CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Quickscan Wet natuurbescherming t.b.v. wijziging MTBroute Westermeerwijk Nijmegen

Besluitronde (raadsvergadering) 1 februari 2023, gemeente NijmegenBij agendapunt: D39 d.d. 20 december 2022 inzake Tussentijdse rapportage MTB-route Westermeerwijk4.999 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

NOTITIE

Gemeente Nijmegen De heer B. de Beijer Postbus 9105 6500 HG Nijmegen

DATUM:

2 november 2022

ONS KENMERK:

22-0689/22.07529/JanDaa

UW KENMERK:

VPL-000000310790

AUTEUR:

mevr. J. Daamen

PROJECTLEIDER: D.E.H. Wansink STATUS:

defintief

CONTROLE:

F. van Vliet

Quickscan Wet natuurbescherming t.b.v. wijziging MTBroute Westermeerwijk Nijmegen De gemeente Nijmegen is voornemens twee wijzigingen aan te brengen aan de bestaande mountainbikeroute (MTB-route) in Westermeerwijk te Nijmegen. De delen worden gewijzigd ter vervanging van reeds bestaande delen, omdat de bestaande delen van belangrijke waarden voor natuur zijn. Bureau Waardenburg heeft op basis van een bronnenonderzoek en een oriënterend veldbezoek (dd. 12 oktober 2022) de effecten van de wijzigingen in de MTB-routes beoordeeld in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb).

Conclusie Met de aanleg en het gebruik van de nieuwe route op voornamelijk locatie 2, maar ook locatie 1 kunnen vliegende herten worden gedood. Maatregelen zijn nodig om het doden van vliegende herten te voorkomen. De aanlegwerkzaamheden kunnen leiden tot het verstoren van broedvogels (vogelsoorten categorie 5 en algemene vogelsoorten). Maatregelen zijn nodig om deze verstoring – en daarmee overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb – te voorkomen. De nieuwe routedelen hebben minder negatieve effecten dan de huidige routedelen. Indien maatregelen worden genomen voor vliegende herten en broedvogels zijn significant negatieve effecten uitgesloten.

Quickscan Wnb t.b.v. wijzigingen MTB-route Westermeerwijk Nijmegen

1

Voor andere beschermde soorten heeft het plangebied geen betekenis of zijn negatieve effecten van de voorgenomen ingreep uitgesloten. Effecten op beschermde gebieden en houtopstanden zijn uitgesloten. Deze conclusie wordt hieronder toegelicht.

Toelichting Beschrijving plangebied en directe omgeving De eerste locatie (deellocatie 1, Figuur 1) bevindt zich ter plaatse van het uiterst noordelijke gedeelte van de bestaande MTB-route, direct ten zuiden van de Louiseweg en gedeeltelijk in het verlengde van de Catharinaweg. Het nieuw te realiseren gedeelte van het tracé heeft een lengte van circa 500 m en is volledig gesitueerd in bebost gebied (direct ten noorden van Park De Kom). Het betreft een beuken-eiken bos, waarbij vlak bij het hoofdpad beuken dominant zijn en meer het bos in de dichtheid van zomer- en wintereiken toeneemt (Figuur 2). In het bos liggen veel dode stammen (Figuur 3) en er is nauwelijks ondergroei aanwezig. Op de nieuw aan te leggen route is grotendeels al een wandelpad aanwezig (Figuur 4). De tweede locatie (deellocatie 2, Figuur 1) bevindt zich ter plaatse van de centrale westzijde van de bestaande MTB-route, tussen Park De Kom en de Meerwijkselaan in. Het nieuw te realiseren gedeelte van het tracé heeft een lengte van ruim 200 m en is gedeeltelijk gesitueerd in bos en gedeeltelijk langs een bosrand met ten zuiden daarvan een begraasd weiland. Het bos is een beuken-eikenbos met langs het deel van noord naar zuid dominantie van beuken (Figuur 5). Hier is enige ondergroei aanwezig in de vorm van varens (Figuur 6).

Op het stuk van het tracé dat door het bos loopt, is momenteel een wandelpad gelegen (Figuur 7), waarover de mountainbikers in de huidige situatie ook rijden. De oude route wordt niet meer gebruikt. In de bosrand langs het weiland zijn veel kastanjebomen en eikenbomen aanwezig met een ondergroei van beuk (Figuur 8). Op de voorziene route langs het weiland is momenteel een ruiterpad aanwezig (Figuur 8). Hier wordt de oude route, die hier parallel aan ligt, wel nog gebruikt.

Quickscan Wnb t.b.v. wijzigingen MTB-route Westermeerwijk Nijmegen

2

Deellocatie 1

Deellocatie 2

Figuur 1.

Aanpassing MTB-route Westermeerwijk. Bron: Gemeente Nijmegen.

