Overeenkomst Essentiële Jeugdhulpfuncties
Tekst van het document
BIJLAGE 16 OVEREENKOMST ESSENTIËLE JEUGDHULPFUNCTIES
Datum: 1 mei 2024 Versie: 3.0
1
Deel 1A Gemeente en individuele Jeugdhulpaanbieder Artikel 1A Contactgegevens Gemeente Gemeente Naam /Jeugdhulpregio Naam Adres:
:
Postcode/plaats:
:
KvK-nummer
:
Verder als opdrachtgever te noemen Gemeente, Contactgegevens Gemeente
Artikel 1B Contactgegevens Jeugdhulpaanbieder De Jeugdhulpaanbieder : A T.a.v.
:
Correspondentieadres
:
Postcode/plaats
:
AGB-code
:
KvK-nummer
:
Verder als opdrachtnemer te noemen Jeugdhulpaanbieder, Onder 1A en 1B hierna gezamenlijk te noemen: “Partijen” Jeugdhulpaanbieder maakt onderdeel uit van het samenwerkingsverband dat bestaat uit de volgende partijen: Invullen opsomming partijen samenwerkingsverband
Artikel 1C Overwegende dat: • De Gemeente in het kader van de wettelijke plicht als bedoeld in artikel 2.3 en artikel 2.6 van de Jeugdwet tegenover jeugdigen is gehouden om te voorzien in de inkoop van
2
voldoende verantwoorde jeugdhulp in de gemeente, binnen redelijke termijn bij hem thuis, of op redelijke afstand van waar de jeugdige woont. • De Gemeente ter vervulling van deze wettelijke plicht overeenkomsten met één of meer Jeugdhulpaanbieders die samenwerken in een samenwerkingsverband wenst te sluiten. • De Gemeente daarvoor een toelatingsprocedure heeft doorlopen. • Op Jeugdhulpaanbieder geen uitsluitingsgronden van toepassing zijn. • Jeugdhulpaanbieder, althans het samenwerkingsverband voldeed aan alle geschiktheidseisen. • Gemeente en Jeugdhulpaanbieder via aanvaarding van een aanbod een overeenkomst tot stand willen laten komen. • Partijen in de overeenkomst de inspanningsgerichte uitvoeringsvariant toepassen. Waar sprake is van een taakgerichte uitvoeringsvariant wordt dit uitdrukkelijk vermeld. • Afspraken over prestaties en tarieven integraal onderdeel uitmaken van onderhavige overeenkomst. • De Jeugdhulpaanbieder zich ten doel stelt verantwoorde hulp te leveren, waaronder partijen verstaan: hulp van goed niveau, die Jeugdhulpaanbieder in ieder geval veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht verleent en die is afgestemd op de reële behoefte van de jeugdige of ouder (artikel 4.1.1 Jeugdwet).
• De Jeugdhulpaanbieder zich ten doel stelt de te leveren passende jeugdhulp in samenhang en samenwerking met de Jeugdhulpaanbieders in het samenwerkingsverband te leveren voor de G7. • De Jeugdhulpaanbieder bij (beleidsmatige) keuzes in de te leveren passende jeugdhulp met aandacht voor het individuele welzijn van de jeugdige de optimale balans zoekt tussen het individuele belang van de jeugdige, het collectieve belang van jeugdigen, de effectiviteit van de jeugdhulp en de kosten ervan. De Jeugdhulpaanbieder spant zich in voor het versterken van de positie van de jeugdigen en zijn verwanten/naasten. De te leveren jeugdhulp draagt bij aan de kwaliteit van leven/bestaan. • De Gemeente en de Jeugdhulpaanbieder een gelimiteerde beschikbaarheidsfinanciering overeenkomen voor bepaalde diensten die worden geleverd als een inspanningsgerichte uitvoeringsvariant. • Deze overeenkomst wordt in dezelfde vorm en met dezelfde inhoud, met uitzondering van deel 1B, gesloten tussen alle gemeenten van de G7 en alle aanbieders van het samenwerkingsverband. Het uitgangspunt van de overeenkomst is uniformiteit. Dat betekent dat iedere overeenkomst tussen iedere gemeente en zorgaanbieder altijd hetzelfde is.
Artikel 1D Gedefinieerde begrippen hebben in enkelvoud en meervoud overeenkomstige betekenis. De begrippen zoals vastgelegd in artikel 1.1 Jeugdwet, artikel 1.1 Besluit Jeugdwet, artikel 1 Regeling Jeugdwet en de Gemeentelijke verordeningen, beleids- en nadere regels zijn 3
onverkort van toepassing. Op de overeenkomst zijn verder de volgende begrippen van toepassing: • Combinant: Jeugdhulpaanbieder die deelneemt aan een combinatie. • Combinatie: Een combinatie is een samenwerkingsverband van twee of meer Jeugdhulpaanbieders die gezamenlijk hebben ingeschreven voor de opdracht, die allen individueel een overeenkomst hebben met de Gemeente en die hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de uitvoering van de opdracht. • Cluster: organisatorische eenheid waarin de mobiele brigade is georganiseerd. •
Essentiële functies zijn de integrale hoog specialistische zorgvormen (niet vallend onder een regionaal of LTA-contract) die zich richten op kwetsbare kinderen en hun gezinnen en/of netwerk. Hun zorgvragen - en de oorzaken ervan - zijn divers (heterogeen). Daarmee kan niet gesproken worden over een eenduidige of samenhangende doelgroep. Er is sprake van meervoudige en complexe zorgvragen. Niet één van de problematieken is bovenliggend, maar het is een combinatie van meerdere kernproblemen en de oplossing/aanpak/behandeling vraagt om intersectorale samenwerking. Tegelijkertijd kunnen een aantal beschermende factoren ontbreken. De combinatie van deze factoren zorgt voor ernstige ontregeling, en/of veiligheidsrisico’s bij het kind zelf en in de omgeving. Het perspectief voor deze kinderen ontbreekt. Er is geen scherpe afbakening op diagnose of problematiek op kindniveau te maken. Er valt onder andere te denken aan een combinatie van (niet limitatief): ▪ Achterstand in de (functie-)ontwikkeling en/of adaptieve vaardigheden en sociaal emotionele ontwikkeling. ▪ Gezondheidsproblemen, somatische aandoeningen. ▪ Forse externaliserende (waaronder forensische) gedragsproblemen. ▪ Ernstige internaliserende psychische klachten (zoals bijvoorbeeld stemming, trauma, dwang).
▪ Psychiatrische problematiek of dubbeldiagnoses zoals psychiatrische aandoeningen met verslavingsproblematiek of persoonlijkheidsproblematiek in ontwikkeling. ▪ Kwetsbaarheid voor slachtofferschap van mensenhandel/ criminaliteit/ middelengebruik. ▪ Intergenerationele problemen. Het kan daarbij gaan over trauma en hechtingsproblematiek van ouders maar ook over bijkomende problemen zoals complexe scheiding; huiselijk geweld; financiële problemen; psychiatrische problematiek ouders inclusief verslavingen of mishandeling/verwaarlozing. Voor kinderen en gezinnen die een dergelijke complexe zorgvraag hebben moeten de essentiële functies een antwoord bieden: integrale zorg van hoog-specialistische expertise en ervaring met deze kinderen en gezinnen, met de mogelijkheid om een (tijdelijke) verblijfsplek te bieden binnen een kwalitatief hoogstaand leef- en behandelklimaat. Onderwijs en vrijetijdsbesteding moeten onderdeel zijn van de geboden integrale zorg. Daarbij wordt niet alleen gedoeld op de fysieke aanwezigheid van een onderwijsvoorziening of vrije tijdsbestedingslocatie bij of op de verblijfslocatie, maar op het realiseren van een onlosmakelijke eenheid van 24-uursverblijf met bij voorkeur ambulante behandeling, onderwijs, werk/dagbesteding en vrijetijdsbesteding in passende vorm beschikbaar.
