CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Participatieplan Omgevingsplan

Besluitronde (raadsvergadering) 17 december 2025, gemeente NijmegenBij agendapunt: D22 d.d. 10 oktober 2025 over Participatie omgevingsplan2.743 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Participatieplan Wijzigingsbesluit ‘Omgevingsplan gemeente Nijmegen’ 10-10-2025

1

Inhoudsopgave Participatieplan 1. Inleiding 1.1. Naar één omgevingsplan in 2032 2. Achtergrond wijziging omgevingsplan en participatie 2.1. Transitieaanpak 2.1.1. Activiteiten overzetten 2.1.2.

Regels beleidsneutraal of beleidsarm overzetten

2.2. Participatie onder de Omgevingswet 2.2.1. Participatiebeleid gemeente Nijmegen 2.2.2.

1 3 3 4 4 5 5 6 6

Participatieplan

6

3. Participatie wijziging omgevingsplan 3.1. Participatie bij het omgevingsplan 3.1.1. Participatieaanpak

7 7 8

3.1.2.

Waarom kiest de gemeente voor deze participatievorm?

8

3.2. Betrokken belanghebbenden 3.3. Communicatie 3.3.1. Planning communicatiecampagne

9 9 10

3.4. 3.5. 4. 4.1. 4.2.

11 11 11 11 12

Interne organisatie Participatieverslag Vervolgproces en besluitvorming Besluitvorming wijzigingsbesluit Planning op hoofdlijnen

2

1. Inleiding Dit participatieplan beschrijft hoe de gemeente Nijmegen inwoners en andere belanghebbenden betrekt bij toekomstige wijzigingen van het omgevingsplan. Het participatieplan sluit aan bij het Participatiebeleid voor het ruimtelijk domein. Het omgevingsplan bevat regels over de fysieke leefomgeving: de ruimte waarin we wonen, werken, reizen en recreëren. De regels gaan over onderwerpen zoals bouwwerken, infrastructuur, water, bodem, lucht, natuur, landbouw en cultureel erfgoed. De gemeente heeft besloten het omgevingsplan voorlopig twee keer per jaar aan te passen. In principe vindt de besluitvorming daarover plaats in april en oktober, afhankelijk van de agenda van de gemeenteraad. Omdat het omgevingsplan iedereen raakt, hecht de gemeente veel waarde aan participatie. Inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere overheden worden in een vroeg stadium betrokken, zodat hun belangen, meningen en ideeën kunnen worden meegenomen in de besluitvorming. De participatie sluit aan op de wijzigingscyclus van het omgevingsplan en vindt plaats rond maart en september, ongeveer een half jaar voor de vaststelling van het de wijziging. In dit participatieplan staat beschreven hoe de gemeente de participatie vormgeeft, welke participatiemiddelen worden ingezet, wie worden betrokken en hoe de input wordt verwerkt.

Ook wordt de achtergrond van de gekozen aanpak toegelicht.

1.1.

Naar één omgevingsplan in 2032

Sinds de invoering van de Omgevingswet hebben gemeenten tot 2032 de tijd om hun tijdelijke omgevingsplan, dat nu nog bestaat uit bestemmingsplannen, gemeentelijke verordeningen en de zogenaamde bruidsschat, om te vormen tot één definitief omgevingsplan. Dit participatieplan vormt daarbij een uitgangspunt en wordt indien nodig tussentijds aangepast.

3

2. Achtergrond wijziging omgevingsplan en participatie Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 heeft elke gemeente in Nederland één omgevingsplan. Dit plan bestaat uit een tijdelijk deel en een nieuw deel. Gemeenten hebben tot 2032 de tijd om de inhoud van het tijdelijke deel om te zetten naar regels in het nieuwe deel. Het tijdelijke deel bestaat uit: • bestemmingsplannen en beheersverordeningen • regels uit gemeentelijke verordeningen • de zogenoemde 'bruidsschat' (gedecentraliseerde rijksregels) Het nieuwe deel was met de inwerkingtreding van de Omgevingswet nog leeg, maar bevat inmiddels regels voor onder andere natuurinclusief bouwen en bodembeheeractiviteiten.

2.1.

