Plan van aanpak Bedrijfsafval Binnenstad
Tekst van het document
Plan van aanpak bedrijfsafval binnenstad 1. Inleiding De gemeente en het Huis voor de Binnenstad werken al langere tijd samen om te komen tot een gezamenlijke en structurele aanpak om de opslag, het aanbieden en het inzamelen van bedrijfsafval te verbeteren. De focus ligt daarbij bij de binnenstad. Dit plan van aanpak gaat in op: de aard en achtergrond van de problematiek, wat we willen bereiken, welke stappen we al hebben gezet en welke stappen we nog willen nemen.
2. Aard en achtergrond van de problematiek In Nijmegen zien we de volgende ontwikkelingen wat betreft opslag, aanbieden en inzamelen van bedrijfsafval: • De afgelopen jaren is er een gestage groei te zien in het aantal bedrijfsafvalcontainers dat feitelijk 24/7 in de openbare ruimte staat. Ondernemers slaan hier hun restafval, oud papier, glas en/of swill in op. Dat leidt tot steeds meer klachten van omwonenden over het ontsierende straatbeeld, de vervuiling en/of stankoverlast van deze containers. • Verder komt het in toenemende mate voor dat bedrijfsafval structureel (veel) te vroeg en op niet correcte wijze wordt buiten gezet1. Zeker in geval dat afval in zakken of los (i.e. oud papier) wordt aangeboden, treden er situaties op waarbij het afval soms dagenlang buiten ligt met alle vervuiling en overlast van dien en klachten van omwonenden. Met name in de binnenstad is deze problematiek manifest door de hoge dichtheid aan winkels en woningen. Het doet afbreuk aan de aantrekkelijkheid van de binnenstad voor winkelend publiek en de bewoners.
Figuur 1: impressie van bedrijfsafvalcontainers, afvalzakken en oud papier in de openbare ruimte 1 Overigens zet ook een deel van de huishoudens in de binnenstad huishoudelijk afval te vroeg aan de straat. Het is dan ook zaak om
het aanbiedgedrag van bedrijven én huishoudens in goede banen te gaan leiden.
1
3. Doelstellingen - Wat willen we bereiken Het Huis voor de Binnenstad onderkent met ons de problemen en onderschrijft het belang om deze problemen structureel aan te pakken. Om de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van de binnenstad te verbeteren, ontwikkelen we daarom in gezamenlijkheid een integrale aanpak op het opslaan, aanbieden en inzamelen van de verschillende bedrijfsafvalstromen. Concreet willen we uiteindelijk een situatie bereiken, waarbij: 1. er geen (rol)containers meer in de openbare ruimte staan uitmondend in een formeel ‘containerverbod’. 2. het aanbieden van bedrijfsafval aan de inzamelaar(s) plaatsvindt: a. op een correcte en ordentelijke wijze én b. binnen nader te bepalen venstertijden, zodat het afval zo kort mogelijk aan de straat staat; 3. de mate van afvalscheiding en daarmee de circulariteit toeneemt, waarbij we ons richten op de stromen: a. oud papier en karton b. swill c. plastic d. glas 4. het aantal vervoersbewegingen voor de afvalinzameling in de binnenstad afneemt en 5. het vervoer dat er toch nog moet plaatsvinden bij voorkeur zoveel mogelijk duurzaam plaatsheeft.
4. Juridisch kader: wat kunnen we als gemeente reguleren en wat niet Wat kunnen we níet reguleren Één gezamenlijke afvalinzamelaar Bedrijven hebben wettelijk het recht om een eigen afvalinzamelaar te kiezen die hen de beste aanbieding doet qua tarieven, service en voorwaarden. Een gemeente heeft niet de bevoegdheid om ondernemers voor te schrijven dat men gezamenlijk met één afvalinzamelaar of via één bepaald inzamelsysteem gaat werken; ook al zouden we dat graag willen2. Dit leidt ertoe dat meerdere commerciële inzamelaars actief zijn om dezelfde bedrijfsafvalstromen (restafval, oud papier, glas) in te zamelen; Dit met alle vervoersbewegingen en emissies van dien en (zonder nadere regulering) ieder ook op een andere inzameldag en –tijd. Scheiden van bedrijfsafval Het scheiden van bedrijfsafval is gereguleerd in landelijke regelgeving. De gemeente heeft hierbij vooral een controlerende taak via de ODRN. Feit is echter dat de landelijke regelgeving over wat wel en wat niet door een bedrijf moet worden gescheiden tot voor kort complex en weinig doorgrondelijk was. Gevolg is dat het scheiden van bedrijfsafval en de controle op de naleving daarvan tot op heden weinig prioriteit heeft gehad.
