Raadsvoorstel Belastingverordeningen Rioolheffing, Reinigingsheffingen en Onroerende-zaakbelastingen 2023 INGETROKKEN
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Openbaar
Onderwerp Belastingverordeningen Rioolheffing, Reinigingsheffingen en Onroerende-zaakbelastingen 2023 Opsteller Programma Portefeuillehouder
Danny Ederveen Financiën T.F.A. van Elferen
Collegebesluit 15 november 2022 Behandeldatum Raad Status Openbaar
Samenvatting In dit voorstel doen wij tariefvoorstellen per januari 2023 voor de volgende drie gemeentelijke belastingverordeningen: de Rioolheffing, de Reinigingsheffingen en de Onroerende zaakbelastingen. De voorstellen sluiten aan bij de Stadsbegroting 2023-2026. Daarnaast willen wij een aantal inhoudelijke wijzigingen voorstellen.
Voorstel 1. Verordening op de heffing en de invordering van de Rioolheffing 2023 (Verordening Rioolheffing 2023) vast te stellen onder gelijktijdige intrekking van de verordening Rioolheffing 2022 (Gmb-2021-474930). 2. Verordening op de heffing en de invordering van Afvalstoffenheffing en Reinigingsrechten 2023 (Verordening Reinigingsheffingen 2023) vast te stellen onder gelijktijdige intrekking van de verordening Reinigingsheffingen 2022 (Gmb2021-474959). 3. Verordening op de heffing en de invordering van Onroerende-zaakbelastingen 2023 (Verordening Onroerende-zaakbelastingen 2023) vast te stellen onder gelijktijdige intrekking van de verordening Onroerende-zaakbelastingen 2022 (Gmb-2021-474988). Aanleiding De bevoegdheid tot het heffen van Rioolheffing is gebaseerd op de Gemeentewet. Als eis stelt de wetgeving hieromtrent dat de geraamde baten niet hoger mogen zijn dan de geraamde lasten. Er geldt dus een maximaal toelaatbare opbrengst. De bevoegdheid tot het heffen van Reinigingsheffingen (Afvalstoffenheffing en Reinigingsrechten) zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer (Wm) en de Gemeentewet. Ook hier stelt de wetgeving de eis dat de geraamde baten niet hoger mogen zijn dan de geraamde lasten. Er geldt dus een maximaal toelaatbare opbrengst. De bevoegdheid tot het heffen van Onroerende-zaakbelastingen (OZB) is gebaseerd op de Gemeentewet.
In tegenstelling tot bovenstaande heffingen komen de baten van de Onroerende-zaakbelastingen ten gunste aan de algemene middelen van de gemeente.
Beoogde impact
B&W, Raad / sjab = Raadsvoorstel Opgesteld door Danny Ederveen, 98 37, d.ederveen@nijmegen.nl
Belastingverordeningen
Raadsvoorstel
Dit raadsvoorstel sluit aan bij de Stadsbegroting 2023-2026 zodat de opbrengsten Rioolheffing, Reinigingsheffingen en Onroerende-zaakbelastingen 2023 zoals geraamd in de Stadsbegroting 2023-2026 daadwerkelijk kunnen worden gerealiseerd. De belastingopbrengsten uit bovenstaande belastingverordeningen worden verantwoord in verschillende programma’s van de Stadsbegroting 2023-2026. Ze dragen echter allemaal bij aan de ambitie dat we een financieel en gezonde gemeente willen zijn nu en in de toekomst. Het doel van de belastingverordeningen is dat we aanvullend inkomsten genereren ter dekking van lasten van (lokaal) beleid, waarbij zorg wordt gedragen voor een goede verhouding tussen baten en lasten voor zowel burgers als bedrijven. Argumenten Hieronder geven wij, per verordening, de van belang zijnde veranderingen en de voorstellen ten opzichte van de huidige verordeningen weer. Redactionele wijzigingen zijn niet toegelicht. 1. Verordening Rioolheffing 1.1 Artikel 6 Belastingtarieven De vervanging van het rioolstelsel wordt bekostigd uit de kostendekkende opbrengsten van de Rioolheffing. De eigenaar van een pand dat is aangesloten op de gemeentelijke riolering betaalt Rioolheffing, waarbij de WOZ-waarde de heffingsmaatstaf is. Deze WOZwaarde wordt beïnvloed door herwaardering, nieuw- en verbouw. De aftoppingsgrens is de afgelopen jaren geleidelijk verhoogd naar € 10 miljoen.