Een passende vorm is onderwijs dat zoveel mogelijk aansluit op de leefwereld van het kind, waarbij gestuurd wordt op behoud van het onderwijs dat het kind al volgt en waarin niet alleen gefocust wordt op verblijfsvormen waar 'intern' onderwijs de enige optie is. 4
• Fraude: Onder fraude verstaan partijen het plegen of trachten te plegen van valsheid in geschrifte, bedrog, benadeling van schuldeisers of rechthebbenden en/of verduistering bij de uitvoering van de Jeugdwet door de Jeugdhulpaanbieder, met het doel een prestatie, vergoeding, betaling of ander voordeel te krijgen waarop de Jeugdhulpaanbieder geen recht heeft of recht kan hebben. • Fundament Essentiële functies: het document waarin de uitkomsten van de beschrijving van alle eisen, werkprocessen, werkafspraken en contractuele afspraken zijn vastgelegd die tot stand zijn gekomen door middel van de Overlegtafelprocedure voorafgaande aan het sluiten van deze overeenkomst. Het fundament kent 3 onderdelen: een inhoudelijk fundament, sturings- en monitoringsfundament en bekostigingsfundament. • Gepast gebruik: Onder gepast gebruik verstaan partijen dat de jeugdhulp voldoet aan de vereisten uit de Jeugdwet, het Besluit Jeugdwet, de Regeling Jeugdwet en de Gemeentelijke verordening en dat de jeugdhulp voldoet aan de stand van de wetenschap en praktijk en dat de jeugdige redelijkerwijs is aangewezen op de jeugdhulp gezien zijn hulpvraag. • Gevolgschade: indirecte vermogensschade (geleden verlies en/of gederfde winst).
• G7: de zeven Gelderse jeugdhulpregio’s: Achterhoek, Centraal Gelderland, Food Valley, Midden-IJssel/Oost-Veluwe, Noord-Veluwe en Zeewolde, Rijk van Nijmegen en Rivierenland. • Hoofdaannemer: De hoofdaannemer is opdrachtnemer richting de Gemeente en is opdrachtgever richting zijn onderaannemers. De hoofdaannemer is verantwoordelijk en aansprakelijk voor het vormgeven van het jeugdhulpaanbod voor de jeugdige en/of ouders, zowel kwantitatief als kwalitatief, de verantwoording aan de Gemeente én de contractering en financiële afhandeling richting onderaannemers. • IGJ: Inspectie gezondheidszorg en jeugd. • Monitoringsoverleg: overlegorgaan op bovenregionaal niveau In dit overleg zit een afvaardiging van Partijen zoals bepaald volgens hun eigen governancestructuur. • Onderaannemer: Een Jeugdhulpaanbieder die in opdracht van de hoofdaannemer jeugdhulp levert aan de jeugdigen en/of ouders ter uitvoering van de daartoe door de gemeente met de hoofdaannemer aangegane overeenkomst. Een onderaannemer is niet: door de organisatie ingehuurd personeel, of een ingehuurde zzp’er die bijspringt op de groep, vanuit personeelstekort. Dat is personeel niet in loondienst.
• Overlegtafel Essentiële functies: Naam van fysiek overlegorgaan op bovenregionaal niveau, bestaande uit een delegatie van Gemeente en een delegatie van Jeugdhulpaanbieder dat de colleges van Burgemeester en wethouders adviseert over concrete voorstellen voor aanpassen van deze overeenkomst. • Samenwerkingsverband: Een groep, van twee of meer aanbieders, die zich gezamenlijk inschrijft om de gevraagde diensten te leveren.
5
Artikel 1E De overeenkomst heeft betrekking op de volgende vormen van jeugdhulp: 1. Ondersteuning van en hulp en zorg, niet zijnde preventie, aan jeugdigen en hun ouders bij het verminderen, stabiliseren, behandelen en opheffen van of omgaan met de gevolgen van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouders of adoptiegerelateerde problemen; 2. Het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijk verkeer en van het zelfstandig functioneren van jeugdigen met een somatische, verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem en die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt, en; 3. Het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van de persoonlijke verzorging gericht op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid bij jeugdigen met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking of een somatische of psychiatrische aandoening of beperking, die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt. Met deze overeenkomst worden twee diensten ingekocht: •
Integrale hoog specialistische zorg inclusief verblijf;
•
Mobiele Brigade.
De dienstomschrijving van deze twee diensten staat in de bijlage ‘Fundament essentiële functies’. Deze twee diensten moeten in samenhang met elkaar worden geleverd. Voor de mobiele brigade gelden daarbij als extra aandachtspunten de reisafstand van de medewerkers van de mobiele brigade (maximaal 1 uur), de noodzaak voor de mobiele brigade om het zorglandschap goed te kennen en de behoefte voor de deelnemers van de mobiele brigade om elkaar fysiek te kunnen ontmoeten. Het ligt voor de hand om voor de mobiele brigade te denken in organisatorische eenheden (clusters). Zorgaanbieders werken op basis van een ‘vlekkenplan van expertise en organisaties’ een voorstel uit om tot invulling van clusters te komen, waarmee een dekkend aanbod wordt gerealiseerd. Het werken in clusters neemt echter niet weg dat kinderen, gezinnen en regionaal opererende zorgaanbieders en verwijzers uit de diverse regio’s, op dezelfde dienstverlening moeten kunnen rekenen. Belangrijk daarbij is dat de mobiele brigades de werkwijzen gelijk houden. Voorstel clusterindeling met geografische indeling en jeugdigen (0-17 jaar). Dit voorstel kan worden aangepast op basis van het plan van aanpak van de aanbieders.
Cluster 1: Food Valley – Noord-Veluwe en Zeewolde - Midden-IJssel/Oost-Veluwe met totaal 182.133 jeugdigen Cluster 2: Achterhoek – Centraal Gelderland met totaal 137.371 jeugdigen Cluster 3: Rivierenland – Rijk van Nijmegen met totaal 94.656 jeugdigen 6
Artikel 1F De volgende wet- en regelgeving beheerst in ieder geval de contractuele relatie tussen partijen: de geldende wet- en (lagere) regelgeving, waaronder in ieder geval de Jeugdwet, de Regeling Jeugdwet (inclusief de voorgeschreven i-standaarden en gebruik berichtenverkeer), het Besluit Jeugdwet, de Gemeentelijke verordening en daarop gebaseerde beleids- en nadere regels, de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en het corrigendum op de AVG en het Burgerlijk Wetboek.
Artikel 1G Tegenstrijdigheden en hiërarchische volgorde: De volgende bijlagen zijn (in hiërarchische volgorde) van toepassing en maken integraal onderdeel uit van de overeenkomst die de Gemeente met de Jeugdhulpaanbieder sluit. Het betreft telkens de gepubliceerde, meest actuele versie van: 1. De overeenkomst en bijlagen 2. De Nota(’s) van Inlichtingen 3. De Gemeentelijke inkoopdocumenten, met daarin: a. Toetredingsdocument essentiële functies d.d. …… b. Het Fundament essentiële functies met daarin i. Inhoudelijk fundament ii. Sturings- en monitoringsfundament iii. Bekostigingsfundament 4. De meest recente model algemene inkoopvoorwaarden van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (maart 2018). 5. De aanmelding van de Jeugdhulpaanbieder, met daarin: o Plan van Aanpak samenwerkingsverband
Artikel 1H De overeenkomst gaat in op 1 januari 2025 en loopt tot 31 december 2027. De Gemeente kan na afloop van de looptijd de overeenkomst stilzwijgend in zijn geheel of gedeeltelijk verlengen met een periode van 24 kalendermaanden. De Gemeente mag op deze wijze de overeenkomst maximaal 2 maal verlengen. Gemeenten kunnen niet individueel besluiten de overeenkomst niet te verlengen. Zij kunnen dit enkel per jeugdhulpregio doen. Uitzondering hierop is als er sprake is van een gemeentelijke herindeling of als de gemeente onderdeel gaat uitmaken van een andere jeugdhulpregio. Als een regio besluit niet te verlengen, gaan gemeenten met Jeugdhulpaanbieders in gesprek wat dit betekent voor de opdracht, specifiek de financiering en de overlegstructuren. Hiervoor volgen de gemeenten de procedure zoals beschreven in Bijlage 3.
7
Als de regio besluit niet te verlengen, dan zegt zij de overeenkomst op voor 1 juli van een lopend contractjaar, volgens de voorwaarden opgenomen in de overeenkomst. Partijen behouden onverminderd de mogelijkheid de overeenkomst tussentijds op te zeggen volgens artikel A deel 2 en hetgeen is opgenomen in de algemene voorwaarden.
Deel 1B Gemeente en individuele Jeugdhulpaanbieder Afspraken tussen gemeente en één jeugdhulpaanbieder -
Afspraken opnemen over specifieke verblijfsplekken met daarbij afgesproken tarieven en beschikbaarheidsbekostiging;
-
Afspraken opnemen over de invulling mobiele brigade en de aanvullende integrale zorg met daarbij afgesproken tarieven en bekostiging;
-
Specifieke punten die volgen uit het plan van aanpak ingediend bij de inschrijving.
