CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Omgevingseffectrapport 2020

Besluitronde (raadsvergadering) 28 mei 2025, gemeente NijmegenBij agendapunt: D2 d.d. 25 maart 2025 over Ontwerpbesluit ‘Omgevingsvisie gemeente Nijmegen: De Nabije Stad’31.219 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Zolang er nog geen afspraken zijn in het kader van de Regionale Energiestrategie (RES) is het niet zeker dat de energietransitiedoelstellingen van de gemeente tijdig kunnen worden behaald. Gezien het feit dat dit een voortzetting van het huidige beleid is, dat eventuele veranderingen worden vormgegeven in het kader van de RES, levert dit geen nieuwe kansen of risico’s op. Deze keuze wordt daarom hier niet verder beoordeeld.

5.2.6

Een groter centrumgebied

“De komende jaren werken we aan de verbreding van het centrum naar de gebieden rondom de Waal. Onder de noemer ‘Nijmegen omarmt de Waal’ realiseren we verschillende projecten aan de oevers van de rivier, waarmee de stad zich naar de rivier toe wendt. Deze projecten bepalen het aangezicht van het toekomstige Nijmegen en bieden unieke kansen voor wonen, recreëren en werken.” Pagina 75 Omgevingsvisie Behoud biodiversiteit De keuze voor een groter centrumgebied heeft geen directe invloed op de biodiversiteit. Alle recent ontwikkelde groengebieden in dit centrumgebied blijven behouden.

11 juni 2020

AANGEVULD OER OMGEVINGSVISIE NIJMEGEN

BG9482TPRP2006111353

70

Projectgerelateerd

Bescherming van de ondergrond In het grotere centrumgebied zijn er op diverse locaties bekende bodemverontreinigingen en grondwaterverontreinigingen die bij herontwikkeling worden aangepakt. De kans op verbetering van de bodem- en grondwaterkwaliteit is derhalve groot bij deze keuze. In het centrumgebied, vooral ten zuiden van de Waal, liggen gebieden met zeer hoge archeologische waarden. In lijn met het beleid van de gemeente biedt dit goede kansen om de historie van de stad hier nog beter herkenbaar te maken. Klimaatadaptatie Omdat het gebied is gelegen rondom de Waal is er een hoger overstromingsrisico dan in andere gebieden. Het overstromingsrisico veranderd naar verwachting echter niet vanwege de reeds getroffen maatregelen. Voor hittestress is dit gebied eveneens gevoelig, met name aan de zuidzijde van de Waal. Dit gebied bevat relatief weinig groen wat voor verkoeling kan zorgen. Doordat het doorgaande verkeer hier uitgehaald wordt, ontstaat er ruimte om juist meer groen te realiseren in dit gebied. Wateroverlast speelt ook in het zuidelijke deel van het centrumgebied. Dit wordt vooral veroorzaakt door de relatief lage ligging en het afstromende water vanaf de hellende delen van de stad. Het vasthouden van water op de hellende delen is lastig, maar zou ten minste nader onderzocht moeten worden.

Energie Het grotere centrumgebied en de voorgenomen ontwikkelingen leiden in beginsel tot een hoger energiegebruik. Nieuwbouw biedt echter wel goede kansen voor energiezuinige gebouwen. Daarnaast is er in een groot deel van dit gebied al sprake van gebruik van duurzame warmte en opwekking van duurzame energie. Gezond en veilig Doordat het doorgaande verkeer uit dit centrumgebied wordt geweerd en er binnen het gebied wordt ingezet op meer duurzame mobiliteit, zal er minder geluidsoverlast van het verkeer optreden. Ook de luchtkwaliteit, de mogelijkheden voor bewegen en ontmoeten en de veiligheid voor fietsers en voetgangers worden hierdoor beter. Leefomgeving In dit gebied wordt ingezet op functiemenging en meer diversiteit van wonen. Er wordt ruimte geboden aan de groei van horeca, cultuur, dienstverlening en evenementen. Daarbij geldt nadrukkelijk dat het evenwicht tussen ‘leefbaarheid’ en de reuring die in de binnenstad heerst steeds belangrijker wordt. De inzet op diversiteit, veel openbare ruimte aan het water en groen bieden goede kansen voor een hogere waardering van de leefomgeving. Economie De binnenstad levert een belangrijke bijdrage aan de huidige werkgelegenheid, vooral in groeisectoren als horeca en dienstverlening. Een groter centrumgebied biedt daarom goede kansen voor de werkgelegenheid en de economische ontwikkeling van de stad.

Bereikbaarheid Het grotere centrumgebied is niet van invloed op de criteria ten aanzien van bereikbaarheid. Lokaal verandert de bereikbaarheid door het doorgaande verkeer te weren. Wat dit lokaal betekent, dient echter nog nader uitgewerkt te worden.

