CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbrief Voortgang implementatie Omgevingswet juli 2022

Besluitronde (raadsvergadering) 28 september 2022, gemeente NijmegenBij agendapunt: D30 d.d. 12 juli 2022 inzake Voortgangsbrief implementatie Omgevingswet juli 20221.712 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Postadres Gemeente Nijmegen

Aan de gemeenteraad van Nijmegen

Postbus 9105 6500 HG Nijmegen Bezoekadres Korte Nieuwstraat 6 6511 PP Nijmegen T 14 024 nijmegen.nl

Datum Onderwerp

Contactpersoon Milou Cillessen m.cillessen@nijmegen.nl T 024 – 329

12 juli 2022 Voortgangsbrief implementatie Omgevingswet juli 2022

Geachte leden van de raad,

Ons kenmerk D220673726

In onze laatste brief van december 2021 hebben we u uitgebreid geïnformeerd over de voortgang van de implementatie van de Omgevingswet in onze gemeente. Dit deden we aan de hand van de door VNG opgestelde lijst met minimumacties. In het ‘Programmaplan implementatie Omgevingswet Nijmegen’ hebben we namelijk met elkaar afgesproken dat we ons in Nijmegen voor inwerkingtreding van de Omgevingswet, richten op deze minimale acties die moeten worden uitgevoerd. Daarna werken we aan de verdere verbeteringen conform de verbeterdoelen van de Omgevingswet en aan het omvormen van het tijdelijk naar een definitief omgevingsplan.

Bijlage(n) Bijgevoegd: Ja

Met deze brief geven we u een update van de stand van zaken en lichten we toe welke voorstellen in voorbereiding zijn die ter vaststelling aan uw raad worden voorgelegd voor inwerkingtreding van de Omgevingswet (2). Daarnaast informeren we u over de Rijksbijdrage voor de invoeringskosten die in de meicirculaire is opgenomen (3). Maar we beginnen met de actualiteit, want het zal u niet zijn ontgaan dat er opnieuw veel te doen is over de inwerkingtredingsdatum van de Omgevingswet (1). 1. Treedt de Omgevingswet op 1 januari 2023 inwerking? Op 1 februari 2022 heeft minister De Jonge bekend gemaakt dat de Omgevingswet niet op 1 juli 2022 inwerking treedt, maar mogelijk op 1 oktober 2022 of 1 januari 2023. Dit besluit tot uitstel nam de minister net voordat het advies van de adviescollege ICT-toetsing op 14 februari uitkwam. In dit advies werd gesteld dat de Omgevingswet in het meest gunstige geval op 1 januari 2023 inwerking kan treden, mits het landelijk Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO-LV) op 1 april 2022 stabiel en goed werkend is en zou blijven. Ondanks dat nog wijzigingen in het DSO-LV worden aangebracht en het systeem regelmatig uit de lucht is, houdt de minister vast aan 1 januari 2023. Deze datum is definitief als het Koninklijk Besluit is vastgesteld, waarin de datum is opgenomen. Dit kan pas als beide kamers hiermee instemmen. De Tweede Kamer heeft dit inmiddels gedaan.

Gemeente Nijmegen

Pagina 1 van 4

In aanloop naar het debat in de Eerste Kamer, spreken verschillende partijen zich uit. Zo noemden twee topjuristen van de Raad van State in een interview met Cobouw, de invoering van de Omgevingswet ongelukkig in een tijd van grote bouwopgaven. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Unie van Waterschappen hebben in een gezamenlijke brief de Eerste Kamer opgeroepen om juist vast te houden aan 1 januari 2023 als inwerkingtredingsdatum. Het debat in de Eerste Kamer is uitgesteld tot 12 juli 2022. Dan wordt gestemd over een tweetal moties: Motie-Otten c.s. over stoppen invoering van de Omgevingswet en MotieRietkerk c.s. over het startsein van de Omgevingswet. In deze laatste motie – die waarschijnlijk kan rekenen op een meerderheid aan stemmen – staat dat 1 januari 2023 het uitgangspunt is en blijft. Een definitief besluit wordt in oktober genomen, als er meer informatie beschikbaar is over de werking van het DSO. Hiervoor wordt opnieuw advies gevraagd aan het adviescollege ICT-toetsing. Dit besluit zou ertoe leiden dat nog tot oktober onzeker blijft of de wet op 1 januari 2023 ingaat. Daar is veel kritiek op. Het NEPROM, de branchevereniging voor projectontwikkelaars, schreef eerder al aan de Eerste Kamer dat het onverantwoord en onwenselijk is om pas op 1 oktober een definitief besluit te nemen.

