Raadsinformatiebrief Uitwerking moties ‘Reclameregulering voor een beter klimaat’ en ‘Verken wat telt: Reclame die de toekomst niet smelt’
Tekst van het document
Postadres Gemeente Nijmegen
Aan de gemeenteraad van Nijmegen
Postbus 9105 6500 HG Nijmegen Bezoekadres Korte Nieuwstraat 6 6511 PP Nijmegen T 14 024 nijmegen.nl
Datum Onderwerp
Contactgegevens nijmegen.nl/contact
9 september 2025 Uitwerking moties ‘Reclameregulering voor een beter klimaat’ en ‘Verken wat telt: Reclame die de toekomst niet smelt’
Ons kenmerk E25.001835 Bijlage(n) Bijgevoegd: Ja
Geachte leden van de raad,
Op 28 mei 2025 heeft uw raad de volgende moties aangenomen1. 1.
Reclameregulering voor een beter klimaat (zie voor de volledige tekst bijlage 1) Vraagt het college te onderzoeken of de volgende tekst aan de APV kan worden toegevoegd. Toevoegen aan artikel 1:1: de definitie voor Fossiele reclame. Aan artikel 1:1 Begripsbepalingen wordt een nieuw lid met een nieuwe definitie toegevoegd dat als volgt komt te luiden: • Fossiele reclame: handelsreclame waarmee kennelijk wordt beoogd de volgende producten en/of diensten aan te prijzen: fossiele brandstoffen, vliegvakanties, vliegtickets, gascontracten, grijze stroomcontracten, cruisereizen, en/of voertuigen met een fossiele of hybride brandstofmotor. Aan artikel 4:15 wordt lid 5 toegevoegd, dat als volgt komt te luiden: 5 Fossiele reclames die zichtbaar zijn vanaf een openbare plaats, zijn verboden, tenzij het gaat om: a. bedrijfsnamen, bedrijfslogo's en reclames aan, op of in het pand of in de directe nabijheid van de verkooplocatie waar de activiteiten plaatsvinden waar de reclame betrekking op heeft; b. wegwijzers op bedrijventerreinen.
2.
Verken wat telt: reclame die de toekomst niet smelt Verzoekt het college:
Opmerking vooraf: de begrippen fossiele reclame (vliegreizen e.d.) en reclame voor zuivel, vlees en eieren uit niet biologische veehouderij en op vis worden in dit stuk aangeduid als “klimaatreclame”. Mocht het onderscheid van belang zijn dan worden de aparte formuleringen gebruikt 1
Gemeente Nijmegen
Pagina 1 van 12
1. Te onderzoeken hoe een verbod in de APV op handelsreclame voor vlees, zuivel en eieren uit de niet-biologische veehouderij en voor vis eruit kan zien; 2. Te verkennen welke definities daarbij helder en uitvoerbaar zijn; 3. De resultaten uiterlijk vier weken voor de behandeling van de APV in het najaar met de raad te delen. Wij hebben bij brief van 1 juli 2025 aangegeven de motie uit voeren en te onderzoeken of de voorgestelde aanpassing juridisch mogelijk is en welke gevolgen een dergelijk verbod kan hebben. 1. Algemeen Op dit moment wordt door overheden gekeken naar mogelijkheden om de consumptie van bepaalde producten en diensten met een negatieve impact op klimaat, milieu en gezondheid te beperken. Daarbij speelt de vraag of het verbod op het maken van reclame op deze producten en diensten daar aan bij kan dragen. Beperking op het maken van bepaalde reclame kan op 3 manieren: 1. Privaatrechtelijk, via contracten, 2. Publiekrechtelijk, zoals via de wet, bijvoorbeeld een verordening 3. Overig zoals via zelfregulering, convenant etc Er zijn al enkele juridische rapporten opgesteld voor de gemeente Zwolle2 en Amsterdam3 rondom dit vraagstuk. Daarin wordt geconcludeerd dat een verbod op het maken van dergelijke reclame in beginsel mogelijk lijkt te zijn. Daarbij dient wel aan een aantal voorwaarden te worden voldaan.
In deze brief gaan we in op de vraag wat er mogelijk is binnen de APV, welke dilemma’s er spelen rondom de onderbouwing van een besluit en overige aandachtspunten. 2.
