Onderzoek naar ondergrondse restafvalcontainers in Nijmegen-Centrum: Ervaringen en meningen van huishoudens
Tekst van het document
Onderzoek naar ondergrondse restafvalcontainers in NijmegenCentrum Ervaringen en meningen van huishoudens
10 januari 2023 Opgesteld door: Ad Manders, team Onderzoek en Statistiek, gemeente Nijmegen
▪
▪
1
Inhoudsopgave Inhoudsopgave Samenvatting Inleiding Hoofdstuk 1: Gebruik ondergrondse restafvalcontainers Hoofdstuk 2: Ervaren overlast van de ondergrondse restafvalcontainers Hoofdstuk 3: Voorkeur voor haal- of brengsysteem? Bijlage: slotopmerkingen
2
2 3 5 6 11 15 19
Samenvatting Voor het nieuwe afvalbeleidsplan, dat de gemeente gaat opstellen, wil de gemeente graag meer weten over de ervaringen van huishoudens in Nijmegen-Centrum met de ondergrondse restafvalcontainers. Sinds de plaatsing van de ondergrondse containers in dat stadsdeel rond 2019 is er overgeschakeld van het haalsysteem (Dar haalt restafval op vaste ophaaldagen huis-aan-huis op) naar het brengsysteem (restafval zelf naar ondergrondse container brengen). In oktober en november 2022 hebben 275 huishoudens in Nijmegen-Centrum een vragenlijst over de ondergrondse restafvalcontainers ingevuld. Hieronder zijn de uitkomsten van dat onderzoek samengevat. Tegelijk met huishoudens zijn ook ondernemers en instellingen in Nijmegen-Centrum benaderd voor het invullen van een vragenlijst over de ondergrondse restafvalcontainers. De uitkomsten van het onderzoek onder de ondernemers en instellingen zijn in een aparte rapportage opgenomen.
Gebruik ondergrondse restafvalcontainers •
•
• •
•
•
• • •
98% van de huishoudens in Nijmegen-Centrum maakt gebruik van de ondergrondse afvalcontainers; 2% doet dat niet met als meest genoemde reden dat men het afval naar de milieustraat van Dar brengt. Circa de helft van de huishoudens brengt per maand gemiddeld tussen de 1 à 2 restafvalzakken naar de container, 6% brengt minder dan 1 zak per maand en ruim veertig procent minstens 2 zakken per maand. Driekwart van de huishoudens geeft aan minder dan 100 meter van de container te wonen, 17% tussen de 100 en 200 meter en 8% meer dan 200 meter. Van de gebruikers van de ondergrondse containers brengt ruim driekwart (77%) een volle restafvalzak nog dezelfde dag naar de container, 8% bewaart de volle zak(ken) tijdelijk in of bij de woning en bij 15% wisselt dat. Als de container vol is of een storing heeft, neemt bijna de helft van de huishoudens de restafvalzak terug naar huis. Ruim een derde gaat naar de tweede container, waar men met de afvalpas gebruik van mag maken. En ongeveer een kwart zet de zak naast de container (bijplaatsen). Bij de vraag over wat men doet als de container vol is of een storing heeft, waren meer antwoorden mogelijk. Ruim de helft van de huishoudens (55%) weet niet dat de afvalpas toegang geeft tot twee containers (een container dicht bij huis en een reservecontainer voor als de container dicht bij huis vol is of een storing heeft).
Bij de huishoudens, die bijplaatsen, gaat het relatief vaak om mensen die niet weten dat de afvalpas bij twee containers gebruikt kan worden. Bijplaatsen wordt ook relatief veel gedaan door personen in een onzelfstandige woning (zonder eigen toegang of met gedeelde keuken en/of toilet) en 18-34-jarigen en relatief weinig door personen vanaf 50 jaar. Bijna een derde geeft aan dat men het bij Dar meldt als men merkt dat de container vol is of een storing heeft. Een ruime meerderheid is tevreden over de loopafstand tot, de toegankelijkheid van en het gebruiksgemak van de containers. Over enkele andere aspecten van het gebruik van de containers zijn de meningen meer verdeeld. Over het kwijt kunnen van het restafval in de container (‘denk aan of de container wel eens vol is of door een storing niet werkt’) is 44% tevreden en
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
3
•
41% niet tevreden. Over de snelheid waarmee storingen aan de container (vol of defect) opgelost worden, is 28% tevreden en 20% niet tevreden. En over het inzicht in de kosten van het gebruik is 35% tevreden en 27% ontevreden. Huishoudens die aangeven dat de afstand tot de container wat groter is (minstens 100 meter) zijn naar verhouding vaker ontevreden over een aantal gebruiksaspecten van de containers. En dat geldt ook voor de bewoners vanaf 50 jaar.
