Notitie Rolneming gemeente Nijmegen
Tekst van het document
Fakton Energy B.V. World Trade Center 22ste etage Beursplein 37 3011 AA Rotterdam
.
Postbus 30188 3001 DD Rotterdam +31 10 300 6000 info@fakton.com www.fakton.com
NOTITIE ROLNEMING GEMEENTE NIJMEGEN OVERWEGINGEN VOOR DE GEMEENTE NIJMEGEN ROND DE ROLNEMING BINNEN WARMTEBEDRIJF DUKENBURG Proces code
107536.3
Datum
5/29/2023
Status: DEFINITEF
FKTNO365-659035983-543
Real people. Financial strategies. Resilient places.
F AK T O N ENERGY
Inhoudsopgave Managementsummary ....................................................................................................................................................3 1.
Inleiding: Gemeente Nijmegen verkent effectieve rolneming ter borging van haar publieke belangen ...........9
2.
Mogelijke varianten integraal warmtebedrijf ..................................................................................................... 10
3.
Uitgangspunten en overwegingen voor keuze rolneming ................................................................................. 11
4.
3.1.
Belangrijkste uitgangspunten .................................................................................................................... 11
3.2.
Aanvullende overwegingen ....................................................................................................................... 11
3.3.
Overige belangrijke uitgangspunten, maar zonder impact op afweging rolneming .............................. 12
Mogelijke rolnemingen voor de gemeente Nijmegen binnen het integraal warmtebedrijf Dukenburg ........ 13 4.1.
Mogelijke financiële rollen voor de gemeente binnen het integraal warmtebedrijf ............................. 13
4.2.
Mogelijke varianten voor het aandeel publiek binnen het integraal warmtebedrijf ............................. 13
4.3.
Mogelijk aandeel van de gemeente binnen het aandeel publiek van het integraal warmtebedrijf ..... 14
4.3.1. 5.
6.
Mogelijke publiek/private organisatiestructuren ................................................................................ 14
Financiële impact rolnemingen op betaalbaarheid eindgebruikers en investeringsruimte gemeente .......... 17 5.1.
Mogelijkheden financiering initiële investering en impact op eigen vermogen gemeente................... 17
5.2.
Impact betaalbaarheid bij gemeentelijke deelneming ............................................................................ 17
Mate van aansluiting mogelijke rolnemingen bij de uitgangspunten en overwegingen ................................. 19 6.1.
Weging van de mogelijke varianten voor publieke rolnemingen op de uitgangspunten ...................... 19
6.2. Weging van de mogelijke varianten voor gemeentelijke aandeel binnen het publieke deel op de uitgangspunten ......................................................................................................................................................... 20 7.
8.
Juridische aandachtspunten ................................................................................................................................ 23 7.1.
Wet Markt en Overheid ............................................................................................................................. 23
7.2.
Wet Financiering Decentrale Overheden - Staatssteunregels ................................................................. 23
7.3.
Aanbestedingswet ...................................................................................................................................... 24
Conclusies ............................................................................................................................................................. 26
Bijlage: toelichting rechtsvormen publiek/ privaat warmtebedrijf ............................................................................ 27
107536.3 Pagina 2 van 27
F AK T O N ENERGY
Managementsummary Aanleiding: gemeente verkent de publieke variant voor het collectieve warmtenet in Dukenburg In 2021 had de gemeente voor ogen te starten met een aanbesteding voor de uitgifte van een concessiecontract voor de ontwikkeling van een collectief warmtenet voor Dukenburg. Deze aanbesteding vond geen doorgang, omdat de gemeente met een concessiecontract, waarin een marktpartij integraal verantwoordelijk zou worden voor warmtekavel Dukenburg, onvoldoende haar publieke belangen kon borgen. Aansluitend sloeg zij de koers in van verkennen van de mogelijke publieke varianten voor het warmtenet van Dukenburg, samen met publieke partners Firan, ARN en de woningcorporaties van Nijmegen met bezit in Dukenburg. Met deze partners zit zij midden in de ontwikkeling van het warmtenet. Doel notitie: Mogelijke rolnemingen en afwegingen daarbij inzichtelijk maken voor besluitvorming Voor de ontwikkeling van de publieke variant voor het integrale warmtebedrijf in Dukenburg is een heldere rolneming van de gemeente noodzakelijk. In deze notitie maken wij inzichtelijk uit welke mogelijke rolnemingen de gemeente kan kiezen, wat de uitgangspunten en criteria voor de gemeente Nijmegen zijn en welke overwegingen leiden tot een keuze voor de verschillende rolnemingen voor de gemeente Nijmegen om het keuzeproces en besluitvorming te faciliteren. Recente impuls: Brief van Jetten d.d.
21 oktober jl. over de richting van de Wet collectieve warmtevoorziening (Wcw) De Wcw heeft met de brief van Jetten concretere richting gekregen. Wetgever stuurt met deze brief op publieke deelneming met een meerderheidsaandeel (50% plus 1 aandeel) in de infrastructuur en/of in het integrale warmtebedrijf. Daarbij moet er sprake zijn van één geïntegreerd warmtebedrijf dat integraal verantwoordelijk is voor de gehele warmtewaardeketen, van bron tot en met aflevering in de woning. Vanaf 1-1-2025 wordt beoogd de Wet collectieve warmtevoorziening in werking te laten treden. Inhoudelijke analyse van deze brief: 4 mogelijke publieke varianten voor de marktordening binnen de kaders van de Wcw Wij zien vier mogelijke varianten van het integrale warmtebedrijf die passen binnen de kaders van de recente brief van Jetten met een schets van de marktordening in de Wcw:
Publiek
Publiek
100% Integraal warmtebedrijf
Warmtenetwerk(bedrijf)
•
Leverancier(sbedrijf) (Opdracht aan ESCO)
Model 2b
Model 2a
Model 1b
Model 1a
51%
Warmtenetwerk(bedrijf)
Leverancier(sbedrijf) (Opdracht aan ESCO)
Commerciële ESCo
51%
100%
49%
Integraal warmtebedrijf
Publiek
Publiek
Commerciële ESCo
49%
Integraal warmtebedrijf
Integraal warmtebedrijf
DBMO opdracht aan commerciële ESCO
DBMO opdracht aan commerciële ESCo
Netwerk
Levering
Netwerk
Levering
Model 1A, volledig publiek integraal warmtebedrijf (PIW) dat zelf de activiteiten van het warmtebedrijf uitvoert of individueel contracteert. In deze variant zijn publieke partijen volledig aandeelhouder van het integrale warmtebedrijf. Het PIW voert alle activiteiten1 van een integraal warmtebedrijf volledig zelf uit met eigen kennis en kunde, of verstrekt hiervoor opdrachten aan contractanten.
