CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Belastingverordeningen rioolheffing, reinigingsheffingen en onroerende-zaakbelastingen 2025 - INGETROKKEN DOOR HET COLLEGE OP 3 DECEMBER 2024

Besluitronde (raadsvergadering) 18 december 2024, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Belastingverordeningen, rioolheffing, reinigingsrechten en onroerende-zaakbelastingen 2025 (112/2024)2.723 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel

Openbaar

Onderwerp Belastingverordeningen rioolheffing, reinigingsrechten en onroerende-zaakbelastingen 2025 Opsteller Programma Portefeuillehouder

Danny Ederveen Financiën T.F.A. van Elferen

Collegebesluit 29 oktober 2024 Behandeldatum Raad 18 december 2024 Status Openbaar

Samenvatting In dit voorstel doen wij tariefvoorstellen per januari 2025 voor de volgende drie gemeentelijke belastingverordeningen: de rioolheffing, de reinigingsheffingen en de onroerende zaakbelastingen. De voorstellen sluiten aan bij de Stadsbegroting 2025-2028. Daarnaast willen wij een aantal inhoudelijke wijzigingen voorstellen.

Voorstel 1. Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing gemeente Nijmegen 2025 vast te stellen onder gelijktijdige intrekking van de Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing gemeente Nijmegen 2024 (Gmb-2023-561068), onder voorbehoud van vaststelling van de Stadsbegroting 2025-2028 door de raad. 2. Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten gemeente Nijmegen 2025 vast te stellen onder gelijktijdige intrekking van de Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten gemeente Nijmegen 2024 (Gmb-2023-561087), onder voorbehoud van vaststelling van de Stadsbegroting 2025-2028 door de raad. 3. Verordening op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastingen gemeente Nijmegen 2025 vast te stellen onder gelijktijdige intrekking van de Verordening op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastingen gemeente Nijmegen 2024 (Gmb-2023-561098), onder voorbehoud van vaststelling van de Stadsbegroting 2025-2028 door de raad. Aanleiding De bevoegdheid tot het heffen van rioolheffing is gebaseerd op de Gemeentewet. Als eis stelt de wetgeving hieromtrent dat de geraamde baten niet hoger mogen zijn dan de geraamde lasten. Er geldt dus een maximaal toelaatbare opbrengst.

De bevoegdheid tot het heffen van reinigingsheffingen (afvalstoffenheffing en reinigingsrechten) zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer (Wm) en de Gemeentewet. Ook hier stelt de wetgeving de eis dat de geraamde baten niet hoger mogen zijn dan de geraamde lasten. Er geldt dus een maximaal toelaatbare opbrengst. De bevoegdheid tot het heffen van onroerende-zaakbelastingen (OZB) is gebaseerd op de Gemeentewet. In tegenstelling tot bovenstaande heffingen komen de baten van de onroerende-zaakbelastingen ten gunste aan de algemene middelen van de gemeente.

Overlegggen / sjab = Raadsvoorstel Opgesteld door Danny Ederveen, 0652583529, d.ederveen@nijmegen.nl

Belastingverordeningen

Raadsvoorstel

Beoogde impact Dit raadsvoorstel sluit aan bij de stadsbegroting 2025-2028 zodat de opbrengsten rioolheffing, reinigingsheffingen en onroerende-zaakbelastingen 2025 zoals geraamd in de stadsbegroting 2025-2028 daadwerkelijk kunnen worden gerealiseerd. De belastingopbrengsten uit bovenstaande belastingverordeningen worden verantwoord in verschillende programma’s van de stadsbegroting 2025-2028. Ze dragen echter allemaal bij aan de ambitie dat we een financieel en gezonde gemeente willen zijn nu en in de toekomst. Het doel van de belastingverordeningen is dat we aanvullend inkomsten genereren ter dekking van lasten van (lokaal) beleid, waarbij zorg wordt gedragen voor een goede verhouding tussen baten en lasten voor zowel burgers als bedrijven. Argumenten Hieronder geven wij, per verordening, de van belang zijnde veranderingen en de voorstellen ten opzichte van de huidige verordeningen weer. Redactionele wijzigingen zijn niet toegelicht. Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing gemeente Nijmegen 2025 1.1 Artikel 6 Belastingtarieven De vervanging van het rioolstelsel wordt bekostigd uit de kostendekkende opbrengsten van de rioolheffing. De eigenaar van een pand dat is aangesloten op de gemeentelijke riolering betaalt rioolheffing, waarbij de WOZ-waarde de heffingsmaatstaf is. Deze WOZwaarde wordt beïnvloed door herwaardering, nieuw- en verbouw.