Ervaren overlast van de ondergrondse restafvalcontainers •
•
•
Van de huishoudens ervaart 30% maandelijks en 42% wekelijks of dagelijks overlast rondom de ondergrondse containers die men gebruikt. Een vorm van overlast, die veel huishoudens ervaren, is het bijplaatsen van restafvalzakken (82%). Ook het bijplaatsen van grofvuil, zwerfafval bij de containers en oranje zakken met plastic+ afval bij de containers, die op het verkeer moment worden aangeboden, zijn relatief vaak ervaren vormen van overlast. De ervaren overlast van de containers is niet altijd van invloed op het woongenot; 32% van de huishoudens ervaart overlast van de containers én geeft aan dat die overlast het woongenot negatief beïnvloed. Bij de 65-plussers is dat percentage hoger. De groep die sinds de introductie van het brengsysteem minder overlast van afval in de eigen straat bij de woning ervaart (40%), is groter dan de groep die sinds die tijd meer overlast van afval ervaart (27%). Voor het ervaren van overlast van afval in heel Nijmegen-Centrum sinds de introductie van het brengsysteem zijn minder overlast (26%) en meer overlast (25%) meer in balans.
Voorkeur voor haal- of brengsysteem? •
•
•
•
Circa 7 op de 10 huishoudens geven de voorkeur aan het brengsysteem. Bij een ruime meerderheid van die groep gaat het om een sterke voorkeur. Circa een kwart geeft de voorkeur aan het haalsysteem. Voor alle onderscheiden deelgroepen geldt dat het brengsysteem duidelijk vaker de voorkeur krijgt dan het haalsysteem. Bij de leeftijdsklassen tot 50 jaar en huishoudens die op minder dan 50 meter van de container wonen, is de voorkeur voor het brengsysteem het sterkst. De meest genoemde redenen voor de voorkeur voor het brengsysteem zijn: niet meer gebonden zijn aan vaste ophaaldagen, restafval niet langer dan nodig in en om de woning hoeven te bewaren, restafval bij warm weer snel kunnen wegbrengen en minder risico op stank in en om de woning. De meest genoemde redenen voor de voorkeur voor het haalsysteem zijn: geen last hebben van volle containers of storingen aan containers, van mening zijn dat het haalsysteem tot een schonere woonomgeving leidt, minder ver hoeven te lopen om het restafval kwijt te raken en geen overlast van de containers.
Vergelijking met uitkomsten voor huishoudens •
Eerder is aangegeven dat ook aan ondernemers en instellingen in NijmegenCentrum gevraagd is om een vragenlijst over de ondergrondse restafvalcontainers in te vullen. Als we de uitkomsten voor de ondernemers en instellingen (opgenomen in een aparte rapportage) en de huishoudens met elkaar vergelijken, zien we dat deze in grote lijnen op elkaar lijken.
4
Inleiding Sinds enkele jaren is de manier waarop de gemeente restafval inzamelt veranderd. Rond 2019 zijn in het staddeel Nijmegen-Centrum, bestaande uit de wijken Stadscentrum en Benedenstad, ondergrondse restafvalcontainers geplaatst en is de inzameling van huishoudelijk restafval gewijzigd van een haalsysteem naar een brengsysteem. Bij het haalsysteem haalt Dar groene en/of rode restafvalzakken op vaste ophaaldagen huis-aanhuis op. Bij het brengsysteem kunnen bewoners de restafvalzakken op elk gewenst moment naar een ondergrondse container brengen. Voor het nieuwe afvalbeleidsplan, dat de gemeente gaat opstellen, wil de gemeente graag een aantal zaken over dat brengsysteem weten: • Hoe maken huishoudens in Nijmegen-Centrum gebruik van de ondergrondse restafvalcontainers? • Zijn de huishoudens tevreden over aspecten van het gebruik van deze containers? • In hoeverre zorgen de containers voor overlast? En is de overlast van afval sinds de plaatsing van de containers en de introductie van het haalsysteem in Nijmegen-Centrum toe- of afgenomen. • Geven de huishoudens de voorkeur aan het brengsysteem of aan het haalsysteem? Daarom zijn in oktober 2022 1.400 huishoudens in Nijmegen-Centrum via een brief uitgenodigd om een digitale vragenlijst over hun ervaringen met de ondergrondse restafvalcontainers in te vullen.
