Raadsvoorstel Belastingverordeningen rioolheffing, reinigingsheffingen en onroerende-zaakbelastingen 2026 INGETROKKEN
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Openbaar
Onderwerp Belastingverordeningen rioolheffing, reinigingsheffingen en onroerende-zaakbelastingen 2026 Programma Portefeuillehouder
Financiën T.F.A. van Elferen
Collegebesluit 21 oktober 2025 Behandeldatum Raad 17 december 2025 Status Openbaar
Samenvatting In dit voorstel doen wij tariefvoorstellen per januari 2026 voor de volgende drie gemeentelijke belastingverordeningen: de rioolheffing, de reinigingsheffingen en de onroerende zaakbelastingen. De voorstellen sluiten aan bij de Stadsbegroting 2026-2029. Daarnaast willen wij een aantal inhoudelijke wijzigingen voorstellen.
Voorstel 1. Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing gemeente Nijmegen 2026 (Verordening rioolheffing 2026) vast te stellen onder gelijktijdige intrekking van de verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing gemeente Nijmegen 2025 (Verordening rioolheffing 2025; Gmb-2024-541049), onder voorbehoud van vaststelling van de stadsbegroting 2026-2029 door de raad. 2. Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten gemeente Nijmegen 2026 (Verordening reinigingsheffingen 2026) vast te stellen onder gelijktijdige intrekking van de verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten gemeente Nijmegen 2025 (Verordening reinigingsheffingen 2025; Gmb-2024-541042), onder voorbehoud van vaststelling van de stadsbegroting 2026-2029 door de raad. 3. Verordening op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastingen gemeente Nijmegen 2026 (Verordening onroerende-zaakbelastingen 2026) vast te stellen onder gelijktijdige intrekking van de verordening op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastingen gemeente Nijmegen 2025 (Verordening onroerende-zaakbelastingen 2025; Gmb-2024-541050), onder voorbehoud van vaststelling van de stadsbegroting 2026-2029 door de raad. Aanleiding De bevoegdheid tot het heffen van rioolheffing is gebaseerd op de Gemeentewet.
Als eis stelt de wetgeving hieromtrent dat de geraamde baten niet hoger mogen zijn dan de geraamde lasten. Er geldt dus een maximaal toelaatbare opbrengst. De bevoegdheid tot het heffen van reinigingsheffingen (afvalstoffenheffing en reinigingsrechten) zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer (Wm) en de Gemeentewet. Ook hier stelt de wetgeving de eis dat de geraamde baten niet hoger mogen zijn dan de geraamde lasten. Er geldt dus een maximaal toelaatbare opbrengst.
Overleggen / sjab = Raadsvoorstel Kaderstelling
Belastingverordeningen
Raadsvoorstel
De bevoegdheid tot het heffen van onroerende-zaakbelastingen (OZB) is gebaseerd op de Gemeentewet. In tegenstelling tot bovenstaande heffingen komen de baten van de onroerende-zaakbelastingen ten gunste aan de algemene middelen van de gemeente. Tot slot kan worden opgemerkt dat met ingang van 2026 het versturen van een kosteloze betalingsherinnering (na het verstrijken van de betaaltermijn) structureel wordt ingevoerd. Dit is verwerkt in de stadsbegroting 2026-2029. Relevante besluitgeschiedenis De door de raad nog vast te stellen stadsbegroting 2026-2029 (naar verwachting op 12 november 2025). Beoogde impact: wijziging kaders Dit collegevoorstel sluit aan bij de stadsbegroting 2026-2029 zodat de opbrengsten rioolheffing, reinigingsheffingen en onroerende-zaakbelastingen zoals die voor 2026 zijn geraamd daadwerkelijk kunnen worden gerealiseerd. De belastingopbrengsten uit bovenstaande belastingverordeningen worden verantwoord in verschillende programma’s van de stadsbegroting 2026-2029. In onderstaande tabel zijn per belastingverordening het programma, de ambitie en het doel opgenomen. Verordening
Programma
Ambitie
Doel
Rioolheffing
Openbare ruimte
Reinigingsheffingen
