Preview Definitief wijzigingsbesluit 'Omgevingsplan gemeente Nijmegen, wijziging 2025-02'(herstelbesluit)
Tekst van het document
DDD Artikel 22.289 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
44
Concept
(van 10-2-2026 9:15)
Artikel 22.289 Eisen aan tekeningen als bedoeld in artikel 22.288
Concept
[Vervallen] Tekeningen als bedoeld in artikel 22.288 hebben een schaal die niet kleiner is dan: a. 1:2000, als het gaat om een topografische kaart; b. 1:100, als het gaat om een funderingstekening of doorsnedetekening; en c. 1:50, als het gaat om een detailtekening. EEE Artikel 22.291 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.291 Omgevingsplanactiviteit: verplaatsen van een gemeentelijk monument voor zover het gaat om een monument 1.
Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 22.287, worden, voor zover het gaat om het gedeeltelijk of volledig verplaatsen van een monument, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van de technische staat van het monument of het onderdeel van het monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft; b. de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen verplaatsing: 1. overzichtsfoto’s van de bestaande situatie; 2. foto’s van de bestaande toestand; en 3. overzichtsfoto’s van de nieuwe locatie; c. de volgende tekeningen: 1. situatietekeningen van de bestaande en nieuwe situatie; 2. opnametekeningen van de bestaande toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden; iii. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; en 3. plantekeningen van de nieuwe toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden; iii. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; d. een bestek of werkomschrijving van de wijze van demonteren, van het verplaatsen naar de nieuwe locatie en de herbouw; en e. als de activiteit bestaat uit het verplaatsen van een molen; een rapport over de molenbiotoop van de bestaande en de nieuwe situatie.
2.
Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand van cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie, tuinhistorie of over de relatie van het monument tot zijn historische omgeving; b. als op de bestaande of op de nieuwe locatie sprake is van verstoring van de bodem: een rapport waarin de archeologische waarde van het terrein dat volgens de aanvraag door de activiteit zal worden verstoord in voldoende mate is vastgesteld [vervallen]; c. een onderbouwing van de beschrijving van de technische staat aan de hand van technische rapporten, met inbegrip van rapporten over bouwfysische, constructieve, materiaaltechnische of preventieve aspecten; d. aanvullende tekeningen van de bestaande en nieuwe toestand, met inbegrip van detailtekeningen; of e. een opgave van de bij de voorbereiding en het verrichten van de activiteit te hanteren uitvoeringsrichtlijnen.
FFF Artikel 22.292 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
45
Concept
(van 10-2-2026 9:15)
Concept
Artikel 22.292 Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument: wijzigen van een monument of monument door herstel ontsieren of in gevaar brengen 1.
Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 22.287, worden, voor zover het gaat om het wijzigen van een monument of het herstellen daarvan waardoor het kan worden ontsierd of in gevaar kan worden gebracht, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen activiteit: 1. overzichtsfoto’s van de bestaande situatie; en 2. detailfoto’s van de bestaande toestand, die een duidelijke indruk geven van het onderdeel van het monument waar de voorgenomen activiteit zal worden verricht; b. de volgende tekeningen: 1. een situatietekening van de bestaande situatie, en als de nieuwe situatie daarvan afwijkt: een situatietekening van de nieuwe situatie; 2. opnametekeningen van de bestaande toestand met voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden; iii. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; 3. als er gebreken worden hersteld: gebrekentekeningen; 4. plantekeningen van de nieuwe toestand en van de voorgenomen werkzaamheden, met inbegrip van de te vervangen of te veranderen onderdelen en de te verhelpen gebreken, met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden; iii. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; en 5. als sprake is van verwijdering van materiaal: slooptekeningen; en c.
een omschrijving van de aard en omvang van de activiteit in de vorm van een bestek of werkomschrijving, met: 1. de te gebruiken en de te vervangen materialen, de toe te passen constructies, afwerkingen en kleuren, en de wijze van uitvoering of verwerking; en 2. als sprake is van verwijdering van materiaal: de sloopmethode en de aard van en bestemming voor het vrijkomend materiaal.
2.
Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand van cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie of tuinhistorie; b. als sprake is van verstoring van de bodem: een rapport waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld [vervallen]; c. een beschrijving van de technische staat van het monument of het onderdeel van het monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft; d. een onderbouwing van de beschrijving van de technische staat aan de hand van technische rapporten, met inbegrip van rapporten over bouwfysische, constructieve, materiaaltechnische of preventieve aspecten; e. aanvullende tekeningen van de bestaande en nieuwe toestand, met inbegrip van detailtekeningen; f. voor zover er algemene kwaliteitsnormen of uitvoeringsrichtlijnen voor de instandhouding van monumenten op de activiteit van toepassing zijn: een opgave of de voorgenomen activiteit hierop is afgestemd; of g. als de activiteit een monument betreft dat een tuinaanleg, parkaanleg of andere groenaanleg is: een beheervisie.
GGG Artikel 22.296 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
46
Concept
(van 10-2-2026 9:15)
Concept
Artikel 22.296 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk in een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht 1.
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit in een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht wordt aannemelijk gemaakt dat op de locatie van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd.
2.
Zo nodig wordt een rapport verstrekt waarin de archeologische waarde van de bodem onder het te slopen bouwwerk in voldoende mate is vastgesteld. [vervallen]
HHH Artikel 22.302 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.302 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk in een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht 1.
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit in een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht wordt aannemelijk gemaakt dat op de locatie van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd.
2.
Zo nodig wordt een rapport verstrekt waarin de archeologische waarde van de bodem onder het te slopen bouwwerk in voldoende mate is vastgesteld. [vervallen]
III Artikel 22.303 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.303 Voorschriften over archeologische monumentenzorg [Vervallen] 1. Aan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of een werkzaamheid als bedoeld in artikel 22.284, eerste lid, die van invloed is op een archeologisch monument kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg in ieder geval voorschriften worden verbonden, die inhouden een plicht tot: a. het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in situ kunnen worden behouden; b. het verrichten van opgravingen als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet; c. het laten begeleiden van een activiteit die tot bodemverstoring leidt door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij die voorschriften te stellen kwalificaties; en d. het verrichten van een opgraving of een archeologische begeleiding op een bepaalde wijze, als die wijze in overeenstemming is met artikel 5.4, eerste en tweede lid, van de Erfgoedwet. 2.
47
Aan een omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit op of in een archeologisch monument in een beschermd stads- of dorpsgezicht kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg voorschriften over de wijze van slopen worden verbonden.