In de wijk Benedenstad zijn 600 huishoudens benaderd en in de wijk Stadscentrum, waar meer mensen wonen, 800. De vragenlijst was te benaderen via het intikken van een eenvoudige URL in de adresbalk van de browser (nijmegen.nl/containers) en ook via een QR-code. Aan het onderzoek is deelgenomen door 275 respondenten (een respons van 20%), 159 uit Stadscentrum en 111 uit Benedenstad (5 respondenten hebben niet aangeven in welke wijk ze woonden). In Nijmegen-Centrum wonen relatief veel 18-34-jarigen: 67% van de volwassenen in Nijmegen-Centrum behoort tot deze leeftijdsgroep. Van de respondenten behoort 32% tot de 18-34-jarigen. Het aandeel 18-34-jarigen is in het onderzoek dus ondervertegenwoordigd. Tegelijk betekent dat, dat er voldoende respondenten vanaf 35 jaar aan het onderzoek hebben deelgenomen om de uitkomsten naar leeftijdsklasse uit te kunnen splitsen. In de hoofstukken hierna gaan we achtereenvolgens in op: • het gebruik van de ondergrondse restafvalcontainers; • de ervaren overlast van de containers; • of huishoudens voorkeur hebben voor het breng- of haalsysteem.
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
5
Hoofdstuk 1: Gebruik ondergrondse restafvalcontainers Aantal restafvalzakken dat naar de containers wordt gebracht De meeste huishoudens in Nijmegen-Centrum (98%) maken gebruik van de ondergrondse afvalcontainers; 2% doet dat niet met als meest genoemde reden dat men het afval naar de milieustraat van Dar brengt. Circa de helft van de huishoudens brengt per maand gemiddeld tussen de 1 à 2 restafvalzakken naar de container, 6% brengt minder dan 1 zak per maand en ruim veertig procent minstens 2 zakken per maand. 60% 51% 50% 40% 30% 20%
14%
10%
16% 8%
6%
4%
2% 0%
0
<1
1 tot 2
2 tot 3
3 tot 4
4 tot 6
6 of meer
Figuur 1: gemiddeld aantal restafvalzakken dat huishoudens in Nijmegen-Centrum per maand naar de restafvalcontainer brengen
Gemiddeld geven de huishoudens aan 2,4 restafvalzakken per maand naar de container te brengen.
Loopafstand tot de container Gevraagd is naar de loopafstand van de gevel van de woning tot de ondergrondse restafvalcontainer. Driekwart van de huishoudens geeft aan minder dan 100 meter van de container te wonen (41% minder dan 50 meter en 34% tussen de 50 en 100 meter), 17% tussen de 100 en 200 meter en 8% meer dan 200 meter.
Wanneer wordt een volle restafvalzak naar de container gebracht? Van de gebruikers van de ondergrondse containers brengt 77% een volle restafvalzak nog dezelfde dag naar de container, 8% bewaart de volle zak(ken) tijdelijk in of bij de woning en bij 15% wisselt dat. Ruim de helft van de huishoudens heeft de mogelijkheid om restafvalzakken tijdelijk in of bij de woning op te slaan (in de tuin of berging of op het balkon). Twee derde van de huishoudens met die mogelijkheid geeft aan een volle afvalzak nog dezelfde dag naar de container te brengen.