Wat kunnen we wél reguleren Aanbiedregels, containerverbod en venstertijden De gemeente kan op basis van de Wet milieubeheer vanuit haar rol als beheerder van de openbare ruimte en in het belang van het milieu wél regels stellen aan de dagen, tijden en wijzen waarop bedrijfsafvalstoffen mogen worden aangeboden en ingezameld. In veel stedelijke Nederlandse gemeenten zijn dan ook regels opgesteld die resulteren in de instelling van: een containerverbod in de openbare ruimte, aanbiedregels van het bedrijfsafval in de openbare ruimte en venstertijden. Concreet betekent dit dat bedrijven hun afval inpandig of op eigen perceel moeten houden en alleen binnen de venstertijden (bv. maandag t/m vrijdag van 09.00-11.00 uur) aan de straat kunnen zetten om te worden ingezameld en dat op een voorgeschreven ordentelijke wijze. Er blijft altijd de mogelijkheid om het bedrijfsafval buiten de venstertijden te laten inzamelen, máár het afval dient dan aan de deur direct te worden overgedragen van de klant aan de afvalinzamelaar; er staat dan dus geen afval of inzamelmiddel in de openbare ruimte. 2 Voor het huishoudelijk afval heeft de gemeente die bevoegdheden wel. Op grond van de Wet milieubeheer hebben gemeenten
namelijk de zorgplicht voor de inzameling van alle huishoudelijke afvalstromen en daarmee volledige autonomie en zeggenschap over het huishoudelijk afvalbeheer in de eigen gemeente.
2
Zero emissie zones De binnenstad van Nijmegen is aangewezen als een zone met Zero-Emissie-Stadslogistiek (ZES) vanaf 2025. Voor bepaalde type voertuigen geldt een overgangstermijn tot 2030. Deze maatregel leidt tot een duurzame logistiek in de binnenstad. Omdat niet alle commerciële afvalinzamelaars een groot klantenbestand hebben in de binnenstad, biedt het zero emissie beleid kansen dat zij uit eigen beweging hun inzamelactiviteiten bundelen om in gezamenlijkheid wel duurzaam te kunnen gaan uitvoeren.
Kortom • • •
Een containerverbod (doelstelling 1), aanbiedregels en venstertijden (doelstelling 2.a. en 2.b) zijn te realiseren via gemeentelijke regelgeving; Meer afvalscheiding (doelstelling 3) en minder vervoersbewegingen (doelstelling 4) zijn niet middels gemeentelijke regelgeving afdwingbaar. De verduurzaming van de inzamellogistiek (doelstelling 5) krijgt vorm met de instelling van de binnenstad als ZES-zone per 2025. In de aanloop daartoe heeft de gemeente geen aanvullende regelgevende instrumenten.
Samenwerking waar mogelijk
Onverlet of we als gemeente zaken formeel kunnen reguleren, willen we met stakeholders waar mogelijk samenwerken om tot gedragen oplossingen te komen en betrachten we overgangstermijnen indien nodig. Dit alles voor zover er geen afbreuk wordt gedaan aan de doelstellingen die we uiteindelijk willen bereiken.
5. Maatregelen en ontwikkelingen Om de inzamelstructuur van bedrijfsafval stadsbreed te verbeteren stellen wij regels vast voor: • het aanbieden van bedrijfsafval ter inzameling en • het instellen van een containerverbod in de openbare ruimte. Specifiek voor de binnenstad3 willen we het aanbieden en inzamelen van bedrijfsafval nog verder verbeteren door in te zetten op de volgende maatregelen en ontwikkelingen: • Openstelling ondergronds containernetwerk binnenstad voor inzameling van bedrijfsmatig restafval • Instellen venstertijden • Pilot gescheiden inzameling swill • Stimuleren “white label” inzameling De maatregelen en ontwikkelingen lichten wij hier onder nader toe.
5.1. Aanbiedregels en Containerverbod Afvalstoffenverordening en Uitvoeringsbesluit
Op 21 december 2022 heeft de raad de “Afvalstoffenverordening Nijmegen 2022” vastgesteld. De verordening biedt het kader voor de gemeente om nadere regels te formuleren voor het aanbieden van huishoudelijk afval én bedrijfsafval. Deze nadere regels zijn opgenomen in het “Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Nijmegen 2023”, dat op 31 januari 2023 door het college is vastgesteld. De afvalstoffenverordening en het uitvoeringsbesluit zijn na publicatie gelijktijdig in werking getreden.
Aanbiedregels en containerverbod
In het vastgestelde uitvoeringsbesluit is een aantal regels opgenomen over de opslag, het aanbieden en inzamelen van bedrijfsafval. Daarmee zijn de beoogde aanbiedregels en het containerverbod formeel vastgesteld en hebben we de eerste stap gezet in de realisatie van onze doelstellingen.
Concreet zijn de belangrijkste formele implicaties voor het aanbieden van bedrijfsafval als volgt: Het aanbieden van bedrijfsafval in zakken mag alleen op de dag van inzameling Het aanbieden van oud papier en karton zónder container: o mag alleen op de dag van inzameling en o dient gebundeld in dozen of dichtgeknoopt plaats te vinden. 3 De binnenstad is het gebied dat als bijlage 2 is opgenomen in het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Nijmegen 2023.
3
-
Het aanbieden van bedrijfsafval in rolcontainers: o mag alleen op de dag van inzameling en o elke bedrijfsafvalcontainer dient een adressticker te hebben; Dit om de container naar de aanbieder te kunnen herleiden.
