Onderbouwing van de wijzigingen
Tekst van het document
Onderbouwing wijzigingen Park Lingezegen
Zienswijzen
Oud artikel
Nieuw artikel
Onderbouwing
Gelet op: het bepaalde in de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Provinciewet, de Gemeentewet en de Waterschapswet;
Gelet op: het bepaalde in de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Gemeentewet;
In de aanhef stonden nog de Provinciewet en de Waterschapswet als basis voor de gemeenschappelijke regeling Park Lingezegen. Deze kunnen worden geschrapt omdat de provincie Gelderland en het Waterschap Rivierenland geen onderdeel meer uitmaken van de gemeenschappelijke regeling. Ten onrechte zijn bij de laatste wijziging van de gemeenschappelijke regeling de provincie Gelderland en het Waterschap Rivierenland verwijderd uit de definitie bestuursovereenkomst. Hoewel zij uit de gemeenschappelijke regeling zijn gestapt zijn ze wel partij geweest bij die bestuursovereenkomst. De Wet gemeenschappelijke regelingen vraagt om te beslissen of een zienswijzeprocedure van kracht is voorafgaand aan definitieve besluiten van het Algemeen Bestuur. Met dit artikel sluiten we een voorafgaande verplichte zienswijzeprocedure uit, tenzij deze uit de wet volgt.
Artikel 1, onder b Artikel 1, onder b Bestuursovereenkomst: de overeenkomst Bestuursovereenkomst: de overeenkomst tussen de Deelnemende tussen de Deelnemende Partijen, Partijen, de provincie Gelderland, waterschap Rivierenland, Staatsbosbeheer en de Stadsregio Arnhem- Staatsbosbeheer en de Stadsregio ArnhemNijmegen van juli 2008 Nijmegen van juli 2008 waarin de waarin de voorwaarden, uitgangspunten en wijze van samenwerking voorwaarden, uitgangspunten en wijze van voor de realisatie en het beheer van Park Lingezegen zijn vastgelegd; samenwerking voor de realisatie en het beheer van Park Lingezegen zijn vastgelegd; Artikel 7, lid 4 (nieuw) Besluiten van het algemeen bestuur worden niet vooraf voor een zienswijze voorgelegd aan de raden van de deelnemende gemeenten, behalve indien dat wettelijke verplicht is
Artikel 11. Bevoegdheden Artikel 11. Bevoegdheden De leden 3, 4 en 5 van artikel 11 1. Alle bevoegdheden die niet aan een 1. Alle bevoegdheden die niet aan een ander orgaan zijn toebedeeld, voorzagen nog in de oude regeling maar ander orgaan zijn toebedeeld, komen toe komen toe aan het kunnen nu geschrapt worden omdat ze niet meer relevant zijn. dagelijks bestuur. aan het dagelijks bestuur. 2. Het dagelijks bestuur is voorts bevoegd 2. Het dagelijks bestuur is voorts bevoegd tot: a. het vaststellen van het arbeids- en formatieplan. tot: a. het vaststellen van het arbeids- en b. het vaststellen van een reglement van orde voor zijn vergaderingen. formatieplan. c. het geven van aanwijzingen aangaande het beheer voor de parkonderdelen waarvan b. het vaststellen van een reglement van de Parkorganisatie beheervergoedingen betaalt aan beheerders. orde voor zijn vergaderingen. c. het geven van aanwijzingen aangaande d. het betalen van beheervergoedingen aan de beheerders conform het het beheer voor de parkonderdelen Beheerplan waarvan de Parkorganisatie Park Lingezegen. e. het doen van beleidsvoorstellen aan de deelnemende partijen, beheervergoedingen betaalt aan betreffende gemeenschappelijke beleidsuitgangspunten ten behoeve beheerders d. het betalen van beheervergoedingen aan van de doorontwikkeling van Park Lingezegen. de beheerders conform het Beheerplan f.
