Productiehuis Jeugdpodiumkunsten, Rapportage kwartiermaker
Tekst van het document
JUDITH VAN DER VELDEN KUNST + ZAKEN
Productiehuis Jeugdpodiumkunsten Rapportage kwartiermaker - 9 april 2024 Gemeente Nijmegen
Inhoudsopgave Voorwoord …………………………………………………………………………………………………….
3
1. Aanleiding …………………………………………………………………………………………………
4
2. Opdracht …………………………………………………………………………………………………..
5
3. Aanpak ……………………………………………………………..………………………………………
6
4. Uitgangspunten & context ............……………………………………………………………….
7
5. Gesprekken & bevindingen ………………………………………………………………………..
12
6. Aanbevelingen …………………………………………………………………………………………..
15
Pagina 2 van 17
VOORWOORD Schooljaar 1990-1991 Ik ben 13 jaar en met mijn klas bij Ifigeneia Koningskind van Teneeter in Theater Het Badhuis. Het is de eerste theatervoorstelling die ik ooit zie en het maakt diepe indruk. Ik ben betoverd en ontroerd. Het meisje op die enorme schommel is een held. Theaterseizoen 2023-2024 Ik ben 46 jaar en gevraagd als kwartiermaker door de gemeente Nijmegen. In die rol onderzoek ik de mogelijkheden voor een productiehuis jeugdpodiumkunsten, met Theater Het Badhuis als thuisbasis. Het voelt passend om deze rol te vervullen en ik ben dankbaar voor het zaadje dat 33 jaar geleden in Het Badhuis is geplant. Ik ben beland in een wereld die voor dat meisje van 13 zeker niet vanzelfsprekend was, maar waar ik me desondanks erg thuis voel. Zulke ervaringen gun ik ieder kind en het is voor mij een extra motivatie om in het jeugdtheater te werken.
_____________________________________________
Dank Gemeente Nijmegen voor deze opdracht, ik werk er met liefde aan. In korte tijd zie ik al veel moois ontstaan, in samenwerking met partners die eenzelfde drive en ambitie hebben. We bouwen met plezier verder aan de ontwikkeling van makers en van podiumkunsten voor een jong publiek. Er volgt nog meer moois. Zeker weten.
Judith van der Velden, april 2024
Pagina 3 van 17
1. AANLEIDING In Nijmegen wordt al decennialang op hoog niveau jeugdtheater gemaakt. Vanwege ontwikkelingen bij Theatergroep Kwatta was er sprake van een eventuele verkoop van Theater Het Badhuis aan de gemeente. Daarom heeft de gemeente Nijmegen in augustus 2022 aan adviesbureau Blueyard gevraagd om een aantal scenario’s te ontwikkelen hoe Het Badhuis duurzaam kan worden ingezet ten behoeve van de versterking van de theatersector in Nijmegen en regio. Blueyard adviseerde de gemeente om in te zetten op een huis voor de jeugdpodiumkunsten: “… Een ontwikkelplek waar (jonge) jeugdtheatermakers de kans krijgen om, in samenwerking en met de inbreng van expertise van gerenommeerde partners uit de regio, zich (verder) te bekwamen in het vak van jeugdtheatermaken. Hierbij gaan we uit van toptalent dat het maakklimaat in Nijmegen en regio gaat versterken. Onder leiding van een creatief producent kan talent naar Nijmegen worden gehaald en kan hen een groot netwerk en gerichte begeleiding geboden worden. Een springplank voor maaktalent dus.” Over de combinatie met Netwerk Jeugdpodiumkunsten en Kwatta geeft Blueyard aan: “…Naast de aanwezigheid van Kwatta stuurt de gemeente aan op versterking van het Netwerk Jeugdpodiumkunsten in 2023 en 2024.
…Door de moeizame voorgeschiedenis tussen het netwerk en Kwatta is het voor een kansrijke ontwikkeling van dit scenario van belang dat de activiteiten van het Huis voor de Jeugdpodiumkunsten en die van Kwatta (in 2023 en 2024) strikt gescheiden worden gehouden. Dit vraagt om nauwkeurige afspraken over gebruik van het pand en een verdeling van tijd en ruimte. “ Vervolgens vonden er vanaf voorjaar 2023 diverse ontwikkelingen plaats: - Het stichtingsbestuur van Kwatta vernieuwde de gehele organisatie, op zowel artistiek als zakelijk niveau. - Het theatergezelschap gaat verder onder een nieuwe naam, Theatergroep De Horde, en blijft in Het Badhuis als huurder. - Het pand is verkocht, niet aan de gemeente maar aan een private investeerder. Hiermee ontstond een gewijzigde situatie ten opzichte van de periode Blueyard. In de eerste jaren zal het nieuwe theatergezelschap geen volledige bezetting in Het Badhuis realiseren en is er ruimte om daar andere activiteiten te ontplooien, activiteiten die tevens kunnen dienen als ondersteuning in de opbouw en groei van het nieuwe gezelschap. Ondanks het feit dat het pand is verkocht aan een private investeerder en niet aan de gemeente Nijmegen, blijft het scenario voor zo’n ontwikkelplek een interessante mogelijkheid voor de stad. Zowel de gemeente als partners uit Nijmegen en het Netwerk Jeugdpodiumkunsten staan hier positief tegenover.
