CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Opzet onderzoek naar het slavernijverleden van Nijmegen

Besluitronde (raadsvergadering) 5 juni 2024, gemeente NijmegenBij agendapunt: D8 d.d. 26 maart 2024 over Onderzoek slavernijverleden gemeente Nijmegen2.247 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Opzet onderzoek naar het slavernijverleden van Nijmegen Dr. Coen van Galen Dr. Joris van den Tol Datum: 3 maart 2024 Definitief Achtergrond In februari 2023 heeft het gemeentebestuur een petitie gekregen van de groep Stemmen uit Nijmegen om het slavernijverleden van de stad te onderzoeken. Na een interne inventarisatie bleek dat de vraag of de gemeente Nijmegen wel of niet betrokken was bij slavernij niet eenduidig beantwoord kon worden. Daarop hebben burgemeester Bruls en wethouder Daemen de opdracht gegeven om te onderzoeken of een onderzoek kan worden opgezet om die vraag te beantwoorden. De geschiedenis van slavernij en de doorwerking daarvan staat momenteel breed in de belangstelling. De Verenigde Naties hebben opgeroepen tot erkenning van dit verleden en op tal van plaatsen wordt nu, vaak voor het eerst, diepgravend onderzoek gedaan. Voor de stad Nijmegen is nog geen scherp beeld van de precieze betrokkenheid bij deze geschiedenis. Historisch onderzoek kan helpen om die betrokkenheid in kaart te brengen en te contextualiseren. Het kan ook wijzen op de veranderingen en continuïteiten tussen heden en verleden. De onderzoekers die dit project in korte tijd zullen uitvoeren moeten ervaren en trefzeker zijn. Het is van belang dat het team de middelen en de mogelijkheden krijgt om dit onderzoek naar behoren uit te voeren.

Er moet voldoende tijd zijn om de resultaten van dit onderzoek volgens wetenschappelijke standaarden uit te voeren en aan wetenschappelijke peer-review te onderwerpen. Onderzoeksvraag De gemeente Nijmegen kiest nadrukkelijk voor een smalle opzet, uitgaande van de vraag: In hoeverre hadden het stadsbestuur van Nijmegen, individuele stadsbestuurders en Nijmeegse organisaties onder gezag van het stadsbestuur betrokkenheid bij slavernij? Onderzoeksopzet De betrokkenheid van het Nijmeegse stadsbestuur en de persoonlijke betrokkenheid van Nijmeegse stadsbestuurders kan onderverdeeld worden in politieke, economische en institutionele betrokkenheid. Doordat Nijmeegse burgemeesters de belangen van de stad in het provinciale bestuur vertegenwoordigden en Gelderse bestuurders op hun beurt weer naar de Staten-Generaal waren gecommitteerd, geldt voor politieke betrokkenheid dat deze betrokkenheid op meerdere lagen van toepassing is. Een sprekend voorbeeld van politieke betrokkenheid is wellicht Nicolaes Verbolt die tussen 1638 en 1659 maar liefst negen keer burgemeester van Nijmegen was. In 1653 was hij als Burgemeester van Nijmegen de Gelderse gedelegeerde naar de Staten-Generaal en spande hij zich persoonlijk in om een vloot in zee te brengen om de Nederlandse kolonie in Brazilië te redden.

Brazilië was de grootste Nederlandse slavenkolonie in de zeventiende eeuw waar tussen de 40.000 en 50.000 tot slaaf gemaakte Afrikanen werkten. Doordat Gelre het enige hertogdom in de Republiek was stond het hiërarchisch boven de andere gewesten waardoor Nijmeegse burgemeesters meer politieke invloed hadden dan burgemeesters uit steden zoals Deventer of Leeuwarden. Een sprekend voorbeeld van economische betrokkenheid bij slavernij is bijvoorbeeld Willem Engelen van Pijlsweert (1827-1868). Hij zetelde in de Raad van Nijmegen (het stadsbestuur) en ontving in 1863 compensatiegelden toen slavernij in Suriname werd afgeschaft. In de Raad van Nijmegen zetelden 24 personen in de zeventiende en achttiende eeuw. Zij kozen uit hun midden de burgemeesters. Aangezien het raadswerk onbezoldigd was kwamen de Raadsleden uitsluitend uit de hogere economische klassen zoals wijnhandelaren, kooplieden en leden van de adel. De Heren van Ubbergen, van Gendt, van Doornik en van Ressen hadden ook het Nijmeegse burgerrecht en konden dus ook in de Raad zitting nemen. 1