Openbare ruimte
Onroerende-zaakbelastingen
Financiën
We hebben een openbare ruimte die toekomstbestendig en leefbaar is We zijn een circulaire stad waar we verantwoord omgaan met grondstoffen en deze zoveel mogelijk opnieuw gebruiken We zijn een financieel gezonde gemeente nu en in de toekomst
We voeren de gemeentelijke watertaken (afvalwater, hemelwater en grondwater) duurzaam en doelmatig uit Verbeterde afvalpreventie en verdergaande afvalscheiding bij huishoudens Betere afvalscheiding bij bedrijven Een uitlegbaar lokaal heffingenbeleid op het gebied van OZB om aanvullende inkomsten te genereren
Argumenten Hieronder geven wij, per verordening, de van belang zijnde veranderingen en de voorstellen ten opzichte van de huidige verordeningen weer. Redactionele wijzigingen zijn niet toegelicht. Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing gemeente Nijmegen 2026 1.1 Artikel 6 Belastingtarieven De vervanging van het rioolstelsel wordt bekostigd uit de kostendekkende opbrengsten van de rioolheffing. De eigenaar van een pand dat is aangesloten op de gemeentelijke riolering betaalt rioolheffing, waarbij de WOZ-waarde de heffingsmaatstaf is. Deze WOZwaarde wordt beïnvloed door herwaardering, nieuw- en verbouw. De aftoppingsgrens is de afgelopen jaren geleidelijk verhoogd naar € 10 miljoen. Per pand kan de eigenaar nooit
Belastingverordeningen
Raadsvoorstel
meer dan een bedrag dat in december aanstaande bekend zal zijn (afhankelijk van het tarief, zie onderstaand) aan rioolheffing betalen. Het tarief wordt beïnvloed door de indexatie en veranderende WOZ-waarden. Voor woningen en niet-woningen is het tarief gelijk. Het proces van (her)waarderen van panden (woningen en niet-woningen) is een omvangrijk en arbeidsintensief proces. De eis van de Waarderingskamer is dat in ieder geval op 1 december van het belastingjaar 90% van alle WOZ-waarden bepaald en gecontroleerd moet zijn. Sinds 2023 willen wij alleen zo dicht mogelijk rond deze datum het tarief rioolheffing (heffingspercentage) berekenen. Voordeel hiervan is dat de belastingplichtigen niet te veel of te weinig rioolheffing betalen en dat de gemeente niet te veel of te weinig rioolheffing ontvangt. Op deze manier wordt in één keer een zo betrouwbaar en nauwkeurig mogelijk tarief rioolheffing berekend. Aangezien het politieke proces om via het college tot vaststelling van de verordening rioolheffing in december door de raad al in oktober begint, stellen wij conform vorig jaar voor het tarief rioolheffing pas rond 1 december te berekenen en te laten vaststellen. Om dit te kunnen realiseren, zal dit collegevoorstel in december worden ingetrokken en vervangen door een collegevoorstel inclusief het tarief rioolheffing.
Zoals in de paragraaf lokale heffingen van de stadsbegroting 2026-2029 is aangegeven, is de verwachting dat de rioolheffing met circa 18% zal stijgen ten opzichte van 2025. Reden voor de verhoging van de heffing is dat de geraamde rioollasten voor 2026 zijn gestegen tot een bedrag van € 19.698.666 (2025: € 16.623.907). Deze lasten worden voor 100% kostendekkend doorbelast via het tarief rioolheffing. Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten gemeente Nijmegen 2026 Onder de reinigingsheffingen vallen de afvalstoffenheffing (huishoudens) en de reinigingsrechten (ondernemers). Afvalstoffenheffing 2.1 Hoofdstuk 1 Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing • Wij stellen voor om de tarieven voor de diverse afvalzakken voor 2026 niet te indexeren. Dit in afwachting van het nieuwe ‘grondstoffenbeleidsplan’ (voorheen ‘afvalbeleidsplan’). De tarieven voor de afvalzakken zijn daarnaast in 2025 nog verhoogd. • Wij stellen voor om de tarieven voor het aanbieden van grof afval op het betaalde gedeelte van de milieustraten (boven het gratis quotum van 200 kilo) en het laten ophalen van grof afval voor 2026 te verhogen tot een kostendekkend tarief. Dit is regionaal afgesproken om geen prijsverschillen te krijgen tussen milieustraten in en om Nijmegen. Vergelijking tarieven afvalstoffenheffing 2026 t.o.v. 2025 Tarieven afvalzakken: Afvalzak