Juridisch
2.1 Uitspraak Den Haag Bij uitspraak van 25 april 2025 heeft de kortgedingrechter bepaald dat het verbod op het maken van fossiele reclame in de APV van Den Haag niet in strijd is met vrijheid van meningsuiting in de Grondwet, Europese wet- en regelgeving en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Hiermee lijkt een verbod op het maken van fossiele reclame in de APV toegestaan. Bij deze uitspraak zijn echter wel de volgende kanttekeningen te maken. • Het gaat om een voorlopig oordeel van een (burgerlijk) kortgedingrechter in een civiele procedure. In een kortgeding vormt een rechter zich een snel en voorlopig oordeel. In deze zaak kwam de rechter tot het oordeel dat het verbod niet “onmiskenbaar” in strijd was met hogere regelgeving. In een eventuele bodemprocedure wordt een zaak dan volledig en grondig beoordeeld. Dit kan tot een andere uitspraak leiden. • Het gaat bij deze uitspraak niet om een definitieve uitspraak door een hoogste rechter zoals de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Iedere lage rechter kan een eigen oordeel vellen. De hoogste rechter velt uiteindelijk het eindoordeel.
2
Document Zwolle - 2. Advies Nysingh - iBabs Publieksportaal
3
Reguleren ongewenste reclames - CircuLaw
Gemeente Nijmegen
Pagina 2 van 12
•
Het betreft een uitspraak van een burgerlijk rechter en niet van de bestuursrechter. De burgerlijke rechter en de bestuursrechter kijken op een andere wijze naar de vraag of er sprake is van strijd met hogere regelgeving. De bestuursrechter beoordeelt het besluit dat de overheid neemt richting een burger of ondernemer. In het geval van een verbod zal gekeken worden naar de formulering van dat verbod. Het verbod moet direct duidelijk zijn en er mag geen twijfel zijn of een verbod wordt overtreden of niet. Dit betekent o.a. dat definities duidelijk moeten zijn (wat is fossiele reclame, zuivel uit de biologische veehouderij, om welke uitingen gaat het etc. ?). Daarbij wordt de regelgeving waarop dat besluit is gebaseerd ook getoetst. De burgerlijk rechter toetst alleen of de regelgeving in strijd is met hogere regelgeving en of deze (daarmee) onrechtmatig is. De formulering van de regels, het verbod of de definities komen daarbij nauwelijks aan de orde. De uitspraak ziet alleen op fossiele reclame (vliegreizen e.d.) en niet op een verbod op zuivel, vlees en eieren uit niet-biologische veehouderij en op vis. Conclusie Op dit moment is er slechts één voorlopige uitspraak en is niet te zeggen hoe een hoogste (bestuursrechter) rechter dit vraagstuk uiteindelijk definitief zal beoordelen.
Dit kan ook nog wel enige jaren duren gelet op de verschillende procedures die doorlopen moeten worden voordat de hoogste rechter zich hierover uitspreekt (bezwaar, beroep bij een lagere rechter). 2.2 Waar moet een besluit juridisch aan voldoen? Indien we ervan uitgaan dat een verbod op het maken van klimaatreclame in beginsel juridisch mogelijk zou zijn dan moet een dergelijk besluit aan een aantal eisen voldoen. 1. Vrijheid van meningsuiting. Artikel 7 van de Grondwet regelt de vrijheid van meningsuiting maar zondert het maken van reclame hiervan uit. Er is dus geen sprake van strijd met de Grondwet. Echter, artikel 10 EVRM (Europees verdrag voor de rechten van de mens) regelt ook het recht op de vrijheid van meningsuiting. Reclame valt onder artikel 10 EVRM en dus onder de vrijheid van meningsuiting. Dit recht kan worden beperkt als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan. a. De beperking dient bij wet te zijn vastgesteld. Een verordening zoals de APV wordt als een wet gezien. Uit de verordening moet wel voor een ieder duidelijk zijn onder welke omstandigheden en voorwaarden het verbod geldt. Aan deze voorwaarde zou kunnen worden voldaan. b. De beperking van meningsuiting dient een legitiem doel te dienen en noodzakelijk te zijn in een democratische samenleving.
Het moet gaan om een dringende maatschappelijke behoefte waarbij er een proportionele verhouding moet bestaan tussen de beperking en het doel dat met de beperking wordt nagestreefd. Als er een lichtere maatregel mogelijk is moet daarvoor worden gekozen. De bescherming van gezondheid is één van de doelen die artikel 10 EVRM noemt waarom de vrijheid van meningsuiting zou kunnen worden beperkt. Er kan worden betoogd dat de negatieve gevolgen van klimaatverandering ook gevolgen kunnen hebben voor de gezondheid. Daarmee lijkt een beperking op het maken van reclame een legitiem doel te dienen.