De aftoppingsgrens is de afgelopen jaren geleidelijk verhoogd naar € 10 miljoen. Per pand kan de eigenaar nooit meer dan een bedrag dat in december aanstaande bekend zal zijn (afhankelijk van het tarief, zie onderstaand) aan rioolheffing betalen. Het tarief wordt beïnvloed door de indexatie en veranderende WOZ-waarden. Voor woningen en niet-woningen is het tarief gelijk. Het proces van (her)waarderen van panden (woningen en niet-woningen) is een omvangrijk en arbeidsintensief proces. De eis van de Waarderingskamer is dat in ieder geval op 1 december van het belastingjaar 90% van alle WOZ-waarden bepaald en gecontroleerd moet zijn. Sinds 2023 willen wij alleen zo dicht mogelijk rond deze datum het tarief rioolheffing (heffingspercentage) gaan berekenen. Voordeel hiervan is dat de belastingplichtigen niet te veel of te weinig rioolheffing betalen en dat de gemeente niet te veel of te weinig rioolheffing ontvangt. Op deze manier wordt in één keer een zo betrouwbaar en nauwkeurig mogelijk tarief rioolheffing berekend. Aangezien het politieke proces om via het college tot vaststelling van de verordening rioolheffing in december door de raad al in oktober begint, stellen wij conform vorig jaar voor het tarief rioolheffing pas rond 1 december te berekenen en te laten vaststellen.

Om dit te kunnen realiseren, zal dit raadsvoorstel in december worden ingetrokken en vervangen door een raadsvoorstel inclusief het tarief rioolheffing. 1.2 Artikel 11 Termijnen van betaling Wij stellen voor artikel 11 lid 2 te wijzigen van ‘In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt in afwijking van het aldaar bepaalde, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso van de betaalrekening van de belastingplichtige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen

Belastingverordeningen

Raadsvoorstel

waarvan de eerste termijn vervalt op de 26e dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens op de 26e dag van de volgende maand’ naar ‘In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, voor aanslagen van € 100,- of meer, in afwijking van het aldaar bepaalde, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso van de betaalrekening van de belastingplichtige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke maandelijkse termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de 26e dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens op de 26e dag van de volgende maand’. Reden hiervoor is dat hiermee wordt voorkomen dat ook (kleine) aanslagen tot € 100,- in tien gelijke maandelijkse termijnen kunnen worden betaald. Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten gemeente Nijmegen 2025. Onder de reinigingsheffingen vallen de afvalstoffenheffing (huishoudens) en de reinigingsrechten (ondernemers).

Afvalstoffenheffing 2.1 Artikel 10 Termijnen van betaling Wij stellen voor artikel 10 lid 2 te wijzigen van ‘In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt in afwijking van het aldaar bepaalde, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso van de betaalrekening van de belastingplichtige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de 26e dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens op de 26e dag van de volgende maand’ naar ‘In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, voor aanslagen van € 100,- of meer, in afwijking van het aldaar bepaalde, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso van de betaalrekening van de belastingplichtige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke maandelijkse termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de 26e dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens op de 26e dag van de volgende maand’. Reden hiervoor is dat hiermee wordt voorkomen dat ook (kleine) aanslagen tot € 100,- in tien gelijke maandelijkse termijnen kunnen worden betaald.

2.2 Hoofdstuk 1 Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing • Conform de Stadsbegroting 2025-2028 stellen wij voor om de tarieven van de diverse afvalzakken te verhogen. De tarieven voor de afvalzakken zijn in 2019 voor het laatst aangepast. • De tarieven voor het aanbieden van grof afval op het betaalde gedeelte van de milieustraten (boven het gratis quotum van 200 kilo) en het laten ophalen van grof afval blijven verder ongewijzigd. Vergelijking tarieven afvalstoffenheffing 2025 t.o.v. 2024 Tarieven afvalzakken: Afvalzak

Tarief 2024

Tarief 2025

Rode (kleine) afvalzak

€ 0,69

€ 0,75

Groene (grote) afvalzak

€ 1,09

€ 1,20

Belastingverordeningen

Raadsvoorstel

Plastic+ afvalzak

€ 0,05

€ 0,15

Tarief per inworp in de ondergrondse restafvalcontainer: Tarief 2024

Tarief 2025

€ 1,09

€ 1,20

Tarieven aanbieden grof huishoudelijk afval milieustraten: Afvalstoffen milieustraten Met afvalpas Zonder afvalpas

