Plan van aanpak Lokale Energie Strategie
Tekst van het document
Plan van Aanpak
Plan van aanpak Lokale Energie Strategie 1. Inleiding De gemeenteraad van Nijmegen heeft diverse visies en programma’s vastgesteld die er voor moeten zorgen dat Nijmegen energieneutraal wordt: op lokaal niveau de Warmtevisie (2018), die in 2024 wordt geactualiseerd, en het Programma Energie besparen (2023). In regionaal verband hebben we de Regionale Energie Strategie voor grootschalige opwek met zon en wind. De Lokale Energie Strategie (LES) 2023-2030 is een paraplu over deze programma’s heen. Meer dan ooit is duidelijk dat we het energiesysteem van de toekomst in samenhang moeten ontwikkelen. De LES sluit aan op de Duurzaamheidsagenda (2019) en beschouwen we als actualisatie van de Routekaart Power2Nijmegen (2013). We willen met de LES in kaart brengen of we op koers liggen met de Nijmeegse ambitie om in 2045 energieneutraal te zijn, met als tussenstap 55% CO2- reductie in 2030 in regionaal verband (RES). Wat levert de optelsom aan geplande maatregelen op aan CO2-reductie, waar is een extra impuls nodig en waar zitten lancunes? Tegelijkertijd veranderen we onze stip op de horizon van een energieneutraal naar een klimaatneutraal Nijmegen. In aansluiting op de landelijke klimaatdoelen gaan we (tussen)doelen stellen die gericht zijn op CO2-reductie.
Met de komst van nieuwe wetgeving, krapte op het elektriciteitsnet (netcongestie) en de versnelde elektrificering is het wenselijk om een overkoepelende energiestrategie op te stellen. Hierin nemen we een routekaart op die aangeeft welke stappen we moeten zetten om te komen tot een duurzaam energiesysteem voor alle sectoren uit het nationale Klimaatakkoord. Schone elektriciteit wordt een cruciale randvoorwaarde voor het behalen van de klimaatdoelen. In het concept-Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) wordt CO2-vrije elektriciteit benoemd als ‘ruggengraat’ van de toekomstige energievoorziening, aangevuld met aardgasvrije warmtebronnen en waterstof. Zo is CO2-vrije uitstoot van verkeer en vervoer grotendeels afhankelijk van schone elektriciteit. Vanwege netcongestie worden grootschalige zonprojecten de komende jaren beperkt als we niet investeren in slim gebruik van energie. Met de LES willen we laten zien hoe we toewerken naar een nieuw energiesysteem dat toekomstbestendig, duurzaam (CO2-vrij), flexibeler en lokaler is dan nu. Om de energietransitie te verbinden aan andere opgaves waar Nijmegen voor staat, integreren we de LES zoveel mogelijk in de Omgevingsvisie die parallel aan de LES wordt geactualiseerd. De mate van integratie hangt af van het abstractieniveau van de Omgevingsvisie en het bijbehorende ‘beleidshuis’.
De LES vormt in ieder geval een ‘bouwsteen’ voor de Omgevingsvisie door de ruimtelijke implicaties van de ‘verbouwing’ en uitbreiding van de energie-infrastructuur, boven én onder de grond, op te nemen in de LES en af te wegen bij de actualisatie van de Omgevingsvisie.
1
Plan van Aanpak
2. Doel Het doel van de LES is drieledig:
1.
2.
3.
Samenhang in de energietransitie: de kaders voor warmte (aardgasvrij), energiebesparing en schone elektriciteit stemmen we op elkaar af voor alle relevante sectoren (gebouwde omgeving, bedrijven, mobiliteit). Ontwerpen van een toekomstvast energiesysteem door de groeiende vraag naar duurzame energie af te zetten tegen het aanbod en duidelijk te maken wanneer welke (extra) maatregelen, keuzes of lokale aanpassingen nodig zijn in het energiesysteem, zoals meer energiebesparing, slim benutten en verzwaren van het stroomnet, batterijprojecten, energyhubs en zon op dak. Monitoren en herijken van doelen: a. Herijken van onze doelen door (tussentijdse) CO2-doelen te stellen voor alle sectoren uit het Klimaatakkoord: gebouwde omgeving, industrie/bedrijventerreinen, mobiliteit en elektriciteit. b. In beeld brengen of we op koers liggen om onze energie- en CO2-doelen te halen en zo nodig extra maatregelen formuleren. We weten al dat het gewenst is om een uitvoeringsprogramma voor de energietransitie op bedrijventerreinen op te stellen.