11 juni 2020

AANGEVULD OER OMGEVINGSVISIE NIJMEGEN

BG9482TPRP2006111353

71

Projectgerelateerd

Recreatie Een groot deel van het gebied is gelegen in gebiedstype 3 en 4 van de cultuurhistorische beleidskaart van de gemeente. Dit betekent dat cultuurhistorie een zwaarwegende of zelfs bepalende rol speelt in de herontwikkeling van het gebied. Deze keuze geen invloed op de (bereikbaarheid van) recreatiegebieden.

5.2.7

Sterke campussen

“De Nijmeegse bedrijven binnen de clusters Health & High Tech behoren tot de wereldtop. De komende jaren blijven we investeren in deze clusters, onder meer om nieuwe banen te creëren. Zo willen we ruimte bieden aan nieuwe bedrijven en meewerken aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat.” Pagina 81 Omgevingsvisie

Behoud biodiversiteit De keuze voor sterke campussen heeft geen directe invloed op de natuurgebieden om de stad. Er is wel een nadrukkelijke relatie met (zoekgebieden voor) natuurparels. Deze komen in of in de directe omgeving van de campussen voor. Door het toevoegen van functies, zoals wonen, in combinatie met het verbeteren van het vestigingsklimaat, is er een risico dat het gebruik van de parels toeneemt en daarmee de druk op de biodiversiteit. Om de gewenste kwaliteit te behalen en de biodiversiteit te behouden wordt aanbevolen de biodiversiteit te monitoren. Bescherming van de ondergrond In de campussen zijn er op diverse locaties bekende bodemverontreinigingen en grondwaterverontreinigingen die bij herontwikkeling worden aangepakt. De kans op verbetering van de bodem- en grondwaterkwaliteit is derhalve groot bij deze keuze. Met name in en nabij de Novio Tech Campus liggen gebieden van archeologisch belang en met zeer hoge archeologische waarden. In lijn met het beleid van de gemeente biedt dit goede kansen om de historie van de stad nog beter herkenbaar te maken. Klimaatadaptatie Ter plaatse van de campussen is geen sprake van overstromingsrisico’s of wateroverlast. Voor hittestress zijn deze gebieden wel gevoelig, met name vanwege het grote aandeel verhard oppervlak in deze gebieden.

Voor het toevoegen van de functie wonen is het van belang na te gaan hoe de risico’s op een toename van hittestress zoveel mogelijk kunnen worden voorkomen. Energie De ontwikkeling van de campussen leidt naar verwachting tot een toename in het energiegebruik en de warmtevraag. Juist in deze gebieden zouden innovaties onderzocht kunnen worden om die toename zo duurzaam mogelijk te laten plaatsvinden. Gezond en veilig De beide campusgebieden zijn op dit vlak zeer verschillend. Campus Heyendaal ligt meer richting het centrum van de stad en is goed ontsloten voor OV en fiets. Verdere ontwikkeling geeft hierdoor weinig risico ten aanzien van geluid en luchtkwaliteit. Ook is er ten aanzien van omgevingsveiligheid weinig risico te verwachten. Er is veel aandacht voor ruimte voor bewegen en ontmoeten in het gebied. Doordat de footprint van het Radboud UMC in de toekomst afneemt ontstaan hiervoor ook nog extra kansen. De veiligheid voor fietsers en voetgangers is een belangrijk aandachtspunt. In de huidige situatie ontstaan

11 juni 2020

AANGEVULD OER OMGEVINGSVISIE NIJMEGEN

BG9482TPRP2006111353

72

Projectgerelateerd

hier soms fiets-files. Er is een risico dat dit in de toekomst toeneemt als er geen ingrijpende aanpassingen worden gedaan. De Novio Tech Campus (NTC) is gelegen langs het spoor en de S100. Voor het toevoegen van wonen zijn de aspecten geluid, luchtkwaliteit en omgevingsveiligheid belangrijke aandachtspunten. De ruimte voor bewegen en ontmoeten en de dooradering met langzaam verkeersroutes dient nog te worden uitgewerkt. Dit dient in samenhang met het meer mengen van functies te worden gedaan. Leefomgeving De keuze voor de sterke campussen leidt tot een kwaliteitsverbetering die naar verwachting ook de leefbaarheid en de waardering voor de woonomgeving verbetert. De functiemenging neemt toe door extra inzet hierop. De diversiteit van de woonomgeving zal in Heyendaal weinig veranderen vanwege de nadruk op studentenhuisvesting in het gebied. In NTC wordt (vrijwel) niet gewoond, waardoor er goede kansen zijn om direct een meer divers woonmilieu te creëren in samenhang met een gezonde en veilige woonomgeving. Economie De keuze voor sterke campussen draagt bij aan de economische ontwikkeling en werkgelegenheid in Nijmegen. Heyendaal biedt in de huidige situatie reeds de meeste werkgelegenheid van alle werkgebieden in Nijmegen. De campussen zijn een belangrijke vestigingsfactor voor bedrijven in de gemeente.