Pagina 4 van 17
2. OPDRACHT Kwartiermaken voor een productiehuis jeugdpodiumkunsten waar (jonge) jeugdtheatermakers naar Nijmegen worden gehaald en hen een groot netwerk en gerichte begeleiding kan worden geboden. Het betreft een haalbaarheidsstudie inclusief uitvoeringscomponent, waarin zowel duidelijk wordt of de ambitie van Nijmegen haalbaar is in de praktijk en tegen welke randvoorwaarden alsmede wat een dergelijke ontwikkelplek zou kunnen zijn en kan betekenen voor de regio. Leidend bij deze opdracht is deze ambitie vanuit de gemeente Nijmegen: De gemeente vindt het van belang dat Nijmegen een relevante plek blijft voor jeugdpodium-kunsten. De stad zet van oudsher stevig in op cultuureducatie en talentontwikkeling, ook in de toekomst blijven dit speerpunten. Parallel aan de ontplooiing van het nieuwe gezelschap in Het Badhuis, ziet zij daarom kansen om een productiehuis op te zetten om theatermakers te ondersteunen en te helpen een professionele praktijk op te bouwen in de jeugdpodiumkunsten. Op deze ontwikkelplek wordt makers de mogelijkheid geboden om te experimenteren en een eigen signatuur te ontwikkelen. Hiermee wordt het maakklimaat van Nijmegen en regio versterkt. Of deze ontwikkelplek (deels) in Het Badhuis opgezet zou moeten worden of daarbuiten, ligt nog open. Dit alles vindt plaats in samenwerking en met de inbreng van expertise van gerenommeerde partners uit de regio.
Pagina 5 van 17
3. AANPAK Bij aanvang is de opdracht verdeeld over de volgende drie fasen: - Fase 1: Verkennen (inventarisatie) Het voeren van ca. 25 gesprekken met organisaties in m.n. het Nijmeegse veld, plus enkele regionale en landelijke spelers (zie lijst gesprekspartners pag. 12) Dit is nadrukkelijk geen vervolgonderzoek op de Blueyard rapportage, het gaat om een nieuwe stap in een nieuwe context. Doelstelling is om helder te krijgen in hoeverre en op welke wijze de verschillende partners zich committeren aan de Nijmeegse ambities. De uitkomsten van de gesprekken worden vertaald in een landschapsschets. Hierin wordt onder meer zichtbaar welke organisaties er daadwerkelijk een rol kunnen en willen spelen in dit plan. Periode: September 2023 - januari 2024 - Fase 2: Verdiepen (uitwerking) Analyse van informatie uit de verkenningsfase, inclusief vergelijk met soortgelijke plekken en initiatieven: hoe ziet de werkelijke context eruit, hoe verhoudt dit zich tot landelijke tendensen en beleidsmatige ontwikkelingen en waar liggen uitdagingen en kansen. Dit wordt uitgewerkt richting een plan van aanpak, waarin inzichtelijk wordt hoe de organisatie en financiering van een dergelijke ontwikkelplek eruit kan zien, wat hiervoor nodig is en welke rol de verschillende partners hierin spelen. Ook worden voorbereidingen getroffen voor concrete projecten die plaatsvinden in de tweede helft van 2024.
Periode: Februari - juni 2024 - Fase 3: Verankeren (uitvoering) In deze fase wordt het haalbaarheidsonderzoek gecombineerd met de eerste stappen in de uitvoering. Op basis van een uitvoeringsprogramma start(en) de eerste project(en), zodat helderder wordt wat het beoogde productiehuis zou kunnen zijn en wat het kan betekenen voor de regio. Ook in deze fase is participatie van instellingen uit het veld essentieel. Periode: Juli-december 2024
NB: In de praktijk lopen sinds begin 2024 bovenstaande fasen organisch in elkaar over. Na de gesprekkenreeks/deskresearch volgde een periode van onderzoeken en ontwikkelen; deze is sneller dan verwacht overgegaan richting concrete uitvoer. Hoewel de praktijk meestal anders blijkt te functioneren dan vooraf gepland, is deze stroomversnelling vooral het gevolg van het goede momentum en positieve energie vanuit de betrokkenen. Na het samenbrengen van de juiste kernpartners vielen de puzzelstukken in elkaar en zijn de vervolgstappen in hoog tempo én zorgvuldig gezet. Dit is mogelijk omdat alle betrokkenen (gemeente, kernpartners, kwartiermaker) kunnen voortbouwen op een stevige basis die de afgelopen jaren is gelegd, zie ook 4.3 pag. 8.