Eerder was de afspraak dat we zes maanden de tijd krijgen, na het nemen van het Koninklijk Besluit, om ons voor te bereiden op de laatste fase van inwerkingtreding van de wet. Deze tijd hebben we nodig om onze mensen op te leiden, te communiceren, maar bijvoorbeeld ook om een aangepaste legesverordening aan uw raad voor te leggen. Daarnaast geeft het voor gebiedsontwikkelingen de duidelijkheid met welk wettelijk kader moet worden gewerkt. Dit ‘ja-mits’ standpunt zorgt voor onzekerheid en dubbelwerk, omdat we rekening moeten houden met twee scenario’s: de Omgevingswet treedt wél of niet inwerking op 1 januari 2023. De VNG wil dat in september duidelijk is of het DSO goed werkt, dit geldt dan met name voor de Tijdelijk Alternatieve Maatregelen (TAM) voor gemeenten die nog niet zo ver zijn. Als er in oktober een advies wordt gegeven door de adviescollege ICT-toetsing, ook al is dat positief, dan is er nog maar weinig tijd over om te oefenen voordat de wet inwerking treedt. Als college zijn we van mening dat het verantwoord moet zijn om de wet inwerking te laten treden, dit betekent dat nieuwe ontwikkelingen, waaronder woningbouw, door moet kunnen gaan. Het DSO moet werken en we moeten voldoende tijd hebben om te oefenen en ons voor te bereiden . We zien dat elementen van het DSO nog niet goed werken.

Dit geldt bijvoorbeeld voor de samenwerkingsfunctionaliteit, waarmee nog geen gericht advies kan worden gevraagd aan collega’s en partners. Een ander voorbeeld is dat het tot op heden niet mogelijk is om een deel van de oude bestemmingsplanregels digitaal uit het DSO te halen, zodat ze niet meer zichtbaar zijn als het omgevingsplan wordt gewijzigd en er dus nieuwe regels gelden. Desondanks bereiden we ons erop voor dat de Omgevingswet op 1 januari 2023 ingaat.

Gemeente Nijmegen

Pagina 2 van 4

2. Een update: de zaken die in voorbereiding zijn en de VNG-minimumacties Het schema met een stand van zaken van de VNG-minimumacties uit de vorige voortgangsbrief, hebben we aangevuld en als bijlage bij deze brief opgenomen. In de volgende voortgangsbrief na de zomerperiode zullen we nader ingaan op de voortgang op de vier aanvullingswetten: bodem, geluid, natuur en grondeigendom. Deze wetten hebben namelijk een duidelijk relatie met het thematische deel van de Nota van uitgangspunten waarover we u hieronder meer vertellen. De komende periode leggen we de volgende voorstellen voor aan uw raad: 2.1 Nota van uitgangspunten voor het omgevingsplan De Omgevingswet verplicht gemeenten om te gaan werken met één omgevingsplan, waarin alle regels van de fysieke leefomgeving staan. Dit vervangt de huidige bestemmingsplannen en heeft een bredere reikwijdte. Het gaat over alles wat je ziet, voelt, hoort, ruikt en beleeft. Voor 2030 moet de overgang naar een definitief omgevingsplan zijn afgerond. Tot die tijd werken we met een tijdelijk omgevingsplan. Het is van belang om deze overgang goed en efficiënt in te richten en vooraf keuzes te maken over de opbouw, insteek en structuur van het omgevingsplan. We leggen de Nota van uitgangspunten in twee delen ter vaststelling aan u voor.

