CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Notitie systematiek uitbreidingen en bestemmingsplan Kanaalknoop Noord

Besluitronde (raadsvergadering) 27 september 2023, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling Crisis- en herstelwet (Chw) bestemmingsplan Nijmegen Winkelsteeg - Kanaalknoop Noord en het opleggen van geheimhouding op gespreksverslagen (86/2023)963 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memorandum

Bijlage 1.

Notitie uitbreidingsmogelijkheden en bestemmingsplan Winkelsteeg - Kanaalknoop Noord

In deze notitie wordt de systematiek geschetst bij uitbreiding van bedrijven, milieucategorieën in een bestemmingsplan, functiemenging en functiescheiding, mede in relatie tot het bestemmingsplan Winkelsteeg Kanaalknoop Noord.

1. Uitbreidingen: bestemmingsplan versus milieu Als een bedrijf wil uitbreiden, dan wordt getoetst aan de bestemmingsplaneisen uit het bestemmingsplan (voortvloeiend uit de Wet ruimtelijke ordening) en de milieueisen (voortvloeiend uit de Wet milieubeheer). Bij de bestemmingsplantoets wordt gekeken of (de uitbreiding van) het bedrijf voldoet aan de (bestemmings)omschrijving van de activiteiten, de milieucategorie in combinatie met een bijgevoegde bedrijvenlijst, de bouwhoogte, het bebouwingspercentage, beperkingen archeologie etc. Als de uitbreiding past binnen het bestemmingsplan, dan wordt bij bedrijven een milieutoets uitgevoerd. Bij de milieutoets wordt gekeken naar het precieze (milieu)effect van het individuele bedrijf. Om welk type bedrijf gaat het? A, B, C? Een type C-bedrijf heeft een omgevingsvergunning milieu nodig. Een type B-bedrijf is meldingsplichtig; het college legt al dan niet maatwerkvoorschriften op. En een type A-bedrijf is meldingsvrij, maar moet nog steeds wel voldoen aan de algemene milieueisen (uit het Activiteitenbesluit).

Mogelijke belemmerende factoren bij de milieutoets kunnen zijn: huidige naastgelegen (milieu)gevoelige functies (onder andere woningen en maatschappelijke functies), bedrijfswoningen van derden, de maximale geluidruimte (in verband met het geluidgezoneerde terrein) waardoor bedrijven elkaar ook beperken, regelgeving Wet natuurbescherming (o.a. stikstof), regelgeving Activiteitenbesluit, Best Beschikbare Technieken (BBT), geurbeleid, regelgeving externe veiligheid, regelgeving water etc. Een voorbeeld: het bestemmingsplan staat op de uitbreidingslocatie maximaal milieucategorie 3.2-bedrijven toe. Het bedrijf wordt gekwalificeerd als een 3.2-bedrijf (dat voor komt op de bij het bestemmingsplan gevoegde bedrijvenlijst) en de uitbreiding wordt gezien als een activiteit die bij dat 3.2-bedrijf hoort, dan mag het bedrijf uitbreiden gelet op die eis uit het bestemmingsplan. Het bedrijf moet dan nog wel voldoen aan andere bestemmingsplaneisen zoals de bouwhoogte of het bebouwingspercentage. Het bedrijf zal in het kader van de milieuregelgeving bij de melding of de vergunningaanvraag ook moeten onderbouwen en aantonen dat het aan de milieueisen kan voldoen. Bijvoorbeeld aan de geluidnorm op de gevel van de dichtstbijzijnde geluidgevoelige functie (zoals een woning of maatschappelijke instelling).

Het kan voor komen dat de uitbreiding niet in strijd is met het bestemmingsplan, maar wel met milieuregelgeving, waardoor de uitbreiding om die reden niet kan plaatsvinden. Een bedrijf onderbouwt bij de aanvraag of melding of het aan de milieuregelgeving kan voldoen en dan wordt dat per geval getoetst door de ODRN namens het bevoegd gezag (B&W of GS). Vóór de ontwikkeling van Winkelsteeg werden bedrijven overigens al beperkt in hun uitbreidingsmogelijkheden door milieugevoelige functies in de omgeving (woon- en maatschappelijke functies). Ook al was de maximale (planologische) milieucategorie in het bestemmingsplan categorie 4.2, dan betekende dat niet dat ieder 4.2bedrijf zich daar kon vestigen of dat iedere 4.2-uitbreiding mogelijk was. Er wordt dus altijd nog een milieutoets uitgevoerd na de bestemmingsplantoets.