8
Deel 2 Gemeente en alle jeugdhulpaanbieders Artikel A De Gemeente kan de overeenkomst tussentijds wijzigen. De wijzigingen kunnen aanvullend op artikel 24 lid 3 zien op: -
Het toevoegen, verwijderen of aanpassen van de te leveren diensten;
-
De bekostigingssystematiek en daarmee samenhangend de tarieven en beschikbaarheidsfinanciering;
-
Het Inhoudelijk fundament;
-
Het Sturings- en monitoringsfundament;
-
Het toevoegen, verwijderen of aanpassen van ontwikkelafspraken.
Partijen starten in deze overeenkomst met een transformatieopgave. Alle wijzigingen die nodig zijn om de transformatie te volbrengen kunnen worden aangebracht in de overeenkomst. In de bijlagen worden voor deze transformatie een aantal ontwikkelafspraken vastgesteld. Deze ontwikkelafspraken maken onderdeel uit van deze herzieningsclausule. In afwijking van artikel 24 lid 3 kan het artikel 9 over onderaanneming, 19 lid 2 en art 22 lid 2 enkel via dit artikel gewijzigd worden en niet via artikel 24 lid 3 van deze overeenkomst. Alle wijzigingen van de overeenkomst gaan volgens de procedure van de Overlegtafel zoals vastgelegd in art. B t/m D van deel 2 van deze overeenkomst. Op het moment dat een wijziging wordt doorgevoerd op basis van deze procedure wordt er ook een toets op basis van art. 2.11 Jeugdwet toegepast. Partijen nemen een termijn van maximaal zes maanden in acht, ingaande de dag na het beschikbaar komen van de gewijzigde contractstandaarden, om de wijziging door te voeren. De jeugdhulpaanbieder weigert de wijziging niet op onredelijke gronden. Als de gevolgen van de wijziging naar het oordeel van jeugdhulpaanbieder onredelijk zijn, of partijen anderszins niet tot overeenstemming komen over de (gevolgen van) de wijziging van de overeenkomst, dan heeft jeugdhulpaanbieder het recht de overeenkomst op te zeggen.
Partijen volgen in deze situatie de volgende procedure: - De financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties worden door de Jeugdhulpaanbieders in het bestaande samenwerkingsverband in kaart gebracht. Verder dient, indien en voor zover van toepassing, een plan opgemaakt te worden voor continuïteit van jeugdhulp, als vanuit de betreffende opzeggende Jeugdhulpaanbieder jeugdigen jeugdhulp ontvangen. Daarnaast wordt vanuit Jeugdhulpaanbieders bezien of aanpassing van de overeenkomst gewenst is. Bij het in kaart brengen van deze aspecten kan een onafhankelijke deskundige worden betrokken. - De Jeugdhulpaanbieders van het samenwerkingsverband communiceren hun bevindingen, onderbouwd met stukken, aan Gemeente. De Jeugdhulpaanbieders streven er naar deze bevindingen binnen 6 weken aan te leveren. Na aanlevering wordt de procedure ‘escalatieladder’ zoals vastgelegd in artikel L gevolgd. Alle partijen spannen zich in om beide 9
procedures zo spoedig mogelijk te doorlopen. Wijzigingen treden pas in werking na het doorlopen van beide procedures. Opzegging op grond van dit artikel geeft Partijen geen recht op vergoeding van schade en/of kosten. De mogelijkheid tot wijziging in dit artikel laat het wijzigen van de overeenkomst zoals is opgenomen in de overige wijzigingsclausules in de overeenkomt onverlet.
Artikel B Overlegtafel Essentiële Functies lid 1 Gemeente organiseert zo vaak als nodig, maar minimaal één keer per jaar, een overleg met de Overlegtafel Essentiële Functies.
Artikel B Overlegtafel Essentiële Functies lid 2 Partijen waarborgen samen een juiste vertegenwoordiging. Gemeente vaardigen maximaal één persoon per jeugdhulpregio af voor de Overlegtafel. Jeugdhulpaanbieders vaardigt een maximaal aantal personen af gelijk aan het aantal personen vanuit Gemeente, om de gelijkwaardigheid in aantal te waarborgen.
Artikel C Voorstellen en signalen lid 1 Partijen spreken af dat het monitoringsoverleg op G7-niveau concrete voorstellen kan doen van aanpassing of verwijdering van (delen) van deze overeenkomst. Partijen kunnen voorstellen aanleveren aan het monitoringsoverleg. Deze voorstellen worden meegenomen in de het monitoringsoverleg en aldaar behandeld voordat ze aan de Overlegtafel worden voorgelegd.
Artikel C Voorstellen en signalen lid 2 Partijen kunnen die delen van de overeenkomst niet aanpassen of verwijderen welke vallen onder de contractstandaarden voor dit type overeenkomst welke landelijk worden aangepast en vastgesteld.
Artikel C Voorstellen en signalen lid 3 Iedere Partij kan signalen afgeven die relevant zijn voor de uitvoering van deze overeenkomst voor Essentiële functies. Deze signalen kunnen betrekking hebben op ontwikkelingen in de bedrijfsvoering, in wijken, in buurten, bij specifieke Inwoners, et cetera. Deze signalen kunnen zowel positief, neutraal als negatief zijn. Deze signalen worden, voor zover relevant, in een voorstel vanuit het monitoringsoverleg meegenomen naar de Overlegtafel en aldaar behandeld op de wijze zoals beschreven in artikel D en Bijlage 1 van deze overeenkomst.
Artikel D Wijzigingsprocedure lid 1 De Overlegtafel behandelt voorstellen die het monitoringsoverleg inbrengt. Partijen krijgen drie weken de tijd om op de hiervoor bedoelde voorstellen schriftelijk te reageren. Op basis van deze reacties besluit de Overlegtafel de hiervoor bedoelde voorstellen aan te merken als ‘uitgewerkte voorstellen’.
10
Artikel D Wijzigingsprocedure lid 2 De vertegenwoordigers van Partijen welke zitting hebben in de Overlegtafel adviseren in consensus over een ‘Uitgewerkt voorstel’, om deze wel of niet over te nemen. Het in consensus gegeven advies door de Overlegtafel wordt genotuleerd eventueel met een toelichting. Gemeente kan uiteindelijk in haar besluitvorming beargumenteerd afwijken van het uitgebrachte advies.
Artikel D Wijzigingsprocedure lid 3 Als Gemeente het ‘uitgewerkt Voorstel’ uit artikel D lid 2 niet aanneemt, dan wijzigt deze overeenkomst niet.
Artikel D Wijzigingsprocedure lid 4 Als Gemeente het ‘uitgewerkt voorstel’ uit artikel D lid 2 overneemt en implementeert, dan biedt Gemeente de gewijzigde overeenkomst aan voor akkoord. Aanbieders die akkoord gaan, sluiten met Gemeenten de gewijzigde Overeenkomst. Aanbieders die niet akkoord gaan met de gewijzigde Overeenkomst beëindigen conform artikel A de overeenkomst.
Artikel E Hypermaatwerk In uitzonderlijke gevallen is er inzet nodig die niet past binnen de bestaande vormen van behandeling en begeleiding: we spreken dan van hypermaatwerk. Dit gaat over creatieve oplossingen die buiten alle bestaande kaders vallen en waarvoor een aparte besluitvormingsprocedure geldt voordat deze oplossingen kunnen worden ingezet. Dit is ook omschreven in de bijlage Fundament essentiële functies (hoofdstuk 1 inhoudelijk fundament). Er is een procedure voordat maatwerk ingezet mag worden. Deze is te vinden in bijlage 2.
Artikel F Plaatsingen in G7 Jeugdigen ontvangen zo dicht mogelijk bij huis Jeugdhulp zoals bedoeld in deze overeenkomst. De Jeugdhulp verplaatst zich, niet de jeugdige. In geval van hoogspecialistische zorg met verblijf wordt gezocht naar een passende verblijfsplek binnen achtereenvolgens, bezien vanuit de woonplaats van de Jeugdige, de eigen gemeente, binnen de eigen jeugdhulpregio, en als laatste binnen de grenzen van de G7. Voor jeugdigen die hun woonplaats hebben in de grensgebieden van de G7 is het mogelijk om ook verblijfszorg te ontvangen op locaties van Jeugdhulpaanbieder gelegen buiten de grenzen van de G7, als daarmee een passende plek dichterbij huis gerealiseerd wordt. Gemeente en Jeugdhulpaanbieders maken ontwikkelafspraken om toe te werken naar genoeg passende plekken dichtbij huis in de G7.