Gemeente Nijmegen
Pagina 3 van 12
Bij de beoordeling van de noodzakelijkheid van de beperking moet gekeken worden wat het effect is van de beperking. Er moet dus aangetoond worden dat er een verband bestaat tussen het maken van klimaatreclame en de schade voor de gezondheid. De vraag is of deze noodzakelijkheid voldoende aangetoond kan worden om de gerechtelijke toets te doorstaan. Hierbij geven we het volgende mee. De minister voor Klimaat en Energie heeft een wetenschappelijk onderzoek laten doen naar de waarde van een landelijk verbod op fossiele reclame4. Dit onderzoek gaat in op veel aspecten die hier vanwege de omvang niet allemaal opgenomen worden. Uit dit onderzoek blijkt o.a. dat een landelijk verbod op fossiele reclame een essentiële maatregel is om een duurzame transitie te bewerkstelligen en te versnellen. Een reclameverbod alleen is echter niet voldoende. Er is ook aanvullende beleid nodig. Het onderzoeksrapport gaat uit van een landelijk verbod op alle fossiele reclame, dus ook via televisie en internet. Het zal dus wellicht lastig zijn om te motiveren dat een lokaal verbod op klimaatreclame, voor alleen reclame in de openbare ruimte noodzakelijk is om het gewenste doel te bereiken, namelijk bescherming van de gezondheid en het klimaat. Juridisch is het onzeker of de noodzakelijkheid voldoende gemotiveerd kan worden. Er is op dit moment één uitspraak van een burgerlijk rechter.
De kortgedingrechter oordeelde dat de gemeente Den Haag voldoende onderbouwd heeft dat het Reclameverbod kan bijdragen aan het dienen van een legitiem doel, namelijk het beschermen van de gezondheid en het leveren van een bijdrage aan het beperken van de negatieve gevolgen van klimaatverandering, en dat het Reclameverbod proportioneel is. (kortgedingrechter “Het Reclameverbod kan, binnen de mogelijkheden van de Gemeente, een bijdrage leveren aan het tegengaan van de effecten van klimaatverandering en aan het verbeteren van de gezondheid van de inwoners en bezoekers van Den Haag. Daarbij heeft de Gemeente toegelicht dat het Reclameverbod alleen ziet op reclame voor fossiele producten en diensten. Dit betekent dat het (de leden van) de ANVR en TUI onverminderd vrij staat om in de Haagse openbare ruimte reclame te blijven maken voor andersoortige reizen en/of hun naamsbekendheid verder te vergroten via reclame met hun naam/logo. Daarbij komt dat de ANVR en TUI via andere kanalen (zoals radio, tv en internet) gewoon fossiele reclame kunnen blijven maken. Daarmee heeft de Gemeente voldoende onderbouwd dat het Reclameverbod in de gegeven omstandigheden voldoet aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit”.) Daarnaast zou het standpunt kunnen zijn dat de gemeente doet wat voor haar mogelijk is om klimaatverandering tegen te gaan, ook al is het effect minder groot.
Hierbij kan een vergelijking worden gemaakt met de Urgenda-zaak5. In deze zaak werd, kort samengevat, geoordeeld dat staten passende maatregelen tegen klimaatverandering moeten nemen maar ook preventieve maatregelen tegen het gevaar. Dit laatste geldt ook, als niet zeker is dat het gevaar zich zal voordoen. Op dit moment is niet te zeggen hoe een hoogste rechter, die uiteindelijk een definitieve uitspraak zal doen, hierover oordeelt.
4 5
Kabinetsaanpak Klimaatbeleid | Tweede Kamer der Staten-Generaal ECLI:NL:HR:2019:2006, Hoge Raad, 19/00135
Gemeente Nijmegen
Pagina 4 van 12
2. Deugdelijke motivering en zorgvuldige voorbereiding. Een verbod op klimaatreclame moet goed gemotiveerd worden. Dit sluit ook aan op hetgeen vermeld is onder punt 2.2.1. Dit betekent dat de noodzakelijkheid van een verbod moeten worden aangetoond. Welk verband is er tussen klimaatreclame en schade voor de gezondheid en beschermt een verbod de gezondheid? Uit het eerder genoemde onderzoek van de minister van Klimaat en Energie blijkt dat niet duurzame opties vaak goedkoper, comfortabeler en makkelijker zijn. Om dit patroon te doorbreken is een landelijk verbod op reclame alleen niet voldoende. De vraag is dan ook of de noodzakelijkheid van een lokaal verbod kan worden aangetoond. Hiertegenover kan de uitspraak van de kortgedingrechter en een uitleg van de Urgenda-zaak worden gesteld. Naast de noodzakelijkheid moet er ook een dringende maatschappelijke behoefte zijn. De vraag is hoe dit juridisch onderbouwd moet worden. Klimaatverandering is een erkend maatschappelijk probleem. Aan het gebruik of de verkoop van fossiele brandstoffen en producten uit de niet biologische veehouderij zijn door de overheid nog geen beperkingen opgelegd. Ondanks het maatschappelijk probleem heeft de overheid nog geen “actie” ondernomen. Bij de verboden op reclame van andere producten zoals tabak, alcohol en gokken is dat wel het geval, bijvoorbeeld door een leeftijdsgrens in te voeren.
