Ontwikkelagenda inclusief onderwijs
Tekst van het document
Ontwikkelagenda Inclusief Onderwijs 2025 - 2028
-1-
Inhoudsopgave H1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding Aanleiding Samenwerkingsafspraken Taken en verantwoordelijkheden van ouders/opvoeders, onderwijs en gemeenten Randvoorwaarden voor het slagen van de ontwikkelagenda
3 3 4 4 5
H2
Proces totstandkoming ontwikkelagenda
6
H3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Thema’s waar we mee aan de slag gaan Een sterke pedagogische basis Thuiszitters Zorg binnen onderwijs Expertise Onderwijshuisvesting en leerlingenvervoer
7 7 8 9 9 10
H4
Governance
11
H5
Vervolg
11
Bijlage 1 | Aansluiting regioprogramma’s Jeugd Bijlage 2 | Definities
12 14
Colofon
16
-2-
H1 Inleiding 1.1 Aanleiding De gemeenten1, samenwerkingsverbanden en onderwijsinstellingen regio Nijmegen werken regionaal samen om het onderwijs inclusiever te krijgen. Zo werken we aan een betere aansluiting van onderwijs, welzijn en jeugdhulp door collectieve inzet van jeugdhulp in het speciaal onderwijs, en verbeteren we de aansluiting met de lokale teams. Tevens beseffen we dat een nauwere samenwerking noodzakelijk is om de beweging naar inclusief onderwijs echt te realiseren; niet alleen vanwege de verplichting vanuit het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), maar vooral vanuit een gedeelde visie en ambitie. Daarom werken we gezamenlijk aan de ontwikkelagenda inclusief onderwijs.
Onze visie We werken aan een fundamentele verandering in het onderwijs, waarbij elk kind een volwaardige plek krijgt, ongeacht de ondersteuningsbehoefte. Inclusief onderwijs gaat verder dan een organisatorisch model en draagt bij aan een inclusievere samenleving. Het stelt kinderen in staat om met diversiteit om te gaan en leert hun respect te hebben voor onderlinge verschillen. Dit draagt bij aan een samenleving waarin iedereen, ongeacht achtergrond of ondersteuningsbehoefte, gelijkwaardig kan participeren.
Doelstelling
centraal dat elk kind en elke jongere dicht bij huis, volwaardig en gelijkwaardig toegang heeft tot een inclusieve leeromgeving4, waarin de kinderen en jongeren zich samen kunnen ontwikkelen en samen leren en participeren.
Context De ontwikkelagenda staat niet op zichzelf, maar bouwt voort op de afspraken die we gemaakt hebben in het Regioprogramma Jeugd 2023-2028. We geven hiermee invulling aan de eerste opgave ‘meer inclusie in de basis’. Daarnaast ligt er een stevige verbinding met het regionale programma Jongeren naar School of Werk en hebben we met elkaar vastgesteld dat het belangrijk is dat de agenda ondersteunend is aan de lokale (uitvoerings)programma’s. Ook de ondersteuningsplannen van de samenwerkingsverbanden hangen samen met deze agenda en met hun doelen om naar meer inclusief onderwijs toe te werken. Inherent aan starten met een regionale ontwikkelagenda is het accepteren dat er verschillen zijn in startpositie en in tempo tussen gemeenten. Wel verbinden alle partijen (schoolbesturen via samenwerkingsverbanden passend onderwijs) en gemeenten zich aan het overkoepelende doel. De agenda stellen we op voor het werkgebied van de samenwerkingsverbanden passend onderwijs5. Dit is groter dan Rijk van Nijmegen. De gemeenten West Maas en Waal en Land van Cuijk sluiten aan bij de afspraken die we maken.
In deze ontwikkelagenda beschrijven we hoe we als onderwijs en gemeenten op regionaal niveau werken aan de beweging naar inclusief onderwijs. Bij inclusief onderwijs krijgen kinderen en jongeren met dezelfde talenten maar ongelijke voorwaarden gelijke kansen2. Het biedt alle kinderen en jongeren de mogelijkheid zich te ontwikkelen en met hun talent iets bij te dragen aan de samenleving. Door elkaar te ontmoeten op school, leren kinderen met respect met elkaar om te gaan en begrijpen ze dat iedereen verschillend is. Door samen op te groeien leren ze die verschillen te respecteren en te waarderen. Inclusief onderwijs geeft alle kinderen en jongeren de ondersteuning die ze nodig hebben. Vanuit de pedagogische basis3 werken scholen aan de brede ontwikkeling van alle kinderen en jongeren. We hebben het volgende doel opgesteld: We werken samen aan de beweging naar inclusief onderwijs, waarbij deze regionale agenda ondersteunend dient te zijn aan de lokale uitvoeringsagenda’s. Hierbij staat
-3-
1
Gemeenten Nijmegen, Berg en Dal, Mook en Middelaar, Druten, Wijchen, Heumen, Beuningen, West Maas en Waal en Land van Cuijk 2 Elffers, L., 2022 3 www.nji.nl/publicaties/opgroeien-doe-je-samen 4 In het beleidskader ‘Met elkaar voor alle kinderen en jongeren’ (OCW 2024) staat de volgende omschrijving van een inclusieve leeromgeving: ‘Binnen een inclusieve leeromgeving zijn alle kinderen welkom op een school dichtbij huis. Er wordt vanuit een pedagogische basis gewerkt aan de brede ontwikkeling van alle kinderen. Elk kind ontwikkelt zich, wordt gezien en hoort erbij. De kinderen leren met en van elkaar. Het schoolteam is multidisciplinair en biedt de ondersteuning die nodig is om alle kinderen onderwijs te bieden. De inclusieve leeromgeving is toegankelijk voor alle kinderen, leraren en ouders.’ 5 Het betreft het gehele werkgebied van samenwerkingsverband Stromenland. Voor samenwerkingsverband VO-VSO Nijmegen e.o. betreft het hele werkgebied met uitzondering van de gemeenten Gennep en Bergen.
1.2 Samenwerkingsafspraken Om onze samenwerking richting te geven hebben we een aantal afspraken gemaakt. Deze afspraken helpen ons om gefocust te blijven op onze gezamenlijke doelen en bieden een gedeeld kader waarbinnen we beslissingen nemen. Ze maken helder wat we belangrijk vinden, zodat ons handelen steeds afgestemd blijft op onze gezamenlijke visie en de behoeften van kinderen, jongeren en ouders. Door ze vast te leggen in deze ontwikkelagenda, committeren we ons eraan en kunnen we elkaar hier ook aan houden. We spreken het volgende af: 1. We kijken naar mogelijkheden in plaats van beperkingen. We versterken de omgeving van jongeren, bijvoorbeeld door hen te ondersteunen in hun gezin, school en sociale contacten. Daarbij investeren we waar mogelijk en nodig extra in kinderen en jongeren met specifieke behoeften, zodat zij toegang hebben tot onderwijs dicht bij huis. 2. We maken samen weloverwogen beslissingen die het belang van het kind centraal stellen, altijd in samenhang met hun gezin, school en sociale omgeving. Hierbij baseren we ons zoveel mogelijk op bewezen effectieve aanpakken, zodat onze keuzes duurzaam en doelgericht zijn. Soms overlappen verantwoordelijkheden. Dan zoeken we samen naar een werkbare oplossing voor alle betrokken partijen. 3. We werken intensief samen met lokale partners om onze maatschappelijke doelen te realiseren.