Transitieaanpak

Hoe de gemeente de inhoud van het tijdelijke deel omzet naar regels in het nieuwe deel, is beschreven in het Transitieplan: Op weg naar een omgevingsplan (versie 2.0). Kort gezegd kiest de gemeente zoveel mogelijk voor een activiteitgerichte aanpak. Per activiteit, zoals detailhandel, bouwen of boom kappen, worden de regels overgezet. Daarnaast is ook een gebiedsgerichte aanpak, of een combinatie van beide, mogelijk. Aan het einde van de transitie zijn voor alle activiteiten regels opgenomen in het nieuwe deel van het omgevingsplan, en kan het tijdelijke deel vervallen. De activiteitgerichte aanpak draagt bij aan een uniforme regeling voor het gehele grondgebied van de gemeente Nijmegen.

Figuur 1 Activiteitgericht verhuizen van de ruimtelijke regels 4

2.1.1.

Activiteiten overzetten

Niet elke activiteit is even eenvoudig over te zetten. De gemeente maakt dit inzichtelijk met het beeld van verhuisdozen (zie figuur 2). De regels uit het tijdelijke deel worden per activiteit als het ware in een verhuisdoos geplaatst en vervolgens verhuisd naar het nieuwe deel. Het gewicht van de verhuisdoos staat voor de impact van de wijziging en de omvang van het werk. Hoe zwaarder de doos, hoe groter de impact en de benodigde inspanning. Dat gewicht wordt onder meer bepaald door het aantal regels en het aantal locaties waarop de activiteit betrekking heeft.

Figuur 2 Gefaseerde verhuizing van de ruimtelijke regels

2.1.2.

Regels beleidsneutraal of beleidsarm overzetten

De gemeenteraad heeft in de Nota van uitgangspunten voor het omgevingsplan, deel 1, bepaald dat de ruimtelijke regels tijdens de transitie zo veel mogelijk beleidsneutraal of beleidsarm worden overgezet. Dit betekent dat de essentie van de bestaande regels behouden blijft. Tegelijkertijd bekijkt de gemeente of de regeldruk kan worden verminderd en of de regels eenvoudiger kunnen worden geformuleerd, zonder af te wijken van de huidige beleidslijn.

5

2.2.

Participatie onder de Omgevingswet

In de Omgevingswet wordt onder participatie verstaan: “het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere overheden bij het proces van besluitvorming over een project of activiteit om tijdig belangen, meningen en creativiteit op tafel te krijgen.”1 Participatie gaat verder dan de formele momenten waarop zienswijzen kunnen worden ingediend, al valt dat wel onder het bredere participatiebegrip. Het doel is dat partijen al vóór de formele besluitvorming actief worden betrokken. Hoe dat betrekken plaatsvindt, hangt af van wat past bij het project of de situatie. Participatie is dus maatwerk. De wet schrijft niet voor hoe het participatieproces eruit moet zien. Wel is geregeld dat bij de vaststelling van een instrument onder de Omgevingswet (omgevingsvisie, omgevingsplan et cetera) moet worden aangegeven “op welke wijze invulling is gegeven aan het toepasselijke decentrale participatiebeleid.”2

2.2.1.

Participatiebeleid gemeente Nijmegen

Het participatiebeleid van Nijmegen is vastgelegd in het Participatiebeleid voor het ruimtelijk domein. Hierin staat hoe belanghebbenden al in een vroeg stadium – dus vóór de formele besluitvorming – kunnen worden betrokken bij ruimtelijke initiatieven. Dit beleid heeft drie hoofddoelstellingen: • Het verbeteren van de betrokkenheid van inwoners bij besluitvorming • Het bevorderen van transparantie in het participatieproces • Het verbeteren van de inhoudelijke kwaliteit van besluiten

2.2.2.

Participatieplan

Volgens dit beleid is de initiatiefnemer verantwoordelijk voor het opstellen van een participatieplan. Dit kan de gemeente zelf zijn, of een externe partij. Het participatieplan wordt opgesteld na de verkennende fase (dialoog met de omgeving) en beschrijft: • Wat het initiatief beoogt te bereiken • Welke kaders er zijn en waarover inspraak mogelijk is • De doelstellingen van het participatieproces Daarnaast brengt het participatieplan de belanghebbenden in kaart, wordt aangegeven hoe zij betrokken worden en hoe het proces wordt georganiseerd. Het maakt duidelijk welke invloed belanghebbenden hebben, welke fasen worden doorlopen en hoe communicatie plaatsvindt. Het participatieplan biedt structuur en duidelijkheid voor een effectief participatieproces. Alle participatieplannen worden gepubliceerd op www.nijmegen.mijnwijkplan.nl.