Het is dan ook de vraag of voldoende kan worden onderbouwd dat er sprak is van een dringende maatschappelijke behoefte. Bij een zorgvuldige voorbereiding hoort ook dat de belangen van derden die betrokken zijn bij het besluit in kaart moeten worden gebracht en afgezet moeten worden tegen het doel waarop het besluit ziet. Het gaat hier om de belangen van ondernemers die zelf reclame (laten) maken en de reclamebedrijven. Er moet gekeken worden of er andere, effectievere en/of lichtere maatregelen zijn en dit moet in het besluit worden toegelicht. Het besluit moet proportioneel zijn en in redelijke verhouding staan tot het doel dat er met het besluit wordt gediend. In de moties wordt voorgesteld om bedrijfsnamen en reclame aan het pand waar de activiteit wordt uitgevoerd wel toe te staan. Daarnaast blijft het maken van reclame via andere kanalen nog wel toegestaan. Hiermee zou een verbod proportioneel kunnen zijn. (Maar hoe beperkter het verbod, hoe minder te verwachten invloed op de gezondheid. Proportionaliteit en noodzakelijkheid kunnen dus schuren.) Op dit moment hebben er nog geen gesprekken met ondernemers plaatsgevonden. Bij een zorgvuldige voorbereiding kan horen dat een onderwerp onderdeel uitmaakt van een bredere beleidsvisie.
Een verbod op het maken van klimaatreclame kan sterker zijn als het onderdeel uitmaakt van beleid dat ziet op meerdere instrumenten als het gaat om veranderen van klimaatgedrag. Hier wordt verder op ingegaan onder 4.2. Bij het opstellen van dat beleid kunnen dan ook privaatrechtelijke partijen worden betrokken. 3. Regelgeving moet duidelijk zijn. Bij een verbod moet helder zijn wat er wordt verboden en wanneer een verbod wordt overtreden. Dat betekent allereerst dat de definities duidelijk moeten zijn In de kamerbrief van minister voor Klimaat en Energie behorende bij het eerder genoemde onderzoek staat “Alleen nauwkeurig afgebakende en goed onderbouwde verboden zouden een kans kunnen hebben. Een sluitende, juridisch houdbare definitie van fossiele reclames ontbreekt op dit moment echter en is
Gemeente Nijmegen
Pagina 5 van 12
complex om in te richten. Een verbod op reclame voor reizen met vervoermiddelen die fossiele brandstof gebruiken zou bijvoorbeeld ook gevolgen kunnen hebben voor reclames die (internationale) trein- of busreizen willen bevorderen. Gelet hierop is het aan het volgende kabinet om te komen met een voorstel voor een eventueel verbod, inclusief een bruikbare definitie van fossiele reclames, alsmede met eventuele aanvullende gedragsmaatregelen. Conclusie: Een goede juridische onderbouwing van een verbod op het maken van klimaatreclame dient aan veel eisen te voldoen. Op dit moment is niet helder of juridisch voldoende kan worden aangetoond dat er een verband is tussen fossiele reclame en reclame voor vlees, zuivel en eieren uit de niet-biologische veehouderij en vis enerzijds en schade voor de gezondheid anderzijds. En dat een verbod de gezondheid beschermt en klimaatverandering tegengaat. Daarmee lijkt de keuze om al dan niet een verbod op klimaatreclame in te stellen vooral een politieke keuze. Naast de juridische motivering dienen de hierna te bespreken aspecten ook meegewogen te worden bij de keuze. 3.