1
Activiteiten warmtebedrijf: Balans en programma, inkoop of productie warmte, piek- en backup voorziening van de warmte, realisatie van het warmtenet, idem voor de inpandige netten en installaties, het onderhoud en beheer van het warmtenet, het leveren van de warmte en het bijbehorende meten van het verbruik. 107536.3 Pagina 3 van 27
F AK T O N ENERGY
•
•
•
Model 1B, Idem als 1A, waarbij 50% plus 1 aandeel in handen is van publieke partijen en de rest in handen van een commerciële Energy Service Company (ESCo) 2 en mogelijk een energiecoöperatie. Het PIW voert alle activiteiten van een integraal warmtebedrijf volledig zelf uit met eigen kennis en kunde, of verstrekt hiervoor opdrachten aan contractanten. De commerciële ESCo zal alleen als aandeelhouder willen investeren bij voldoende waarborgen dat zij hun investering kunnen terugverdienen. Model 2A, volledig publiek integraal warmtebedrijf (PIW) dat de activiteiten van het warmtebedrijf integraal als een DBMO contracteert aan een commerciële ESCo. In deze variant zijn publieke partijen volledig aandeelhouder van het integrale warmtebedrijf net zoals bij 1A. De activiteiten van het warmtebedrijf worden integraal gecontracteerd via een Design, Build, Maintain and Operate contract aan een commerciële ESCo, ofwel een commercieel warmtebedrijf. Het PIW geeft invulling aan de ‘F’ (Finance) van het bekende DBFMO-contract aangezien zij de eigenaar is en besteedt de rest uit, met volledige ontzorging door de markt daarbij, van inkoop warmte, transport, tot distributie, tot en met de levering. Model 2B, idem als 2A, waarbij 50% plus 1 aandeel in handen is van publieke partijen en de rest in handen van dezelfde commerciële ESCo dat het DBMO-contract heeft en mogelijk een energiecoöperatie.
De commerciële ESCo, ofwel een commercieel warmtebedrijf, dat uitvoering geeft aan het DBMO-contract, wordt in deze variant tevens aandeelhouder van het PIW. De bereidheid om mee te investeren ondanks een minderheidsaandeel komt voort uit het feit dat ze met het DBMOcontract de benodigde ‘grip’ hebben op de operatie en de optimalisatie van het energiesysteem om hun investering daadwerkelijk terug te verdienen.
Proces nodig tussen gemeente, Firan, ARN, de toekomstige warmteleverancier en mogelijk een energiecoöperatie over verdeling taken binnen het warmtebedrijf en/of aandeelhouderschap De gemeente Nijmegen heeft hierin samen met de andere stakeholders Firan, ARN en de toekomstige warmteleverancier keuzes in te maken. Aangezien Financial Close3 voor Dukenburg gepland is ná de inwerkingtreding van de WCW, gepland op 1-1-2025, ligt voor de hand voor de invulling van het publieke warmtebedrijf uit te gaan van het feit dat de WCW reeds van kracht is. Modellen 2A en 2B lenen zich goed voor de situatie waarin weinig tot geen kennis en kunde binnen het PIW aanwezig is. Zodra Firan onderdeel is van het PIW, is binnen het PIW ook kennis en kunde vanuit Firan en zijn modellen 1A en 1B ook mogelijk. Met Firan is de kennis en kunde binnen het PIW wel aanwezig, waardoor alle opties open staan, dus ook modellen 1A en 1B. Hiervoor is een iteratief proces nodig om tussen Firan, ARN en de toekomstige leverancier de exacte demarcatie te bepalen waarbinnen elke partij de taken uitvoert die dicht bij hem staan en of en zo ja welk aandeel de partij in het PIW krijgt. Het selectieproces van de warmteleverancier, die tevens beschikt over een ACMleveringsvergunning, moet ruimte bieden aan dit iteratieve proces.
Ter illustratie schetsen we een aantal van de mogelijke eigendomsverdelingen van het PIW Dukenburg tussen gemeente, Firan/GWIB4, een energiecoöperatie en een commerciële warmteleverancier. Alle mogelijke tussenvarianten zijn hierin tevens denkbaar. De keuze voor de eigendomsverdeling moet in het proces de komende tijd met de overige stakeholders onderbouwd gemaakt worden.
2
Energy Service Company (ESCo): een organisatie die een integrale energieoplossing levert. In dit geval een integrale warmte-oplossing. 3 Financial Close: Het moment wanneer alle contracten zijn ondertekend en de financiering van het project is vastgelegd. 4 Firan of de nader te duiden entiteit vanuit waar zij willen deelnemen in het PIW. Het Gelders Warmte Infra Bedrijf (GWIB) is een construct dat tot vóór de brief van Minister Jetten over de publieke route de voorkeursweg was voor Firan. GWIB is een entiteit met Alliander, provincie en het Innovatie en Energiefonds Gelderland (IEG) als aandeelhouders. 107536.3 Pagina 4 van 27
F AK T O N ENERGY
• Gemeente – Firan/GWIB* – warmteleverancier - energiecoöperatie
1% - 50% - 39% - 10%
• Gemeente – Firan/GWIB* – warmteleverancier - energiecoöperatie
90% - 0% - 0% - 10%
• Gemeente – Firan/GWIB* – warmteleverancier - energiecoöperatie
50% - 1% - 39% - 10%
• Gemeente – Firan/GWIB* – warmteleverancier - energiecoöperatie
35% - 35% - 20% - 10%
• Gemeente – Firan/GWIB* – warmteleverancier - energiecoöperatie
0% - 51% - 39% - 10%
• Gemeente – Firan/GWIB* – warmteleverancier - energiecoöperatie
20% - 35% - 35% - 10%
• Gemeente – Firan/GWIB* – warmteleverancier - energiecoöperatie
35% - 20% - 35% - 10%
* Firan, GWIB of ander publiek orgaan zoals de Provincie
Keuzes over rolneming voor de gemeente Nijmegen De gemeente Nijmegen heeft rond haar rolneming achtereenvolgens een aantal keuzes expliciet te maken: 1. Omarmt de gemeente Nijmegen de brief van Jetten als huidige stand van zaken rond de marktordening van warmtenetten en handelt zij dus conform het gedachtengoed van deze brief? Deze vraag is inmiddels in het raadsbesluit d.d. 8 maart 2023 reeds met ‘ja’ beantwoord. 2. Welk aandeel publiek is binnen het publieke integrale warmtebedrijf Dukenburg gewenst? Het publieke deel kan worden ingevuld door de gemeente en een ander publiek orgaan zoals de provincie en Firan 5 en/of een vanuit het GWIB naar de kaders van de WCW doorontwikkelde samenwerking tussen Firan of Alliander en de provincie. 50% Plus 1 aandeel is het minimum, maar het kan natuurlijk ook meer zijn dan dit percentage. De overwegingen vatten wij samen in het afwegingskader dat op de volgende pagina volgt. 3.
