CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

Besluitronde (raadsvergadering) 22 december 2021, gemeente NijmegenBij agendapunt: D5 d.d. 19 oktober 2021 inzake Ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 202132.726 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Groene ring Rondom de woongebieden van Dukenburg ligt een ring van groengebieden met o.a. Vogelzang, Staddijk en het kanaal. Vogelzang en Staddijk maken deel uit van de stedelijke groenstructuur van Nijmegen en vormen een overgangsgebied tussen stad en land. Dat komt tot uiting in hun waarde voor de biodiversiteit en klimaatadaptatie, gebruikswaarde voor sport, ontspanning en als plek voor maatschappelijke functies. Samen met de parken, andere groenzones en waternetwerken maken ze Dukenburg het groenste stadsdeel van Nijmegen. Een kwaliteit waar we zuinig op zijn en die, indien goed voor het voetlicht gebracht, de aantrekkingskracht en het imago van Dukenburg verbetert. Door natuurparels via groene corridors te verbinden en waar mogelijk het groen anders in te richten kan de ecologische waarde van het huidige groen worden vergroot. De verdere verduurzaming van het water- en rioolsysteem in Dukenburg is eveneens een kans om de groene en blauwe kwaliteit verder uit te bouwen.

Groene corridors Door parken met verblijfskwaliteit en via beweegroutes die het groen toegankelijker maken voor wijkbewoners komt de openbare ruimte beter tot zijn recht. Er ontstaan dan

ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

33

aantrekkelijke groene corridors in (en tussen) de wijken. Dit helpt ook om de huidige situatie te verbeteren. Nu zijn veel woningen in Dukenburg met de achterzijde naar het openbaar groen gesitueerd resulterend in geslotenheid en verminderde sociale veiligheid van de openbare ruimte.

Buitengebied De groene gebieden om Dukenburg vormen de poort naar waardevolle natuur- en recreatiegebieden in de omgeving, waaronder de Hatertse en Overasseltse Vennen, Wijchense Ven, en Berendonck. De nabijheid en toegankelijkheid van deze gebieden zijn een belangrijke pijler van het aantrekkelijk woonklimaat dat Dukenburg te bieden heeft.

Beweegroutes: spelen, bewegen en ontmoeten We geven de voetganger en fietser meer ruimte in Dukenburg. Het streven is om de hoofdwegen qua karakter aan te laten sluiten bij aangrenzende parken en de groene boulevard die de Nieuwe Dukenburgseweg moet gaan worden. Met een gezondere leefomgeving en aantrekkelijker verblijfsgebied dat uitnodigt tot spelen, bewegen en ontmoeten als resultaat. Een openbare ruimte waar doorgaande autowegen minder prominent aanwezig zijn verkleint de gevoelsmatige afstand tussen, en geslotenheid van, wijken. Beweegroutes doorkruisen Dukenburg en maken het bewoners gemakkelijk om zich tussen wijkontmoetingsgebieden, naar andere stadsdelen, of het omliggende landschap te verplaatsen. Wat moet leiden tot verbeterde bereikbaarheid en verkeersveiligheid, o.a. met veilige alternatieve routes, voor langzaam verkeer.

Duurzame mobiliteit Naast langzaam verkeer stimuleren we ook andere vormen van duurzame mobiliteit. Zo vergroot de gebiedstransformatie bij het stadsdeelwinkelcentrum de bereikbaarheid en het gebruiksgemak van het openbaar vervoer voor Dukenburgers. In het algemeen is er een transitie gaande naar meer elektrisch rijden en deelvervoer. In Dukenburg is dit o.a. zichtbaar door de realisatie van een e-hub bij de Prins Mauritsschool die duurzame mobiliteit toegankelijker maakt voor bewoners van o.a. Zwanenveld. Verder is er bij de Weezenhof een zoekgebied voor een transferium waar bezoekers aan de binnenstad hun reis met het OV kunnen vervolgen, waardoor er minder autoverkeer door de stad hoeft te gaan.

Toekomst zwembaden De raad heeft de nota toekomstvisie zwembaden vastgesteld waarin een traject is uitgestippeld op welke wijze de baden op een goede manier vervangen kunnen worden voor inwoners van de stad Nijmegen en directe omgeving. In de nota wordt duidelijk dat wordt gegaan voor vervanging van beide zwembaden (zwembad Dukenburg en Nijmegen West) door één centrale zwemvoorziening.

34

ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

4.3.4

Scholen

Door de vergrijzing van de bevolking in de Dukenburg krijgt het gebied te maken met een daling van het aantal leerlingen in het primair onderwijs, al is deze kleiner dan in de afgelopen 10 jaar. Vanwege de krimp ontstaat leegstand en onderbezetting binnen de scholen. In de toekomst liggen er vraagstukken rondom samenvoeging en vernieuwing van sommige schoollocaties. Vaak bieden deze schoollocaties tevens ruimte aan maatschappelijke functies zoals brede basisteams, kinderopvang, voor- en naschoolse opvang en jeugdgezondheidszorg. Het vinden van goede huisvesting voor de toekomst is hierbij van belang. Hierbij is afstemming gewenst met de nieuwe aanpak rondom wijkaccommodaties en de gewenste wijkontmoetingsgebieden in Dukenburg. Er moet nog nader onderzocht worden hoe de toekomstbestendigheid van het basisonderwijs in Dukenburg kan worden gerealiseerd. Verschillende opties zijn mogelijk, waaronder samenvoeging. Door functies te clusteren ontstaan nieuwe mogelijkheden, met als bijkomend voordeel dat de bekendheid en toegankelijkheid wordt vergroot en men gebruik kan maken van gedeelde faciliteiten. Mooie voorbeelden zijn de diverse brede scholen, 't Hert, Kulturhusen in kleine dorpskernen etc.

4.4

Groen

4.4.1

Rijksbeleid

Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming vormt het toetsingskader voor zowel de beschermde soorten, als de beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden). De Wet natuurbescherming is 1 januari 2017 in werking getreden. Deze wet staat in het teken van de verbinding tussen ecologie en economie en bescherming van natuur. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Onder de Wet natuurbescherming geldt dat onderzocht moet worden of (ruimtelijke) ingrepen effect hebben op beschermde gebieden, beschermde soorten en beschermde bosopstanden. De soortenbescherming regelt de bescherming van dier- en plantensoorten. De Wet natuurbescherming kent drie aparte beschermingsregimes: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (Europees); Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (Europees); en Beschermingsregime andere soorten (Nationaal). Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. De wet hanteert daarbij het "nee, tenzij principe". Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden.

Dit betekent dat voor nieuwe ontwikkelingen waar negatieve effecten niet zijn uit te sluiten, een oriënterend onderzoek moet worden uitgevoerd: een quick scan 'flora en fauna' en zo nodig een vervolgonderzoek. Alleen onder strikte voorwaarden zijn afwijkingen van de verbodsbepalingen mogelijk. Hiertoe moet een Wet natuurbescherming ontheffing voor soorten bij de Provincie aangevraagd worden. Daarnaast is in de wet een zogenaamde 'algemene zorgplicht' opgenomen. De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en

ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

35

planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Bij uitvoering van activiteiten moeten negatieve gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen dan wel beperkt of ongedaan gemaakt worden. Het plangebied heeft geen directe relatie met de beschermde natuurgebieden (Natura 2000) in de omgeving van Nijmegen (Rijntakken). Het aspect stikstof is hieronder beschouwd.

Natura 2000 (stikstof) Eind mei 2019 heeft de Raad van State een belangrijke uitspraak gedaan over het Programma Aanpak Stikstof (PAS). De Raad van State heeft een streep gezet door het PAS. Iets specifieker: de Raad van State heeft geoordeeld dat het PAS niet meer gebruikt mag worden voor het geven van toestemming voor activiteiten die leiden tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000-gebied. Er moet per geval een stikstofbeoordeling worden gemaakt om in beeld te brengen of wordt voldaan aan de Wet natuurbescherming (Wnb). Volgens de stikstofstukken is de stikstofdepositietoename van het bestemmingsplan Dukenburg, waarbij vier deelontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt, genaamd Streekweg 21, dependance Prins Clausschool, maisonnettes Lankforst en Teersdijk (Hippe Kip), niet groter dan 0,00 mol/ha/jr. Significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied (Rijntakken e.a.) zijn op voorhand uit te sluiten. De Wnb staat dus niet aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in de weg (Bijlage 2: Stikstofrapport bestemmingsplan Dukenburg, gemeente Nijmegen, 17 augustus 2021).