Quickscan Wnb t.b.v. wijzigingen MTB-route Westermeerwijk Nijmegen

3

Figuur 2.

Beuken-eikenbos op deellocatie 1.

Figuur 3.

Dode stammen bij deellocatie 1.

Quickscan Wnb t.b.v. wijzigingen MTB-route Westermeerwijk Nijmegen

4

Figuur 4.

Wandelpad op locatie waar route is voorzien bij deellocatie 1.

Figuur 5.

Beuken-eikenbos bij deellocatie 2.

Quickscan Wnb t.b.v. wijzigingen MTB-route Westermeerwijk Nijmegen

5

Figuur 6.

Ondergroei van varens bij deellocatie 2.

Figuur 7.

Wandelpad op de locatie waar de nieuwe route is voorzien op deellocatie 2.

Quickscan Wnb t.b.v. wijzigingen MTB-route Westermeerwijk Nijmegen

6

Figuur 8.

Bos met beuk in ondergroei en ruiterpad op deellocatie 2.

Voorgenomen ingreep Informatie over de voorgenomen ingreep is aangeleverd door de gemeente Nijmegen. De gemeente Nijmegen is voornemens de bestaande MTB-route op twee locaties te wijzigen zoals is aangegeven in Figuur 1. De delen worden gewijzigd ter vervanging van reeds bestaande delen, omdat de bestaande delen van belangrijke waarden voor natuur zijn. Dit naar aanleiding van een natuuronderzoek in 2021 waaruit naar voren kwam dat de huidige routes belangrijk leefgebied van onder andere het vliegend hert doorkruizen. De nieuwe route komt te lopen over bestaande paden, die voor de ingreep plaatselijk opnieuw worden geprofileerd. Alleen bij deellocatie 1 komt een nieuwe doorsteek van ongeveer 5 meter. Een minikraan zal hier lichte graafwerkzaamheden uitvoeren (maximaal 20 cm diep) waarna het handmatig wordt bijgewerkt. Uitgangspunt is dat hiervoor geen bomen gekapt hoeven te worden. De werkzaamheden vinden gedurende 1 week plaats. Het gebruik van de nieuwe routes neemt niet toe ten opzichte van het gebruik van de oude routes (geschat op 100 bezoeken op een weekdag en 240 op een weekenddag). Wettelijk kader De Wet natuurbescherming (Wnb) heeft als doel het behoud van de biodiversiteit en duurzaam gebruik van de bestanddelen daarvan.

De wet regelt de bescherming van soorten, Natura 2000-gebieden en houtopstanden binnen drie takken, te weten: Soortenbescherming, gebiedenbescherming en bescherming van houtopstanden.

Quickscan Wnb t.b.v. wijzigingen MTB-route Westermeerwijk Nijmegen

7

De verbodsbepalingen ten aanzien van beschermde soorten planten en dieren (aspect Soortenbescherming) zijn in de Wnb opgenomen in Hoofdstuk 3 en beschreven per beschermingsregime. De regels die toezien op bescherming van Natura 2000-gebieden (aspect gebiedenbescherming) zijn opgenomen in Hoofdstuk 2 van de Wnb. De regels voor de bescherming van houtopstanden (aspect bescherming van houtopstanden) zijn beschreven in Hoofdstuk 4 van de Wnb. In de voorliggende notitie wordt getoetst aan de verbodsbepalingen zoals die zijn opgenomen binnen de drie hierboven genoemde takken: soortenbescherming, gebiedenbescherming en bescherming van houtopstanden. Tevens zal worden gekeken naar planologische/provinciaal (niet Wnb) beschermde gebieden (Gelders Natuurnetwerk/Groene Ontwikkelingszone). Soortenbescherming Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de soortenbescherming zoals opgenomen in de Wnb. Bij toepassing van de Wnb worden drie beschermingsregimes onderscheiden: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn, Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn en Beschermingsregime andere soorten. Voor een aantal landelijk algemeen voorkomende soorten amfibieën en grondgebonden zoogdieren van het Beschermingsregime andere soorten heeft de provincie Gelderland een vrijstelling van verbodsbepalingen verleend voor werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting.

Voor andere beschermde soorten geldt geen vrijstelling en kan een ontheffing nodig zijn als de werkzaamheden leiden tot overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb. Alle inheemse vogels zijn beschermd op grond van de Wnb. Voor de meeste soorten geldt dat hun nesten alleen beschermd zijn in de periode dat ze in gebruik zijn tijdens het broedseizoen. Voor een aantal soorten heeft de provincie bepaald dat hun nesten in principe jaarrond beschermd zijn (provinciale “Lijst soorten met jaarrond beschermde nesten”). Hierbij maakt de provincie onderscheid tussen: - Categorie 1 t/m 4 soorten: soorten waarvan de nesten als permanente verblijfplaats kwalificeren (jaarrond beschermde nesten). - Categorie 5 soorten: soorten waarvan de nesten als permanente verblijfplaats kunnen kwalificeren indien geen c.q. onvoldoende alternatieve locaties aanwezig zijn (mogelijk jaarrond beschermde nesten). De herontwikkeling dient getoetst te worden aan het aspect soortenbescherming van de Wnb, waarbij bepaald moet worden of al dan niet sprake kan zijn van overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van beschermde soorten.

Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden “Natura 2000” is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden waarin bepaalde diersoorten, plantensoorten en (essentiële) onderdelen van hun natuurlijk/functioneel leefgebied beschermd worden ten einde de biodiversiteit (soortenrijkdom) te behouden of verbeteren. Voor elk Natura 2000-gebied zijn instandhoudings-doelstellingen geformuleerd met daarbij behorende doelsoorten, habitats en habitat specifieke kenmerken. Als gevolg

Quickscan Wnb t.b.v. wijzigingen MTB-route Westermeerwijk Nijmegen

8

van werkzaamheden/herontwikkeling kan zowel direct als indirect (door externe werking) sprake zijn van een al dan niet negatief effect op (de instandhoudings-doelstellingen van) een Natura 2000-gebied. De herontwikkeling dient getoetst te worden aan het aspect gebiedenbescherming van de Wnb, waarbij bepaald moet worden of al dan niet sprake kan zijn van significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden. Bescherming van houtopstanden De Wet natuurbescherming beschermt houtopstanden buiten de bebouwde kom met een oppervlakte van minimaal 10 are (1000 m2) en rijbeplantingen die bestaan uit meer dan 20 bomen (art. 1.1). Voor de ingreep worden geen bomen gekapt. Hierdoor kan een toetsing aan het onderdeel bescherming van houtopstanden van de Wnb achterwege blijven. Planologische gebiedsbescherming Het plangebied ligt binnen het NatuurNetwerk Nederland (NNN; in Gelderland bestaande uit het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszones). Het gebruik van de mountainbikeroute heeft negatieve effecten op de kernkwaliteit, oppervlakte en samenhang van het NNN (Aarts et al., 2021). Er is onder andere sprake van oppervlakteverlies, aantasting van actuele en potentiële natuurwaarden, negatieve effecten op beschermde diersoorten en aantasting van de rust.

De nieuwe routes hebben geen extra negatief effect ten opzichte van de oude routes, omdat deze grotendeels langs bestaande paden lopen en de oppervlakte van de route die dwars door het bos loopt juist afneemt. De aanpassing van de route vindt plaats om delen van het bos met hoge natuurwaarden te ontzien. Omdat de route niet voor extra negatieve effecten zorgt ten opzichte van de oude route, die uitgebreid beoordeeld is in het rapport van Aarts et al. (2021), wordt een verdere beoordeling van de effecten op het NNN hier buiten beschouwing gelaten. Methodiek onderzoek Op basis van een bronnenonderzoek en een veldbezoek wordt een uitspraak gedaan of met de voorziene ingreep rekening moet worden gehouden met het (mogelijk) voorkomen van beschermde soorten planten en dieren in of direct nabij het plangebied en wordt beoordeeld of een negatief effect op beschermde soorten al dan niet kan worden uitgesloten. Soorten die in of nabij het plangebied voorkomen en waarvoor binnen de provincie Gelderland een vrijstelling van verbodsbepalingen uit de Wnb is verleend voor werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, worden in onderhavig onderzoek/onderhavige toetsing buiten beschouwing gelaten. Omdat deze soorten wel vallen onder de Zorgplicht zullen, indien van toepassing, hiervoor wel maatregelen worden beschreven.

Bronnenonderzoek Voor het bronnenonderzoek is op d.d. 03-10-2022 de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd om na te gaan welke beschermde soorten in de omgeving van het plangebied voorkomen. Bij het raadplegen van de verspreidingsgegevens is uitgegaan van