Andere aspecten: 1. Handhaving en capaciteit Het instellen van een verbod betekent dat ook gecontroleerd moet worden of het verbod wordt nageleefd. Bij overtreding moet er ook de mogelijkheid zijn om te handhaven. Deze taak valt nu niet binnen het Handhavingsuitvoeringsplan Toezicht 2025. Het toevoegen van een extra taak kan op twee manieren: Binnen de bestaande capaciteit. Dit betekent dat er een keuze gemaakt moet worden wat er minder of niet wordt uitgevoerd om in plaats daarvan klimaatreclame te controleren en te handhaven. Er kan ook extra capaciteit en budget worden toegevoegd. Er dient dan bekeken te worden hoeveel daarvoor nodig is. 2. Contracten met reclame aanbieders Op dit moment hebben we een aantal privaatrechtelijke contracten lopen met reclame aanbieders. Met één van hen zijn, na een nieuwe aanbesteding, afspraken gemaakt over producten waarvoor geen reclame mag worden gemaakt6. Dit mede naar aanleiding van de motie : ‘Stop het kapitaliseren van klimaatverandering: Reclames fossiel en bio-industrievrij'. Het gaat hier om Clear Channel. Voor de overige aanbieders lopen de geldende contracten nog, tot eind 2026, maart 2028 en eind 2028. Na afloop van deze contracten kan er in de aanbesteding aanvullende eisen worden gesteld aan bijvoorbeeld klimaatreclame.
De vraag die hier ook bij speelt is of er sprake is van contractbreuk met aanbieders als de gemeente de APV wijzigt waardoor er een beperking komt op het maken van bepaalde reclame. Op dit moment lijkt daar geen sprake van. In beginsel moeten privaatrechtelijke partijen altijd rekening houden
Het gaat hier om de volgende reclame: Fossiele industrie: bedrijven uit de kolensector, de olie- en gassector en de luchtvaartsector met de producten en diensten fossiele brandstoffen, vliegvakanties/vliegtickets, grijze stroom- en gascontracten, cruisereizen en auto’s met een fossiele of hybride brandstofmotor; Veeteelt: niet toegestaan is reclame voor producten bestaande uit hele of delen van (dode) dieren bedoeld voor menselijke consumptie. 6
Gemeente Nijmegen
Pagina 6 van 12
met veranderende regelgeving, ook als de overheid contractspartij is. Van belang is wel wat er specifiek is opgenomen in de contracten en wat partijen op basis daarvan van elkaar mogen verwachten. In de huidige overeenkomsten staat dat partijen rekening moeten houden met de vastgestelde beleidskaders, geldende regelgeving en de voor plaatsing benodigde vergunningen en toestemmingen. In een contract is de mogelijkheid opgenomen om het contract te wijzigen als er gedurende de looptijd verandering van regelgeving plaatsvindt. Daarnaast is van belang dat het besluit zorgvuldig is voorbereid. Op dit moment is er nog geen beleid dat is gericht op klimaatgedrag. Er heeft ook nog geen consultatie van (markt) partijen plaatsgevonden. 4. Dilemma’s Welke dilemma’s dan wel vragen kunnen een rol spelen bij het maken van de keuze om wel of geen verbod op het maken van klimaatreclame op te nemen in de APV? 1. Is een verbod op het maken van reclame niet primair een taak van de landelijke wetgever? Principieel: Een reclameverbod is in essentie een inperking van een fundamenteel grondrecht namelijk de vrijheid van meningsuiting. Een inperking hiervan zou dan ook moeten worden genomen door de wetgever die die vrijheid in de wet heeft opgenomen. Praktisch en doelmatig: Een landelijk verbod is effectiever dan een lokaal verbod in een of meerdere gemeenten.
Daarnaast gaat het hier alleen om een verbod op reclame in de openbare ruimte. Inwoners komen via de media en buiten hun gemeente nog steeds in aanraking met deze reclame. Zoals uit het rapport van minister van Klimaat en Energie blijkt, is het invoeren van een landelijk verbod op het maken van fossiele reclame op straat, tv en media echter niet voldoende om een echte duurzame transitie te bewerkstelligen. De vraag is of een verbod in de openbare ruimte binnen de stad Nijmegen voldoende zal bijdragen. 2. Hoe past dit verbod in het huidige beleid? We hebben op dit moment beleid om het gebruik van fossiele brandstoffen terug te brengen in het kader van klimaat en energie zoals de Lokale energiestrategie en de warmtevisie. Ons gezondheidsbeleid bevat geen inzet op de reductie van CO2. Er is nog geen beleid in het kader van gezondheid en klimaat als het gaat om het gebruik van zuivel, vlees en eieren uit de nietbiologische veehouderij en vis. Het verbod om klimaatschadelijke reclame te maken maakt momenteel dan ook geen onderdeel uit van een groter pakket aan beleidsmaatregelen. In hoeverre wil de raad dat een verbod onderdeel uitmaakt van een bredere visie? In de Visie op Gezondheid 2040 en de geactualiseerde Omgevingsvisie 'De Nabije Stad' is wél opgenomen dat we het belangrijk vinden om een gezond voedselaanbod en een gezonde voedselomgeving te stimuleren.