4.4.2

Provinciaal beleid

In de Omgevingsverordening Gelderland (maart 2021) staan de hoofdlijnen van het provinciale beleid over onderwerpen als ruimte, water, mobiliteit, economie, natuur en landbouw. In de omgevingsverordening zijn de waardevolle natuurgebieden opgenomen: het Gelders Natuurnetwerk (GNN, donkergroen) en de Groene Ontwikkelingszone (GO, lichtgroen) waarbinnen ook nog te ontwikkelen gebieden liggen.

36

ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

kaart: Gelders Natuurnetwerk (donkergroen) en Groene Ontwikkelingszone (licht groen) in Dukenburg

Gelders Natuurnetwerk Dukenburg ligt dicht tegen het Gelders Natuurnetwerk (GNN) aan (Hatertse Vennen) en Vogelenzang). Deze natuurgebieden hebben een hoge natuurwaarde en worden strikt beschermd. Deze natuurgebieden maken deel uit van de grote ring van bos- en natuurgebieden om de stad heen, die grotendeels op grondgebied van omliggende gemeenten ligt. Ze vormen ook het recreatief uitloopgebied van de Nijmeegse bewoners en zeker van die van Dukenburg. In ons gemeentelijk groenbeleid willen we ons natuurlijk groen verbinden met de GNN/GO om zo de stadsnatuur te versterken (zie gemeentelijk beleid).

Groene Ontwikkelingszone Dukenburg ligt dicht tegen de Groene Ontwikkelingszone (GO) aan van de zuidflank van Nijmegen die dient als ecologische verbinding tussen Heumensoord en de Hatertse Vennen ten behoeve van vooral de das. In Park Staddijk is een gedeelte aangewezen als GO. Dit is de orchideeënweide Bloemendal en omliggende bosjes, graslanden en wateren. De GO heeft een dubbele doelstelling. Er is ruimte voor verdere economische ontwikkeling in combinatie met een substantiële versterking van de samenhang tussen aangrenzende en inliggende natuurgebieden. De GO bestaat uit terreinen met meestal een andere bestemming dan bos of natuur die ruimtelijk vervlochten zijn met het Gelders Natuurnetwerk (GNN).

Beschermingszone Natte Landnatuur Rondom de Hatertse Vennen ligt ook een contour bescherming natte landnatuur. Deze lag in het verleden over de woonwijken Aldenhof/Weezenhof, maar ligt nu grotendeel erbuiten. Het is de ambitie van de provincie om de waterhuishoudkundige omstandigheden rond de natte landnatuur op orde te houden zodat (herstelde) watercondities voor verdroogde natte landnatuur niet teniet gedaan worden door waterhuishoudkundige ingrepen in de directe omgeving. Als voor een ingreep in een hydrologische beschermingszone een bestemmingsplan moet worden aangepast en deze ingreep heeft een significant nadelig effect op de instandhouding van de natte landnatuur, dan kan dit alleen maar als er sprake is van een groot openbaar belang, er geen reële alternatieven zijn en de nadelige effecten worden gemitigeerd of gecompenseerd. Als deze beschermingszone zich in de Groene Ontwikkelingszone (GO) bevindt dan gelden voor uitbreidingen van bestaande activiteiten de regels van het GO.

ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

37

kaart: beschermingszone natte landnatuur (lichtblauw)

4.4.3

Gemeentelijk beleid

Uitgangspunten Omgevingsvisie We nemen de natuur mee in onze plannen en kiezen voor 'natuurinclusief bouwen'. Dat betekent dat we bewust ruimte creëren voor de natuur in de groenstructuur (bijvoorbeeld door planten te gebruiken die als voedselbron voor insecten dienen) en in gebouwen (bijvoorbeeld door schuil- en nestelgelegenheden in het gebouw te integreren). We realiseren een aantrekkelijke en groene buitenruimte in de stad en in de wijken, die uitnodigt om te ontmoeten en te spelen. Bijvoorbeeld door woningen in een hofje te bouwen of gezamenlijke groene ontmoet- en speelplekken in de buurt en door verbindingen te maken voor wandelen en fietsen). Groen draagt bij aan onze gezondheid en ons welzijn, het zorgt voor vermindering van hitte stress en voor een betere luchtkwaliteit. Bijvoorbeeld door veel bomen te planten, die schaduw en koelte geven. Stadslandbouw initiatieven zorgen voor gezond voedsel en sociale cohesie. Hier vallen ook de moestuinen en volkstuinen onder en maatschappelijke projecten als "Van tuin tot Bord". Groen maakt de huizen meer waard en zorgt voor een betere werkomgeving. We willen de biodiversiteit in de stad behouden en versterken door natuurparels (groene gebieden met een hoge biodiversiteit) onderling en met de natuurgebieden buiten de stad te verbinden.

We willen een groene stad met ruimte voor diverse soorten groen, zowel in de wijken als in en om de stad. Zo is groen nooit ver weg voor inwoners en creëren we ook voldoende ruimte voor dieren.

Coalitieakkoord 2018- 2022, Nijmegen: samen vooruit Inwoners en toekomstige inwoners van Nijmegen stellen hogere eisen aan de kwaliteit van hun woon- en leefomgeving, mensen kiezen in toenemende mate hun woonplaats op grond van de kwaliteit van de leefomgeving en kijken van daaruit welke banen bereikbaar zijn. Een groene

38

ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

gemeente met goede voorzieningen en een aantrekkelijke stedelijke woon- en leefomgeving heeft de toekomst. De kwaliteit van de stedelijke omgeving is voor ons een prioriteit. Wij richten de woonstraten groen en duurzaam in. Parkjes en groenvoorzieningen blijven we aan de stad toevoegen. We hebben bij de inrichting hiervan oog voor het gebruik van het groen, voor de ecologische waarde en voor de mogelijkheid tot ontmoeten en spelen. We willen een overheid zijn die inwoners en organisaties de ruimte biedt de eigen leefomgeving vorm te geven.

Topindicator groen (2010) In 2010 heeft de raad voor groen de topindicator "binnen 300 meter van iedere woning ligt 0,5 hectare aaneengesloten vlakgroen" vastgesteld. Dit is de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) norm. De laatste kaart over het bereiken van deze norm is van 2018. We passen de topindicator toe bij veel plannen en beleidsstukken. Bijvoorbeeld in de nota 'Samen gezond verder. Lokaal gezondheidsbeleid Nijmegen 2013-2016' wordt het belang van groen genoemd en is de topindicator onderdeel van het beleid. De indicator is nuttig om gebieden te identificeren waar een groentekort is. Het is zaak om nieuwe woongebieden dusdanig in te richten dat aan de topindicator groen wordt voldaan en dat er voldoende groen op loopafstand beschikbaar is. Geheel Dukenburg voldoet door zijn groene karakter van de wijken geheel aan deze norm.

Groenplan De groene draad (2007) Het groenbeleid is vastgelegd in "De groene draad - kansen voor het Nijmeegse groen" en heeft als doelstelling: "Inzicht te geven in het totaal van groene ontwikkelingen in en om de stad en hun onderlinge samenhang en vanuit een groen toekomstperspectief een gids te zijn voor stedelijke ontwikkelingen". De hoofdgroenstructuur is de basis van het groen in Nijmegen en opgebouwd vooral uit groene vlakken (parken en groengebieden) en bermen. De hoofdboomstructuur bestaat uit lijnen (bomen langs wegen en cultuurhistorische lanen), vlakken (bossen) en punten (monumentale bomen en boomgroepen). We streven er naar om de hoofdgroenstructuur in stand te houden en de ambities te verwezenlijken. In bestemmingsplannen gaat het dan om de bestemmingen Groen, Natuur en Bos. Daarnaast kennen ook andere plekken een groene bestemming bijvoorbeeld kleiner wijkgroen. Op dit moment wordt via het opstellen van een biodiversiteitsplan met een nieuwe hoofdgroenstructuur dit groenbeleid geactualiseerd. Met name komt er meer aandacht voor versterking van de biodiversiteit met ook meer aandacht voor de soortenbescherming. De ontwikkelingen de komende decennia in Dukenburg kunnen benut worden om de kwaliteit van het groen te verbeteren.