Over welk aandeel van het publieke deel wil de gemeente beschikken? Deze keuze moet tot stand komen in onderlinge afstemming met de belangrijkste stakeholders Firan, provincie Gelderland, ARN en de woningcorporaties en is mede afhankelijk van de definitieve teksten van de WCW: wanneer de gemeente Nijmegen voor het bereiken van haar publieke doelen en belangen binnen de WCW reeds publiekrechtelijk van voldoende instrumentarium wordt voorzien, kan een kleiner aandeel in het publieke deel van het PIW volstaan. De overwegingen vatten wij samen in het afwegingskader dat op de volgende pagina is weergegeven. Belangrijkste uitgangspunten voor Nijmegen voor de keuze van haar rolneming in warmtenet Dukenburg De negen publieke doelen uit de warmtevisie van de gemeente Nijmegen, vertaalden wij in overeenstemming met de gemeente Nijmegen door naar uitgangspunten die als beoordelingscriteria dienen om een keuze te maken in het aandeel publiek en daarna in het gemeentelijke aandeel binnen het publieke deel.
Deze uitgangspunten betreffen de volgende: • Betaalbaarheid voor de eindgebruikers; • Transparantie en medezeggenschap over de uitbreiding van het net zowel binnen als buiten Dukenburg; • Transparantie in en zeggenschap over de tariefering; • De rendementseis moet aansluiten bij de ambitie van betaalbaarheid; • Eventuele winsten van het warmtebedrijf moeten zoveel mogelijk ten goede komen aan de maatschappij; 5
Door de wetgever is aangekondigd dat gelijktijdig met het van kracht worden van de WCW tevens de juridische belemmeringen voor netbeheerders om te kunnen participeren in een bedrijf dat energie levert, opgeheven worden (artikel 17C elektriciteitswet en het groepsverbod). 107536.3 Pagina 5 van 27
F AK T O N ENERGY
• • • • •
De markt moet de mogelijkheid hebben om kapitaal in te brengen, zodat dit niet volledig publiek hoeft te worden ingebracht; Minimalisatie van het financieel risico voor de gemeente; Mogelijkheid van deelname in het warmtebedrijf door energiecoöperaties; Mate van ingerichtheid van het gemeentelijk apparaat voor de betreffende rolneming; Grip op de planning van aanleg/beheer/onderhoud, zodat de gemeente de uitrol van het warmtenet kan combineren met andere gemeentelijke opgaven zoals woningbouw, vervanging riool en wegen en beheer openbare ruimte.
Alleen de rolneming ‘deelname in het warmtebedrijf’ sluit aan bij de publieke doelen en belangen Op basis van de uitgangspunten van de gemeente Nijmegen, sluit alleen deelname in het warmtebedrijf als rol aan. De rollen van subsidieverstrekker, garantieverstrekker of leningverstrekker sluiten niet aan bij de uitgangspunten van zeggenschap over tarieven6 en netuitbreidingen. De gemeente heeft dus te kiezen tussen integraal warmtebedrijf optie 1 en optie 2 met verschillende mogelijke %-es deelname in het warmtebedrijf. Weging van de mogelijke rolnemingen op de uitgangspunten Onderstaande tabel geeft de weging van de varianten voor het aandeel publiek in het PIW weer, waarbij het overige aandeel dan beoogd is in te laten nemen door een commerciële warmteleverancier en mogelijk een energiecoöperatie. Hoofdstuk 6 van de rapportage licht de weging per uitgangspunt en rolneming nader toe.
Onderstaande tabel geeft de weging van de varianten voor het gemeentelijke aandeel binnen het publieke deel weer. Hoofdstuk 6 van de rapportage licht de weging per uitgangspunt en rolneming nader toe.
6
Tenzij bij de uitwerking van de WCW de tariefregulering dermate vastomlijnd is, dat daarmee publieke zeggenschap binnen het PIW voor dit doel niet nodig blijkt. 107536.3 Pagina 6 van 27
F AK T O N ENERGY
24-5-2023 50% gemeente 50% Firan/GWIB*
20% gemeente 80% Firan/GWIB*
80% gemeente 20% Firan/GWIB*
100% gemeente 0% Firan/GWIB*
0% gemeente 100% Firan/GWIB*
Betaalbaarheid eindgebruikers
-
+
-
+
-
+
-
+
-
+
Transparantie tarieven/ uitbreiding net
-
+
-
+
-
+
-
+
-
+
Zeggenschap tarieven/ uitbreiding net **
-
+
-
+
-
+
-
+
-
+
Winsten ten goede van maatschappij
-
+
-
+
-
+
-
+
-
+
Passende rendementseis
-
+
-
+
-
+
-
+
-
+
Minimaliseren van risico voor de gemeente
-
+
-
+
-
+
-
+
-
+
Mate van ingerichtheid gemeentelijke apparaat
-
+
-
+
-
+
-
+
-
+
Bereidheid van Firan
-
+
-
+
-
+
-
+
-
+
Mate van zeggenschap over participatie energiecooperaties
-
+
-
+
-
+
-
+
-
+
Inbreng kapitaal derden
-
+
-
+
-
+
-
+
-
+
* Deelname door Firan/Alliander nader te structureren. Vóór de publieke route werd de structuur van GWIB hiervoor beoogd ** Meer zeggenschap ook mogelijk te structureren via statuten
107536.3 Pagina 7 van 27
F AK T O N ENERGY
Conclusies • Gegeven de kamerbrief van Minister Jetten d.d. 21 oktober 2022 waarin de publieke route voor de Wcw en de hoofdlijnen daarvan werden geschetst, en het raadsbesluit d.d. 8 maart 2023 waarin de gemeenteraad besloot heeft in lijn hiermee te handelen, komt er een publiek integraal warmtebedrijf, met meer dan 50% van de aandelen in publieke handen. • De logische publieke partijen die dit publieke deel invulling kunnen geven betreffen de gemeente, Firan en de provincie Gelderland. • Welk aandeel van dit publieke deel in gemeentelijke handen zal zijn, hangt af van de mate waarin Nijmegen haar publieke doelen reeds kan bereiken via de publiekrechtelijke weg op basis van de concrete, nu nog onbekende, uitwerking van de Wcw en bijbehorende publieke realisatiekracht die EZK momenteel uitwerkt, van de bereidheid en wensen van de overige publieke partners en van de financiële mogelijkheden en belangen van al deze drie partners. • Op basis van de eigen prioritering van doelen en belangen én op basis van de opstelling en bereidheid van de samenwerkingspartners, de nog te selecteren warmteleverancier en de mogelijke energiecoöperatie, heeft de gemeente Nijmegen de exacte invulling van het Publieke Integrale Warmtebedrijf en haar eigen rolneming de komende tijd te bepalen. De score op de individuele uitgangspunten/criteria is in deze rapportage weergegeven.