Quickscan Wnb t.b.v. wijzigingen MTB-route Westermeerwijk Nijmegen

9

een zoekgebied met een straal van ca. 2 km om het plangebied en gegevens tot 5 jaar oud. Veldbezoek Het plangebied en de directe omgeving is op 12 oktober 2022 geïnventariseerd/ geïnspecteerd. Hierbij zijn de locaties van de nieuwe routes en de directe omgeving (150 m rondom de routes) geïnspecteerd. Tijdens de inventarisatie is zoveel mogelijk concrete informatie verzameld met betrekking tot de aan- of afwezigheid van beschermde soorten en de geschiktheid van het plangebied voor beschermde soorten en natuurwaarden. De bomen zijn door middel van een verrekijker geïnspecteerd. Op basis van locatiekenmerken en ecologische expertise is beoordeeld of het plangebied geschikt is voor de in de regio voorkomende beschermde soorten. Effectbepaling en -beoordeling Effecten zijn bepaald en beoordeeld op basis van de (mogelijke) functie van het plangebied voor beschermde soorten/gebieden en de voorgenomen ingreep. In deze notitie zijn de volgende werkzaamheden getoetst: • Aanleg nieuwe delen mountainbike route. • Gebruik van de nieuwe delen van de mountainbike route. Op basis van de literatuurstudie en het veldbezoek is bepaald of met de voorziene ingreep rekening moet worden gehouden met het (mogelijk) voorkomen van beschermde soorten in of direct nabij het plangebied.

Indien het voorkomen van beschermde soorten niet uitgesloten kan worden, is bepaald of maatregelen/nader onderzoek nodig zijn/is. Als de voorgenomen ingreep (mogelijk) leidt tot het overtreden van verbodsbepalingen uit de Wnb, is nagegaan of een ontheffing moet worden verkregen. Daarnaast is beoordeeld of een negatief effect op Natura 2000-gebieden al dan niet kan worden uitgesloten. Een stikstofdepositieberekening wordt apart uitgevoerd.

ASPECT SOORTENBESCHERMING Beschermde soorten en eventuele functie(s) van het plangebied Planten In de omgeving van de deellocaties zijn waarnemingen bekend van dreps, grote leeuwenklauw en korensla (Beschermingsregime andere soorten, NDFF). De waarnemingen bevinden ten zuiden van de Meerwijkselaan. Deze soorten zijn voornamelijk akkerkruiden die op natuurakkers liggen die fysiek gescheiden liggen van de MTB-route. Tijdens het veldbezoek zijn geen groeiplaatsen waargenomen op of direct langs de nieuwe route, omdat de omgeving van de route bosvegetaties omvatten. Op basis van het bronnen- en veldonderzoek wordt geconcludeerd dat het plangebied geen functie heeft voor beschermde soorten planten.

Quickscan Wnb t.b.v. wijzigingen MTB-route Westermeerwijk Nijmegen

10

Ongewervelden In de omgeving van het plangebied komen grote vos, grote weerschijnvlinder, vliegend hert (allen Beschermingsregime andere soorten, NDFF) en teunisbloempijlstaart (Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn, NDFF) voor. Alleen vliegend hert is waargenomen nabij de deellocaties. Van grote vos, grote weerschijnvlinder en teunisbloempijlstaart zijn ook geen waardplanten (iepen, wilgen, wilgenroosje, teunisbloem, basterdwederik en kattenstaart) waargenomen nabij de deellocaties. Een functie van het plangebied voor deze soorten is uitgesloten. Vliegend hert leeft in oude eikenbossen, voornamelijk aan de rand. Naar vliegend hert is in 2021 onderzoek verricht (Aarts et al., 2021). Hier kwam uit dat op de oude route van deellocatie 2 een belangrijk leefgebied van vliegend hert aanwezig is. Dit omdat de route op de grens van oud eikenbos en weiland ligt. De locatie van de nieuwe mountainbikeroute in deelgebied 2 ligt niet aan de rand, maar verder het bos in. Ook hier is oud eikenbos aanwezig, wat de nieuwe locatie eveneens geschikt maakt als leefgebied voor vliegend hert. Omdat de locatie dieper in het bos ligt, is deze locatie wel minder geschikt leefgebied voor vliegend hert dan de oude locatie. Op deellocatie 1 is ook oud eikenbos aanwezig.

Ook deze locatie ligt niet aan de bosrand, maar dieper in het bos, wat de locatie minder geschikt maakt als leefgebied voor vliegend hert. Tijdens het onderzoek van Aarts et al. (2021) zijn hier ook geen waarnemingen van vliegend hert gedaan. Beide locaties zijn dus wel geschikt als leefgebied, maar vanwege de kwaliteit niet essentieel. Vissen In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Een functie van het plangebied voor beschermde soorten vissen kan daarmee redelijkerwijs worden uitgesloten. Amfibieën In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van alpenwatersalamander (Beschermingsregime andere soorten, NDFF). De soort komt in de omgeving in bospoelen en vijvers voor. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen poelen of vijvers aanwezig. Een functie van het plangebied voor alpenwatersalamander is uitgesloten. Voor overige beschermde soorten amfibieën wordt op basis van verspreidingsgegevens en het veldbezoek geconcludeerd dat het plangebied geen functie heeft. Reptielen In de omgeving van de twee deellocaties zijn waarnemingen bekend van hazelworm (Beschermingsregime andere soorten, NDFF) en zandhagedis (Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn, NDFF). Hazelworm komt voor in open bossen, bosranden, heide, houtwallen, struwelen, spoor- en wegbermen, kalkgraslanden, steenhopen en ruderale terreinen.