De grote eenheden groen in de wijk en de samenhang tussen de verschillende wijken zijn van substantieel belang voor het karakter van het stadsdeel. Deze dienen dan ook in hun samenhang behouden te blijven. Daarnaast is het groen in Dukenburg aangelegd op basis van een aantal historische relicten van het landgoed Duckenburg. De zichtbaarheid van deze historische wortels van de wijk dient gehandhaafd en versterkt te worden. Park Staddijk vervult verschillende functies voor natuur, recreatie en sport. Rode ontwikkelingen passen hier niet goed bij, omdat daarmee de eenheid van het gebied verloren gaat. De relatie met de Kanaalzone kan verbeterd worden door meer verbindingen aan te leggen. Er wordt gezocht naar mogelijkheden om bijzondere (cultuurhistorische) eigenschappen van het gebied als identiteitsdragers te ontwikkelen. Het gebied rondom het Grand Canal en het Stadspark Staddijk zijn om die reden studiegebieden voor nadere uitwerking.

ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

39

Kaart: uitsnede "Groenplan De groene draad"

Handboek stadsbomen (2009) Het Handboek Stadsbomen, als uitwerking van De Groene Draad, vormt het kader voor inrichtingsplannen en beheerplannen voor de openbare ruimte waar het bomen betreft. Het handboek biedt inzicht in de beleidsuitgangspunten ten aanzien van bescherming, aanplant, beheer en kap van bomen. De hoofddoelstelling van het Handboek Stadsbomen is het waarborgen van de duurzame instandhouding van het Nijmeegse bomenbestand door middel van behoud én ontwikkeling. Dit handboek wordt nu herzien en medio 2021 zal het nieuwe Bomenplan Nijmegen met een nieuwe Hoofdboomstructuur worden vastgesteld. In het Handboek Stadsbomen is de hoofdboomstructuur opgenomen, die onderdeel is van de hoofdgroenstructuur. De Hoofdboomstructuur leggen we niet vast in bestemmingsplannen maar wordt wel beschreven in de toelichting en speelt daarmee wel een rol in bestemmingsplannen. Volgens het vastgestelde beleid zijn vele hoofdwegen onderdeel van de hoofdboomstructuur. Deze indeling gaat vervallen. In het nieuwe Bomenplan Nijmegen worden de bomenlanen niet meer ingedeeld op de categorie wegen, maar krijgen zij eigenstandige waarden. Statige lanen liggen langs de hoofdwegen van de stad en hebben een duidelijke uitstraling op basis van de grootte van bomen. Beeldkwaliteit is hier de belangrijkste waarde. Cultuurhistorische bomenlanen is een tweede waardering.

Hieronder vallen bomen langs oude veldwegen (Teersdijk) en de cultuurhistorische bomenlanen in landgoederen, zoals Duckenburg eens was. De derde categorie zijn de bomenlanen langs wegen die een ecologische verbinding moeten vormen tussen grotere groengebieden en daarmee de biodiversiteit moeten versterken. Tenslotte hebben we in stenige wijken en het centrum een dichtere bomenstructuur opgenomen in de hoofdboomstructuur, omdat bomen schaduw en koelte geven en daarmee hittestress verminderen. Dit speelt minder in Dukenburg.

40

ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

Kaart: uitsnede conceptkaart Bomenplan Nijmegen

Monumentale bomen weerspiegelen net als monumentale gebouwen de geschiedenis van de stad. Om de cultuurhistorische betekenis van het groen in de stad te waarborgen en te verbeelden, zijn monumentale bomen belangrijk. Van de gemeentelijke bomen zijn alle monumentale, buitengewone en waardevolle bomen opgenomen in het Bomenplan. Monumentale en waardevolle bomen zijn minstens 50 jaar oud en hebben een cultuur-historische betekenis en goede levensverwachting. Buitengewone bomen zijn bijvoorbeeld dendrologisch unieke soorten. In Dukenburg houdt die cultuurhistorische waarde vaak verband met relicten van het voormalige landgoed Dukenburg. Daarnaast zijn er bomen in het stadsdeel die nog de originele aanplant van de wijk laten zien. De waardebepaling van monumentale bomen ligt hoger dan bij de waardevolle bomen. Soms is het onoverkomelijk dat bij ontwikkelingen bomen en ander groen verloren gaat om ruimte te geven aan andere functies. In het bomenplan Nijmegen is de ladder voor het behoud van bomen opgenomen. Deze dient bij ontwikkelingen als uitgangspunt voor het behoud van groen. Mochten bomen en groen toch verloren zijn gegaan dan zal de verloren gegane waarde gecompenseerd moeten worden in nieuw groen binnen de ontwikkeling of worden afgekocht als dit binnen de ontwikkeling niet mogelijk blijkt.

Compensatie van bomen en groen binnen en/of rondom de ontwikkeling is het uitgangspunt. Bij financiële compensatie streeft te gemeente ernaar om in de buurt van de ontwikkeling (doch in ieder geval binnen het stadsdeel) de groene waarde te compenseren door nieuwe aanleg.

Operatie Steenbreek' Nijmegen is aangesloten bij de landelijke campagne Operatie Steenbreek. Het doel van deze campagne is om bewoners te enthousiasmeren om hun tuin te vergroenen. De negatieve gevolgen van verstening zoals wateroverlast en ook droogte, hittestress en minder biodiversiteit worden daarbij onder de aandacht gebracht. Voorkomen is natuurlijk beter dan genezen. Wij moedigen daarom zeer aan dat bij de ontwikkeling van dit plangebied groene (binnen)tuinen, groene daken en gevelgroen wordt mee ontworpen zodat verstening van de tuinen vanaf het begin zoveel mogelijk wordt voorkomen.

ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

41

Natuurinclusief bouwen Natuurinclusief bouwen is een verzamelterm voor tal van maatregelen en manieren om natuur te integreren bij de bouw van woningen, kantoren en andere gebouwen. Door natuurinclusieve maatregelen wordt de leefomgeving voor gebouwbewonende diersoorten verbeterd en de algemene biodiversiteit bevorderd. Ook hebben de maatregelen effect als anti-mug en anti-stress en geven belevingswaarden. Daarnaast verhoogt het de geluidsisolatie, luchtzuivering, waterbergingscapaciteit en warmteregulering in het stedelijk gebied. Dit verhoogt uiteindelijk de leefkwaliteit van de stad voor mensen en maakt de omgeving meer bestand voor de toekomst (stressbestendig voor klimaatverandering). Om natuurinclusief bouwen te implementeren in de bouwplannen, is de Toolbox "Natuurinclusief ontwikkelen en bouwen, Leidraad voor de Waalsprong" opgesteld. Deze toolbox kan ook worden toegepast in de bestaande stad, zoals voor de ontwikkellocaties in Dukenburg. De toolbox is gebaseerd op de omgeving, de gewenste soorten en de ambitie en gekoppeld aan de Leidraad natuurinclusief bouwen, renoveren en verduurzamen van de Provincie Gelderland.

Het systeem richt zich in eerste instantie op de gebouwgebonden soorten gewone dwergvleermuis, huismus, gierzwaluw maar op basis van de ecologische potenties en behoeften, worden er binnen de deelgebieden bepaald op welke soorten en aanvullende maatregelen de focus wordt gelegd. Dit betreft geïntegreerde voorzieningen in de gevels of onder dakpannen van hoogbouw en grondgebonden woningen. Om tot duurzame vestiging van de huismus, gierzwaluw en gewone dwergvleermuis te komen, zijn nestvoorzieningen alleen niet genoeg. Wanneer de soorten geen plek hebben om te foerageren, is de waarde van de nestvoorzieningen daar beperkt. De toolbox bevat daarom tevens groene omgevingsmaatregelen waardoor de stedelijke biodiversiteit wordt versterkt, de belevingswaarde voor de toekomstige bewoners vergroot en een bijdrage wordt geleverd aan klimaatadaptatie.

