Oplegmemo Schone, gezonde lucht op Nijmeegse fietspaden
Tekst van het document
Memorandum
Aan
Gemeenteraad Nijmegen Registratienummer / datum
D221104513 / 22 september 2022 Opgesteld door, telefoonnummer
H.G. Beumer, 06 31124093 Onderwerp
Oplegmemo ‘Schone, gezonde lucht op Nijmeegse fietspaden, Effecten, kosten en uitvoeringsaanpak van maatregelenscenario’s voor brom- en snorfietsen’
Aanleiding onderzoek RHDHV heeft voor ons de effecten en kosten onderzocht van maatregelen die de uitstoot van schadelijke stoffen door brom- en snorfietsen verminderen. Uit een door de GGD uitgevoerde studie1 blijkt dat brom- en snorfietsen met verbrandingsmotoren namelijk verantwoordelijk zijn voor een aanzienlijk deel van de gemiddelde concentratie ultrafijnstof op fietspaden. Bromen snorfietsen dragen tot 23% bij aan de concentraties luchtverontreiniging op de gemeten fietspaden. Op drukke brommerroutes of bijvoorbeeld in een tunnel blijkt dat nog meer te kunnen zijn.
Van brommers en scooters is verder bekend dat ze relatief veel onverbrande resten uitstoten, bijvoorbeeld roet, PAKs en benzeen. 60% van alle benzeenuitstoot binnen Nijmegen is afkomstig van het wegverkeer. Van die 60% is 40% afkomstig van brommers en scooters, dus ongeveer een kwart (40% van 60%) van alle benzeenuitstoot binnen Nijmegen is afkomstig van brommers/scooters. De GGD adviseert de volgende maatregelen te overwegen zolang brom- en snorfietsen met verbrandingsmotoren niet zijn uitgefaseerd: • Niet-elektrische brom- en snorfietsen te weren van (snel)fietsroutes; • Brom- en snorfietsen naar de rijbaan te verplaatsen om zo meer afstand tussen brommers/scooters en fietsers te creëren, wat een reductie oplevert in luchtverontreiniging en daardoor gezondheidswinst oplevert; • Milieuzones in te stellen voor vervuilende brommer en scooters; • Het gebruik van e-scooters en e-bikes te stimuleren door bijvoorbeeld voorlichting en subsidies.
1 Invloed brommers en scooters op luchtkwaliteit fietspaden, GGD Gelderland-Midden; maar 2017
Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Memorandum Opgesteld door Davy Beumer, , d.beumer@nijmegen.nl
Memorandum
Deze maatregelen sluiten (deels) aan bij het vastgestelde uitvoeringsprogramma ‘‘Op weg naar een gezonde luchtkwaliteit’ en de door de raad aangenomen motie ‘Gezonde lucht op Nijmeegse fietspaden’.
Aantal brom- en snorfietsen in Nijmegen Uit de recente wagenparkscan van in Nijmegen ingeschreven voertuigen blijkt dat er in 2021 10.324 brom- en snorfietsen stonden ingeschreven. Het aantal snorfietsen in Nijmegen is in 2021 afgenomen met 2,6%. Het aantal bromfietsen is daarentegen met 1,2% toegenomen ten opzichte van 2020.
In 2021 waren 5,5% van de brom- en snorfietsen in Nijmegen reeds elektrisch, zo blijkt uit de wagenparkscan:
We maken overigens het onderscheid naar brom- en snorfietsen met een eerste toelating van voor 1 januari 2011, omdat vanaf 2011 er vrijwel geen brom- en snorfietsen met een tweetakt motor meer een eerste toelating hebben gekregen. Een tweetakt verbrandingsmotor is aanmerkelijk meer vervuilend dan een viertakt verbrandingsmotor. Het is binnen de wettelijke kaders echter niet mogelijk om onderscheid te maken tussen twee- en viertakt motoren, vandaar het onderscheid naar datum eerste toelating.