Pagina 6 van 17
4. UITGANGSPUNTEN & CONTEXT Middels deskresearch en gesprekken werd de opdracht onderzocht in relatie tot de Nijmeegse, regionale en landelijke context:
4.1 Cultuurvisie Groei Nijmegen en jeugdtheater zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het landelijk gerenommeerde Theater Teneeter werd hier in 1976 opgericht, later ging dat over in Theater Kwatta en nu is het aan De Horde om de volgende stap in de geschiedenis zetten. Deze lange en rijke historie in jeugdtheater komt ook terug in de Cultuurvisie Groei, die een drietal programmalijnen kent. Een jeugdproductiehuis draagt bij aan de uitvoering van deze programmalijnen: 1. Kunst en cultuur voor en door iedereen Gemeente Nijmegen wil cultuur voor zoveel mogelijk mensen toegankelijk maken, zoveel mogelijk mensen laten participeren en zoveel mogelijk mensen laten profiteren van cultuur. Cultuur voor iedereen begint bij de jeugd: kinderen vroeg in aanraking laten brengen met kunst en cultuur levert uiteindelijk een slimmere, creatievere bevolking op die beter toegerust is op de uitdagingen van de toekomst. Het is daarom van belang dat er voldoende aanbod is van podiumkunsten voor kinderen. Er zijn op het gebied van jeugdpodiumkunsten in Nijmegen (en Gelderland/Oost-Nederland) niet zo veel professionele spelers actief. De gemeente wil dit aanbod kwantitatief en kwalitatief versterken. 2.
Aantrekkingskracht van Nijmegen vergroten door cultuur Gemeente Nijmegen kiest voor een veelzijdig aanbod en om het aanbod spannend en levendig te houden is dynamiek binnen kunst en cultuur belangrijk. Verrassend aanbod dat relevant is, meegaat met de tijd en aansprekend is voor nieuwe doelgroepen wordt gestimuleerd. Inzet op zowel talentontwikkeling als jeugdpodiumkunsten past hierbij. Daarnaast wil de gemeente de betekenis van cultuur vergroten door kwaliteit te verhogen. Door een productiehuis voor jeugdpodiumkunsten kan kwaliteit in het jeugdtheater zich ontwikkelen. Om de top te bereiken blijft een goede basis noodzakelijk. Met dit initiatief wordt gewerkt aan die basis, met als uitzicht de landelijke top. 3. Ruimte voor innovatie en creativiteit Gemeente Nijmegen wil creativiteit stimuleren en de aanwezigheid ervan zichtbaar maken, hiervoor is een goede infrastructuur belangrijk. Het gaat dan om aanwezigheid van een plek (broedplaats), een netwerk en de mogelijkheid en ruimte om samen te werken. Een jeugd-productiehuis sluit hier naadloos op aan. Talentontwikkeling is een speerpunt voor de gemeente omdat het hebben van talenten van belang is voor een stad, het zorgt voor een gezonde groei en ontwikkeling van de cultuur in de stad. Een stad die een veelzijdig kwalitatief aanbod wil, moet inzetten op de ontwikkeling van een veelzijdigheid aan talenten uit stad en regio.
Pagina 7 van 17
4.2 Blueyard onderzoek Omdat in 2022 sprake was van verkoop van Het Badhuis door Kwatta aan gemeente Nijmegen, is adviesbureau Blueyard gevraagd een aantal scenario’s te ontwikkelen hoe Het Badhuis duurzaam kan worden ingezet ten behoeve van de versterking van de theatersector in Nijmegen en regio. Blueyard zette 3 scenario’s uiteen: I. Scenario met Kwatta II. Scenario met een nieuw jeugdtheatergezelschap III. Huis voor de jeugdpodiumkunsten Blueyard’s eindrapportage (november 2022) diende als een uitgangspunt in dit traject, onder meer op basis van deze bevindingen: Tijdens de gevoerde gesprekken werd duidelijk dat een groot deel van de gesprekspartners de voorkeur heeft voor het integreren van scenario’s II en III. Juist omdat het in de lijn der verwachting ligt dat er een ontwikkelperiode nodig zal zijn voor de komst en het inbedden van een nieuw jeugdtheatergezelschap (pag. 11) In het Blueyardrapport ‘Er zit muziek in theater’ uit 2021 constateerden wij al: “Er blijken weinig kansen te zijn voor jonge theatermakers om in Nijmegen aan de slag te gaan. Door het gebrek aan een professioneel productiehuis of een sterk netwerk van makers is het moeilijk voor jonge talenten om een volgende stap te maken. Zij hebben behoefte aan ondersteuning in hun ontwikkeling (artistiek, organisatorisch).