4.5

Water

Uitgangspunten Omgevingsvisie Bij de verdere ontwikkeling van de stad gaan we uit van het natuurlijk systeem, dat bestaat uit groen, water en de ondergrond. Juist als we de stad gaan verdichten en intensiveren, wordt de kwaliteit van de groene en blauwe netwerken en plekken in de stad steeds belangrijker. Zowel voor de leefbaarheid van mens en dier, de biodiversiteit en klimaatadaptatie, als voor de gezondheid en bewegen. Gelukkig hebben we in Nijmegen veel (historische) water- en groenstructuren. Denk aan de Waal, het Maas-Waalkanaal, de watergangen in Nijmegen-Noord en Dukenburg en de bossen op de stuwwal aan de zuidzijde. We versterken de groenkwaliteiten op de oevers van het Maas-Waalkanaal in samenhang met woningbouw. We maken het natuurlijk systeem robuuster. Denk aan meer groen, extra oppervlaktewater en regenwater-infiltratiesystemen in de bodem, zodat onze grondwatervoorraad op peil blijft. Extra bomen en ander groen zorgen in stenige gebieden niet alleen voor verkoeling in de zomer, maar verhogen ook de ruimtelijke kwaliteit. Bij locaties die gevoelig zijn voor wateroverlast zetten we in op waterberging. Door nieuwe normen te ontwikkelen en prioriteitengebieden vast te stellen, werken we de komende jaren aan een stad, die weerbaar is tegen de effecten van klimaatverandering. Hierbij combineren we de opgaven voor de inrichting van de bovengrond en de ondergrond.

42

ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

Ontwikkelingen Voor plannen met meer dan 500 m2 verhard oppervlak en directe lozing op het oppervlaktewater moet een waterhuishoudkundig plan bij het waterschap worden ingediend. Voor plannen met extra verharding in stedelijk gebied is compenserende waterberging nodig. Vanuit het bouwbesluit geldt de eis dat schoon hemelwater op eigen terrein moet worden verwerkt. Om te bevorderen dat duurzaam wordt omgegaan met water mag 'schoon' hemelwater niet aangesloten worden op het bestaande gemengde rioolstelsel. Schoon hemelwater dient in de bodem te worden geïnfiltreerd. Bij verwerking van hemelwater is de beleidsnota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer' (2013) van toepassing. Naast infiltratie kan het hemelwater ook deels worden geborgen op blauwe en groene daken en daarna gebruikt worden voor bijvoorbeeld toilet-doorspoeling, tuinsproeien etc. In het Groene Akkoord (2012) is door de Stadsregio besloten om bij nieuwbouw de GPR-gebouw regeling toe te passen, waarmee een ontwikkelaar kan aantonen hoe duurzaam zijn gebouw wordt. Groene daken en het niet toepassen van uitlogende materialen kunnen hier in worden meegenomen vanwege hun effect op de kwaliteit van het hemelwater.

Indien als gevolg van de deelplannen in Dukenburg sprake is van een toename van het verhard oppervlak in het stedelijk gebied, heeft dit gevolgen voor de waterhuishouding ter plaatse aangezien de aanleg van nieuw verhard oppervlak leidt tot versnelde afvoer van hemelwater naar watergangen. Om te voorkomen dat hierdoor wateroverlast ontstaat, is de aanleg van extra waterberging van belang. Er is voor Dukenburg in zijn geheel nooit een apart waterplan gemaakt. Wel zijn met het waterschap afspraken gemaakt over het beheer en onderhoud van de vele vijvers en is een formule afgesproken over waterbergingscompensatie. Ook is er een concept Ontwikkelingsperspectief over hoe de ombouw van het regenwaterstelsel zou kunnen verlopen. Dit onderzoek geeft sturing aan de nieuwe ontwikkellocaties. Door de klimaatverandering zal droogte ook steeds meer voorkomen in het voorjaar en in de zomer. Dit hebben we de afgelopen drie jaren ondervonden. Aangezien in dit gebied de bodem kleiig is en weinig doorlatend, heeft Dukenburg daar niet zoveel last van. Toch blijft het van belang om het water in het groen zo lang mogelijk vast te houden. Dat kan ook door de aanleg van groendaken op de gebouwen en groene binnenhoven bovenop het parkeergaragedek, waardoor het water kan worden vastgehouden en ten goede kan komen aan de groenvoorzieningen in de deelplangebieden.

Dukenburg heeft een gescheiden rioolstelsel. Dit betekent dat het hemelwater via aparte leidingen onder de grond wordt afgevoerd naar het oppervlaktewater elders in het stadsdeel. Onze ambitie is om in de toekomst een duurzaam gescheiden stelstel aan te leggen. Het hemelwater dat valt, wordt dan eerst bovengronds opgevangen, gefilterd via wadi's of andere toepassingen en dan naar het oppervlaktewater geleid. Op deze manier kunnen piekbuien en langdurige regenbuien beter worden opgevangen, draagt het bij aan vermindering van de droogte en verbetert de waterkwaliteit van het oppervlaktewater. Alle drie gevolgen van het veranderende klimaat. Er zijn al diverse eerdere bouwlocaties voorzien van een wadisysteem (bijvoorbeeld Prins Mauritsschool). In paragraaf 6.4 is de waterparagraaf opgenomen voor de ontwikkellocaties die in dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt.

4.6

Mobiliteit

Bereikbaarheid Het plangebied ligt tussen de spoorlijn Nijmegen-Oss, het Maas-Waalkanaal en snelweg A73.

ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

43

Het wordt hoofdzakelijk ontsloten voor gemotoriseerd verkeer via de Van Schuylenburgweg, de Van Rosenburgweg, de Nieuwe Dukenburgseweg, de Van Apelterenweg, de Van Boetbergweg, de Staddijk, de Streekweg en de West Kanaaldijk. Al deze wegen zijn gebiedsontsluitende wegen met een maximum snelheid van 50 km/u. Tussen deze gebiedsontsluitingswegen liggen de wijken Aldenhof, Lankforst, Malvert, Meijhorst, Tolhuis, Weezenhof en Zwanenveld. Deze wijken bestaan overwegend uit verblijfsgebieden die zijn aangewezen als 30 km gebied. Door de meeste van de verblijfsgebieden loopt een route waar 50 km/u geldt. In de wijken Tolhuis en Meijhorst is de 50 km/u route tevens hoogwaardig openbaar vervoer (HOV) route. De maximum snelheid op deze route staat niet ter discussie en blijft 50 km/u. Langs de gebiedsontsluitende wegen in het plangebied zijn (vrijwel) overal gescheiden fiets- en voetpaden aanwezig. Aan de noordzijde van het plangebied ligt station Nijmegen-Dukenburg. Dit is een treinstation op de spoorlijn Nijmegen-Oss. Samen met het naastgelegen busstation vormt het een openbaar vervoer knooppunt voor de wijken ten westen van het Maas-Waalkanaal. Meerdere buslijnen bedienen het plangebied. Er zijn haltevoorzieningen langs de Van Apelterenweg, de Van Boetbergweg, de Van Rosenburgweg en de Van Schuijlenburgweg.

Ook door de verblijfsgebieden lopen buslijnen en binnen de verblijfsgebieden zijn op meerdere plekken bushaltes.

Parkeren en verkeersgeneratie Bij de (her-)ontwikkeling van locaties binnen het plangebied wordt het benodigde aantal parkeerplaatsen en de verkeersgeneratie berekend aan de hand van de "Beleidsregels Parkeren Nijmegen, Parkeernormen Auto en Fiets". Dit is een uitwerking van de door raad vastgestelde nota "Parkeren in Nijmegen, auto en fiets, 2020 - 2030" . Voor de berekeningen is bepalend dat de gemeente Nijmegen stedelijkheidsgraad 'sterk stedelijk" heeft. In het plangebied komen bijna alle stedelijkheidszones voor. De verschillende woonwijken die het grootste deel van het plangebied beslaan vallen onder 'Rest bebouwde kom.' Het winkelcentrum Dukenburg en directe omgeving geldt als 'Centrumgebied,' de zones daar dicht tegen aan gelden als 1e schil en 2e schil. Langs de Van Rosenburgweg ligt een klein gebiedje dat geldt als 'Buitengebied.'