Hierbij benutten we elkaars expertise en experimenteren we met (nieuwe) aanpakken die inspelen op de behoeften van de wijk. 4. We monitoren en evalueren de effecten van onze samenwerking om concrete, meetbare doelstellingen te behalen en duurzame voortgang te realiseren. 5. We werken samen in een gelijkwaardige relatie, waarbij professionals, ouders en leerlingen elkaar respecteren en ieders verantwoordelijkheid en rol erkennen. We vertrouwen erop dat iedereen verantwoordelijkheid neemt voor de eigen bijdrage. 6. We zijn ons bewust van de schaarste binnen de context waarin we ons werk doen. Daarom hebben we elkaar nodig om op een efficiënte manier resultaten te boeken en zowel de jeugdzorg als het passend onderwijs betaalbaar te houden. 7. We zetten ons in voor soepele en goed georganiseerde overgangsmomenten in de onderwijscarrière van kinderen en jongeren, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen. Dit geldt voor de overstap van kinderopvang naar primair onderwijs, van primair naar voortgezet onderwijs, van voortgezet onderwijs naar het mbo, maar ook voor overgangen tussen gespecialiseerd en regulier onderwijs.
-4-
1.3 Taken en verantwoordelijkheden van ouders/opvoeders, onderwijs en gemeenten Hoewel een kind niet in hokjes is op te delen, zijn de taken en verantwoordelijkheden met betrekking tot de optimale ontwikkeling van kinderen dat wel. Voor de optimale ontwikkeling van kinderen zijn ouders voor een groot deel primair verantwoordelijk. Daarnaast spelen het onderwijs en de gemeenten beide een cruciale rol, elk vanuit de eigen expertise en wettelijke taken. In deze paragraaf schetsen we kort de belangrijkste taken en verantwoordelijkheden van ouders/opvoeders, het onderwijs en gemeenten. Dit baseren we op het ‘Programma van eisen voor schoolbesturen en samenwerkingsverbanden 2024’6. Het onderwijs richt zich op ondersteuning binnen de school die nodig is om leren mogelijk te maken. Gemeenten dragen vanuit het sociale domein een brede maatschappelijke verantwoordelijkheid. Zij ondersteunen gezinnen en kinderen bij bredere vraagstukken, zoals opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische uitdagingen, zorg en participatie. Het is daarom belangrijk dat deze rollen goed op elkaar worden afgestemd. Dat doen we door heldere afspraken te maken over wie waarvan is en wat je van elkaar mag verwachten. Dit bevordert de samenwerking en de optimale ontwikkeling van ieder kind.
Rol van de ouders/opvoeders Ouders spelen een centrale rol in de optimale ontwikkeling van hun kinderen. Zij zijn primair verantwoordelijk voor de opvoeding, het bieden van een veilige en stimulerende thuisomgeving en het ondersteunen van hun kind in hun brede ontwikkeling, welbevinden en gezondheid. Dit betekent dat zij actief betrokken zijn bij het leerproces, samenwerken met de school en signalen over de ontwikkeling van hun kind delen. Daarnaast dragen ouders bij aan een goede communicatie met school en eventuele andere betrokken partijen, zoals zorgaanbieders of de gemeente. Hun inbreng is cruciaal bij het bepalen van passende ondersteuning en het maken van keuzes die in het belang van hun kind zijn. Door open en constructieve samenwerking kunnen ouders en verzorgers samen met onderwijs en zorg bijdragen aan de best mogelijke ontwikkeling van hun kind.
6
www.nieuwsbrievenminocw.nl/actueel/nieuws/2024/09/12/programma-van-eisen-voorschoolbesturen-en-samenwerkingsverbanden-passend-onderwijs-vernieuwd
Rol van schoolbesturen
Rol van gemeenten
Het primaire proces op een school is het verzorgen van onderwijs. De belangrijkste verantwoordelijkheid van het schoolbestuur is om zijn scholen te faciliteren dit mogelijk te maken. Het schoolbestuur ondersteunt de scholen verder bij het realiseren van zowel basisondersteuning als extra ondersteuning in het kader van passend onderwijs. De schoolbesturen in de regio vormen samen het samenwerkingsverband en zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het creëren van een dekkend netwerk van onderwijsvoorzieningen. Dit houdt ook in dat zij zich inspannen om kennis en expertise over specialistische ondersteuning onderling te delen, actief op te zoeken en te benutten.
Gemeenten hebben een brede maatschappelijke verantwoordelijkheid. Ze zijn verantwoordelijk voor het toezicht op en handhaving van leerplicht, het leerlingenvervoer en voor de uitvoering van de Jeugdwet met betrekking tot preventie, ondersteuning, hulp en zorg. Tevens dragen zij de verantwoordelijkheid voor de financiering bij nieuwbouw en renovatie van schoolgebouwen, zodat scholen beschikken over veilige, toegankelijke en functionele huisvesting die aansluit bij de demografische ontwikkelingen. Het vaststellen van beleidsplannen, het beschikbaar stellen van financiële middelen en het bewaken van de uitvoering van de gemeentelijke taken berust bij de gemeenteraad.
Rol van samenwerkingsverbanden De samenwerkingsverbanden zorgen voor een dekkend netwerk van voorzieningen en ondersteunen scholen bij het organiseren van extra ondersteuning voor leerlingen. Ze faciliteren expertise-uitwisseling tussen scholen en helpen bij soepele overgangen tussen onderwijsvormen en levensfasen. De samenwerkingsverbanden coördineren de transitie naar onderwijs voor alle kinderen in de eigen wijk, woonplaats (po) of regio (vo). Daarnaast zijn ze de regisseur in de regionale samenwerking tussen onderwijs, gemeenten en jeugdhulp. Deze samenwerking richt zich onder andere op het aanpakken van thuiszitten en het voorkomen van voortijdig schoolverlaten. Het op overeenstemming gericht overleg (OOGO) is een belangrijk instrument om afspraken te maken over de verbinding tussen onderwijs, jeugdhulp en zorg.