11
Artikel G Passende Jeugdhulp In aanvulling op artikel 1 deel 3 geldt er een extra drempel voor het bepalen of er sprake is van de juiste hulp. Wanneer een jeugdige hulp nodig heeft die valt binnen de diensten zoals gecontracteerd voor de Essentiële functies, moet de Jeugdhulpaanbieders samen met de Jeugdhulpaanbieders binnen het samenwerkingsverband dat verantwoordelijk is de jeugdige helpen en de jeugdhulp leveren. Jeugdhulpaanbieders binnen het samenwerkingsverband zijn verantwoordelijk voor de inzet voor het bieden van een passende oplossing. De gemeenten verwachten uiterste inspanning op alle problematieken en een perspectiefplan voor iedere jeugdige. Uitgangspunt hierbij is het zo min mogelijk doorplaatsen van een jeugdige. De jeugdhulpaanbieders organiseren de stappen en zorg die noodzakelijk zijn om de jeugdige perspectief te geven. Dit wordt vastgelegd en tussentijds bijgesteld in het perspectiefplan. Indien noodzakelijk onderhoudt de gemeente contact met de inspectie (IGJ) om hen te betrekken bij de dilemma’s die verband houden met de mogelijkheden en beperkingen van het professioneel kader om de zorg passend georganiseerd te krijgen. Het is toegestaan dat de Jeugdhulpaanbieders extra partijen inschakelen om de Jeugdige te helpen. Indien het samenwerkingsverband een externe partij inzet dan geldt hetgeen bepaald in artikel 9 van deel 3 van deze overeenkomst.
Wanneer het samenwerkingsverband weigert een Jeugdige te helpen wordt dit besproken via de escalatieladder die hiervoor is opgenomen.
Artikel H 18-/18+ De Jeugdhulpaanbieder houdt bij aanvang van de opdracht rekening met de doorgaande hulpverlening (zorgcontinuïteit) vanaf het 18e levensjaar van de jeugdige. In dat kader neemt de Jeugdhulpaanbieder, voor zover noodzakelijk en voor zover de jeugdige de leeftijd van 16,5 jaar heeft bereikt, het initiatief en voert hij de regie tot het in samenspraak met de jeugdige, het gezin en verwijzer opstellen van een perspectiefplan, waarin ten aanzien van de verschillende leefgebieden: zorg, onderwijs, werk, vrije tijd, gezondheid en financiën, voor zover noodzakelijk integraal beschreven staat wat de stand van zaken is en aan welke doelen de jeugdige nog wil/gaat werken en welke partijen betrokken zijn bij het realiseren van deze doelen. Concreet betekent dit dat elke jongere die jeugdhulp ontvangt een persoonlijk ontwikkel- of toekomstplan heeft met niet-vrijblijvende afspraken waarin de ‘Big 5’ (wonen, werk/school, inkomen, welzijn en support) leidend is. Het plan is van de jongere zelf, de eigen specifieke behoeften staan centraal. De Jeugdhulpaanbieder draagt zo bij aan een ‘warme’ overdracht naar de opvolgende (zorg)aanbieder(s).
De Jeugdhulpaanbieder organiseert ook voor het 18e levensjaar waar mogelijk, en voor zover dit in het kader van de jeugdhulpverlening van de jeugdhulpaanbieder kan worden verwacht in het kader van goed hulpverlenerschap, de gelijktijdige inzet van voorzieningen buiten de Jeugdwet, mits die andere partijen, voor zover deze daarvoor verantwoordelijk zijn, de voorwaarden organiseren waaronder dit voor Jeugdhulpaanbieder mogelijk is. De Jeugdhulpaanbieder betrekt in het geval van verlengde jeugdhulp, niet zijnde verlengde pleegzorg, de door de Jeugdwet aangewezen verwijzers om te beoordelen wat de juiste
12
opvolgende voorzieningen inhouden. Onder verlengde jeugdhulp wordt verstaan die zorg of ondersteuning van een jeugdige die de leeftijd van 18 jaar maar nog niet die van 23 jaar heeft bereikt en die niet op grond van de Zorgverzekeringswet, Wet langdurige zorg of Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 geboden kan worden.
Artikel I Warme overdracht De Jeugdhulpaanbieder neemt het initiatief en voert de regie tot het in samenspraak met de jeugdige, het gezin en verwijzer opstellen van een perspectiefplan, waarin ten aanzien van de verschillende leefgebieden: zorg, onderwijs, werk, vrije tijd, gezondheid en financiën, voor zover noodzakelijk integraal beschreven staat wat de stand van zaken is en aan welke doelen de jeugdige nog wil/gaat werken en welke partijen betrokken zijn bij het realiseren van deze doelen. Onderdeel van de afspraken is de nazorg De Jeugdhulpaanbieder draagt zo bij aan een ‘warme’ overdracht terug naar huis of naar de opvolgende (zorg)aanbieder(s).
Artikel J Beschikbaarheidsfinanciering Partijen spreken voor bepaalde onderdelen van de gecontracteerde diensten een beschikbaarheidsfinanciering af. Dit wordt uitgewerkt in deel 1B van de overeenkomst per gecontracteerde partij.
Artikel K Uittreding uit de overeenkomst lid 1 Uittreding gaat over een individuele partij die om zwaarwegende redenen niet langer de overeenkomst kan voortzetten. Deze zwaarwegende redenen zijn anders voor jeugdhulpaanbieders dan voor gemeenten. Voor gemeenten geldt dat zwaarwegende redenen echt een laatste middel is. Bij uittreding gelden ook de artikelen die zien op continuïteit van jeugdhulp. Partijen doorlopen voor uittreding het proces dat is opgenomen in bijlage 3. Dit artikel laat de andere mogelijkheden tot beëindiging van de overeenkomst onverlet.
Artikel K Uittreding uit de overeenkomst lid 2 Jeugdhulpaanbieders kunnen individueel uit de overeenkomst treden. De overige jeugdhulpaanbieders gaan direct met de gemeenten in gesprek over de gevolgen van deze uittreding, hierbij wordt de procedure gevold zoals vastgelegd in Bijlage 3 van deze overeenkomst. Op basis van dit gesprek wordt besloten op welke wijze geborgd wordt dat er een dekkend zorglandschap blijft.
Artikel K Uittreding uit de overeenkomst lid 3 Gemeenten kunnen niet individueel uit de overeenkomst treden. Zij kunnen dit enkel per jeugdhulpregio doen. Uitzondering hierop is als er sprake is van een gemeentelijke herindeling of als de gemeente onderdeel gaat uitmaken van een andere jeugdhulpregio. Als een regio uittreedt, gaan gemeenten met Jeugdhulpaanbieders in gesprek wat dit betekent voor de opdracht, specifiek de financiering en de overlegstructuren. Hiervoor volgen de gemeenten de procedure zoals beschreven in Bijlage 3.
13
Artikel L Escalatieladder lid 1 Partijen committeren zich eraan om op contactverzoeken van de wederpartij zo spoedig mogelijk te reageren. Voor telefonisch contact wordt een terugbelverzoek normaliter binnen twee werkdagen gehonoreerd, een e-mailverzoek normaliter binnen drie werkdagen.
Artikel L Escalatieladder lid 2 In afwijking van lid 1, wordt er direct contact gezocht tussen Jeugdhulpaanbieder en medewerker van het Lokaal Team in het geval van spoed. Er wordt vanuit het Lokaal Team waar mogelijk direct gehandeld, ook bij afwezigheid van de reguliere contactpersoon.
Artikel L Escalatieladder lid 3 Partijen committeren zich om de communicatie open en constructief plaats te laten vinden.
Artikel L Escalatieladder lid 4 Partijen zijn op de hoogte van de bepalingen van de overeenkomst.
Artikel L Escalatieladder lid 5 In het monitoringsoverleg worden de gegevens van de onderstaande contactpersonen door zowel Gemeente als Jeugdhulpaanbieder actueel gehouden (voor Jeugdhulpaanbieders zonder rechtspersoonlijkheid kunnen A tot D dezelfde persoon zijn Niveau
Contactpersoon Gemeente
Contactpersoon Jeugdhulpaanbieder
A
Gegevens wethouders
Gegevens tekenbevoegde
B
Gegevens accountmanagers en management lokaal
Gegevens directie/locatie verantwoordelijk
C
Gegevens regionale/lokale contractmanagers
Gegevens accountmanager
D
Gegevens Backoffice en gemeentelijke toegang
Gegevens zorgadministratie
Artikel L Escalatieladder lid 6 In de samenwerking wordt er vooral op het niveau van C en D bij partijen gecommuniceerd, voor het uitvoeren van regionaal accountmanagement vindt er ook regulier overleg plaats op niveau van B. Indien er onenigheden zijn op een niveau, wordt er opgeschaald naar het niveau daarboven. Dit kan zowel door Gemeente als door Jeugdhulpaanbieder geïnitieerd worden.