De meeste waarnemingen komen uit bos- en heideterreinen. Zandhagedis leeft op hogere zandgronden en is sterk gebonden aan duin- en heidegebieden. Hij wordt vooral in droge struikheideterreinen. In 2021 is door Natuurbalans onderzoek verricht naar het voorkomen van zandhagedis en hazelworm rondom de route (Aarts et al. 2021). Hierin werd geconcludeerd dat zich geen kernpopulaties van hazelworm en zandhagedis langs de nieuwe routedelen bevinden. Beide deellocaties zijn ook niet geschikt, omdat

Quickscan Wnb t.b.v. wijzigingen MTB-route Westermeerwijk Nijmegen

11

heidevegetaties ontbreken en de nieuwe routes dieper in het bos liggen in plaats van langs bosranden (leefgebied hazelworm). Grondgebonden zoogdieren In de omgeving komen de beschermde soorten boommarter, bunzing, das, eekhoorn, steenmarter en wezel voor (allen Beschermingsregime andere soorten, NDFF). Van deze soorten is alleen eekhoorn nabij de deellocaties waargenomen. Eekhoorn komt ook voor in eikenbossen, waardoor het gebied rondom beide locaties geschikt is als leefgebied voor eekhoorn. Tijdens het veldbezoek zijn geen eekhoornnesten waargenomen in de bomen rondom de nieuwe routedelen. Door het grote aanbod aan geschikt leefgebied in de wijde omtrek van de MTB-route is geen sprake van essentieel leefgebied. De bosgebieden op beide deellocaties zijn geschikt als leefgebied van boommarter, bunzing, steenmarter en wezel. Mogelijk bevinden zich nabij de route verblijfplaatsen van deze soorten. Door het grote aanbod aan geschikt leefgebied in de wijde omtrek van de MTB-route is geen sprake van essentieel leefgebied van deze vier marterachtigen. Naar het voorkomen van das rondom de route is in 2021 onderzoek gedaan (Aarts et al. 2021). Hierin werd geconcludeerd dat er geen dassenburchten in de omgeving van de nieuwe routedelen liggen. Ook tijdens het veldbezoek in 2022 zijn geen burchten, holen of andere sporen van das in de omgeving van de twee deellocaties gezien.

Een functie van het plangebied voor das is uitgesloten. Vleermuizen In de omgeving komen onder andere de soorten gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en watervleermuis voor (Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn, NDFF). Hieronder staat aangegeven welke functie(s) het plangebied mogelijk heeft voor vleermuizen. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen verblijfplaatsen en vliegroutes/foerageergebied omdat zowel verblijfplaatsen (zomer-, kraam-, paar- en [massa]winterverblijven) als essentiële vliegroutes en foerageergebieden beschermd zijn op grond van de Wnb. Rust- en verblijfplaatsen In het plangebied zijn geen gebouwen aanwezig. Rondom de twee deellocaties zijn wel bomen aanwezig met holtes die mogelijk kunnen dienen als verblijfplaats voor vleermuizen. Het gaat om verblijfplaatsen van boombewonende soorten (gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, ruige dwergvleermuis en rosse vleermuis). Vliegroutes/foerageergebied Rondom de twee deellocaties is foerageergebied aanwezig. Dit betreft geen essentieel foerageergebied, omdat de routes slechts een klein onderdeel zijn van het gehele bos tussen Berg en Dal en Heilig Landstichting dat geschikt is als foerageergebied. Op de deellocaties zijn geen essentiële vliegroutes aanwezig, omdat lijnvormige verbindingen ontbreken.

Quickscan Wnb t.b.v. wijzigingen MTB-route Westermeerwijk Nijmegen

12

Vogels Vogelsoorten uit de categorieën 1 t/m 4 Er zijn in het plangebied en de directe omgeving waarnemingen bekend van diverse vogelsoorten uit de categorieën 1 t/m 4 te weten: boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, sperwer en wespendief (NDFF). Er zijn geen individuen of nesten van soorten uit categorie 1 t/m 4 waargenomen in of nabij de nieuwe routedelen. Uit het onderzoek van Aarts et al. (2021) blijkt dat binnen de invloedsfeer van de route alleen ransuil voorkomt. Nabij de nieuwe routedelen zijn geen nesten van roofvogels of uilen bekend (Aarts et al., 2021) en deze zijn ook tijdens het veldbezoek niet waargenomen. Voor gierzwaluw en grote gele kwikstaart is het plangebied ongeschikt als leefgebied. Geconcludeerd kan worden dat de nieuwe routedelen geen functie hebben als broedbiotoop van vogels uit de categorieën 1 t/m 4. Vogelsoorten uit de categorie 5 Uit de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van blauwe reiger, boerenzwaluw, bonte vliegenvanger, boomklever, boomkruiper, bosuil, draaihals, gekraagde roodstaart, glanskop, grauwe vliegenvanger, groene specht, grote bonte specht, kleine bonte specht, koolmees, pimpelmees, raaf, spreeuw, torenvalk, zwarte kraai, zwarte mees, zwarte roodstaart en zwarte specht (NDFF). Tijdens het veldbezoek zijn waarnemingen gedaan van boomkruiper, kleine bonte specht en zwarte mees.