1 2

Besluit van 3 juli 2018, Stb. 2018, 290, NvT Omgevingsbesluit, p. 131-140. Artikelen 10.2 lid 2, 10.3a, 10.3b, 10.7 lid 2 en 10.8 lid 2 Omgevingsbesluit. 6

3. Participatie wijziging omgevingsplan Het doel van de participatie is om belanghebbenden in een vroeg stadium te betrekken bij wijzigingen van het omgevingsplan. Zo kunnen hun belangen, zorgen, ideeën en expertise worden meegenomen in het ontwerp en de besluitvorming. Door actief de dialoog aan te gaan, streeft de gemeente naar het verbeteren van de kwaliteit van plannen, het vergroten van draagvlak en het tijdig signaleren van mogelijke knelpunten. De gemeente wil daarbij de kennis en expertise benutten die in de stad aanwezig is.

3.1.

Participatie bij het omgevingsplan

De participatie bij het omgevingsplan vindt twee keer per jaar plaats, in maart en september. Deze momenten sluiten aan op de wijzigingscyclus van het omgevingsplan. Het plan wordt voorlopig aangepast in april en oktober. Het participatiemoment in september hoort bij de wijziging in april, en het participatiemoment in maart hoort bij de wijziging in oktober. Het participatiemoment vindt dus ruim een half jaar voor het wijzigingsbesluit plaats. Elke wijzigingsprocedure duurt ongeveer één jaar: een half jaar voorbereiding (inclusief participatie) gevolgd door een half jaar formele procedure. In de formele fase publiceert de gemeente het ontwerp-omgevingsplan, volgt een periode van terinzagelegging en het indienen van zienswijzen, waarna het wijzigingsbesluit wordt vastgesteld en het nieuwe plan in werking treedt. Onder het oude recht, dus vóór de Omgevingswet, organiseerde de gemeente meestal een informatieavond na publicatie van het ontwerpbesluit en tijdens de terinzagelegging. Dat is nog steeds mogelijk als er voldoende behoefte aan is. Blijkt tijdens de voorbereiding dat zo’n extra informatieavond gewenst is? Dan wordt deze georganiseerd. Onderstaand figuur laat de wijzigingsprocedure zien. Het participatiemoment is met een stip gemarkeerd.

Figuur 3 Vaste wijzigingscyclus van het omgevingsplan gemeente Nijmegen 7

3.1.1.

Participatieaanpak

De participatie bij wijzigingen van het omgevingsplan bestaat uit twee vaste onderdelen: 1. vooroverleg met ketenpartners; en 2. een informatiemarkt voor belangstellenden De gemeente kiest er bewust voor in maart en september te participeren, omdat het plan dan voldoende is uitgewerkt om hierover in gesprek te gaan. Er ligt dan iets concreets op tafel, waardoor het gesprek zinvol is en de juiste verwachtingen worden gewekt.

Vooroverleg met ketenpartners Bij het vooroverleg stuurt de gemeente een conceptversie van het ontwerp-omgevingsplan naar ketenpartners, zodat zij dit inhoudelijk kunnen beoordelen en feedback kunnen geven. Ketenpartners zijn de partijen waarmee de gemeente samenwerkt binnen het stelsel van de Omgevingswet, zoals de provincie, het waterschap of rijksdiensten. Welke partijen precies worden betrokken, hangt af van het onderwerp.

Informatiemarkt voor belangstellenden De informatiemarkt is een inloopavond met een stand of tafel per onderwerp of thema. Inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties kunnen vrij binnenlopen en op een laagdrempelige manier in gesprek gaat met de betrokken ambtenaren over de onderwerpen van de aankomende wijziging van het omgevingsplan. De bijeenkomsten vinden plaats op een centrale locatie, zoals het Stadhuis, en worden in de avonduren georganiseerd om de toegankelijkheid te vergroten. Er is doorgaans geen plenaire sessie, tenzij de inhoud van een wijziging daar specifiek om vraagt. Tijdens de avond zijn ook juridische adviseurs aanwezig. Zij geven toelichting op de juridische aspecten van de voorgenomen wijziging, beantwoorden vragen over de actuele versie van de regeling en helpen belangstellenden wegwijs in het Omgevingsloket. Voorafgaand aan de informatiemarkt is er een intern moment voor collega’s. Vooral voor medewerkers van het fysieke domein is het waardevol te zien wat er verandert en hoe dit hun dagelijkse werk beïnvloedt. Zo krijgen zij inzicht in de onderwerpen die met de stad worden besproken en wordt de interne betrokkenheid vergroot.