Bereikbaarheid De multimodale bereikbaarheid van de campussen veranderd nauwelijks ten opzichte van de autonome ontwikkeling. Voor Heyendaal blijft de bereikbaar voor vrachtverkeer een aandachtspunt, gerelateerd aan de ligging meer nabij het centrum van de stad. Voor NTC blijft gelden dat de bereikbaarheid per fiets minder goed is, tenzij dit in een integraal ontwikkelplan voor het gebied goed wordt meegenomen. Dit moet echter nog nader uitgewerkt te worden. Recreatie Heyendaal is grotendeels gelegen in gebiedstype 2 van de cultuurhistorische beleidskaart van de gemeente. Dit betekent dat cultuurhistorie een rol kan spelen in de doorontwikkeling van het gebied. Voor NTC geldt dat er geen cultuurhistorische waarde bepaald is. Deze keuze heeft geen invloed op de (bereikbaarheid van) recreatiegebieden.

5.2.8

We omarmen het kanaal

“In Nijmegen neemt de druk op de ruimte toe. Door de bevolkingsgroei, ook na 2030, stijgt eveneens de vraag naar andere functies, zoals werken en voorzieningen. Voor deze functies zien we mogelijkheden door de ruim opgezette bedrijventerreinen en wijken rondom het kanaal meer onderdeel te maken van het stadsweefsel. Op een groot deel van deze terreinen zijn al andere functies ondergebracht.” Pagina 85 Omgevingsvisie Deze keuze omvat de keuzes voor toekomstbestendig wijken en een sterke campus NTC. De effecten, kansen en risico’s die hiervoor beschreven zijn ten aanzien van deze keuzes zijn derhalve gelijk. Aanvullend omvat deze keuze een nader onderzoek naar de mogelijkheden van herontwikkeling van de Oost-Kanaalhavens van werkgebied tot woon-werkgebied op termijn. Diversiteit van de woonomgeving en functiemenging zijn belangrijke uitgangspunten hierbij. Alle aspecten van dit OER dienen uiteraard in een nader onderzoek aan de orde te komen.

11 juni 2020

AANGEVULD OER OMGEVINGSVISIE NIJMEGEN

BG9482TPRP2006111353

73

Projectgerelateerd

5.3

Botsproeven

Om de keuzes integraal te beoordelen zijn botsproeven uitgevoerd. De keuzes zijn tegen elkaar uitgezet en afgewogen om te kijken waar de knelpunten zitten en welke keuzen complementair zijn. In onderstaande tabel is de samenvatting gegeven. Onder de tabel staat een korte toelichting van belangrijke bevindingen, de uitgebreide toelichting is opgenomen in bijlage 4. Voor de Omgevingsvisie van Nijmegen wordt voor de botsproeven een onderscheid gemaakt tussen keuzes met betrekking tot de gehele stad en keuzes met betrekking tot bepaalde gebieden. Dit is van belang omdat keuzes in gebied A over het algemeen geen effect hebben op keuzes in gebied B, zeker als er ook sprake is van een duidelijke afstand. Onderstaande tabel geeft aan welke botsproeven zijn gedaan. Voor de vakken waar een kruis in staat is om bovenstaande reden geen botsproef uitgevoerd. De vetgedrukte keuzes betreffen keuzes ten aanzien van de gehele stad. De andere keuzes betreffen keuzes met betrekking tot specifieke gebieden. De beoordeling van de botsproeven is met de volgende kleuren aangeduid: Keuzes versterken Keuzes botsen met Er is zowel sprake van elkaar elkaar versterking als van botsing