6
De meest aangevinkte redenen om volle restafvalzakken nog dezelfde dag naar de container te brengen zijn: • Ik vind het vies om volle zakken in of bij mijn woning op te slaan (door 80% van de huishoudens die een volle restafvalzak nog dezelfde dag naar de container brengen). • Ik wil geen stank in of bij mijn woning (72%). • Ik wil geen ongedierte in of bij mijn woning (68%). Verder heeft 42% aangevinkt dat men geen mogelijkheid heeft om volle zakken in of bij de woning op te slaan. De meest aangevinkte redenen om volle restafvalzakken tijdelijk in of bij de woning op te slaan zijn: • Ik vind het fijner/efficiënter om meer zakken in 1 keer naar de container te brengen (38% van de huishoudens die een volle restafvalzak tijdelijk in of bij de woning bewaren). • Ik wacht op een moment dat het uitkomt (33%). Verder heeft 19% ‘ik heb de mogelijkheid om volle zakken tijdelijk in of bij mijn woning op te slaan’ aangevinkt en eveneens 19% ‘ik ben afhankelijk van iemand anders, die de zakken voor mij naar de container brengt’. De meest aangevinkte redenen dat men meteen wegbrengen en tijdelijk opslaan van volle restafvalzakken afwisselt zijn: • Afhankelijk van of het wel of niet uitkomt om de zak weg te brengen (76% van de huishoudens die het meteen wegbrengen en tijdelijk opslaan van volle restafvalzakken afwisselen).
• Bij warm weer breng ik de volle restafvalzak sneller naar de ondergrondse container (61%). Verder heeft 26% aangevinkt dat het afhankelijk is van of men ziet of van iemand hoort dat de ondergrondse container vol is of een storing heeft.
Wat doet men als de container vol is? Als de container vol is of een storing heeft, neemt bijna de helft van de huishoudens de restafvalzak terug naar huis. Ruim een derde gaat naar de tweede container waar men met de afvalpas gebruik van mag maken. En ongeveer een kwart zet de zak naast de container (bijplaatsen). Bij de vraag over wat men doet als de container vol is of een storing heeft, waren meer antwoorden mogelijk. Ruim de helft van de huishoudens (55%) weet niet dat de afvalpas toegang geeft tot twee containers: een container dicht bij huis en een reservecontainer voor het geval de container dicht bij huis een storing heeft of vol is. Bij de huishoudens, die bijplaatsen, gaat het relatief vaak om mensen die niet weten dat de afvalpas bij twee containers gebruikt kan worden. Bijplaatsen wordt ook relatief veel gedaan door personen in een onzelfstandige woning (zonder eigen toegang of met gedeelde keuken en/of toilet) en 1834-jarigen en relatief weinig door personen vanaf 50 jaar.
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
7
ik neem de zak mee terug naar huis en probeer het later opnieuw
46%
ik ga naar tweede container waar ik met pasje gebruik van mag maken
37%
ik meld bij Dar dat de container een storing heeft of vol is
31%
ik zet de zak naast de container (bijplaatsen)
26%
ik ga naar de milieustraat om de zak in te leveren
2% 8%
anders 0%
10%
20%
30%
40%
50%
Figuur 2: wat doet men met de restafvalzak als de container vol is of een storing heeft?
Bijna een derde geeft aan dat men het bij Dar meldt als men merkt dat de container vol is of een storing heeft. Door enkele respondenten genoemde antwoorden bij ‘anders’ zijn de volgende: • nog nooit meegemaakt dat de container vol was; • tweede container is ook vaak vol (en dan zet ik de zak bij de container); • als de klep maar half open gaat en het restafval er niet in past, worden er toch kosten gerekend.
Oordeel over aspecten van het gebruik van de containers Aan de respondenten zijn zeven aspecten van het gebruik van de containers voorgelegd met de vraag of men daar tevreden of ontevreden over is: • De loopafstand van de woning tot de container. • De toegankelijkheid (denk aan obstakels rondom de container, waardoor u mogelijk niet goed bij de container kunt komen). • Het gebruiksgemak (denk aan de wijze van bediening en het goed kunnen openen van de klep). • Het kwijt kunnen van de restafvalzak (denk aan of de container wel eens vol is of door een storing niet werkt). • De snelheid van het oplossen van storingen aan de container (vol of defect). • Het inzicht in de kosten van het gebruik van de container. • De mate waarin de container zelf schoon is (denk aan of de container wel eens is besmeurd, beplakt of beschilderd met graffiti).