Concept
(van 10-2-2026 9:15)
JJJ Bijlage I wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Concept
Bijlage I Overzicht Informatieobjecten Archeologisch Rijksmonument
/join/id/regdata/gm0268/2025/44849203ac17444184629d0565a44394/nld@202602-03;12072111
Bebouwingscontour houtkap
/join/id/regdata/gm0268/2025/5edec514974d4c96b8da2a890e54812c/nld@202510-08;18215983
Beperkingengebied energie interferentiegebied
/join/id/regdata/gm0268/2024/b1bafb0db34d4c85bfa2bae7a388195a/nld@202504-17;09524121
Belemmeringengebied energie interferentiegebied
/join/id/regdata/gm0268/2024/b1bafb0db34d4c85bfa2bae7a388195a/nld@202602-03;12072111
bodem - deelgebied 1900 tot 1945
/join/id/regdata/gm0268/2024/1747a7d8383f48db8285bbfa3b9f240e/nld@2025-04-17;09524121
bodem - deelgebied 1945 tot 1965
/join/id/regdata/gm0268/2024/81a4b406c29d47b697398dd746e321f0/nld@202504-17;09524121
bodem - deelgebied 1965 tot heden
/join/id/regdata/gm0268/2024/49ff20e32c174eb9b796147d8126f537/nld@202504-17;09524121
bodem - deelgebied tot 1900
/join/id/regdata/gm0268/2024/b1b2610a884f4076bc44f86d4a9babf0/nld@202504-17;09524121
bodem - deelgebied Veur Lent
/join/id/regdata/gm0268/2025/734997aa87764f75bc523d1558a5a333/nld@202504-17;09524121
bodem - deelgebied Waalsprong
/join/id/regdata/gm0268/2024/a7ba285e4c424f22904611c37e7483ee/nld@202504-17;09524121
bodem - deelgebied Waalsprong kassen /join/id/regdata/gm0268/2024/057ed04dd242494590ecf1bd4c96027a/nld@202504-17;09524121 bodem - deelgebied Waalsprong ophoging
/join/id/regdata/gm0268/2024/ab21d17e2fb9402192624a2f772bc177/nld@202504-17;09524121
Bodembeheergebied
/join/id/regdata/gm0268/2024/34aad304581a426da7500084764fc022/nld@202504-17;09524121
Bodemkwaliteitsgebied - bestaande stad /join/id/regda1945 tot 1965 ta/gm0268/2024/2a395513054a41f282b341ae97cf3e38/nld@202510-08;18215983 Bodemkwaliteitsgebied - bestaande stad /join/id/regdatot 1945 ta/gm0268/2024/c79bb8d0bbab462c84d2408d700bede4/nld@2025-10-08;18215983 Bodemkwaliteitsgebied - bestaande stad /join/id/regdavanaf 1965 ta/gm0268/2024/ebd46ce99b5f45c782cf19847884458d/nld@202510-08;18215983
48
Concept
(van 10-2-2026 9:15)
Concept 49
Bodemkwaliteitsgebied - Veur Lent
/join/id/regdata/gm0268/2025/af5966d07921438fab4ff7c68b987240/nld@202504-17;09524121
Bodemkwaliteitsgebied - Waalsprong
/join/id/regdata/gm0268/2024/0a41e2797307477bae75521a31371dc5/nld@202510-08;18215983
Gebied met archeologische (verwachtings)waarden
/join/id/regdata/gm0268/2025/4539d71add434268bfb28a90b14ff072/nld@202602-03;12072111
Hoogte in meters ten opzichte van NAP
/join/id/regdata/gm0268/2025/cff32f3b4bc64355aa0bf2c93bd0b98f/nld@202510-08;18215983
Neder-Germaanse Limes: bufferzone aquaduct
/join/id/regdata/gm0268/2025/476c806b68824a84847fb1eb3e9a5d24/nld@202602-03;12072111
Reparatie Winkelsteeg - kwetsbaar of zeer kwetsbaar gebouw toevoegen
/join/id/regdata/gm0268/2025/58603ffd5ca543e4b6bedccd952942e5/nld@2026-02-03;12072111
Vrijgestelde verticale bouwdiepte in meters ten opzichte van NAP
/join/id/regdata/gm0268/2025/0861d187cbe64da9b2009889a6b9260e/nld@202602-03;12072111
Waardengebied archeologie - (zeer) grote /join/id/regdaarcheologische waarde ta/gm0268/2025/14d3313658634de3a1a8e9e5ba1e96d1/nld@202602-03;12072111 Waardengebied archeologie - hoge verwachtingswaarde
/join/id/regdata/gm0268/2025/af61869fb1854008afaa735af11fa0a0/nld@2026-02-03;12072111
Waardengebied archeologie - lage verwachtingswaarde
/join/id/regdata/gm0268/2025/fac89bafd4ff4591a55fca98055ce236/nld@202602-03;12072111
Waardengebied archeologie - maatwerk /join/id/regdata/gm0268/2025/cb069f7c63444ada9a9ba4cba34187a1/nld@202602-03;12072111 Waardengebied archeologie - maatwerk /join/id/regda2 ta/gm0268/2025/48181376867442029376de7161bbaf1e/nld@202602-03;12072111 Waardengebied archeologie middeleeuwse kern
/join/id/regdata/gm0268/2025/0e44f3a1b1764c8fbe73dca7c67cd9d3/nld@202602-03;12072111
Waardengebied archeologie middelhoge verwachtingswaarde
/join/id/regdata/gm0268/2025/9d83960a8ded405ab96cc4a54fa44435/nld@202602-03;12072111
Waardengebied archeologie uitzonderlijk universele of vastgestelde waarde
/join/id/regdata/gm0268/2025/c050a5bae89f424db2f97fd5d7ea798b/nld@202602-03;12072111
Waardengebied cultureel erfgoed molenbiotoop
/join/id/regdata/gm0268/2025/74553638bbc6462996e9f5cd8fea6bd6/nld@202510-08;18215983
Concept
(van 10-2-2026 9:15)
KKK Bijlage II wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Concept
Bijlage II Begripsbepalingen
50
Voor de toepassing van dit omgevingsplan wordt verstaan onder: aansluitafstand
afstand tussen een leiding van het distributienet en het deel van het bouwwerk dat zich het dichtst bij die leiding bevindt, gemeten langs de kortste lijn waarlangs een aansluiting zonder bezwaren kan worden gemaakt;
Activiteitenbesluit-bedrijventerrein
cluster aaneengesloten percelen met overwegend bedrijfsbestemmingen, binnen een in het omgevingsplan als bedrijventerrein aangewezen gebied, daaronder niet begrepen een gezoneerd industrieterrein of een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld;
AS SIKB 2000
AS SIKB 2000: Accreditatieschema Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodem- en waterbodemonderzoek, versie 2.8, 07-02-2014, met wijzigingsblad van 02-11-2021;
BRL SIKB 2000
BRL SIKB 2000: Beoordelingsrichtlijn 2000, Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek, versie 7.0, 07-03-2022;
BRL SIKB 7000
BRL SIKB 7000: Beoordelingsrichtlijn 7000, Uitvoering van graven in de bodem, saneren van de bodem, grondwatersanering en ingrepen in de waterbodem, versie 7.0, 0703-2022;
akoestische onderbouwing
een onderbouwing van de aanwezigheid van voldoende geluidswering voor contactgeluid en luchtgeluid gebaseerd op: a. een meting die voldoet aan NEN5077; b. een berekening conform NEN-EN 12354 deel 1, 2, 3, 4 en 6; of c. een bepaling op basis van de kengetallen zoals toegepast in softwarepakketten zoals DGMR Geluidwering gevels, Directivity of aantoonbaar gelijkwaardig. Daar waar bepalingen/metingen worden aangevuld met berekeningen, volgen de rekenregels uit NEN-EN 12354 deel 1, 2, 3, 4 en 6, artikel 6.6 van de Omgevingsregeling en bijlage IVh van de Omgevingsregeling. In afwijking van deze rekenregels is zowel een berekening in terts dan wel octaafbanden toegestaan waarbij de rekenresultaten gelden voor de octaafbanden van 63Hz tot 2 Khz dan wel de hierbinnen vallende tertsbanden. Berekeningen dienen voorzien te zijn van een onderbouwing op basis van tekeningen, fotomateriaal, (kern)boringen of gelijkwaardig.
archeologisch deskundige
een gemeentelijke (beleids)archeoloog of een andere door het College van Burgemeester en Wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van de archeologie.
archeologisch onderzoek
diverse vormen van onderzoek naar de archeologische waarden binnen een plangebied, uitgevoerd volgens de geldende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie.
archeologisch rapport
een verslag vervat in rapportvorm van een archeologisch onderzoek, op basis waarvan een conclusie kan worden getrokken over de aanwezigheid van archeologische waarden.