Keuzes zijn neutraal ten opzichte van elkaar

We omarmen het kanaal

Sterke campussen

Groter centrum gebied

Toekomstbesten dige wijken

Energietransitie

Duurzame mobiliteit

Groene, gezonde stad

Compacte, dynamische stad

Compacte, X* 3 4 X* X* X* 1 2 dynamische stad Groene, gezonde 1 X 5 6 7 8 9 10 stad Duurzame mobiliteit 2 5 X 11 12 13 14 15 Energietransitie 3 6 11 X 16 17 18 19 Toekomstbestendige 4 7 12 16 X 20 21 22 wijken Groter centrum X* 8 13 17 20 X X X gebied Sterke campussen X* 9 14 18 21 X X 23^ We omarmen het X* 10 15 19 22 X 23^ X kanaal * De keuze voor een compacte, dynamische stad omvat ook de keuzes voor een groter centrumgebied, sterke campussen en het omarmen van het kanaal. Het is daarom niet logisch deze keuzes onderling te vergelijken. Voor de vergelijking op het niveau van de stad gaan we er vanuit dat de compacte, dynamische stad betrekking heeft op de keuze om de impact van de groei van de stad op de omgeving zo klein mogelijk te houden. De gebiedsgerichte onderdelen worden separaat beschouwd. ^ De Kanaalzone en de campussen overlappen elkaar. Daarom worden deze twee gebiedsgerichte keuzes wel tegen elkaar afgewogen. Algemeen Over het algemeen vullen de keuzes elkaar aan en versterken ze elkaar. Veel keuzes kunnen ook naast elkaar bestaan. Enkele keuzes botsen of zijn neutraal ten opzichte van elkaar, deze zijn hieronder toegelicht. Daarnaast worden er enkele botsproeven behandeld, waarbij de twee keuzes elkaar versterken op een onderdeel dat in hoofdstuk 4 als risico beschouwd is. 11 juni 2020

AANGEVULD OER OMGEVINGSVISIE NIJMEGEN

BG9482TPRP2006111353

74

Projectgerelateerd

Wat betreft benodigd ruimtegebruik kunnen verschillende keuzes met elkaar concurreren. De benodigde ruimte voor het aantal nieuwe woningen kan bijvoorbeeld in de knel komen met andere ruimtevragen, zoals groen en openbare ruimte. Aangezien in de Omgevingsvisie nog geen type woningen en stedebouwkundige plannen vastgelegd zijn, is dit ruimtegebruik in dit stadium nog niet af te wegen. Dit is een nadrukkelijke opgave bij verdere uitwerkingsplannen (zie ook paragraaf 6.3). 1. Compacte stad X Groene en gezonde stad De compacte stad heeft als gevolg dat de druk op de ruimte toeneemt. De keuze voor een groene en gezonde stad mitigeert de risico’s die hieraan hangen: de stad wordt groener en meer klimaatbestendig (vooral tegen hittestress). Dit kan alleen hand in hand gaan als de voorgenomen groenstructuur ook daadwerkelijk gerealiseerd wordt en natuurinclusief bouwen in praktijk gebracht wordt. Om ervoor te zorgen dat de stad groener en meer klimaatbestendig wordt ondanks de extra druk op de ruimte zijn er stevige ambities opgenomen voor de realisatie van een robuuste groenstructuur. Bij gebiedsontwikkelingen is natuurinclusief en klimaatbestendig ontwikkelen het uitgangspunt. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een stadsbrede “toolbox” en strategie voor klimaatadaptatie. 2.

Compacte stad X Duurzame mobiliteit De keuze om de groei van de stad binnen de stadsgrenzen een plek te geven veronderstelt een toename van de verkeersbehoefte van de stad. Duurzame mobiliteit is de koers waarin de stad de toename wil accommoderen. Beide keuzen hangen nauw met elkaar samen, versterken en helpen elkaar. 3. Compacte stad X Energietransitie De ambitie is om de benodigde elektriciteit zoveel mogelijk duurzaam in de stad zelf op te wekken en het beoogde programma voor woningbouw en infrastructuur te accommoderen . De geplande ontwikkelingen maken efficiënt gebruik van energie-infrastructuren (warmte- en koelte levering) mogelijk. Herontwikkeling binnen stedelijk gebied biedt kansen voor het aansluiten op warmte netten en voor de benutting van zonne-energie. Hoewel ruimtelijk gezien de reserveringen voor grootschalige duurzame energieopwekking al zijn gedaan, kan worden gesteld dat de keuzes elkaar versterken. 5. Groene en gezonde stad X Duurzame mobiliteit Er zijn diverse aandachtspunten die de botsproef laten zien. Het intensiveren van de gebieden rondom de vervoersknooppunten staat op gespannen voet met de groene en gezonde stad. Denk bijvoorbeeld aan hoe hittestress in deze gebieden zoveel mogelijk wordt voorkomen. Op andere gebieden zijn deze twee keuzes complementair, zoals bijvoorbeeld bij de afwaardering van 50 km/uur wegen naar 30 km/uur.