8
De huishoudens blijken het meest tevreden over de loopafstand tot de container (75% tevreden; 14% niet tevreden), de toegankelijkheid (74% tevreden; 15% niet tevreden) en het gebruiksgemak (68% tevreden; 19% niet tevreden). 46%
loopafstand tot container
32%
toegankelijkheid
kwijt kunnen van restafval
46%
12%
snelheid oplossen storingen 6% inzicht in kosten gebruik
6%
mate van schoon zijn van container
7%
10% 10% 5%
42%
22%
gebruiksgemak
12% 8% 6%
29%
32% 22%
16%
28%
37%
27%
18% 31%
14% 5% 17%
24% 13% 7%
26%
29%
13%
9% 9% 12% 10%
0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100%
heel tevreden niet tevreden
tevreden helemaal niet tevreden
neutraal weet niet
Figuur 3: mate van tevredenheid over een aantal aspecten voor van het gebruik van de ondergrondse restafvalcontainer
Over enkele andere aspecten van het gebruik van de containers zijn de meningen meer verdeeld. Over het kwijt kunnen van het restafval in de container (denk aan of de container wel eens vol is of door een storing niet werkt) is 44% tevreden en 41% niet tevreden. Over de snelheid waarmee storingen aan de container (vol of defect) opgelost worden, is 28% tevreden en 20% niet tevreden. En over het inzicht in de kosten van het gebruik is 35% tevreden en 27% ontevreden. Over de mate waarin de container zelf schoon is (denk aan of de container wel eens is besmeurd, beplakt of beschilderd met graffiti) zijn meer huishoudens tevreden (44%) dan ontevreden (22%). Bij de mate van tevredenheid over de gebruiksaspecten van de containers zien we verschillen naar achtergrondkenmerken: Loopafstand: 75% tevreden en 14% niet tevreden • Met het toenemen van de loopafstand neemt de mate van tevredenheid af: van de huishoudens, die aangeven op meer dan 100 meter afstand van de container te wonen, is 42% tevreden en 42% niet tevreden. • Met het toenemen van de leeftijd neemt de mate van tevredenheid af; van de 65plussers is 62% tevreden en 21% niet tevreden.
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
9
Toegankelijkheid: 74% tevreden en 15% niet tevreden • Met het toenemen van de loopafstand neemt de mate van tevredenheid af: van de huishoudens, die aangeven op meer dan 100 meter afstand van de container te wonen, is 58% tevreden en 23% niet tevreden. • Met het toenemen van de leeftijd neemt de mate van tevredenheid af; van de 50plussers is 65% tevreden en 22% niet tevreden. Gebruiksgemak: 68% tevreden en 19% niet tevreden • Met het toenemen van de loopafstand neemt de mate van tevredenheid wat af: van de huishoudens, die aangeven op meer dan 100 meter afstand van de container te wonen, is 64% tevreden en 30% niet tevreden. • Met het toenemen van de leeftijd neemt de mate van tevredenheid wat af; van de 50-plussers is 63% tevreden en 26% niet tevreden. Kwijt kunnen van restafval: 44% tevreden en 41% niet tevreden • 18- t/m 34-jarigen zijn vaker tevreden: 54% is tevreden en 35% is niet tevreden. • Huishoudens, die aangeven op minder dan 50 meter afstand van de container te wonen, zijn wat vaker tevreden: 48% is tevreden en 35% niet tevreden. Snelheid oplossen van storingen: 28% tevreden en 20% niet tevreden • Huishoudens, die aangeven op minstens 100 meter afstand van de container te wonen, zijn minder vaak tevreden (16%) en geven vaker aan geen antwoord te weten op deze vraag.