archeologische verwachtingswaarde
de kans op archeologische vondsten of informatie.
archeologische waarde
Onder archeologische waarden wordt verstaan:
Concept
(van 10-2-2026 9:15)
•
Concept
•
51
archeologische verwachtingswaarden vastgestelde archeologische waarden of resten
bebouwingsgebied
achtererfgebied en de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw;
bedrijfsgebouw
gebouw, of bouwkundig en functioneel te onderscheiden gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor het verrichten van bedrijfsactiviteiten die op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit op het perceel zijn toegestaan.
bodemgevoelige locatie
bodemgevoelige locatie zoals bedoeld in artikel 5.89h van het Besluit kwaliteit leefomgeving, alsmede een locatie waar als gevolg van het gebruik sprake is van een verhoogde kans op blootstelling aan de grond, waaronder verstaan: a. een speeltuin, speelplein of anderszins aangewezen locatie waar kinderen spelen; b. een volkstuinencomplex; c. een buurtmoestuin; en d. aangewezen locaties voor stadslandbouw.
concentratiegebied geurhinder en veehouderij
gebied I of gebied II, bedoeld in bijlage I bij de Meststoffenwet, of een in dit omgevingsplan aangewezen concentratiegebied;
distributienet voor warmte
collectief circulatiesysteem voor het transport van warmte door een circulerend medium voor verwarming of warmtapwater;
geurgevoelig object
a.
b.
gebouw: 1. dat op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; en; 2. dat gezien de aard, indeling en inrichting geschikt is om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; en 3. dat permanent of op een daarmee vergelijkbare wijze wordt gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; of geurgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is, maar op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebouwd;
gezoneerd industrieterrein
industrieterrein als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet;
ISO 11423-1
ISO 11423-1:1997: Water – Bepaling van het gehalte aan benzeen en enige afgeleiden – Deel 1: Gaschromatografische methode met bovenruimte, versie 1997;
groenproduct
organische producten, niet zijnde afvalstoffen, die worden gebruikt ter verbetering van de fysisch-chemische kwaliteit van grond. Voorbeelden zijn compost, gecomposteerd boomschors of veen. Dierlijke mest en zuiveringsslib vallen niet onder deze definitie.
hyperscale datacentrum
het exploiteren van een rekencentrum of datacentrum, als bedoeld in artikel 3.235 van het Besluit activiteiten
Concept
(van 10-2-2026 9:15)
Concept
leefomgeving, voor zover het gaat om een bebouwd vloeroppervlakte van meer dan 10 ha en een elektrisch aansluitvermogen van 70 MW of meer. Een hyperscale datacentrum omvat ook andere activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie en die het hyperscale datacentrum functioneel ondersteunen. NEN 5725
NEN 5725:2023: Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek;
Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie
de standaardnorm die door de beroepsgroep van archeologen wordt gehanteerd voor de uitvoering van archeologisch onderzoek.
landbouwhuisdieren met geuremissiefactor
landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling een emissiefactor voor geur is vastgesteld en die vallen binnen een van de volgende diercategorieën: a. varkens, kippen, schapen of geiten; en b. als deze worden gehouden voor de vleesproductie: 1. rundvee tot 24 maanden; 2. kalkoenen; 3. eenden; of 4. parelhoenders;
NEN 5740
NEN 5740:2023: Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, versie 2023;
landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor
landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling geen emissiefactor voor geur is vastgesteld, met uitzondering van pelsdieren.
NEN 6090
NEN 6090:2017: Bepaling van de vuurbelasting, versie 2017;
NEN 6578
NEN 6578:2011: Water – Potentiometrische bepaling van het totale gehalte aan totaal fluoride, versie 2011;
NEN 6589
NEN 6589:2005/C1:2010: Water – Potentiometrische bepaling van het gehalte aan totaal anorganisch fluoride met doorstroomsystemen (FIA en CFA), versie 2010;
NEN 6600-1
NEN 6600-1:2019: Water – Monsterneming – Deel 1: Afvalwater, versie 2019;
NEN 6965
NEN 6965:2005: Milieu – Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten – Atomaire-absorptiespectrometrie met vlamtechniek, versie 2005;
NEN 5725
NEN 5725:2023: Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek;
NEN 5740
NEN 5740:2023: Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, versie 2023;
oorspronkelijk hoofdgebouw
het hoofdgebouw zoals dat ten tijde van de afronding van de bouwwerkzaamheden, overeenkomstig de voor het hoofdgebouw verleende vergunning, is opgeleverd.
straatpeil
a.
b.
NEN 6966
52
Concept
voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;
NEN 6966:2006: Milieu – Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten – Atomaire emis-
(van 10-2-2026 9:15)
Concept
siespectrometrie met inductief gekoppeld plasma, versie 2005 + C1:2006;
53
Traject 1
de visueel verontreinigde geroerde bovengrond.
NEN-EN 858-1/A1
NEN-EN 858-1:2002/A1:2004: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) – Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2002 + A1: 2004;
Traject 2
de visueel schone ongeroerde ondergrond.
NEN-EN 858-2
NEN-EN 858-2:2003: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) – Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2003;
verdachte bodemlocatie
een locatie die verdacht is op het aantreffen van bodemverontreinigingen, zoals opgenomen en begrensd in het register met verdachte bodemlocaties als bedoeld in artikel 3.122.26, of een locatie die verdacht is op grond van een vooronderzoek conform NEN 5725.
NEN-EN 872
NEN-EN 872:2005: Water – Bepaling van het gehalte aan onopgeloste stoffen – Methode door filtratie over glasvezelfilters, versie 2005;
warmteplan
besluit over de aanleg van een distributienet voor warmte in een bepaald gebied, waarin voor een periode van ten hoogste 10 jaar, uitgaande van het voor die periode geplande aantal aansluitingen op dat distributienet, de mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu, gebaseerd op de energiezuinigheid van dat distributienet en het opwekkingsrendement van de over dat distributienet getransporteerde warmte, bij aansluiting op dat distributienet is opgenomen.
NEN-EN 1825-1
NEN-EN 1825-1:2004: Vetafscheiders en slibvangputten – Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2004 + C1:2006;
woonruimte
besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden, met inbegrip van een standplaats voor een woonwagen en de ligplaats voor een woonschip
NEN-EN 1825-2
NEN-EN 1825-2:2002: Vetafscheiders en slibvangputten – Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2002;
NEN-EN 12566-1
NEN-EN 12566-1:2016: Kleine afvalwaterzuiveringsinstallaties ≤ 50 IE – Deel 1: Geprefabriceerde septictanks, versie 2016;
NEN-EN 12673
NEN-EN 12673:1999: Water – Gaschromatografische bepaling van een aantal geselecteerde chloorfenolen in water, versie 1999;
NEN-EN 16693
NEN-EN 16693:2015: Water – Bepaling van de organochloor pesticiden (OCP) in watermonsters met behulp van vaste fase extractie (SPE) met SPE-disks gecombineerd met gaschromatografie-massaspectrometrie (GCMS), versie 2015;
NEN-EN-ISO 2813
NEN-EN-ISO 2813:2014: Verven en vernissen – Bepaling van de glans (spiegelende reflectie) van niet-metallieke verflagen onder 20 graden, 60 graden en 85 graden, versie 2014;
NEN-EN-ISO 5667-3
NEN-EN-ISO 5667-3:2018: Water – Monsterneming – Deel 3: Conservering en behandeling van watermonsters, versie 2018;
Concept
(van 10-2-2026 9:15)
Concept 54
NEN-EN-ISO 5815-1
NEN-EN-ISO 5815-1:2019: Water – Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) – Deel 1: Verdunning en enting onder toevoeging van allylthioureum, versie 2019;
NEN-EN-ISO 5815-2
NEN-EN-ISO 5815-2:2003: Water – Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) – Deel 2: Methode voor onverdunde monsters, versie 2003;.