Tarief 2024

Tarief 2025

>200 kg € 0,22 per kilo

>200 kg € 0,22 per kilo

€ 0,22 per kilo

€ 0,22 per kilo

Tarieven aan huis laten ophalen door de inzameldienst: Soort afval inzameldienst

Tarief 2024

Tarief 2025

Grof restafval

€ 29,50 per keer na 1 keer

€ 29,50 per keer na 1e keer

Herbruikbaar grof afval

€ 29,50 per keer na 1e keer

€ 29,50 per keer na 1e keer

e

Reinigingsrechten 2.3 Hoofdstuk 2 Maatstaven en tarieven reinigingsrechten • De tariefsverhoging van de diverse afvalzakken bij de afvalstoffenheffing dient ook een op een te worden doorgevoerd bij het reinigingsrecht. • Het systeem van reinigingsrecht is bedoeld voor bedrijven uit de KWD-sector met afval dat qua omvang en samenstelling vergelijkbaar is met huishoudelijk afval. Een aanbod van meer dan gemiddeld 8 zakken restafval per week achten wij hier niet mee in lijn. Ook bij de openstelling van het netwerk van ondergrondse restafvalcontainers in de binnenstad voor de klanten van commerciële inzamelaars hanteren wij de grens dat niet meer dan gemiddeld 8 zakken restafval per week mag worden aangeboden. Dit is lijn met het Plan van Aanpak Bedrijfsafval Binnenstad dat wij op 14 maart 2023 aan de raad hebben aangeboden. Vanuit deze achtergrond is bij de vaststelling van de verordening reinigingsheffingen 2024 voorgesteld om voor 2024 het aantal staffels in de tarieventabel terug te brengen van zeven naar twee staffels en in 2025 alleen nog de eerste staffel van 0-8 zakken per week te hanteren. Het jaar 2024 vormt zo een overgangsjaar voor het beperkte aantal gebruikers die nu nog meer dan 8 zakken per week gemiddeld aanbieden. In vervolg hiervan stellen wij nu voor om voor de verordening reinigingsheffingen 2025 de tweede staffel in de tarieventabel te laten vervallen.

Het tarief in de eerste staffel blijft verder ongewijzigd behoudens een indexering met 4,57%. 2.4 artikel 11 lid 3 maximering aanbod restafval Om de deelname aan het reinigingsrecht formeel te maximeren tot (gemiddeld) 8 zakken per week, is in artikel 11 een nieuw lid 3 tussengevoegd: ‘Het aanbieden van fijn restafval als bedoeld in hoofdstuk 2, eerste en tweede lid van de bij deze verordening behorende tarieventabel, is gemaximeerd tot een aantal van 416 aanbiedingen per belastingjaar. Overschrijding van dit aantal leidt na een eenmalige waarschuwing tot uitsluiting van deelname aan het reinigingsrecht’. Vergelijking tarieven reinigingsrechten 2025 t.o.v. 2024

Belastingverordeningen

Raadsvoorstel

Tarieven afvalzakken: Afvalzak

Tarief 2024

Tarief 2025

Rode (kleine) afvalzak

€ 0,69

€ 0,75

Groene (grote) afvalzak

€ 1,09

€ 1,20

Plastic+ afvalzak

€ 0,05

€ 0,15

Tarief per inworp in de ondergrondse restafvalcontainer: Tarief 2024

Tarief 2025

€ 1,09

€ 1,20

Tarieven periodiek verwijderen van bedrijfsafvalstromen: Gemiddeld aantal zakken per week

Tarief 2024

Tarief 2025

1

Tot en met 8 zakken

€ 355,45

€ 371,70

2

Van 9 tot en met 16 zakken

€ 1.052,85

Vervallen

Verordening op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastingen gemeente Nijmegen 2024 3.1 Artikel 5 Belastingtarieven Op grond van de wet WOZ wordt jaarlijks de economische waarde van de onroerende zaken in Nijmegen bepaald en vervolgens medegedeeld aan de belanghebbenden. Bij de berekening van de tarieven OZB wordt uitgegaan van een in de stadsbegroting vastgestelde opbrengst OZB. Dit betekent dat de marktwaardestijging van de stad budgetneutraal in de tarieven wordt verwerkt. De tarieven worden beïnvloed door de indexatie en door de gemeenteraad vastgesteld. In geval van een waardestijging worden de tarieven verlaagd en in geval van een waardedaling verhoogd. Uitgangspunt is dat de totale opbrengst OZB voor de gemeente dus alleen toeneemt als het aantal objecten waarvoor betaald wordt, toeneemt behoudens indexatie. Bij niet-woningen maken we een onderscheid bij de waardebepaling tussen courante en niet-courante panden. Niet-woningen zijn panden die niet of slechts voor een deel voor woondoeleinden worden gebruikt. Denk aan kantoren, winkels en bedrijfspanden, maar ook aan industriële panden, energiecentrales, agrarische objecten, ziekenhuizen, scholen en hotels. De WOZ-waarde van niet-woningen wordt bepaald op de marktwaarde of als die hoger is op de gecorrigeerde vervangingswaarde.