Inzicht in kosten gebruik: 35% tevreden en 27% niet tevreden • 65-plussers zijn meer tevreden: 52% tevreden en 17% niet tevreden. Het bovenstaande samenvattend zien we dat de afstand tot de container van invloed is op de tevredenheid over de containers. Huishoudens, die aangeven dat de afstand tot de container minstens 100 meter is, zijn vaker dan gemiddeld ontevreden over de loopafstand, de toegankelijkheid en het gebruiksgemak. Ook mensen behorend tot de hogere leeftijdsklassen zijn vaker dan gemiddeld ontevreden over deze aspecten. Over het inzicht in de kosten van het gebruik van de containers zijn de 65-plussers juist vaker dan gemiddeld tevreden. De verschillen tussen huishoudens woonachtig in de Benedenstad en huishoudens woonachtig in Nijmegen-Centrum zijn niet groot.
10
Hoofdstuk 2: Ervaren overlast van de ondergrondse restafvalcontainers Van de huishoudens ervaart 28% ‘nooit’ of ‘minder dan 1 keer per maand’ overlast rondom de ondergrondse afvalcontainer die men gebruikt; 30% ervaart maandelijks overlast en 42% wekelijks of dagelijks.
15%
10%
18%
nooit < 1 keer per maand 1 of meer keer per maand
27%
1 of meer keer per week iedere dag 30%
Figuur 4: hoe vaak ervaart men overlast direct rondom de ondergrondse restafvalcontainer die men gebruikt?
De meest voorkomende vorm van overlast van de containers is het bijplaatsen van restafvalzakken (aangevinkt door 82% van alle respondenten; zie figuur op volgende pagina). Ook het bijplaatsen van grofvuil (46%), zwerfafval bij de containers (47%) en oranje zakken met plastic+ afval bij de containers die op het verkeer moment worden aangeboden (46%) zijn relatief vaak voorkomende vormen van overlast.
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
11
zakken met restafval die naast de container worden geplaatst in plaats van erin
82%
grofvuil dat bij de container wordt geplaatst
46%
zwerfafval
47%
oranje zakken met plastic+ afval die op verkeerde moment aangeboden worden
46% 31%
stank oud papier dat op verkeerde moment wordt aangeboden
17% 10%
ongedierte lawaai door het leegmaken van de container
6%
lawaai door het storten van restafvalzakken in de container
3% 10%
anders 0%
20%
40%
60%
80%
Figuur 5: om wat voor overlast direct rondom uw ondergrondse restafvalcontainer gaat het vooral? (in procenten van alle respondenten)
De antwoorden bij ‘anders’ gaan deels ook over glascontainers (kapot glas bij glascontainers; glascontainers vaak vol).
12
100%
Gevraagd is naar de invloed van de overlast van de ondergrondse restafvalcontainers op het woongenot. Aan de respondenten, die overlast direct rondom de container die ze gebruiken ervaren, is de volgende stelling voorgelegd: ‘de overlast direct rondom de ondergrondse restafvalcontainer beïnvloed mijn woongenot negatief’; 32% van de huishoudens geeft aan dat de overlast van de container het woongenot negatief beïnvloed.
10%
helemaal mee eens
13%
mee eens 15%
neutraal 19%
24% 20%
niet mee eens helemaal niet mee eens n.v.t. (ervaart nooit overlast)
Figuur 6: reacties op de stelling ‘de overlast direct rondom de ondergrondse restafvalcontainer beïnvloed mijn woongenot negatief’
Met het toenemen van de leeftijd groeit het percentage waarbij de overlast direct rondom de container het woongenot negatief beïnvloed (van 18% van de 18-34-jarigen tot 53% van de 65-plussers). Voor de Benedenstad (28%) en Stadscentrum (34%) verschilt het percentage niet veel. De ondergrondse restafvalcontainers in de wijken Stadscentrum en Benedenstad zijn rond 2019 geplaatst. Daarmee is de inzameling van huishoudelijk restafval gewijzigd van een haalsysteem naar een brengsysteem. Dar haalt dus niet langer groene en rode restafvalzakken huis-aan-huis op (haalsysteem), maar huishoudens moeten de restafvalzakken zelf naar een ondergrondse container brengen (brengsysteem). Gevraagd is of men sinds die wijziging in de eigen straat bij de woning en in heel het centrum van Nijmegen meer of minder overlast van afval ervaart.
