CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Opdrachtverlening jongerenwerk en jeugdcoaches 2026-2030

Besluitronde (raadsvergadering) 10 september 2025, gemeente NijmegenBij agendapunt: D37 d.d. 24 juni 2025 over Opdrachtverlening jongerenwerk en jeugdcoaches 2026-203010.724 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Geprioriteerde inzet op grond van analyse en data

Ambulante inzet 4 FTE

Uitvoering interventie Schoolwerk Fit en inzet in onderwijs.

Ruimte reserveren voor vakontwikkeling

28

9. Financiën In het vorige hoofdstuk is uitgebreid stilgestaan bij de opdracht van het jongerenwerk en de jeugdcoaches. We maken scherpe keuzes om de opdracht zo veel mogelijk vanuit de bestaande middelen uit te voeren. In de onderstaande tabel is de financiering voor de komende jaren weergegeven. Toelichting: In de basisopdracht 2025 ontvangt Bindkracht10 een bedrag van €5.695.457 voor jeugd in de leeftijd 0-23 jaar. Het bedrag in tabel 1 is het bedrag opgenomen uitgesplitst voor jongerenwerk. In 2025 en 2026 kan de opdracht uitgevoerd worden uit de reeds begrote middelen. Dit zijn structurele en tijdelijke middelen. Met ingang van 2027 valt ca. € 400.000 aan tijdelijke middelen weg. Dit levert een knelpunt van € 255.000 op voor de inzet van jongerenwerk in het primair onderwijs en voor de extra inzet in Nijmegen Noord. We onderzoeken of en op welke manier we deze middelen structureel kunnen maken. Voor de ontwikkeling, deskundigheidsbevordering en aansturing van jongerenwerk en jeugdcoaches op straat – het ambulante team – reserveren we met ingang van 2026 een bedrag van € 250.000 uit Preventie met Gezag. Medewerkers krijgen voldoende ruimte om hier gezamenlijk aan te werken. Uiteindelijk borgen we de inzet van de medewerkers in de reguliere middelen. We onderzoeken hoe we na 2027 de aansturing financieren en borgen.

We investeren in 2025 een nog nader te bepalen bedrag vanuit Preventie met Gezag, zodat al eerder gestart wordt met deskundigheidsbevordering. De hoogte van het bedrag hangt af van de financiële ruimte in de begroting. Organisatie

Gefinancierd uit

Bindkracht10

WWZ

Schooljongerenwerk vo BK10

Onderwijs

Diverse projectsubsidies (tijdelijk)

Onderwijs/GALA

Totaal BK10 Jeugdcoaches

Veiligheid/PmG

Totaal BK10, jeugdcoaches Investering ambulant team

PmG

Tabel 1. Begroting voor de inzet jongerenwerk en jeugdcoaches 2025-2027

29

2025

2026

2027

€ 2.560.743

€ 2.560.743

€ 2.560.743

€ 300.000

€ 300.000

€ 300.000

€ 405.000

€ 270.000

€0

€ 3.265.743

€ 3.130.743

€ 2.860.743

€ 520.000

€ 520.000

€ 520.000

€ 3.785.743

€ 3.650.743

€ 3.380.743

pm

€ 250.000

€ 250.000

10.

Het vervolg

Het college van Burgemeester en Wethouders stelt de opdracht jongerenwerk en jeugdcoaches 2026-2030 vast. Na vaststelling werken de gemeente en de opdrachtnemers Bindkracht10 en de jeugdcoaches in 2025 de opdracht verder uit in een uitvoeringsplan. We geven hierin op onderdelen een aanscherping. In kwaliteit, methodische onderbouwing, samenwerking, vakmanschap, verantwoording en de governance structuur. We benutten de resterende maanden van 2025 om te leren en te ontwikkelen. We laten ons hierbij ook adviseren en begeleiden door verschillende (kennis)instellingen.