Van deze soorten zijn geen nesten waargenomen. Uit het onderzoek van Aarts et al. (2021) wordt geconcludeerd dat bosuil binnen de invloedsfeer voorkomt. De categorie 5-soorten die mogelijk nesten hebben binnen de invloedsfeer van de mountainbikeroutes zijn bosvogels. Tijdens het veldbezoek zijn geen (oude) nesten van vogels uit categorie 5 in de directe omgeving van de nieuwe route waargenomen. In de wijde omgeving van de nieuwe routes is veel bos aanwezig, waardoor het onwaarschijnlijk is dat een nestlocatie van een categorie 5-soort binnen de invloedsfeer van de nieuwe routes de enige mogelijk geschikte nestlocatie in de wijde omgeving is. Daarom is voor de genoemde categorie 5-soorten een jaarrond beschermde status van hun nesten niet van toepassing. Algemene vogelsoorten Tijdens het veldbezoek zijn waarnemingen gedaan van onder andere de algemene broedvogels tjiftjaf, roodborst en merel. De omgeving van de nieuwe routedelen zijn geschikt als broedbiotoop van algemene vogelsoorten. Toetsing effect(en) t.a.v. Wnb In dit hoofdstuk worden enkel de streng beschermde soorten beschreven waarvan het voorkomen van essentiële onderdelen van (functioneel) leefgebied en/of (vaste) rust- en/of verblijfplaatsen binnen of direct nabij het plangebied niet kunnen worden uitgesloten.

Voor andere beschermde soorten is reeds eerder in deze notitie beschreven dat (en waarom) het plangebied naar verwachting geen essentiële functie heeft of negatieve effecten van de voorgenomen ingreep kunnen worden uitgesloten. Vliegend hert

Quickscan Wnb t.b.v. wijzigingen MTB-route Westermeerwijk Nijmegen

13

Op de locaties van de nieuwe route is geschikt leefgebied van vliegend hert aanwezig. Als de aanlegwerkzaamheden plaatsvinden in de periode mei t/m augustus, kan de inzet van materieel in de leiden tot het doden van vliegende herten. Ook bij het gebruik van de nieuwe routes is er kans dat vliegende herten worden doodgereden. Dit is met name aan de orde rond schemering wanneer de vliegende herten het meest actief zijn. In principe is het verboden, na zonsondergang te mountainbiken, maar in praktijk blijkt dat ook na zonsondergang van de routes gebruik gemaakt (Aarts et al., 2021). De kans op het doodrijden van vliegende herten zal kleiner zijn dan in de huidige situatie. Grondgebonden zoogdieren Het plangebied is geschikt als leefgebied voor bunzing, eekhoorn, wezel en steenmarter. Omdat de nieuwe route grotendeels wordt aangelegd op paden die reeds aanwezig zijn of vlakbij bestaande paden, waarbij geen bomen worden gekapt, worden geen negatieve effecten op verblijfplaatsen verwacht. Het gebruik van de mountainbikeroute zorgt wel voor verstoring van grondgebonden zoogdieren. De verstoring betreft een klein deel van het leefgebied. Vanwege het ruime aanbod aan geschikt leefgebied in de wijde omgeving rondom de MTB-route is geen sprake van aantasting van essentieel leefgebied.

Bovendien zorgt het gebruik van de nieuwe route alleen voor een verschuiving van de verstoring die in de huidige situatie ook aanwezig is. Daarbij komt dat de afstand tussen ongeveer de helft van de oude en de nieuwe routedelen klein is (<50m), zodat eigenlijk hetzelfde deel van het leefgebied wordt verstoord. Vleermuizen Vleermuizen hebben mogelijk verblijfplaatsen in de bomen rondom de nieuwe route. Met de ingreep worden geen bomen gekapt, waardoor directe negatieve effecten op verblijfplaatsen, zoals vernieling, zijn uitgesloten. Negatieve effecten door verstoring van rustende vleermuizen zijn eveneens uitgesloten. Het gebruik van een minikraan in de aanlegfase en de mountainbikes in de gebruiksfase zorgen niet voor trillingen of hoogfrequente geluiden die slapende vleermuizen zouden kunnen wekken. Bovendien zijn vleermuizen niet gevoelig voor verstoring door mensen en neemt de recreatiedruk binnen het gebied niet toe. Vogels Het plangebied en de directe omgeving heeft geen essentiële functie voor vogels met een jaarrond beschermd nest (categorieën 1 t/m 4). Mogelijk komt in de omgeving wel ransuil voor. Voor de ingreep worden geen bomen gekapt, waardoor negatieve effecten op vogels uit de categorieën 1 t/m 4 met nesten in bomen, waaronder ransuil, zijn uitgesloten.