NEN-EN-ISO 9377-2
NEN-EN-ISO 9377-2:2000: Water – Bepaling van de minerale-olie-index – Deel 2: Methode met vloeistofextractie en gas-chromatografie, versie 2000;
NEN-EN-ISO 9562
NEN-EN-ISO 9562:2004: Water – Bepaling van adsorbeerbare organisch gebonden halogenen (AOX), versie 2004;
NEN-EN-ISO 10301
NEN-EN-ISO 10301:1997: Water – Bepaling van zeer vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen – Gaschromatografische methoden, versie 1997;
NEN-EN-ISO 10523
NEN-EN-ISO 10523:2012: Water – Bepaling van de pH, versie 2012;
NEN-EN-ISO 11885
NEN-EN-ISO 11885:2009: Water – Bepaling van geselecteerde elementen met atomaire-emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES), versie 2009;
NEN-EN-ISO 12846
NEN-EN-ISO 12846:2012: Water – Bepaling van kwik – Methode met atomaire-absorptiespectrometrie met en zonder concentratie, versie 2012;
NEN-EN-ISO 14403-1
NEN-EN-ISO 14403-1:2012: Water – Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) – Deel 1: Methode met doorstroominjectie analyse (FIA), versie 2012;
NEN-EN-ISO 14403-2
NEN-EN-ISO 14403-2:2012: Water – Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) – Deel 2: Methode met continu doorstroomanalyse (CFA), versie 2012;
NEN-EN-ISO 15587-1
NEN-EN-ISO 15587-1:2002: Water – Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water – Deel 1: Koningswater ontsluiting, versie 2002;
NEN-EN-ISO 15587-2
NEN-EN-ISO 15587-2:2002: Water – Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water – Deel 2: Ontsluiting met salpeterzuur, versie 2002;
NEN-EN-ISO 15680
NEN-EN-ISO 15680:2003: Water – Gaschromatografische bepaling van een aantal monocyclische aromatische koolwaterstoffen, naftaleen en verscheidene gechloreerde verbindingen met «purge-and-trap» en thermische desorptie, versie 2003;
NEN-EN-ISO 15682
NEN-EN-ISO 15682:2001: Water – Bepaling van het gehalte aan chloride met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en fotometrische of potentiometrische detectie, versie 2001;
NEN-EN-ISO 15913
NEN-EN-ISO 15913:2003: Water – Bepaling van geselecteerde fenoxyalkaanherbicide, inclusief bentazonen en hydroxybenzonitrillen met gaschromatografie en massaspectrometrie na vastefase-extractie en derivatisering, versie 2003;
NEN-EN-ISO 17294-2
NEN-EN-ISO 17294-2:2016: Water – Toepassing van massaspectrometrie met inductief gekoppeld plasma – Deel 2: Bepaling van geselecteerde elementen inclusief uranium isotopen, versie 2016;
Concept
(van 10-2-2026 9:15)
Concept 55
NEN-EN-ISO 17852
NEN-EN-ISO 17852:2008: Water – Bepaling van kwik – Methode met atomaire fluorecentiespectometrie, versie 2008;
NEN-EN-ISO 17993
NEN-EN-ISO 17993:2004: Water – Bepaling van 15 polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) in water met HPLC met fluorescentiedetectie na vloeistof-vloeistof extractie, versie 2004;
NEN-ISO 15705
NEN-ISO 15705:2003: Water – Bepaling van het chemisch zuurstofverbruik (ST-COD) – Kleinschalige gesloten buis methode, versie 2003;
NEN-ISO 15923-1
NEN-ISO 15923-1:2013: Waterkwaliteit – Bepaling van de ionen met een discreet analysesysteem en spectrofotometrische detectie – Deel 1: Ammonium, chloride, nitraat, nitriet, ortho-fosfaat, silicaat en sulfaat, versie 2013;
Concept
(van 10-2-2026 9:15)
LLL Na bijlage II wordt een bijlage ingevoegd, luidende:
Concept
Bijlage III Meet- en rekenbepalingen
56
onderlinge afstand tussen (evenwijdige) de afstand tussen (evenwijdige) rijen funderingspalen rijen funderingspalen wordt gemeten van de buitenzijde van de ene funderingspaal tot de buitenzijde van de andere funderingspaal.
Concept
(van 10-2-2026 9:15)
MMM Bijlage III wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Concept
Bijlage III Meet- en rekenbepalingen [Gereserveerd] [Vervallen] NNN De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
6.1.3.2 Hoe dit omgevingsplan zich verhoudt tot het VNG-casco De gemeente Nijmegen heeft het VNG-casco als vertrekpunt gehanteerd, maar heeft gaandeweg wel eigen keuzes gemaakt. Hoofdstuk 32 'Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving' functioneert nog steeds als een richtingaanwijzer voor de professionele gebruiker. Per functie, gebied of thema is aangegeven welke regelpakketjes (paragrafen) relevant zijn. De systematiek van het VNG-casco - waarbij een regelpakketje in hoofdstuk 32 geactiveerd móét worden - is echter niet toegepast. In hoofdstuk 32 van dit omgevingsplan worden er dus geen activiteiten in- of uitgesloten, wel worden er o.a. functies en gebieden aangewezen. Dit zijn zogenaamde gebiedsaanwijzingen. Op basis van deze gebiedsaanwijzingen worden (gebruiks)activiteiten in- en uitgesloten. Dit gebeurt echter niet in hoofdstuk 32, maar in hoofdstuk 4 en verder. Als gevolg van deze keuze wordt hoofdstuk 32 minder belangrijk, maar houden we de functionaliteit als richtingaanwijzer wel overeind. Het is een handvat voor de professionele gebruiker om te achterhalen welke regels er in een gebied of voor een specifiek thema gelden. Daarbij kan gezocht worden op de functie van een locatie (afdeling 3.12.1), een gebied (afdeling 3.22.2) of op een thema (afdeling 3.32.3).
Afhankelijk van de regels waarnaar de professionele gebruiker op zoek is, kan een keuze gemaakt worden tussen de verschillende ingangen. De verwijzingen in hoofdstuk 32 naar de regelpakketjes in de daarop volgende hoofdstukken (4 tot en met 9) is zo veel mogelijk uitputtend. Of een regelpakket van toepassing is op een locatie wordt echter niet bepaald in hoofdstuk 32, maar in het betreffende regelpakketje zelf. In het VNG-casco zijn alle inhoudelijke regels voor activiteiten opgenomen in één hoofdstuk. Dit is een vergaarbak aan activiteiten, waarbij voor elke op zichzelf staande activiteit een paragraaf is opgenomen. Als professionele gebruiker raak je daardoor al snel verstrikt in een veelheid aan regelpakketjes. Nijmegen heeft getracht de systematiek om alle regels voor een specifieke activiteit te bundelen in één paragraaf door te trekken, maar heeft wel de keuze gemaakt om hoofdstuk 6 (Activiteiten) op te knippen in meerdere hoofdstukken. De achterliggende gedachte daarbij is dat de regels voor activiteiten gegroepeerd worden naar het type activiteit en daardoor ook beter te beheren zijn.
In Nijmegen onderscheiden we: • beschermen van gevoelige functies (hoofdstuk 4); • beschermen van erfgoed (hoofdstuk 5); • gebruiksactiviteiten (hoofdstuk 6); • bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten (hoofdstuk 7); • milieubelastende activiteiten (hoofdstuk 8); en • overige activiteiten (hoofdstuk 9).