-5-
1.4 Randvoorwaarden voor het slagen van de ontwikkelagenda Om de ontwikkelagenda Inclusief Onderwijs succesvol te maken, zijn enkele randvoorwaarden onmisbaar. Een gedeelde verantwoordelijkheid en intrinsieke motivatie van alle betrokken partijen vormen de basis. Vertrouwen en heldere afspraken zijn hierbij essentieel. Ook is het van belang dat er breed draagvlak is voor deze ontwikkelagenda. Alleen door samen te werken vanuit een gedeelde visie kan de beweging naar inclusief onderwijs werkelijkheid worden.
H2 Proces totstandkoming ontwikkelagenda We hebben een onafhankelijke externe partij gevraagd om het proces van de ontwikkelagenda te begeleiden: BMC. Het ‘aanjaagteam’ was het eerste aanspreekpunt voor BMC en fungeerde als opdrachtgever voor deze ontwikkelagenda. Het aanjaagteam bestaat uit:
We hebben elkaar steeds de vraag gesteld: ‘Maken we meer impact met elkaar als we dit thema op regionale schaal aanpakken?’ Er kwamen toen verschillende thema’s naar boven. Deze hebben we met het aanjaagteam geprioriteerd, waarna we zijn gekomen tot de vijf thema’s uit deze ontwikkelagenda. Deze zijn:
1) Bas Wesseldijk, bestuurder bij SWV Stromenland, vanaf januari 2025 vervangen door Henriette Rosman, interim-bestuurder 2) Merel van Kranenburg, algemeen beleidsadviseur bij SWV Stromenland 3) Anouk Peijnenborgh, directeur bij Samenwerkingsverband VO-VSO Nijmegen e.o. 4) Sandra Huijnen, strategisch adviseur onderwijs en jeugd bij de gemeente Nijmegen 5) Frank Driever, senior beleidsadviseur jeugd bij de gemeente Nijmegen 6) Milka Hut, beleidsadviseur onderwijs bij de gemeente Berg en Dal 7) Esther Ekkel-Vorstenbosch, beleidsadviseur onderwijs bij de gemeente West Maas en Waal
1. Een sterke pedagogische basis: ieder kind en iedere jongere ervaart ondersteunende netwerken, zowel thuis als op school en daarbuiten. 2. Thuiszitters: ieder kind en iedere jongere heeft recht op onderwijs passend bij de eigen mogelijkheden en behoeften. 3. Zorg binnen onderwijs: ieder kind en iedere jongere krijgt de juiste ondersteuning om deel te kunnen nemen aan het onderwijs. Collectieve financiering zorgt dat de bureaucratie vermindert en de toegang versimpeld wordt. 4. Expertise: ieder kind en iedere jongere heeft zo dichtbij mogelijk toegang tot een passende en gelijkwaardige inclusieve leeromgeving waarbij voldoende expertise beschikbaar is om goed onderwijs te bieden. 5. Onderwijshuisvesting en leerlingvervoer: iedere school is een inclusieve leeromgeving waar kinderen met verschillende ondersteuningsbehoeften samen onderwijs volgen. Ieder kind en iedere jongere gaat zo dichtbij mogelijk naar de meest passende school.
De ontwikkelagenda is tot stand gekomen in drie werksessies met een brede vertegenwoordiging van professionals uit het onderwijs en van gemeenten. Elke sessie werd voorbereid door BMC en het aanjaagteam. Deze ontwikkelagenda richt zich op het primair, voortgezet, gespecialiseerd en middelbaar beroepsonderwijs. Er zijn geen vertegenwoordigers van de kinderopvang betrokken geweest bij de totstandkoming van deze ontwikkelagenda. Hoewel verschillende gemeenten op lokaal niveau al goed samenwerken met de kinderopvang, is dit op regionaal niveau nog niet het geval. Er zijn verschillende grote en kleine kinderopvangorganisaties actief in de regio, waardoor er geen vertegenwoordiging beschikbaar was om op regionaal niveau het gesprek te voeren Tijdens de eerste werksessie werd uitgebreid met elkaar gesproken over welke thema’s we regionaal willen opnemen in de ontwikkelagenda. Dit hebben we gedaan aan de hand van bijgevoegde matrix.
-6-
Daarnaast werd samenwerken met ouders en leerlingen als belangrijk onderwerp genoemd. We hebben dit niet als apart thema benoemd, omdat we vinden dat dit op elk thema aandacht verdient. Ook komt het tot uitdrukking in de samenwerkingsafspraken in paragraaf 1.2, waarin we benadrukken dat we samenwerken vanuit een gelijkwaardige relatie. De bovenstaande zes thema’s werken we in hoofdstuk 3 nader uit. Dit doen we steeds aan de hand van twee vragen: 1) Wat is onze ambitie? 2) Wat gaan we hiervoor doen? De thema’s worden nader uitgewerkt in een regionaal uitvoeringsplan, waarin de concrete acties, resultaten (KPI’s), deadlines en eigenaren staan. We zien deze ontwikkelagenda als het kader, terwijl het uitvoeringsplan meer flexibel is en kan worden aangepast naarmate de uitvoering vordert. In de gesprekken over de ontwikkelagenda kwam het thema mentale gezondheid regelmatig aan de orde. We vinden het belangrijk dat leerlingen zich prettig voelen.
Inclusief onderwijs
Het versterken van de mentale veerkracht is ook als opgave benoemd in het regioprogramma Jeugd. We sluiten aan op dit thema vanuit het regioprogramma Jeugd; het vormt geen apart onderdeel van deze ontwikkelagenda. Tijdens de tweede werksessie zijn de belangrijkste definities uit de ontwikkelagenda besproken, zie bijlage 2. Daarnaast is er per thema nagedacht over de ambities, in te zetten acties, wanneer deze ambitie bereikt is en hoe we dit kunnen meten. In de derde werksessie is de laatste input opgehaald en hebben we daarnaast stilgestaan bij de samenwerkingsafspraken en randvoorwaarden.
Thuiszitters
We vinden het belangrijk dat deze ontwikkelagenda breed gedragen is. Daarom is dit document door de samenwerkingsverbanden ingebracht in de deelnemersraad (primair onderwijs) en het bestuur (voortgezet onderwijs). Ook is de ontwikkelagenda op ambtelijk en bestuurlijk niveau besproken in alle gemeenten. Deze ontwikkelagenda wordt besproken in het regionale OOGO, dat bestaat uit de wethouders Onderwijs en Jeugd van de deelnemende gemeenten, het mbo en de beide samenwerkingsverbanden. Vervolgens wordt hij vastgesteld in de colleges van B en W van de deelnemende gemeenten.
Zorg binnen onderwijs
Expertise
Onderwijshuisvesting en leerlingenvervoer
Een sterke pedagogische basis Scholen als onderdeel van de pedagogische basis
H3 Thema’s waar we mee aan de slag gaan In dit hoofdstuk werken we de thema’s nader uit. We hebben per thema bepaald wat we willen bereiken, hoe we dat kunnen doen en hoe we weten of we op de goede weg zitten. De nadere uitwerking van deze thema’s komt in een uitvoeringsplan.