Groenblauwe en grijze netwerken begeven zich beide in de invloedsfeer van de gemeente. Hierdoor kunnen de ontwikkelingen hand in hand gaan: bij renovatie van infrastructuur dienen direct de groene en gezonde doelstellingen integraal meegenomen te worden en evenwichtig te worden uitgewerkt. Daarnaast zijn diverse fysieke barrières in de Omgevingsvisie benoemd om oplossingsrichtingen voor uit te werken. 6. Groene en gezonde stad X Energietransitie Deze twee keuzes hebben weinig overlap, ze kunnen naast elkaar bestaan. Vooral omdat de ruimtelijke reserveringen die in het kader van de energietransitie gelden al als onderdeel van de autonome ontwikkeling zijn te zien. 8. Groene en gezonde stad X Groter Centrumgebied De toename van woningen en andere functies rondom de Waal kan op gespannen voet staan met het behouden van een gezonde omgevingskwaliteit. Om deze reden is er naast het intensiveren van dit gebied ook extra aandacht voor het behoud en waar nodig versterken van groengebieden en beweegplekken en -routes. Daarnaast spant de gemeente zich in om onder andere rond de Waal een verbetering van de luchtkwaliteit te realiseren en de hittestress te verminderen.

11 juni 2020

AANGEVULD OER OMGEVINGSVISIE NIJMEGEN

BG9482TPRP2006111353

75

Projectgerelateerd

11. Duurzame mobiliteit X Energietransitie Ruimtelijk kan Nijmegen aan de extra opwekopgave die de verduurzaming van de mobiliteit met zich mee brengt geen grote bijdrage leveren vanwege de beperkte ruimte binnen de gemeentegrenzen voor duurzame energie-opwekking. Daar staat tegenover dat de wijze waarop duidelijk wordt gekozen voor het stimuleren van duurzame mobiliteit, bijvoorbeeld door toepassing van “Mobility as a service” in ontwikkelgebieden, een bijdrage kan leveren aan netstabiliteit. Electrische auto’s, zeker als deze collectief beheerd worden, kunnen hieraan bijdragen. 18. Energietransitie X sterke campussen De campussen zijn de innovatiecentra van de stad en als zodanig een kennisbron voor energietransitie. De grotere daken van de gebouwencomplexen lenen zich goed voor zonneparken. In zoverre versterken deze keuzes elkaar. De campussen zijn tegelijkertijd de grootste energieverbruikers in de stad, op een schaal die niet lokaal duurzaam op te wekken is. Hoewel hier aan wordt gewerkt in regionaal verband, zijn dit voor de stad in beginsel tegengestelde keuzes.

11 juni 2020

AANGEVULD OER OMGEVINGSVISIE NIJMEGEN

BG9482TPRP2006111353

76

Projectgerelateerd

6

Conclusies en aanbevelingen voor vervolg

6.1

Risico’s

Druk op de ruimte Er komen steeds meer inwoners, bedrijven en functies in de stad. De gemeente Nijmegen kiest uitdrukkelijk voor inbreiding, verdichting en combineren, in tegenstelling tot uitbreiden buiten de bebouwde kom. Hiermee wordt het buitengebied gespaart, maar komt wel meer druk op de ruimte binnen de stad. Dit brengt risico’s met zich mee, aangezien er beperkte ruimte is, waarin nieuwe functies gerealiseerd moeten worden én andere kwaliteiten op peil gehouden. De Omgevingsvisie zet ook sterk in op kwaliteitsverbetering van de leefomgeving, maar doet er verstandig aan een monitoringsprogramma op te zetten om de ontwikkeling van de biodiversiteit te volgen. Klimaatverandering Door klimaatverandering komen er extra risico’s in de toekomst, meer piekbuien en langere perioden van hitte en droogte. De stad is extra gevoelig voor hitte. Door steen, beton en hoge gebouwen wordt warmte langer vastgehouden. Ook zijn er plekken in de stad waar regenwater zich ophoopt, waardoor wateroverlast kan ontstaan. Als de stad zich niet goed op voorbereidt op de veranderingen, heeft dit invloed op de gezondheid van mensen, leefbaarheid van buurten, comfort in woningen en gebouwen, op de arbeidsproductiviteit, en leidt dit mogelijk tot economische schade (factsheet Hittestress, Climate Proof Cities, TNO).

Aandacht voor klimaatadaptatie wordt een uitgangspunt bij gebiedsontwikkelingen conform de Omgevingsvisie. De manier waarop dient nog wel verder te worden uitgewerkt. Energietransitie Voor het onderdeel energietransitie is Nijmegen grotendeels afhankelijk van de samenwerking met regionale partners, bedrijven en maatschappelijke partijen. Er zijn al veel trajecten in gang gezet om de strategie voor een energieneutraal Nijmegen verder uit te werken en waar te maken. Vanwege de afhankelijkheid en onzekerheid blijft dit een aandachtspunt.