3.1.2.

Waarom kiest de gemeente voor deze participatievorm?

Een wijziging van het omgevingsplan omvat vaak meerdere onderwerpen, activiteiten of thema’s. Door de participatie te bundelen rondom de bijbehorende regels, hoeft niet voor elk onderwerp een afzonderlijk participatie- en communicatietraject te worden opgestart. Dit voorkomt dat inwoners en bedrijven zich overvraagd voelen. Daarnaast kunnen belanghebbenden gerichter worden uitgenodigd bij wijzigingen die voor hen relevant zijn. De gemeente past deze opzet consequent toe bij elke wijziging van het omgevingsplan, en streeft ernaar daarmee een herkenbaar en voorspelbaar participatiemoment te creëren. Er is altijd ruimte voor maatwerk. Vraagt een specifiek onderwerp om een andere participatieaanpak, bijvoorbeeld een aparte werksessie of een overleg met een specifieke doelgroep, dan past de gemeente het proces daarop aan. Belangrijk is dat de participatie effectief is. 8

3.2.

Betrokken belanghebbenden

Bij de participatie worden burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere overheden betrokken. De participatiebijeenkomsten zijn vooral bedoeld voor burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Andere overheden en vaste overlegpartners betrekt de gemeente door aan hen een concept van het ontwerp-omgevingsplan te sturen. Met burgers wordt bedoeld alle inwoners van Nijmegen. Een groot deel van de regels gaat straks voor iedereen gelden. Om die reden is het omgevingsplan voor deze groep relevant. De gemeente is zich ervan bewust dat het omgevingsplan technische inhoud bevat. Echter, zij denkt ook dat er veel kennis over de fysieke leefomgeving in de stad aanwezig is. Dit wil de gemeente aanspreken. Met bedrijven bedoelt de gemeente de in Nijmegen gevestigde bedrijven. Dat kunnen allerlei soorten bedrijven zijn. Afhankelijk van het type wijziging van het omgevingsplan zullen bedrijven worden betrokken. Voorbeelden van maatschappelijke organisaties zijn: een natuurvereniging, buurtorganisatie, erfgoedstichting of ondernemersvereniging. Met andere woorden: organisaties die zich inzetten voor het algemeen belang of voor een specifiek maatschappelijk doel.

Andere overheden en vaste overlegpartners zijn in dit kader: de provincie Gelderland, het Waterschap Rivierenland, Rijkswaterstaat, buurgemeenten en/of regio samenwerkingsverbanden, netbeheerders en nutsbedrijven, de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid (VRGZ), GGD Gelderland-Zuid en Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN).

3.3.

Communicatie

De gemeente betrekt de hierboven genoemde belanghebbenden via verschillende communicatiekanalen en met diverse communicatiemiddelen. De centrale boodschap van de communicatiecampagne luidt: “Wat merkt u ervan?” en “Waarom is het belangrijk dat u meedenkt?” Hiervoor worden de volgende kanalen ingezet: • de gemeentelijke website • MijnWijkplan • sociale media (Facebook, X en LinkedIn) • de digitale nieuwsbrief van de gemeente (verschijnt wekelijks op woensdag) • nieuwsberichten in De Brug en in wijkbladen De gemeente streeft ernaar te werken met herbruikbare middelen en formats, zodat de communicatie efficiënt en herkenbaar is.

9

3.3.1.