Verkeersveiligheid Om de verkeersveiligheid te vergroten worden wegen, waar mogelijk en wenselijk, ingericht als 30 km/uur straten. Belangrijke voorwaarde hierbij is dat de auto-intensiteit voldoende laag is. Dit is verwoord in het Ambitiedocument mobiliteit 2019-2030 'Nijmegen Goed op Weg'. Op de wegen binnen de bebouwde kom geldt voor de GOW-plus, GOW-basis en de industrieterreinen een maximum snelheid van 50 km/h. Voor de overige wegen binnen bebouwde kom geldt 30 km/h.

4.7

Archeologie

Rijksbeleid

44

ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

Met de ondertekening van het Verdrag van Valletta (Malta) in 1992 is in Nederland de beleidsmatige zorg voor het archeologisch bodemarchief aanzienlijk toegenomen. In het verdrag staat: "Archeologische waarden dienen als onvervangbaar onderdeel van het culturele erfgoed te worden meegenomen en te worden ontzien bij de ontwikkeling en besluitvorming van ruimtelijke plannen". Mocht bescherming onvoldoende mogelijk zijn dan dient, volgens dit verdrag, de informatie te worden onttrokken aan de bodem via archeologisch onderzoek. Uitgangspunt hierbij is dat de initiatiefnemer van de verstoring van het bodemarchief de kosten van het onderzoek en de eventuele op te leggen maatregelen dient te dragen. Inmiddels zijn de uitgangspunten van het Verdrag in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd in de (voormalige) Monumentenwet 1988 via de Wijzigingswet Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WAMz, 1-9-2007). Met het in werking treden van de Erfgoedwet op 1-7-2016 is de Monumentenwet 1988 grotendeels vervallen. Tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn de hoofdstukken II, paragrafen 2 en 3, IV, V, paragrafen 1 en 9, en VI van de Monumentenwet 1988, zoals die luidden voor inwerkingtreding van deze wet, nog van toepassing. Hoofdstuk V regelt de Archeologische Monumentenzorg.

Het Besluit ruimtelijke ordening regelt in artikel 3.1.6, lid 5 de omgang van het bestemmingsplan met de in een gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten. Dit wordt straks onderdeel van de Omgevingswet. Dit komt er op neer dat, tenzij dit reeds in een milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer is vastgelegd, er ten minste in het bestemmingsplan wordt aangegeven hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden.

Gemeentelijke beleid Het archeologiebeleid van de gemeente Nijmegen is er, in overeenstemming met Malta en de Erfgoedwet, op gericht om het bodemarchief zoveel mogelijk te ontzien. Indien dat niet mogelijk is, wordt voorafgaande aan de bodemverstoring archeologisch onderzoek verricht. De wijze van onderzoek wordt bepaald op basis van de vast te stellen archeologische waarden en de aard en omvang van de bodemingrepen. De archeologische (in bredere zin: cultuurhistorische) kennis die hierbij wordt vergaard, levert informatie op die mede als inspiratiebron kan dienen voor het ontwerp van een gebouw of bij het inrichten van de openbare ruimte. Zo kan het 'verhaal van de plek' ook door toekomstige generaties nog worden gelezen. Er wordt nadrukkelijk een koppeling tussen archeologie en lokale identiteit als bron of inspirator voor toerisme, een economisch belangrijke factor in de economie van de gemeente Nijmegen, gelegd. Het zal duidelijk zijn dat een betere bescherming van het bodemarchief en vooral ook het tijdig meewegen van de archeologische belangen vraagt om een zo goed mogelijk inzicht in de verwachte ligging, verspreiding en aard van het bodemarchief. Om deze reden heeft de gemeente Nijmegen een archeologische beleidskaart ontwikkeld (ABAK), waarop de belangrijkste archeologische vindplaatsen en zones en hun waardering zijn aangegeven.

Deze kaart is onderdeel van de Nota Nieuw Beleid (2013) en in een bijgewerkte vorm van het facetbestemmingsplan archeologie (2014). De op de kaart aangeduide waarden vormen de basis voor bestemmingsplannen, waar nodig aangevuld met nieuw onderzoek. Het streven van de gemeente Nijmegen is in eerste instantie gericht op behoud in situ. Planaanpassingen kunnen de kosten voor archeologisch onderzoek overbodig maken of sterk beperken. Initiatiefnemers wordt dan ook aangeraden in een vroeg stadium met de gemeente in overleg te gaan inzake de mogelijkheden om te kijken naar de best mogelijke opties. Het kan daarbij gaan om adviezen voor de soort van archeologisch onderzoek die het beste gekozen kan

ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

45

worden of om de mogelijkheden van archeologie sparend bouwen te bekijken.

Archeologische waarden in Dukenburg Binnen het bestemmingsplangebied Nijmegen Dukenburg bevinden zich twee terreinen die worden beschreven op de Archeologische beleidskaart van de gemeente Nijmegen (ABAK). Het betreft de terreinen Z-18 Huize Duckenburg en Z-31 Weg naar Wijchen. Op deze terreinen ligt in het vigerende bestemmingsplan respectievelijk de dubbelbestemming waarde archeologie- 3 en waarde archeologie- 2. Een waarde 3 staat voor een zeer hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten in de bodem, een waarde 2 voor een hoge verwachting. De terreinen zijn beschreven in de catalogus die bij de archeologische beleidskaart hoort. De geschiedenis van Huize Duckenburg gaat terug tot de veertiende eeuw. In die tijd wordt voor het eerst een kasteel Duckenburg genoemd. Van het middeleeuwse kasteel bestaan verschillende historische afbeeldingen maar waar het precies heeft gestaan is niet zeker. Bij de bouw van een aantal flats in de wijk Lankforst is middeleeuws muurwerk aangetroffen. Dit zouden resten van het middeleeuwse kasteel kunnen zijn geweest. In de 17e eeuw ontstonden plannen om het landgoed Duckenburg opnieuw in te richten. Er is toen een monumentale tuin aangelegd met een Grand Canal dat als blikvanger moest gaan dienen vanuit het nog te bouwen nieuwe landhuis.

Waarschijnlijk is de bouw daarvan niet doorgegaan en is door geldgebrek alleen de nu nog bestaande Oranjerie gebouwd in de buurt van het oude kasteel. Op basis van historische kaarten is veel bekend over de opzet van het landgoed vanaf de 18e eeuw. Het landgoed kent een lange bewoningsgeschiedenis en het is te verwachten dat zich in de ondergrond overblijfselen uit de verschillende perioden ervan bevinden. Om die reden is aan de kern van het voormalige landgoed een zeer hoge archeologische waarde toegekend. Het langgerekte terrein Z-31 Weg naar Wijchen heeft vanwege de ligging aan de voormalige Romeinse weg naar Wijchen een hoge archeologische waarde. Binnen het plangebied Nijmegen Dukenburg is het tracé van de weg opgegaan in de huidige Teersdijk. De weg moet een belangrijke verkeersader zijn geweest tussen Ulpia Noviomagus en Wijchen, een van de belangrijkere regionale centra. Om die reden is het van belang om deze weg en de hieraan gelegen nederzettingen en andere resten uit een ver verleden te kunnen onderzoeken. Gezien de grote hoeveelheid nederzettingen die langs Romeinse wegen gelegen waren is zeker rondom de weg naar Wijchen een verhoogde kans op sporen van bewoning of grafvelden. Op het gehele overige deel van het bestemmingsplangebied Nijmegen Dukenburg ligt de waarde archeologie 1.

Waarde 1 wordt toegekend aan een gebied als er sprake is van een onbekende, lage of middelhoge verwachting. Voor het plangebied geldt dat de waarde hier terug te voeren is op het ontbreken van nadere kennis omtrent de archeologische waarden van het plangebied.