Per pand kan de eigenaar nooit meer dan € PM (afhankelijk van het tarief) aan Rioolheffing betalen. Het tarief wordt beïnvloed door de indexatie en veranderende WOZ-waarden. Voor woningen en nietwoningen is het tarief gelijk. Het proces van (her)waarderen van panden (woningen en niet-woningen) is een omvangrijk en arbeidsintensief proces. De eis van de Waarderingskamer is dat in ieder geval op 1 december van het belastingjaar 90% van alle WOZ-waarden bepaald en gecontroleerd moet zijn. Wij willen voortaan alleen zo dicht mogelijk rond deze datum het tarief rioolheffing (heffingspercentage) gaan berekenen. Voordeel hiervan is dat de belastingplichtigen niet te veel of te weinig rioolheffing betalen en dat de gemeente niet te veel of te weinig rioolheffing ontvangt. Op deze manier wordt in één keer een zo betrouwbaar en nauwkeurig mogelijk tarief rioolheffing berekend. Aangezien het politieke proces om via het college tot vaststelling van de verordening Rioolheffing in december door de raad al in oktober begint, stellen wij voor het tarief rioolheffing pas rond 1 december te berekenen en te laten vaststellen. Om dit te kunnen realiseren, zal dit raadsvoorstel in december worden ingetrokken en vervangen door een raadsvoorstel inclusief het tarief rioolheffing. 2.
Verordening Reinigingsheffingen Onder de Reinigingsheffingen vallen de Afvalstoffenheffing (huishoudens) en de Reinigingsrechten (ondernemers).
Belastingverordeningen
Raadsvoorstel
2.1 Afvalstoffenheffing 2.1.1 Hoofdstuk 1 Maatstaven en tarieven Afvalstoffenheffing • Gebruikers van het betaalde gedeelte van de milieustraten betalen een tarief per kilo boven een gratis quotum van 200 kilo. Dit tarief is in 2014 ingesteld op € 0,14 per kilo bij de inwerkingtreding van het afvalpas-systeem op de milieustraten. Insteek van dit tarief was dat de inkomsten hieruit het aftransport en verwerking van betaalde milieustraten kostendekkend moesten maken. Dit tarief is sindsdien echter niet jaarlijks gewijzigd terwijl de feitelijke kosten liggen op een niveau van € 0,20 per kilo. In het laatste bestuurlijk regionaal platformoverleg van Dar in 2020 is overeengekomen om het tarief voor de betaalde afvalstromen in drie jaarlijkse stappen van € 0,02 per kilo op kostendekkend niveau te brengen. In lijn met dit besluit is het tarief voor 2022 gewijzigd van € 0,16 naar € 0,18 per kilo en stellen wij voor om voor 2023 in vervolgnummer 4 het tarief voor de betaalde afvalstromen op de milieustraten aan te passen van € 0,18 per kilo naar € 0,20 per kilo. • In lijn met het coalitieakkoord 2022-2026 ‘Ons Nijmegen stad van iedereen’ kan vanaf 2023 elk huishouden één keer per kalenderjaar gratis grof afval gescheiden aan huis laten ophalen. In 2022 moest nog vanaf de eerste ophaalbeurt voor grof restafval worden betaald. • Alle andere tarieven blijven verder ongewijzigd.