3. Resultaat 3.1 Inhoud LES De LES zal bestaan uit: Een overzicht van de stand van zaken van de energietransitie in Nijmegen.
2
Plan van Aanpak
-
-
-
-
Een samenvatting van de energiemonitor 2008-2022 en welke conclusies we hieruit kunnen trekken voor het vervolg: welke opgave resteert om de huidige (tussen)doelen1 te halen? CO2-doelen per sector (gebouwde omgeving, industrie/bedrijventerreinen, mobiliteit en elektriciteit) uit het klimaatakkoord in aansluiting op de landelijke klimaatdoelen. De CO2-doelen bevatten directe CO2-uitstoot in Nijmegen en indirecte CO2-uitstoot van energie (m.n. elektriciteit) die in Nijmegen wordt gebruikt, maar elders geproduceerd of opgewekt. De CO2-doelen bevatten niet de CO2-uitstoot van energiegebruik voor de Nijmeegse consumptie (voeding, kleding, meubels, etc.). Een inventarisatie van de toekomstige energievraag en het energie-aanbod. Wat is de energievraag bij verschillende scenario’s per sector inclusief mobiliteit en hoe verhoudt de vraag zich tot het huidige en al geplande aanbod?
Een routekaart voor het halen van de CO2-doelen met maatregelen gericht op energiebesparing, slimme oplossingen (beter benutten) en uitbreidingsplannen van het energiesysteem. Deze routekaart stemmen we af op de actualisatie van de Omgevingsvisie en de regionale en provinciale programmering (pMiek2) en het Nationaal Plan Energiesysteem. Borging van de investeringsplannen in het ruimtelijke beleid door de ruimtelijke implicaties van het nieuwe energie-infrastructuur in beeld te brengen en te integreren in de Omgevingsvisie. Actualisatie van de communicatiestrategie over de energietransitie richting inwoners, bedrijven en samenwerkingspartners.
Aangezien de (technologische) ontwikkelingen op het gebied van energie zich snel opvolgen, voorzien we dat we deze routekaart periodiek zullen moeten herzien. We zullen flexibiliteit moeten inbouwen in de routekaart (adaptief programmeren). We doen een voorstel hoe we de voortgang van de uitvoering van de energiestrategie en de CO2-doelen gaan monitoren en verantwoorden.
1 2
Energieneutraal Nijmegen in 2045 en in RES 55% CO2-reductie in 2030) Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat 3
Plan van Aanpak
3.2 Randvoorwaarden We stemmen de totstandkoming van de LES stemmen af op de landelijke (Nationale Plan Energiesysteem), provinciale (pMIEK, energievisie) en regionale programmering (Groene Metropoolregio/GMR): -
-
-
In het najaar van 2023 is de provincie gestart met de inventarisatie ten behoeve van de tweede pMiek, die in 2025 gereed moet zijn. De provincie doet dit samen met de regio’s en netbeheerders ter voorbereiding op het opstellen van een provinciale energievisie 2030-2050, inclusief ontwikkelpaden en prioritaire projecten (pMIEK 2.0). Doel is hoofdkeuzes te maken voor het energiesysteem in de provincie. De provinciale energievisie bevat een gebiedsgerichte uitwerking met keuzes voor energiedragers en transitiepaden. In wisselwerking met het provinciale traject gaat de GMR aan de slag met regionaal programmeren waarbij de ontwikkelingen, impact en acties nauwkeuriger per regio (4 regio’s) worden bepaald, ook voor subregio het Rijk van Nijmegen (Nijmegen, Berg en Dal, Beuningen, Druten/Wijchen, Heumen)
Daarnaast leggen we de relatie met de ontwikkeling van het regionaal mobiliteitsplan van de GMR (start 2e helft 2023).