De derde manier waarop het stadsbestuur betrokken zou kunnen zijn is institutionele betrokkenheid. Hierbij valt te denken aan organisaties zoals de voorziening voor wezen. De dagelijkse gang van zaken, en in het bijzonder het financieel beheer, werd gecontroleerd door de stedelijke overheid. Het zou niet ongewoon zijn als dergelijke instituties hun tegoeden deels investeerden in aandelen van slavenhandelscompagnieën zoals de VOC, WIC en Sociëteit van Suriname, of belegden in negotiatiefondsen van plantagehypotheken en staatsschuld die op slavenarbeid was gestoeld. Voorbeelden van individuen zoals Verbolt en Engelen van Pijlsweert laten zien dat er reden is om verder te onderzoeken wat de rol was bij slavernij van [1] het gemeentebestuur, [2] gemeentebestuurders en [3] organisaties onder gezag van de gemeente. Er is niet veel bestaande kennis over slavernij en Nijmegen, maar de kennis is niet geheel afwezig. Erfgoed Gelderland heeft reeds een aanzet gemaakt voor betrokkenheid op verschillende plaatsen in de gehele provincie Gelderland. Bij dit project is gekozen voor de MappingSlavery benadering, waarbij overzeese slavernij wordt verbonden aan fysieke locaties in Nederland.1 Op die manier wordt bijvoorbeeld Kerkstraat 95 in Nijmegen verbonden met de plantage d’Alyda omdat de Nijmeegse locoburgemeester Wilhelm Triebels daar woonde en deels eigenaar was van die plantage.

In 2018 heeft de Nijmeegse student Matthijs Gerritsen een bachelor scriptie geschreven waarin hij prosopografisch onderzoek heeft verricht naar de Nijmeegse ontvangers van compensatiegelden bij de afschaffing van slavernij in 1863.2 Bovendien heeft de organisatie Stemmen uit Nijmegen een historiografisch vooronderzoek verricht en is er redelijk wat kennis over de rol van Nijmegen als het centrum voor het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL). Gezamenlijk betekent dit dat er aanknopingspunten zijn, maar dat verder onderzoek nodig is om antwoord te geven op de vraag: In hoeverre hadden het stadsbestuur, individuele stadsbestuurders en Nijmeegse organisaties onder gezag van het stadsbestuur betrokkenheid bij slavernij? Afbakening Slavernij Met slavernij bedoelen we in dit onderzoek de Romeinsrechtelijke vorm van slavernij: het behandelen van mensen als verhandelbare goederen waarover de eigenaar bij wet de rechten van eigendom mag uitoefenen. Dit is in overeenstemming met de Nederlandse koloniale praktijk. Deze definitie is echter niet alomvattend als het gaat om tal van op slavernij lijkende praktijken die in de vroegmoderne wereld bestonden. Dwang, geweld en extreme uitbuiting kenden diverse vormen.

We richten ons echter specifiek op de praktijk die in het verleden volgens de toen geldende wet- en regelgeving als slavernij werd aangemerkt, en daarmee op de praktijk die in de negentiende eeuw werd verboden. Periode De historische periode wij in dit onderzoek belichten strekt zich uit van de vorming van de verenigde Nederlanden tijdens de opstand tegen Spanje (en de daarbij horende uitbreiding van het koloniale rijk) aan het einde van de zestiende eeuw tot en met de afschaffing van de slavernij en het daaropvolgende staatstoezicht (ruwweg 1600 tot 1873). Deze afbakening is niet scherp en we zullen op enkele momenten zowel terug als vooruitblikken in het onderzoek. De kern blijft echter de periode waarin de Nederlanden betrokken waren bij de hierboven gedefinieerde vorm van koloniale slavernij. Geografie In dit onderzoek is zowel aandacht voor slavernij in de Atlantische wereld (onder andere Brazilië, Suriname, de Caribische eilanden en Afrikaanse slavenhandelsposten) als in Azië (de gebieden onder https://erfgoedgelderland.nl/wp-content/uploads/2023/09/Sporen-Slavernijverledenherzien-september2023.pdf 2 https://theses.ubn.ru.nl/items/cd965c26-b198-4e0b-aa37-93734f3837ce 1