Het stimuleren en begeleiden van jonge makers wordt door het veld als belangrijk gezien (pag. 14) Daarom beveelt Blueyard aan om vol in te zetten op een huis voor de jeugdpodiumkunsten. Dat bouwt voort op de expertise van een ervaren en gedreven netwerk, met sterke partners. Het is een scenario waar in Nijmegen en regio energie voor gevoeld wordt en dat door het netwerk (mits onder de juiste voorwaarden) als zeer kansrijk wordt ervaren (eindconclusie pag. 17)
4.3 Proeftuin Jeugdtheater & Netwerk Jeugdpodiumkunsten Gelderland: In 2018 werd de Proeftuin Jeugdtheater en -dans geïnitieerd door De Nieuwe Oost, Oostpool, Introdans, Kwatta en Sonnevanck (vijf BIS-instellingen in landsdeel Oost) in samenwerking met de schouwburgen Nijmegen en Arnhem. Dit met als doel om gezamenlijk de (talent)ontwikkeling van de jeugdpodiumkunsten in Oost-Nederland te stimuleren. Binnen de Proeftuin vonden residentie #1 en #2 plaats en werd een stevige basis gelegd voor verdere samenwerking, onder meer op het gebied van talentontwikkeling. Deze Proeftuin ontwikkelde zich tot het huidige Netwerk Jeugdpodiumkunsten, een groeiend samenwerkingsverband van professionele producenten en podia uit Gelderland en deels Overijssel, dat wordt ondersteund door de provincie Gelderland. De doelstelling van het Netwerk is inmiddels veel breder dan in de Proeftuin-periode, maar talentontwikkeling blijft een essentieel onderdeel. Binnen het Netwerk vonden vervolgens residenties #3 en #4 plaats, gefinancierd vanuit het provinciale jeugdpodiumkunstenbudget van 2022. Per 2023 heeft provincie Gelderland het budget voor jeugdpodiumkunsten ondergebracht in een nieuwe subsidieregeling, gericht op het ontwikkelen en uitvoeren van nieuwe producties in samenwerkingsverbanden.
Talentontwikkeling past op dit moment niet binnen die regeling, vanwege de prestatie-eis van minimaal 1000 bezoekers; hierover is het veld met de provincie in gesprek.
Pagina 8 van 17
Residenties en resultaten: Residentie #1: Ruben Chi (dans - doelgroep 6+) Najaar 2020 werkte hiphop-choreograaf Ruben Chi met de klassieke dansers van Introdans aan een project voor kinderen van 6-9 jaar, onder artistieke begeleiding van zowel Introdans als De Nieuwe Oost. Dit heeft geresulteerd in meerdere samenwerkingsprojecten tussen Ruben Chi en Introdans, waaronder een grote zaal-voorstelling voor 6+ in 2022. Residentie #2: Mart van Berckel (theater - doelgroep 14+) Making-of video Voorjaar 2021 vond de tweede residentie plaats, onder artistieke begeleiding van Sonnevanck. Regisseur Mart van Berckel werkte met een schrijver, componist, acteur en drummer richting een muziektheatervoorstelling voor 14+. Ook deze residentie kreeg een vervolg en is najaar 2023 uitgewerkt tot een trailervoorstelling in coproductie van Oostpool en Sonnevanck die lovend werd ontvangen. Residentie #3: Patricia van Deutekom (dans - doelgroep 10+) Making-of video Najaar 2022 maakte choreograaf Patricia van Deutekom een project rondom het thema afscheid voor de doelgroep 10+. Ze werkte, met dansers en makers uit haar eigen gezelschap LAVA Collective, bij Theater a/d Rijn en onder artistieke begeleiding van Introdans.
De thematiek van de residentie sloot aan bij de avondvullende voorstelling La Despedida die Patricia begin 2023 maakte met LAVA Collective en waarvoor ze werd genomineerd voor de prestigieuze Zwaan, de prijs voor de meest indrukwekkende dansprestatie. Op korte termijn is een concreet vervolg niet mogelijk vanwege Patricia’s werkzaamheden voor LAVA, gesprekken blijven gaande. Residentie #4: Jiska de Wit (theater - doelgroep 16+) Making-of video Najaar 2023 vond de voorlopig laatste residentie binnen het netwerk plaats: regisseur Jiska de Wit werkte voor de doelgroep 16-24 jaar met teksten van dichter-rapper-schrijver en fenomeen Kae Tempest. Ze deed, onder begeleiding van Theater Sonnevanck, op succesvolle wijze onderzoek naar de samenwerking tussen taal en (elektronische) muziek. Dit keer werd voor het eerst in 2 steden in landsdeel Oost gepresenteerd: eerst in Enschede, twee maanden later in Arnhem; een grote meerwaarde. Naar aanleiding van deze residentie zal Jiska de Wit diverse projecten bij verschillende samenwerkingspartners voor haar rekening nemen. Zo gaat ze bij Oostpool en Sonnevanck een trailervoorstelling voor 12+ regisseren en voor Sonnevanck een voorstelling met jongeren uit regio Enschede maken, in hun jaarlijkse project Playground053. Ook Theater a/d Rijn is met Jiska in gesprek over een toekomstig project.
4.4 Het Badhuis - Teneeter, Kwatta en De Horde: Sinds 1976 is in Nijmegen een stichting actief met het doel theater te maken voor jonge mensen. Aanvankelijk en direct succesvol onder de naam Teneeter, sinds 2002 als Theatergroep Kwatta. Na vele geslaagde producties kwam er in 2023 een einde aan het tijdperk Kwatta. De behoefte aan Nijmeegs jeugdtheater is echter onverminderd groot. Daarom heeft het bestuur van de stichting, in samenwerking met de gemeente, alles op alles gezet om de voorwaarden te creëren voor een nieuw Nijmeegs jeugdtheatergezelschap met het vertrouwde Badhuis als thuisbasis.