De naamgeving van de hoofdstukken komt overeen met de naamgeving van de bovenliggende activiteiten in de functionele structuur in de Registratie Toepasbare Regels. Op deze wijze is getracht meer structuur aan te brengen in de hoeveelheid activiteiten die dit omgevingsplan herbergt. In dit omgevingsplan zijn de regels voor een activiteit (zoveel mogelijk) opgenomen in één paragraaf. Daarmee passen we de door de VNG bedachte structuur - waarbij de regels voor een activiteit altijd in een aparte paragraaf worden opgenomen - strikt toe. Dit heeft als voordeel dat er (indien nodig) gemakkelijk geschoven kan worden met paragrafen binnen de structuur van het omgevingsplan en er eenvoudig hoofdstukken kunnen worden toegevoegd. In de basis zijn de regels in de hoofstukken 4 tot en met 9 als volgt opgebouwd:
•
57
Regeling 'Omgevingsplan gemeente Nijmegen' = tophaakactiviteit
Concept
(van 10-2-2026 9:15)
•
Hoofdstuk X = tussenliggende activiteit (zoals 'milieubelastende activiteiten') • Afdeling X.1 = tussenliggende activiteit (zoals 'bodembeheeractiviteiten') • Paragraaf X.1.1 = activiteit (zoals 'Bodem saneren')
OOO
Concept
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 1.6 Voorrangsbepaling: regels in het nieuwe deel gaan voor regels in het tijdelijke deel Dit artikel bevat een voorrangsbepaling. De gemeente Nijmegen kiest ervoor om de ruimtelijke regels uit het tijdelijke omgevingsplan 'activiteitgericht' te verhuizen naar het nieuwe deel van het omgevingsplan. Bij het activiteitgericht verhuizen houden we de ruimtelijke regels in het tijdelijk deel voorlopig in stand. Met een voorrangsbepaling regelen we dat de regels in het nieuwe deel voor gaan op de ruimtelijke regels in het tijdelijke deel. Zodra we alle ruimtelijke regels hebben verplaatst naar het nieuwe deel, verwijderen we de onderliggende bestemmingsplannen en beheersverordeningen gelijktijdig uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Met dit artikel is geregeld dat de regels in hoofdstuk 32 tot en met hoofdstuk 7 voorrang hebben op regels in het tijdelijke deel (voormalige bestemmingsplannen en beheersverordeningen). PPP Na sectie ' Voorrangsbepaling: regels in het nieuwe deel gaan voor regels in het tijdelijke deel' worden twaalf secties ingevoegd, luidende:
Artikel 2.3 Aanwijzing In dit artikel wordt een waardengebied aangewezen. Dit is een zogenaamde gebiedsaanwijzing. Een gebiedsaanwijzing maakt het mogelijk een gebied te benoemen, te begrenzen en van een typering te voorzien. Het is gedefinieerd als 'een door regels of beleid aangewezen gebied'. Met de gebiedsaanwijzing 'Waardengebied archeologie - lage verwachtingswaarde' zijn gebieden met een lage archeologische verwachtingswaarde aangewezen. Deze gebieden zijn gebaseerd op de Archeologische beleidskaart van de gemeente Nijmegen.
Artikel 2.4 Regels voor activiteiten in een gebied met een lage archeologische verwachtingswaarde Dit artikel is bedoeld als richtingaanwijzer en bevat geen inhoudelijke regels waaraan voldaan moet worden. Het artikel bevat slechts een verwijzing naar de relevante paragraaf in dit omgevingsplan, waarin de inhoudelijke regels voor activiteiten een gebied met archeologische (verwachtings)waarden zijn opgenomen.
Artikel 2.5 Aanwijzing In dit artikel wordt een waardengebied aangewezen. Dit is een zogenaamde gebiedsaanwijzing. Een gebiedsaanwijzing maakt het mogelijk een gebied te benoemen, te begrenzen en van een typering te voorzien. Het is gedefinieerd als 'een door regels of beleid aangewezen gebied'. Met de gebiedsaanwijzing 'Waardengebied archeologie - middelhoge verwachtingswaarde' zijn gebieden met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde aangewezen. Deze gebieden zijn gebaseerd op de Archeologische beleidskaart van de gemeente Nijmegen.
Artikel 2.6 Regels voor activiteiten in een gebied met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde Dit artikel is bedoeld als richtingaanwijzer en bevat geen inhoudelijke regels waaraan voldaan moet worden. Het artikel bevat slechts een verwijzing naar de relevante paragraaf in dit omgevingsplan, waarin de inhoudelijke regels voor activiteiten een gebied met archeologische (verwachtings)waarden zijn opgenomen.
58
Concept
(van 10-2-2026 9:15)
Concept
Artikel 2.7 Aanwijzing In dit artikel wordt een waardengebied aangewezen. Dit is een zogenaamde gebiedsaanwijzing. Een gebiedsaanwijzing maakt het mogelijk een gebied te benoemen, te begrenzen en van een typering te voorzien. Het is gedefinieerd als 'een door regels of beleid aangewezen gebied'. Met de gebiedsaanwijzing 'Waardengebied archeologie - hoge verwachtingswaarde' zijn gebieden met een hoge archeologische verwachtingswaarde aangewezen. Deze gebieden zijn gebaseerd op de Archeologische beleidskaart van de gemeente Nijmegen.
Artikel 2.8 Regels voor activiteiten in een gebied met een hoge archeologische verwachtingswaarde Dit artikel is bedoeld als richtingaanwijzer en bevat geen inhoudelijke regels waaraan voldaan moet worden. Het artikel bevat slechts een verwijzing naar de relevante paragraaf in dit omgevingsplan, waarin de inhoudelijke regels voor activiteiten een gebied met archeologische (verwachtings)waarden zijn opgenomen.
Artikel 2.9 Aanwijzing In dit artikel wordt een waardengebied aangewezen. Dit is een zogenaamde gebiedsaanwijzing. Een gebiedsaanwijzing maakt het mogelijk een gebied te benoemen, te begrenzen en van een typering te voorzien. Het is gedefinieerd als 'een door regels of beleid aangewezen gebied'. Met de gebiedsaanwijzing 'Waardengebied archeologie - (zeer) grote archeologische waarde' zijn gebieden met een (zeer) grote archeologische waarde aangewezen. Onderdeel van dit waardengebied is onder meer de bufferzone van het UNESCO-werelderfgoedgebied 'Neder Germaanse Limes'. De bufferzone is een zone rondom de kernzone van het aangewezen Werelderfgoedgebied. Deze zone kent een verhoogde verwachting voor archeologische resten, maar is tot op heden nog niet gewaardeerd. Het 'Waardengebied archeologie - (zeer) grote archeologische waarde' bevat ook alle AMK-terreinen en gemeentelijke archeologische terreinen. Dit zijn terreinen waarvan de archeologische waarden reeds tot op zekere hoogte bekend zijn. Dit zijn enerzijds terreinen die door Rijk en Provincie zijn aangemerkt als belangrijke archeologische terreinen waarvan is vastgesteld dat er archeologische sporen en/of vondsten aanwezig zijn. Ze staan vermeld op de Archeologische Monumenten Kaart (AMK). Nijmegen telt een flink aantal AMK-terreinen.
In omschrijvingen variëren deze terreinen van een terrein met archeologische waarde tot en met een terrein met zeer hoge archeologische waarde. Gegeven de aanwezige archeologische sporen en/of vondsten op deze terreinen dienen ook deze terreinen goed beschermd te worden. Dit geldt ook voor de gemeentelijke terreinen waarvan de hoge archeologische verwachting reeds is aangetoond maar die nog niet volledig zijn gewaardeerd.