3.1 Een sterke pedagogische basis Iedereen die bij de opvoeding en ontwikkeling van kinderen betrokken is, vervult een ondersteunende en stimulerende rol, zodat kinderen zich in hun eigen tempo en op hun eigen manier kunnen ontplooien. Een sterke pedagogische basis is essentieel voor de brede ontwikkeling en het welzijn van kinderen en jongeren, zowel binnen als buiten het onderwijs. In de pedagogische basis worden de inspanningen van ouders, kinderen zelf, scholen, buurtorganisaties en zorgpartners aan elkaar verbonden. Het is deze gezamenlijke verantwoordelijkheid die de veerkracht en zelfredzaamheid van kinderen stimuleert, door hen een omgeving te bieden waarin ze zich veilig, gewaardeerd en verbonden voelen.7
7
-7-
www.nji.nl/uploads/2022-12/Opgroeien%20doe%20je%20samen.pdf
Scholen vormen een onmisbaar onderdeel van de pedagogische basis. Binnen het onderwijs spreekt men vaak van een pedagogisch-didactische basis, waarin scholen zorgen voor een leeromgeving die aansluit bij de individuele behoeften van kinderen en jongeren, en tegelijkertijd aandacht hebben voor het functioneren van de groep als geheel. Scholen zijn onmisbaar in de bredere samenwerking, omdat zij vaak een verbindende schakel vormen tussen gezinnen en andere partijen, zoals buurtorganisaties en zorgpartners.
Lokale verschillen in pedagogische basis Gemeenten geven elk een eigen invulling aan de pedagogische basis, passend bij de kenmerken en behoeften van inwoners in hun wijken of dorpen. Deze verschillen zijn waardevol en noodzakelijk, omdat iedere gemeenschap eigen uitdagingen en kansen kent.
Onze ambitie We streven naar een betere verbinding tussen thuis, school en omgeving. In 2028 hebben we een ondersteunende omgeving gecreëerd waarin kinderen, ouders en professionals samenwerken aan mentale veerkracht en preventie. Dit omvat het versterken van netwerken rondom gezinnen, het vergroten van kennis en vaardigheden bij alle betrokkenen, en het tijdig signaleren en aanpakken van opgroei- en ontwikkelingsuitdagingen. In 2028 is er sprake van meetbare verbeteringen in de samenwerking tussen scholen, ouders en zorgpartners, en wordt lokale expertise optimaal benut.
3.2 Thuiszitters
Wat gaan we hiervoor doen? • We bepalen met elkaar hoe de pedagogische basis eruitziet en welke rol iedereen hierin heeft. Hierbij gaat het om ouders, professionals, en de kinderen zelf. Daarbij stellen we vast wat op lokaal niveau minimaal geregeld moet zijn om een sterke pedagogische basis te realiseren. • We wisselen met elkaar kennis en ervaringen uit over normaliseren. We ontwikkelen een gedeeld begrip van wat normaliseren inhoudt en een gezamenlijke visie hierop. Daarom organiseren we bijeenkomsten waarin ouders, professionals en andere betrokkenen kennis en ervaringen uitwisselen over het versterken van het normale opvoedklimaat, het stimuleren van veerkracht en het voorkomen van overdiagnostiek. Deze bijeenkomsten leiden tot praktische afspraken en gedeelde handelingsperspectieven die lokaal toegepast kunnen worden. • Voor het voortgezet onderwijs gaan we verder met het ontwikkelen van een (regionaal) VO-team, zoals beschreven in het regioprogramma Jeugd. • We zorgen ervoor dat we elkaar goed kennen. Dit doen we door ontmoeting te stimuleren, onder andere door jaarlijkse werkbezoeken en bijeenkomsten. Het reflectiekader van Met andere ogen8 beschrijft een zestal werkzame elementen om te komen tot goede samenwerking. Het begint met een gedeelde visie en urgentiebesef.
De volgende stap is een cultuur van samenwerken waarin we elkaar kennen en we gericht zijn op het samen verbeteren van de praktijk.
Het recht op onderwijs is vastgelegd in artikel 28 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Toch volgt in Nederland niet ieder kind en elke jongere onderwijs. Dit geldt ook voor onze regio. We willen alle kinderen die geen onderwijs volgen in beeld hebben. Een thuiszitter is een leerplichtig kind of een leerplichtige jongere die langer dan vier aaneengesloten weken geen onderwijs heeft gevolgd.
Onze ambitie Ieder kind en iedere jongere volgt onderwijs passend bij de eigen mogelijkheden en behoeften.
Wat gaan we hiervoor doen? We ontwikkelen gezamenlijk een preventieve aanpak op thuiszitters: • We stellen een signaleringsprotocol op waarmee scholen, ouders en zorgpartners risicofactoren vroegtijdig herkennen en bespreken • We bieden alternatieve leertrajecten aan, zoals deeltijdonderwijs, praktijkgerichte programma’s en online lesmogelijkheden, om onder meer het aantal vrijstellingen terug te dringen. • We richten een taskforce thuiszitters op om bestaande projecten en initiatieven te evalueren en succesvolle aanpakken te implementeren in een integrale beleidsstrategie. • We analyseren de situatie van huidige thuiszitters om risicoprofielen op te stellen en interventies te verbeteren. • We organiseren kennisbijeenkomsten waarin ervaringen uit het mbo en uit andere regio’s worden gedeeld en vertaald naar praktische acties.
Reflectiekader: Met Andere Ogen kijken en doen - Zes werkzame element met indicatoren 1) Gedeelde visie en urgentie onderwijs-zorg-jeugd • Éen verhaal; een kind laat zich immers niet opdelen in domeinen. • Aansluiten op cliënten; we werken vanuit en mét kinderen en ouders. • Preventief en positief jeugdbeleid; preventie door ‘aan de voorkant’ kinderen een positieve basis en inclusievere voorzieningen te bieden, en waar mogelijk te normaliseren. 2) Cultuur van samenwerken • Onderling vertrouwen. • Verbindend leiderschap. • Kennis van elkaars taken, rollen, verantwoordelijkheden; ook van ouders • Brede interprofessionele samenwerking op de werkvloer. • Gedeelde taal. • Pro-activiteit is een basishouding; we werken outreachend, in interactie en dienstverlening vertrekken we vanuit cliënt. 3) Regie op de samenwerking op alle niveaus van uitvoering, beleid en bestuur • Samenwerkingsafspraken tussen gemeenten, onderwijs en jeugd; brede lokale- duurzame afspraken.