46

ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

Uitgevoerde onderzoeken en aanpassingen van archeologische waarden in Dukenburg Gebleken is dat de bestaande wetgevingszone waarde archeologie 1, met de daaraan verbonden ondergrens van 2500 m2 waarboven in het geval van bodemingrepen archeologisch onderzoek gevraagd kan worden, onvoldoende recht doet aan de mogelijke archeologische waarden van het plangebied. Dit deel van het grondgebied van Nijmegen heeft zich vanaf de Romeinse tijd, maar vooral vanaf de middeleeuwen ontwikkeld tot het stadsdeel dat het nu is. In het eerdere archeologiebeleid is nauwelijks aandacht besteed aan deze periode van de ontwikkelingsgeschiedenis van de stad. De vrijstellingsgrens is dermate hoog dat in de praktijk bijna nooit onderzoek gevraagd kan worden. Hierdoor is de kennis over de archeologische waarden van het gebied nog altijd zeer beperkt. Op basis van beschikbare informatie zoals de geologische ondergrond van het gebied en historisch kaartmateriaal kan verwacht worden dat er al voor de aanleg van de huidige woonwijk mensen in het gebied actief waren en dat zij zeer waarschijnlijk sporen hebben nagelaten. Zo kent het onderliggende natuurlijk landschap, dat bestaat uit een rivierterraslandschap met vlechtend rivierenpatroon waarbinnen terrasruggen en rivierduinen voorkomen, een gevarieerde hoogteligging. Dit betekent dat er sprake was van een afwisseling van droge en natte gebieden.

Dergelijke gebieden kunnen aantrekkelijk zijn geweest voor (tijdelijke) bewoning waarbij met name lokale opduikingen door mensen benut zullen zijn geweest. Voor het plangebied betekent dit waarschijnlijk vanaf de bronstijd, maar vooral gedurende de Romeinse periode en in de middeleeuwen.

ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

47

Kaart: wutsnede bodemkaart van Pons 1966, bijlage 1 oostblad; indicatieve aanduiding van het plangebied in rood. Duidelijk zichtbaar is het grillige, vlechtende riviersysteem in de ondergrond

Het gebied is relatief laat ontgonnen. Historische kaarten zijn beschikbaar vanaf de achttiende eeuw en laten zien dat de gronden in het gebied vooral in gebruik waren als landbouwgrond en bospercelen, met enkele boerderijen langs de belangrijkste doorgaande wegen. Met name deze historische huisplaatsen kunnen, als geschikte vestigingsplaats, een indicatie zijn voor oudere bewoning. Deze situatie, een agrarisch landschap met verspreide boerderijen, blijft tot ver in de 20e eeuw bestaan.

kaart: uitsnede van de kaart van I.H. Van Suchtelen en S. Hollandt uit 1752. Het noorden is onder. Midden onder het landgoed Dukenburg met goed herkenbaar het Grand Canal. Het gebied is grotendeels ontgonnen en bestaat overwegend uit bospercelen en akkers. Er lopen enige doorgaande wegen door het gebied maar er in nauwelijks bebouwing.

48

ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

kaart: luchtfoto: uit 1964. Het plangebied vlak voor de aanleg van de nieuwe wijk. Het gebied is voornamelijk agrarisch ingericht, de bebouwing staat langs enkele doorgaande wegen

Twee vroege vondstmeldingen, die in de jaren '60 en '70 van de vorige eeuw in het gebied bij niet archeologische graafwerkzaamheden zijn gedaan, betreffen de vondst van een stenen bijl uit de vroege bronstijd in de Meijhorst en een bronzen kokerbijl uit de late bronstijd in de wijk Malvert. Daarnaast zijn er binnen Nijmegen Dukenburg enkele kleinschalige archeologische onderzoeken uitgevoerd. In 2003 zijn bij de aanleg van een sleuf voor een kabel op de Teersdijk door een medewerker van het toenmalige Bureau Archeologie en Monumenten van de gemeente Nijmegen de mogelijke resten van de Romeinse weg die Ulpia Noviomagus verbond met de landelijke nederzetting in Wijchen waargenomen. Het wegdek tekende zich in het profiel van de sleuf af als een donkergrijze band met veel grind. In 2013 is een kleinschalig proefsleuvenonderzoek aan de Staddijk uitgevoerd. Bij dit onderzoek is slechts een mogelijke (paal)kuil aangetroffen. In 2015 is de sloop van een school in de Meijhorst 10e en 11e straat archeologisch begeleid. Omdat het plangebied geheel verstoord bleek leverde de begeleiding geen archeologische informatie op. Booronderzoek net buiten het plangebied bevestigde hier wel de verwachte bodemopbouw, overeenkomstig de bodemkaart van Pons. In de ondergrond was sprake van een grillig natuurlijk landschap met een sterk hoogteverschil, bestaande uit een mogelijk rivierduin en een geultje.

Actualisatie van de archeologische beleidskaart Ter vervanging van de bestaande ABAK wordt momenteel een nieuwe archeologische beleidskaart opgesteld. De nieuwe kaart kent een verfijndere waarderings-systematiek dan de bestaande. Gebieden met een nog onbekende archeologische verwachting worden op de nieuwe kaart hoger gewaardeerd dan gebieden waarvan reeds is aangetoond is dat zij een lage verwachting hebben. Zo wordt recht gedaan aan de mogelijke archeologische waarden van gebieden die nog niet zijn onderzocht. Het facetbestemmingsplan Archeologie uit 2014 zal aan

ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

49

de hand van deze beleidskaart worden aangepast. Het nieuwe facetbestemmingsplan zal dan ook gaan gelden voor bestemmingsplan Dukenburg. Voor Dukenburg betekent dit dat die delen van het plangebied waarvan de waarde nog niet door onderzoek is vastgesteld worden opgewaardeerd en dat voor deze terreinen een aangepaste (lagere) vrijstellingsgrens van kracht wordt. Langs historische wegen, waaraan op basis van historisch kaartmateriaal bebouwing is aangetoond, wordt vanwege de hoge trefkans op archeologische waarden een zone met een archeologische verwachting opgenomen. Daarnaast zal de waarde van terrein Z-31 Weg naar Wijchen worden aangepast.

4.8

Cultuurhistorie

Rijksbeleid Cultuurhistorie speelt een belangrijke rol bij de ruimtelijke inrichting van ons land. Het geeft identiteit en kwaliteit aan een gebied. Om deze redenen heeft het rijk de beleidslijn ingezet om cultuurhistorie onderdeel te laten zijn van het afwegingskader bij het opstellen van bestemmingsplannen. Deze beleidslijn is verwoord in de beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg uit 2009 en heeft geleid tot wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) sinds 1 januari 2012. Met het gewijzigde Bro zijn gemeenten wettelijk verplicht cultuurhistorie deel uit te laten maken van het afwegingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het rijk vraagt hiermee aan gemeenten om bij het opstellen van bestemmingsplannen, projectafwijkingsbesluiten en beheersverordeningen cultuurhistorische gebouwen, objecten en structuren te inventariseren en daaraan conclusies te verbinden en die in het bestemmingsplan te verankeren. Deze wetgeving wordt overgenomen in de Omgevingswet. De Erfgoedwet 2016 vormt de basis voor de monumentenzorg. Rijksmonumenten worden op basis van deze wet aangewezen, evenals rijksbeschermde stadsgezichten. Voor het wijzigen en slopen van rijksmonumenten is een 'Omgevingsvergunning voor de activiteit monumenten' nodig.

Gemeentelijk beleid

Erfgoedverordening De aanwijzing van gemeentelijke monumenten, bouwhistorie monumenten, identiteitsbepalende objecten, beeldbepalende panden en beschermde stadsbeelden met stadsbeeldobjecten geschiedt op basis van de Erfgoedverordening. Afhankelijk van de beschermingsvorm is voor wijziging, verbouw en sloop al dan niet een 'Omgevingsvergunning voor de activiteit monumenten' nodig.

Aandachtslijst Cultureel Erfgoed De aandachtslijst betreft een inventarisatie van onbeschermd waardevol erfgoed en is bedoeld om ongewenste sloop van cultureel erfgoed te voorkomen en herbestemming te stimuleren. De lijst is globaal getoetst aan de selectiecriteria uit de Erfgoedverordening. Er is nog geen uitgebreid onderzoek gedaan. Pas als er sprake is van een beschermingsprocedure zal dit onderzoek worden gedaan en worden de exacte cultuurhistorische waarden vastgesteld. Het college heeft de mogelijkheid om bij sloopplannen een beschermingsprocedure te starten. Op 18 maart 2015 is de Aandachtslijst Cultureel Erfgoed door de gemeenteraad van Nijmegen

50

ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

vastgesteld. Diverse gebouwen en objecten in Dukenburg staan op de aandachtslijst.

