CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Participatieplan gebiedsvisie Campus Heijendaal

Besluitronde (raadsvergadering) 21 december 2022, gemeente NijmegenBij agendapunt: D18 d.d. 22 november 2022 inzake Participatieplan gebiedsvisie Campus Heijendaal3.686 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Participatieplan Gebiedsvisie Campus Heijendaal

1

Doelstelling van het project Gebiedsvisie Campus Heijendaal De campuspartners (Radboud Universiteit, Radboudumc en Hogeschool van Arnhem en Nijmegen) en de gemeente Nijmegen hebben op 15 oktober 2021 in een bestuurlijk overleg met elkaar afgesproken gezamenlijk te werken aan een gebiedsvisie voor Campus Heijendaal. Bij alle partijen (we noemen deze de initiatiefnemers in dit stuk) bestaat de wens om Campus Heijendaal verder te ontwikkelen tot een toegankelijk en markant gebied met toegevoegde waarde voor haar primaire gebruikers en de stad en met maatschappelijke betekenis voor de regio en ver daarbuiten. Campus Heijendaal is het geheel van de gronden en gebouwen van Radboud Universiteit, Radboudumc en de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Campus Heijendaal ligt aan twee belangrijke radiale wegen van de stad Nijmegen, de Sint Annastraat en de Heyendaalseweg. Het Radboudumc manifesteert zich voornamelijk aan de Sint Annastraat terwijl de universiteit haar gezicht met name aan de Heyendaalseweg heeft. Aan de noordoostzijde van het terrein ligt de spoorlijn Nijmegen–Venlo en station Nijmegen Heyendaal. De gebouwen van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen bevinden zich tussen de Kapittelweg en dit spoor. Langszij het spoor ligt een vrije busbaan die de campus rechtstreeks met station Nijmegen verbindt (rondje Heyendaal).

De gecombineerde terreinen van de campuspartners vormen het plangebied.

Door samen te werken aan (en straks vanuit) een gebiedsvisie kunnen problemen worden aangepakt en kansen worden benut die de grenzen van de afzonderlijke instellingen overstijgen. Het gaat hier met name om: •

• • •

• •

Het vergroten van de levendigheid en het verblijfsklimaat van het gebied, zodat Campus Heijendaal naast een plek om te studeren, onderzoeken en zorg te ontvangen ook steeds meer een plek wordt om te werken, wonen, verblijven, ontmoeten en ontspannen. Verduurzaming van mobiliteit in, van en naar het gebied, oftewel: een duurzaam bereikbare campus; Het versterken van de onderlinge/interne samenhang van het gebied, zodat het gebied meer als één campus aanvoelt en functioneert. Het versterken van de verbindingen tussen Campus Heijendaal, de naastgelegen buurten en de rest van de stad (zowel fysiek als in functionele/relationele sfeer), zodat Campus Heijendaal nog meer een levendig onderdeel wordt van de stad. Het versterken van de bedrijvigheid op de campus, zodat de toegevoegde waarde van bedrijven voor onderzoek, onderwijs, maatschappelijke impact en banen verder kan worden vergroot. Samenwerken aan de (economische) profilering van Campus Heijendaal, zodat het profiel van Campus Heijendaal de (economische) profilering van stad en regio ondersteunt.

2

Afbeelding 1: Plangebied Campus Heijendaal

Er is veel overlap en gezamenlijkheid in de wensen van de campuspartners en de gemeente. De partijen delen bovenstaande ambities voor de ontwikkeling van het gebied, alleen betekent dat nog niet dat al deze ambities volledig kunnen worden gerealiseerd Er zit bijvoorbeeld spanning op het toevoegen van functies aan de ene kant en het bereikbaar en het groen en aantrekkelijk houden van de campus aan de andere kant. We willen samen werken aan een visie voor Campus Heijendaal waarbij we de verschillende onderwerpen – zoals studeren, werken, zorgen, wonen, verblijven, maar ook mobiliteit, natuur of cultuurhistorie – in samenhang bekijken.