Pagina 9 van 17
Met een geheel vernieuwde directie wordt sinds zomer 2023 onder de naam De Horde gebouwd aan een hernieuwde bloei van het professioneel jeugdtheater in Nijmegen, om zo hun plaats in het Nijmeegse en Nederlandse culturele bestel te verdienen. Besloten werd Het Badhuis te verkopen aan een investeerder die het jeugdtheater een warm hart toedraagt. Met deze koper is overeengekomen dat het huurcontract enkel door de stichting kan worden opgezegd, waarmee is voldaan aan een belangrijke voorwaarde voor de continuïteit van het jeugdtheater in Nijmegen en de regio. De Horde heeft de ambitie om het grootste jeugdtheaterhuis van Gelderland te worden. Stevig geworteld in buurt, stad en regio bouwen ze stap voor stap aan landelijke bekendheid. Meer dan ooit zet De Horde de deuren van Het Badhuis open, het jeugdproductiehuis is daarin een belangrijke factor. Let wel, betrokkenen zijn reëel en zich ervan bewust dat concrete invulling deels afhankelijk is van toekenning van (structurele) subsidies voor De Horde vanaf 2025. Dit aspect is in alle transparantie besproken met zowel De Horde (directie en stichtingsbestuur) als de gemeente (ambtelijk en bestuurlijk). De Horde, als bewoner van Het Badhuis en met ruime expertise in jeugdtheater, is een belangrijke speler in de ontwikkeling van het jeugdproductiehuis.
Neemt niet weg dat alle betrokkenen vinden de plannen voor het jeugdproductiehuis breder zijn. Met andere woorden: dit plan dient voor De Horde als vliegwiel en waar nodig als vangnet, maar heeft sowieso noodzaak en bestaansrecht.
4.5 Oorzaak, noodzaak en landelijke tendens: In 2013 verdwenen vrijwel alle productiehuizen, na bezuinigingen onder staatssecretaris Halbe Zijlstra. Inmiddels wordt deze noodzakelijke schakel in de keten op meerdere plekken in het land opgepakt door soortgelijke allianties. Voorbeelden hiervan zijn: - PLAN Brabant: een samenwerkingsverband van elf partners in Brabant (waaronder BIS-instellingen Theater Artemis en Het Zuidelijk Toneel, festivals Boulevard en Cement en podia als Verkadefabriek, Parktheater en de Nieuwe Vorst) waarbij jong podiumkunsttalent geholpen wordt om een eigen signatuur en werkwijze te ontwikkelen. PLAN wordt ondersteund door het Fonds Podiumkunsten en functioneert in de context van Talenthub Brabant en Kunstloc Brabant. - Station Noord: een netwerkorganisatie voor de ontwikkeling van podiumkunsttalent in Noord Nederland. Zeventien partners in Groningen en Friesland (zoals BIS-jeugdtheatergezelschap Het Houten Huis, festivals Oerol en Noorderzon, Club Guy & Roni en Tryater) bundelen krachten en bestrijken de breedte van de podiumkunsten: van teksttheater en performance, via locatie-, beeldend- en jeugdtheater, tot dans en vele vormen van muziek. Station Noord wordt ondersteund vanuit de noordelijke overheden via We the North, door alle deelnemende partners en door het ministerie van OCW.
- VIA ZUID: een talentontwikkelingsorganisatie voor de professionele podiumkunsten in en vanuit Limburg. Ze ondersteunen beginnende makers op weg naar een duurzame beroepspraktijk. VIA ZUID werkt nomadisch en kiest project partners in de regio, zoals BIS-instellingen Sally Danstheater (jeugddans) en Toneelgroep Maastricht. Ze worden structureel ondersteund door provincie Limburg en de gemeenten Heerlen, Maastricht en Sittard-Geleen. Indirect wordt VIA ZUID ook door OCW ondersteund; het ministerie maakt via de provincie Limburg gelden vrij ter versterking van het maakklimaat in de regio. - Recentelijk ontstond een nieuw Amsterdamse initiatief, specifiek voor jeugdpodiumkunsten. BISinstellingen Toneelmakerij en Danstheater AYA werken op het gebied van talentontwikkeling nauw Pagina 10 van 17
samen met drie Amsterdamse podia die ieder hun specifieke doelgroep en functie hebben; De Krakeling, Bijlmerparktheater en De Meervaart.