6.2

Kansen

Gezondheid, groen en bewegen Nijmegen is een groene stad en de Omgevingsvisie biedt voldoende kansen om dit te versterken. Door de groene gebieden met elkaar te verbinden worden de kwaliteiten van het groen verbetert. Daarnaast wordt er ingezet op de wandel- en fietsinfrastructuur. Hierdoor worden meer rondjes gecreëerd en worden de wijken beter verbonden met het buitengebied. De mogelijkheden voor gezonde mobiliteit nemen toe. Ook op andere gezondheidsaspecten ontstaan kansen, zoals bij luchtkwaliteit, geluid en hittestress. Hittestress is hierboven ook aangemerkt als risico voor de toekomst. Het groen helpt dit risico te mitigeren. Door de verbreding van de inzet op natuurinclusief bouwen wordt verwacht dat de kansen goed benut kunnen worden. Bereikbaarheid/mobiliteit Nijmegen kiest expliciet voor het niet langer faciliteren van de groei van het autoverkeer. Dit kan een risico zijn voor de bereikbaarheid van de stad. Het brede pakket van maatregelen waar zowel in regionaal als in lokaal verband al aan wordt gewerkt, in combinatie met de extra aandacht vanuit de Omgevingsvisie voor duurzame mobiliteit maken het een kans voor de gemeente om zich juist op dit vlak te profileren. Economie Door een verbetering van de omgevingskwaliteit wordt Nijmegen aantrekkelijker als werk- en vestigingslocatie.

Door functiemenging en meer ruimte voor bedrijven kan de stad meer bedrijven een 11 juni 2020

AANGEVULD OER OMGEVINGSVISIE NIJMEGEN

BG9482TPRP2006111353

77

Projectgerelateerd

plek bieden waarmee in de breedte wordt bijgedragen aan werkgelegenheid. Dit is een kans voor de economische ontwikkeling en werkgelegenheid.

6.3

Monitoringsprogramma

Algemeen Binnen de gemeente Nijmegen wordt er reeds veel gemonitord. Hiervoor zijn specifieke programma’s ontwikkeld. Grotendeels zijn dit bestaande programma’s, zoals programma Luchtkwaliteit en Actieplan Geluid. Deels zijn dit ook nieuwe programma’s die op basis van de Omgevingsvisie zijn gedefinieerd, zoals bijvoorbeeld de Woondeal. In bijlage 7 is beschreven aan welke (monitorings)programma’s wordt gewerkt en welke uitwerkingen er plaats gaan vinden. Zoals in bijlage 1 is beschreven zijn diverse criteria in dit OER ontleend aan de Stads- en Wijkmonitor Nijmegen (SWN). Hierdoor is er voor die criteria specifieke informatie met betrekking tot de gemeente beschikbaar. Het betreft de criteria: • Veilige infrastructuur voor voetgangers en fietsers; • Diverse leefomgeving; • Waardering woonomgeving. Het is belangrijk dat deze criteria blijvend worden gemonitord om de ontwikkeling ervan bij verschillende uitwerkingen te kunnen betrekken. Dit zelfde geldt voor criteria die zijn ontleend aan de Monitor Vestigingsklimaat: • Werkgelegenheid; • Bijdrage economische ontwikkeling; • Bereikbaarheid (multimodaal) werklocaties.

Biodiversiteit Negatieve effecten voor de biodiversiteit kunnen worden voorkomen door het opzetten van een monitoringsprogramma voor het voorkomen van waardevolle en beschermde soorten flora en fauna en het gebruik en beheer van de openbare ruimte af te stemmen op de waarnemingen. Stikstofdepositie Bij uitwerkingen van de Omgevingsvisie en meer concrete ontwikkelingen dient altijd beoordeeld te worden in hoeverre er sprake is van een toe- of afname van de stikstofemissie en de mogelijke effecten daarvan op gevoelige gebieden (zie ook bijlage 8). Hittestress De effecten worden voorspeld aan de hand van de huidige bebouwing en de ontwikkeling van het klimaat richting 2050. Bij ontwikkelingen in het centrumgebied en de ontwikkellocaties bij stations waar hittestress het meeste voor lijkt te gaan komen, dient het voorkomen van hittestress te worden meegenomen in de ontwikkelplannen. In bijlage 7 is aangegeven hoe hier in het kader van de Woondeal al uitwerking aan wordt gegeven in de vorm van afspraken over de ontwikkeling van gebieden. Bereikbaarheid/Mobiliteit Vanwege het abstractieniveau van de Omgevingsvisie is geen gebruik gemaakt van het verkeersmodel van de gemeente. Voor het beoordelen van de mogelijke effecten is gebruik gemaakt van bestaande informatie zoals ook opgenomen in het Ambitiedocument Mobiliteit 2019-2030, Nijmegen goed op weg.