Doel van participatie bij de totstandkoming van de gebiedsvisie Doel van de participatie is om bij de totstandkoming van de visie een stem te geven aan belanghebbenden die te maken kunnen krijgen met de plannen die in de gebiedsvisie door de partners worden uitgewerkt. Dat doen we – in lijn met het nieuwe gemeentelijke participatiebeleid – om tot betere inhoudelijke oplossingen te komen, betrokkenheid bij de besluitvorming te vergroten en waar mogelijk bij te dragen aan beter gedragen keuzes in de gebiedsvisie. Goede en tijdige informatie aan belanghebbenden over de opgaven en plannen in de gebiedsvisie is een randvoorwaarde voor goede participatie. Dat geldt ook voor informatie over het participatieproces zelf: de planning, de rol van verschillende belanghebbenden, en de wijze waarop de besluitvorming over de gebiedsvisie verloopt.

3

Impact van de plannen en belanghebbenden Als het gaat om de impact van de plannen voor directe belanghebbenden is een onderscheid te maken tussen twee perspectieven: de gebruikers van het gebied en de omgeving – de mensen die in de wijken rondom het gebied wonen en werken (waarbij omwonenden natuurlijk ook gebruikers kunnen zijn). Centraal in het gebruikersperspectief staan de wensen en ideeën van gebruikers op de ruimtelijke ontwikkeling van Campus Heijendaal. Gebruikers kunnen te maken krijgen met de plannen in de gebiedsvisie, omdat daarin op hoofdlijnen uitspraken komen te staan over bijvoorbeeld waar bepaalde functies in het gebied terecht komen, hoe verbindingen liggen of hoeveel ruimte er wordt gemaakt voor bijvoorbeeld groen of voorzieningen. Allemaal zaken die vanuit een gebruikersperspectief relevant zijn. Bij gebruikers gaat het om: • • • •

medewerkers en studenten van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, Radboud Universiteit en Radboudumc patiënten van met name Radboudumc medewerkers van andere bedrijven/instellingen in het gebied bezoekers van de instellingen, het groen of de voorzieningen in het gebied (waaronder ook mensen die in de wijken rondom het gebied wonen of werken)

Centraal in het omgevingsperspectief staat de impact van de ruimtelijke plannen van de initiatiefnemers (onder meer gevoed met input vanuit de gebruikers) op de omgeving. De impact van de gebiedsvisie op de omgeving zal niet altijd concreet te maken zijn, omdat een gebiedsvisie vooral hoofdlijnen en kaders schetst. Keuzes in de gebiedsvisie kunnen op langere termijn echter wel gevolgen kunnen hebben voor deze groep belanghebbenden. De plannen kunnen voor de omgeving bijvoorbeeld impact hebben op het gebied van verkeer en het aanzicht van groen of gebouwen. Om betrokkenheid van omwonenden en omliggende bedrijven te bevorderen is het zaak om in de vraagstelling voor de participatie de gevolgen van keuzes in de gebiedsvisie goed inzichtelijk te maken. Naast deze directe belanghebbenden zijn er ook belangengroepen die een thema vertegenwoordigen dat in de plannen terugkomt. Ook zij kunnen bij de participatie op de gebiedsvisie worden betrokken. Bij het bepalen van wie we als belanghebbenden betrekken nemen we de inhoud en de thema’s als uitgangspunt, en niet zozeer geografische grenzen. De reikwijdte van het thema mobiliteit is geografisch groter dan die van een zichtlijn voor direct omwonenden.

We vinden het belangrijk om verschillende perspectieven en belanghebbenden te betrekken, en zullen bij de voorbereiding van de participatiesessies samen met een vertegenwoordiging uit de buurt (via de Spiegelgroep Participatie Heijendaal) de inventarisatie van belanghebbenden verder uitwerken.

Kaders In deze paragraaf komen de kaders aan de orde waarbinnen de participatie plaatsvindt, en welke gespreksonderwerpen centraal staan. Met andere woorden: wat staat al vast en welke beslis- en gespreksruimte is er? Van belang is in de eerste plaats de Omgevingsvisie Nijmegen 2040. Daarna gaan we in op de bestaande bestemmingsplannen en verduidelijken we de inhoudelijke focus van het participatieproces. Omgevingsvisie Nijmegen 2040 De Omgevingsvisie Nijmegen 2040 is een belangrijke leidraad voor gewenste toekomstige ontwikkelingen in onze stad. Nijmegen heeft de ambitie (en opgave) om tot 2030 te groeien met 10.000 banen en 10.000 nieuwe woningen. Om de kwaliteit van het omliggende landschap zoveel mogelijk voor Nijmegen te behouden, willen we de groei binnen de stadsgrenzen faciliteren. De Omgevingsvisie Nijmegen 2040 geeft aan hoe we dit willen doen. Centraal in de Omgevingsvisie staan de vier hoofdopgaven voor onze stad:

4

1. 2. 3. 4.

Economische veerkrachtige stad Sociale en gezonde stad Aantrekkelijke stad Duurzame stad

Nieuwe initiatieven dienen bij te dragen aan deze opgaven, bij voorkeur aan meer dan één tegelijkertijd. De vier opgaven bekijken we in samenhang en in de Omgevingsvisie zijn daarvoor acht integrale oplossingen (ruimtelijke keuzes) opgenomen (zie afbeelding). Voor de verdere ontwikkeling van Campus Heijendaal zijn met name de volgende vier keuzes van belang.

Compacte, dynamische stad We willen de benodigde groei van de stad zo compact mogelijk realiseren, oftewel in bestaand stedelijk gebied. Zo behouden we de kwaliteit van het landschap rondom de stad als belangrijke aantrekkingskracht van Nijmegen. Voor de groei van de stad richten we ons op 3 focusgebieden: een groter centrumgebied, de kanaalzone en de twee campussen (Novio Tech Campus en Campus Heijendaal). In deze gebieden stimuleren we functiemenging en verdichting en zetten we sterk in op de bereikbaarheid per fiets en het openbaar vervoer. Door te verdichten en functies te mengen, komen reisdoelen dichter bij elkaar te liggen. Verplaatsingen worden korter en we bevorderen dat mensen de auto laten staan en kiezen voor het OV, fiets of lopen. Bovendien houden we met groei en verdichting het draagvlak voor een goed voorzieningenniveau in stand. Sterke campussen De Nijmeegse campussen (Novio Tech Campus en Campus Heijendaal) zijn een vestigingsfactor voor bedrijven en een voedingsbodem voor innovatie en nieuwe bedrijvigheid. De campussen zijn van groot belang voor de stedelijke en regionale economie en we zien kansen om dat verder te versterken. Om die reden bieden we ruimte aan groei van beide campussen en verbeteren we het vestigingsklimaat door te investeren in uitstraling en kwaliteit.

Groene en gezonde stad We willen als stad bijdragen aan de gezondheid van onze inwoners en het verbeteren van de biodiversiteit. Dat doen we op allerlei manieren en met aandacht voor verschillende thema’s als luchtkwaliteit, geluidsbelasting, hitte, groen en water, bewegen en ontmoeten en voorzieningen. Zo werken we aan een groene stad met ruimte 5

voor diverse soorten groen, zowel in de wijken als in en om de stad. Daarnaast gaan we bij de verdere ontwikkeling van de stad uit van het natuurlijke systeem dat bestaat uit groen, water en ondergrond. Juist als we de stad gaan verdichten, wordt de kwaliteit van de groene en blauwe netwerken en plekken in de stad steeds belangrijker. Zowel voor de leefbaarheid voor mens en dier, de biodiversiteit en de klimaatadaptatie, als voor de gezondheid en het bewegen. Duurzame mobiliteit Om de stad te laten groeien zonder mobiliteitsproblemen te krijgen, zetten we in op lopen, fiets en openbaar vervoer. Met deze vervoersvormen kunnen we een aantal maatschappelijke doelen bereiken. Duurzame mobiliteit brengt mensen in beweging, is goed voor de gezondheid en luchtkwaliteit en draagt bij aan de beleving van de stad. De ambities die de campuspartners en de gemeente hebben geformuleerd voor gebiedsvisie geven voor een groot deel invulling aan de Omgevingsvisie Nijmegen 2040. Ambities als het vergroten van de levendigheid door meer ruimte te bieden aan andersoortige functies als bijvoorbeeld wonen, het versterken van de bedrijvigheid en het bevorderen van duurzame mobiliteit op de campus zijn daarmee een vertrekpunt voor de participatie met omgeving en gebruikers. Het gaat er dan ook niet om deze ambities op zichzelf te bespreken, maar hoe ze worden ingevuld in de gebiedsvisie.

Bestemmingsplan Heijendaal en Heijendaal Zuid De bestaande bestemmingsplannen spelen uiteraard een rol bij de plannen voor de gebiedsvisie. Daar waar in de gebiedsvisie ontwikkelingen worden voorgesteld die niet passen binnen de huidige bestemmingsplannen van het gebied, is voor realisatie een bestemmingsplanwijziging nodig. En voor wijziging van een bestemmingsplan zal een procedure moeten worden doorlopen. Het plangebied van de gebiedsvisie valt binnen de vigerende bestemmingsplannen Nijmegen Heyendaal (2007) en Nijmegen Heyendaal – 4 Heyendaal Zuid (2014). De gebieden waar bebouwing mogelijk is (de met een zwarte lijn begrensde vlakken binnen de bruine vlekken op de kaart), hebben voor het overgrote deel de bestemming ‘maatschappelijke doeleinden’. Het betreft hier een brede bestemming waarbinnen veel functies en ontwikkelingen mogelijk zijn, mits deze functies direct gerelateerd en ondergeschikt zijn aan het Universitair Medisch Centrum St. Radboud en/of de Radboud Universiteit en/of de Hogeschool Arnhem/Nijmegen.Andere belangrijke bestemmingen in het gebied zijn ‘bos’, ‘groen’, ‘park’ en ‘recreatieve doeleinden’.

Figuur 3: Bestemmingsplan Heyendaal Zuid (2014)

Figuur 2: Bestemmingsplan Nijmegen Heyendaal (2007)

6

Inhoudelijke focus in het participatieproces Het gaat bij de gebiedsvisie om onderwerpen die de grenzen van de afzonderlijke instellingen overstijgen, en dat geldt ook voor de participatie van belanghebbenden. Het gaat om onderwerpen waarin betere oplossingen kunnen worden gevonden door het gehele gebied in samenhang te beschouwen. We vragen belanghebbenden dan ook om op vanuit het schaalniveau van het hele campusgebied te kijken, binnen het kader van de omgevingsvisie en reagerend op de ambities van de campuspartners en de gemeente. Inbreng van belanghebbenden die in het kader van Duurzaam Bereikbaar Heijendaal is geleverd (o.a. Werkbijeenkomst 29 september 2021) nemen we mee in de eerste fase van het participatieproces voor de gebiedsvisie, waarin het onderwerp mobiliteit in samenhang met andere thema’s wordt besproken. Tenslotte: het accent ligt in de gebiedsvisie op ambities met een ruimtelijke of programmatische component, die terug te zien zullen zijn in het gebied zelf. Voor een ambitie als ‘het economische profiel versterken’ geldt dat hooguit indirect, en dit is dus ook niet direct onderwerp van gesprek in het participatieproces.

Thema’s De gespreksagenda voor de participatie volgt dus uit de ambities die campuspartners en gemeente hebben geformuleerd (binnen de kaders van de Omgevingsvisie Nijmegen 2040), waarbij het accent ligt op onderwerpen die de grenzen van de instellingen overstijgen en die een ruimtelijke of programmatische impact hebben op het gebied. Uiteraard kunnen in de gesprekken met belanghebbenden – binnen de geldende kaders – ander thema’s naar voren komen en worden geagendeerd. Hieronder geven we een eerste concretisering van de vraagstelling met een onderscheid tussen het gebruikers- en het omgevingsperspectief – uiteraard niet uitputtend of definitief. We hebben ervoor gekozen om de ambities rond duurzame mobiliteit in samenhang te beschouwen, en te koppelen aan de andere opgaven.

Gebruikersperspectief RONDOM HET VERGROTEN VAN DE LEVENDIGHEID EN HET VERBLIJFSKLIMAAT VAN HET GEBIED De achterliggende gedachte is dat Campus Heijendaal naast een plek om te studeren, onderzoeken en zorg te ontvangen ook steeds meer een plek wordt om te werken, wonen, verblijven, ontmoeten en ontspannen. De vragen die hierbij aan bod kunnen komen zijn: • • • • • • •

Zijn er knelpunten en kansen in de levendigheid en het verblijfsklimaat als je naar het hele gebied kijkt, welke? Hoe kan levendigheid en verblijfsklimaat worden versterkt? Wat is de concrete ruimtelijke vertaling van verblijven, ontmoeten en ontspannen? Wat is de rol van groen, voorzieningen, bewegen, ontmoetingsplekken? Waar in het gebied moeten die functies en voorzieningen terechtkomen? Hoe kunnen verbindingen en duurzame mobiliteit de versterking van de levendigheid en bedrijvigheid ondersteunen? Hoe kunnen de voorzieningen en functies op de campus meer betekenis krijgen voor de omliggende wijken en de stad?

RONDOM HET VERSTERKEN VAN DE ONDERLINGE/INTERNE SAMENHANG VAN HET GEBIED, ZODAT HET GEBIED MEER ALS ÉÉN CAMPUS AANVOELT EN FUNCTIONEERT. • • • •

Wat is het belang dat aan dit campusgevoel wordt gehecht? Welke achterliggende waarden en belangen spelen daarbij een rol? Waar worden barrières ervaren? Waardoor (in ruimtelijke zin) ontstaat een gevoel van samenhang? 7

•

Hoe kunnen verbindingen en mobiliteit de interne samenhang ondersteunen?

Omgevingsperspectief IMPACT VAN RUIMTELIJKE KEUZES IN DE GEBIEDSVISIE OP DE OMGEVING Vraagstelling: •

• • •

Welke kansen en bedreigingen leveren de voorgestelde ontwikkelingen om de levendigheid in het gebied te vergroten en het verblijfsklimaat te versterken op de kwaliteit van wonen en werken in de omliggende buurten? Wat betekent het versterken van bedrijvigheid voor de kwaliteit van wonen en werken in de omliggende buurten? Welke gevolgen op het gebied van mobiliteit en verkeer hebben de keuzes in de gebiedsvisie, welke kansen en bedreigingen levert dat op voor de omgeving? Hoe kunnen die kansen en bedreigingen zo goed mogelijk worden benut respectievelijk geadresseerd?

Belangengroepen De thema’s die in de gebiedsvisie worden besproken zouden het domein van diverse belangengroepen kunnen raken, bijvoorbeeld op het gebied van cultuurhistorie, mobiliteit, groen/natuur, gezondheid/vitaliteit of cultuur. In het participatietraject kunnen zij (vanuit het perspectief van de gebruiker of de omgeving) ook input leveren op de plannen en ambities en impact daarvan.

Status van de inbreng We zien voor belanghebbenden in dit participatietraject een adviserende rol. Dat wil zeggen dat waar mogelijk rekening wordt gehouden met de inbreng van belanghebbenden. Het maken van inhoudelijke keuzes in de loop van het participatietraject ligt bij de initiatiefnemers. Daarbij zullen zij bij iedere vervolgstap in de ontwikkeling van de plannen toelichten wat de inbreng is geweest, wat daarmee is gedaan en waarom. Er geldt, met andere woorden, een motiveringsplicht. De status van adviseren past bij de te verwachten impact van de plannen op de belanghebbenden, in relatie tot de belangen van de campuspartners en gemeente bij de te maken gebiedsvisie. Daarbij komt dat in de uiteindelijke besluitvorming een complexe afweging van verschillende belangen en perspectieven moet worden gemaakt, waarbij een groot aantal thema’s in samenhang moet worden bekeken. Omdat een gebiedsvisie een ruimtelijk document is dat kaders bevat waarbinnen de stad zich ontwikkelt, worden gebiedsvisies door de gemeenteraad vastgesteld. Dit geldt ook voor de gebiedsvisie voor Campus Heijendaal. Dat betekent dat het voorstel voor de afweging van belangen en perspectieven zoals de initiatiefnemers die in de gebiedsvisie maken, voor besluitvorming aan de gemeenteraad wordt voorgelegd.

Opzet participatie Gezien de aard van de vraagstelling (open, veel factoren die onderling samenhangen, behoorlijk abstract, ver vooruitkijken) verdient een kwalitatieve benadering (met accent op het doorgronden van aandachtspunten en afwegingen van belanghebbenden) de voorkeur boven kwantiteit/representativiteit. Dat betekent: eerder gesprekken/bijeenkomsten waar ruimte is voor verdieping en verschillende perspectieven dan surveys en polls op straat. We organiseren drie interactieve bijeenkomsten voor omgeving en gebruikers en belangengroepen die vanuit deze perspectieven input willen geven. In de voorbereiding en uitvoering van de sessies wordt nauw samengewerkt met PosadMaxwan, het stedenbouwkundig bureau dat de totstandkoming van de gebiedsvisie inhoudelijk ondersteunt. We gaan voor de eerste twee sessies uit van 15 tot 40 deelnemers (medewerkers, studenten, patiënten, bezoekers, vertegenwoordigers belangengroepen en omwonenden). Voor de derde sessie – waarin een 8

(concretere) conceptgebiedsvisie centraal staat – proberen we een bredere groep belanghebbenden te mobiliseren. Sessie 1. In de eerste bijeenkomst staat het gebruikersperspectief op het gebied centraal, ingekaderd door de plannen die de campuspartners en de gemeente hebben met het gebied in lijn met de omgevingsvisie. Dat betekent dat de vragen die hierboven genoemd zijn over het vergroten van de levendigheid, het versterken van het verblijfsklimaat en de samenhang van het gebied het vertrekpunt zijn. Welke mogelijkheden zien de gebruikers van het gebied als je de verschillende relevante thema’s (onder andere leren, zorg, wonen, werken, mobiliteit, verblijven, natuur, cultuur) campusbreed benadert? Sessie 2. De inbreng uit de eerste sessie wordt door de stedenbouwkundigen verwerkt naar een ruimtelijke en programmatische invulling in het gebied. Aan de hand van concrete scenario’s of varianten gaan we op zoek naar de voorkeuren van belanghebbenden, en met name de afwegingen die ze daarbij maken. In deze sessie bekijken we ook nadrukkelijk wat de impact van de plannen is op de omgeving. Dit omgevingsperspectief draait om de gevolgen van keuzes in de gebiedsvisie voor bewoners en bedrijven in de omliggende wijken, dit perspectief komt in de tweede sessie aan bod, dus nadat gebruikers in de eerste sessie daar inbreng op hebben kunnen leveren. Sessie 3.

De voorkeuren en afwegingen uit de tweede sessie vormen weer inbreng voor de inhoud van de laatste sessie, waarin een conceptversie van de gebiedsvisie wordt gepresenteerd en besproken. De gemaakte keuzes worden toegelicht en belanghebbenden wordt gevraagd naar wat zij sterke en minder sterke punten vinden, en naar hun afwegingen bij dat oordeel. Eventueel kan deze sessie, waarin een concreet voorstel voorligt, worden aangevuld met een meer kwantitatieve, (online) tool, om het bereik te vergroten.

Communicatie Communicatie over de gebiedsvisie en het proces wordt afgestemd op de stappen in het participatieproces. Een eerste belangrijk communicatiemoment vindt plaats voor aanvang van het participatietraject. Doelstellingen zijn op dat moment: • • •

Belanghebbenden informeren dat er een gebiedsvisie wordt ontwikkeld, waarom en door wie; Belanghebbenden uitnodigen en activeren om deel te nemen aan het participatieproces; Belanghebbenden informeren over de kaders, de inhoud en de status van de inbreng, en de opzet van het participatieproces.

Het vertellen van een consistent verhaal over de achtergronden van en ambities uit de gebiedsvisie en het participatieproces is van groot belang om onnodige ruis bij belanghebbenden te voorkomen. Hiertoe stellen de campuspartners en de gemeente in de projectgroep een kernboodschappendocument vast (grotendeels gebaseerd op de inhoud van dit participatieplan). Dat vormt de onderlegger voor de communicatie-uitingen die in samenwerking met de communicatieadviseurs van de campuspartners en gemeente worden gemaakt en verspreid. Daarvoor wordt een combinatie van een netwerkbenadering en werving en informatievoorziening via mijnwijkplan.nl, de kanalen van de instellingen, de gemeente en lokale media gehanteerd. Een tweede belangrijk communicatiemoment is de presentatie van de conceptgebiedsvisie, waarbij bredere aandacht en reacties worden gevraagd. De presentatie van de uiteindelijke gebiedsvisie en het vervolgproces is de derde en laatste mijlpaal in de communicatie. Ook hiervoor plegen de campuspartners en de gemeente een gezamenlijke inspanning en worden in samenspraak de kanalen van de instellingen, de gemeente en lokale media gehanteerd.

9

Besluitvorming PosadMaxwan en de projectgroep schrijven uiteindelijk de gebiedsvisie, waarin zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de inbreng van gebruikers en omgeving in het participatietraject. De uiteindelijke inhoud van de visie wordt voor akkoord voorgelegd aan de Stuurgroep Gebiedsvisie Campus Heijendaal, waarin bestuurders van de vier initiatiefnemende partijen vertegenwoordigd zijn. Na akkoord, wordt de visie voor vaststelling aan de gemeenteraad van Nijmegen voorgelegd. Zowel de Stuurgroep als de gemeenteraad worden middels een participatieverslag op de hoogte gebracht van de inbreng van belanghebbenden in het gebied, wat hiermee is gedaan en waarom.

Planning op hoofdlijnen De planning van het participatietraject en de drie participatiesessies hangt samen met de planning van de uitwerking van de gebiedsvisie. De planning ziet er (op hoofdlijnen) als volgt uit: • • • • •

2 november 2022 Medio november 2022 December 2022 Februari - maart 2023 Maart - mei 2023

bespreken concept participatieplan in Spiegelgroep Participatie Heijendaal besluitvorming over participatieplan in college gemeente Nijmegen eerste sessie participatietraject tweede sessie participatietraject derde sessie participatietraject

Evaluatie We proberen de kwaliteit van de participatie te bevorderen, door beoordeling van het proces niet alleen achteraf maar ook vooraf en tussentijds te laten plaatsvinden: • • •

• •

Het participatieplan wordt van tevoren met een adviesvraag voorgelegd aan de Spiegelgroep Participatie Heijendaal Tijdens het participatietraject van de gebiedsvisie (bijvoorbeeld na de eerste sessie) spreken we met de Spiegelgroep nog eens over het verloop, om te leren over en reflecteren op de voortgang tot dan toe. Aan het eind van elk van de drie bijeenkomsten vragen we deelnemende belanghebbenden om feedback op de sessie en het proces met een online tool of vragenformulier. Aan het eind van de derde bijeenkomst vragen we deelnemers ook om feedback op het hele proces. We koppelen de evaluatie van deelnemers aan een ‘interne’ evaluatie van de procesbegeleiders en de projectgroep. We delen na afloop van het participatieproject de evaluatie van deelnemers en de interne evaluatie met de Spiegelgroep Participatie Heijendaal.

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=9622e5c4-9595-465d-a201-a0f0526279c6