14
Artikel L Escalatieladder lid 7 Als er op het niveau van A nog niet tot overeenstemming is gekomen, ook niet na het doorlopen van de geschilbeslechtingsprocedure zoals beschreven in deze overeenkomst. Dan wordt tot opzegging van de overeenkomst overgegaan, met inachtneming van de artikelen over continuïteit van jeugdhulp.
Artikel M toetreden tot de overeenkomst lid 1 Voor Jeugdhulpaanbieders is het mogelijk om toe te treden tot het samenwerkingsverband. Als voorwaarde geldt dat de Jeugdhulpaanbieder die wil toetreden Essentiële functies aanbiedt in Gelderland en de toetreding een hiaat in het zorglandschap oplost.
Artikel M toetreden tot de overeenkomst lid 2 Het is mogelijk voor gemeenten om toe te treden tot deze overeenkomst. Voor Gemeenten geldt dat zij niet op individueel niveau kunnen toetreden, maar enkel op het niveau van jeugdhulpregio. Uitzondering hierop is als er sprake is van een gemeentelijke herindeling of als een gemeente deel gaat uitmaken van een Gelderse jeugdhulpregio. Op het moment dat een jeugdhulpregio toetreedt gaan partijen in gesprek over wat dit bekent voor de uitvoering van de opdracht. Specifiek hebben zij hierbij aandacht voor de wijziging van de financiering en de overlegstructuren.
Artikel M toetreden tot de overeenkomst lid 3 In gezamenlijk overleg wordt besloten of een regio kan toetreden tot de overeenkomst. In gezamenlijk overleg wordt besloten of een jeugdhulpaanbieder kan toetreden tot het samenwerkingsverband. De overleg en besluitstructuur zoals opgenomen in bijlage 3 wordt hiervoor gevolgd.
15
Deel 3 Alle gemeenten en alle jeugdhulpaanbieders Hoofdstuk 1 Levering van jeugdhulp Artikel 1 Levering van jeugdhulp - lid 1 De Jeugdhulpaanbieder verleent jeugdhulp aan de jeugdige die op grond van de daarvoor gestelde wettelijke bepalingen of gemeentelijke regelgeving naar hem is verwezen, tenzij: 1. een stop toeleiding jeugdigen (‘cliëntenstop’) is opgelegd door de Gemeente of tussen partijen is overeengekomen; 2. Jeugdhulpaanbieder aantoonbaar niet de juist jeugdhulp kan bieden; 3. (bij budgetplafonds) de maximale bestedingsruimte (geprognosticeerd) is of wordt bereikt.
Artikel 1 Levering van jeugdhulp - lid 2 De Jeugdhulpaanbieder verplicht zich om verantwoorde jeugdhulp te leveren aan jeugdigen waarvoor de Gemeente op basis van het woonplaatsbeginsel verantwoordelijk is, waaronder partijen verstaan: hulp van goed niveau, die Jeugdhulpaanbieder in ieder geval veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht verleent en die is afgestemd op de reële behoefte van de jeugdige of ouder. De Jeugdhulpaanbieder neemt bij het verlenen van jeugdhulp de eisen in acht die volgens de algemeen aanvaarde professionele standaard redelijkerwijs aan de te leveren jeugdhulp zijn te stellen en handelt in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving, waaronder de Jeugdwet en de Gemeentelijke verordening. Deze jeugdhulp voldoet aan de definitie van gepast gebruik. Om aan deze verplichtingen te kunnen voldoen, beschikt de Jeugdhulpaanbieder over voldoende gekwalificeerde medewerkers zoals vastgelegd als eis in de Gemeentelijke inkoopdocumenten en/of kwaliteitseisen in landelijke standaarden en/of de Gemeentelijke verordening. Medewerkers kunnen de (potentiële) jeugdigen en de Gemeente in tenminste de Nederlandse taal te woord staan.
Artikel 1 Levering van jeugdhulp - lid 3 Als de jeugdhulp aan een jeugdige bestaat uit een samenstelling van diensten geleverd door verschillende jeugdhulpaanbieders, dan is de jeugdhulpaanbieder die start met de jeugdhulp ervoor verantwoordelijk dat het daarop aanvullende onderdeel optimaal aansluit voor deze jeugdige, tenzij de betrokken jeugdhulpaanbieders daar onderling afspraken over maken.
16
Artikel 1 Levering van jeugdhulp - lid 4 Als een Jeugdige zich bij de Jeugdhulpaanbieder meldt met een medische verwijzing, althans niet een verwijzing via de gemeentelijke toegang, een bepaling van de gecertificeerde instelling of een gerechtelijke machtiging, dan beoordeelt de Jeugdhulpaanbieder vervolgens met deze verwijzing inhoudelijk welke jeugdhulp de jeugdige precies nodig heeft, met welke frequentie en voor hoe lang (de duur en de omvang). De Jeugdhulpaanbieder bepaalt de inhoud van de voorziening. De Jeugdhulpaanbieder past bij de genoemde beoordeling en bepaling van de inhoud van de voorziening de werkwijze toe zoals de gemeentelijke toegang deze toepast, en betrekt in haar oordeel de eigen kracht, het sociale netwerk, algemene (voorliggende) voorzieningen en de goedkoopst adequate individuele voorziening.
Artikel 1 Levering van jeugdhulp - lid 5 Bij het leveren van jeugdhulp, maakt Jeugdhulpaanbieder gebruik van evidence based en practice based methodieken. Als de Jeugdhulpaanbieder niet kan aantonen dat deze aanwezig zijn of gezien de ondersteunings- of hulpvraag dat deze niet afdoende zijn, dan maakt de Jeugdhulpaanbieder gebruik van historisch en in de branche gangbare methodieken. Als de Jeugdhulpaanbieder eveneens niet kan aantonen dat deze aanwezig zijn of gezien de ondersteunings- of hulpvraag dat deze niet afdoende zijn, dan dient de Jeugdhulpaanbieder aan te tonen dat de gebruikte methodieken gelijkwaardig zijn. Als de Jeugdhulpaanbieder de voorgeschreven methodieken niet gebruikt of niet kan aantonen dat gebruikte methodieken gelijkwaardig zijn, kan de Gemeente, na inwinning van deskundig advies, dit aanmerken als een tekortkoming in de nakoming.
Artikel 1 Levering van jeugdhulp - lid 6 De Jeugdhulpaanbieder heeft aantoonbaar kennis van en handelt aantoonbaar naar de uitgangspunten van de nota van commissie Rouvoet 'Norm voorkomen seksueel misbruik in de jeugdzorg'.
Artikel 1 Levering van jeugdhulp - lid 7 Als bevindingen van de IGJ leiden tot een oordeel ten aanzien van de levering van jeugdhulp of andere zorg, hulp of ondersteuning geleverd door de Jeugdhulpaanbieder, dan zal de Gemeente de gevolgen van deze bevindingen op deze overeenkomst betrekken.
Artikel 1 Levering van jeugdhulp - lid 8 De Jeugdhulpaanbieder wijst de jeugdige tijdig op de mogelijkheden van een (onafhankelijke) vertrouwenspersoon.
17
Artikel 1 Levering van jeugdhulp - lid 9 De Jeugdhulpaanbieder houdt zijn gegevens actueel in de door de Gemeente daarvoor beschikbaar gestelde applicatie.
Artikel 2 Indexering 1. De Gemeente past jaarlijks een indexering toe op de tarieven. Deze indexering wordt berekend uit de som van het geprognosticeerde percentage voor het komende jaar (t+1) en het verschil tussen het in het voorgaande jaar (t-1) geprognosticeerde percentage voor het lopende jaar (t) en het definitieve percentage voor het lopende jaar (t). De percentages zijn verschillend voor de loonkosten en materiële kosten. 2. De Gemeente verhoogt of verlaagt de tarieven voor 90% op basis van het geprognosticeerde en definitieve indexcijfer Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling ("OVA") voor personele kosten van het Centraal Planbureau en gepubliceerd door de Nederlandse Zorgautoriteit en voor 10% op basis van het geprognosticeerde en definitieve prijsindexcijfer particuliere consumptie (PPC) voor materiële kosten, van het Centraal Planbureau en gepubliceerd door de Nederlandse Zorgautoriteit.