Bovendien zijn uilen niet gevoelig voor menselijke verstoring en neemt de recreatiedruk in het gehele gebied niet toe. De aanleg van de nieuwe routes leidt mogelijk wel tot verstoring van nesten van vogelsoorten van categorie 5 (waarvan de nesten niet jaarrond beschermd zijn, omdat in de directe omgeving voldoende alternatieven aanwezig zijn) en algemene vogelsoorten. Voor deze vogelsoorten geldt dat nesten enkel in het broedseizoen (globaal van maart t/m

Quickscan Wnb t.b.v. wijzigingen MTB-route Westermeerwijk Nijmegen

14

augustus) beschermd zijn. Verstoring van broedende vogels moet voorkomen worden (zie onder ‘maatregelen’ verderop in deze notitie). Ook het gebruik van de routes in het broedseizoen levert voor de categorie 5 vogelsoorten geen wezenlijke negatieve effecten op de staat van instandhouding op, omdat de verstoring jaarrond aanwezig is en vogels de locaties direct langs de route zullen mijden als broedplek. Voor ongeveer de helft van de lengte van de nieuwe routes is dit nu ook al het geval, omdat de nieuwe routedelen voor de helft dicht bij (<50m) de oude routedelen liggen.

ASPECT GEBIEDSBESCHERMING Ligging plangebied t.o.v. Natura 2000-gebieden Het plangebied ligt op 3,5 km afstand tot Natura 2000-gebied “Rijntakken” en op ongeveer 6 km van de Natura 2000-gebieden ‘’De Bruuk’’ en ‘’Sint Jansberg’’. Toetsing effect(en) i.h.k.v. Wnb Voor Natura 2000-gebieden en de daarbij aangewezen doelsoorten en habitattypen zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld en uitgewerkt. Als gevolg van werkzaamheden/ herontwikkeling kan zowel direct als indirect (door externe werking) sprake zijn van een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied. Effecten kunnen van ruimtelijke (oppervlakte verlies, versnippering) fysische (bijv. verdroging, vernatting), mechanische (bijv. verstoring door betreding, trillingen, geluid en licht) en/of chemische (bijv. stikstofdepositie, verontreiniging) aard zijn. Gezien de afstand tussen de planlocaties en de Natura 2000-gebieden “Rijntakken”, ‘’De Bruuk’’ en ‘’ Sint Jansberg’’ kunnen effecten van ruimtelijke, fysische en mechanische aard worden uitgesloten. Voor het Natura 2000-gebied “Rijntakken” geldt wel dat deze een aantal stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden heeft zoals Stroomdalgraslanden, Glanshaver- en vossenstaarthooilanden, Vochtige alluviale bossen, Dotterbloemgrasland en Kamgrasweide & bloemrijk weidevogelgrasland van het rivieren- en zeekleigebied.

Omdat voor de werkzaamheden slechts gedurende een week een minikraan wordt ingezet, de afstand tussen de routes en Rijntakken meerdere kilometers bedraagt en de routes in bos liggen (bomen beperken de verspreiding van stikstof) zijn negatieve effecten van stikstofdepositie op voorhand uit te sluiten.

BEOORDELING WET NATUURBESCHERMING •

•

Risico op doden van vliegende herten tijdens de aanlegfase en gebruiksfase (overtreding artikel Wnb 3.10 lid 1a). Maatregelen zijn nodig om het doden van dieren te voorkomen. Risico op verstoren van broedgevallen en individuen van algemene vogelsoorten en vogelsoorten van categorie 5 tijdens de aanlegfase (overtreding van Wnb artikel 3.1, lid 2, 4 en 5). Maatregelen zijn nodig om overtreding van verbodsbepalingen te voorkomen.

Quickscan Wnb t.b.v. wijzigingen MTB-route Westermeerwijk Nijmegen

15

•

Risico op verstoren van algemeen voorkomende soorten grondgebonden zoogdieren zoals egel en diverse muizensoorten (o,a. veldmuis en bosmuis) van het Beschermings-regime andere soorten tijdens de aanlegfase. Voor deze soorten geldt binnen de provincie Gelderland een vrijstelling voor overtreding van verbodsbepalingen bij ruimtelijke ingrepen. Voor deze soorten geldt echter wel de Zorgplicht.