107536.3 Pagina 8 van 27
F AK T O N ENERGY
1. Inleiding: Gemeente Nijmegen verkent effectieve rolneming ter borging van haar publieke belangen In 2021 had de gemeente voor ogen te starten met een aanbesteding voor de uitgifte van een concessiecontract voor de ontwikkeling van een collectief warmtenet voor Dukenburg. Deze aanbesteding vond geen doorgang, omdat de gemeente met een concessiecontract, waarin een marktpartij integraal verantwoordelijk zou worden voor warmtekavel Dukenburg, onvoldoende haar publieke belangen kon borgen. Aansluitend sloeg zij de koers in van verkennen van de mogelijke publieke varianten voor het warmtenet van Dukenburg, samen met publieke partners Firan, ARN en de woningcorporaties van Nijmegen met bezit in Dukenburg. Met deze partners zit zij midden in de ontwikkeling van het warmtenet. Hierdoor wil de gemeente publieke varianten voor het integrale warmtebedrijf verkennen, waarin zij haar publieke belangen en uitgangspunten kan borgen. Dit vraagt om een analyse van mogelijke rolnemingen voor de gemeente. In deze notitie maken wij inzichtelijk welke mogelijke rolnemingen er zijn en welke overwegingen leiden tot een keuze voor de verschillende rolnemingen voor de gemeente Nijmegen om het keuzeproces en uiteindelijk besluitvorming te faciliteren. De managementsamenvatting beschrijft de argumentatielijn van deze notitie.
In de volgende hoofdstukken geven wij een verdieping van de verschillende onderdelen van deze argumentatielijn. Als eerste beschrijft deze notitie de mogelijke varianten voor het integrale warmtebedrijf. Vervolgens beschrijven wij de belangrijkste uitgangspunten en overwegingen (H4) volgens de gemeente om te kiezen voor een bepaalde rolneming. Vervolgens geven wij een toelichting op de mogelijke rolnemingen voor de gemeente. In hoofdstuk 5 beschrijven wij de financiële impact van de mogelijke rolnemingen. In hoofdstuk 6 geven wij een overzicht van de aansluiting van de rolnemingen op de uitgangspunten en overwegingen van de gemeenten. Wij eindigen in hoofdstuk 7 met juridische aandachtspunten.
107536.3 Pagina 9 van 27
F AK T O N ENERGY
2. Mogelijke varianten integraal warmtebedrijf Wij zien vier mogelijke varianten voor de uitwerking van het integraal warmtebedrijf Dukenburg. Deze varianten zijn het gevolg van de twee belangrijkste richtingen die de nieuwe Wet collectieve warmtevoorziening in gaat. Deze richtingen maakte minister Jetten bekend aan de hand van de kamerbrief op 21 oktober 2022. Deze richtingen zijn: • •
Publieke sturing op infrastructuur aan de hand van een meerderheidsaandeel; Er kan uitsluitend sprake zijn van één verantwoordelijke voor de integrale warmteketen, te weten het integrale warmtebedrijf.
De belangrijkste consequentie van de Wcw voor Dukenburg t.o.v. de richting die al was ingeslagen, is dat er sprake moet zijn van een geïntegreerd warmtebedrijf dat integraal verantwoordelijk is voor de gehele warmtewaardeketen, van bron tot en met aflevering in de woning. Zonder Wcw was een gesplitst warmtebedrijf met splitsing van verantwoordelijkheid tussen levering en distributie ook een optie geweest.
Wij zien vier mogelijke varianten van het integrale warmtebedrijf die passen binnen de kaders van de recente brief van Jetten met een schets van de marktordening in de Wcw:
Publiek
Publiek
100% Integraal warmtebedrijf
Warmtenetwerk(bedrijf)
•
•
•
•
Leverancier(sbedrijf) (Opdracht aan ESCO)
Model 2b
Model 2a
Model 1b
Model 1a
51%
Integraal warmtebedrijf
leveranciersbedrijf
ESCO
51%
100%
49%
Warmtenetwerk(bedrijf)
Publiek
Publiek
ESCO
49%
Integraal warmtebedrijf
Integraal warmtebedrijf
DBMO opdracht aan ESCO
DBMO opdracht
Netwerk
Levering
Netwerk
Levering
Model 1A, volledig publiek integraal warmtebedrijf (PIW) dat zelf de activiteiten van het warmtebedrijf uitvoert of individueel contracteert. In deze variant zijn publieke partijen volledig aandeelhouder van het integrale warmtebedrijf. Het PIW voert alle activiteiten van een integraal warmtebedrijf volledig zelf uit met eigen kennis en kunde, of verstrekt hiervoor opdrachten aan contractanten. Model 1B, Idem als 1A, waarbij 50% plus 1 aandeel in handen is van publieke partijen en de rest in handen van een commerciële Energy Service Company (ESCo) en mogelijk een energiecoöperatie. Het PIW voert alle activiteiten van een integraal warmtebedrijf volledig zelf uit met eigen kennis en kunde, of verstrekt hiervoor opdrachten aan contractanten. De commerciële ESCo zal alleen als aandeelhouder willen investeren bij voldoende waarborgen dat zij hun investering kunnen terugverdienen. Model 2A, volledig publiek integraal warmtebedrijf (PIW) dat de activiteiten van het warmtebedrijf integraal als een DBMO contracteert aan een commercieel warmtebedrijf. In deze variant zijn publieke partijen volledig aandeelhouder van het integrale warmtebedrijf net zoals bij 1A. De activiteiten van het warmtebedrijf worden integraal gecontracteerd via een Design, Build, Maintain and Operate contract aan een commercieel warmtebedrijf.