-8-
• Mandaat in de uitvoering is georganiseerd • Congruentie niet alleen in visie maar ook in sturing en financiële inrichting van de (samenwerkende) organisatie(s). • Borging in beleid en bestuur. 4) Lerende cyclus: zicht op de voortgang • Monitoring op het niveau waarop gezamenlijke afspraken zijn gemaakt. • Datagedreven werken. • Een lerende cyclus in de regio, waarbij outcome van de samenwerking vanuit meervoudig perspectief (ouders, jongeren, professionals, partners) wordt opgehaald en besproken t.b.v. kwaliteitsontwikkeling en duurzame borging. 5) Faciliterend stelsel • Gebundelde financiering mogelijk maken; budgetten met poreuze randen. • Coördinatie op inhoudelijke en juridisch vergelijking van wetten in het sociaal domein. • Terugdringen van vrijstellingen 5a. • Afstemming van toezicht om integraliteit van onderwijs en zorg te verbeteren. • Omgaan me incongruente schaalgrootte. 6) Werken in één ecosysteem
8
www.netwerkmetandereogen.nl/media/filer_public/92/24/922436de-5c9c-4ecb-aa4d483ad6604871/midterm_maart_2021_met_andere_ogen.pdf
3.3 Zorg binnen onderwijs
3.4 Expertise
Om een leerling de juiste ondersteuning te kunnen bieden, zodat die in staat is om onderwijs te volgen, is soms ondersteuning vanuit zowel onderwijs als gemeenten nodig. Dit wordt nu vaak op individuele basis geleverd. We noemen dat zorg binnen onderwijs (zbo). In drie pilots hebben we de afgelopen anderhalf jaar ervaring opgedaan met zorg binnen onderwijs. Onderzoeksbureau Oberon heeft de drie pilots onderzocht en aanbevelingen gegeven. De eerste resultaten laten zien dat de hulp hiermee efficiënter kan worden ingezet en dat dit ook bijdraagt aan de kwaliteit. We zien veel kansen in het vaker collectief organiseren van zorg binnen onderwijs, met bijpassende financiering. Collectieve zorg zorgt ervoor dat de zorg beter én efficiënter wordt. Collectieve financiering zorgt dat de bureaucratie vermindert en de toegang versimpeld wordt, waardoor kinderen eerder geholpen worden. Zorg binnen onderwijs wordt daarmee beter, meer samenhangend en goedkoper.9
Om de beweging naar inclusief onderwijs te maken zal het reguliere onderwijs zoals wij dat nu kennen meer expertise moeten opbouwen om zo kinderen die ondersteuning nodig hebben goed te kunnen helpen. Deze kinderen zaten immers voorheen op het speciaal onderwijs. Scholen voor regulier onderwijs kunnen deze specialistische expertise vanuit het gespecialiseerd onderwijs benutten om een plek te kunnen bieden aan meer kinderen. Ook andere organisaties, zoals gemeenten, hebben expertise in huis die helpend kan zijn om de beweging naar inclusief onderwijs te maken.
Onze ambitie
Onze ambitie
Ieder kind en iedere jongere heeft zo dichtbij mogelijk toegang tot een passende en gelijkwaardige inclusieve leeromgeving waarbij voldoende expertise beschikbaar is om goed onderwijs te bieden..
Ieder kind en iedere jongere krijgt tijdig de juiste ondersteuning om deel te kunnen nemen aan het onderwijs.
Wat gaan we hiervoor doen? • We verzamelen en delen succesverhalen uit onze eigen regio en van andere plekken. Er zijn op verschillende plekken al mooie en succesvolle samenwerkingen tussen het gespecialiseerd en regulier onderwijs. Ook het mbo heeft veel expertise in huis, omdat er in het mbo geen onderscheid is tussen gespecialiseerd en regulier onderwijs. • We weten dat het werkt als professionals uit het regulier en gespecialiseerd onderwijs elkaar ontmoeten om kennis uit te wisselen. Op verschillende plekken zijn daar al voorbeelden van, zoals de buddyteams tussen professionals van het regulier en gespecialiseerd onderwijs, waarin expertise gedeeld kan worden. We brengen deze goede voorbeelden in kaart en breiden ze uit naar andere plekken. • We brengen in beeld welke expertise op welke plek nodig en gewenst is. Op basis hiervan maken we per schoolbestuur een opleidingsplan om expertise in het regulier onderwijs op te bouwen en te borgen. • We zorgen ervoor dat we elkaar goed kennen. Dit doen we door ontmoeting te stimuleren, onder andere door jaarlijkse werkbezoeken en bijeenkomsten (zie hiervoor ook het thema ‘Een sterke pedagogische basis’ (paragraaf 3.1).
Wat gaan we hiervoor doen? • We maken met alle scholen waar nodig afspraken over gezamenlijke capaciteitsbekostiging van zorg, en gaan daarbij uit van ‘collectief waar mogelijk: individueel waar nodig’. We richten ons daarbij in eerste instantie op jeugdzorg en laten de Wlz (vooralsnog) buiten beschouwing. We beginnen met verdere uitrol in het speciaal (voortgezet) onderwijs. We willen hier eerst voldoende ervaring in opdoen voor we dit kunnen uitrollen naar het regulier onderwijs. De beweging naar inclusief onderwijs vraagt ook versterking van het reguliere onderwijs. De specifieke context van de school, zoals aantal leerlingen met dezelfde ondersteuningsvraag, bepaalt of capaciteitsbekostiging de juiste route is. • We onderzoeken welke afspraken nodig zijn voor een minder strikte scheiding tussen onderwijs en zorg (jeugdhulp). We zijn hierin transparant naar elkaar toe en brengen in beeld hoe we er gezamenlijk voor zorgen dat elke leerling tijdig passende ondersteuning ontvangt. • We bouwen voort op de pilots die we al uitvoeren en maken gebruik van de geleerde lessen hierin en die door onderzoeksbureau Oberon zijn opgehaald. We hebben een lerende aanpak, zodat we steeds beter onderwijs en zorg op elkaar af kunnen stemmen. • We volgen de landelijke ontwikkelingen op het thema zorg in onderwijstijd en sluiten hier met onze regionale ontwikkelingen op aan.