Aan de hand van het OER is een aantal beleidsuitspraken uit dit Ambitiedocument aangescherpt. Onder andere is “Mobility as a Service” (MaaS) als uitgangspunt benoemd bij de ontwikkeling van gebieden. Dat betekent dat er van uitgegaan wordt dat bij elke gebiedsontwikkeling goede loop- en fietsroutes,

11 juni 2020

AANGEVULD OER OMGEVINGSVISIE NIJMEGEN

BG9482TPRP2006111353

78

Projectgerelateerd

bereikbaarheid van het OV, voldoende infrastructuur voor elektrisch laden, collectieve voorzieningen voor thuisbezorgdiensten en het aanbieden van deelvoertuigen, zoals deelfietsen en deelauto’s, op allerlei locaties in de stad gerealiseerd worden. De uitwerking hiervan vindt plaats in verschillende ontwikkelplannen waarbij de mobiliteitseffecten ook op basis van het verkeersmodel dienen te worden beschouwd. Het Ambitiedocument Mobiliteit kondigt reeds aan dat er niet één aanpak is voor de mobiliteit en dat er maatwerk geleverd moet worden door onderscheid te maken in verschillende gebieden. Deze uitwerkingen dienen plaats te vinden met de aangescherpte uitgangspunten van de Omgevingsvisie. Het regionale verkeersmodel wordt twee-jaarlijks geactualiseerd, pas na vaststelling van de Omgevingsvisie wordt het programma in het model aangepast. Het is niet te verwachten dat dit tot een substantieel ander beeld leidt dan reeds beschreven in het Ambitiedocument Mobiliteit. Energie De energietransitie is één van de grote opgaven voor Nederland. In deze Omgevingsvisie zijn geen nieuwe keuzes ten aanzien van de ruimte voor duurzame energie opwekking opgenomen, anders dan reeds vastgesteld beleid. Er wordt, conform het programma Regionale Energie Strategieën (RES), gewerkt aan een RES voor de Regio Arnhem-Nijmegen.

Omdat dit RES een separaat traject vormt, met een eigen besluitvormingstraject, is dit thans geen onderdeel van de Omgevingsvisie. Op basis van de RES dient te worden nagegaan in hoeverre de Omgevingsvisie hierop dient te worden geactualiseerd (zie ook bijlage 7). Wateroverlast (en gezondheid) De gebieden waar wateroverlast optreedt in de huidige situatie zijn bekend (zie ook kaart Klimaatadaptatie, pagina 56 Omgevingsvisie). In het kader van de Omgevingsvisie worden hier geen concrete maatregelen aan verbonden, terwijl dit wel als gevolg van een veranderend klimaat steeds vaker en op meer plekken in de stad voor kan komen. In het kader van de uit te werken lokale adaptatie strategie en uitvoeringsprogramma (zie ook bijlage 7) verdient dit extra aandacht. Dit is ook in lijn met het Gemeentelijke Rioleringsplan 2018-2023 waarin wordt gesteld dat: “De aanwezigheid van goed functionerende riolering is nog van onverminderd belang voor onze gezondheid. Wanneer er onverhoopt eens enige tijd water op straat blijft staan, vergroot dat de kans dat mensen in contact komen met afstromend hemelwater en (huishoudelijk) afvalwater. Er zijn gezondheidsrisico's verbonden aan contact met afvalwater en -in veel mindere mate- aan contact met afstromend hemelwater, omdat in beide waterstromen ziekteverwekkers voorkomen.

Bij goed ontworpen en goed functionerende voorzieningen (riolen, wadi's, infiltratie-voorzieningen, fonteinen) blijven de gezondheidsrisico's beperkt. Groene voorzieningen voor het infiltreren van afstromend hemelwater dragen bij aan licht, lucht en ruimte in woonwijken en hebben daarmee een positieve invloed op gezondheid. Door de veranderende houding van burgers ten opzichte van het water in de openbare ruimte (behoefte aan recreatie en verkoeling) én door veranderingen in het neerslagpatroon kunnen de gezondheidsrisico's de komende decennia toenemen. Om dat te voorkomen nemen we de komende jaren gezondheidsrisico's bewust mee bij ontwerp en beheer van riolering en (andere) regenwatervoorzieningen.”