Het PIW geeft invulling aan de ‘F’ (Finance) van het bekende DBFMO-contract aangezien zij de eigenaar is en besteedt de rest uit, met volledige ontzorging door de markt daarbij, van inkoop warmte, transport, tot distributie, tot en met de levering. Model 2B, idem als 2A, waarbij 50% plus 1 aandeel in handen is van publieke partijen en de rest in handen van hetzelfde commerciële warmtebedrijf dat het DBMO-contract heeft en mogelijk een
107536.3 Pagina 10 van 27
F AK T O N ENERGY
energiecoöperatie. Het commerciële warmtebedrijf dat uitvoering geeft aan het DBMO-contract, wordt in deze variant tevens aandeelhouder van het PIW. De bereidheid om mee te investeren ondanks een minderheidsaandeel komt voort uit het feit dat ze met het DBMO- contract de benodigde ‘grip’ hebben op de operatie en de optimalisatie van het energiesysteem om hun investering daadwerkelijk terug te verdienen.
3. Uitgangspunten en overwegingen voor keuze rolneming In dit hoofdstuk beschrijven wij de belangrijkste uitgangspunten en overwegingen voor de gemeente Nijmegen voor de keuze van een rol in het collectieve warmtenet van Dukenburg. Wij maken hierbij onderscheid tussen de belangrijkste uitgangspunten, overige overwegingen en belangrijke uitgangspunten, maar zonder impact op de keuze voor rolneming. Deze uitgangspunten zijn het resultaat van enkele werksessies met de betrokken ambtenaren.
3.1. Belangrijkste uitgangspunten De negen publieke doelen uit de warmtevisie van de gemeente Nijmegen, vertaalden wij in overeenstemming met de gemeente Nijmegen door naar uitgangspunten die als beoordelingscriteria dienen om een keuze te maken in het aandeel publiek en daarna in het gemeentelijke aandeel binnen het publieke deel. Deze uitgangspunten betreffen de volgende: o Betaalbaarheid voor de eindgebruikers; o Transparantie en medezeggenschap over de uitbreiding van het net zowel binnen als buiten Dukenburg; o Transparantie in en zeggenschap over de tariefering; o De rendementseis moet aansluiten bij de ambitie van betaalbaarheid; o Eventuele winsten van het warmtebedrijf moeten zoveel mogelijk ten goede komen aan de maatschappij; o De markt moet de mogelijkheid hebben om kapitaal in te brengen, zodat dit niet volledig publiek hoeft te worden ingebracht; o Minimalisatie van het financieel risico voor de gemeente; o Mogelijkheid van deelname in het warmtebedrijf door energiecoöperaties; o Mate van ingerichtheid van het gemeentelijk apparaat voor de betreffende rolneming; o Grip op de planning van aanleg/beheer/onderhoud, zodat de gemeente de uitrol van het warmtenet kan combineren met andere gemeentelijke opgaven zoals woningbouw, vervanging riool en wegen en beheer openbare ruimte.
3.2. Aanvullende overwegingen Naast belangrijke uitgangspunten ziet de gemeente ook aanvullende overwegingen die géén uitgangspunt zijn, maar wel belangrijk in de keuze voor de rolneming. Het gaat om de volgende overwegingen: •
In hoeverre staat het gemeentelijk apparaat gesteld om invulling te geven aan de betreffende rolneming? Een deelneming of een volledig publiek warmtebedrijf vraagt om kennis, kunde en extra capaciteit van de gemeente. Het inhuren of aannemen van extra werknemers met ervaring en kennis op het gebied van ontwikkelingen en beheer van warmtenetten en warmtelevering is daarmee essentieel. In de huidige markt vormt dit een uitdaging door de schaarste. Daarbij blijkt het aansturen van een 100% gemeentelijke BV in de geschiedenis altijd lastig, gezien de politieke
107536.3 Pagina 11 van 27
F AK T O N ENERGY
• •
verantwoordelijkheid en daarmee inmenging. De omgang met risico’s en lange termijn continuïteit kunnen daarmee onder druk komen te staan. Recente voorbeelden hiervan waar dit door deze oorzaken niet in overeenstemming met de doelstellingen uitpakte in de warmtesector, betreffen het Warmte Bedrijf Rotterdam en AEB in Amsterdam. Bereidheid en of geschiktheid van de marktpartij om in te stappen in het voorliggende marktordeningsmodel. Is de rolneming in lijn met de huidige stand van zaken van de Wet collectieve warmtevoorziening (Wcw)?
3.3. Overige belangrijke uitgangspunten, maar zonder impact op afweging rolneming De volgende uitgangspunten vallen buiten het afwegingskader omdat deze indifferent zijn voor de mogelijke rolnemingen: • • • •
• •
Duurzaamheid van de bron. De Wet collectieve warmtevoorziening zal dit uitgangspunt borgen. Daarmee is het integrale warmtebedrijf verantwoordelijke voor de verduurzaming van de bron. Betrouwbaarheid van levering. De Wet collectieve warmtevoorziening zal dit uitgangspunt borgen. Open net ten behoeve van mogelijke toetreding van bronnen en leveranciers indien opportuun. Energiekostenneutraal. Ongeacht het gekozen scenario moet de oplossing energiekostenneutraal zijn voor de eindgebruikers. De tekorten in de businesscase moeten gezamenlijk gedekt worden door de aandeelhouders. De gemeente zet hiervoor haar ambtelijk apparaat in om mee te denken en te zoeken naar optimalisaties. Daarnaast is de gemeente bereid om te investeren in de infrastructuur en levering. Eén verantwoordelijke voor integraal warmtebedrijf, zodat er één duidelijk aanspreekpunt is voor bewoners; Kosten efficiënt integraal warmtebedrijf.
107536.3 Pagina 12 van 27
F AK T O N ENERGY
4. Mogelijke rolnemingen voor de gemeente Nijmegen binnen het integraal warmtebedrijf Dukenburg In dit hoofdstuk beschrijven wij de mogelijke rolnemingen voor de gemeente Nijmegen binnen het integraal warmtebedrijf Dukenburg. Hierbij maken wij onderscheid in: • De mogelijke financiële rollen voor de gemeente Nijmegen binnen het integraal warmtebedrijf. Dit varieert tussen de rol van subsidieverstrekker tot de oprichting van een volledig gemeentelijk warmtebedrijf. • Het aandeel publiek binnen het publieke integrale warmtebedrijf. • Het aandeel van de gemeente binnen het publieke deel van het integrale warmtebedrijf.
4.1. Mogelijke financiële rollen voor de gemeente binnen het integraal warmtebedrijf Wij zien de volgende mogelijke financiële rollen voor de gemeente Nijmegen binnen het integraal warmtebedrijf. • • • • • •
Subsidieverstrekker Garantie- /lening verstrekker Deelname in het integrale warmtebedrijf – De gemeente kan ervoor kiezen om te participeren in een joint venture met een marktpartij. Gemeentelijke warmtebedrijf (100% deelname) – In deze situatie is de gemeente 100% eigenaar van het integrale warmtebedrijf. Deelname via ARN – De gemeente is via het samenwerkingsverband MARN al aandeelhouder van ARN. 100% markt – In deze situatie selecteert de gemeente een integraal warmtebedrijf en neemt de gemeente geen deel in de warmtelevering.
