur en mag geen risico’s lopen op warmtelevering. Daarmee mag GWIB niet optreden als partij voor levering. De wens vanuit GWIB is te gaan toewerken naar een GWB, dus van een Gelders Warmte Infrabedrijf naar een integraal Gelders Warmte Bedrijf. Hiermee wordt de integrale verantwoordelijkheid georganiseerd zoals de Wet collectieve warmte (Wcw) voorschrijft. Voordat dat kan, moeten de aandeelhouders van GWIB een besluitvormingsproces doorlopen hebben. Op het moment dat GWB actief is, kunnen Firan en IEG hun aandelen in het publiek integraal warmtebedrijf overdragen aan GWB. 1.2 Firan staat klaar als netbeheerder én als warmteleverancier Firan (dochteronderneming van Alliander) kan als netwerkbedrijf en onze partner in de ontwikkeling en aanleg van een warmtenet haar werkzaamheden uitbreiden tot het totaal aan taken van een warmtebedrijf. Onder de huidige Warmtewet mag een netwerkbedrijf wél de leveringstaak vervullen, als het slechts een minderheidsaandeel heeft in het warmtebedrijf. Met een integraal warmtebedrijf staan we direct gereed ook voor de eisen vanuit de Wcw.
1.3 Gereed voor de Wcw met gemeente, Firan en IEG Omdat GWIB de warmtelevering niet op mag pakken en Firan dit nu wél al mag, wil en kan, ligt het voor de hand het publiek integraal warmtebedrijf in eerste instantie op te richten met de twee aandeelhouders van GWIB (namelijk Firan en het Innovatie- en Energiefonds Gelderland), in plaats van met GWIB zelf. Zowel de combinatie gemeente, Firan/IEG als gemeente/GWB zijn gereed voor zodra de Wcw in werking is getreden. De Wcw treedt naar verwachting medio 2026 in werking. Bijlage 2 laat een organogram van het publiek warmtebedrijf zien voor en na inwerkingtreding van de Wcw. 2.1 Van een warmtebedrijf met een aparte partij voor warmtelevering naar een integraal warmtebedrijf. Bij het besluit op gemeentelijke rolneming van 20 december 2023 was een aandeel van 39% gereserveerd voor de partij de taak warmtelevering gaat uitvoeren. Warmte-infra, warme-levering en alle overige taken worden nu allemaal door het op te richten publiek integraal warmtebedrijf uitgevoerd. Waar we voor de gemeente Nijmegen eerder uitgingen van een aandeel in de warmte-infrastructuur worden we nu aandeelhouder van een integraal warmtebedrijf.
2.2 Een aandeel van 25,5% geeft voldoende sturing op het realiseren van publieke waarden en sluit aan bij het eerdere uitgangspunt Omdat Firan/IEG samen minimaal 50% van de aandelen zullen nemen, wordt het aandeel voor de gemeente maximaal 50%. GWIB en haar aandeelhouders Firan en IEG vragen bij oprichting van een lokaal warmtebedrijf van een gemeente minimaal 5% deelname. Bij het kiezen van een gemeentelijk aandeel moeten het in te brengen eigen vermogen, financiële risico's en zeggenschap tegen elkaar worden afgewogen. Uit de afweging volgt het
Contouren publiek integraal warmtebedrijf
Raadsvoorstel
uitwerken van een minderheidsaandeel van 25,5% voor nu als voorkeursvariant: met GWIB/Firan/IEG is overeengekomen over welke onderwerpen in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders bij unanimiteit zal worden besloten en de gemeente óók als minderheidsaandeelhouder zeggenschap heeft (zie bijlage 2). Dit geeft voldoende sturingsmogelijkheden op publieke waarden als betaalbaarheid, keuzevrijheid, duurzaamheid en leveringszekerheid. Tegelijkertijd blijft het in te brengen eigen vermogen en het financieel risico voor de gemeente relatief beperkt. Een aandeel van 25,5% sluit bovendien aan bij het eerdere uitgangspunt. 2.3 Deelname bewonerscoöperatie nog steeds mogelijk Het is van belang om alle energieverbruikers te betrekken bij de warmtetransitie. Woningeigenaren en huurders zeggenschap geven binnen het warmtebedrijf is daar één van de mogelijkheden voor. Dit kan in de vorm van een energiecoöperatie die deelneemt in het publiek integraal warmtebedrijf. Of er daadwerkelijk een bewonerscoöperatie deelneemt, in welke vorm en voor welk aandeel wordt nog uitgewerkt. Tot hierover duidelijkheid is blijft het een aandeel van maximaal 10% gereserveerd op nader te bepalen wijze.