Overgangstermijn inwerkingtreding containerverbod - handhaving op excessen
De regels over het aanbieden van bedrijfsafval in rolcontainers impliceren het feitelijke containerverbod (doelstelling 1). Gezien de implicaties van dit verbod is het wettelijk verplicht en ook alleszins valide om hierbij een redelijke overgangstermijn te betrachten. Daarmee bieden we de ondernemers die het betreft, gelegenheid om samen met hun commerciële inzamelbedrijf de inzameling van hun bedrijfsafval anders te organiseren. Het college heeft daarom naast de vaststelling van het uitvoeringsbesluit besloten een overgangstermijn te betrachten tot 1 januari 2024 alvorens het containerverbod formeel in werking zal treden. Ondanks deze overgangsperiode tot de formele inwerkingtreding van het containerverbod behouden wij ons als gemeente het recht voor om in geval van excessen zo nodig alsnog handhavend op te treden.
Eerst informeren en communiceren en dan pas handhaven
Het vastgestelde uitvoeringsbesluit houdt veranderingen in voor (binnenstad)ondernemers en commerciële inzamelaars in het aanbieden en inzamelen van bedrijfsafval. Onze eerste focus na de inwerkingtreding van het uitvoeringsbesluit ligt daarom in het informeren en voorlichten van ondernemers en inzamelaars over de nieuwe regelgeving en de verplichtingen die daar uit volgen. De nadruk ligt daarbij primair op de binnenstad. In samenwerking met het Huis voor de Binnenstad, afdeling Stadsbeheer en het bureau Toezicht en Handhaving wordt daar een traject voor opgezet onder regie van een gemeentelijke projectleider. Pas na een periode van informeren en voorlichten zullen we waar nodig overgaan op het waarschuwen en vervolgens sanctioneren van overtreders. In het voorlichtingstraject gaan we uiteraard ook in op het aanstaande containerverbod per 1 januari 2024 en de andere voorgestane maatregelen specifiek voor de binnenstad (zie verder) om de inzamelstructuur van het bedrijfsafval verder te verbeteren. Tevens zullen wij uitvoering geven aan de door de raad aangenomen motie “Bakkie doen”.
5.2. Openstelling ondergronds containernetwerk binnenstad voor inzameling van bedrijfsmatig restafval Aanleiding
De consequentie van het aanstaande containerverbod is dat ondernemers vanaf 1 januari 2024 hun afvalstromen inpandig moeten houden tot de dag van inzameling. Zeker voor kleine ondernemingen kan dit tot een ongewenst ruimtebeslag leiden. Deze ondernemers zouden er dan voor kunnen kiezen om hun afval vaker op te laten halen om zo het inpandige ruimtebeslag te beperken. En dit leidt dan weer tot meer vervoersbewegingen in de stad van afvalinzamelaars. Door het ondergronds netwerk van restafvalcontainers in de binnenstad voor deze ondernemers open te stellen voorkomen we deze ongewenste ontwikkeling, bieden we de ondernemers een aantrekkelijk alternatief om zich van hun grootste fractie makkelijk te kunnen ontdoen en dringen de aanwezigheid van restafval in de openbare ruimte om te worden ingezameld terug.
Wat houdt de maatregel in
Eind 2019 is in de binnenstad een netwerk van ondergrondse restafvalcontainers gerealiseerd. Sindsdien moeten alle huishoudens in de binnenstad hiervan gebruik maken om zich van hun restafval te ontdoen. Daarvoor is een afvalpas nodig. Per keer gebruik is een tarief van € 1,09 verschuldigd gelijk het tarief van de groene restafvalzak. Ook bedrijven die deelnemen aan het Reinigingsrecht, maken van dit netwerk gebruik4. Huishoudens en deelnemers aan het Reinigingsrecht krijgen één keer per jaar een gemeentelijke aanslag.
4 Net als in veel andere gemeenten bestaat er in Nijmegen de mogelijkheid voor (veelal) kleinere bedrijven om via het Reinigingsrecht
mee te liften met de huishoudelijke inzameling. Het gaat om bedrijven met afval dat qua hoeveelheid en samenstelling vergelijkbaar is met huishoudelijk afval. Bedrijven die hiervan gebruik maken, betalen net als huishoudens voor de groene restafvalzak en de plastic+ zakken en jaarlijks een vast tarief reinigingsheffing.
4
Het voornemen is dit ondergronds containernetwerk in de binnenstad onder strikte voorwaarden open te stellen voor binnenstadondernemers, die klant zijn van commerciële afvalinzamelaars5. Deze ondernemers blijven daarbij gewoon klant van hun commerciële inzamelaar, maar kunnen een afvalpas krijgen om van de ondergrondse containers gebruik te gaan maken. Dar registreert van elke individuele klant het gebruik van de containers (i.e. het aantal kliks) en geeft dit periodiek door aan de commerciële afvalinzamelaars. Dar ontvangt vervolgens een vaste overeengekomen marktvergoeding per klik van de commerciële inzamelaars. In die marktvergoeding zijn alle kosten verwerkt zoals o.a. de kapitaalslasten, het beheer, de reiniging én de lediging van de containers. De commerciële afvalinzamelaar factureert op zijn beurt al zijn individuele klanten met een vast bedrag én een variabel bedrag; het variabele bedrag is gebaseerd op het aantal kliks maal een tarief per klik van € 1,09; gelijk het tarief voor huishoudens (zie verder bij “randvoorwaarden”). De hoogte van het vaste bedrag is uiteraard volledig aan elke commerciële inzamelaar zelf om te bepalen. De winstmarge voor de commerciële afvalinzamelaar zit ook verwerkt in dit vaste bedrag.