Gezonde leefgewoonten kunnen bevorderd worden door minder promotie van ongezonde voeding. In de uitvoeringsagenda gezondheid 2025-2028 hebben we opgenomen dat we juridische mogelijkheden onderzoeken om ongezond voedselaanbod (zoals fastfoodketens) en reclames voor ongezonde voeding te weren. Er is veel overlap tussen ongezond en klimaatschadelijk voedsel, maar niet al het vlees en zuivel is per definitie ongezond. In de
Gemeente Nijmegen
Pagina 7 van 12
uitvoeringsagenda Circulaire Stad 2025-2030 is als doel opgenomen dat er in 2050 een gehele circulaire voedselvoorziening in Nijmegen is. Hieronder valt het aanjagen van de eiwittransitie en het bevorderen van een duurzame leefomgeving. 3. Volstaat de privaatrechtelijke weg? Zoals onder punt 3.2 is aangegeven hebben we aan een nieuwe reclameaanbieder de eis opgelegd om geen reclame te maken voor fossiele industrie en veeteelt. Binnen het privaatrecht geldt contractsvrijheid. Hoewel de overheid moet voldoen aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, staat het de gemeente in beginsel vrij om binnen een contract eisen te stellen aan de reclame-uitingen. Het kan ook een keuze zijn om dit onderwerp via de contracten verder te regelen. 4. Financieel. Het is mogelijk dat een contractuele beperking op reclame de gemeente minder afdrachten opleveren. Het is op dit moment niet aan te geven om welke bedragen het gaat. 5. Juridische procedures Zoals hiervoor is aangegeven is het niet duidelijk hoe een hoogste rechter uiteindelijk een verbod op het maken van klimaatreclame zal beoordelen. Het is waarschijnlijk dat een dergelijk verbod juridische procedures met zich mee zal brengen waarvan de uitkomst onzeker is. Deze juridische procedures brengen kosten met zich mee. Daarnaast is het mogelijk dat er schadeclaims worden ingediend, mocht de gemeente in het ongelijk worden gesteld. 6.
Handhavingscapaciteit Zie hetgeen is aangegeven onder 3.1 5. Hoe kan een verbod in de APV er uit zien en welke vragen spelen een rol? Indien er voor wordt gekozen om toch een verbod op het maken van klimaatreclame op te nemen in de APV, hoe kan dit er dan uit zien en wat zijn hierbij de aandachtspunten? Een volledig tekstvoorstel is bijgevoegd in bijlage 1. 1. Ingangsdatum Indien een verbod wordt ingesteld dan is het belangrijk om na te denken over een ingangsdatum. Ondernemers moeten redelijkerwijs de tijd krijgen om zich voor te bereiden en hun werkwijze hierop aan te passen. Gedacht kan worden aan een termijn van 3-6 maanden. 2. Reikwijdte Voor welke reclame uitingen geldt het verbod? Hierbij kan een keuze worden gemaakt tussen alle reclame uitingen die zien op het onderwerp of voor slechts een deel (zoals voorgesteld in de motie). Hierbij dient wel in het achterhoofd te worden genomen dat hoe beperkter het verbod, hoe kleiner een eventueel effect op de gezondheid zal zijn. In de motie wordt voorgesteld om het verbod te laten gelden op reclame zichtbaar vanaf een openbare plaats met uitzondering van bedrijfsnamen, bedrijfslogo’s en reclames aan, op of in het pand in de directe nabijheid van
Gemeente Nijmegen
Pagina 8 van 12
de verkooplocatie waar de activiteiten plaatsvinden waar de reclame op betrekking heeft. Dit betekent dat een reisbureau wel reclame voor vliegreizen mag maken. Daarnaast geldt het verbod niet voor wegwijzers op bedrijventerreinen. 3. Definities Op basis van het verbod moet helder zijn wat er verboden is en wanneer men dus in overtreding is. Een regel moet met andere woorden kenbaar zijn en daarmee rechtszekerheid geven. Dit betekent ook dat helder moet zijn wanneer er op een uiting reclame wordt gemaakt voor een verboden product of dienst. De moties zien graag een verbod op het volgende: • Fossiele reclame: In de motie is de volgende formulering van fossiele reclame voorgesteld: Handelreclame waarbij kennelijk beoogd wordt de volgende producten en/of diensten aan te prijzen; fossiele brandstoffen, vliegvakanties, vliegtickets, gascontracten, grijze stroomcontracten, cruisereisen en/of voertuigen met een fossiele of hybride brandstofmotor. Het begrip “handelsreclame” wordt gedefinieerd in artikel 1:1 APV7. Daarnaast zijn de begrippen “fossiele brandstof”, “vliegtickets” e.d. voldoende duidelijk zodat daar geen nadere definitie van hoeft te worden opgenomen. Uit de reclame-uiting zal ook helder moeten zijn wanneer er ten onrechte reclame wordt gemaakt. De verwachting is dat dat voor de gehanteerde begrippen zoals vliegreizen, grijze gascontracten voldoende duidelijk zal zijn.