Kanttekeningen 1.1 Het oprichten van het publiek integraal warmtebedrijf blijft onverminderd urgent Met het vaststellen van de Warmtevisie Nijmegen 2024 heeft u herbevestigd dat een warmtenet voor Dukenburg en enkele andere delen van de stad het beste alternatief voor aardgas is. Door uitstel van de oprichting van het warmtebedrijf verslechtert het handelingsperspectief voor woningcorporaties die hun onderhouds- en verduurzamingsplanningen moeten uitvoeren en particuliere woningeigenaren en VvE's die zelf individuele alternatieven voor aardgas zoeken. Vanaf 1 juli 2025 kunnen warmtebedrijven nieuwe aanvragen doen voor de Warmtenetten Investeringssubsidie (WIS). Omdat er een groot aantal aanvragen wordt verwacht en aanvragen op volgorde van binnenkomst worden behandeld en verleend, is vertraging zeer onwenselijk. Het mislopen van WIS-subsidie zou een ernstige verslechtering van de businesscase van het warmtebedrijf betekenen. 2.1 Warmtelevering vraagt specifieke kennis en expertise De verplichtingen aan een warmtelevering zijn specialistisch waardoor de juiste kennis en expertise nodig is. Hierbij gaat het in ieder geval om het meten van het warmteverbruik, de warmtelevering (met vergunning door ACM), vraagontwikkeling, facturatie en ook om de realisatie en het beheer van een hulpwarmtecentrale.
Firan en moederbedrijf Alliander bereiden de oprichting van een “warmteservicebedrijf” voor dat al deze taken voor meerdere lokale warmtebedrijven gaat uitvoeren. Er wordt nu kennis, kunde en capaciteit opgebouwd om aanvraag van de leveringsvergunning mogelijk te maken. Voor succesvolle exploitatie van een warmtenet zijn wij, maar ook andere gemeenten, afhankelijk van Firan en de slagkracht van het warmteservicebedrijf. Het college heeft er vertrouwen in dat die slagkracht wordt gerealiseerd. 2.2 Het oprichten van en het investeren in publiek integraal warmtebedrijf betekent commitment voor de lange termijn We richten een publiek integraal warmtebedrijf op om inwoners met een aansluiting op een warmtenet betaalbare warmte en leveringszekerheid te bieden. Aan het oprichtingsbesluit zal een haalbare businesscase ten grondslag moeten liggen. Desondanks zijn met de aanleg en zeker de exploitatie van warmtenetten financiële risico's Contouren publiek integraal warmtebedrijf
Raadsvoorstel
verbonden. Ook het feit dat landelijke randvoorwaarden voor het goed functioneren van publieke warmtebedrijven nog in ontwikkeling zijn, speelt daarbij een rol. Het oprichten van een warmtebedrijf betekent commitment voor de lange termijn en (ook voor de gemeente als minderheidsaandeelhouder) blootstelling aan financiële risico's. De aard en omvang van deze risico's worden in het bedrijfsplan inzichtelijk gemaakt. Fatale termijn Zoals toegelicht bij kanttekening 1.1 is het oprichten van het warmtebedrijf urgent. Om een oprichtingsbesluit door uw raad in het derde kwartaal mogelijk te maken, wil het college het oprichtingsbesluit begin mei behandelen. Het college vindt het wenselijk uw raad in de gelegenheid te stellen de eerdere uitgangspunten voor gemeentelijke rolneming bij te stellen en het voor te leggen oprichtingsbesluit daarop te baseren. De kans op vertraging en het mogelijk mislopen van WIS-subsidie wordt hiermee verkleind. Financiën Dit raadsvoorstel heeft als zodanig geen financiële consequenties: pas bij het oprichtingsbesluit neemt u aan de hand van het uitgewerkte bedrijfsplan een definitief go/no go besluit. Dan leggen we aan u voor welk aandeel de gemeente neemt en hoe het in te brengen eigen vermogen wordt gefinancierd. Vervolg De voorbereiding van het oprichtingsbesluit is in volle gang.
Conform de routekaart zal dit oprichtingsbesluit uiterlijk in het derde kwartaal van 2025 aan u worden voorgelegd en bij voorkeur begin juli 2025. Het streven blijft dat het publiek integraal warmtebedrijf de aanleg van het warmtenet begin 2026 kan gaan opstarten. Hoe ziet het vervolg eruit? • Tot en met april worden het technisch ontwerp, businesscase, samenwerkingsovereenkomst en het bedrijfsplan uitgewerkt. • De mogelijkheden voor deelname van een bewonerscoöperatie worden in het oprichtingsbesluit opgenomen • Het oprichtingsbesluit door uw raad is conform de routekaart voorzien in het derde kwartaal van 2025. • Na oprichting van het warmtebedrijf wordt de deelname van een bewonerscoöperatie in het warmtebedrijf vormgegeven. Het uitvoeringsplan wordt in 2025 opgesteld. • In de tweede helft van 2026 wordt het definitief technisch ontwerp uitgewerkt en de uitvoering voorbereid. • Nadat de Wcw in werking is getreden, kan het college formeel een warmtekavel en een warmtebedrijf aanwijzen. Bijlagen 1. Routekaart Warmtenet Dukenburg 2. Inrichting publiek integraal warmtebedrijf in twee fasen 3. Onderwerpen waarover bij unanimiteit besluitvorming plaatsvindt
Contouren publiek integraal warmtebedrijf