Effecten van de maatregel
Deze maatregel beoogt de volgende effecten: •
Aantrekkelijk alternatief met hoog serviceniveau voor de binnenstadondernemers: We bieden binnenstadondernemers: een aantrekkelijke mogelijkheid om zich 24/7 van hun bedrijfsmatig restafval te kunnen ontdoen én een alternatief voor inpandige opslag van bedrijfsmatig restafval als gevolg van het containerverbod.
•
Aantrekkelijke binnenstad: Er staat veel minder bedrijfsmatig restafval aan de straat ter inzameling door commerciële inzamelaars. Dat vergroot de beeldkwaliteit en aantrekkelijkheid van de binnenstad voor bezoekers en inwoners.
•
Afname vervoersbewegingen: Er hoeft geen inzameling van bedrijfsmatig restafval meer plaats te vinden bij ondernemers die gebruik maken van het ondergronds containernetwerk. Het aantal vervoersbewegingen van commerciële inzamelwagens neemt daarmee af. Omdat Dar de ondergrondse containers ledigt, is de rol van de commerciële afvalinzamelaars bij deze ondernemers feitelijk beperkt tot een administratieve facturatie en het klantencontact.
•
Concurrentie blijft behouden: Ondanks dat de feitelijke inzameling niet meer door de commerciële inzamelaar zelf wordt verricht, kunnen commerciële inzamelaars gewoon contracten met hun klanten in de binnenstad blijven afsluiten. Aan de achterkant vindt een administratieve financiële afhandeling plaats tussen Dar en de commerciële inzamelaars voor het gebruik van de ondergrondse containers.
•
Vrijwilligheid deelname: Uiteraard zijn binnenstadondernemers niet verplicht om van het ondergronds containernetwerk gebruik te maken. Het gemak is echter dermate groot dat naar verwachting veel ondernemers dat wel zullen gaan doen. De kracht van de aanpak ligt voor een belangrijk deel ook in de combinatie van enerzijds het containerverbod en anderzijds de aantrekkelijkheid om van het ondergrondse containernetwerk gebruik te kunnen maken! Alleen de echt grotere winkelbedrijven hebben in de praktijk dermate veel afval dat zij de voorkeur zullen blijven houden om het eigen afval inpandig in rolcontainers te houden en op te laten halen door een commerciële afvalinzamelaar in plaats van al dat afval in zakken weg te moeten brengen naar de containers. Deze mogelijkheid blijft ook bestaan, waarbij het afval wel binnen de voorgestane venstertijden moet worden aangeboden (zie 5.3.) óf buiten die venstertijden direct aan de deur aan de inzamelaar moet worden overgedragen.
Randvoorwaarden:
Nijmegen: Haalbaarheidsonderzoek Dar openstelling OC-netwerk binnenstad Aan Dar is gevraagd een haalbaarheidsonderzoek te doen of we in Nijmegen het containernetwerk zouden kunnen openstellen. Een belangrijke deelvraag was of de capaciteit van het huidige containernetwerk voldoende is om het extra restafvalaanbod te kunnen opvangen of dat een uitbreiding met containerlocaties 5 De ervaringen van onder andere de gemeenten Zwolle en Deventer dienen hierbij als voorbeeld.
5
noodzakelijk is. De uitkomsten van dat onderzoek zijn dat de capaciteit in de basis voldoende is, mits de inzamelfrequentie op de meeste locaties wordt verhoogd en op een aantal locaties perscontainers komen. Verder is duidelijk dat er nog wel het nodige werk moet gebeuren om de openstelling te formaliseren en organisatorische en technisch mogelijk te maken; denk aan het vastleggen van de juridische aspecten, het maken van afspraken met de commerciële inzamelaars, de tariefstelling, het afvalpasbeheer etc. Daar willen we het overgangsjaar naar de inwerkingtreding van het containerverbod voor gaan benutten. Er zijn meerdere gemeenten in Nederland waar de gecombineerde inzameling van huishoudelijk en bedrijfsafval via een ondergronds containernetwerk al plaatsvindt. De ervaringen in deze gemeenten zijn overwegend positief. Wel geven deze gemeenten aan dat er hele strakke afspraken moeten worden gemaakt met de commerciële inzamelbedrijven; Niet alleen over de tarieven maar met name hoe om te gaan met klanten die zich niet houden aan de gebruiksregels. Met de openstelling van het containernetwerk nemen we als gemeente immers ook een zekere zorgtaak en last op ons. Dat gezegd hebbende zijn diverse gemeenten ons voor gegaan en kunnen we daar alleen maar lering van trekken. Aan het gebruik van de ondergrondse containers stellen we in elk geval de volgende voorwaarden.