2

gezag van de VOC en NHM). Hoewel de Aziatische slavernij vaak buiten beschouwing wordt gelaten, is het belangrijk om ook onder andere de bestuurlijke rollen en aandeelhouderschap van de VOC mee te nemen. Uitvoering onderzoek Dit project zal worden uitgevoerd volgens de Richtlijnen voor Wetenschappelijke Onafhankelijkheid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen en de Beroepsnormen voor Historici van het Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap.3 Het onderzoek wordt uitgevoerd door twee junior-onderzoekers onder begeleiding van Universitair Hoofddocent Coen van Galen en Universitair Docent Joris van den Tol. Coen van Galen is een sociaal-cultureel historicus gespecialiseerd in slavernij in de het negentiende-eeuwse Nederlandse koloniale rijk. Hij is projectleider van de Historische Database van Suriname en de Cariben. Joris van den Tol is een economisch historicus gespecialiseerd in de relatie tussen economische belangen en politiek in de zeventiende eeuw. Hij heeft eerder onderzoek gedaan naar de betrokkenheid van De Nederlandsche Bank bij slavernij, en de geschiedenis van slavernij in de provincie Zuid-Holland.4 De ene junior-onderzoeker zal zich richten op de politieke betrokkenheid, en de andere junior-onderzoeker op de economische en institutionele betrokkenheid. Het onderzoek zal verder worden bijgestaan door een adviesraad.

Dit onderzoek is opgebouwd in drie fases. De eerste fase wordt uitgevoerd door twee nog aan te stellen junior-onderzoekers. De onderzoekers zullen begeleid worden door Joris van den Tol en Coen van Galen. De eerste junior-onderzoeker zal zich primair richten op economische betrokkenheid bij slavernij, en de tweede junior-onderzoeker zal zich met name focussen op de politieke betrokkenheid bij slavernij en kolonialisme. Werving van de junior-onderzoekers zal geschieden door middel van een sollicitatieprocedure. De junior-onderzoekers krijgen een werkplek op de universiteit om een deel van hun werkzaamheden uit te voeren. Joris van den Tol zal in deze periode onderzoek doen naar de rol van economisch belanghebbenden bij politieke besluitvorming van de gemeente Nijmegen tussen 1600-1800. In het bijzonder zal dit betrekking hebben op de verwerkingsindustrie van koloniale goederen. Hierbij valt te denken aan het spinnen en weven van katoen, het raffineren van suiker en het rollen van tabak. Deze zogenoemde trafiekenindustrie was noodzakelijk om koloniale goederen tot consumptiegoederen te maken. Dit deel van het onderzoek van Joris van den Tol is reeds gefinancierd. TIJDSLIJN: 1 mei – 1 september. De tweede fase wordt uitgevoerd door de twee junior-onderzoekers en Joris van den Tol en beslaat het schriftelijk verslag van de onderzoeksresultaten.

Dit schriftelijk verslag zal de vorm krijgen van een boek. TIJDSLIJN: 1 september – 31 oktober. De derde fase bestaat uit het opsturen van het manuscript naar de uitgever, het corrigeren van de proefdrukken, maken van de index, en het klaar maken van het boek voor de presentatie. Dit is een arbeidsextensieve, maar desalniettemin tijdsintensieve periode. TIJDSLIJN: 1 november – 31 december. Fase Omschrijving 1 Archiefonderzoek 2

Schrijven

3

Afronden

Betrokkenen Junior-onderzoekers; Joris van den Tol; Coen van Galen Junior-onderzoekers; Joris van den Tol Joris van den Tol

Tijdspad 01/05/2024 – 01/09/2024 01/09/2024 – 31/10/2024 01/11/2024 – 31/12/2024

https://storage.knaw.nl/2023-08/verklaring_wetenschappelijke_onafhankelijkheid_2005.pdf; https://knhg.nl/wp-content/uploads/2023/06/Bijlage-6_Normen-voor-historici_6-juni-2023.pdf. 4 K. Fatah-Black, L. Lauret, en J. van den Tol, Dienstbaar aan de Keten? De Nederlandsche Bank en de laatste decennia van slavernij, 1814-1863 (Leiden: Leiden University Press, 2022); K. Fatah-Black, L. Lauret, en J. van den Tol, Geketend voor Hollands Glorie: Slavernij in de geschiedenis van de provincie Zuid-Holland (Leiden: Leiden University Press, 2023). 3