4.6 Raad voor Cultuur In hun advies Toegang tot Cultuur. Op weg naar een nieuw bestel in 2029 (januari 2024) signaleert de Raad voor Cultuur: - Met betrekking tot talentontwikkeling: Ook voorziet het stelsel slechts ten dele in financiering voor programma’s en faciliteiten op het gebied van talentontwikkeling; voor sommige genres en disciplines krijgen ze financiering, voor andere niet. Bestaande talentontwikkelprogramma’s worden bovendien op heel verschillende manieren gefinancierd. Zo is in de ene regio een netwerk voor talentontwikkeling in de podiumkunsten opgenomen in de kleine BIS, terwijl een vergelijkbaar netwerk in een andere regio is aangewezen op het Fonds Podiumkunsten of op de provinciale of gemeentelijke overheid. Het stelsel houdt verder onvoldoende rekening met de verscheidenheid aan organisaties die zich met talentontwikkeling bezighouden. In de ene discipline pakken producenten de functie op, in een andere discipline doen festivals, podia of afzonderlijke, gespecialiseerde organisaties dat of zijn regionale netwerkorganisaties ontstaan. Talentontwikkeling is vaak als bijkomende verplichting gekoppeld aan productie, presentatie of een festivalorganisatie. Dat zorgt voor een hechte band met de praktijk.
Maar het heeft als nadeel dat productiedruk zorgt voor een precair klimaat voor talentontwikkeling.’ - Met betrekking tot regiospreiding: ‘Op dit moment zijn de verschillen tussen regio’s echter te groot. Zo maakt het voor creatieve talenten uit waar ze wonen of werken, of ze vervolgens kansen krijgen en ontdekt worden. (…) Het beschikbare geld van de rijksoverheid wordt onevenredig over het land verspreid. Daardoor worden de cultureel sterke regio’s steeds sterker, terwijl in andere regio’s de kansen en voorzieningen juist afnemen. We willen meer aandacht voor cultuur in andere delen van het land. Vanzelfsprekend is hiervoor ook blijvend commitment vanuit de provincies en gemeenten vereist. (…) De woonplaats bepaalt nu te sterk of mensen met creatief talent in aanraking komen met cultuur, of ze ontdekt worden en of ze de kans krijgen om zich te ontwikkelen en door te stromen. Het lokale maakklimaat is in veel delen van het land zodanig dat talent niet opkomt of snel wegtrekt. Iemands woonplaats bepaalt ook te sterk hoe bereikbaar cultuuraanbod en voorzieningen om zelf cultuur te beoefenen zijn, en hoe pluriform dat aanbod is. De concentratie van makers en culturele organisaties in enkele steden belemmert verder de wisselwerking tussen cultuur en samenleving. Het komt onvoldoende tot artistieke reflectie op vraagstukken of expressie van verhalen uit alle delen van het land.
(…) Verder stimuleert het stelsel makers en culturele organisaties onvoldoende om samenwerking te zoeken, faciliteiten te delen en zich maatschappelijk te wortelen. Integendeel, het stelsel zet er eerder toe aan elkaar als concurrent te zien. De overheid spreekt culturele organisaties die rijksgeld ontvangen, nu niet of nauwelijks aan op de verantwoordelijkheid die zij nemen voor hun maatschappelijke omgeving of het culturele veld in hun omgeving.’
Pagina 11 van 17
5. GESPREKKEN & BEVINDINGEN 5.1 Gesprekkenreeks In de periode september 2023 tot februari 2024 zijn gesprekken gevoerd met: -
Theatergroep De Horde Nijmegen - Ramses Graus en Froukje van Dooren, directie Theater Sonnevanck Enschede - Daniël van Klaveren en Lieke Bisseling, directie TG Greppel Nijmegen - Rick Luijmes, artistiek leider Cie. Perelman Nijmegen - Ilse Schaminee, artistiek leider De Lindenberg Cultuurhuis Nijmegen - Natasja van Geel en Arianne Perez-Koeleman, programma Theatergroep Gras / Nyma Theater Nijmegen - Nicky Ebbeng, directie Theater AanZ Nijmegen - Jolanda de Groot, Marian van Hoof, Hester Klein Tijssink, directie Theater Oostpool Arnhem - Mirjam van Tiel, zakelijk directeur Adviesbureau Blueyard Amsterdam - Nicolien Luttels, adviseur Introdans Arnhem - Roel Voorintholt en Marieke van ’t Hoff, directie Stadsschouwburg Nijmegen en Concertgebouw De Vereeniging - Eva Middelhoff en Maarten van Erp, directie en programma Phion Orkest van Gelderland & Overijssel - Monique Wijnker, programma en educatie De Nieuwe Oost, Theater a/d Rijn Arnhem - Peter Hendrikx en Eylül Fidan Akinci, directie en programma Arthouse LUX Nijmegen - Michèle Bouwmans en Helen de Vries, programma Theaterschip Deventer - Erik-Jan Post, directie Theatergroep Maanlanders Ede - Annelies van Wieringen en Thekla Wildekamp, directie Provincie Gelderland - Fleur Albers, beleidsadviseur cultuur Theater Artemis Den Bosch - Jetse Baetelaan, artistiek directeur Toneelmakerij Amsterdam - Paul Knieriem, artistiek directeur
ArtEZ Arnhem - Maritska Witte, directeur Academie voor Theater en Dans Theatergroep De Horde - Stijn Stevens, Harry Hummels en Erica Schoeman, stg.bestuur Mogelijke kernpartners jeugdproductiehuis: Stadsschouwburg Nijmegen, De Nieuwe Oost/Theater aan Rijn en Theatergroep De Horde
Gespreksonderwerpen die steeds aan bod kwamen: • Projecten en ambities, in zowel jeugdpodiumkunsten als talentontwikkeling. • Mogelijke rol in dit project, als geïnteresseerde omstander of als samenwerkingspartner. • Indien partner, op welke wijze. • Ideaalsituatie, adviezen en suggesties.