het bespreken van gemeenschappelijke thema’s en het, waar nodig Park Lingezegen. voorbereiden van gemeenschappelijk beleid dat past bij de doelstelling e. het doen van beleidsvoorstellen aan de van Park Lingezegen. deelnemende partijen, betreffende g. het exploiteren van de gronden in eigendom van de gemeenschappelijke beleidsuitgangspunten gemeenschappelijke regeling, ten behoeve van de doorontwikkeling van waaronder het evenemententerrein. h. het (financieel) stimuleren van initiatieven die passen binnen de Park Lingezegen. f. het bespreken van gemeenschappelijke doelstellingen van Park Lingezegen. thema’s en het, waar nodig voorbereiden van gemeenschappelijk beleid dat past bij de doelstelling van Park Lingezegen. g. het exploiteren van de gronden in eigendom van de gemeenschappelijke regeling, waaronder het evenemententerrein.
h. het (financieel) stimuleren van initiatieven die passen binnen de doelstellingen van Park Lingezegen. 3. Als en voor zover de uitoefening van de bevoegdheden, zoals in het eerste lid bedoeld het beheer van gerealiseerde onderdelen van Park Lingezegen betreffen, worden door het dagelijks bestuur slechts besluiten genomen als Staatsbosbeheer in de gelegenheid is gesteld hierover een advies uit te brengen. 4. Het dagelijks bestuur is bevoegd de provincie Gelderland te verzoeken het ILGbudget en de DLG in te zetten en aan te sturen voor zover het de realisatie van Park Lingezegen betreft met inachtneming van de provinciale begroting, de Bestuursovereenkomst 2007-2013 en de Prestatieovereenkomst of daarvoor in de plaats tredende afspraken. De provincie Gelderland geeft zo spoedig mogelijk gehoor aan dit verzoek. 5. Het in het vorige lid bedoelde verzoek kan tevens grondverwerving of –vervreemding betreffen zoals beschreven in de Bestuursovereenkomst 2007-2013. Artikel 14. Algemeen en dagelijks bestuur Artikel 14. Algemeen en dagelijks bestuur ten opzichte van de raden ten opzichte van de raden, provinciale 1. Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur geven aan de raden van de deelnemende gemeenten gevraagd en ongevraagd alle staten en algemeen bestuur waterschap 1.
Het algemeen bestuur en het dagelijks informatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is. bestuur geven aan de raden van de
Hier is nog sprake van een kennelijke verschrijving in de titel en in het tweede lid. Bij de laatste wijziging van de gemeenschappelijke regeling zijn provincie en waterschap uitgetreden
deelnemende gemeenten gevraagd en ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is. 2. Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur verstrekken aan de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die door een of meer leden van die raden, provinciale staten of algemeen bestuur worden verlangd. Artikel 15. Leden algemeen bestuur ten opzichte van college of bestuur
2. Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur verstrekken aan de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die door een of meer leden van die raden, worden verlangd.
en daarmee hadden die hier geschrapt moeten zijn. Met deze wijziging gebeurt dat alsnog
Artikel 15. Leden algemeen bestuur ten opzichte van college
In artikel 15 is ‘of bestuur’ geschrapt. Dit zag op het bestuur van het waterschap.
Actieve informatieplic ht
Artikel 17, zesde lid (nieuw) 6. De Parkorganisatie zorgt ervoor dat agenda’s, besluiten en andere openbare stukken digitaal worden ontsloten.
De stukken van het bestuur zijn openbaar. Met de Wet open overheid en de aanpassing van de Wet gemeenschappelijke regelingen wordt nog meer transparantie gevraagd van de gemeenschappelijke regeling. Dit is nu verankerd in artikel 17 lid 6.
Participatie
Artikel 17, zevende lid (nieuw) Ook wordt gevraagd om 7. De Parkorganisatie zorgt ervoor dat belangstellenden bij de belangstellenden in de gelegenheid te voorbereiding van besluitvorming stellen om een zienswijze te geven die zich daarvoor leent, worden betrokken en geeft ze de mogelijkheid voorafgaand aan besluitvorming door om een zienswijze te het bestuur. De Parkorganisatie werkt zo transparant mogelijk en betrekt ook de geven. omwonenden als dat noodzakelijk is voor een goede besluitvorming. Dat is verwoord in artikel 17 lid 7.