Lokaal programmeren in samenwerking met Liander Naast het Integraal programmeren op provinciaal en regionaal niveau, is vanuit Liander de wens om op korte termijn samen met gemeenten ook op lokaal niveau te gaan programmeren. Nijmegen zal één van de eerste gemeentes zijn waarin met Liander op lokaal niveau wordt geprogrammeerd. Het (tussen)resultaat van het lokaal en regionaal programmeren integreren we in de LES. Vanuit Liander bestaat de wens om gezamenlijk met de gemeente sturender op te treden in de energietransitie. Dit met het oog op bestaande en aankomende knelpunten in de laag-, midden- en hoogspanningsnetten. Ondanks dat lokaal integraal programmeren voor beide partijen relatief nieuw is, zijn er enkele punten te noemen die onderdeel zullen uitmaken van deze aanpak. Deze punten zullen gericht zijn op concrete keuzes, die zich laten vertalen in actie, zoals:
4
Plan van Aanpak
-
-
-
Gezamenlijk een basisvoorstel maken voor alle buurten in relatie tot de verwachte vraag naar netcapaciteit en de globale planning in beeld brengen voor het verzwaren van het elektriciteitsnet. Gezamenlijk in kaart brengen en vastleggen in welke buurten er vrijwel zeker warmtenetten of all electric-oplossingen (warmtepompen) komen, zodat de investeringen in het elektriciteitsnet daar op kunnen worden afgestemd. In kaart brengen in welke buurten er juist versneld wordt ingezet op warmtetransitie oplossingen met veel impact op het elektriciteitsnet, zodat waar nodig (en mogelijk) investeringen in het elektriciteitsnet naar voren gehaald kunnen worden. Samen zoeken naar kansrijke locaties waar vraag en aanbod van elektriciteit goed samen kunnen komen, zodat de ambities van de stad worden gerealiseerd met minimale impact op het elektriciteitsnet, Samen kijken naar mogelijkheden om de vraag naar elektriciteit en specifieke capaciteit, te verlagen op wijkniveau. Samen kijken naar bedrijventerreinen en transport & logistiek: mogelijkheden voor energiebesparing, realistische opties voor energiedragers (elektriciteit, warmte, waterstof, duurzame gassen), waar potentie is om onderling beschikbare netcapaciteit te verdelen (groepscontracten).
Deze aanpak neemt niet weg dat uit de analyse kan blijken dat het nodig is om een prioritering en fasering aan te brengen in onze ambities voor verduurzaming, woningbouw en bedrijvigheid voor en na 2030.
4. Participatie, organisatie en planning 4.1 Inventarisatiefase -
Inventarisatie bestaand beleid. Hoe ver zijn we met het behalen van onze doelen per sector en in totaliteit? Zie Energiemonitor Energie aan zet 2008-2022, het Milieujaarverslag en Convenant of Mayors . Herijking doelen. Conclusies bestaand beleid en energiemonitor en prognose behalen doelen o.b.v. bestaand beleid. Inventarisatie vraag en aanbod via traject integraal programmeren GMR – vervolgens verfijnen voor Nijmegen.
Aan de vraagkant gaat het om nieuwe besparingsmogelijkheden, de groei en verduurzaming van woningen en bedrijven, schone opwek en laadinfrastructuur voor schone mobiliteit (Goral-prognose personenvervoer/wagenparkscan, openbaar vervoer, zakelijk vervoer, transport). Aan de aanbodkant inventariseren we de investeringsplannen van de netbeheerders (Liander en TenneT) en de potentie van slimme oplossingen, zoals lokale opwek-gebruik-opslag, dynamisch energiegebruik/vraagsturing, clean/smart energy hubs en waterstof als energiedrager. Hier betrekken we onder meer de (potentiële) ontwikkelingen op het ENGIEterrein bij. Bij de inventarisatie maken we onderscheid tussen de periode voor en na 2030. 4.2 Participatie Op de inventarisatiefase volgt de participatiefase, waarin we als onderdeel van het proces voor de Omgevingsvisie in gesprek gaan met de stad over de energietransitie en duurzaamheid. In overleg met partijen (Stuurgroep, SMO, bilateraal) en inwoners (stadspanel, stadsgesprek) willen we antwoord krijgen op vragen als: -
Wat hebben partijen in de stad nodig om klimaatneutraal te worden? Welke scenario’s/ontwikkelvarianten kunnen we hanteren voor het maken van keuzes? 5
Plan van Aanpak
-
Welke prioriteiten moeten we stellen – wat als eerste doen? Wat is onze “span of control”: wat kunnen we beslissen, wat kunnen we sturen en wat onttrekt zich aan onze regie? Welke rol heeft de gemeente is bij voorkeur: faciliterend, sturend, etc. Specifiek: welke strategie is wenselijk voor bedrijven(terreinen)? Welke (mix van) instrumenten (communicatie, juridisch, financieel, etc.) zetten we daarbij in. Op welke manier bieden we handelingsperspectief aan inwoners en bedrijven en in welke mate willen we gebruik maken van de mogelijkheden in de Omgevingswet om extra maatregelen verplichtend op te leggen?