Memorandum
Flankerend beleid Op 23 september 2020 heeft de raad het uitvoeringsprogramma ‘Op weg naar een gezonde luchtkwaliteit’ vastgesteld. Een van de maatregelen uit dit uitvoeringsprogramma betreft: Maatregel 7. Weren van brommers en snorfietsen van voor 2011 Nijmegen wil in navolging van Amsterdam en Den Haag oude brommers en snorfietsen weren uit de stad. Daartoe zal een subsidieregeling worden ingesteld, waarmee eigenaren van brom- en snorfietsen van voor 2011 subsidie kunnen krijgen voor het laten slopen van de oude brommer of snorfiets en de aanschaf van een nieuwere schonere brommer of snorfiets. Indien deze maatregel onvoldoende effect heeft zal ook een milieuzone voor deze voertuigen worden ingesteld. Deze milieuzone valt samen met de zero-emissiezones stadslogistiek, die vanaf 2025 zullen worden ingesteld. We hebben veel communicatie besteed aan de genoemde subsidieregeling. In praktijk is de subsidieregeling succesvol gebleken. De twee tranches, die we tot op heden aan subsidie hebben opengesteld, zijn volledig benut. Met beide regelingen hebben we uiteindelijk een goede 10% van de meest vervuilende brommers en snorfietsen versneld van onze wegennet kunnen weren. Periode
Budget
Gesloopt
Vervangen
dec 20 – feb 21
€94.000
184
51 (28%)
nov 21 – apr 22
€200.000
418
85 (20%)
Totaal
€294.000
602
136 (23%)
Onderzochte varianten Door het adviesbureau RHDHV zijn vijf scenario’s onderzocht. Onderstaand is een toelichting op de scenario’s gegeven en een samenvatting van de resultaten. Het rapport van RHDHV is als bijlage toegevoegd. Autonome verschoning (Scenario 1: Autonoom 2025) De komende tijd verwachten we twee autonome maatregelen die zullen leiden tot een daling van het aantal vervuilende brom- en snorfietsen: • Per 1 januari 2023 gaat een helmplicht gelden voor snorfietsers. Momenteel geldt die plicht enkel daar waar snorfietsers van verplichte fietspaden geweerd worden en gebruik moeten maken van de rijbaan. Dit is in Nijmegen nergens het geval. Het ministerie van I&W verwacht dat het aantal gebruikers van een snorfiets aanzienlijk zal dalen vanwege de helmplicht. Dit op basis van een onderzoek door Arcadis2, waarbij 55% van de snorfietsers heeft aangegeven over te stappen naar een ander type voertuig. Van de snorfietsers die bij verplichte helm zeggen over te stappen op een ander vervoermiddel, kiest 43% voor de (elektrische, dan wel gewone) fiets en 39% voor de auto. De tijd zal moeten uitwijzen of deze snorfietsers daadwerkelijk de genoemde overstap gaan maken; • Een eerder voornemen om landelijk de verkoop van snorfietsen met verbrandingsmotoren te verbieden per 2025 gaat helaas niet door, wegens strijdig met EU-regelgeving.
In het klimaat akkoord is opgenomen dat partijen (Rijksoverheid, BOVAG en RAI Vereniging) wel er naar streven om de nieuwverkoop van snoren bromfietsen vóór 2030 over te laten gaan naar emissieloos, analoog aan de personenauto. Op basis van gegevens TNO3 blijkt dat een particulier een brom- of snorfiets ongeveer 7 jaar gebruikt. Gelet op voorstaande verwachten we dan ook dat het autonome proces tot verschoning verder zal doorzetten. Echter zitten er wel grote onzekerheden in de mate waarin de autonome verschoning doorzet als ook op welke termijn er sprake zal zijn van een nagenoeg volledige elektrische vloot. 2 Verdiepingsonderzoek effecten helmplicht snorfietsers Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Arcadis, 26
oktober 2020 3 Brommers in de stedelijke leefomgeving. Statusrapport TNO 2016 R10093, 11 maart 2016
Memorandum
Milieuzone voor brom- en snorfietsen 2010 en ouder verbieden (Scenario 2: MZ <2011) In een milieuzone kunnen we brom- en snorfietsen met een eerste toelating van voor 1 januari 2011 verbieden. Een dergelijke maatregel is al van kracht in Amsterdam (sinds 1 januari 2018) en Den Haag (sinds 1 december 2020). In een milieuzone kunnen we ontheffing verlenen aan bijvoorbeeld oldtimers, aan weggebruikers die om medische redenen afhankelijk zijn van een 4-takt voertuig met een DET van voor 1 januari 2011 en bijvoorbeeld aan weggebruikers die hun voertuig al hebben omgebouwd naar een schonere Euro4 motor. In een ontheffingsstelsel hoort daarnaast ook een hardheidsclausule thuis. In algemene zin zijn in een milieuzone gehandicaptenvoertuigen uitgezonderd, want zij hebben geen kenteken. Brommobielen zijn vanuit de landelijke wetgeving algeheel ontheven. De bebording in een milieuzone ziet er dan als volgt uit:
Zero emissie zone voor brom- en snorfietsen (Scenario 3: ZE-Zone ZES Zones & Scenario 5: ZE-Zone Gemeente)) In een zero emissie zone zijn enkel voertuigen van de betreffende categorie toegestaan indien deze uitstootvrij zijn. Formeel biedt het RVV1990 (de wet) ons op dit moment enkel de mogelijkheid om met ingang van 1 januari 2025 nul-emissiezones in te voeren voor bedrijfs- en vrachtauto’s. Voor een soortgelijk effect voor brom- en snorfietsen voorziet het RVV1990 in het instellen van een algehele verbodszone voor brom- en snorfietsen middels verkeersborden C13z en C13ze met onderborden die een uitzondering aangegeven voor nul-emissie voertuigen. In het verkeersbesluit worden ook de ontheffingen vastgelegd. De stad Amsterdam heeft aangekondigd per 1 januari 2025 een zero emissie zone voor brom- en snorfietsen in te stellen. RHDHV heeft twee scenario’s voor een gebiedsafbakening van een zero emissie zone onderzocht, namelijk een zero emissie zone ter grootte van de zero emissie zones voor stadslogistiek (en de milieuzone voor brom- en snorfietsen zoals voorzien per 2025) en een zero emissie zone ter grootte van de bebouwde kom van Nijmegen.