Kosten Uitgangspunt is dat de openstelling niet tot extra lasten voor de gemeente leidt. De marktvergoeding per klik dient dan ook minimaal kostendekkend te zijn en te gelden voor zowel de gemeente (met huishoudens en deelnemers aan het Reinigingsrecht als feitelijke gebruikers) als de commerciële inzamelaars (met hun klanten als feitelijke gebruikers). Anders gezegd: de totale inkomsten uit de aantallen gebruikskliks van alle gebruikers maal de marktvergoeding per klik dienen minimaal de kosten te dekken van het ondergronds containernetwerk in de binnenstad en alle daarmee gepaard gaande kosten. Behoud regie Met de openstelling van het ondergronds containernetwerk biedt de gemeente de binnenstadondernemers een aantrekkelijke optie aan om zich van hun bedrijfsmatig restafval te ontdoen. De gemeente hoeft dat niet te doen! Nagenoeg alle stedelijke gemeenten kennen een containerverbod (en venstertijden) zónder dat zij een dergelijk alternatief kunnen bieden, omdat men geen ondergronds container netwerk heeft. Er zijn daarnaast ook gemeenten die wel een ondergronds containernetwerk hebben maar dat uitsluitend beschikbaar houden voor de eigen huishoudens en niet voor bedrijven; juist omdat men de zorg voor het bedrijfsafval bij de ondernemers wil laten.
Onze keuze om het containernetwerk open te stellen, houdt daarom wel in dat de gemeente de regie houdt en de condities bepaalt waaronder commerciële inzamelaars en hun klanten gebruik kunnen maken van het ondergronds container netwerk. Verwerking ingezameld restafval bij ARN Al het ingezamelde restafval (huishoudelijk en bedrijfsmatig) in de ondergrondse containers wordt aangeleverd en verwerkt bij ARN BV te Weurt. Het aandeel bedrijfsmatig restafval wordt na inzameling niet afgesplitst van het huishoudelijk deel om bij een andere installatie verwerkt te kunnen worden6. Geen swill in de containers Het aanbieden van swill (i.e. de organische stroom uit de horeca) op de ondergrondse containers wordt niet toegestaan. Deze afvalstroom is vooral in de zomer een belangrijke bron van stank- en vliegenoverlast. Daarenboven hebben horecaondernemers de plicht om deze stroom gescheiden te houden voor recycling. Het structureel niet naleven van deze aanbiedregel zal een reden zijn om een ondernemer uit te sluiten van het verdere gebruik van de ondergrondse restafvalcontainers.
6 Achtergrond is dat commerciële afvalinzamelaars eigen tariefafspraken hebben met diverse verwerkers voor het verbranden van
bedrijfsmatig restafval. Deze tarieven wijken veelal af van de tarieven voor het verbranden van huishoudelijk restafval. In Deventer is dat opgelost door het ingezamelde restafval na inzameling uit te splitsten in een deel huishoudelijk en meerdere delen bedrijfsmatig. Elke commerciële inzamelaar haalt dan zijn eigen aandeel op en laat dat elders verwerken. In andere gemeenten is dit probleem opgelost door de verschillende verwerkingstarieven mee te nemen bij de administratieve financiële verrekening tussen de commerciële inzamelaars, Dar en ARN bv. Dat is ook de wijze zoals we dat in Nijmegen willen doen. .
6
Één uniform tarief per klik voor alle gebruikers Het is van belang dat alle gebruikers van de ondergrondse containers hetzelfde tarief per keer (i.e. per klik) gaan betalen. Dat tarief wordt door de gemeente bepaald en is nu € 1,09 per klik. Voor huishoudens en deelnemers aan het Reinigingsrecht is dat al het geval. In de gesprekken met de commerciële inzamelaars is het een voorwaarde dat hun klanten eveneens datzelfde tarief per klik gefactureerd zullen gaan krijgen. Dit uniforme tarief voorkomt dat afvalpassen van huishoudens, deelnemers aan het Reinigingsrecht en de klanten van de commerciële onderling inzamelaars oneigenlijk worden gebruikt om zich met de meest goedkope afvalpas van het eigen restafval te kunnen ontdoen. Het bedrag van € 1,09 per klik ligt lager dan de marktvergoeding per klik die de commerciële inzamelaar aan Dar moet betalen voor het gebruik van het ondergronds containernetwerk. Het bedrag dat de inzamelaar hierop te kort komt zal hij moeten verdisconteren in het vaste bedrag dat hij zijn klanten in rekening brengt. Analoog betalen ook de deelnemers aan het Reinigingsrecht nu jaarlijks een vast tarief reinigingsrecht, dat door de gemeente wordt vastgesteld. Geen grote bedrijven met veel restafval Het ondergronds containernetwerk in de binnenstad is aangelegd voor de inzameling van huishoudelijk restafval.
Het netwerk biedt daarnaast capaciteit voor binnenstadondernemers met een beperkte hoeveelheid restafval om hier op mee te liften. Het ondergronds containernetwerk heeft echter niet als doel en ook niet een zodanige capaciteit dat grote winkelbedrijven hun veelal aanzienlijke hoeveelheden bedrijfsmatig restafval er op kunnen gaan aanbieden. Zoals gezegd is de verwachting dat deze bedrijven de voorkeur zullen blijven houden om het eigen afval inpandig in rolcontainers te houden en op te laten halen door een commerciële afvalinzamelaar. Desondanks willen we hier meer grip op hebben. We onderzoeken op welke wijze we dit het beste kunnen vormgeven. Planning Streven is om de openstelling rond de zomer van 2023 te realiseren, maar uiterlijk 1 januari 2024 met de inwerkingtreding van het containerverbod.