30

Bijlage Achtergrondinformatie jongerenwerk Doelen van het jongerenwerk Jongerenwerkers vormen samen met jeugdwerkers, docenten, ouders, jeugdagenten en vrijwilligers de pedagogische basis rondom jongeren. Deze opvoeders ondersteunen jongeren in hun ontwikkeling zodat zij op volwassen leeftijd volwaardig kunnen meedoen in de samenleving. Onderliggend hieraan kent het jongerenwerk zes doelstellingen7: A. B.

C.

D.

E.

F.

Binding aan de samenleving Versterken of herstellen van de maatschappelijke participatie van jongeren Vorming en talentontwikkeling Leren van sociaal-emotionele-, morele- en burgerschapsvaardigheden, werken aan gedragsverandering en identiteitsontwikkeling. Ontmoeting Jongeren ontmoeten jongeren om van elkaar te leren, het contact met jongeren die anders zijn draagt bij aan zelfbewustzijn en diversiteit. Verantwoordelijkheid leren dragen Het leren van zelfregie, verantwoordelijk voor het eigen gedrag en keuzes kunnen maken teneinde te kunnen participeren in een samenleving die een beroep doet op zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid. Voorkomen en verminderen van overlast Door het bieden van alternatieven en jongeren bewust te maken van hun gedrag draagt het jongerenwerk bij aan het voorkomen en verminderen van overlast. Ontspanning Het bieden van ontspanning zorgt voor plezier en het ontwikkelen van nieuwe vormen van contact. Ook biedt het een alternatief voor jongeren die geen middelen hebben voor commerciële vormen van ontspanning of die in de thuissituatie geen ontspanning vinden.

Aanbieders van het jongerenwerk en jongerenwerkers zelf zien vorming, binding aan de samenleving en het voorkomen en verminderen van overlast als hun belangrijkste taken2. Het minst relevant wordt ontspanning genoemd.

31

Methodisch en professioneel werken Het jongerenwerk is een aparte beroepsgroep met een eigen beroepscode (2014). Het jongerenwerk werkt methodisch en professioneel. Methodisch werken houdt in dat professionals doelgericht, systematisch en daarbij ethisch- en maatschappelijk verantwoord handeleni. De leefwereld van jongeren is het primaire vertrekpunt, zowel letterlijk fysiek (door hier aanwezig te zijn) als figuurlijk (door aan te sluiten bij het perspectief van jongeren). Vanuit de leefwereld werken jongerenwerkers aan de samenwerking met netwerkpartners als politie, buurtteams, jeugdwerkers, scholen en gemeente. De context waarbinnen jongerenwerkers opereren staat niet stil. De leefwereld van jongeren, nieuwe beleidsvragen en veranderingen in de eigen organisatie vereisen een adaptief vermogen. Ook (wetenschappelijke) inzichten, methoden en kennis blijven in ontwikkeling en worden door werkers meegenomen en, waar nodig, naar de praktijk vertaald. Jongerenwerkers werken ontwikkelingsgericht. Dat betekent dat zij zich ten alle tijden richten op de brede, deels autonome en positieve ontwikkeling van jongeren. De sociale, maatschappelijke en persoonlijke ontwikkeling tot volwaardig mens-zijn. Dit vereist een morele- en emotionele identiteitsontwikkeling, het leren van levensvaardigheden en sociaal-maatschappelijke participatie.

Evidence Based Practice Naast dat we van jongerenwerkers verwachten dat zij werken volgens hun beroepscode (waarmee zij de kwaliteit van hun werk borgen) is het belangrijk dat zij in hun handelen de