Pagina 12 van 17
5.2 Bevindingen op hoofdlijnen De reeks gesprekken bevestigt het uitgangspunt van de gemeente en de conclusie uit het Blueyardrapport: er is in het veld veel draagvlak voor en behoefte aan een bovenlokaal productiehuis voor jeugdpodiumkunsten. Gezien de gewijzigde context rondom Het Badhuis en de aangescherpte vraag vanuit de gemeente, was bovenstaande gespreksronde noodzakelijk om een volgende stap te kunnen zetten. Terugkijkend op de circa 25 gesprekken kan het volgende worden geconcludeerd: •
Er is grote waardering vanuit het veld voor deze stap vanuit de gemeente, gesprekspartners zijn positief over dit initiatief ter versterking van zowel de jeugdpodiumkunsten als het makersklimaat.
•
De gesprekspartners zijn het unaniem eens dat het makersklimaat in Nijmegen verder gestimuleerd dient te worden; een stad als Nijmegen is dit aan haar stand verplicht en het is passend bij de culturele ambities. Regelmatig werd in deze context door de Nijmeegse producenten, ook het gebrek aan ruimte (zowel fysieke repetitieruimte als financieel) benoemd.
•
De behoefte vanuit het veld is groot. Niet alleen in de stad en regionaal, ook vanuit de BISjeugdproducenten. Met het landelijk wegbezuinigen van productiehuizen in 2013 is de research and development-afdeling binnen de keten verdwenen, hiervan zijn de gevolgen merkbaar. In een aantal regio’s zijn intussen nieuwe initiatieven ontstaan, vanwege dit hiaat in de keten (zie ook 4.5 pag. 10). Vrijwel alle huidige makers van naam konden groeien door talentontwikkelingstrajecten en productiehuizen; het is geen toeval dat deze makers nu regelmatig artistiek directeur van een BIS-jeugdgezelschap zijn.
•
Naast De Horde zijn er momenteel geen Nijmeegse theatergezelschappen die logischerwijs aansluiten op het gewenste jeugdproductiehuis. Soms is er weinig tot geen inhoudelijke match met jeugdtheater (TG Greppel, Cie. Perelman), zijn de producties van ander niveau (Theatergroep Gras, voornamelijk amateurs) of bewegen ze zich in een niche (Theater AanZ, sociaal-artistiek werk). Ook zijn deze gezelschappen -in meer of mindere matesemiprofessioneel te noemen; op organisatorisch vlak en in (financiële) continuïteit.
•
Alle Nijmeegse podia zijn enthousiast en moedigen het verstevigen van het makersklimaat ten zeerste aan. De Stadschouwburg overweegt direct een stevige rol als kartrekker. Dat geldt minder voor de Lindenberg (vanwege praktische (on)mogelijkheden en minder sterke ambities richting productiehuisfunctie) en niet voor LUX (zij hebben geen jeugdprogrammering voor podiumkunsten, alleen film).
•
De jeugdproducenten (zowel regionaal als landelijk) zien een rol voor zichzelf in een toekomstig jeugdproductiehuis; in begeleiding van makers of participatie op andere wijze.
•
De meeste gesprekspartners geven aan dat ze hopen op steun voor De Horde middels een stevig fundament in de stad; de opstart van een jeugdproductiehuis gaat daarmee gelijk op. Zonder een florerend jeugdtheatergezelschap met voldoende gemeentelijke steun, kan er geen bloeiend klimaat voor (jeugd)talentontwikkeling ontstaan.
Pagina 13 van 17
•
Idealiter komen in het toekomstige jeugdproductiehuis verschillende projecten samen die nu al plaatsvinden op andere plekken in landsdeel Oost. Groot voordeel daarvan is dat alle expertise en projecten binnen talentontwikkeling voor jeugdpodiumkunsten samenkomen op één plek -het productiehuis in Nijmegen- maar door schaalvergroting meer getoond kunnen worden, zowel in landsdeel Oost als de Randstad. Te denken valt aan residenties vanuit het Netwerk Jeugdpodiumkunsten en projecten zoals Spring Awakening of Our Time (Oostpool x Lindenberg). Gezien hun omvang kunnen niet al deze projecten plaatsvinden in Het Badhuis, wel in de Stadsschouwburg en Lindenberg.
•
Er is een compact team van kartrekkers nodig om het van de grond te krijgen. Onder aanvoering van de kwartiermaker kan dit team inhoudelijke expertise en ruimte leveren, de plannen organisatorisch body geven, in 2024 het eerste project organiseren en doorbouwen aan een langere lijn (2025-2028 en verder).