3

De onderzoeksvragen omvatten: - Wat waren de investeringen van de gemeente, gemeentebestuurders en/of gemeentelijke organisaties in handelscompagnieën, plantages, bedrijven die profiteerden van slavernij en financiële producten die op slavernij waren gebaseerd? - Op welke manier spanden het gemeentebestuur en gemeentelijke bestuurders zich in om slavernij te bevorderen en in stand te houden in de koloniën (bijv. door te ijveren voor militaire steun voor het neerslaan van een slavenopstand)? - Hoe faciliteerde het gemeentebestuur personen en bedrijven die geld verdienden of verdiend hadden aan slavernij (bijv. door stimuleren van nijverheid en trafieken)? - In hoeverre [kon] slavernij individuen helpen om maatschappelijke carrière te maken en toegang tot het gemeentebestuur te verkrijgen? Context van het onderzoek Opdrachtgever en eigendom Het onderzoek wordt uitgevoerd in opdracht van de gemeente Nijmegen (opdrachtgever) door Coen van Galen en Joris van den Tol van de Radboud Universiteit (opdrachtnemer). Als dit voorstel geaccepteerd wordt, dan zullen opdrachtgever en opdrachtnemer de voorwaarden voor de samenwerking vastleggen in schriftelijke afspraken. Het onderzoeksverslag wordt eigendom van de gemeente Nijmegen, met vermelding van Coen van Galen, Joris van den Tol en beide junior-onderzoekers als auteurs en behoud van het auteursrecht.

Wij adviseren het peer-reviewed boek Diamond Open Access beschikbaar te stellen, zodat er geen drempel wordt opgeworpen voor de bevolking van Nijmegen en andere geïnteresseerden die het willen lezen.5 Dit kan in samenwerking met bijvoorbeeld Radboud University Press. Diamond Open Access betekent dat het voor de gemeente toegestaan is het boek daarnaast online te zetten op de website van de gemeente. Publieke activiteiten Gedurende de looptijd van het onderzoek en in gezamenlijk overleg zijn de onderzoekers beschikbaar voor publieksactiviteiten of voorlichting aan doelgroepen, voor zover de gemeente dat noodzakelijk acht. Dat betekent dat bijvoorbeeld op of rond 1 juli 2023 al een voorlopig deel van de onderzoeksresultaten gedeeld zouden kunnen worden. De gemeente is eerste aanspreekpunt voor eventuele verzoeken over voorlichting en publieksactiviteiten rond dit onderzoek. Adviesraad De adviesraad zal bestaan uit circa 8 personen die een achtergrond hebben en specialistische kennis op het gebied van bijvoorbeeld lokale en regionale archieven, slavernij in Azië, Politiek in de 19e eeuw, Gelderse Geschiedenis en Nijmeegse Geschiedenis. Hierbij valt onder andere te denken aan prof. dr. Dolly Verhoeven (Radboud), prof. dr. Matthias van Rossum (IISG/Radboud), dr. Suze Zijlstra (UvA/Scheepvaartmuseum) en dr. Lauren Lauret (UCL).

Begin mei en eind augustus zal de voortgang van het onderzoek besproken worden met de adviesraad. Begroting Rol Principal Investigator Co-Principal Investigator Junior-onderzoeker 1 Junior-onderzoeker 2 Onderzoekskosten Vormgeving eindverslag 5

Kosten (€) Pro memorie 5.178 (5 maanden 0,1 fte) 26.742 (6 maanden 0,7 fte) 26.742 (6 maanden 0,7 fte) 2.000 2.000

https://www.radbouduniversitypress.nl/site/diamond-open-access/ 4

Omschrijving Coen van Galen Joris van den Tol Vacature (politiek) Vacature (economisch) (bijv. digitalisatie, reiskosten)

Overige kosten Begeleiding

1.000 Pro memorie

TOTAAL

63.662

Bijdrage Radboud Universiteit

In toelichting op de begroting: • Het aanvullende onderzoek dat Joris van den Tol doet als onderdeel van zijn extern gefinancierde onderzoeksproject zijn niet in deze begroting opgenomen. • Met ‘pro memorie’ wordt hier bedoeld dat deze kosten niet in rekening worden gebracht. • De kosten voor drukken en uitgeven via Radboud University Press of een andere uitgever zijn niet opgenomen in deze begroting.

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=9d68b98b-b77a-45cb-bbc8-59dffc01a284