Artikel 2.10 Regels voor activiteiten in een gebied met een (zeer) grote archeologische waarde Dit artikel is bedoeld als richtingaanwijzer en bevat geen inhoudelijke regels waaraan voldaan moet worden. Het artikel bevat slechts een verwijzing naar de relevante paragraaf in dit omgevingsplan, waarin de inhoudelijke regels voor activiteiten een gebied met archeologische (verwachtings)waarden zijn opgenomen.
Artikel 2.11 Aanwijzing In dit artikel wordt een waardengebied aangewezen. Dit is een zogenaamde gebiedsaanwijzing. Een gebiedsaanwijzing maakt het mogelijk een gebied te benoemen, te begrenzen en van een typering te voorzien. Het is gedefinieerd als 'een door regels of beleid aangewezen gebied'. Met de gebiedsaanwijzing 'Waardengebied archeologie - uitzonderlijk universele waarde' zijn de gebieden met een vastgestelde archeologische waarde en de kernzone van het UNESCO-werelderfgoed 'Neder Germaanse Limes' opgenomen. De gebieden met een vastgestelde archeologische waarde bevatten locaties waarvan is aangetoond dat er een waardevolle en behoudenswaardige vindplaats aanwezig is. Waar mogelijk worden deze vindplaatsen in situ (zijnde ter plaatse van aantreffen, in de bodem) behouden.
59
Concept
(van 10-2-2026 9:15)
Concept
Gebieden die de status hebben van UNESCO-werelderfgoed, maar niet zijn aangewezen als archeologisch Rijksmonument, maken onderdeel uit van het 'Waardengebied archeologie - uitzonderlijk universele waarde'.
Artikel 2.12 Regels voor activiteiten in een gebied met een uitzonderlijk universele of vastgestelde archeologische waarde Dit artikel is bedoeld als richtingaanwijzer en bevat geen inhoudelijke regels waaraan voldaan moet worden. Het artikel bevat slechts een verwijzing naar de relevante paragraaf in dit omgevingsplan, waarin de inhoudelijke regels voor activiteiten een gebied met archeologische (verwachtings)waarden zijn opgenomen.
Artikel 2.13 Aanwijzing In dit artikel wordt een waardengebied aangewezen. Dit is een zogenaamde gebiedsaanwijzing. Een gebiedsaanwijzing maakt het mogelijk een gebied te benoemen, te begrenzen en van een typering te voorzien. Het is gedefinieerd als 'een door regels of beleid aangewezen gebied'. Met de gebiedsaanwijzing 'Waardengebied archeologie - uitzonderlijk universele waarde' zijn de gebieden met een vastgestelde archeologische waarde en de kernzone van het UNESCO-werelderfgoed 'Neder Germaanse Limes' opgenomen. De gebieden met een vastgestelde archeologische waarde bevatten locaties waarvan is aangetoond dat er een waardevolle en behoudenswaardige vindplaats aanwezig is. Waar mogelijk worden deze vindplaatsen in situ (zijnde ter plaatse van aantreffen, in de bodem) behouden. Gebieden die de status hebben van UNESCO-werelderfgoed, maar niet zijn aangewezen als archeologisch Rijksmonument, maken onderdeel uit van het 'Waardengebied archeologie - uitzonderlijk universele waarde'.
Artikel 2.14 Regels voor activiteiten in een gebied met maatwerk Dit artikel is bedoeld als richtingaanwijzer en bevat geen inhoudelijke regels waaraan voldaan moet worden. Het artikel bevat slechts een verwijzing naar de relevante paragraaf in dit omgevingsplan, waarin de inhoudelijke regels voor activiteiten een gebied met archeologische (verwachtings)waarden zijn opgenomen. QQQ Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 3.12.15 Aanwijzing RRR Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 3.22.16 Regels voor activiteiten in een molenbiotoop SSS Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 3.32.17 Aanwijzing TTT
60
Concept
(van 10-2-2026 9:15)
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 3.42.18 Doelen
Concept
UUU Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 3.52.19 Regels voor interferentiegebieden VVV Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 3.72.21 Aanwijzing WWW Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 3.82.22 Doelen XXX Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 3.92.23 Bodemfunctieklasse YYY Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 3.102.24 Regels voor het beschermen van de fysieke leefomgeving ZZZ Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 3.112.25 Regels voor het beschermen van het milieu AAAA Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 3.122.26 Register van verdachte bodemlocaties BBBB Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
61
Concept
(van 10-2-2026 9:15)
Artikel 3.132.27 Aanwijzing CCCC
Concept
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 3.142.28 Aanwijzing DDDD Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 3.152.29 Aanwijzing EEEE Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 3.162.30 Aanwijzing FFFF Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 3.172.31 Aanwijzing GGGG Na sectie ' Aanwijzing' worden twee secties ingevoegd, luidende:
Artikel 2.32 Aanwijzing archeologisch Rijksmonument In dit artikel worden archeologisch Rijksmonumenten aangewezen door middel van een gebiedsaanwijzing. Een gebiedsaanwijzing maakt het mogelijk een gebied te benoemen, te begrenzen en van een typering te voorzien. Het is gedefinieerd als 'een door regels of beleid aangewezen gebied'.
Artikel 2.33 Schakelbepaling voor archeologische Rijksmonumenten Dit artikel dient als richtingaanwijzer. In dit artikel is een verwijzing opgenomen naar de regels voor een rijksmonumentenactiviteit. Deze regels zijn niet opgenomen in dit omgevingsplan, maar zijn op Rijksniveau geregeld in afdeling 5.1 van de Omgevingswet. Deze afdeling bevat onder meer een vergunningplicht voor het verrichten van een rijksmonumentenactiviteit. HHHH Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 4.12 Voorschriften bij omgevingsvergunning: bodemgevoelig gebouw bouwen, bodemgevoelige locatie toevoegen of bouwactiviteit (omgevingsplan) IIII
62
Concept
(van 10-2-2026 9:15)
Na sectie ' Algemeen toepassingsbereik' worden twaalf secties ingevoegd, luidende:
Concept
Artikel 5.2 Toepassingsbereik Dit artikel bevat het toepassingsbereik. Het toepassingsbereik geeft aan voor welke activiteiten de regels in deze paragraaf gelden. In het eerste lid is bepaald dat paragraaf 5.2.1 van toepassing is op activiteiten in een gebied met archeologische (verwachtings)waarden. Het betreft hier activiteiten die het bodemarchief kunnen verstoren en daarmee eventueel aanwezige archeologische waarden kunnen beschadigen. Onder bodemverstorende activiteiten wordt verstaan: • het graven in de land- of waterbodem, waaronder begrepen het afgraven en egaliseren van gronden, alsmede het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren, het aanleggen van drainage en het verwijderen van bestaande funderingen; • het indrijven van voorwerpen, waaronder begrepen heiwerkzaamheden, het slaan van damwanden, het aanbrengen van peilbuizen, ploffen en op andere wijzen indrijven van voorwerpen in de bodem. Ploffen betreft een nieuwe techniek om de bodem te verrijken met zuurstof en voedselrijke grond; • het ophogen van de land- of waterbodem, waaronder begrepen het egaliseren of anderszins wijzigen van het maaiveld; • het toevoegen van oppervlakteverharding, waaronder mede begrepen het anderszins afdekken van de (water)bodem.