Planning communicatiecampagne

Voor elke participatiebijeenkomst organiseert de gemeente een communicatiecampagne volgens een vaste planning. De wervingscampagne start twee weken voorafgaand aan de bijeenkomst. Voorafgaand daaraan verstuurt de gemeente een 'save the date'. De communicatieacties in de onderstaande tabel zijn in principe bij elke bijeenkomst hetzelfde. Wijziging 02

Wijziging 01

Communicatieacties •

Week 28

Week 2

Week 34

Week 8

Week 35

Week 9

Begin september

Begin maart

Week 36 – 37

Week 10 – 11

Versturen ‘save the date’ aan belanghebbenden • Update van de gemeentelijke website met verwijzing naar MijnWijkplan • Publicatie ‘save the date’ op MijnWijkplan en in de digitale nieuwsbrief Start wervingscampagne: • Versturen persbericht • Digitale nieuwsbrief met aankondiging • Eerste socialmediapost met uitnodiging • Update van de gemeentelijke website met praktische informatie • Herinnering versturen aan genodigden • Contact met lokale media voor vermelding van de bijeenkomst •

Vervolg en doorloop van campagne op social media

Participatiebijeenkomst •

Publicatie van een terugblik op MijnWijkplan en in nieuwsbrief

10

3.4.

Interne organisatie

De initiatiefnemer van dit participatieproces is het Regieteam Omgevingsplan. Dit team is verantwoordelijk voor het beheer van het omgevingsplan, de informatie in het Omgevingsloket en het in goede banen leiden van de verschillende wijzigingen op het omgevingsplan. Het Regieteam verzorgt daarnaast alle facilitaire en logistieke zaken en de communicatiecampagne rondom de participatie. Ook stuurt het team de conceptversie van het ontwerp-omgevingsplan naar de ketenpartners. De beleidsvelden zijn verantwoordelijk voor de inhoud, de afstemming met de betrokken portefeuillehouder en verslaglegging. Tijdens de informatieavond betekent dit: • de inhoudelijke invulling van het kraampje; • aanwezigheid op de avond zelf; • een korte verslaglegging van de gesprekken en opgehaalde input.

3.5.

Participatieverslag

Van het gehele participatieproces maakt de gemeente een verslag: het participatieverslag. Hierin wordt beschreven welke inbreng belanghebbenden hebben geleverd en op welke wijze hiermee is omgegaan, ook als bepaalde suggesties niet zijn overgenomen. Het participatieverslag wordt gepubliceerd op MijnWijkplan en vormt daarnaast een belangrijk onderdeel van de besluitvorming. Zonder dit verslag wordt het besluit niet voorgelegd aan het college van burgemeester en wethouders of de gemeenteraad.

4. Vervolgproces en besluitvorming Op een wijziging van het omgevingsplan is de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. Dit is de uitgebreide procedure, die onder andere bestaat uit een kennisgeving, terinzagelegging, de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen, publicatie en uiteindelijk de inwerkingtreding van het wijzigingsbesluit. Vanaf de publicatie van het besluit hebben belanghebbenden zes weken de tijd om eventueel in beroep te gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Een wijzigingsbesluit treedt in beginsel vier weken na publicatie van het besluit in werking. Hiervan kan gemotiveerd worden afgeweken indien daar aanleiding toe bestaat.

4.1.

Besluitvorming wijzigingsbesluit

De besluitvorming over het wijzigingsbesluit kent twee belangrijke momenten. Allereerst wordt het ontwerpwijzigingsbesluit opgesteld en ter goedkeuring voorgelegd aan het college van burgemeester en wethouders. Dit markeert de start van de formele voorbereidingsprocedure. Nadat eventuele zienswijzen zijn verwerkt, wordt het definitieve wijzigingsbesluit ter vaststelling aangeboden aan de gemeenteraad. Deze twee momenten zijn in de onderstaande planning vetgedrukt weergegeven.

11

4.2.

Planning op hoofdlijnen

Wijziging 01

Wijziging 02

Processtappen

1 oktober

1 april

Start voorbereiding

begin maart

begin september

Participatiebijeenkomst

begin maart

begin september

maart/april

september/oktober

eind april/begin mei

eind oktober/begin november

medio mei

medio november

mei/juni

november/december

Mei/juni

November/december

Informatieavond (indien gewenst)

juli/augustus

januari/februari

Verwerken eventuele zienswijzen

medio augustus

medio februari

oktober

april

Concept besluit naar ketenpartners Verwerken van feedback uit het participatieproces Ontwerp wijzigingsbesluit in het college Publicatie ontwerp wijzigingsbesluit Inzage termijn ontwerp wijzigingsbesluit

Definitief wijzigingsbesluit in het college Definitief wijzigingsbesluit in de gemeenteraad

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=1841aefa-f46c-4392-8be7-33a05131189e