2.1.2 Vergelijking tarieven Afvalstoffenheffing 2023 t.o.v. 2022 Tarieven afvalzakken: Afvalzak
Tarief 2022
Tarief 2023
Rode (kleine) afvalzak
€ 0,69
€ 0,69
Groene (grote) afvalzak
€ 1,09
€ 1,09
Plastic+ afvalzak
€ 0,05
€ 0,05
Tarief per inworp in de ondergrondse restafvalcontainer: Tarief 2022
Tarief 2023
€ 1,09
€ 1,09
Tarieven aanbieden grof huishoudelijk afval milieustraten: Afvalstoffen milieustraten Met afvalpas Zonder afvalpas
Tarief 2022
Tarief 2023
>200 kg € 0,18 per kilo
>200 kg € 0,20 per kilo
€ 0,18 per kilo
€ 0,20 per kilo
Tarieven aan huis laten ophalen door de inzameldienst: Soort afval inzameldienst
Tarief 2022
Tarief 2023
Grof restafval
€ 29,50 per keer
€ 29,50 per keer na 1e keer
Herbruikbaar grof afval
€ 29,50 na 1e keer
€ 29,50 per keer na 1e keer
Belastingverordeningen
Raadsvoorstel
2.2 Reinigingsrechten 2.2.1 Hoofdstuk 2 Maatstaven en tarieven Reinigingsrechten De tarieven blijven ongewijzigd behoudens indexering van de tarieven met 6,9% zoals vastgesteld in de Stadsbegroting 2023-2026 in volgnummer 3, zijnde de tarieven voor het periodiek verwijderen van bedrijfsafvalstromen. 2.2.2 Vergelijking tarieven Reinigingsrechten 2023 t.o.v. 2022 Tarieven afvalzakken: Afvalzak
Tarief 2022
Tarief 2023
Rode (kleine) afvalzak
€ 0,69
€ 0,69
Groene (grote) afvalzak
€ 1,09
€ 1,09
Plastic+ afvalzak
€ 0,05
€ 0,05
Tarief per inworp in de ondergrondse restafvalcontainer: Tarief 2022
Tarief 2023
€ 1,09
€ 1,09
Tarieven periodiek verwijderen van bedrijfsafvalstromen: Gemiddeld aantal zakken per week
Tarief 2022
Tarief 2023
1
Tot en met 8 zakken
€ 307,86
€ 329,10
2
Van 9 tot en met 16 zakken
€ 911,93
€ 974,85
3
Van 17 tot en met 24 zakken
€ 1.511,57
€ 1.615,87
4
Van 25 tot en met 32 zakken
€ 1.963,63
€ 2.099,12
5
Van 33 tot en met 40 zakken
€ 2.451,17
€ 2.620,30
6
Van 41 tot en met 48 zakken
€ 2.909,85
€ 3.110,63
7
Vanaf 49 zakken
€ 3.239,27
€ 3.462,78
3. Verordening Onroerende-zaakbelastingen 3.1 Artikel 5 Belastingtarieven Op grond van de wet WOZ wordt jaarlijks de economische waarde van de onroerende zaken in Nijmegen bepaald en vervolgens medegedeeld aan de belanghebbenden. Bij de berekening van de tarieven OZB wordt uitgegaan van een in de Stadsbegroting vastgestelde opbrengst OZB. Dit betekent dat de marktwaardestijging van de stad budgetneutraal in de tarieven wordt verwerkt. De tarieven worden beïnvloed door de indexatie en door de gemeenteraad vastgesteld. In geval van een waardestijging worden de tarieven verlaagd en in geval van een waardedaling verhoogd. Uitgangspunt is dat de totale opbrengst OZB voor de gemeente dus alleen toeneemt als het aantal objecten waarvoor betaald wordt, toeneemt. Onder verwijzing naar de paragraaf lokale heffingen van de Stadsbegroting 2023-2026, is er in de bepaling van de opbrengst OZB 2023 met het volgende rekening gehouden: • De opbrengst OZB niet-woningen is als gevolg van de afspraak in het Coalitieakkoord 2018-2022 ‘Samen vooruit’ voor 2023 voor de laatste keer verlaagd met € 1.850.000.