Nota Cultureel Erfgoed Het gemeentelijk erfgoedbeleid is vastgelegd in de Nota Cultureel Erfgoed (vastgesteld 15 mei 2013). Deze nota beschrijft op welke manier erfgoed kan bijdragen aan de ambitie van de gemeente Nijmegen om de identiteit van de stad te behouden en te versterken. Hiervoor worden drie strategieën ingezet: duurzame ruimtelijke ontwikkeling; kennis & inspiratie; en bescherming & instandhouding. De strategie duurzame ruimtelijke ontwikkeling heeft betrekking op een toekomstbestendige stad, waar erfgoed ingezet wordt om bij ruimtelijke ontwikkelingen de eigen identiteit te behouden of te versterken. De verplichtingen vanuit het Besluit ruimtelijke ordening en de daaruit voortvloeiende beleidsvrijheid die we als gemeente hebben, zetten we in om deze ambitie te kunnen realiseren. Erfgoed is namelijk een factor die mede kwaliteit geeft aan de ruimte en daarmee ruimtelijke ontwikkelingen kan verrijken. De cultuurhistorische elementen die onderdeel zijn van de identiteit van de stad kunnen we niet allemaal als beschermd monument of gezicht aanwijzen, maar zijn wel onderdeel van de manier waarop we onze stad beleven, inrichten en gebruiken. De cultuurhistorische beleidskaart is de basis voor de cultuurhistorische inbreng bij het opstellen van ruimtelijke plannen. De beleidskaart is onderdeel van de gemeentelijke Omgevingsvisie (2020).

ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

51

Kaart: uitsnede cultuurhistorische beleidskaart

Het betreffende bestemmingsplangebied Nijmegen Dukenburg valt binnen gebiedstype 1 van de cultuurhistorische beleidskaart. Bij gebiedstype 1 gaat het om gebieden waarin cultuurhistorisch waardevolle elementen in mindere mate aanwezig zijn. De belangrijkste objecten en gebouwen zijn reeds aangewezen als monument of staan op de Aandachtslijst Cultureel Erfgoed. Bij ruimtelijke plannen wordt daarom alleen gestreefd naar behoud en herkenbaarheid van historische structuren. Voor dit gebiedstype wordt in het bestemmingsplan een regeling met betrekking tot bescherming van cultuurhistorische waarden opgenomen, indien sprake is van cultuurhistorisch waardevolle structuren.

Cultuurhistorische waardenkaart De cultuurhistorische waarden in de gemeente Nijmegen zijn vastgelegd op de cultuurhistorische Waardenkaart (opgesteld door RAAP 2021). De waardenkaart is de basis voor de cultuurhistorische inbreng bij ruimtelijke plannen. Voor Dukenburg ziet de kaart er als volgt uit:

52

ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

kaart: cultuurhistorische waardenkaart

ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

53

kaart: waardevolle ensembles (met blauw aangegeven)

Cultuurhistorische analyse In de bijlage bij deze toelichting is een uitgebreidere cultuurhistorische analyse opgenomen voor het plangebied en omgeving (Bijlage 3: cultuurhistorische analyse, gemeente Nijmegen). Op de cultuurhistorische waardenkaart die in het kader van dit bestemmingsplan is opgesteld zijn de diverse waardevolle cultuurhistorische elementen, structuren en gebieden aangeduid die aanwezig zijn in het plangebied. Het betreffen niet alleen monumenten en beschermde gebieden, maar ook niet-beschermd erfgoed, zoals opgenomen op de aandachtspandenlijst en waardevolle historische structuren.

Cultuurhistorische waardevolle bebouwing en objecten Rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en stadsbeeldobjecten zijn opgenomen in het Monumentenregister van de gemeente Nijmegen. Dit is te raadplegen op de gemeentelijke website. Binnen het plangebied bevinden zich de volgende gemeentelijk monumenten en panden die zijn opgenomen op de Aandachtslijst Cultureel Erfgoed:

54

ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

Gemeentelijk monumenten: Lankforst 5101: Orangerie Zwanenveld 3202: boerderij

Aandachtslijst Cultureel Erfgoed: Staddijk 2: boerderij Staddijk 41: boerderij Staddijk 81: boerderij Teersdijk 210: tolhuis

Cultuurhistorisch waardevolle structuren In het plangebied Nijmegen-Dukenburg bevinden zich meerdere historische ruimtelijke structuren, die van belang zijn vanwege hun ouderdom en die als constante factor een belangrijke verwijzing zijn naar eerdere fasen in de ruimtelijke ontwikkeling van het gebied. Het gaat om historische wegen, dijken, waterlopen, parceleringen, groenstructuren en om resten van het natuurlijke landschap.

Cultuurhistorisch waardevolle wegen en dijken De volgende historische wegen zijn van wezenlijk en onlosmakelijk belang voor het gebied en zijn historische ontwikkeling: Teersdijk: de weg was oorspronkelijk een belangrijke, doorgaande weg, die Nijmegen verbond met Grave. Het vormde vanaf de 14e eeuw de ontginningsas voor de ontginning van Honicholt. Vanaf hier werden lange strookkavels uitgezet. Tegenwoordig is het een voetpad in de wijk. De weg is aangelegd op een dijk waarvan het talud nog goed zichtbaar is. Ten oosten van de kruising met de weg Tolhuis wordt de weg geflankeerd door monumentale en waardevolle bomen. Als oudste ontsluitingsweg van het gebied heeft de weg een hoge cultuurhistorische waarde. Het nog intacte dijklichaam herinnert bovendien aan de inspanningen die geleverd zijn om het van oorsprong natte en moeilijk doorgaanbare gebied te ontsluiten. Daarmee is de dijk een cultuurhistorisch waardevolle structuur met een grote inhoudelijke kwaliteit. De dijk heeft bovendien met zijn licht slingerende beloop en zijn kenmerkende talud zijn oorspronkelijke karakter behouden en bezit daardoor tevens grote fysieke kwaliteit. Als goed herkenbaar landschapselement heeft de dwars door het gebied lopende dijk bovendien een hoge beleefde kwaliteit. Staddijk: een historische weg op een dijk, met verspreid daaraan een aantal boerderijen.

Aan de oostzijde wordt de weg gevolgd door de Nieuwe Wetering. Het weliswaar verbrede dijklichaam herinnert aan de strijd tegen het water. De weg is een eeuwenoude structuur die bepalend is geweest voor de inrichting van het gebied en bezit daarom cultuurhistorische waarde.

Cultuurhistorisch waardevolle lanen landgoed Dukenburg In het nieuwe stadsdeel Dukenburg zijn fragmenten van lanen van het landgoed Dukenburg bewaard gebleven. Dit zijn cultuurhistorisch waardevolle structuren die herinneren aan de geschiedenis van het landgoed. Voor wie goed kijkt maken de lanen de opzet en de omvang van het verdwenen landgoed zichtbaar. Daarmee hebben de lanen een grote inhoudelijke kwaliteit.

ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

55

Daarnaast hebben de lanen, die bijna allemaal worden geflankeerd door volgroeide bomen (meestal eiken) een monumentaal karakter, en daarmee een hoge beleefde kwaliteit.

Kaart: Uitsnede van de cultuurhistorische waardenkaart met daarop de lanen van landgoed Dukenburg aangegeven

De nummers van de lanen op de kaart verwijzen naar: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

Orangeriepad: pad met aan weerszijden monumentale eiken Geologenlaantje: pad met aan weerszijden monumentale eiken Zegerspad: pad met aan weerszijden monumentale eiken Valkenaerpad: pad geflankeerd door essen en eiken Duckenburgpad: pad met aan weerszijden gemengde bomen Snouckaert van Schauburgpad: pad met aan weerszijden monumentale eiken Schlingemannpad: pad met aan weerszijden monumentale eiken Oude Dukenburgseweg: oorspronkelijke toegangslaan naar landgoed Oude Dukenburgseweg: pad tussen landgoed Dukenburg en landgoed Winkelsteeg

In het huidige natuurgebied Vogelzang (onderdeel van Hatertse Broek) zijn verschillende historische lanen, geflankeerd door monumentale bomen, bewaard gebleven. De lanen, die op licht verhoogde walletjes ten opzichte van het omliggende natte land zijn aangelegd, herinneren aan de historische inrichting en het gebruik van het bos en zijn van cultuurhistorische waarde.