-9-
9
www.nederlands-jeugdinstituut.foleon.com/oplossingenlabs-zorg-inonderwijstijd-2024/de-kracht-van-integraal-werken/praktijkvoorbeeldzeist-utrecht
3.5 Onderwijshuisvesting en leerlingenvervoer Inclusieve onderwijshuisvesting en een goed functionerend systeem voor leerlingenvervoer zijn de fysieke randvoorwaarden voor de realisatie van inclusief onderwijs. Toegankelijke, flexibele en toekomstgerichte schoolgebouwen bieden kinderen van diverse achtergronden en met verschillende ondersteuningsbehoeften in hun eigen buurt, gemeente of regio een passende leeromgeving. Wettelijk zijn de gemeenten verantwoordelijk voor de financiering van nieuwbouw en renovatie van schoolgebouwen. Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het onderhoud van het schoolgebouw en aanpassingen om het gebouw te laten aansluiten bij de eigen onderwijsvisie van de school. Dit vraagt om samenwerking tussen gemeenten en schoolbesturen. De situatie in de gemeente Nijmegen en voor het voortgezet onderwijs in de gemeente Druten wijken hierin af van de situatie in andere gemeenten, omdat daar sprake is van doorgedecentraliseerde financiering voor nieuwbouw en renovatie. Leerlingen moeten soms ver reizen naar hun school. Dit past niet in het streven dat kinderen dicht bij huis onderwijs volgen. Ouders zijn zelf verantwoordelijk voor de schoolgang van hun kinderen. Soms is dat niet haalbaar. Dan kunnen ouders een verzoek doen bij de gemeente voor een vervoersvoorziening (fiets, openbaar vervoer, kilometervergoeding eigen auto, georganiseerd vervoer).
Afhankelijk van de situatie kan ook voor begeleiding (de eigen ouder, oudere broer/zus, iemand uit het sociaal netwerk van de ouder) een vervoersvoorziening worden toegekend. Dit geldt ook voor leerlingen die tijdelijk op een andere school zitten
Onze ambitie In 2028 is er voor 97% van de leerlingen een inclusieve leeromgeving dicht bij huis, ongeacht hun ondersteuningsbehoeften. Voor het primair onderwijs betekent dit in de eigen gemeente en voor het voortgezet in de regio. Dit wordt mogelijk gemaakt door toegankelijke, flexibele en toekomstbestendige schoolgebouwen en een goed functionerend systeem voor leerlingenvervoer waarbij te reizen kilometers en reistijd voor leerlingen zo beperkt mogelijk is.
-10-
Wat gaan we hiervoor doen? • Elke gemeente voegt in het Integraal Huisvestingsplan een paragraaf toe over hoe ze inclusieve onderwijshuisvesting gaat realiseren. Deze paragraaf wordt samen met de onderwijspartners opgesteld. • Gemeenten delen hun Integraal Huisvestingsplan Onderwijsvoorzieningen met elkaar. • De samenwerkingsverbanden formuleren in hun nieuwe ondersteuningsplannen welk regionaal gespecialiseerd aanbod in de toekomst aanwezig is en voor welke doelgroepen c.q. ondersteuningsbehoeften binnen een reguliere onderwijssetting onderwijsplekken gerealiseerd moeten worden. De gemeenten en lokale onderwijspartners kunnen dit in gezamenlijk overleg vertalen naar een lokaal huisvestingsvraagstuk. • Elke gemeente brengt in kaart welke leerlingen gebruikmaken van leerlingenvervoer en analyseert de afstanden en reistijden die hiermee gemoeid zijn. Deze informatie wordt gedeeld in het regionale OOGO. We onderzoeken vervolgens hoe meer leerlingen dichter bij huis naar school kunnen gaan, beginnend bij leerlingen die nu buiten het werkgebied van het samenwerkingsverband naar school gaan. • Bij de nieuwe aanbesteding van leerlingenvervoer wordt vooraf informatie verzameld bij onderwijsinstellingen over de kwaliteitseisen van het vervoer, zoals veiligheid, tijdigheid en pedagogische kwaliteit.
Het financieel perspectief van de gemeenten zal een rol spelen bij het bepalen van de haalbaarheid van de gewenste kwaliteitseisen, waarbij echter de basisnormen voor veiligheid altijd gewaarborgd blijven. • Ouders, samenwerkingsverband en school van herkomst nemen de reisafstand naar de toekomstige school mee in de besluitvorming. De keuze voor een passende school staat voorop. Zodra duidelijk is dat een leerling naar een andere school gaat, dienen ouders direct leerlingenvervoer aan te vragen, zodat een leerling niet onnodig thuis hoeft te zitten. De beoordeling hiervan gebeurt conform de gemeentelijke verordening. In afwachting van het besluit worden afspraken gemaakt over hoe de leerling onderwijs kan blijven volgen. Bij de toekenning van vervoer wordt rekening gehouden met de volgorde van vervoersmiddelen uit de verordening, waarbij het streven is dat leerlingen zo zelfstandig mogelijk reizen ter bevordering van hun (toekomstige) zelfredzaamheid. • We onderzoeken welke afspraken we terug kunnen laten komen in de lokale werkafspraken voor de aanvraag van leerlingenvervoer, bijvoorbeeld met betrekking tot maatwerk en leerlingen zelfstandig laten reizen.
H4 Governance
H5 Vervolg
Wij zijn en voelen ons gezamenlijk verantwoordelijk voor het realiseren van a mbities, doelen en afspraken in deze agenda. We realiseren ons dat eenieder, vanuit de eigen verantwoordelijkheden en mogelijkheden, bijdraagt aan deze agenda. Hierbij vinden we het van belang dat we niet alleen met elkaar práten over anders en beter organiseren, maar dat ook daadwerkelijk dóén. We willen onnodige overlegstructuren voorkomen, maar wel leren van de ervaringen.
De ontwikkelagenda inclusief onderwijs wordt vastgesteld in het OOGO door de bestuurders van deelnemende gemeenten en onderwijs in de regio van de samenwerkingsverbanden.
Om slagvaardig te kunnen werken, spreken we het volgende af:
Na het vaststellen van de ontwikkelagenda stellen we gezamenlijk een regionaal uitvoeringsplan op, waarbij ook rekening wordt gehouden met de lokale plannen. In dit plan werken we de activiteiten, zoals bij de thema’s hierboven beschreven, verder uit en zorgen we dat de verantwoordelijkheid voor de uitvoering bij de juiste partij(en) belegd is. Binnen het aanjaagteam wordt dit afgestemd. Bij de activiteiten beschrijven we heldere en concrete resultaten om te weten of we behalen wat we beoogd hebben. Ook nemen we hier een planning op. Het uitvoeringsplan is naar verwachting voor de zomervakantie van 2025 gereed.
• We richten een regionaal OOGO in, gebaseerd op het spreidingsgebied van de samenwerkingsverbanden primair en voortgezet onderwijs. Het aanjaagteam fungeert namens het regionale OOGO als opdrachtgever van de hele ontwikkelagenda en voor de verschillende onderdelen als trekker. Het aanjaagteam bestaat uit de samenwerkingsverbanden passend onderwijs po en vo, en drie gemeenten. • Het regionale OOGO bestaat uit de samenwerkingsverbanden passend onderwijs po en vo en de wethouders Onderwijs en Jeugd van de gemeenten Rijk van Nijmegen, Land van Cuijk en West Maas en Waal. Het mbo sluit voor de ontwikkelagenda ook aan bij het OOGO • Voor het regionale OOGO sluiten we aan bij bestaande overlegstructuren. Dat betekent dat het regionaal portefeuillehoudersoverleg Onderwijs en Jeugd (PFO) een aantal keren per jaar verlengd wordt en uitgebreid wordt met het mbo, de samenwerkingsverbanden en de gemeenten Land van Cuijk en West Maas en Waal. • Het regionale OOGO wordt ambtelijk voorbereid in het regionaal overleg Jeugd & Onderwijs (RJO), waarbij een aantal keren per jaar de beleidsadviseurs van de samenwerkingsverbanden aansluiten. • Het aanjaagteam zorgt zelf voor het informeren en betrokken houden van de eigen achterban.