Belastingverordeningen
Raadsvoorstel
Bij niet-woningen maken we een onderscheid bij de waardebepaling tussen courante en niet-courante panden. Niet-woningen zijn panden die niet of slechts voor een deel voor woondoeleinden worden gebruikt. Denk aan kantoren, winkels en bedrijfspanden, maar ook aan industriële panden, energiecentrales, agrarische objecten, ziekenhuizen, scholen en hotels. De WOZ-waarde van niet-woningen wordt bepaald op de marktwaarde of als die hoger is op de gecorrigeerde vervangingswaarde. Bij courante panden zoals kantoren, winkels en ander bedrijfsmatig vastgoed is de marktwaarde het uitgangspunt. Bij nietcourante panden zoals ziekenhuizen, laboratoria en energiecentrales gaat het om de vervangingswaarde. Het proces van (her)waarderen van panden (woningen en niet-woningen) is een omvangrijk en arbeidsintensief proces. De eis van de Waarderingskamer is dat in ieder geval op 1 december van het belastingjaar 90% van alle WOZ-waarden bepaald en gecontroleerd moet zijn. Wij willen voortaan alleen zo dicht mogelijk rond deze datum de OZB tarieven gaan berekenen. Voordeel hiervan is dat de belastingplichtigen niet te veel of te weinig OZB betalen en dat de gemeente niet te veel of te weinig OZB ontvangt. Op deze manier worden in één keer zo betrouwbaar en nauwkeurig mogelijke OZB tarieven berekend.
Aangezien het politieke proces om via het college tot vaststelling van de verordening Onroerende -zaakbelastingen in december door de raad al in oktober begint, stellen wij voor de OZB tarieven pas rond 1 december te berekenen en te laten vaststellen. Om dit te kunnen realiseren, zal dit raadsvoorstel in december worden ingetrokken en vervangen door een raadsvoorstel inclusief de OZB tarieven. Kanttekeningen De verordeningen moeten voor 1 januari 2023 door de gemeenteraad zijn vastgesteld en worden gepubliceerd in verband met de ingang van de belastingplicht. Financiën • Met het in het voorstel voorgestelde tarief Rioolheffing wordt de geraamde opbrengst Rioolheffing 2023 zoals opgenomen in de Stadsbegroting 2023-2026 van € 16,1 miljoen gerealiseerd. • Met de in het voorstel voorgestelde tarieven voor de restafvalzakken en voor de reinigingsrechten wordt de geraamde opbrengst 2023 zoals opgenomen in de Stadsbegroting 2023-2026 van € 3,9 miljoen gerealiseerd. • Met de in het voorstel voor de tarieven Onroerende-zaakbelastingen wordt de geraamde opbrengst 2023 zoals opgenomen in de stadsbegroting 2023-2026 van € 99,2 miljoen gerealiseerd. Vervolg De besluiten tot vaststelling of wijziging van de in dit voorstel genoemde verordeningen worden dit jaar nog gepubliceerd in het gemeenteblad.
De gemeentebladen worden sinds 1 januari 2014 verplicht geplaatst op www.overheid.nl (de landelijke site voor wet- en regelgeving). Tevens zijn via de site van de gemeente Nijmegen (www.nijmegen.nl) de verordeningen op www.overheid.nl te raadplegen.
Belastingverordeningen
Raadsvoorstel
Door het publiceren van de verordeningen krijgen deze rechtskracht met ingang van 1 januari 2023. Volgens de regelgeving van de genoemde verordeningen worden dan met ingang van 1 januari 2023 de verordeningen Rioolheffing 2022, Reinigingsheffingen 2022 en de Onroerende-zaakbelastingen 2022 ingetrokken. De betreffende tarieven van de vastgestelde verordeningen worden gehanteerd over het belastingjaar 2023 en voor diensten, die worden verleend op of na 1 januari 2023. Bijlagen 1. 2. 3.
Verordening Rioolheffing 2023 Verordening Reinigingsheffingen 2023 Verordening Onroerende -zaakbelastingen 2023
Belastingverordeningen