Cultuurhistorisch waardevol water Grand Canal: een bijzonder relict van de 17eeeuwse Franse tuin van landgoed Dukenburg. Een Grand Canal is een zeldzaam verschijnsel in de Nederlandse tuinarchitectuur en dit is het enige

56

ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

voorbeeld in Nijmegen. Daarom heeft het restant van het kanaal, samen met de bijbehorende bomen, een zeer hoge cultuurhistorische waarde. De fysieke kwaliteit is aangetast doordat de waterpartij bij de aanleg van een moderne weg en de bouw van een appartementencomplex is doorsneden. Hierdoor is het onmogelijk geworden de totale lengte van het water te overzien en de imposante zichtlijn te beleven. Ook de vorm van de waterpartij is door een aantal verbredingen gewijzigd, maar het westelijke deel, eindigend in een veelhoek met, voor de barok kenmerkend, afwisselend convexe en concave zijden is gaaf bewaard. Herstel van de oevers en rechte vorm van het Grand Canal in oorspronkelijke staat te herstellen biedt kansen om de relicten van het voormalige landgoed Dukenburg beter zichtbaar en beleefbaar te maken. Nieuwe Wetering: de aan de oostzijde van de Staddijk gelegen waterloop heeft een laatmiddeleeuwse oorsprong en was aangelegd om het overtollige water van de ontgonnen landbouwgronden af te voeren. Als spil van de historische waterhuishouding van het gebied is de Nieuwe Wetering een cultuurhistorisch waardevolle structuur.

Cultuurhistorisch waardevolle verkavelingsstructuren Aan de noord- en aan de zuidzijde van het plangebied, daar waar geen woningen zijn gebouwd, zijn historische verkavelingsstructuren bewaard gebleven. Met hun ongewijzigde, historische patronen maken de greppels en houtwallen de ontwikkelingsgeschiedenis van het gebied mede zichtbaar en zijn daarom te beschouwen als cultuurhistorisch waardevolle structuren. De verkavelingsstructuren zijn weergegeven op de cultuurhistorische waardenkaart. Natuurgebied Vogelzang: gaaf bewaard gebleven cultuurlandschap met oorspronkelijke historische verkaveling. Noordwestelijke hoek (Hippe kip): in de noordwestelijke hoek van het plangebied, tussen de Teersdijk en de Van Rosenburgweg is een stukje cultuurlandschap met oorspronkelijke historische verkaveling bewaard gebleven. Deze verkaveling hoort bij de ontginning van het Teersbroek, dat plaats vond in de eerste helft van de 14e eeuw. De Teersdijk was de zuidoostelijke begrenzing van de ontginning en verbond de ontginningsas van het Neerbosch met de hogere gronden van Wijchen.

Cultuurhistorisch waardevolle groenstructuren Groenstructuren spelen een belangrijke rol in de zichtbaarheid van de cultuurhistorie van het gebied. Restanten van bossen en laanbeplantingen herinneren, in het nu verstedelijkt gebied, aan het landgoed Dukenburg, dat zich eeuwenlang over het plangebied heeft uitgestrekt. Het groen heeft daarom een grote cultuurhistorische waarde. Het inmiddels volgroeide groen bezit bovendien een grote beleefde kwaliteit. Landgoedfragment rond de Orangerie: de parkachtige tuin met monumentale bomen en restanten van een vroeger grotere waterpartij herinnert aan de oorspronkelijke inrichting van de tuinen rond Huize Dukenburg en doet recht aan de als gemeentelijk monument beschermde Orangerie. Daarmee is de tuin van grote cultuurhistorische waarde. Uilenbosje: eiken op rabatten, oorspronkelijk een productiebos. Douglasbosje: oorspronkelijk een productiebos van Douglassparren uit het begin van de 20ste eeuw. Lanenstructuren: de monumentale bomen die de oorspronkelijk tot het landgoed behorende lanen begeleiden zijn als cultuurhistorisch waardevolle groenstructuren opgenomen op de cultuurhistorische waardenkaart Beplanting verdwenen lanen: verspreid door de wijk bevinden zich monumentale bomen die uit de tijd van het landgoed stammen. In een enkel geval is voor de aandachtige beschouwer een verdwenen laanstructuur herkenbaar.

Zo markeert een duidelijke lijn van

ontwerp bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021

57

monumentale eiken, die, via het Steve Bikoplein, de noordoostelijke hoek van het Douglasbosje met de tuin rond de Orangerie met elkaar verbindt, een verdwenen laan van het landgoed. Hier vanaf takt een lijn monumentale eiken richting het Geologenlaantje ten noorden van het Steve Bikoplein. Zo vormen bomen nu nog de verbinding tussen van elkaar geïsoleerd geraakte landgoedfragmenten. Dergelijke bomen èn vooral ook hun exacte positie zijn van cultuurhistorische waarde. Natuurgebied Vogelzang: in dit natuurgebied bevinden zich veel bospercelen die rond 1800 zijn aangelegd zijn aangelegd. Behalve de beplanting is ook het beloop van historische paden en van perceelsgrenzen ongewijzigd gebleven. Het gaat het hier om een waardevol historisch cultuurlandschap met percelen hakhoutbos van berk, els en es, waardevolle hagen op de perceelsgrenzen en historische lanen met monumentale bomen. Het gebied is als waardevol landschap met oude boskernen, houtwallen en heggen opgenomen in de Landschapsatlas van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Cultuurhistorisch waardevol natuurlijk landschap Geologenstrook: door de grootschalige ingrepen ten behoeve van de realisatie van het nieuwe stadsdeel Dukenburg is het bestaande natuurlijke landschap bijna geheel verdwenen. Een uitzondering hierop vormt het parkje Geologenstrook, waar een strook van de geologische ondergrond is gespaard. Doordat het fossiele landschap van vlechtende rivierbeddingen is blootgelegd kan hier een indruk worden verkregen van dit landschap uit het verre verleden. Het parkje heeft daardoor een grote inhoudelijke en beleefde kwaliteit en is van cultuurhistorische waarde.

Cultuurhistorisch waardevolle ensembles De afzonderlijke cultuurhistorisch waardevolle structuren vormen op een aantal plekken gezamenlijk een waardevol ensemble. Deze ensembles zijn vanwege de cultuurhistorische waarden niet alleen van belang om te behouden, maar bieden ook kansen om de geschiedenis van Dukenburg beter zichtbaar en beleefbaar te maken. Landgoed Dukenburg: Bij de werkverschaffing en de daarop volgende aanleg van de wijk Dukenburg ging een groot deel van de buitenplaatsstructuur van Dukenburg verloren. Toch zijn enkele waardevolle onderdelen bewaard gebleven. Dat betreft in de eerste plaats de buitenplaatskern rond de oranjerie, met de parkachtige inrichting, en daarnaast enkele naburige hakhoutbossen op rabatten die de kap tijdens de werkverschaffing hebben doorstaan. Een aantal lanen met fraaie laanbeplanting loopt vanuit de buitenplaatskern in noordelijke en zuidelijke richting, en dooradert de huidige woonwijk ter plaatse van de oude buitenplaatskern. Het Grand Canal, dat vroeger een zichtlijn vanaf het oude huis in westelijke richting gaf, is in vergraven vorm ook nog aanwezig. Daardoor valt het ensemble in meerdere ruimtelijke onderdelen uiteen. Alhoewel de cultuurhistorische waarde van de buitenplaats door de bebouwing sterk is aangetast, is er een heel nadrukkelijke waarde aanwezig in de optelsom van de verschillende relicten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=101a2957-5b3c-4891-abc0-eb3bb88ca5c4