•
Financiële ondersteuning wordt in eerste instantie vanuit gemeente Nijmegen verwacht, als initiatiefnemer van dit traject. Met een substantiële, maar in verhouding bescheiden, bijdrage kan gebouwd worden aan het productiehuis en gestart worden met het eerste project in de tweede helft van 2024. Gezien de termijn en de noodzakelijke eerste opbouw, is overige financiële ondersteuning niet reëel voor pilot-jaar 2024; wel voor 2025 en verder. In de periode 2025-2028 kan het jeugdproductiehuis groeien, zodat voor 2029 en verder (herziening bestel) een landelijke structurele aanvraag kan worden ingediend.
Pagina 14 van 17
6. AANBEVELINGEN Op basis van voorliggend rapport is de aanbeveling om stevig in te zetten op een ontwikkelplek voor jeugdpodiumkunsten, die wordt gedragen door een compacte alliantie van experts uit de regio: Theatergroep De Horde, De Nieuwe Oost/Theater aan de Rijn en Stadsschouwburg Nijmegen. Een dergelijk jeugdproductiehuis zorgt voor ondersteuning van het opgebloeide jeugdtheater in de regio en een investering in het makersklimaat. Het is in potentie een plek voor toptalent en (landelijke) topkwaliteit, iets waar het theaterklimaat in Nijmegen en regio zeer bij gebaat zou zijn. Met Theater Het Badhuis als logische thuisbasis, is de te verwachten spin-off en uitstraling van dit initiatief breder dan regio Nijmegen. Door gebruik te maken van bestaande expertise en faciliteiten, is sprake van slim ondernemerschap. Immers, met een beperkte gemeentelijke investering kan de alliantie vleugels krijgen en worden doorgebouwd op de solide basis die is gelegd in de Proeftuin Jeugdtheater en het Netwerk Jeugdpodiumkunsten.
Het jeugdproductiehuis wordt een ontwikkelplek waar makers in een vrije setting kunnen kennismaken met en onderzoek doen naar de doelgroep jeugd en jongeren. Al in 2024 kunnen maker(s) worden uitgenodigd om zich onder begeleiding van de kernpartners te ontwikkelen binnen de jeugdpodiumkunsten, met Theater Het Badhuis als uitvalsbasis. Idealiter wordt het resultaat door de drie kernpartners op verschillende momenten gepresenteerd voor een publiek dat bestaat uit de jeugdige doelgroep, relevante vakgenoten en overige belangstellenden. Essentieel is een stevige follow-up, waarvoor de kernpartners zorgdragen - indien van toepassing samen met collega-instellingen uit de regio. Op deze wijze wordt enerzijds de gewenste hechte band met de praktijk (inclusief bijbehorende follow-up en doorstroomkansen) behouden, anderzijds wordt de productiedruk weggenomen - wat essentieel is bij talentontwikkelingstrajecten. De talentontwikkelingstrajecten worden robuust en beslaan een substantiële periode met daarin ca. 4 maak-weken. Essentieel is het contact met de doelgroep en de ruimte om te experimenteren, inclusief vallen en opstaan. Indachtig het fameuze citaat van toneelschrijver Samuel Beckett: ‘Ever tried. Ever failed. No matter. Try again. Fail again. Fail better.’ Dankzij de kans om te falen is er kans van slagen en van ontwikkeling.
De kernpartners zijn samengebracht op basis van gedeelde ambities, energie en commitment. Wat betreft expertises zijn ze complementair: - Theatergroep De Horde: jeugdtheater ontwikkelen, educatie, kennis van de doelgroep, talentontwikkeling, landelijk makersnetwerk. - De Nieuw Oost/Theater aan de Rijn: talentontwikkeling, produceren en (context)programmering landelijk netwerk en ontwikkelingen. - Stadsschouwburg Nijmegen: cultureel netwerk, groot bereik, kennis publieksgroepen en regio Nijmegen, jeugdtheater programmeren, produceren (o.a. contextprogramma), educatie en scholen.
Pagina 15 van 17
Het tijdspad kan worden opgedeeld in: - Pilot-jaar 2024: waarin het eerste ontwikkeltraject wordt uitgevoerd en de alliantie, onder aanvoering van de kwartiermaker, verder bouwt aan een duurzaam jeugdproductiehuis. Onder meer middels het onderzoeken van een evenwichtige(r) financiering. - Periode 2025-2028 en verder: waarin programma’s worden opgezet om nieuwe makers en nieuwe publieken te ontwikkelen en waarin toegewerkt wordt naar borging in het landelijk bestel. Kortom, met dit initiatief kan worden gebouwd aan een landelijke functie als ‘fluïde’ productiehuis. Van betekenis voor de jeugdpodiumkunsten in Nijmegen, Groene Metropoolregio, Oost-Nederland, landelijk en waar mogelijk zelfs internationaal.
Pagina 16 van 17
Judith van der Velden Kunst + Zaken Oude Molenweg 92 6533 WL NIJMEGEN 06-24594749 judith.kunst.zaken@gmail.com
Pagina 17 van 17