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
13
overlast in straat bij woning
27%
26%
40%
overlast in Nijmegen-Centrum
25%
34%
26%
0%
20%
40%
meer
hetzelfde gebleven
60%
minder
7%
15% 80%
100%
weet niet
Figuur 7: ontwikkeling van de overlast van afval sinds de wijziging van het haalsysteem naar het brengsysteem (deze vraag is alleen beantwoord door huishoudens in Nijmegen-Centrum, die het haalsysteem nog hebben meegemaakt).
De groep die sinds de introductie van het brengsysteem minder overlast van afval in de eigen straat bij de woning ervaart (40%), is groter dan de groep die sinds die tijd meer overlast van afval ervaart (27%). Dit verschil meten we zowel bij de huishoudens in Benedenstad als bij de huishoudens in Stadscentrum. Bij enkele groepen is het verschil in het deel dat een afname ziet en het deel dat een toename ziet kleiner: huishoudens die aangeven op minder dan 50 meter afstand van de container te wonen en de leeftijdsklassen vanaf 50 jaar. Respondenten konden een toelichting geven op het meer of minder overlast van afval ervaren in de eigen straat bij de woning sinds de introductie van het brengsysteem. Bij ‘meer overlast’ zijn dit door minstens drie respondenten genoemde zaken: • Bijplaatsen, dumpen van afval (restafvalzakken, grofvuil, oranje zakken). • Containers vaak vol of stuk; werkt bijplaatsen afval in de hand. • Meer zwerfafval, omdat afval bij container wordt gedumpt (en zich vervolgens verspreid). • Als je woning dicht bij een container staat (bijvoorbeeld onder balkon van een appartementencomplex), heb je meer overlast. • Meer stankoverlast. • Zakken die worden gedumpt en niet naar de container worden gebracht.
En bij minder overlast zijn dit de door minstens drie respondenten genoemde zaken: • Geen restafvalzakken meer op de stoep/op straat/in tuintjes, die open kunnen scheuren, kapot getrapt kunnen worden of aangevreten kunnen worden. • Het is veel schoner in de straat, minder zwerfafval. • Rode en groene zakken werden vaak op niet-ophaaldagen buiten gezet (te vroeg, te laat). Voor het ervaren van overlast van afval in heel Nijmegen-Centrum sinds de introductie van het brengsysteem zijn minder overlast (26%) en meer overlast (25%) meer in balans. Bij de categorie ‘hetzelfde gebleven’ zijn ook de respondenten meegerekend die ‘in ene gebied meer, in andere gebied minder’ aangevinkt hebben. Respondenten konden een toelichting geven op het meer of minder overlast ervaren in heel Nijmegen-Centrum sinds de introductie van het brengsysteem. Daarbij zijn dezelfde zaken genoemd als bij de toelichting op de meer of minder overlast van afval in de eigen straat bij de woning (zie hierboven).
14
Hoofdstuk 3: Voorkeur voor haal- of brengsysteem? Gevraagd is aan welk systeem voor de inzameling van restafval men de voorkeur geeft: • het haalsysteem (groene en/of rode restafvalzakken op vaste ophaaldagen bij de woning aan de straat zetten) of; • het brengsysteem (restafvalzakken op elk gewenst moment zelf naar een ondergrondse container brengen).
58%
sterke voorkeur voor brengsysteem
13%
lichte voorkeur voor brengsysteem
16%
sterke voorkeur voor haalsysteem
8%
lichte voorkeur voor haalsysteem
5%
geen voorkeur, weet niet 0%
10%
20%
30%
40%
50%
60%
70%
Figuur 8: aan welk systeem voor restafvalinzameling geeft men de voorkeur?
Circa 7 op de 10 huishoudens geven de voorkeur aan het brengsysteem. Bij een ruime meerderheid van die groep gaat het om een sterke voorkeur. Circa een kwart geeft de voorkeur aan het haalsysteem. Voor alle onderscheiden deelgroepen geldt dat het brengsysteem duidelijk vaker de voorkeur krijgt dan het haalsysteem (zie figuur op volgende pagina). Bij de leeftijdsklassen tot 50 jaar en de huishoudens, die op minder dan 50 meter afstand van de container wonen, is de voorkeur voor het brengsysteem het sterkst. Tussen de huishoudens in Benedenstad en Stadscentrum is het verschil in voorkeur klein.