Artikel 3 Marketing - lid 1 Als de Jeugdhulpaanbieder gebruikmaakt van marketing, dan houdt de Jeugdhulpaanbieder zich aan de “gedragsregels voor marketing”. Deze gedragsregels houden in dat de Jeugdhulpaanbieder: a. zichzelf duidelijk en expliciet kenbaar maakt op enig materiaal dat hij gebruikt voor directe marketing richting jeugdigen; b. geen gebruikmaakt van telefonische marketing, huis-aan-huis verkoop of verkoop op locaties waar jeugdigen veel aanwezig zijn (zoals scholen, ziekenhuizen en medische verwijzers – NB. De POH GGZ is geen marketing in de zin van dit artikel); c. duidelijk en expliciet zorgt voor de mogelijkheid voor jeugdigen om aan te geven dat zij in de toekomst geen marketing materiaal meer willen ontvangen (via post, e-mail of andere methoden); d. geen diensten binnen deze overeenkomst levert aan jeugdigen voordat deze daar op basis van wet- en regelgeving aanspraak op kan maken; e. zich in zijn uitlatingen niet anders voordoet dan als Jeugdhulpaanbieder. Hij doet zich bijvoorbeeld niet voor als onderzoeksbureau voor het doen van onderzoek of afnemen van enquêtes bedoeld om producten of diensten aan te bieden; f. als hij persoonlijke informatie verzamelt van jeugdigen voor marketing-doeleinden dit expliciet aan de jeugdige kenbaar maakt en vraagt om schriftelijke toestemming (van jeugdige en/of ouder(s)); g.
richting jeugdigen en gezinnen geen gebruik maakt van zogenaamde agressieve verkooptechnieken.
18
Artikel 3 Marketing - lid 2 De Jeugdhulpaanbieder houdt zich ook aan deze regels voor marketing als hij naast het leveren van jeugdhulp op basis van deze overeenkomst ook diensten levert of wil leveren op basis van een persoonsgebonden budget aan jeugdigen en/of ouder(s) van de Gemeente.
Artikel 4 Continuïteit van jeugdhulp - lid 1 De Jeugdhulpaanbieder garandeert de continuïteit van de jeugdhulp.
Artikel 4 Continuïteit van jeugdhulp - lid 2 De Jeugdhulpaanbieder is verplicht om bij omstandigheden die een risico vormen voor de continuïteit van de jeugdhulp, in het bijzonder als sprake is van de dreigende sluiting van locaties of voorzieningen, of deze op enigerlei wijze (kunnen) bedreigen, in het bijzonder maar niet uitsluitend op financieel en inhoudelijk gebied, de Gemeente meteen van die omstandigheden met inachtneming van privacyregels in kennis te stellen en dit schriftelijk te bevestigen. Hierbij geeft de Jeugdhulpaanbieder de Gemeente inzicht in alle relevante stukken die betrekking hebben op de problematiek. De Gemeente heeft het recht om, bij gerede twijfel, een extern (accountants)onderzoek in te stellen. Partijen merken de omstandigheden in ieder geval aan als risicovol voor de continuïteit van jeugdhulp als: 1. Er gedurende de laatste 3 jaar sprake is (geweest) van materieel negatieve exploitatieresultaten; 2. Er sprake is van (het ontstaan van) liquiditeitsproblemen; 3. Er sprake is van bestuurlijke onrust; 4. Er sprake is van enige bestuursrechtelijke maatregel van de IGJ, enige bestuursrechtelijke maatregel van een gemeente of gemeentelijk toezichthouder, of van een tuchtrechtelijke of strafrechtelijke maatregel. Partijen voeren overleg over voorgaande en betrekken daarbij – indien nodig – met het oog op de risico’s, de Jeugdautoriteit.
Artikel 5 Wachttijden - lid 1 De Jeugdhulpaanbieder spant zich in om wachttijden te voorkomen. De actuele Treeknormen zijn van toepassing. Als de Jeugdhulpaanbieder niet binnen een specifieke branche valt, dan zijn op hem de Treeknormen Gehandicaptenzorg van toepassing.
Artikel 5 Wachttijden - lid 2 De Jeugdhulpaanbieder geeft actief informatie aan eenieder die daarom vraagt over wachttijden en het voeren van wachttijdbeheer. In het geval van wachttijden informeert de Jeugdhulpaanbieder de verwijzer proactief (dus voor het ontstaan, de ontwikkeling en het einde van de wachttijden).
19
Artikel 5 Wachttijden - lid 3 Een stop toeleiding jeugdigen (‘cliëntenstop’) ingesteld door Jeugdhulpaanbieder in het kader van wachttijden is alleen mogelijk na schriftelijke toestemming van de Gemeente.
Artikel 5 Wachttijden - lid 4 Als de Gemeente vaststelt dat er sprake is van een onaanvaardbare wachttijd, zoals gesteld in het eerste lid van deze bepaling, dan rust op de Jeugdhulpaanbieder de verplichting om actief samen met de jeugdige een andere jeugdhulpaanbieder te vinden voor de inzet van de benodigde jeugdhulp, tenzij de Jeugdhulpaanbieder aantoont dat er geen alternatieve jeugdhulpaanbieders voor de jeugdhulp beschikbaar zijn.
Artikel 6 Cliëntenstop door Jeugdhulpaanbieder (niet van toepassing) (Alleen inspannings- en outputgerichte variant waarbij meer dan één jeugdhulpaanbieder of samenwerkingsverband van jeugdhulpaanbieders is gecontracteerd)
Als de Jeugdhulpaanbieder voornemens is een ‘cliëntenstop’ in te stellen voor jeugdigen die een bepaalde vorm van jeugdhulp willen afnemen, dan gaat hij daarover vooraf tijdig het overleg aan met de Gemeente over een mogelijke oplossing. De Jeugdhulpaanbieder is gehouden de Gemeente schriftelijk te informeren over deze ‘cliëntenstop’ conform de hierover met de Gemeente gemaakte afspraken. Hieronder vallen ook afspraken over een eventueel beschikbaar alternatief en passend aanbod. Dit gebeurt minimaal 10 werkdagen voorafgaand aan de ‘cliëntenstop’. De ‘cliëntenstop’ wordt geëffectueerd na schriftelijke toestemming van de Gemeente. De Jeugdhulpaanbieder dient overeenkomstig de schriftelijk vastgelegde afspraken altijd de beschikbaarheid van permanent voldoende crisishulp en overige acute jeugdhulp te regelen en te waarborgen. De Jeugdhulpaanbieder mag deze jeugdhulp niet weigeren.
Artikel 7 Zorgweigering en -beëindiging De Jeugdhulpaanbieder kan dienstverlening aan de jeugdige weigeren of beëindigen, mits weten regelgeving zich hiertegen niet verzetten. De Jeugdhulpaanbieder dient bij opzegging aan de jeugdige een opzegtermijn te hanteren van minimaal één kalendermaand en daarnaast actief mee te werken met verwijzers, de Gemeente daaronder begrepen, voor het vinden van een passend alternatief aanbod als één van deze partijen daar om vraagt. De Jeugdhulpaanbieder blijft verantwoordelijk voor het leveren van de benodigde jeugdhulp tot een passend alternatief is gevonden of passende overbruggingszorg door de Jeugdhulpaanbieder is geregeld. Deze bepaling ziet op de voorwaarden die voortvloeien uit wet- en regelgeving en de jurisprudentie, actueel ten tijde van het opstellen van de contractstandaard.
Artikel 8 Wijziging hulpbehoefte De Jeugdhulpaanbieder treedt tijdig in overleg met de jeugdige en/of indien noodzakelijk de ouder bij wijziging van de hulpvraag, over de aanvraag van een nieuw toewijzingsbesluit bij het college van de Gemeente. Als dit aan de orde is, dan vraagt de Jeugdhulpaanbieder in overleg 20
met en namens de Jeugdige een nieuw toewijzingsbesluit aan.
Artikel 9 Onderaanneming - lid 1 De Jeugdhulpaanbieder meldt verleende jeugdhulp in onderaanneming achteraf minimaal 1 keer per 6 maanden bij de Gemeente. de Gemeente kan de Jeugdhulp-aanbieder wel verplichten om de samenwerking met bepaalde onderaannemers stop te zetten. De Gemeente neemt daarbij wet- en regelgeving in acht.
Artikel 9 Onderaanneming - lid 2 De inschakeling van een onderaannemer geschiedt voor eigen rekening en risico van de Jeugdhulpaanbieder en doet niet af aan de verplichtingen van de Jeugdhulpaanbieder uit deze overeenkomst. De onderaannemer dient in ieder geval aantoonbaar in het bezit te zijn van een inschrijving in het Handelsregister. Ook dient geen IGJ-maatregel van kracht te zijn bij de onderaannemer, dan wel een onderzoek naar vermoeden van fraude bij de onderaannemer plaats te vinden.