De financiële rollen subsidie-, garantie- en lening verstrekker sluiten niet aan bij de belangrijkste uitgangspunten en overwegingen van de gemeente. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de uitgangspunten: transparantie en medezeggenschap over de tarieven. Daarnaast geeft ARN aan geen rol als warmteleverancier te willen nemen voor de levering van warmte aan consumenten (B2C). Mogelijk zien zij wel een rol voor het leveren van warmte aan zakelijke afnemers (B2B). Daarmee resteren de volgende rollen voor de gemeente: • •
Deelname in het net Gemeentelijke warmtebedrijf
4.2. Mogelijke varianten voor het aandeel publiek binnen het integraal warmtebedrijf De Wcw heeft met de brief van Jetten concretere richting gekregen. Wetgever stuurt met deze brief op publieke deelneming met een meerderheidsaandeel (50% plus 1 aandeel) in de infrastructuur en/of in het integrale warmtebedrijf. Het publieke deel kan worden ingevuld door de gemeente en een ander publiek orgaan zoals de provincie en Firan en/of een vanuit het GWIB naar de kaders van de Wcw doorontwikkelde samenwerking tussen Firan of Alliander en de provincie. 50% Plus 1 aandeel is het minimum, maar het kan natuurlijk ook meer zijn dan dit percentage. Om de verschillen weer te geven maakten wij in onze analyse onderscheid in de volgende drie varianten:
107536.3 Pagina 13 van 27
F AK T O N ENERGY
• • •
51% publiek 80% publiek 100% publiek
In hoofdstuk 6 tonen wij de impact van de verschillende varianten op de uitgangspunten en overwegingen van de gemeente Nijmegen.
4.3. Mogelijk aandeel van de gemeente binnen het aandeel publiek van het integraal warmtebedrijf Binnen het publieke aandeel zoals beschreven in de varianten in paragraaf 4.2 kan de gemeente een aandeel nemen. Om de overwegingen hiervan inzichtelijk te maken maakten wij in onze analyse onderscheid in de volgende varianten: • • • • •
50% gemeente – 50% Firan/GWIB 20% gemeente – 80% Firan/GWIB 80% gemeente – 20% Firan/GWIB 100% gemeente – 0% Firan/GWIB 0% gemeente – 100% Firan/GWIB
Naast de gemeente kan de publieke rol ingevuld worden door Firan, het GWIB, Alliander, de provincie of een ander publiek orgaan.
4.3.1. Mogelijke publiek/private organisatiestructuren Het publieke deel kan worden ingevuld door de gemeente en een ander publiek orgaan zoals de provincie, Firan en/of een vanuit het GWIB naar de kaders van de Wcw doorontwikkelde samenwerking tussen Firan of Alliander en de provincie. Op hoofdlijnen zien wij de onderstaande structuren. De exacte structuur is nader in samenwerking met de partners nader te structureren. 1. 2. 3.
Firan/Alliander in combinatie met gemeente als aandeelhouder; Structuur zoals ontwikkeld in Gelders Warmte Infra Bedrijf (GWIB); Structuur van Indigo zoals de transportleiding van Waalfront en Waalsprong.
Wij lichten deze structuren hieronder één voor één toe. Ad 1. Firan in combinatie met gemeente als aandeelhouder. Alliander is een netbeheerder voor gas en elektra. De gemeente Nijmegen valt binnen het verzorgingsgebied van Alliander. Firan, de dochteronderneming van Alliander, focust op de realisatie en beheer van warmtenetten. Duurzame Energie Gelderland (DENG) is een fonds bestaande uit Oost-NL en Firan. Ook vanuit DENG kan worden deelgenomen. Ad 2. Structuur zoals ontwikkeld in Gelders Warmte Infra Bedrijf (GWIB), nader door te ontwikkelen binnen de kaders van de Wcw. Het Gelders Warmte Infra Bedrijf (GWIB) is ontwikkeld door de provincie Gelderland, OostNL en Alliander om warmteprojecten in Gelderland te versnellen en te financieren. De voordelen van het GWIB t.o.v. Alliander zijn:
107536.3 Pagina 14 van 27
F AK T O N ENERGY
• • • • • •
Het GWIB zorgt voor spreiding van risico’s, waardoor projecten sneller en slimmer kunnen worden ontwikkeld; Het zorgt voor financieringsvoordelen; Het GWIB bundelt kennis en kunde voor de ontwikkeling van warmtenetten, die de gemeente zelf niet in huis heeft; Het GWIB biedt ruimte voor open netten waar meerdere warmtebronnen op aangesloten worden; Grotere commitment vanuit Alliander door de mogelijkheid van het spreiden van risico; Aanbestedingsrechtelijk al volledig uitgewerkt
Organisatiestructuur GWIB - Afbeelding Berenschot 8-9-2022
De huidige structuur van GWIB past nog niet volledig binnen de kaders van de WCW, aangezien hierin mogelijk alleen de infrastructuur publiek is, terwijl de Wcw beoogt dat het integrale warmtebedrijf meer dan 50% in publieke handen is. Met enkele aanpassingen is de kans groot dat de structuur van GWIB ook effectief is voor Dukenburg binnen de kaders van de Wcw. Deze doorontwikkeling van GWIB moet onderdeel zijn van de uitwerking komende tijd als ook de teksten van de Wcw bekend zijn. Ad 3. Structuur van Indigo zoals de transportleiding van Waalfront en Waalsprong. Indigo is een samenwerkingsconstruct tussen de gemeente Nijmegen en Alliander N.V.. Hierin heeft de gemeente 5% deelname en Alliander 95%. Over een aantal thema’s heeft de gemeente Nijmegen 50% zeggenschap. Dit betreft de volgende thema’s: a. besluiten tot emissie van aandelen in de Vennootschap; b. besluiten tot inkoop van aandelen in de Vennootschap; c. besluiten tot het vaststellen van de jaarrekening en het dividendbeleid van de Vennootschap; d. besluiten tot wijziging van de statuten van de Vennootschap; e. besluiten tot een juridische fusie of een splitsing waarbij de Vennootschap partij is; f. besluiten tot ontbinding van de Vennootschap; g. besluiten van de Directie die worden voorgelegd aan de AVA omdat er binnen de Directie geen unanimiteit over deze besluiten is bereikt; h.