Stakeholders In het traject om het netwerk van ondergrondse restafvalcontainers open te stellen zijn naast de gemeente de volgende partijen van belang: • Het Huis voor de Binnenstad als vertegenwoordiger van de binnenstadondernemers en de Coöperatie Afvalinzameling Binnenstad (CAB) (zie ook paragraaf 5.4.); • De commerciële afvalinzamelaars met klanten in de binnenstad; • Dar die de gemeente met kennis en kunde ondersteunt in dit traject en uiteindelijk ook uitvoering moet geven aan het uitgebreidere beheer van het containernetwerk, de opgeschaalde inzamellogistiek en de financieel-administratieve afwikkeling met de commerciële inzamelaars. De gemeente is eigenaar van het containernetwerk en draagt ad ultimo de finale verantwoordelijkheid voor een goede functionaliteit, het gebruik en beheer van deze containers en de inzameling. De gemeente stelt dan ook de kaders en voorwaarden voor het gebruik van het containernetwerk. In de gesprekken met de betrokken partijen staan we uiteraard open voor suggesties, mits deze geen afbreuk doen aan de juiste functionaliteit van het containernetwerk en de doelstellingen die we willen bereiken. Om het traject voor het openstellen van de ondergrondse restafvalcontainers in de binnenstad te operationaliseren, zetten we een gemeentelijk projectleider in die inhoudelijk wordt ondersteund door Dar.
Voorstel
Voorstel is in te stemmen met: • het openstellen van het netwerk van ondergrondse containernetwerk in de binnenstad voor de klanten van commerciële partijen volgens de beschreven opzet en onder bovengenoemde voorwaarden; • het operationaliseren van dit traject en • het terugkoppelen van de uitkomsten van dit traject ter besluitvorming.
7
5.3. Het instellen van venstertijden Aanleiding
Met de vaststelling van het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Nijmegen 2023 hebben we bepaald dat bedrijfsafval alleen op de dag van inzameling aan de straat mag worden gezet7. Dit is een verbetering ten opzichte van de huidige situatie, waarbij bedrijfsafval soms al dagen voor de feitelijke inzameldag aan de straat staat. Echter, de diverse afvalinzamelaars zijn op verschillende inzameldagen en –tijden actief om de verschillende stromen bedrijfsafval (restafval ,oud papier, plastic, swill en glas) bij hun klanten in te zamelen. Ondanks de recent vastgestelde aanbiedregels voor bedrijfsafval zal er in de praktijk dus nog steeds gedurende een groot deel van élke dag bedrijfsafval in de straat staan om te worden ingezameld. Daarnaast is het ook met de nieuwe regels voor medewerkers van bureau toezicht en handhaving lastig om te kunnen beoordelen of bedrijfsafval wel op de juiste inzameldag is aangeboden of niet. Immers van een willekeurige aangetroffen afvalzak of doos oud papier is moeilijk herleidbaar of deze door ondernemer A op de juiste inzameldag aan de straat is gezet dan wel door ondernemer B die dat te vroeg heeft gedaan. Met het instellen van venstertijden voor de inzameling beperken we de aanwezigheid van bedrijfsafval in de openbare ruimte tot die tijden en maken de binnenstad daarmee aantrekkelijker en wordt het toezicht eenvoudiger.
Wat houdt de maatregel in
Gelijk andere stedelijke gemeenten is daarom het voornemen om venstertijden in te gaan stellen. Concreet betekent dit dat bedrijven hun afvalstromen inpandig of op eigen perceel moeten houden en alleen binnen de venstertijden (bijvoorbeeld: maandag t/m vrijdag van 09.00-11.00 uur) aan de straat kunnen zetten om te worden ingezameld. Er blijft sowieso altijd de mogelijkheid om bedrijfsafval buiten de venstertijden in te laten zamelen, máár het afval dient dan aan de deur van de klant direct te worden overgedragen aan de afvalinzamelaar, zodat er dus geen afval of inzamelmiddel in de openbare ruimte staat.
Effecten van de maatregel
Deze maatregel beoogt de volgende effecten: •
Aantrekkelijkere binnenstad door terugdringen afval in het straatbeeld: Met de instelling van venstertijden beperken we de aanwezigheid van bedrijfsafval én inzamelwagens in de openbare ruimte tot een minimale tijdspanne. Met een geschikte keuze van die venstertijden kunnen we het afval en de inzamelwagens ook maximaal uit het zicht houden van de bezoekers waardoor het winkelgebied een aantrekkelijkere en publieksvriendelijkere uitstraling krijgt.
•
Minder overlast vervoersbewegingen over de dag Met de instelling van venstertijden dringen we het totaal aantal vervoersbewegingen van inzamelwagens niet terug, maar beperken we wel de overlast ervan tot binnen de venstertijden. Het instellen van venstertijden kan overigens wel een extra aanzet zijn voor de verschillende afvalinzamelaars om een bepaalde afvalstroom (bijvoorbeeld glas) gezamenlijk met één inzamelwagen bij alle klanten in te gaan zamelen en niet meer ieder voor zich bij zijn eigen klanten (zie ook paragraaf 5.5. white label inzameling).