Uitvoeringsplan
Financiën In de praktijk blijkt het vaak ingewikkeld om de beoogde beweging goed te vertalen naar de inzet van financiële middelen. We spreken af dat we de financieringsstromen zo aanpassen dat daarmee de doelen van deze agenda zo veel mogelijk worden nagestreefd. We zetten hiervoor zo veel mogelijk de middelen in die we - al dan niet vanuit onze wettelijke taken - al beschikbaar hebben. We stellen elkaar hierbij de vraag: ‘Hoe kunnen de beschikbare financiële middelen voor het stimuleren van inclusie in het regulier passend onderwijs worden gemaximaliseerd?’ De uitvoering mag niet leiden tot structureel hogere kosten bij de deelnemende partijen.
Evaluatie en monitoring In de uitvoeringsagenda leggen we vast wie verantwoordelijk is voor de uitvoering van de activiteit. De verantwoordelijke rapporteert vier keer per jaar de voortgang aan het aanjaagteam. Jaarlijks wordt een evaluatie opgesteld over de behaalde resultaten en planning van de verschillende maatregelen. Ten minste één keer per jaar bespreken we in het regionale OOGO met elkaar of we nog de goede dingen doen en of we de dingen ook nog goed doen, waarbij het uiteindelijke doel, inclusief onderwijs, niet ter discussie staat.
-11-
Bijlage 1 | Aansluiting regioprogramma’s Jeugd Regioprogramma Jeugd Rijk van Nijmegen Opgave en actielijn
Plek in deze ontwikkelagenda
Opgave 1: Meer inclusie in de basis. Versterken kinderopvang en onderwijs, goede aansluiting onderwijs en jeugdzorg.
Deze opgave bestaat uit vier actielijnen, die we hieronder verder uitwerken.
Actielijn 1: Opstellen ontwikkelagenda met primair onderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs voor betere aansluiting onderwijs met jeugdhulp. Inzet op preventie, collectieve financiering van jeugdhulpverlening op de scholen en versterken school als basis.
Deze ontwikkelagenda is de uitwerking van actielijn 1.
Actielijn 2: Versterken zorgteams op school, verbinden onderwijs, jeugdhulp en lokale teams. Borging en doorontwikkeling regionale aanpak ‘Jongeren naar school of werk’.
N.v.t., valt uiteen in de onderstaande vier subonderdelen.
2a: We voorkomen schooluitval van mbo-studenten met ondersteuningsvragen door vroegtijdige ondersteuning vanuit onderwijs én zorg. Dit valt uiteen in drie onderdelen:
Hier zien we twee mogelijkheden:
1) Time-in Aanpak 2) Samenwerking met buurtteams versterken 3) Inzet onderwijsondersteuner GGZ
1) Deze onderdelen gaan allemaal over het mbo en verantwoording vindt plaats binnen de structuren van het programma Jongeren naar school of werk (JNSOW). Daarom dit onderdeel niet opnemen in de ontwikkelagenda. 2) Om samenhang te vergroten wordt dit onderdeel wel opgenomen in de ontwikkelagenda. Dit kan als volgt: • Time-In Aanpak: dit thema is aan het eind van het JNSOW-programma geborgd binnen de mbo-instellingen en hoeft daarom geen onderdeel meer te zijn van de ontwikkelagenda. • Samenwerking buurtteams: verwerken onder thema ‘Een sterke pedagogische basis’. • Onderwijsondersteuner GGZ: verwerken onder thema ‘Thuiszitters’ of ‘Mentale gezondheid’. (We hebben dit nog niet doorgevoerd in de verdere tekst, omdat eerst een keuze nodig is) Volgen van de voortgang vindt plaats in de structuren van het programma JNSOW: de programmagroep en de stuurgroep JNSOW.
-12-
2b: We willen collectieve financiering van zorg binnen onderwijs (zbo) in het voortgezet speciaal onderwijs (vso).
Dit wordt onderdeel van thema 3.3: Collectieve financiering. Let op: verantwoording vindt op inhoud en voortgang ook plaats via de structuren van het programma JNSOW.
2c: We sluiten lokale teams aan bij de zorgstructuur in het voortgezet onderwijs (regionaal VO-team).
Dit wordt onderdeel van thema 3.1: Een sterke pedagogische basis Let op: verantwoording vindt ook plaats via de structuren van het programma JNSOW.
2d: We gaan de volgende stap zetten met de aanpak ziekteverzuim en thuiszitters.
Dit wordt onderdeel van thema 3.2: Thuiszitters Let op: verantwoording vindt ook plaats via de structuren van het programma JNSOW.
Actielijn 3: Organiseren van een passend en dekkend aanbod voor dyslexie en onderzoeken inzet preventie.
De activiteiten die onder deze actielijn benoemd staan, zijn een kwestie van ‘gewoon doen’ en going concern en behoeven daarom geen verdere uitwerking in deze ontwikkelagenda. Vanuit het regioprogramma wordt een preventieve aanpak op deze actielijn ontwikkeld
Actielijn 4: Realiseren van een kwalitatief, voordelig en dekkend aanbod dagbehandeling/dagbesteding in aansluiting op de beweging naar een stevige lokale basis.
Dit thema is genoemd in de inleiding van deze ontwikkelagenda en werken we nader uit in het uitvoeringsplan.
Opgave 2: Versterken mentale veerkracht
Dit thema heeft raakvlakken met de thema’s uit deze ontwikkelagenda. Dit thema wordt uitgewerkt vanuit het regioprogramma. In het uitvoeringsplan beschrijven we de inhoudelijke verbinding maken op dit thema.
Regiovisie Rivierenland Actielijn
Plek in deze ontwikkelagenda
Actielijn 1: Normaliseren
Dit wordt onderdeel van thema 3.1: Een sterke pedagogische basis en 3.3: Collectieve financiering.
Actielijn 2: Een brede blik
Dit wordt onderdeel van thema 3.1: Een sterke pedagogische basis en thema 3.4: Expertise.
Actielijn 3: Zo thuis mogelijk
Dit onderdeel valt buiten de ontwikkelagenda.
