CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Ongelijkheid en de situatie in Nijmegen

Besluitronde (raadsvergadering) 1 februari 2023, gemeente NijmegenBij agendapunt: D17 d.d. 13 december 2022 inzake Gelijkwaardige kansen in het onderwijs1.182 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ongelijkheid en de situatie in Nijmegen Er bestaan verschillende definities van gelijkheid. De brede definitie gaat ervan uit dat mensen in gelijke mate kans maken zelf te voorzien in levensbehoeften zoals een goede gezondheid, goede zorg, een goede woning, onderwijs dat past bij hun vaardigheden en voldoening gevend werk met genoeg inkomen.

De ongelijkheid in de samenleving neemt toe Bij bepaalde groepen kinderen en jongeren zien we een stapeling van risico’s gedurende de levensloop. Het ontstaan van ongelijke kansen heeft te maken met de omstandigheden waarin kinderen en jongeren worden geboren en opgroeien, maar ook met de manier waarop onder meer het onderwijs, de arbeidsmarkt en onze samenleving zich hebben gevormd. Bepaalde kenmerken bij geboorte (o.a. geslacht, plaats, etnische of sociaaleconomische achtergrond van ouders) beïnvloeden in belangrijke mate de onderwijskwalificaties die iemand behaalt, wat voor baan iemand krijgt en iemands gezondheid en huisvesting. Onderzoeken bevestigen dat leerlingen met laagopgeleide ouders vaker een lager schooladvies krijgen, dan leerlingen met een vergelijkbaar niveau wiens ouders hoogopgeleid zijn. Dit geldt ook voor kinderen met een migratieachtergrond. Ook later in de loopbaan is sprake van discriminatie wanneer jongeren bijvoorbeeld worden afgewezen voor stages op basis van huidskleur, achternaam, achtergrond of geloof. Eerste generatie studenten, studenten met een niet-westerse migratieachtergrond, studenten met een mbo-vooropleiding en studenten met een functiebeperking ervaren vaker belemmeringen in hun loopbaan, stromen minder vaak door naar het hoge onderwijs, lopen vaker studievertraging op en vallen vaker uit.

De mogelijkheden om scholingsachterstanden die eerder in het leven zijn opgelopen, te herstellen zijn niet gelijk verdeeld. Kortom, het maakt uit in welk gezin je wordt geboren. Toenemende ongelijkheid leidt ook tot meer segregatie. Uit landelijke onderzoeken blijkt dat populaire scholen met een hoge kwaliteit van onderwijs relatief minder vaak kinderen toelaten met een migratieachtergrond. Zo komen jongeren van verschillende achtergronden in eigen ‘bubbels’ terecht en ontstaan ook scholen met een concentratie van leerlingen met problemen. Op landelijk niveau hebben deze scholen meer last van leraren tekorten waardoor de kwaliteit van het onderwijs achteruit kan gaan en kansen nóg ongelijker worden. De ‘Staat van het Onderwijs’ (jaarlijks verslag van de Inspectie van het Onderwijs) onderschrijft dat de kwaliteit van het onderwijs niet vooruit gaat, dat we te maken hebben met lerarentekorten en dat er meer aandacht moet zijn voor de basisvaardigheden in het onderwijs (taal, rekenen en burgerschap). Schoolbesturen zijn hiervoor verantwoordelijk. Gemeenten hebben ook een rol bij de onderwijshuisvesting, het voorkomen van segregatie, het bevorderen van integratie, onderwijsachterstandenbeleid, afstemming over inschrijvingsprocedures, voorkomen van schooluitval en leerplicht en leerlingenvervoer.

Daarnaast zijn gemeenten betrokken bij het onderwijs rondom de (preventieve) jeugdzorg, armoedebestrijding, welzijn, sport, cultuur etc.

Gelijkwaardige kansen in het onderwijs Om meer gelijkheid te bereiken moeten we soms ongelijk behandelen. Hiermee wordt bedoeld dat sommige jeugdigen extra ondersteuning nodig hebben, zodat er gecompenseerd wordt voor achterstanden die zij hebben door een ongelijke startpositie. Zodat kinderen en jongeren die op achterstand stonden, de mogelijkheid hebben om dezelfde resultaten te behalen. Daarom spreken we niet van gelijke kansen (allemaal dezelfde kist) maar van gelijkwaardige kansen. Daarbij is de symbolische kist, de ondersteuning, afhankelijk van persoonlijke behoeften.