•
Toezicht en handhaving wordt eenvoudiger en effectiever Met de instelling van venstertijden wordt het toezicht op de aanwezigheid van bedrijfsafval in de openbare ruimte eenvoudiger en effectiever. Immers toezichthouders hoeven niet meer zozeer te controleren of het afval wel op de juiste inzameldag aan de straat staat, maar vooral buiten of binnen de venstertijden. Al het aangetroffen bedrijfsafval buiten de venstertijden staat daar ongeoorloofd ongeacht de inzameldag.
7 Behoudens de overgangstermijn specifiek voor bedrijfsafvalcontainers
8
•
De bepaling van venstertijden is een uitdaging De bedrijven in een binnenstad zijn divers van aard en hebben veelal ook verschillende openingstijden. Dat maakt het bepalen van venstertijden waarin het bedrijfsafval buiten mag worden gezet tot een uitdaging. Wat voor het ene bedrijfssegment (bv kledingzaken) geschikt is, zal dat voor het andere segment (bv horeca) juist weer niet zijn. Reden te meer om dit gezamenlijk met stakeholders te bepalen.
Randvoorwaarden:
Het instellen van venstertijden is een voorwaarde op zich Zonder venstertijden zal er nog steeds gedurende een groot deel van elke dag legaal bedrijfsafval aan de straat staan. Zonder venstertijden dringen we dat niet terug. Hoe lastig het wellicht ook moge zijn om tot een gedragen voorstel te komen is het daarom wel essentieel dát er uiteindelijk een venstertijd komt! Dat betekent concreet dat als er geen gedragen voorstel komt, het gemeentebestuur zelf een keuze zal moeten maken voor venstertijden. Gemeentelijke kaders Voor zover er vanuit de gemeente kaders zijn die van invloed op de toegankelijkheid worden deze in het proces meegenomen. Planning De venstertijden zouden op 1 januari 2024 in werking moeten treden tegelijk met het containerverbod. Participatie met stakeholders Omdat we ons realiseren dat het vinden van geschikte venstertijden een uitdaging zal zijn, willen we de termijn naar de formele inwerkingtreding van het containerverbod per 1 januari 2024 benutten om in samenwerking met het Huis voor de Binnenstad en andere stakeholders te komen tot een zo veel mogelijk gedragen voorstel voor venstertijden. De belangrijkste partijen in het bepalen van geschikte venstertijden zijn: • Het Huis voor de Binnenstad als vertegenwoordiger van de binnenstadondernemers en • De commerciële afvalinzamelaars met klanten in de binnenstad.
Ondanks dat de gemeente uiteindelijk de venstertijden zal formaliseren, is het primair vooral aan de binnenstadondernemers om in onderling overleg tot een zo gedragen mogelijk voorstel te komen. Immers de binnenstadondernemers zijn zelf ook gebaat bij een aantrekkelijke binnenstad. De gemeente zal in dit proces zo goed mogelijk een bemiddelende en faciliterende rol spelen op zich nemen. Deze rol zal worden vervuld door de gemeentelijke projectleider. Tevens kan navraag worden gedaan bij andere gemeenten hoe het proces tot de bepaling van venstertijden daar is verlopen om deze ervaringen mee te nemen.
Voorstel
Voorstel is in te stemmen: • met het voornemen om venstertijden in te stellen per 1-1-2024; • dat een voorstel voor venstertijden primair vanuit de binnenstadondernemers wordt aangedragen en de gemeente in dit proces een bemiddelende en faciliterende rol vervult en • dat de uitkomsten van dit proces of het ontbreken ervan als basis dienen voor verdere besluitvorming.
5.4. Pilot gescheiden inzameling swill Aanleiding
“Swill” is de organische afvalstroom die vrijkomt in de keukens van restaurants, kantines, broodjeszaken e.d.. Het gaat dan onder meer om etensresten, vis- en vleesresten, sauzen, brood, zuivel en koffiedrab e.d.. In de horeca-sector maakt swill het merendeel uit van de totale afvalstroom. Ondanks dat swill goed recyclebaar is, wordt het nauwelijks gescheiden ingezameld. Reden is dat er tot op heden geen echte noodzaak was voor ondernemers om dat te doen. Daardoor is er ook maar een beperkte inzamelstructuur bij de commerciële inzamelaars die door de kleine klantenkring dan ook kostbaar was. En dat maakt het voor ondernemers weer onaantrekkelijk om over te gaan op gescheiden inzameling. Zo blijft de situatie in stand.
9
Om deze impassen te doorbreken hebben het Huis voor de Binnenstad en de gemeente in samenwerking een pilot opgezet voor de gescheiden inzameling van “swill” bij horecabedrijven in de binnenstad8. Met deze pilot beogen we het scheiden van bedrijfsafval te stimuleren en zo het swill te kunnen laten verwerken tot biogas en compost. Tevens voorkomen we dat deze stroom alsnog in de ondergrondse restafval containers terecht komt waar het tot stank en vliegenoverlast kan leiden.