het vaststellen of wijzigen van 3-jarig businessplan van de Vennootschap; i. het aangaan van dadingen, compromissen en akkoorden, dit voor zover deze een bedrag van meer dan één honderdduizend euro (€ 100.000) betreffen;
107536.3 Pagina 15 van 27
F AK T O N ENERGY
j.
het doen van investeringen en het aangaan van rechtshandelingen waarvan het voorwerp of het belang een bedrag van vijfhonderdduizend euro (€ 500.000) te boven gaat (met uitzondering van de normale bedrijfsvoering). k. onderwerpen de Vennootschap betreffende, waarbij op structurele wijze de reputatie van Alliander, respectievelijk van de Gemeente, daaronder eveneens begrepen hun respectieve dochterondernemingen, in het geding komt; l. staking van (een deel van) de onderneming(en) en/of Bedrijfsactiviteiten die direct of indirect worden gedreven door de Vennootschap, het overdragen van het door de Vennootschap uitgeoefende bedrijf of een deel daarvan; m. het aangaan, wijzigingen of beëindigen van overeenkomsten met Aandeelhouders; n. het aangaan, wijzigingen of beëindigen van overeenkomsten van strategische aard en/of joint ventures, voor zover deze een bedrag van meer dan één miljoen euro (€1.000.000,-) betreffen; o. het oprichten van nieuwe ondernemingen of deelnemen in (nieuwe) ondernemingen en/of derde partijen, dan wel het afstoten van zodanige deebiemingen. Deze besluiten zijn terug te vinden in artikel 5.3 van de statuten.
107536.3 Pagina 16 van 27
F AK T O N ENERGY
5. Financiële impact rolnemingen op betaalbaarheid eindgebruikers en investeringsruimte gemeente 5.1. Mogelijkheden financiering initiële investering en impact op eigen vermogen gemeente De deelname in het integrale warmtebedrijf betreft het aandeel in het eigen vermogen van deze onderneming. Dit betekent dat de gemeente de initiële investering niet volledig zelf hoeft in te brengen, maar een deel kan financieren bij bijvoorbeeld de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) en/of InvestNL. Hoe deze financiering eruitziet en wat dit betekent voor het benodigd eigen vermogen van de gemeente hangt af van de voorwaarden die BNG en/of InvestNL stellen. Het totale investeringsvolume voor het oprichten van het warmtebedrijf Dukenburg wordt nu geraamd op circa €50 mln. Vanuit BNG is in de eerste verkennende gesprekken aangegeven dat circa 70% gefinancierd kan worden met vreemd vermogen bij structurering als een reguliere projectfinanciering met >50% aandeel publiek, waarmee nog 30% eigen vermogen ingebracht moet worden door de aandeelhouders. Bij verstrekken van een gemeentelijke garantie aan het warmtebedrijf kan het aandeel vreemd vermogen oplopen tot 90%. Wellicht dat het door EZK in ontwikkeling zijnde waarborgfonds hier ook een rol in kan spelen, nader te bepalen bij naar buiten komen van meer informatie over de Wcw en de publieke realisatiekracht de komende maanden.
Afhankelijk van het aandeel van de gemeente als eigenaar in het warmtebedrijf gaat het om de volgende bedragen: Aandeel gemeente aan de hand van varianten aandeelhoudersverdeling warmtebedrijf Dukenburg Gemeente 1% Gemeente 90% Gemeente 50% Gemeente 35% Gemeente 0% Gemeente 20%
Aandeel gemeente
0,5 mln. 44,4 mln. 24,6 mln. 17,3 mln. 0,0 mln. 9,9 mln.
In te brengen eigen vermogen gemeente (indien 10% EV) 0,05 mln. 4,4 mln. 2,5 mln. 1,7 mln. 0,0 mln. 1,0 mln.
In te brengen eigen vermogen gemeente (indien 30% EV) 0,1 mln. 13,3 mln. 7,4 mln. 5,2 mln. 0,0 mln. 3,0 mln.
Deze structuur is dus nog in ontwikkeling. Voor de eenduidigheid in deze notitie gebruiken wij deze bij de uitwerking in de volgende paragrafen van de consequenties voor de keuze voor één van de gemeentelijke rolnemingen. Zoals gezegd kunnen deze percentages nog aan verandering onderhevig zijn.
5.2. Impact betaalbaarheid bij gemeentelijke deelneming Deelname van de gemeente resulteert in een verlaging van de aansluitbijdrage tussen de € 0 en € 2.200 per woning. De resultaten uit de businesscase tonen dat naarmate de publieke deelname groter is, de aansluitbijdrage lager wordt. Dit is te verklaren door de lagere rekenrente en risico-opslag die de gemeente hanteert. Hiervoor hanteerden wij 0%7 als rekenrente en 3% als risico-opslag. Voor de private partijen hanteerden wij marktconforme rendementseisen zoals wij terugzien in de markt. Dit is 6% voor het warmtenetbedrijf en 8% voor het warmteleveringsbedrijf.
7
Rekenrente gemeente d.d. december 2022, mogelijk komende tijd bij te stellen naar alle rente-ontwikkelingen. Als de rekenrente van de gemeente stijgt, doet die van de markt dat ook. De verschillen blijven daarmee van dezelfde ordegrootte is onze verwachting. 107536.3 Pagina 17 van 27
F AK T O N ENERGY
BAK voor vastgoedeigenaren
BAK verschil t.o.v. 100% markt
Gemeente 1%
€ 7.120
€ 20
Gemeente 90%
€ 4.940
€ 2.200
Gemeente 50%
€ 6.030
€ 1.110
Gemeente 35%
€ 6.390
€ 760
Gemeente 0%
€ 7.140
€0
Gemeente 20%
€ 6.720
€ 420
* De bovenstaande berekeningen zijn op basis van het businesscasemodel van Fakton. Firan werkt momenteel aan een uitwerking van de businesscase inclusief de nieuwe WIS-subsidie. Na de uitwerking van de businesscase door Firan kunnen deze getallen nog veranderen. Voor een indicatie van de effecten van een gemeentelijke deelname op de betaalbaarheid voor de eindgebruiker, namen wij deze in deze rapportage op.
107536.3 Pagina 18 van 27
F AK T O N ENERGY
6. Mate van aansluiting mogelijke rolnemingen bij de uitgangspunten en overwegingen In dit hoofdstuk geven wij een overzicht van de mate van aansluiting van de rolnemingen bij de uitgangspunten en overwegingen uit hoofdstuk 3. In de eerste paragraaf beschrijven wij dit voor de mogelijke aandelen publiek binnen het publieke integrale warmtebedrijf. In de tweede paragraaf beschrijven wij de mogelijke varianten van gemeentelijke deelname binnen het publieke deel van het integrale warmtebedrijf.