Gelijke kansen Gelijkwaardige kansen Hoewel het onderwijs een belangrijke sleutel is om in te kunnen grijpen op omstandigheden en ontwikkelingen speelt het onderwijs niet de rol van ‘gelijkmaker’! Sterker nog, de wijze waarop het opvang- en onderwijssysteem is georganiseerd leidt ertoe dat kwetsbare kinderen en jongeren nog altijd minder mogelijkheden hebben. Betaalbaarheid en toegankelijkheid van voorzieningen voor jonge en schoolgaande kinderen blijven belangrijke aandachtspunten. School wordt steeds meer een plek die bevoordeelde groepen juist sneller vooruithelpt in de maatschappij vergeleken met de groepen met minder kansen. Scholen met concentraties van jongeren met problemen hebben meer moeite om goede docenten te behouden, om de kwaliteit van onderwijs te waarborgen en de verbinding te kunnen maken tussen de leefwereld op school en thuis waardoor kansen nog ongelijker worden! De ongelijkheid in de samenleving en in gezinnen komt ook de school binnen. Bijvoorbeeld, kinderen uit gezinnen met armoede, komen vaker zonder ontbijt op school. Of kinderen die baat zouden kunnen hebben bij huiswerkbegeleiding, maar waarvan de ouders dit niet kunnen bekostigen.

Ongelijkheid in Nijmegen De ongelijkheid en de verdeling van problemen over de stad worden zichtbaar door de cijfers en trends per stadsdeel, per wijk en per school. Meer dan 1/5 van alle Nijmeegse kinderen heeft een achterstandsrisico (vve-indicatie). Dit percentage stijgt en verschilt sterk per wijk. Het percentage is o.a. hoog in een aantal wijken in Dukenburg, Lindenholt en Neerbosch-Oost. Naar verhouding volgen veel kinderen speciaal onderwijs. Het aandeel 4-12 jarigen dat speciaal onderwijs volgt is aanzienlijk hoger dan het landelijke gemiddelde. We zien ook dat de populatie die speciaal onderwijs volgt in toenemende mate een migratieachtergrond heeft. Daarnaast zien we dat veel ouders een groot beroep doen op zorg. Eén op de 10 Nijmeegse jongeren tot 18 jaar heeft jeugdhulp1. Alleen in de leeftijdsklasse 0-4 jaar is het zorggebruik in Nijmegen hoger dan het landelijke gemiddelde2. Opvallend is dat Nijmegen weinig middenmoot scholen heeft. Er zijn veel basisscholen met een ‘gemakkelijke’ leerling groep en 11 basisscholen met een complexe leerling groep (indeling op basis van schoolweging door CBS, op basis van o.a. opleidingsniveau ouders, herkomst, schuldsanering). De ‘complexe’ basisscholen zitten in Hatert, Meijhorst, Aldenhof, Lankforst, Zwanenveld, Neerbosch-Oost, Heseveld, Biezen.

Een aantal Nijmeegse basisscholen krimpt in omvang door demografische ontwikkelingen, waardoor zeker 10 basisscholen in onze stad onder de opheffingsnorm van 180 (dreigen) te komen. Relatief veel jongeren gaan naar de havo of vwo. Het aandeel is stabiel hoog in vergelijking met Nederland. In de stadsdelen Midden, Dukenburg, Lindenholt, Zuid, Nieuw-West is het aandeel havo/vwo scholieren lager. De komende jaren zullen minder jongeren instromen in het totale voortgezet onderwijs. Door deze demografische ontwikkelingen en het hogere aandeel havo/vwo scholieren krimpt het VMBO en daardoor dreigt ook krimp in het MBO. Met als gevolg dat minder praktisch geschoolden de arbeidsmarkt instromen. 1 2

Bron: ‘waar staat je gemeente’, CBS. Nijmegen 10,9%, landelijke gemiddelde 10,6% Bron: monitor onderwijs jeugd NJi (Nederlands Jeugdinstituut)

-

-

-

In Nijmegen hanteren we schoolwijzer voor de centrale aanmelding voor het basisonderwijs, waardoor alle kinderen tegelijkertijd kunnen worden aangemeld voor een basisschool. Hiermee kunnen kinderen voorrang krijgen op drie dichtstbijzijnde basisscholen. Hiermee wordt gestimuleerd dat kinderen dicht bij huis naar school gaan én wordt voorkomen dat scholen op basis van naam, achtergrond, ras enz. kunnen bepalen wie op hun school terecht kan. In het voortgezet onderwijs is sprake van een gezamenlijk aanmeldmoment en loting. Ongeveer 10% van de Nijmegenaren is laaggeletterd. Laagopgeleiden zijn 5x vaker werkloos dan hoogopgeleiden. Kinderen van laaggeletterde ouders krijgen vaak een lager schooladvies. Maar het is niet eenduidig of lagere adviezen worden gegeven vanwege lagere scores en in hoeverre beeldvorming en ouderbetrokkenheid een belangrijke rol spelen. Ongeveer 2% van de jongeren verlaat het onderwijs zonder een startkwalificatie. Dit percentage is vergelijkbaar met andere steden. We zien een toename van jongeren die een verkeerde studiekeuze maken. Maar ook persoonlijke problemen en motivatieproblemen spelen hierbij een rol. Bovendien hebben jongeren in toenemende mate last van mentale druk. Deze landelijke signalen zien we ook in Nijmegen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=048e696d-c61c-45d4-a3e3-736bf05282ae