Artikel 9 Onderaanneming - lid 3 De hoofdaannemer garandeert dat de jeugdhulp door de onderaannemer(s) aan dezelfde eisen voldoet, als die welke aan de jeugdhulp geleverd door de Jeugdhulpaanbieder zelf zijn gesteld.
Artikel 9 Onderaanneming - lid 4 De hoofdaannemer geeft de Gemeente desgevraagd nadere informatie over de onderaannemer. In voorkomend geval kunnen partijen nadere afspraken maken met betrekking tot de onderaanneming en deze in een addendum vastleggen bij deel 1.
Artikel 9 Onderaanneming - lid 5 De hoofdaannemer kan aantonen dat hij met alle onderaannemers afspraken heeft gemaakt die borgen dat zij geen onderaannemer(s) inschakelen voor de uitvoering van de jeugdhulp. Alleen met toestemming van de Gemeente aan de hoofdaannemer is de inschakeling van onderaannemer(s) door een onderaannemer toegestaan.
Hoofdstuk 2 Informatievoorziening, overleg en uitwisseling gegevens Artikel 10 Informatievoorziening aan de gemeente - lid 1 De jeugdhulpaanbieder verstrekt het College desgevraagd de gegevens, waaronder eveneens kunnen worden verstaan persoonsgegevens zoals bepaald in de Algemene verordening gegevensbescherming, indien en voor zover die noodzakelijk zijn voor het doelmatig, doeltreffend en op samenhangende wijze uitoefenen van haar taken in het kader van de Jeugdwet en de wettelijke voorschriften die betrekking hebben op de levering van de 21
jeugdhulp, en voor zover de jeugdhulpaanbieder daartoe gehouden is op grond van de Jeugdwet of anderszins gegevensverstrekking aan het College door de jeugdhulpaanbieder op grond van de Jeugdwet is toegestaan. Het College vraagt geen gegevens uit indien zij zelf of het Centraal Bureau voor de Statistiek over deze gegevens beschikt en de gegevens gebruikt kunnen worden ten behoeve van deze doelen en neemt daarbij het uitgangspunt in acht dat de uitvraag niet tot vermijdbare administratieve lasten leidt.
Artikel 10 Informatievoorziening aan de gemeente - lid 2 Partijen verschaffen elkaar actief de informatie die nodig is voor de uitvoering van deze overeenkomst en de wettelijke voorschriften die betrekking hebben op de levering van de jeugdhulp. De Jeugdhulpaanbieder beschikt over een systeem van informatievoorziening dat borgt dat de Jeugdhulpaanbieder periodiek beschikbaar komende informatie over de Jeugdhulpaanbieder, de door hem geleverde jeugdhulp en de kwaliteit van de jeugdhulp met inachtneming van de relevante kwaliteitskaders terstond aan de Gemeente ter beschikking stelt. De Gemeente verschaft geen bedrijfsvertrouwelijke informatie over andere jeugdhulpaanbieders, tenzij de Gemeente wettelijk verplicht is die informatie openbaar te maken. Tenzij de betreffende informatie beschikbaar is via een openbaar toegankelijke bron, verschaft de Jeugdhulpaanbieder passend binnen de kaders van wet- en regelgeving ter zake van de bescherming van persoonsgegevens, op eigen initiatief, de volgende gegevens: a. Wanneer bij de Jeugdhulpaanbieder een onderzoek door de IGJ of een gemeentelijke toezichthouder heeft plaatsgevonden, informeert de Jeugdhulpaanbieder de Gemeente hierover en stuurt een afschrift van het onderzoek en de eventuele te nemen maatregel door de IGJ of gemeentelijke toezichthouder voor zover deze niet openbaar zijn.
Als de IGJ of de gemeentelijke toezichthouder voornemens is maatregelen te treffen moet de Jeugdhulpaanbieder de Gemeente per omgaande hierover informeren. De Jeugdhulpaanbieder stemt ermee in dat de Gemeente deel kan nemen aan de bestuursgesprekken tussen de IGJ of de gemeentelijke toezichthouder en de Jeugdhulpaanbieder, als de situatie daar aanleiding toe geeft. b. De Jeugdhulpaanbieder plaatst openbare rapporten van de IGJ of gemeentelijke toezichthouders goed vindbaar voor de jeugdige op de website van de Jeugdhulpaanbieder zodra deze beschikbaar zijn. c. Nader inzicht in de financiële vermogenspositie (inclusief solvabiliteit, rentabiliteit, liquiditeit) en bedrijfsvoering van de eigen onderneming, de in groepsverband verbonden ondernemingen en de door de Jeugdhulpaanbieder gecontracteerde onderaannemer(s). d. Het jaardocument waaronder begrepen de jaarrekening, vergezeld van een accountantsverklaring. De Jeugdhulpaanbieder stelt deze zo spoedig mogelijk doch in elk geval vóór 1 juli van het daaropvolgende kalenderjaar (artikel 8.3.1 Jeugdwet) beschikbaar aan de Gemeente, al niet gedeponeerd via https://www.desan.nl/net/DoSearch/Search.aspx. Hierin zijn in elk geval ook opgenomen de opbrengsten die zijn verkregen uit jeugdhulp geleverd door onderaannemers. De gegevens met betrekking tot de productieverantwoording worden door de accountant in zijn controle betrokken.
Een accountantsverklaring kan achterwege blijven, als de jaaromzet van de Jeugdhulpaanbieder, voor wat
22
betreft geleverde jeugdhulp in het kader van de Jeugdwet, in totaal lager is dan EUR 125.000,00, tenzij sprake is van een afwijkende materialiteit. e. Het maatschappelijk jaarverslag volgens artikel 4.3.1 Jeugdwet.
Artikel 10 Informatievoorziening aan de gemeente - lid 3 De Jeugdhulpaanbieder meldt calamiteiten bij de verlening van jeugdhulp onverwijld aan de IGJ. De Jeugdhulpaanbieder meldt een calamiteit bovendien onverwijld aan de Gemeente. Artikel 4.1.8 Jeugdwet en de daarin opgenomen informatieplicht geldt jegens de IGJ, niet jegens de gemeente.
Artikel 11 Archiefmateriaal De Jeugdhulpaanbieder bewaart het dossier overeenkomstig de in artikel 7.3.8 Jeugdwet gestelde termijn. Vernietiging voor het einde van deze termijn anders dan op grond van artikel 7.3.9 Jeugdwet, ontoegankelijk maken, vervanging, vervreemding en overdracht van dossiers door de Jeugdhulpaanbieder gebeurt in samenspraak met de Gemeente. Bij beëindiging van de overeenkomst draagt de Jeugdhulpaanbieder zorg voor de overdracht in goede, geordende en toegankelijke staat van de lopende dossiers, aan de organisatie die de gemeente aanwijst. Bij beëindiging van de bedrijfsvoering draagt de jeugdhulpaanbieder er zorg voor dat ook de gesloten dossiers in overeenstemming met de Jeugdwet in goede, geordende en toegankelijke staat bewaard blijven.
Hoofdstuk 3 iJw Artikel 12 iJw Partijen handelen volgens de meest actuele voorschriften zoals vastgelegd in het Informatiemodel i-Standaarden, gepubliceerd op de website van Zorginstituut Nederland. In dit Informatiemodel staan de bedrijfs-, operationele - en technische regels en standaarden. De Jeugdhulpaanbieder zorgt ervoor dat hij beschikt over adequaat werkende software zodat hij aan zijn verplichtingen op het gebied van registratie, communicatie en verantwoording kan voldoen, zoals vermeld in het Informatiemodel en in het actuele en voor de uitvoeringsvariant van toepassing zijnde Standaard Administratieprotocol van het Ketenbureau i-Sociaal domein en eventuele nadere richtlijnen, zoals van het Zorginstituut Nederland. De Jeugdhulpaanbieder draagt zorg voor een tijdige, juiste en volledige aanlevering van berichten in het iJw berichtenverkeer aan de Gemeente. De Gemeente draagt zorg voor een tijdige, juiste en adequate administratie.
Hoofdstuk 4 Declaratie en betaling Artikel 13 Onverschuldigde betaling Ten onrechte gedane betalingen gedurende de duur van de overeenkomst of gedaan in enig voorafgaand jaar leiden tot ten minste terugvordering van hetgeen onterecht is voldaan,
23
vermeerderd met wettelijke rente en te maken kosten, al dan niet verrekend met nog openstaande dan wel toekomstige declaraties.