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
15
18-34 jaar
80%
35-49 jaar
84%
13% 16%
50-64 jaar
63%
31%
65+
61%
33%
eenpersoonshuishouden
67%
27%
meerpersoonshuishouden
73%
21%
laagbouw
65%
30%
hoogbouw
71%
23%
woont in zelfstandige woning
71%
23%
woont in onzelfstandige woning
72%
28%
79%
loopafstand < 50 meter
17%
70%
loopafstand 50-100 meter
22%
59%
loopafstand 100-200 meter
38%
Benedenstad
74%
21%
Stadscentrum
69%
26%
0%
voorkeur brengsysteem
20%
40%
60%
voorkeur haalsysteem
80%
geen voorkeur
Figuur 9: voorkeur voor haal- of brengsysteem, naar achtergrondkenmerken
16
100%
De respondenten met een voorkeur voor het brengsysteem hebben gemiddeld zes redenen daarvoor aangevinkt. ik ben niet meer gebonden aan vaste ophaaldagen
91%
ik hoef restafval niet langer dan nodig in en om woning te bewaren
85%
bij warm weer kan ik restafvalzakken snel wegbrengen
76%
minder risico op stank in en om woning
68%
vanuit hygiëne overwegingen
59%
minder risico op ongedierte in en om woning
58%
ik vind dat brengsysteem tot een schonere woonomgeving leidt
45%
ik kan zelf bepalen welke afvalzakken ik gebruik
40%
ik heb geen ruimte in of om woning om volle restafvalzak op te slaan tot ophaaldag
37%
brengsysteem stimuleert me meer om afval goed te scheiden dan het haalsysteem
22%
dat geeft me ruimte voor bewaren van ander afval, zoals plastic+
14%
10%
anders 0%
20%
40%
60%
80%
100%
Figuur 10: redenen voor de voorkeur voor het brengsysteem (in procenten van de respondenten met een voorkeur voor het brengsysteem)
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
17
De respondenten met een voorkeur voor het haalsysteem hebben gemiddeld drie redenen daarvoor aangevinkt.
ik heb geen last van te een volle container of van storingen aan de container
65%
ik vind dat haalsysteem tot een schonere woonomgeving leidt
52%
ik hoef minder ver te lopen om restafval kwijt te raken
51%
ik heb geen overlast meer van de ondergrondse containers
48%
ik kan kiezen uit kleinere, goedkopere, rode zak of grotere, duurdere, groene zak
34%
ik heb direct zicht op de kosten, omdat ik zie hoe snel mijn rol restafvalzakken opraakt
26%
niet meer afhankelijk van anderen voor wegbrengen van restafvalzakken het haalsysteem stimuleert me meer om afval goed te scheiden dan het brengsysteem anders
14%
8%
11%
0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% Figuur 11: redenen voor de voorkeur voor het haalsysteem (in procenten van de respondenten met een voorkeur voor het haalsysteem)
18
Bijlage: slotopmerkingen Aan het einde van de vragenlijst is gevraagd of de respondenten nog iets wilden opmerken, dat ze in de vragenlijst niet kwijt konden. Door minstens drie respondenten genoemde zaken zijn de volgende: • Er lijken soms toch kosten gerekend te worden, als men de zak niet in de container kwijt kan (als na het scannen van de pas blijkt dat er een storing is of als na het (half) openen van de klep blijkt dat de container vol is). • Het openen met de afvalpas gaat moeizaam. • Het gebruik van de containers zou gratis moeten zijn. • Betalen naar gewicht is beter dan op basis van het aantal keer dat men de container opent. • Het komt te vaak voor dat de container vol is of dat er een storing is. • Bijplaatsen van afval komt te vaak voor. • Complimenten voor Dar voor het weghalen van bijgeplaatst afval. • Druk op brengsysteem en overlast bij containers door het grote aantal studenten dat in Nijmegen-Centrum woont. • Meer controle nodig op bijplaatsen van afval; camera’s plaatsen om te kunnen handhaven; meer boetes uitdelen. • Het zou mooi zijn als er ook voor plastic+ afval en oud papier ondergrondse containers komen.
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
19