Wat houdt de maatregel in
De pilot gebeurt in samenwerking met het inzamelbedrijf GroenCollect. Dit bedrijf zamelt in Rotterdam al succesvol swill en aanverwante stromen zoals koffiedrab en sinaasappelschillen gescheiden in op een commerciële basis. De deelnemende horeca-ondernemers krijgen naar behoefte één of meerdere emmertjes van 20 liter waar men het swill in kan doen. GroenCollect komt op twee vaste dagen de volle emmertjes aan de deur afhalen en verstrekt lege en dus schone emmertjes daarvoor in de plaats. Naarmate het klantenbestand groeit zal de inzamelfrequentie van GroenCollect toenemen en daarmee het serviceniveau voor de ondernemers om zich van het swill te kunnen ontdoen. De ondernemer betaalt een vast bedrag per aangeboden volle emmer. GroenCollect verricht de inzameling met een kleine elektrisch aangedreven auto en voert het swill naar ARN te Weurt waar het swill net als het huishoudelijke GFT wordt vergist met biogas en compost als producten. Opdrachtgever voor deze pilot is de Coöperatie Afvalinzameling Binnenstad (CAB)9 die onder het Huis voor de Binnenstad resorteert. Doel van de pilot is om te zien of de gescheiden inzameling van swill op deze manier zich kan ontwikkelen tot een rendabele businesscase die zich na de pilotfase van één jaar zelf kan bedruipen.
De gemeente ondersteunt deze pilot met een financiële bijdrage vanuit het Actieplan Binnenstad om de onrendabele top in de pilotfase van één jaar op te kunnen vangen. Tevens zoeken we de samenwerking met de ODRN om horecabedrijven er op te wijzen dat men swill gescheiden moet laten inzamelen nu er ook een gedegen inzamelstructuur voorhanden is.
Effecten van de maatregel
Deze maatregel beoogt de volgende effecten: •
Stimuleren scheiden en hergebruik van bedrijfsafval Met de pilot swill kunnen binnenstadondernemers zich tegen redelijke kosten ontdoen van hun swill, dat vervolgens bij ARN wordt verwerkt tot biogas en compost.
•
Geen swill op de ondergrondse restafvalcontainers Bij de openstelling van het ondergronds containernetwerk voor restafval is het aanbieden van swill niet toegestaan. Met deze pilot bieden we de binnenstadondernemers hiervoor ook een alternatief.
•
Duurzame inzamellogistiek De inzameling vindt plaats met elektrische voertuigen en past binnen de duurzame inzamellogistiek die we voorstaan.
Planning De pilot gescheiden inzameling swill start vanaf 1 maart 2023 en heeft een looptijd van 1 jaar.
Voorstel
De pilot gescheiden inzameling swill vindt plaats onder opdracht vanuit het CAB cq Huis voor de Binnenstad. Voorstel is deze maatregel ter kennisgeving aan te nemen.
8 De pilot concentreert zich primair tot de binnenstad maar de inzameling van swill kan plaatsvinden bij ondernemers buiten de
binnenstad. 9 Het CAB valt onder het Huis voor de Binnenstad en heeft als doel om de inzameling van het bedrijfsafval van de aangesloten leden in de coöperatie collectief op de markt te zetten teneinde zo gunstigere markttarieven te kunnen bedingen.
10
5.5. De ontwikkeling van white label inzameling Wat houdt de ontwikkeling van white label inzameling in
Bij het ‘juridisch kader’ gaven we aan dat een gemeente niet kan voorschrijven dat binnenstadondernemers met één afvalinzamelaar moeten samenwerken. Dat blijft onverkort het geval. Een positieve autonome marktontwikkeling is evenwel dat commerciële inzamelbedrijven zelf meer en meer gaan samenwerken om in stedelijke binnensteden met één inzamelwagen het afval bij alle klanten van de verschillende commerciële inzamelaars in te zamelen. De kosten van de inzameling worden dan aan de achterkant onderling verrekend op basis van het aantal klanten van elke inzamelaar en het afvalaanbod. De term “white label” inzameling komt omdat er maar één wagen rondrijdt die alle klanten bedient. De drijfveer voor deze ontwikkeling is enerzijds commercieel omdat de inzameling op deze wijze kostenefficiënter voor alle inzamelaars kan worden uitgevoerd en anderzijds ingegeven door het beleid in veel gemeenten om de binnenstad tot een emissieloze zone aan te wijzen.
Kanttekeningen
Hoe eenvoudig dit concept ook klinkt en ondanks de evidente financiële voordelen die deze werkwijze heeft voor de inzamelaars zelf, heeft het meerdere jaren geduurd voordat het in Haarlem als eerste gemeente is ingevoerd. Essentiële voorwaarde voor een white label inzameling is namelijk dat de deelnemende inzamelaars elkaar vertrouwen en niet elkaars klantenbestand gaan aantasten. Momenteel zijn de commerciële inzamelaars Renewi en Prezero onder de naam Green Collective bezig om white label inzameling in 30 gemeenten waar onder Nijmegen, in te voeren. Dat is op zich positief nieuws. In elke gemeente staat Green Collective open voor deelname van nog andere commerciële inzamelaars. In de praktijk komt dit niet of maar moeizaam van de grond juist vanwege het onderlinge wantrouwen bij de andere inzamelaars waardoor het uiteindelijke positieve effect ervan nog maar beperkt blijft. Als gemeente en Huis voor de Binnenstad hebben we geen invloed op dit proces. In onze gesprekken met de commerciële inzamelaars over de venstertijden zullen we wel aankaarten of en hoe we eventueel ten aanzien van white label inzameling een constructieve bijdrage zouden kunnen leveren.
Voorstel
Voorstel is deze ontwikkeling ter kennisgeving aan te nemen.
11