Bij courante panden zoals kantoren, winkels en ander bedrijfsmatig vastgoed is de marktwaarde het uitgangspunt. Bij nietcourante panden zoals ziekenhuizen, laboratoria en energiecentrales gaat het om de vervangingswaarde. Het proces van (her)waarderen van panden (woningen en niet-woningen) is een omvangrijk en arbeidsintensief proces. De eis van de Waarderingskamer is dat in ieder geval op 1 december van het belastingjaar 90% van alle WOZ-waarden bepaald en gecontroleerd moet zijn. Sinds 2023 willen wij alleen zo dicht mogelijk rond deze datum de OZB tarieven gaan berekenen. Voordeel hiervan is dat de belastingplichtigen niet te veel of te weinig OZB betalen en dat de gemeente niet te veel of te weinig OZB ontvangt. Op deze manier worden in één keer zo betrouwbaar en nauwkeurig mogelijke OZB tarieven berekend. Aangezien het politieke proces om via het college tot vaststelling van de verordening onroerende -zaakbelastingen in december door de raad al in oktober begint,

Belastingverordeningen

Raadsvoorstel

stellen wij conform vorig jaar voor de OZB tarieven pas rond 1 december te berekenen en te laten vaststellen. Om dit te kunnen realiseren, zal dit raadsvoorstel in december worden ingetrokken en vervangen door een raadsvoorstel inclusief de OZB tarieven. 3.2 Artikel 8 Termijnen van betaling Wij stellen voor artikel 8 lid 2 te wijzigen van ‘In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt in afwijking van het aldaar bepaalde, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso van de betaalrekening van de belastingplichtige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de 26e dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens op de 26e dag van de volgende maand’ naar ‘In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, voor aanslagen van € 100,- of meer, in afwijking van het aldaar bepaalde, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso van de betaalrekening van de belastingplichtige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke maandelijkse termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de 26e dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens op

de 26e dag van de volgende maand’. Reden hiervoor is dat hiermee wordt voorkomen dat ook (kleine) aanslagen tot € 100,- in tien gelijke maandelijkse termijnen kunnen worden betaald. Kanttekeningen Fatale termijn. Bovengenoemde verordeningen moeten voor 1 januari 2025 door de gemeenteraad zijn vastgesteld en worden gepubliceerd in verband met de ingang van de belastingplicht. Financiën • Met het in het voorstel van december voorgestelde tarief rioolheffing wordt de geraamde opbrengst rioolheffing 2025 zoals opgenomen in de stadsbegroting 2025-2028 van € 16,6 miljoen gerealiseerd. • Met de in dit voorstel voorgestelde tarieven voor de restafvalzakken en voor de reinigingsrechten wordt de geraamde opbrengst 2025 zoals opgenomen in de stadsbegroting 2025-2028 van € 4,4 miljoen gerealiseerd. • Met de in het voorstel van december voorgestelde tarieven onroerendezaakbelastingen wordt de geraamde opbrengst 2025 zoals opgenomen in de stadsbegroting 2025-2028 van € 113,5 miljoen gerealiseerd. Vervolg De besluiten tot vaststelling of wijziging van de in dit voorstel genoemde verordeningen worden dit jaar nog gepubliceerd in het Gemeenteblad. De gemeentebladen worden sinds 1 januari 2014 verplicht geplaatst op www.overheid.nl (de landelijke site voor wet- en regelgeving). Tevens zijn via de site van de gemeente Nijmegen (www.nijmegen.nl) de verordeningen op www.overheid.nl te raadplegen.

Belastingverordeningen

Raadsvoorstel

Door het publiceren van de verordeningen krijgen deze rechtskracht met ingang van 1 januari 2025. Volgens de regelgeving van de genoemde verordeningen worden dan met ingang van 1 januari 2025 de verordeningen rioolheffing 2024, reinigingsheffingen 2024 en de onroerende-zaakbelastingen 2024 ingetrokken. De betreffende tarieven van de vastgestelde verordeningen worden gehanteerd over het belastingjaar 2025 en voor diensten, die worden verleend op of na 1 januari 2025. Bijlagen 1. Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing gemeente Nijmegen 2025 2. Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten gemeente Nijmegen 2025 3. Verordening op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastingen gemeente Nijmegen 2024

Belastingverordeningen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=467547c4-0580-4a28-964d-df2f4874e62e