Actielijn 4: Duurzaam en betaalbaar
Overkoepelend in de gehele ontwikkelagenda gaan we de vorderingen bijhouden aan de hand van data. Daarnaast worden er slimme keuzes gemaakt door collectieve financiering in thema 3.3 om de jeugdhulp betaalbaar te houden. Ook is deze actielijn opgenomen als leidende samenwerkingsafspraak, waarbij we zeggen: we zijn ons bewust van de schaarste binnen de context waarin we ons werk doen. Daarom hebben we elkaar nodig om op een efficiënte manier resultaten te boeken en zowel de jeugdzorg en het passend onderwijs betaalbaar te houden.
-13-
Bijlage 2 | Definities In onderstaande tabel hebben we van een aantal begrippen de definities uitgewerkt, zodat iedereen weet wat we ermee bedoelen.
Begrip
Definitie
Thuiszitter
Een thuiszitter is een leer- en kwalificatieplichtig kind dat langer dan vier weken niet ingeschreven staat op een school en/of niet naar school gaat. Aanvullend maken wij onderscheid tussen leerlingen die langdurig ziek zijn en die na herstel terug kunnen keren naar het onderwijs, en tussen leerlingen die weliswaar thuis zitten, maar voor wie al een plan is gemaakt om terug te keren naar het onderwijs. De Inspectie van het Onderwijs en leerplicht hanteren verschillende definities, waardoor de cijfers van thuiszitters in onze regio niet overeenkomen. Onderdeel van de ontwikkelagenda is het met elkaar komen tot eenduidige definitie en, waar mogelijk, registratie.
Doorgaande leerlijnen
Van een doorgaande leerlijn wordt gesproken als de leerstof en het (onderwijs)resultaat van de voorschoolse voorziening en de basisschool of de basisschool en de middelbare school of de middelbare school en het mbo of van (voortgezet) speciaal onderwijs naar regulier onderwijs en vice versa naadloos op elkaar aansluiten.
Jeugdhulp in school/zorg binnen onderwijs
Sommige kinderen hebben iets extra´s nodig om op school tot leren te komen. Op elke school is een basis aanwezig voor elke leerling. Dit gaat om basisondersteuning vanuit het onderwijs (school en samenwerkingsverband) en om basisvoorzieningen vanuit de gemeente zoals welzijn, jongerenwerk en jeugdgezondheidszorg. Kinderen die meer ondersteuning nodig hebben om tot leren te komen kunnen specialistische ondersteuning vanuit het samenwerkingsverband (passend onderwijs) of de gemeente (jeugdwet) krijgen. Dit is afhankelijk van welke ondersteuning nodig is. Onder jeugdhulp in school verstaan we de definitie van jeugdhulp zoals omschreven staat in de Jeugdwet: 1°. Ondersteuning van en hulp en zorg, niet zijnde preventie, aan jongeren en hun ouders bij het verminderen, stabiliseren, behandelen en opheffen van of omgaan met de gevolgen van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, of opvoedingsproblemen van ouders; 2°. Het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijk verkeer en van het zelfstandig functioneren van jongeren met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem en die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt; 3°.
Het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van de persoonlijke verzorging gericht op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid bij jongeren met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking of een somatische of psychiatrische aandoening of beperking, die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt, met dien verstande dat de leeftijdgrens van achttien jaar niet geldt voor jeugdhulp in het kader van jeugdstrafrecht; Jeugdhulp in school is bedoeld voor kinderen die geen onderwijs kunnen volgen zonder jeugdhulp. We noemen dit ook wel: zorg binnen het onderwijs (zbo). Jeugdhulp kan op indicatie beschikbaar zijn of beschikkingsvrij. Het kan beschikbaar zijn op alle vormen van onderwijs (regulier en gespecialiseerd onderwijs).
-14-
Inclusief onderwijs
Inclusief onderwijs is onderwijs waarbij alle kinderen en jongeren dicht bij huis, volwaardig en gelijkwaardig toegang hebben tot een inclusieve leeromgeving waarin ze zich samen ontwikkelen en samen leren en participeren. ‘Dicht bij huis’ wil zeggen dat kinderen naar dezelfde scholen en schoolsoorten kunnen gaan als de kinderen uit hun buurt. In het basisonderwijs is ‘dicht bij huis’ in de wijk, de woonplaats of gemeente. In het voortgezet onderwijs is ‘dicht bij huis’ in de regio. Een leeromgeving is inclusief als alle kernelementen van inclusief onderwijs aanwezig zijn: Kernelement 1: Iedereen is welkom, ontwikkelt zich en hoort erbij (cultuur). Kernelement 2: Er is goede ondersteuning voor iedereen (praktijk). Kernelement 3: Alle kinderen participeren en leren (praktijk).
Pedagogische basis
De pedagogische basis is alles in de wereld om ons heen dat te maken heeft met het opgroeien, het opvoeden en de ontwikkeling van kinderen en jongeren. Het gaat allereerst over hoe volwassenen met kinderen omgaan, thuis, op school, bij de vereniging en op straat. De pedagogische basis bestaat uit de sociale relaties en de leefomgevingen van gezinnen die een bijdrage leveren aan de opvoeding en de ontwikkeling van kinderen en jongeren, en hun leren meedoen in de samenleving. De pedagogische basis speelt ook een rol voor ouders, zowel bij het maken van eigen keuzes in de opvoeding als voor hun eigen welbevinden. Om hen te steunen zijn basisvoorzieningen nodig die zich opstellen als medeopvoeders.
Preventie
Universele preventie richt zich op de gehele bevolking (of specifieke groepen daarbinnen) en stimuleert een gezonde ontwikkeling en levensstijl. Het doel is om de gezondheid en ontwikkeling van iedereen te bevorderen en te beschermen. Selectieve preventie is gericht op groepen met een verhoogd risico en voorkomt dat personen met één of meerdere risicofactoren problemen ontwikkelen. Dit kan gaan om gezondheidsklachten, maar ook om belemmeringen in de sociale, emotionele of cognitieve ontwikkeling.
Normaliseren
De term normaliseren is een containerbegrip. In onze regio hanteren we onderstaande definitie: Normaliseren verwijst naar het accepteren en waarderen van de variaties in de ontwikkeling en het gedrag van kinderen en jongeren. In plaats van afwijkingen van een standaardnorm te problematiseren, erkent normaliseren dat de ontwikkeling van kinderen vaak met hobbels verloopt en dat moeilijk gedrag hierbij kan horen. Normaliseren behelst ook een verschuiving van een geïndividualiseerde aanpak naar een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor opvoeding, waarbij de gemeenschap meer betrokken is bij het opgroeien van kinderen. Voor de ontwikkelagenda betekent dit dat we per thema bekijken hoe we invulling geven aan dit onderwerp en keuzes maken om de beweging om meer te normaliseren in gang te zetten.
-15-
Colofon 4 februari 2025 Tekst: BMC Projectnummer: PO043614
Partners