Financiële procedure
Financiële procedure
Artikel 18. Begrotingsprocedure Artikel 18 Begroting en procedure De begrotingsprocedure wordt altijd al 1. De vaststelling van de begroting door het 1. De vaststelling van de begroting door het algemeen bestuur, zoals met de deelnemers afgestemd en algemeen bestuur, zoals bedoeld in artikel bedoeld in artikel 35 van de Wet geschiedt vóór 15 juli in het jaar daardoor loopt deze ook altijd binnen de termijnen. De Wet gemeenschappelijke 80, eerste lid, van de Wet geschiedt vóór 1 voorafgaand aan dat waarvoor zij dient. juli in het jaar voorafgaande aan dat 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 35 van de Wet zorgt het regelingen vraagt inmiddels andere dagelijks bestuur vóór 1 april voor de in dat lid bedoelde toezending van termijnen dan voorheen en die waarvoor zij dient. termijnen zijn met artikel 18 ook 2. Overminderd het bepaalde in artikel 81, de ontwerpbegroting vergezeld van een behoorlijke eerste lid, van de Wet zorgt het dagelijks verankerd in de gemeenschappelijke toelichting, ten behoeve van de zienswijzeprocedure. bestuur vóór 1 april voor de in dat lid regeling. bedoelde toezending van de ontwerpbegroting vergezeld van een behoorlijke toelichting. Artikel 19 Jaarrekening Artikel 19. Jaarrekening en procedure Voor de jaarrekeningsprocedure geldt 1. De vaststelling van de jaarrekening door 1.
De vaststelling van de jaarrekening door het algemeen bestuur, zoals hetzelfde als de begrotingsprocedure. het algemeen bestuur, zoals bedoeld in bedoeld in artikel 34, derde lid, van de Wet geschiedt vóór 15 juli De Parkorganisatie handelt in samenwerking met de deelnemers altijd artikel 80, derde lid, van de Wet geschiedt volgend op het jaar waarop deze betrekking heeft. vóór 1 juli volgend op het jaar waarop deze 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 34b van de Wet, zorgt het binnen de afgesproken termijnen. De dagelijks bestuur vóór 1 april voor de in dat lid bedoelde toezending Wet gemeenschappelijke regelingen betrekking heeft. vraagt voor de jaarrekeningsprocedure 2. Bij het ontwerp van de jaarrekening is het van de financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige bepaalde in artikel 19 tweede lid van de jaarrekening, ten behoeve van de zienswijzeprocedure. andere termijnen en die zijn met artikel Regeling van overeenkomstige toepassing. 19 verankerd in de gemeenschappelijke regeling. Artikel 21. Beheerskosten Artikel 21. Beheerskosten Artikel 21 is inhoudelijk niet gewijzigd Als de aanwijzingen van de Parkorganisatie Als de jaarlijkse beheerkosten met meer dan 5% stijgen (met maar duidelijker opgeschreven.
zoals bedoeld in artikel 7, eerste lid aan de uitzondering van de jaarlijkse indexering) dan wordt een afweging beherende Deelnemende Partijen leiden tot gemaakt of het beheerplan moet worden aangepast of dat een extra een verhoging van de jaarlijkse bijdrage wordt gevraagd aan de Deelnemers. Dit gebeurt pas na een beheerkosten voor één of meerdere van die voorafgaande verklaring van geen bezwaar van het algemeen bestuur partijen met meer dan 5% behoeven deze dat daarover met eenparigheid van stemmen dient te beslissen. aanwijzingen een voorafgaande verklaring
Uittreding
van geen bezwaar van het algemeen bestuur dat daarover met eenparigheid van stemmen dient te beslissen. Artikel 23, tweede lid Artikel 23, tweede lid De toetredingsprocedure voor nieuwe De toetreding gaat in op de datum die De toetreding gaat gepaard met een wijziging van de deelnemers tot de gemeenschappelijke daarvoor in de wet is bepaald. gemeenschappelijke regeling en bijbehorende procedure en gaat in op regeling is geactualiseerd. de datum die daarvoor in de Wet is bepaald. Artikel 24 Uittreding Artikel 24 Uittreding De uittredingsprocedure was altijd al omschreven maar is niet voldoende 1. Deelnemende Partijen kunnen op elk 1. Deelnemende Partijen kunnen op elk moment uittreden uit de moment uittreden uit de Regeling na een Regeling na een daartoe strekkend besluit van het bevoegde duidelijk in het kader van de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen. daartoe strekkend besluit van het bevoegde bestuursorgaan. bestuursorgaan doch niet eerder dan na 2. Bij uittreding van een Deelnemer wordt een uittreedbijdrage Daarom is deze nu aangepast, wat tot meer duidelijkheid over de uittreding vastgesteld die de uittredende partij moet betalen aan de realisatie van de Basisvariant. 2. Uittreding, zoals in het vorige lid bedoeld, Parkorganisatie. De uittreedbijdrage wordt bepaald door de jaarlijkse van een van de deelnemers leidt.