Deze voorgestelde formulering in de motie lijkt juridisch voldoende houdbaar. Daarbij wordt wel de kanttekening geplaatst dat reclame aanbieders mogelijk de “grijze gebieden” op gaan zoeken, zoals een enkele foto van een zonbestemming. Dit kan leiden tot juridische discussies en lastige handhavingskwesties.
•
Reclame voor vlees, zuivel en eieren uit de niet-biologische veehouderij8. ▪ Biologische veehouderij: De eerste vraag is wat we verstaan onder biologische veehouderij. Zijn er regels die aangeven wanneer een product uit de veehouderij ook echt biologisch is? Het Europees biologisch keurmerk maakt duidelijk dat het product voldoet aan de EU-regels en eisen voor biologische productie. Producten mogen dit label alleen voeren als deze voldoen aan de betreffende regelgeving. Het is daarmee een ‘beschermd” keurmerk waarbij duidelijk is dat er sprake is van biologische productie. Er zijn meerdere keurmerken zoals Demeter en EKO-keurmerk. Deze voldoen ook aan de eisen van het Europees biologisch keurmerk maar stellen nog aanvullende, stengere eisen. Het stellen van het Europees biologisch keurmerk is daarmee een goed onderdeel van de definitie.
handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; 8 Er zijn voor zover bekend nog geen gemeenten die reclame voor deze producten verbieden. Er zijn dus ook nog geen voorbeelden van omschrijvingen en definities. 7
Gemeente Nijmegen
Pagina 9 van 12
Uit de reclame-uiting moet duidelijk zijn of het wel of niet gaat om een product uit de biologische veehouderij. Aan het product zelf, zoals vlees, is niet te zien of het biologisch is of niet. Dat betekent dat het keurmerk afgebeeld moet zijn op de reclame-uiting. Het verbod zou er dan als volgt uit kunnen zien: ‘Het is verboden handelsreclame te maken voor vlees, zuivel en ei die geen Europees biologisch keurmerk hebben en waarvan het keurmerk niet op de reclame uiting is vermeld.’
▪ Vlees, zuivel en eieren Vervolgens speelt de vraag wanneer er reclame wordt gemaakt voor vlees, zuivel en eieren. Wanneer is er sprake van vlees, zuivel en eieren? De (Europese) wetgever heeft regels opgesteld wanneer een product “vlees” of “zuivel” is. Zo is vlees volgens de ‘Warenwetbesluit Vlees, gehakt en vleesproducten’: alle voor menselijke consumptie geschikte delen van als landbouwhuisdier gehouden slachtdieren”. Zuivelproducten zijn volgens de Europese Marktverordening producten die uitsluitend zijn verkregen uit melk. Stoffen die nodig zijn voor de bereiding van zuivelproducten, mogen worden toegevoegd zolang deze stoffen niet worden gebruikt voor de volledige of gedeeltelijke vervanging van één van de bestanddelen van de melk. Voorbeelden van zuivelproducten zijn: wei, room, boterolie, karnemelk en kefir. Er is geen regelgeving bekend wanneer een ei een ei mag worden genoemd. De verwachting is dat het voor reclame die ziet op enkel zuivel, vlees of een ei op de afbeelding helder is dat hier geen reclame voor mag worden gemaakt zonder keurmerk, voor zowel ondernemers als de handhavers. Maar ook hier zullen vraagstukken en creativiteit ontstaan. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een vleesspies met groenten ertussen, reclame voor een paasontbijt met een ei, eiersalade, mayonaise met scharrelei, fruitdrink met een vleugje zuivel etc.
Er zijn veel producten waar ei en zuivel in verwerkt zijn. Wanneer wordt er dan reclame gemaakt voor ei en zuivel? Het lijkt niet mogelijk om voor deze categorie een juridisch heldere, en voor een ieder begrijpelijke omschrijving te geven. Er bestaan dan ook ernstige twijfels of een verbod op reclame voor producten op basis van zuivel, vlees en ei juridisch houdbaar is. Gelet hierop is in het tekstvoorstel voor de APV alleen een verbod geformuleerd voor enkel vlees, zuivel en eieren.