32

richtlijnen volgen van Evidence Based Practice (EBP). Dit betekent dat jongerenwerkers het werken in de praktijk baseren op a) wetenschappelijke kennis, b) praktijkkennis en c) kennis en waarden van (en over) de doelgroep. Werken volgens EBP vraagt van jongerenwerkers dat zij op hun handelen kunnen reflecteren en dit methodisch kunnen onderbouwen en zich actief blijven toerusten met kennis en vaardigheden. Het werken aan vakmanschap en een blijvende professionalisering is juist voor het jongerenwerk van belang. Te lang is het werk uitgevoerd vanuit praktijkkennis en intuïtie waardoor de impact en unieke betekenis van het jongerenwerk onderbelicht is gebleven. Er is verder meer onderzoek nodig om het methodisch werken in de praktijk zichtbaar te makeni. Methodische principes Jolanda Sonneveld en Judith Metz (HvA) ontwikkelde in 2018 een methodisch kader voor het jongerenwerk. Vanuit dit werk distilleerden zij 10 belangrijke methodische principes. De methodische principes staan aan de basis van het jongerenwerk en vertaalt zich in een combinatie van methodieken en werkwijzen.

Sociale Veerkracht Het versterken van de sociale veerkracht is een benadering die een antwoord biedt op identiteitsvraagstukken. Het gaat hier niet alleen om de individuele context maar het kijkt ook naar de ondersteunende relaties, de mogelijkheid van jongeren om invloed uit te oefenen op zaken die hen aangaan en de pedagogische infrastructuur als geheel. Vanuit deze benadering wordt de vraag gesteld: Welke context nodig is om een bepaalde kwetsbaarheid te compenseren waardoor deze kan worden omgezet naar kracht.

33

Het uitgangspunt is dat jongeren voor een positieve ontwikkeling behoefte hebben aan positieve impulsen. In de identiteitsvorming hebben jongeren in hun leefwereld te maken met identiteitsvraagstukken. Wat zijn de waarden, normen, gedragsregels en symbolen van mijn groep en hoe verhoud ik mij hiertoe? Het gevoel ‘erbij te horen’ is voor jongeren belangrijk waardoor ze zich identificeren aan de context van hun groep en zich afzetten tegen anderen, die ‘anders’ zijn20. Uiteraard kan dit ook leiden tot overlast gevend groepsgedrag. Door ons te focussen op het probleemgedrag versterken we onbewust het negatieve zelfbeeld en werkt het stigmatiserend. Hierdoor kunnen jongeren zich verder terugtrekken en zich aansluiten bij criminele groepen waar zij zich wel geaccepteerd voelen. De notie dat het ‘gevoel ergens bij te horen’ voor een positieve identiteitsontwikkeling belangrijk is laat zien dat we ons moeten realiseren deze jongeren niet verder uit te sluiten maar moeten includeren. Door aandacht te hebben voor de bronnen van veerkracht en in te zetten op beschermende factoren werken we aan weerbaarheid en sociale veerkracht. Dit vanuit het besef dat we in het jeugdwerk werken in een speelveld van ongelijke kansen20.

Beschermende factoren Met ontwikkelingsgericht werken en aandacht voor de sociale veerkracht richt het jongerenwerk zich minder op de afzonderlijke problemen en risicofactoren maar zet het meer generiek in op beschermende factoren. Het Nederlands Jeugd Instituut (NJI) heeft recent de 10 belangrijkste beschermende factoren onderzocht die van belang zijn voor een gezonde ontwikkeling. Het gaat hierbij om de volgende generieke factoren: De top 10 beschermende factoren die voor alle jongeren gelden: 1.

Sociale binding Voor commitment in het kunnen aangaan van een positieve emotionele band met sociale relaties in het gezin, de vriendengroep, school en wijk wordt de basis gelegd in de binding/hechting met ouders en andere verzorgers. De kwaliteit van deze relaties speelt in het opgroeien tot volwassenen een cruciale rol.

2.

Kansen voor betrokkenheid Dit gaat om de mate waarin kinderen en jongeren een kans krijgen om een betekenisvolle en gewaardeerde bijdrage te leveren aan verbanden waar zij deel van uitmaken. Participatie en intertactie zijn belangrijk voor het ontwikkelen van interpersoonlijke vaardigheden.

3.

Pro sociale normen Opgroeien in een omgeving met -voor kinderen- duidelijke normen en waarden voor positief gedrag die consequent worden uitgedragen en nageleefd.