is slechts mogelijk als voor de resterende bijdrage van de uittredende deelnemer aan de beheerkosten, Inhoudelijk is de regeling niet veranderd. financiële verplichtingen van de uittredende gecorrigeerd met de jaarlijkse prijspeilstijging, te vermenigvuldigen Mocht een deelnemer uit willen treden deelnemer op grond van de met 20. Hiermee is geborgd dat het beheer van de gronden van Park dat moet een deel van de beheerkosten worden bijgedragen voor de toekomst. Bestuursovereenkomst of daarop volgende Lingezegen gedurende 20 jaar kan worden uitgevoerd en geeft of in de plaats tredende afspraken een resterende partijen de mogelijkheid om andere financieringsbronnen Het AB kan bepalen welk deel dat is via vaststellingsovereenkomst wordt gesloten. aan te wenden. Het algemeen bestuur kan een uittredingsregeling een uittredingsregeling. Bij het opmaken van deze vaststellen aan de hand van de kaders uit het eerste en tweede lid. Het algemeen bestuur kan voorwaarden verbinden aan de uittreding. vaststellingsovereenkomst tussen de 3. Indien, als gevolg van uittreding, slechts twee Deelnemende Partijen Parkorganisatie en de uittredende deelnemer worden de resterende financiële resteren heeft een besluit als bedoeld in het eerste lid opheffing van de verplichtingen inzake de beheerkosten voor Regeling tot gevolg.
de uittredende deelnemer gekapitaliseerd voor een periode van 20 jaren vanaf het moment van uittreding. De uittreedbijdrage wordt bepaald door de jaarlijkse bijdrage van de uittredende deelnemer aan de beheerkosten, gecorrigeerd met de
jaarlijkse prijspeilstijging, te vermenigvuldigen met 20. 3. Indien, als gevolg van uittreding, slechts twee Deelnemende Partijen resteren heeft een besluit als bedoeld in het eerste lid opheffing van de Regeling tot gevolg. Artikel 25, derde lid (nieuw) Bij opheffen van de gemeenschappelijke Bij het besluit tot opheffing worden tussen de Deelnemende Partijen regeling was nog niet goed bepaald hoe in ieder geval afspraken gemaakt over het personeel, de bezittingen, omgegaan wordt met de Parkorganisatie. Het derde lid van artikel alsmede de wijze waarop het batig dan wel nadelig saldo van de Parkorganisatie over de alsdan Deelnemende Partijen wordt verdeeld. 25 geeft hier nu duidelijkheid over. evaluatie
Artikel 27. Duur van de regeling De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.
Artikel 27. Duur van de regeling en evaluatie De Wet gemeenschappelijke regelingen vraagt om aan te geven of er een 1. De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. 2. Het Algemeen Bestuur beoordeelt iedere 7 jaar, met ingang van evaluatie van de regeling plaatsvindt en 2024, of een evaluatie van de gemeenschappelijke regeling nodig is. met welke frequentie. Dat is nu Het Algemeen Bestuur kan ook op basis van een gemotiveerd verzoek opgenomen in artikel 27 van de gemeenschappelijke regeling. Ook is van een deelnemer beslissen om een evaluatie in te stellen. bepaald dat de regeling voor onbepaalde tijd wordt vastgesteld. (Dit was ook altijd al het uitgangspunt)