• Reclame voor vis Ook voor vis bestaat het Europees biologisch keurmerk dat ziet op regels rondom biologische productie. Dit is de wettelijke minimumnorm binnen Europa. EKO is een Nederlands keurmerk voor gekweekte vis en heeft strenge regels voor milieubelasting en dierenwelzijn. Vissen die gekweekt zijn onder voorwaarde van dit keurmerk hebben natuurlijke voeding, veel zwemruimte en beperkte milieuschade. Daarnaast wordt er geen gebruik gemaakt van synthetische chemicaliën, zoals bestrijdingsmiddelen en antibiotica. EKO is het strengste keurmerk voor kweekvis op het vlak van milieu, dierenwelzijn en gezondheid. Daarnaast kennen we het MSC (Marine Stewardship Council), een keurmerk voor wilde vis. Dit keurmerk geeft aan dat er op een duurzame
Gemeente Nijmegen
Pagina 10 van 12
manier wordt gevist, zodat er geen schade wordt gebracht aan het ecosysteem. Bijvoorbeeld door overbevissing tegen te gaan. Er wordt alleen gevist op soorten waarvan de populatie op een gezond niveau is of zich kan herstellen. De MSC is het strengste keurmerk voor wilde vis, maar heeft wel wat beperkingen. Soms krijgen visserijen het keurmerk, ondanks bijvangst van kwetsbare soorten. Daarnaast wordt het keurmerk wel eens toegepast terwijl de visserijmethoden nog verbeterd moeten worden. Er bestaat nog geen biologisch keurmerk voor wilde vis. Dit is alleen het geval bij kweekvis. De vraag is voor welke keurmerken het verbod dan niet zal gelden. Het verbod zou er als volgt uit kunnen zien: Het is verboden om handelsreclame te maken voor vis, schaaldieren of inktvis die geen Europees biologisch keurmerk, MSC keurmerk of EKO keurmerk hebben en waarvan het keurmerk niet op de reclame uiting is vermeld. Bij de keurmerken is de volgende kanttekening te maken. Deze houden vaak geen rekening met vissoorten die op de lijst van bedreigde of kwetsbare soorten staan. Keurmerken zoals MSC beoordelen niet of een vissoort als geheel bedreigd is, maar kijken naar de visserijpraktijk. 4. Reikwijdte In de motie staat aangegeven dat het verbod geldt voor reclame-uitingen zichtbaar vanaf een openbare plaats tenzij het gaat om: a.
bedrijfsnamen, bedrijfslogo's en reclames aan, op of in het pand of in de directe nabijheid van de verkooplocatie waar de activiteiten plaatsvinden waar de reclame betrekking op heeft; b. wegwijzers op bedrijventerreinen. Van belang is wel dat voor de uitingen als bedoeld onder a en b wel een vergunning wordt aangevraagd. Dat moet derhalve voldoende uit de APV blijken.
Gemeente Nijmegen
Pagina 11 van 12
Conclusie Er zijn twee opties om dit onderwerp vanuit de gemeente te reguleren; (1). via het privaatrecht door de contracten met reclame aanbieders dan wel (2). publiekrechtelijk via een verbod in de APV. Zoals uit het bovenstaande blijkt is bij optie 2 de juridische houdbaarheid onzeker en is de verwachting dat dit tot juridische procedures zal leiden. Hierbij zal de juridische houdbaarheid een rol spelen maar ook de formulering van de definities en discussies welke (vorm) van reclame wel of niet onder het verbod valt. (bijvoorbeeld de foto van de zonbestemming). Daarnaast vraagt de implementatie en handhaving de nodige capaciteit. De gemeente heeft, conform de eerdere wens van de raad in de motie ‘Stop het kapitaliseren van klimaatverandering: Reclames fossiel en bio-industievrij' , in het nieuwe contract met Clear Channel voorwaarden gesteld aan de reclame uitingen. Deze voorwaarden worden ook onderdeel van nieuw af te sluiten overeenkomsten met exploitanten van reclamedragers. Een groot deel van de reclame valt hieronder. Het ligt daarom wellicht meer voor de hand om eerst optie 1 verder te benutten en de afspraken rondom het verbod op het maken van bepaalde klimaatreclame in de contracten verder uit te breiden. De weg kent minder complexiteit en risico's hobbels en past binnen de reeds bestaande werkwijze. Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Hoogachtend, Het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen
A.P.W. van de Klift gemeentesecretaris
H.M.F. Bruls burgemeester
Gemeente Nijmegen
Pagina 12 van 12