2. VNG-Brochure, SBI en (verlaging) planologische milieucategorieën Milieucategorieën in een bestemmingsplan worden vastgelegd aan de hand van de VNG-Brochure Bedrijven en Milieuzonering (2009).

Memorandum

Sinds 1986 geeft de VNG die brochure uit. Doel hiervan is het bieden van een op de praktijk van de ruimtelijke planvorming gerichte handreiking voor maatwerk op lokaal niveau. De, in de tijd steeds geactualiseerde, VNGbrochure, is uitgegroeid tot het geaccepteerde hulpmiddel, om de afstanden tussen bedrijvigheid en woningen, concreet voor een locatie, in te vullen. Onderdeel van de VNG-Brochure zijn de bedrijvenlijsten of tabellen met vele bedrijfssoorten inclusief SBI-codes. Met de Standaard Bedrijfs-Indeling (SBI) wordt de economie onderverdeeld in categorieën, zoals de chemische industrie, de bouwnijverheid en het verzekeringswezen. De SBI biedt een indeling van alle economische activiteiten, ofwel alle op de productie van goederen of diensten gerichte activiteiten, zowel van het bedrijfsleven als van de overheid. Ieder bedrijf dat zich inschrijft in het KvK-handelsregister krijgt 1 of meer SBI-codes. De KvK stelt de SBI-code vast aan de hand van een beschrijving van wat de onderneming doet. Elke activiteit van een onderneming krijgt een aparte SBI-code. De betekenis van deze tabellen met SBI-codes in de VNG-Brochure is uitsluitend gelegen in de voor de genoemde bedrijfssoorten en -typen genoemde afstanden per hinderaspect (geluid, geur, stof, gevaar). Aan de hand van die afstanden is in de VNG-Brochure de milieucategorie bepaald.

De VNG-Brochure is een vrij statisch document is, waarbij niet direct rekening wordt gehouden met technologische vooruitgangen (stillere machines, betere koolfilters etc.), die bij de (latere) milieutoets wel een rol spelen. De VNG-Brochure en het bestemmingsplan gaat dus uit van (algemene) bedrijfssoorten en niet van individuele bedrijven. Vandaar na de bestemmingsplantoets, ook nog een milieutoets, waarbij wordt gekeken naar het precieze (milieu)effect van het individuele bedrijf. Milieucategorieën die in een bestemmingsplan zijn vastgelegd mogen in een nieuw bestemmingsplan worden gewijzigd, aan de hand van de VNG-Brochure. Het verlagen van de planologische milieucategorieën mag, tot aan de (feitelijke) milieucategorie van het bedrijf in kwestie. Met concrete uitbreidingsplannen dient rekening te worden gehouden.

3. Functiescheiding versus functiemenging Voor een bestemmingsplan zijn er, aan de hand van de milieucategorieën, twee verschillende milieuzoneringsprincipes: functiescheiding en functiemenging. Bij het principe van functiescheiding worden er (VNG-)richtafstanden, op basis van de milieucategorieën (1 t/m 6), aangehouden tussen bedrijven (milieubelastende functies) enerzijds en woningen (milieugevoelige functies) anderzijds. Bij Plaza Foods gaat het enkel om functiescheiding. Het principe van functiemenging wordt gebruikt om binnen een gebied woningen, voorzieningen en (lichte) bedrijvigheid (bijvoorbeeld in de plint van de woongebouwen) te kunnen realiseren, om een levendige stedelijke omgeving te creëren. Bedrijven zijn dan ingedeeld in milieucategorieën a, b of c. Het principe van functiemenging is in het voorliggende bestemmingsplan toegepast binnen de bestemming Gemengd -1, op onder meer het zogenaamde Lincoln-terrein.

Pagina 2 van 2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=0feaff8f-50ba-4473-ae82-10fc0e5d47fa