Memorandum
De bebording in een zero emissie zone voor brom- en snorfietsen ziet er dan als volgt uit:
Zero emissie op fietspaden door snorfietsen te weren van verplichte fietspaden (Scenario 4: ZE-zone fietspaden) In het RVV1990 is voor elke weggebruiker de plaats op de weg vastgelegd. Zo gebruiken bestuurders van een fiets en/of een snorfiets het verplichte fietspad als deze aanwezig is. Bromfietsers zijn niet toegestaan op een verplicht fietspad en gebruiken de rijbaan. Bestuurders van een fiets, snorfiets of bromfiets gebruiken het verplichte bromfietspad als deze aanwezig is. Sinds 1 juli 2018 biedt een wetswijziging de mogelijkheid om snorfietsen te weren van verplichte fietspaden. Zij dienen dan net als bromfietsers de rijbaan te gebruiken. In de wetswijziging is tevens opgenomen, dat snorfietsers in die situatie op de rijbaan een helmplicht hebben. De wegbeheerder mag hiervoor een verkeersbesluit nemen onder strikte voorwaarde dat de maatregel genomen wordt om drukte en daarmee verkeersonveiligheid op het verplichte fietspad tegen te gaan. De bebording ziet er dan als volgt uit:
Deze maatregel mag niet primair gebruikt worden om de luchtkwaliteit op fietspaden te verbeteren, al is het wel het bijkomend effect van de maatregel. In Nijmegen is sprake van drukte op vele fietspaden, die niet enkel met capaciteitsuitbreiding verminderd kan worden. In Nijmegen is het waarschijnlijk dan ook mogelijk om snorfietsen te weren van verplichte fietspaden. Let wel: ook uitstootvrije snorfietsen gebruiken dan de rijbaan. Voor de duidelijkheid naar de weggebruiker toe is het bij dit type maatregel gebruikelijk om in een groter gebied, bijvoorbeeld de gehele bebouwde kom, de snorfietsers te weren van alle verplichte fietspaden. Zo heeft de gemeente Amsterdam per 8 april 2019 de snorfietsers naar de rijbaan gebracht op bijna alle wegen binnen de ringweg A10. Vooraf waren er in Amsterdam zorgen of de menging met het autoverkeer op de rijbaan de verkeersonveiligheid voor snorfietsers zou vergroten. Uit de evaluatie is echter gebleken, dat na invoering van deze maatregel het aantal ongevallen waar een snorfietser bij betrokken was aanzienlijk is gedaald. Voor
Memorandum
Nijmegen zou voor het verplaatsen van de snorfietser naar de rijbaan een uitzondering nodig zijn voor wegen waar het niet verkeersveilig is om de snorfietsers gebruik te laten maken van de rijbaan. Denk daarbij aan wegen met 2x2 rijstroken, zoals op de meeste bruggen in Nijmegen. Lokaal op de verplichte fietspaden profiteren de fietsers van het feit dat brom- en snorfietsen met verbrandingsmotoren niet meer direct langs het fietsverkeer rijden. Echter is een aanzienlijk deel van het fietsnetwerk in Nijmegen ingericht als fietsstraat. De maatregel is daar niet van toepassing, waardoor fietsverkeer op fietsstraten geconfronteerd blijft worden met de uitstoot en dus inademing van schadelijke stoffen. Hetzelfde geldt natuurlijk ook voor het fietsverkeer op de vele andere wegen zonder fietspaden in bijvoorbeeld de 30 km/uur-zones en de wegen met fietsstroken. Belangrijk nadeel van deze maatregel is verder dat de uitstoot van schadelijke stoffen op stadsniveau gelijk blijft of zelfs toeneemt als snorfietsers niet meer via een verplicht fietspad de kortste route kunnen rijden. Belangrijk voordeel van deze maatregel is wel dat alle bestemmingen in principe bereikbaar blijven voor snorfietsers. Een verkeersbesluit zal daarom op minder weerstand stuiten en er zijn geen ontheffingen nodig.