Een aantal vragen leggen we aan alle betrokken partijen en inwoners voor. Vragen over prioritering, onze rol en de inzet van instrumenten stellen we in het bijzonder aan inwoners (stadspanel, stadsgesprek) en bedrijven(verenigingen). Stuurgroep Energietransitie Nijmegen In deze stuurgroep worden bestuurlijke afspraken gemaakt over de gezamenlijke koers en bespreken we conceptversie(s) van de LES. De stuurgroep bestaat uit wethouder Van Elferen (voorzitter), wethouder Vergunst en een delegatie van bestuurder(s) namens Platform Nijmeegse Woningcorporaties, Alliander en ECN (koepel bedrijvenverenigingen). Stedelijk managementoverleg Aan het SMO Aardgasvrij Nijmegen nemen vanaf najaar 2023 deel: gemeente Nijmegen, Oost Nl, Vattenfal, Alliander, Liander, Firan, Equans, ARN, Radboud UMC, RU, HAN, een delegatie namens woningcorporaties, Via T, Plan P, bewonerssteunpunt i.o., Economisch Collectief Nijmegen (ECN), The Economic Board en Logistic Valley (agendalid). Aan het SMO vragen we actief mee te denken over en input te leveren voor de LES. Stadspanel en stadsgesprek– omgevingsvisie We stellen in het kader van de actualisatie van de Omgevingsvisie verdiepende vragen aan het stadspanel en we organiseren een stadsgesprek over de energietransitie in relatie tot de actualisatie van de warmtevisie en de LES.
Dit doen we met het oog op planverbetering: benutten van kennis en informatie in de stad en het verbinden van activiteiten en initiatieven. Op vergroting van betrokkenheid en draagvlak voor beleid zetten we in op project- en wijkniveau, omdat daar intensieve communicatie voor nodig is met antwoorden op (vaak) concrete vragen. Klimaatberaad Zoals in het coalitieakkoord is opgenomen, richten we een klimaatberaad op met een afspiegeling van (ad random geselecteerde) inwoners die ons gaan adviseren over het lokale energie- en klimaatbeleid. De opzet van het Nijmeegse Klimaatberaad wordt dit jaar nader uitgewerkt. Afhankelijk van het moment waarop het Klimaatberaad is opgericht, kunnen we een advies vragen aan het Klimaatbereid over de Lokale Energie Strategie
Liander Het overleg met Liander zal intensiever zijn (2 à 3-wekelijks), omdat Liander een cruciale partner is: het tempo van elektrificering en verduurzaming in grote mate afhankelijk van de verzwaring van het elektriciteitsnet door Liander en TenneT. Daarnaast is Liander een belangrijke partner in het integraal programmeren op regionaal niveau door de GMR. Intern gemeentelijke projectoverleg Team Energie en Bedrijven aangevuld met adviseurs energiebesparing, warmte, ruimtelijke ordening en mobiliteit. 6
Plan van Aanpak
-
Kernteam actualisatie Omgevingsvisie.
4.3 Planning
Planning LES Inventarisatie + herijking doelen Participatie Ontwikkelvarianten/uitwerking routekaart Concept-LES Besluitvorming college bouwsteen Omgevingsvisie
Januari – maart 2024 Februari/maart 2024 April - mei 2024 Juni 2024 Juli 2025
Planning pMIEK en integraal programmeren GMR
De GMR en Liander werken samen op basis van een 4 stappenplan: (1) gezamenlijke feitenbasis bepalen met gemeenten, (2) netimpact analyse door Liander, (3) slimme oplossingen toepassen met gemeenten (gericht op periode tot 2030 en na 2030), (4) uitvoeringsplan opstellen met concrete acties. De uitkomsten van deze stappen vormen input voor de provinciale energievisie (september 2024) en de provinciale PMIEK 2.0 (februari 2025).
7