Tarief 2025
Tarief 2026
Rode (kleine) afvalzak
€ 0,75
€ 0,75
Groene (grote) afvalzak
€ 1,20
€ 1,20
Plastic+ afvalzak
€ 0,15
€ 0,15
Belastingverordeningen
Raadsvoorstel
Tarief per inworp in de ondergrondse restafvalcontainer: Tarief 2025
Tarief 2026
€ 1,20
€ 1,20
Tarieven aanbieden grof huishoudelijk afval milieustraten: Afvalstoffen milieustraten Met afvalpas
Tarief 2025
Tarief 2026
>200 kg € 0,22 per kilo
>200 kg € 0,26 per kilo
€ 0,22 per kilo
€ 0,26 per kilo
Zonder afvalpas
Tarieven aan huis laten ophalen door de inzameldienst: Soort afval inzameldienst
Tarief 2025
Tarief 2026
Grof restafval
€ 29,50 per keer na 1e keer
€ 35,99 per keer na 1e keer
Herbruikbaar grof afval
€ 29,50 per keer na 1e keer
€ 35,99 per keer na 1e keer
Reinigingsrechten 2.2 Hoofdstuk 2 Maatstaven en tarieven reinigingsrechten • Wij stellen voor om de tarieven voor de diverse afvalzakken voor 2026 niet te indexeren. Reden hiervoor is dat deze tarieven gelijk zijn aan de tarieven bij de afvalstoffenheffing. De tarieven voor de afvalzakken zijn daarnaast in 2025 nog verhoogd. • Wij stellen voor om het tarief voor bedrijven uit de KWD-sector met afval dat qua omvang en samenstelling vergelijkbaar is met huishoudelijk afval voor 2026 niet te indexeren. Vergelijking tarieven reinigingsrechten 2026 t.o.v. 2025 Tarieven afvalzakken: Afvalzak
Tarief 2025
Tarief 2026
Rode (kleine) afvalzak
€ 0,75
€ 0,75
Groene (grote) afvalzak
€ 1,20
€ 1,20
Plastic+ afvalzak
€ 0,15
€ 0,15
Tarief per inworp in de ondergrondse restafvalcontainer: Tarief 2025
Tarief 2026
€ 1,20
€ 1,20
Tarieven periodiek verwijderen van bedrijfsafvalstromen: Tarief 2025
Tarief 2026
1
Gemiddeld aantal zakken per week Tot en met 8 zakken
€ 371,70
€ 371,70
2
Van 9 tot en met 16 zakken
Vervallen
Vervallen
Verordening op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastingen gemeente Nijmegen 2026 3.1 Artikel 5 Belastingtarieven • Op grond van de wet WOZ wordt jaarlijks de economische waarde van de onroerende zaken in Nijmegen bepaald en vervolgens medegedeeld aan de belanghebbenden. Bij de berekening van de tarieven OZB wordt uitgegaan van een in de stadsbegroting vastgestelde opbrengst OZB. Dit betekent dat de marktwaardestijging van de stad
Belastingverordeningen
Raadsvoorstel
•
budgetneutraal in de tarieven wordt verwerkt. De tarieven worden beïnvloed door de indexatie en door de gemeenteraad vastgesteld. In geval van een waardestijging worden de tarieven verlaagd en in geval van een waardedaling verhoogd. Uitgangspunt is dat de totale opbrengst OZB voor de gemeente dus alleen toeneemt als het aantal objecten waarvoor betaald wordt, toeneemt behoudens indexatie. Bij niet-woningen maken we een onderscheid bij de waardebepaling tussen courante en niet-courante panden. Niet-woningen zijn panden die niet of slechts voor een deel voor woondoeleinden worden gebruikt. Denk aan kantoren, winkels en bedrijfspanden, maar ook aan industriële panden, energiecentrales, agrarische objecten, ziekenhuizen, scholen en hotels. De WOZ-waarde van niet-woningen wordt bepaald op de marktwaarde of als die hoger is op de gecorrigeerde vervangingswaarde. Bij courante panden zoals kantoren, winkels en ander bedrijfsmatig vastgoed is de marktwaarde het uitgangspunt. Bij niet-courante panden zoals ziekenhuizen, laboratoria en energiecentrales gaat het om de vervangingswaarde. Het proces van (her)waarderen van panden (woningen en niet-woningen) is een omvangrijk en arbeidsintensief proces. De eis van de Waarderingskamer is dat in ieder geval op 1 december van het belastingjaar 90% van alle WOZ-waarden bepaald en gecontroleerd moet zijn.