Artikel 14 Declaratie en betaling van de geleverde jeugdhulp Partijen verplichten zich, in aanvulling op afspraken gemaakt in deel 1 en/of deel 2 van de overeenkomst, te handelen volgens het actuele en voor de uitvoeringsvariant van toepassing zijnde Standaard Administratieprotocol van het Ketenbureau i-Sociaal domein.
Artikel 15 Uitgangspunten voor betaling - lid 1 De vergoeding van de jeugdhulp vindt plaats overeenkomstig de afspraken die partijen hebben gemaakt in deel 1 en/of 2 van deze overeenkomst inclusief relevante bijlagen.
Artikel 15 Uitgangspunten voor betaling - lid 2 De Gemeente vergoedt alleen de gerealiseerde jeugdhulp zoals beschreven in Deel 1 en Deel 3, artikel 1.
Hoofdstuk 5 Fraude, integriteit, niet nakoming en geschillen Artikel 16 UBO (Ultimate Benifical Owner) Artikel 16 UBO - lid 1 De Jeugdhulpaanbieder heeft geen UBO('s) die onder een wettelijke sanctieregeling zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel valt/vallen.
Artikel 16 UBO - lid 2 Onverminderd hetgeen bepaald is in lid 1, betaalt de Gemeente nooit aan een Jeugdhulpaanbieder waarvan de UBO('s) is/zijn vermeld op een sanctielijst behorend bij de Sanctiewet en -regelgeving. Om dit te kunnen controleren maakt de Gemeente onder andere gebruik van het landelijk UBO-register. De Jeugdhulpaanbieder draagt daartoe – als voor hem een registratieplicht geldt – zorg voor een juiste UBO-registratie in het landelijk UBO-register. Mocht de Gemeente de UBO(‘s) niet zelf, onder andere door gebruikmaking van het landelijk UBO-register, kunnen vaststellen dan verstrekt de Jeugdhulpaanbieder op eerste verzoek van de Gemeente deze informatie aan de Gemeente.
24
Artikel 16 UBO - lid 3 Onverminderd de geldigheid van deze overeenkomst betaalt de Gemeente nooit aan een Jeugdhulpaanbieder die zijn UBO niet bekend maakt of waarvan een UBO onder een wettelijke sanctieregeling valt.
Artikel 16 UBO - lid 4 Indien de Gemeente de UBO('s) van de jeugdhulpaanbieder niet kan achterhalen en de Jeugdhulpaanbieder na het eerste verzoek van de Gemeente geen informatie verstrekt over de UBO('s) zoals bedoeld in lid 2, dan heeft de Gemeente de mogelijkheid om betalingen aan de Jeugdhulpaanbieder op te schorten totdat de Gemeente toereikende informatie over de UBO('s) van de Jeugdhulpaanbieder heeft verkregen.
Artikel 17 Materiële controle en fraude - lid 1 De Gemeente is gerechtigd tot het verrichten van materiële controle en het doen van fraudeonderzoek volgens paragraaf 6b van de Regeling Jeugdwet.
Artikel 17 Materiële controle en fraude - lid 2 De jeugdhulpaanbieder verliest bij fraude het recht op vergoeding uit hoofde van deze overeenkomst voor dat deel van de levering van jeugdhulp waarbij fraude is vastgesteld, onverminderd zijn verplichting jeugdhulp te blijven leveren.
Artikel 17 Materiële controle en fraude - lid 3 De Gemeente meldt fraude en overtredingen van de Jeugdwet bij de IGJ en het Openbaar Ministerie.
Artikel 18 Niet nakoming - lid 1 Als de Jeugdhulpaanbieder tekortschiet in de nakoming van één of meer verplichtingen uit deze overeenkomst stelt de Gemeente hem in gebreke, tenzij nakoming van de betreffende verplichting al blijvend onmogelijk is, in welk geval de Jeugdhulpaanbieder onmiddellijk in verzuim is.
Artikel 18 Niet nakoming - lid 2 De ingebrekestelling is een schriftelijke aanmaning waarbij de Gemeente aan de Jeugdhulpaanbieder een redelijke termijn gunt om alsnog zijn verplichtingen na te komen. Deze termijn heeft het karakter van een fatale termijn.
25
Artikel 18 Niet nakoming - lid 3 In geval van niet nakoming van de verplichtingen uit deze overeenkomst is de Jeugdhulpaanbieder in verzuim en behoudt de Gemeente zich het recht voor de overeenkomst (gedeeltelijk) te ontbinden.
Artikel 18 Niet nakoming - lid 4 Onverminderd het recht op ontbinding, heeft de Gemeente de mogelijkheid om, als vast is komen te staan dat de Jeugdhulpaanbieder de afspraken in deze overeenkomst niet nakomt, passende maatregelen te nemen om de vastgestelde tekortkomingen op te heffen. Deze maatregelen kunnen bestaan uit: • het aanpassen van de afspraak over prestaties en tarieven; • het terugvorderen of verrekenen van (een deel van) het bedrag dat bestempeld is als onrechtmatig; het opleggen van een korting van maximaal 5% op de afgesproken tarieven; • het opzeggen van de overeenkomst.
Artikel 18 Niet nakoming - lid 5 Onverminderd het bepaalde in lid 3 is de Jeugdhulpaanbieder als deze toerekenbaar tekortschiet in de nakoming van één of meer verplichtingen uit deze overeenkomst aansprakelijk voor vergoeding van de door de Gemeente en de jeugdigen ten gevolge van de tekortkoming geleden c.q. te lijden schade, met dien verstande, dat de Gemeente alles dient te ondernemen wat men redelijkerwijs mag verwachten om de schade te beperken. Deze aansprakelijkheid doet niet af aan de plicht van de Jeugdhulpaanbieder om de jeugdhulp volgens de onderhavige overeenkomst naar behoren uit te voeren.
Artikel 18 Niet nakoming - lid 6 Een onjuistheid of onvolledigheid van hetgeen de Jeugdhulpaanbieder heeft verklaard ten behoeve van de inkoopprocedure, stellen partijen gelijk met een tekortkoming in de nakoming van deze overeenkomst als bedoeld in dit artikel.
Hoofdstuk 6 Duur en einde overeenkomst Artikel 19 Duur en einde overeenkomst - lid 1 Deze overeenkomst treedt in werking en eindigt op de in Deel 1 van deze overeenkomst genoemde data.
26
Artikel 19 Duur en einde overeenkomst - lid 2 De Gemeente kan deze overeenkomst met onmiddellijke ingang, zonder gerechtelijke tussenkomst, geheel of gedeeltelijk opzeggen: a. Als de Jeugdhulpaanbieder voldoet aan de uitsluitingsgronden of niet meer voldoet aan de uitvoeringseisen of geschiktheidseisen die gesteld zijn in de Gemeentelijke inkoopdocumenten; b. Als de Jeugdhulpaanbieder zijn onderneming geheel of ten dele beëindigt; c. Als de Jeugdhulpaanbieder op last van de IGJ een maatregel tot sluiting krijgt opgelegd; d. Als de IGJ concludeert dat de Jeugdhulpaanbieder de kwaliteit van jeugdhulp in zodanige mate niet op peil heeft dat de IGJ geen hersteltermijn geeft of als een eerder gegeven hersteltermijn niet is behaald e. Als sprake is van door bevoegde instanties geconstateerde fraude of het plegen van een ander strafbaar feit.
Artikel 19 Duur en einde overeenkomst - lid 3 Partijen kunnen deze overeenkomst met onmiddellijke ingang, zonder gerechtelijke tussenkomst, geheel of gedeeltelijk ontbinden: a. Als de wederpartij haar verplichtingen uit deze overeenkomst na een deugdelijke ingebrekestelling (voor zover vereist), niet, niet behoorlijk of niet tijdig nakomt, al dan niet blijkend uit de uitkomsten van een (materiële) controle; b. Als de wederpartij in een situatie van overmacht verkeert en indien is aan te nemen dat deze langer duurt dan dertig kalenderdagen;
Artikel 19 Duur en einde overeenkomst - lid 4 Als de Gemeente, in de gevallen genoemd in lid 2 of 3, tot opzegging of ontbinding met onmiddellijke ingang overgaat, is de Jeugdhulpaanbieder jegens de Gemeente verplicht tot vergoeding van de schade die door opzegging of ontbinding ontstaat. De Gemeente is bij ontbinding of opzegging, op welke wijze dan ook, van deze overeenkomst geen schadevergoeding uit welke hoofde dan ook aan de Jeugdhulpaanbieder verschuldigd.