Het aanleggen van oppervlakteverharding of het afdekken van de (water)bodem leidt niet altijd tot een rechtstreekse verstoring van het bodemarchief, maar kan er wel voor zorgen dat de bodem plaatselijk droger of juist natter wordt (door afstromend hemelwater). Dit kan eventueel aanwezige archeologische waarden in de bodem aantasten. Verder kan het afdekken van de bodem leiden tot verkleuring van de bodem. Deze verkleuring ontstaat doordat water onder de afdekking niet kan verdampen waardoor kleibodem een egaal blauwe kleur krijgt en archeologische grondsporen niet meer te herkennen zijn. Onder toevoegen wordt verstaan de som van de nieuwe en bestaande oppervlakte aan verharding. • het verlagen van de grondwaterstand; • het rooien van een diepwortelende plant of boom; en • het bewerken van de landbodem, waaronder begrepen het woelen, mengen, diepploegen en ontginnen van gronden.
In het tweede lid is bepaald dat de regels in deze paragraaf uitsluitend van toepassing zijn in gebieden met een archeologische (verwachtings)waarde. Deze gebieden zijn geometrisch begrensd met de locatie 'Gebied met archeologische (verwachtings)waarden'.
Artikel 5.3 Oogmerken Dit artikel somt op met welke oogmerken de regels in deze paragraaf zijn gesteld. De wet kent een aantal maatschappelijke doelen, waaronder het beschermen van cultureel erfgoed. De oogmerken in deze paragraaf zijn een concretisering van dit doel voor zover het gaat om bouw- en aanlegactiviteiten in een gebied met archeologische (verwachtings)waarden.
Artikel 5.4 Binnenplanse omgevingsvergunning: activiteit in een gebied met archeologische (verwachtings)waarden Dit artikel bevat een vergunningplicht voor activiteiten binnen een gebied met archeologische (verwachtings)waarden. Het gaat daarbij om alle activiteiten die het bodemarchief (kunnen) verstoren en daarmee eventueel aanwezige archeologische waarden kunnen beschadigen.
Artikel 5.5 Meldplicht: activiteit in een gebied met een vrijgestelde verticale bouwdiepte Dit artikel bevat een meldplicht voor activiteiten in ontwikkelgebieden waar de bodem tot een bepaalde bouwdiepte is vrijgegeven op basis van eerder uitgevoerd archeologisch onderzoek. Deze vrijgestelde bouwdiepte is weergegeven met de omgevingsnorm 'Vrijgestelde verticale bouwdiepte in meters ten opzichte van NAP'. Indien bij het uitvoeren van de activiteit als bedoeld in artikel 5.2, eerste lid de vrijgestelde verticale bouwdiepte niet wordt overschreden, is een omgevingsvergunning niet nodig en kan volstaan worden met een melding voorafgaand aan de start van de activiteit(en).
63
Concept
(van 10-2-2026 9:15)
Concept
De vrijgestelde verticale bouwdiepte is gerelateerd aan het NAP. Voor activiteiten die de vrijgestelde verticale bouwdiepte overschrijden is de vergunningplicht in artikel 5.4 gewoon van toepassing. Voor Waalfront geldt een uitzondering. In het tweede lid is immers bepaald dat op de locatie 'Waardengebied archeologie - maatwerk 2' (Waalfront) de vrijgestelde verticale bouwdiepte mag worden overschreden ten behoeve van funderingswerken, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: • de verstoring van de bodem niet meer bedraagt dan 2,5% van de oppervlakte van het terrein waarop de melding betrekking heeft; • de funderingspalen in evenwijdige rijen worden gesitueerd; en • de onderlinge afstand tussen de (evenwijdige) rijen funderingspalen niet minder dan 5 meter bedraagt, waarbij wordt gerekend van de buitenzijde van de ene funderingspaal tot de buitenzijde van de andere funderingspaal. Regelkwalificaties op maatwerklocaties
Voorwaarden meldplicht
Binnen een (evenwijdige) rij dient het aantal funderingspalen, met het oog op het beschermen en (in situ) behouden van archeologische waarden, zo veel als mogelijk beperkt te worden. Bij voorkeur dient binnen een rij ook een afstand van 5 meter tussen de funderingspalen (rand tot rand) gehanteerd te worden. Waar dit niet mogelijk is, kunnen de funderingspalen op kortere afstand van elkaar worden geplaatst. Dit dient echter zo veel als mogelijk is beperkt te worden. Dit betreft een inspanningsverplichting. De verstoring van de bodem mag niet meer bedragen dan 2,5% van de oppervlakte van het terrein waarop de melding betrekking heeft. Indien voor funderingswerken niet kan worden voldaan aan de hiervoor beschreven voorwaarden kan de activiteit alsnog worden toegelaten met een omgevingsvergunning. Bij de aanvraag van de
64
Concept
(van 10-2-2026 9:15)
omgevingsvergunning zal dan beoordeeld worden of de aanwezige archeologische waarden in de bodem niet onevenredig geschaad worden. Indien de funderingswerken niet tot een onevenredige aantasting leiden, kan de omgevingsvergunning verleend worden.
Concept
In het derde en vierde lid is aangegeven welke gegevens en bescheiden een melding moet bevatten.
Artikel 5.6 Uitzondering op vergunningplicht: algemene vrijstellingen Dit artikel bevat diverse uitzonderingen op de vergunningplicht als bedoeld in artikel 5.4. In het eerste lid is bepaald dat voor activiteiten die niet dieper reiken dan 30 centimeter onder het maaiveld of de waterbodem geen omgevingsvergunning nodig is. Onderkeldering is een activiteit die plaatsvindt onder het maaiveld. In het tweede lid is een uitzondering opgenomen voor het ophogen van het maaiveld met een hoogte kleiner of gelijk aan 1,0 meter. De bepalingen in het eerste en tweede lid betreffen algemene vrijstellingen die in principe overal in de gemeente van toepassing zijn. Een uitzondering hierop vormen de gebieden met uitzonderlijk universele waarden. Deze zijn op grond van artikel 5.7 uitgezonderd. In het derde lid is bepaald dat wanneer de uitzonderingen in het eerste of tweede lid niet kunnen worden toegepast (bijvoorbeeld omdat de graafwerkzaamheden geheel of gedeeltelijk dieper reiken dan 30 centimeter), het vierde lid van toepassing is. Het vierde lid bevat een uitzondering voor activiteiten met een bepaalde omvang. Deze omvang is afhankelijk van de archeologische verwachtingswaarde (hoe hoger de verwachtingswaarde, hoe kleiner de vrijgestelde oppervlakte).
Bij het bepalen van de gezamenlijke oppervlakte als bedoeld in het vierde lid worden bestaande bouwwerken meegerekend, met uitzondering van het oorspronkelijk hoofdgebouw. Naast de voornoemde algemene uitzonderingen, gelden er nog een aantal uitzonderingen voor specifieke activiteiten. In het vijfde lid is een uitzondering opgenomen voor het bouwen van een bouwwerk op minder dan 3 meter uit de fundering van een bestaand gebouw. Het vijfde lid is is niet van toepassing in gebieden met een uitzonderlijke universele waarde. Op grond van artikel 5.8 is het vijfde lid ook niet van toepassing in gebieden die zijn aangewezen als 'Middeleeuwse kern'. In het zesde lid is een uitzondering opgenomen voor activiteiten die plaatsvinden in het kader van normaal onderhoud en beheer, krachtens een verleende omgevingsvergunning of in het kader van archeologisch onderzoek. Wat verstaan wordt normaal onderhoud en beheer is afgebakend in het betreffende lid. Het zevende lid bevat een uitzondering voor activiteiten met een oppervlakte kleiner of gelijk aan 4m2. Deze uitzondering is uitsluitend van toepassing op activiteiten die plaatsvinden op de locatie 'Waardengebied archeologie - maatwerk 2'.