Sinds 2023 willen wij alleen zo dicht mogelijk rond deze datum de OZB tarieven berekenen. Voordeel hiervan is dat de belastingplichtigen niet te veel of te weinig OZB betalen en dat de gemeente niet te veel of te weinig OZB ontvangt. Op deze manier worden in één keer zo betrouwbaar en nauwkeurig mogelijke OZB tarieven berekend. Aangezien het politieke proces om via het college tot vaststelling van de verordening onroerende -zaakbelastingen in december door de raad al in oktober begint, stellen wij conform vorig jaar voor de OZB tarieven pas rond 1 december te berekenen en te laten vaststellen. Om dit te kunnen realiseren, zal dit collegevoorstel in december worden ingetrokken en vervangen door een collegevoorstel inclusief de OZB tarieven (artikel 5 lid 1). Wij stellen voor artikel 5 lid 2 ‘indien het totaal van de aanslag(en) onroerendezaakbelastingen of andere heffingen verenigd op één aanslagbiljet minder dan € 10,- bedraagt, wordt geen aanslag opgelegd;’ met ingang van 1 januari 2026 te wijzigen in ‘indien het totaal van de aanslag(en) onroerendezaakbelastingen of andere heffingen verenigd op één aanslagbiljet minder dan € 15,- bedraagt, wordt geen aanslag opgelegd;’. Reden hiervoor is dat dit bedrag de afgelopen jaren niet is geïndexeerd met de inflatiecorrectie.
Kanttekeningen Fatale termijn. Bovengenoemde verordeningen moeten voor 1 januari 2026 door de gemeenteraad zijn vastgesteld en worden gepubliceerd in verband met de ingang van de belastingplicht. Gesprek met de stad Over dit voorstel vindt geen gesprek plaats met de stad aangezien bovenstaande voorstellen aansluiten bij de stadsbegroting 2026-2029 zodat de opbrengsten zoals die voor 2026 zijn geraamd daadwerkelijk kunnen worden gerealiseerd. Financiën
Belastingverordeningen
Raadsvoorstel
•
•
•
Met het in het voorstel van december voorgestelde tarief rioolheffing wordt de geraamde opbrengst rioolheffing 2026 zoals opgenomen in de stadsbegroting 20262029 van € 19,7 miljoen gerealiseerd. Met de in dit voorstel voorgestelde tarieven voor de restafvalzakken en voor de reinigingsrechten wordt de geraamde opbrengst 2026 zoals opgenomen in de stadsbegroting 2026-2029 van € 4,5 miljoen gerealiseerd. Met de in het voorstel van december voorgestelde tarieven onroerendezaakbelastingen wordt de geraamde opbrengst 2026 zoals opgenomen in de stadsbegroting 2026-2029 van € 119,3 miljoen (€ 64,4 miljoen woningen en € 54,9 miljoen niet-woningen) gerealiseerd.
Vervolg De besluiten tot vaststelling of wijziging van de in dit voorstel genoemde verordeningen worden dit jaar nog gepubliceerd in het Gemeenteblad. De gemeentebladen worden sinds 1 januari 2014 verplicht geplaatst op www.overheid.nl (de landelijke site voor wet- en regelgeving). Tevens zijn via de site van de gemeente Nijmegen (www.nijmegen.nl) de verordeningen op www.overheid.nl te raadplegen. Door het publiceren van de verordeningen krijgen deze rechtskracht met ingang van 1 januari 2026. Volgens de regelgeving van de genoemde verordeningen worden dan met ingang van 1 januari 2026 de verordeningen rioolheffing 2025, reinigingsheffingen 2025 en de onroerende-zaakbelastingen 2025 ingetrokken. De betreffende tarieven van de vastgestelde verordeningen worden gehanteerd over het belastingjaar 2026 en voor diensten, die worden verleend op of na 1 januari 2026. Bijlagen 1. Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing gemeente Nijmegen 2026 2. Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten gemeente Nijmegen 2026 3. Verordening op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastingen gemeente Nijmegen 2026
Belastingverordeningen