De nieuwe routedelen hebben minder negatieve effecten dan de huidige routedelen. Indien maatregelen worden genomen voor vliegende herten en broedvogels zijn significant negatieve effecten uitgesloten.

Randvoorwaarden (maatregelen) voor werkzaamheden in het kader van de voorgenomen ingreep Vliegend hert Zowel tijdens de aanleg van de nieuwe routes als het gebruik is er risico op het doodrijden van vliegende herten. Het doden van dieren in de aanlegfase kan voorkomen worden door de aanlegwerkzaamheden in de periode september tot mei (dit is buiten de kwetsbare periode van mei t/m augustus ) uit te voeren. Daarnaast dienen werkzaamheden alleen tussen zonsopgang en zonsondergang plaats te vinden. Bij het gebruik van de routes dient strikter te worden gehandhaafd dat na zonsondergang geen gebruik wordt gemaakt van de routes. Die regel is er we l al, maar wordt niet voldoende nageleefd (Aarts et al., 2021). Algemene vogelsoorten en vogelsoorten van categorie 5 (niet-jaarrond beschermd) Door de aanlegwerkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren, kan verstoring van broedvogels worden voorkomen. De lengte en de aanvang van het broedseizoen verschilt per soort. Globaal moet voor het broedseizoen rekening gehouden worden met de periode maart tot en met augustus. Echter, ook daarbuiten zijn broedgevallen beschermd. Daarom voorafgaand aan de uitvoering van het werk altijd het plangebied op broedende vogels controleren.

Tijdens de gebruiksfase zijn geen maatregelen nodig, omdat broedvogels de directe omgeving van de route zullen mijden, doordat het hele jaar verstoring op de route aanwezig is. Zorgplicht Voor enkele meer algemene vrijgestelde diersoorten die direct nabij het plangebied kunnen voorkomen (zoals muizen en egel) geldt binnen de provincie Gelderland een vrijstelling in het kader van ruimtelijk handelen. Echter is op deze soorten wel de zorgplicht (artikel 1.11 van de Wnb) van toepassing. De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor zowel in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving als voor beschermde natuurgebieden. Handelingen die nadelige gevolgen kunnen veroorzaken op dieren, planten en natuurgebieden dienen bij voorkeur achterwege gelaten te worden. Wanneer dit niet mogelijk is moeten de gevolgen van de handelingen

Quickscan Wnb t.b.v. wijzigingen MTB-route Westermeerwijk Nijmegen

16

voorkomen, beperkt of ongedaan gemaakt worden. Geadviseerd wordt om de aanleg van de routes buiten de kwetsbare periode (maart-augustus) uit te voeren en de werkzaamheden in één richting uit te voeren, zodat dieren de mogelijkheid krijgen te vluchten. Daarnaast wordt ook vanuit de zorgplicht geadviseerd strenger te handhaven op het gebruik van de route na zonsondergang, omdat de meeste dieren nachtactief zijn.

Literatuur Aarts, B., R. Felix, P. Hoppenbrouwers, N. van der Pol & R. Krekels 2021. Natuurtoets gebruik nieuwe mountainbikeroutes Rijk van Nijmegen. Toetsing Wet natuur- bescherming en Natuurnetwerk Nederland. Projectnr. 21-104. Natuurbalans - Limes Divergens BV, Nijmegen. NDFF, 2022. Nationale database Flora en Fauna, geraadpleegd op 3 oktober 2022.

Akkoord voor uitgave:

Kwaliteitszorg Bureau Waardenburg bv F. van Vliet

Datum voor akkoord:

1 november 2022

Bureau Waardenburg bv is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Bureau Waardenburg bv; opdrachtgever vrijwaart Bureau Waardenburg bv voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. © Bureau Waardenburg bv / Gemeente Nijmegen Dit rapport is vervaardigd op verzoek van opdrachtgever en is zijn eigendom. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, digitale kopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en Bureau Waardenburg bv, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Lid van de branchevereniging Netwerk Groene Bureaus. Het kwaliteitsmanagementsysteem van Bureau Waardenburg bv is door CERTIKED gecertificeerd overeenkomstig ISO 9001: 2015. Bureau Waardenburg bv hanteert als algemene voorwaarden de DNR 2011, tenzij schriftelijk anders wordt overeengekomen.

Bureau Waardenburg, Varkensmarkt 9 4101 CK Culemborg, 0345 51 27 10, info@buwa.nl, www.buwa.nl

Quickscan Wnb t.b.v. wijzigingen MTB-route Westermeerwijk Nijmegen

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=a529c256-926d-43bb-aa0a-6941c8986e52