Tot slot kan deze maatregel ook heel goed bestaan naast / in een zero emissie zone voor brom- en snorfietsen. Temeer het wettelijk doel om drukte en daarmee onveiligheid op de verplichte fietspaden tegen te gaan niet gediend wordt met een zero emissie zone. Effecten van de varianten De effecten op vermindering van uitstoot zijn volgens RHDHV als volgt:
Binnen de in te stellen zone is een totaal verbod op brom- en snorfietsen met een verbrandingsmotor logischerwijs effectiever qua vermindering van schadelijke uitstoot dan het instellen van een milieuzone, waarbij nog steeds voertuigen met een verbrandingsmotor en een eerste toelating na 1 januari 2011 in de zone mogen
Memorandum
rijden. In alle gevallen zal nul-emissie in praktijk niet haalbaar zijn door ontheffingen en/of negatie van het verbod. Op het niveau van de stad zijn de effecten van een stadsbrede zero emissie zone uiteraard het grootst. Ook in dat geval zal volledige nul-emissie niet haalbaar zijn vanwege ontheffingen en/of negatie van de zero emissie zone. In de volgende grafiek is duidelijk te zien dat het effect van een milieuzone of een zero emissie zone in de gebieden die gelijk zijn aan de zero emissie zones voor stadslogistiek op niveau van de stad niet veel van elkaar verschillen. Dit komt omdat de ZES binnenstad, Hof van Holland en campus Heijendaal in doorsnee klein zijn. Het kan dan goed zijn dat bestuurders van een brom- en snorfiets met een verbrandingsmotor het voertuig parkeren aan de rand van de zone en de zone in lopen. Het is daarmee niet per definitie een stimulans om een ander, schoner voertuig aan te schaffen. Die stimulans is wel groot bij een zero emissie zone ter grootte van de bebouwde kom.
Het effect van het weren van snorfietsen naar de rijbaan is op stadsbreed niveau niet vast te stellen. In praktijk zijn alle bestemmingen onverminderd, doch niet altijd langs het kortste verplichte fietspad, bereikbaar voor snorfietsen met een verbrandingsmotor. Onbekend is daarbij of de maatregel een stimulans betekent voor bezitters van snorfietsen om een ander, schoner voertuig aan te schaffen. Financieel De kosten4 voor de onderzocht scenario’s lopen als volgt uiteen: 4 RHDHV heeft alle kosten voor invoering beschouwd als investeringskosten en na invoering als exploitatiekosten.
Echter, fte’s voor communicatie en ontheffingen en budget voor communicatiemiddelen dienen wij uit exploitatiebudget te financieren. Onze eigen verdeling tussen investering- en exploitatiekosten is daardoor anders. Het totaal blijft gelijk.
Memorandum
Het verschil in kosten verklaren we onder ander door de grootte van de zones. De maatregel scenario 4 ‘ZE-zone fietspaden’ ook wel snorfiets naar de rijbaan, valt in kosten substantieel lager uit. Dit komt omdat in beginsel alle bestemmingen ook voor snorfietsen met een verbrandingsmotor bereikbaar blijven. Hierdoor zijn de proceskosten als ook de kosten voor het verlenen van ontheffingen (onderdeel van de exploitatie) een stuk lager dan in de andere scenario’s. Een niet onbelangrijk deel van de kosten zit in handhaving van de maatregel. Bij soortgelijke maatregelen elders in het land heeft de politie aangegeven dat handhaving van maatregelen die de luchtkwaliteit ten goede komen geen primaire taak van de politie zijn. Handhaving is daarmee een gemeentelijke taak die daarvoor boa’s dan wel ANPR camera’s kan inzetten. Bij de zero emissie zones voor stadslogistiek is nadrukkelijk vanuit de logistieke sector gevraagd om absolute handhaving van de maatregel. Dit om een gelijke concurrentiepositie tussen de verschillende bedrijven in stand te houden. Bij een milieuzone of zero emissie zone voor brom- en snorfietsen geldt dit argument niet. Handhaving kan op kleinere schaal en dient vooral de geloofwaardigheid van de maatregel. De werkelijke kosten voor handhaving zijn daarmee nog nader te bespreken en afhankelijk van onze ambitie daarin.
Financieel geldt verder dat indien gekozen wordt voor een milieuzone per 2025 in de zes-gebieden, gevolgd door een zero emissie zone in bijvoorbeeld 2028, de kosten elkaar deels overlappen. Zo vervallen dan de exploitatiekosten voor de milieuzone na 3 jaar, wat € 220.675 scheelt. Ook hoeft een deel van de investering in camera’s niet opnieuw te worden uitgevoerd wat in de investering ook zo’n € 35.000 scheelt.