11 juni 2020

AANGEVULD OER OMGEVINGSVISIE NIJMEGEN

BG9482TPRP2006111353

79

Projectgerelateerd

7

Referentielijst

Beleidsstukken: ▪ Startnotitie Omgevingsvisie Nijmegen (2018) ▪ Coalitieakkoord 2018-2022 Nijmegen: samen vooruit (2018) ▪ Structuurvisie Nijmegen 2013 ▪ Woonvisie Nijmegen 2015-2020: Samen werken aan goed wonen (2016) ▪ Veiligheidsplan 2018-2022: De weerbare stad (2018) ▪ Beleidsplan Sport en bewegen 2017-2020 ▪ Kadernota Beeldkwaliteit 2013 ▪ Nota Cultureel Erfgoed (2013) ▪ Circulaire economie Rijk van Nijmegen (2017) ▪ Warmtevisie “op weg naar een aardgasvrij Nijmegen” (2018) ▪ Nota Grondbeleid 2018 ▪ Gemeentelijk Rioleringsplan Nijmegen 2017-2023 ▪ Maatregelprogramma luchtkwaliteit Nijmegen 2018-2022 (2017) ▪ Nota Mobiliteit Nijmegen 2011-2020: Nijmegen duurzaam bereikbaar (2011) ▪ Nota Openbare Ruimte 2013-2023: Geef ze de (openbare) ruimte (2012) ▪ Ambitiedocument mobiliteit 2019-2030 (2019) ▪ Kadernota Afvalbeleid 2013-2022: Creatief met afval, minder afval meer grondstoffen (2012) ▪ De Groene draad (2007) ▪ Ruimtelijke Adaptatie Strategie Rijk van Maas en Waal (2019) ▪ Uitvoeringsagenda Duurzaamheid (2019) ▪ Samenwerkingsovereenkomst restwarmte regio Arnhem-Nijmegen (2014)

Overige bronnen: ▪ Strategische beleidsanalyse Omgevingsvisie Nijmegen (Wing, 2019) ▪ Tussenstap Omgevingsvisie Nijmegen (Wing, 2019) ▪ Energie aan zet! Energiemonitoring 2008-2018 (Bureau Leefomgevingskwaliteit, 2019) ▪ Feiten en cijfers duurzame stad (Gemeente Nijmegen, 2019) ▪ Woningbehoefteonderzoek Gemeente Nijmegen (Companen, 2019) ▪ De samenhangende opgaven voor Nijmegen in het komende decennium (Platform 31, 2018) ▪ Stadsatlas Nijmegen (Werkgroep Stadsatlas, 2019) ▪ Natuurparelkaart (Natuurplaza, 2019) ▪ Klimaateffectatlas (www.klimaateffectatalas.nl) ▪ Leefbaarometer (www.leefbaarometer.nl) ▪ Stadsmonitor Nijmegen (https://swm.nijmegen.nl/) ▪ Ruimtelijke dichtheden en functiemenging in Nederland (RUDIFUN), (PBL, 2019) ▪ Leeftijdsopbouw per stadsdeel 1-1-2019 (BRP, 2019) ▪ Monitor Vestigingsklimaat Nijmegen (2019) ▪ Webviewer drinkwater (Provincie Gelderland, http://gelderland.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=81ca33c00adb4827b80a0d b05d7cf2ac)

11 juni 2020

AANGEVULD OER OMGEVINGSVISIE NIJMEGEN

BG9482TPRP2006111353

80

Projectgerelateerd

Bijlage 1

11 juni 2020

Onderbouwing Beoordelingscriteria

BIJLAGEN OER OMGEVINGSVISIE NIJMEGEN

BG9482TPRP2006111353

A1

Bijlage 1 Onderbouwing Beoordelingscriteria Totstandkoming beoordelingscriteria Ten behoeve van dit OER zijn beoordelingscriteria geformuleerd om de opgaven en de uiteindelijke keuzes in de visie zelf te beoordelen. In principe zijn er twee “soorten” criteria gehanteerd: 1. Criteria gerelateerd aan milieuaspecten. Dit zijn over het algemeen criteria die al veel in milieueffectrapportages werden gebruikt en waarvoor goede ingreep-effect relaties bekend zijn. Voor deze criteria is vaak ook veel informatie beschikbaar om (op het detailniveau van de Omgevingsvisie) uitspraken te doen over mogelijke effecten (positief of negatief). 2. Criteria gerelateerd aan doelstellingen of ambities van de gemeente met een relatie tot kwaliteiten van de leefomgeving. Dit zijn over het algemeen criteria die nog niet veel gebruikt worden in effectrapportages (omdat omgevingseffectrapportages nog in ontwikkeling zijn), maar waar wel informatie van voorhanden is omdat het beleid erop gericht is. Ingreepeffectrelaties zijn ook niet altijd voorhanden, waardoor de wijze van beoordelen en de beoordeling zelf vooral berusten op ervaring met soortgelijke projecten en discussie met ambtenaren uit de verschillende beleidsvelden. De tweede “soort” criteria zijn geselecteerd op basis van de doelstellingen en ambities zoals die ook in het kader van het omgevingsvisie-proces zijn gehanteerd.

Onderstaand is de groslijst weergegeven op basis waarvan de selectie is gemaakt. Hierin zijn overigens ook criteria gericht op milieuaspecten benoemd.

BIJLAGE 1 ONDERBOUWING BEOORDELINGSCRITERIA

1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=3096b5a5-a696-42e0-baa2-99491586776b