Artikel 5.7 Inperking uitzondering in gebieden met uitzonderlijke universele of vastgestelde archeologische waarde Dit artikel bevat een inperking van de uitzonderingen in artikel 5.6 eerste tot en met het vijfde lid. Deze inperking geldt voor alle gebieden die zijn aangewezen als 'Waardengebied archeologie - uitzonderlijk universele waarde'. Dit zijn gebieden met UNESCO-Werelderfgoedstatus die niet als Rijksmonument zijn aangewezen, alsmede gebieden met een vastgestelde archeologische waarde.
Artikel 5.8 Inperking uitzondering in Middeleeuwse kern In artikel 5.6 vijfde lid is een uitzondering op de vergunningplicht opgenomen indien een bouwwerk niet meer dan 3 meter uit de fundering van een bestaand gebouw wordt gebouwd. Deze uitzondering is niet van toepassing in middeleeuwse kernen. Het gaat hierbij om de oude kernen van Nijmegen en Lent. Deze kernen kennen een grote tijdsdynamiek. Sinds de Romeinse tijd is de binnenstad van Nijmegen stelselmatig gegroeid tot de stedelijke omgeving die we heden ten dage kennen. In de kern van Lent is eveneens een stabiele bebouwing zichtbaar en dat vanaf de vroege middeleeuwen. In beide is reeds veelvuldig onderzoek uitgevoerd op basis waarvan de begrenzing van deze kernen
65
Concept
(van 10-2-2026 9:15)
Concept
bepaald kan worden. In beide oude kernen is de uitzondering op de vergunningplicht in artikel 5.6 vijfde lid niet van toepassing. De uitzondering in artikel 5.6 zesde lid is toegekend vanuit de gedachte dat bouwputten voor nieuwe bebouwing steeds iets ruimer ontgraven zijn en vervolgens met schoon zand gestabiliseerd aangevuld werden. Er wordt dus uitgegaan van de veronderstelling dat bij bestaande bebouwing iets ruimer reeds verstoorde gronden aanwezig zijn. Deze bouw- en werkwijze is echter voor oude kernen met een Romeinse of vroeg middeleeuwse oorsprong incorrect. Tot de 20ste eeuw werden funderingen en (ondiepe) kelders handmatig ontgraven waarbij enkel ontgraven werd wat ook daadwerkelijk noodzakelijk was. De verstoring bij bestaande bebouwing is dan ook doorgaans beperkt tot de feitelijke bebouwing.
Artikel 5.9 Inperking uitzondering in verband met start archeologisch onderzoek De AMZ-cyclus is een vaste procedure binnen de archeologische monumentenzorg (AMZ) in Nederland. De cyclus is verankerd in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie als een verplicht werkproces voor archeologen. De cyclus omvat drie stadia, namelijk inventariseren/waarderen, selecteren en maatregelen nemen. Tot de inventariserende en waarderende fase worden het bureauonderzoek (met een te specificeren verwachting), het inventariserend veldonderzoek (IVO-o [verkennend, karterend en waarderend booronderzoek] en IVO-p [proefsleuvenonderzoek]) en de waardering gerekend. Doorgaans start de inventariserende fase met het bureauonderzoek, waarna op basis van de gespecificeerde verwachting de keuze voor een specifieke soort inventariserend veldonderzoek volgt (al dan niet meerdere achter elkaar, zoals karterend booronderzoek gevolgd door proefsleuvenonderzoek). Onder selectie valt het nemen van het selectiebesluit, dat na elk stadium van de inventariserende en waarderende fase genomen kan worden door het bevoegd gezag. Doorgaans volgt een negatief besluit wanneer er geen of onvoldoende waardevolle (lees behoudenswaardige) archeologische resten te verwachten zijn.
Naar aanleiding van een selectiebesluit kunnen de volgende maatregelen volgen: • het einde van het archeologisch onderzoek; • een volgende stap in de inventariserende en waarderende fase; • het verrichten van een archeologische opgraving; • het fysiek beschermen van de vindplaats.
Indien eenmaal is gestart met deze AMZ-cyclus, dan bepaalt de conclusie uit deze cyclus het verdere verloop. Er kan dan niet worden teruggevallen op de 'reguliere' uitzonderingen, zoals deze in artikel 6.5 en 6.6 zijn opgenomen.
Artikel 5.10 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning: activiteit in een gebied met archeologische (verwachtings)waarden In artikel 5.4 is een vergunningplicht opgenomen voor het graven in de land- of waterbodem, het indrijven van voorwerpen in de land- of waterbodem en het ophogen van het maaiveld. Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning dienen de gegevens en bescheiden als genoemd in dit artikel verstrekt te worden. Deze gegevens en bescheiden zijn nodig om te kunnen beoordelen of voldaan wordt aan de beoordelingsregels in artikel 5.11.
Artikel 5.11 Beoordelingsregels omgevingsvergunning: activiteit in een gebied met archeologische (verwachtings)waarden In artikel 5.4 is een vergunningplicht opgenomen voor het graven in de land- of waterbodem, het indrijven van voorwerpen in de land- of waterbodem en het ophogen van het maaiveld. Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt beoordeeld of de activiteit leidt tot een aantasting van eventueel aanwezige archeologische waarden. Om te kunnen beoordelen of er geen archeologische waarden (kunnen) worden geschaad dient een archeologisch onderzoek te worden overlegd.
66
Concept
(van 10-2-2026 9:15)
Artikel 5.12 Adviesprocedure
Concept
Op grond van de provinciale verordening bestaat binnen de bufferzone van het Romeins aquaduct de verplichting om bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor activiteiten in de bufferzone, advies in te winnen bij Gedeputeerde Staten. Met dit artikel wordt hier invulling aan gegeven.
Artikel 5.13 Voorschriften bij omgevingsvergunning Met dit artikel kan het bevoegd gezag voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 5.4, om te voorkomen dat de aanwezige archeologische waarden aangetast worden. JJJJ Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.25.14 Toepassingsbereik KKKK Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.35.15 Oogmerken LLLL Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.45.16 Binnenplanse omgevingsvergunning: activiteit in een molenbiotoop MMMM De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.55.17 Uitzondering op vergunningplicht: activiteit in een molenbiotoop Dit artikel bevat een uitzondering op de vergunningplicht als bedoeld in artikel 5.45.16. Voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk (of uitbreiding daarvan), het bouwen van een dakkapel en het herbouwen van een bestaand gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, is geen omgevingsvergunning nodig. Voor het herbouwen van een bestaand gebouw geldt dat voldaan moet worden aan de voorwaarden als genoemd in dit artikel. NNNN De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.65.18 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning: activiteit in een molenbiotoop Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning dienen de gegevens en bescheiden als genoemd in dit artikel verstrekt te worden. Deze gegevens en bescheiden zijn nodig om te kunnen beoordelen of voldaan wordt aan de beoordelingsregels in artikel 5.75.19. Een inventariserend onderzoek naar een molenbiotoop is een systematische studie die tot doel heeft om de omgeving of het leefgebied rondom een windmolen inclusief windvang, in kaart te brengen en te analyseren. Dit type onderzoek richt zich op het verzamelen van informatie en gegevens met betrekking tot de natuurlijke en men-
67
Concept
(van 10-2-2026 9:15)
selijke aspecten van de directe omgeving van de molen. De bestaande conditie van de molenbiotoop is raadpleegbaar via https://gelderland2024.molenbiotoop.nl/. OOOO
Concept
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.75.19 Beoordelingsregels omgevingsvergunning: activiteit in een molenbiotoop In artikel 5.45.16 is een vergunningplicht opgenomen voor specifieke bouw- en aanlegactiviteiten binnen een molenbiotoop. Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt beoordeeld of de betreffende activiteit de windvang niet beperkt en of de cultuurhistorische waarde van de molen als landschapselement niet onevenredig in gevaar wordt gebracht. PPPP De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd: