Overzicht verschillen modelverordening leerlingenvervoer 2024
Tekst van het document
OVERZICHT VERSCHILLEN MODELVERORDENING LEERLINGENVERVOER 2024 Toelichting: In het tabel hieronder zijn de wijzigingen opgenomen. Dit zijn verschillende soorten wijzigingen. - Groen onderwerp: dit betreft de huidige werkwijze die ook al vastgelegd was in de verordening van de gemeente Nijmegen, echter afwijkend is ten opzichte van de landelijke modelverordening leerlingenvervoer. - Blauw onderwerp: dit betreft de huidige werkwijze, die nu (beter) vastgelegd wordt in de verordening - Rood onderwerp: dit betreft wijzigingen in de huidige werkwijze
Onderwerp Citeertitel/doel
Modelverordening Titel is Verordening leerlingenvervoer.
Huidig beleid Nijmegen Titel is Verordening leerlingenvervoer.
Voorstel Titel wijzigen in Verordening bekostiging leerlingenvervoer.
Toelichting Dit past bij de basisgedachte, dat het bij het leerlingenvervoer in beginsel om financiële ondersteuning te verstrekken aan ouders van kinderen van wie de school verder gelegen is of voor wie het als gevolg van een handicap niet mogelijk is om de school zelfstandig te bereiken. De citeertitel ‘Verordening leerlingenvervoer’ zou ten onrechte kunnen doen vermoeden, dat de modelverordening het vervoer van leerlingen regelt.
Samenloop regelingen of vervoer in het kader van Doorbraakaanpak
Bij de beoordeling van de aanvraag voor een vervoersvoorziening wordt rekening gehouden met de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de
Dit was niet in de verordening of beleidsregels vastgelegd. In de praktijk werd in het kader van de Doorbraakaanpak, vervoer Jeugdwet en/of ter voorkoming van schooluitval
Overnemen modelverordening.
Met het overnemen van de modelverordening is een juridische onderbouwing voor de samenhang tussen verschillende regelingen. Hierdoor kan beter integraal
1
OVERZICHT VERSCHILLEN MODELVERORDENING LEERLINGENVERVOER 2024
Vervoersontwikkelingsplan
Vervoerstraining
leerling en die van het gezin. Tevens vindt afstemming van de vervoersvoorziening met andere in het kader van het sociaal domein aan de leerling of het gezin verstrekte voorzieningen deel uit van het onderzoek. Bij een beroep op (bekostiging van) leerlingenvervoer kan een vervoersontwikkelingsplan gevraagd worden.
Naast een vervoersvoorziening kan ook een vervoerstraining ingezet worden.
wel de samenhang gezocht tussen leerlingenvervoer en andere voorzieningen.
gewerkt worden en/of meer rekening gehouden met de (on)mogelijkheden van het gezin.
Overnemen modelverordening.
In de praktijk werd dit al op vrijwillige basis ingezet.
Overnemen modelverordening.
Hiermee wordt zelfredzaamheid en zelfstandigheid (indien mogelijk) gestimuleerd én voorkomen dat een leerling z’n hele schoolcarrière gebruik maakt van taxivervoer. Een vervoersontwikkelingsplan helpt om samen met het onderwijs, de ouders en de leerling naar de toekomst te kijken. Indien zelfredzaamheid en zelfstandigheid in de toekomst niet mogelijk is, dan is een vervoersontwikkelingsplan niet nodig. Doordat het in de verordening staat opgenomen, kan het volgens van een vervoerstraining verplicht worden gesteld. Het heeft de voorkeur om dit vrijwillig te volgen. In sommige gevallen, waarbij ouders niet mee willen werken en waarbij het te verwachten is dat
2
OVERZICHT VERSCHILLEN MODELVERORDENING LEERLINGENVERVOER 2024
Duur vervoersvoorziening
In de beleidsregels was bepaald dat een vervoersvoorziening voor maximaal 1 jaar werd verstrekt.
Beleidsregel over maximaal 1 jaar laten vervallen.
Vervoer naar buitenschoolse opvang of 1 ander (opvang)adres
Vervoer naar buitenschoolse opvang in plaats van naar woonhuis is mogelijk.
Vervoer mag naar 1 vast ander adres dan woonadres, dat hoeft niet persé de BSO te zijn, mits gelegen in de gemeente Nijmegen.
Handhaven afwijkend beleid Nijmegen.
Stagevervoer
Stage maakt onderdeel uit van onderwijs en dus vatbaar voor leerlingenvervoer. Stage moet overeenkomen met schooltijden én moet op de route liggen van de woning naar de school.
Voorkomen dat leerlingen na een lange stagedag lang in de taxi moeten doorbrengen en kosten van stagevervoer beperken. Om scholen en leerlingen te prikkelen om stage dicht bij huis te zoeken, wordt voorgesteld om stagevervoer in principe te beperken tot 20 km vanaf woonadres, tenzij aangetoond wordt dat er geen stageadres is binnen 20 km.
Vasthouden aan 20 km norm.
Afstandscriterium: 6 km
Afstandscriterium basisonderwijs: 6 km
Handhaven afwijkend beleid Nijmegen. Hieraan toevoegen
Afstandscriterium (minimale afstand tussen
Stage hoeft niet overeen te komen met schooltijden én hoeft ook niet op de route te liggen. Wel is afstemming/overleg nodig tussen school, ouders/leerling en gemeente over (taxi)vervoer naar stage.
zelfredzaamheid mogelijk is, kan dit verplichtend karakter helpend zijn. In het kader van klantvriendelijkheid en tegengaan van bureaucratie, ontstaat de mogelijkheid om voor leerlingen, waarvan duidelijk is dat zij de komende jaren niet in staat zijn om anders te reizen, een meerjaren beschikking af te geven. Sluit aan bij de realiteit en de wensen/behoeften van ouders en kinderen. Kosten zijn beperkt. Hierdoor ook koppeling met Jeugdwet vervoer. Stage is de opmaat naar werk of dagbesteding. Het is niet vanzelfsprekend dat voor stage dezelfde tijden gelden als schooltijden. Andere starttijden kan gunstig zijn vanwege het chauffeurstekort. Een andere route kan mogelijk lastig te organiseren zijn. Om die reden wordt afstemming gevraagd, zodat het stagevervoer voor zowel de leerling, als voor het vervoer goed te organiseren is en betaalbaar is. Het verschil met de landelijke modelverordening is dat een
3
OVERZICHT VERSCHILLEN MODELVERORDENING LEERLINGENVERVOER 2024 woning en school om in aanmerking te komen voor leerlingenvervoer)
Vergoeding vervoer voor kinderen naar voortgezet (speciaal) onderwijs
Afstandscriterium speciale school voor basisonderwijs en speciaal onderwijs: 4 km Geen afstandscriterium voor een gehandicapte leerling, waardoor het niet mogelijk is om zelfstandig te reizen. Alleen taxivervoer voor leerlingen die als gevolg van een handicap niet zelfstandig kunnen reizen.
Drempelbedrag en eigenbijdrage Begeleiding verantwoordelijkheid ouders
Als ouders aantonen dat begeleiding in het openbaar vervoer of per fiets niet mogelijk is (ook niet door familie, vrienden, kennissenkring) dan is er recht op aangepast vervoer.
Geen afstandscriterium voor een gehandicapte leerling, waardoor het niet mogelijk is om zelfstandig te reizen. Op basis van hardheidsclausule konden gehandicapte V(S)O leerlingen, die de overstap van taxivervoer naar openbaar vervoer maakten, een vergoeding en eventueel begeleiding ontvangen. In de huidige verordening en beleidsregels, was er geen regel om druk uit te oefenen richting school, ouders of leerling.
Geen drempelbedrag of eigen bijdrage bij fietsvervoer(≠ bromfiets). Nijmegen had deze regeling al en heeft in de beleidsregels uitwerkt wat wel/niet wordt verstaan onder “niet mogelijk”.
dat onder speciale school voor basisonderwijs en speciaal onderwijs ook bedoeld wordt de speciale klassen bij reguliere scholen voor leerlingen ter voorkoming van meer specialistische vormen van onderwijs.
lagere afstand wordt gehanteerd voor leerlingen die naar het speciaal (basis) onderwijs gaan én dat we rekening houden met passend onderwijs.
Bekostiging leerlingenvervoer mogelijk voor leerlingen met een handicap, zodat zij op basis van het vervoersontwikkelingsplan leren om zelfstandig (met openbaar vervoer) te reizen.
Op deze wijze willen wij zelfredzaamheid stimuleren, de druk op het taxivervoer verminderen en kosten besparen. Indien nodig kunnen we tegenwoordig digitale hulpmiddelen of begeleiding inzetten om leerlingen te leren zelfstandig te reizen. Door het op te nemen in de verordening/beleid, is het mogelijk om meer druk uit te oefenen om leerlingen de stap naar zelfstandig reizen te maken. Hiermee proberen wij het gebruik van de fiets te stimuleren. In specifieke situaties heeft het de voorkeur om begeleiding te organiseren en bekostigen boven aangepast vervoer.
Handhaven afwijkend beleid Nijmegen. Handhaven huidig beleid Nijmegen. Uitbreiding met de toevoeging dat de gemeente kan kiezen voor de inzet van begeleiding of aangepast vervoer.
4