In het eerste deel, dat in september in de raad zal worden behandeld, zijn algemene uitgangspunten voor het Nijmeegse omgevingsplan opgenomen. Met onderwerpen als: de opbouw van het omgevingsplan, hoe we omgaan met de bruidsschat, integratie verordeningen, delegatie voor het wijzigen van het omgevingsplan door het college etc. Begin september zal voor dit eerste deel van de Nota van uitgangspunten een technische bijeenkomst voor uw raad worden georganiseerd. Het tweede deel van de Nota gaat over de inhoudelijke thema’s. Dit tweede deel zal in november in de raad worden behandeld. Welke veranderingen zijn er door de Omgevingswet op thema’s als gezondheid, veiligheid, duurzaamheid, planexploitatie etc. en op welke wijze willen wij met deze wijzigingen in Nijmegen omgaan? 2.2 Participatiebeleid Met de Omgevingswet is het straks verplicht voor iedere gemeente om participatiebeleid te hebben. Hierin is opgenomen hoe je als gemeente wilt omgaan met participatie. Bij het instrument omgevingsvergunning is participatie niet verplicht. Daarvoor geldt één uitzondering. Uw raad kan gevallen aanwijzen waarvoor bij een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) participatie wél verplicht is.

In het raadsvoorstel Participatiebeleid voor het ruimtelijk domein, dat in september ter vaststelling in uw raad ligt, doen we ook een voorstel met BOPA-gevallen waarvoor u participatie verplicht kunt stellen.

Gemeente Nijmegen

Pagina 3 van 4

2.3 Aanpassen van diverse verordeningen Voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet moeten ook enkele verordeningen zijn aangepast. Dit zijn veelal technische wijzigingen. Het gaat om de APV, Erfgoedverordening, Verordening Uitvoering en Handhaving en de verordening vergoeding bijwonen commissievergaderingen . De huidige verordeningen nadeelcompensatie en planschade moeten worden samengevoegd tot één verordening nadeelcompensatie. De handreiking hiervoor is eind juni jl. door de VNG beschikbaar gesteld. Deze aangepaste verordeningen zullen we in november aan uw raad ter vaststelling voorleggen. De Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) die tegelijkertijd ingaat, hebben invloed op de legesverordening. Zo biedt de Omgevingswet de mogelijkheid om milieuleges te heffen en zorgt de Wkb ervoor dat een deel van onze werkzaamheden naar de markt gaan. Ook voor dit onderwerp zijn we van plan om een technische bijeenkomst voor uw raad te organiseren. De wijzigingen voor de legesverordening lopen mee in het reguliere traject om de legesverordening aan te passen (december), tenzij de Omgevingswet niet per 1 januari 2023 ingaat. In dat geval wordt een separaat voorstel voorbereid, dat afhankelijk van de inwerkingtredingsdatum aan uw raad ter vaststelling wordt aangeboden. 3.

Meer duidelijkheid over de financiële tegemoetkoming van het Rijk In de meicirculaire is een bedrag van € 150 miljoen opgenomen, om gemeenten te compenseren voor de invoeringskosten van de Omgevingswet. De verdeling vindt plaats met een verdeelsleutel: 60% inwonertal, 25% landoppervlak en 15% vast bedrag. Voor Nijmegen gaat het om een bedrag van iets meer dan € 1 miljoen in 2022. In een volgende circulaire krijgen we meer informatie over de middelen voor 2023 tot en met 2025. Om de invoeringskosten van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) te compenseren, ontvangen gemeenten in 2022 een bijdrage van € 25 miljoen, in aanvulling op de € 10 miljoen die eerder in 2021 is verstrekt. In Nijmegen gaat het dan om een bedrag van circa € 170.000 in 2022 en daarna een kleine € 70.000 per jaar tot en met 2026. Met deze tegemoetkoming van het Rijk wordt slechts een deel van de werkelijke invoeringskosten van gemeenten gecompenseerd. Meer over de financiële aspecten van de Omgevingswet volgt in de Stadsbegroting.

Hoogachtend, Het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen

mr. drs. A.H. van Hout gemeentesecretaris

H.M.F. Bruls burgemeester

Gemeente Nijmegen

Pagina 4 van 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=a5e4c492-9cc2-424f-a0a1-59c491d7bd8c