34

4.

Erkenning en waardering voor positief gedrag Opgroeien in een omgeving waar positief gedrag wordt beloond waardoor een jongere gemotiveerd is om dit gedrag te herhalen. Het ontvangen van positieve bekrachtiging is essentieel in de leefwereld van een jongere.

5.

Steun van belangrijke volwassenen en voorzieningen in de omgeving Dit gaat om de invloed van de opvoeding door ouders en verzorgers, formele opvoeders en de sociale omgeving. Voor een positieve ontwikkeling van kinderen is ouderlijke steun, positieve ouder-kind interacties en een veilige hechting essentieel. Factoren die hierbij verder een rol spelen zijn ouderlijke warmte, positieve communicatie en ouderlijk toezicht. Verder is de rol van formele opvoeders zoals leerkrachten en docenten van belang en groeien kinderen met een ondersteunend sociaal netwerk van andere volwassenen veerkrachtig op en zijn beter bestand tegen stresserende omstandigheden. Tot slot blijkt de mate van toegankelijk tot voorzieningen in de wijk (kinderopvang, school, het jongerenwerk en de sportclub) een beschermende factor.

6.

Constructieve vrijetijdsbesteding De aanwezigheid van voldoende kansen om deel te nemen aan creatieve- en sportactiviteiten waar jongeren in contact komen met volwassenen en leeftijdsgenoten die hen aanmoedigen en ondersteunen bij het ontwikkelen van hun talenten en vaardigheden.

7.

Competenties Sociale competenties gaat over interpersoonlijke vaardigheden die helpen om gevoelens, gedachten en gedrag te integreren om zo bepaalde sociale doelen te bereiken. Emotionele competenties gaat over het vermogen om gevoelens en emotionele reacties van zichzelf en anderen te kunnen identificeren en er adequaat op te kunnen reageren. Gedragsmatige competenties gaat het vermogen om adequaat te communiceren (verbaal en non-verbaal) en tot actie te komen (andere helpen, weglopen van een negatieve situatie en participeren in positieve activiteiten).

8.

Cognitieve vaardigheden Het beschikken over voldoende cognitieve vaardigheden zoals logisch en analytisch denken, abstract redeneren en meer specifieke vaardigheden als lees- en rekenvaardigheden.

9.

Schoolmotivatie Het gaat hier om de mate waarin een jongere betrokken is bij leeractiviteiten, een binding met school heeft, gemotiveerd is tot presteren en een positieve verwachting heeft ten aanzien van het eigen succes. Hierbij zijn normen en waarden t.a.v. leren en onderwijs die worden uitgedragen door de gemeenschap, thuis en de vriendengroep uiteraard van groot belang.

35

10. Positieve identiteit Dit gaat om hoe jongeren zichzelf zien in relatie tot hun toekomst, de mate van eigenwaarde en een gevoel van persoonlijke effectiviteit. Dit laatste gaat over de overtuiging die je hebt in je eigen vermogen om bepaalde persoonlijke doelen te bereiken. Positieve identiteit bepaalt de mate waarin je voor jezelf doelen nastreeft en gemotiveerd bent om dit ook te behalen. Uit empirisch onderzoek van Michael Ungar blijkt dat kinderen en jongeren in hun ontwikkeling behoefte hebben aan negen zakeni. Dit zijn: 1. 2. 3. 4. 5.

Structuur Consequenties Ouder-kindrelatie Sterke banden met meerdere volwassenen Een krachtige identiteit

6. 7. 8. 9.

Een gevoel van agency (invloed) Een gevoel van erbij horen Een eerlijke en rechtvaardige behandeling Fysieke en mentale veiligheid

Voor het Nijmeegse jongerenwerk gelden de bovenstaande factoren als uitgangspunt. Het is belangrijk dat dit zich ook vertaald naar het rijker verantwoorden en de impact die het jongerenwerk op vraagstukken weet te maken.

36

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=ee77b375-b5a9-4db3-a0a3-82e6460f9068