6.1. Weging van de mogelijke varianten voor publieke rolnemingen op de uitgangspunten Onderstaande tabel geeft de weging van de varianten voor het aandeel publiek in het PIW weer, waarbij het overige aandeel dan beoogd is in te laten nemen door een commerciële warmteleverancier en mogelijk een energiecoöperatie.
Toelichting scores Hieronder lichten we de scores toe van de afbeelding op de voorgaande pagina. Betaalbaarheid eindgebruiker: Hoe groter de deelname van publiek, hoe betaalbaarder voor de eindgebruiker. Hierbij gaan wij ervanuit dat een private warmtepartij een hogere rendementseis hanteert dan een publieke partij Transparantie tarieven/ transparantie uitbreiding net: In iedere variant heeft de gemeente een aandeel van minimaal 1%. Door dit aandeel is de gemeente aanwezig bij de aandeelhoudersvergaderingen en heeft zij zicht op de jaarverslagen. Hierdoor is de transparantie in elke variant hoog. Zeggenschap tarieven/ zeggenschap uitbreiding net: Hoe groter de deelname van publiek, hoe meer zeggenschap zij heeft over tarieven. Deze zeggenschap door de gemeente is afhankelijk van het aandeel van de gemeente binnen het publieke aandeel.
107536.3 Pagina 19 van 27
F AK T O N ENERGY
Winsten ten gunste van de maatschappij: Mocht het warmtebedrijf winst maken, dan gaat deze winst naar de aandeelhouders. Hoe groter de deelname van publiek, hoe meer winst de publieke partij ontvangt, wat zij kan inzetten ten gunste van de maatschappij. Passende rendementseis: De rendementseis van het warmtebedrijf bestaat uit een rekenrente en een risicoopslag. Voor een marktpartij komt daar ook nog een vergoeding op eigen vermogen bij. Hoe groter de deelname van publiek hoe lager de samengestelde rendementseis tussen de marktpartij en de publieke partij. En daarmee passender bij de ambities van betaalbaarheid. Mogelijkheid inbreng kapitaal van de markt: Hoe kleiner het aandeel van publiek, hoe groter de inbreng van kapitaal van de markt. Mate van tucht door de markt: Als een marktpartij bereid is om een groter aandeel te nemen binnen het warmtebedrijf, geeft dit zekerheid in de marktconformiteit en realiteit van de businesscase vanuit de kennis en ervaring van de markt. Bereidheid/geschiktheid van marktpartij: In de varianten met 51% en 80% aandeel van publiek heeft de markt in beide situaties een minderheidsaandeel. Wij gaan ervanuit dat de bereidheid van de markt vergelijkbaar is in beide varianten.
Gelijkwaardigheid/ verantwoordelijke stakeholders integraal warmtebedrijf: Naarmate de aandelenverhouding in lijn ligt met de verantwoordelijkheden binnen het warmtebedrijf, handelt het bedrijf en de eigenaren daarvan meer in verhouding daartoe. Er ontstaan geen scheve verhoudingen tussen eigendom, zeggenschap en verantwoordelijkheden en risico’s waar de eigenaren voor aan de lat staan.
6.2. Weging van de mogelijke varianten voor gemeentelijke aandeel binnen het publieke deel op de uitgangspunten Onderstaande tabel geeft de weging van de varianten voor het gemeentelijke aandeel binnen het publieke deel weer.
107536.3 Pagina 20 van 27
F AK T O N ENERGY
Toelichting scores Hieronder lichten we de scores toe van de afbeelding op de voorgaande pagina. Betaalbaarheid eindgebruiker: De gemeente kan goedkoper geld kan lenen en hoeft geen winst op eigen vermogen te maken. Hoe groter de deelname van de gemeente, hoe lager de onrendabele top. Een lagere onrendabele top zorgt voor een lagere aansluitbijdrage. Dit komt uiteindelijk ten goede voor de betaalbaarheid van de eindgebruiker. Transparantie tarieven/ transparantie uitbreiding net: Zodra de gemeente Nijmegen deelneemt, kan zij aanwezig zijn bij de aandeelhoudersvergaderingen en krijgt zij inzicht in de verslagen. Op deze manier zorgt deelname voor transparantie over tarieven. De transparantie is voor iedere mate van deelname gelijk. Ongeacht of de gemeente 20% of 80% deelneemt. Zeggenschap tarieven/ zeggenschap uitbreiding net: Hoe groter de deelname van de gemeente, hoe meer zeggenschap zij heeft over tarieven. Winsten ten gunste van de maatschappij: Mocht de warmteleverancier winst maken, dan gaat deze winst naar de aandeelhouders. Hoe groter de deelname van de gemeente, hoe meer winst de gemeente ontvangt, wat zij kan inzetten ten gunste van de maatschappij. Passende rendementseis: De rendementseis van de warmteleverancier bestaat uit een rekenrente en een risicoopslag. Voor een marktpartij komt daar ook nog een vergoeding op eigen vermogen bij.
Hoe groter de deelname van de gemeente hoe lager de samengestelde rendementseis tussen de marktpartij en de gemeente. En daarmee passender bij de ambities van betaalbaarheid. De gemeente geeft aan dat de rendementseis van een marktpartij niet passend is bij de ambities van de gemeente. Minimaliseren van risico voor gemeente: Investeren in het warmtebedrijf brengt risico’s met zich mee. Denk hierbij aan het risico dat vastgoedeigenaren niet aansluiten en het warmtebedrijf geen warmte kan verkopen, 107536.3 Pagina 21 van 27
F AK T O N ENERGY
terwijl zij afspraken maakten over de afname van warmte. Hoe groter de deelname van de gemeente, hoe groter het risico. Mate van in gerichtheid van het gemeentelijke apparaat: Een deelname van de gemeente vraagt om de aanwezigheid van ambtenaren met kennis en kunde van de ontwikkeling en exploitatie van een warmtebedrijf. Momenteel heeft de gemeente deze ambtenaren nog niet in dienst. Daarnaast is er momenteel grote krapte op de markt voor het vinden van geschikte werknemers in de warmtetransitie. Hoe groter de deelname van de gemeente, hoe minder de mate van in gerichtheid van het gemeentelijke apparaat. Bereidheid van Firan/GWIB: Per variant maakten wij een inschatting in hoeverre Firan, het GWIB en of een overig publiek orgaan bereid is om samen met de gemeente aandeelhouder te zijn in het integrale warmtebedrijf. In gesprekken met de gemeente gaf Firan aan graag samen te werken met de gemeente in het integrale warmtebedrijf. De variant van 0% deelname scoorden wij daarom laag. Daarnaast gaf Firan aan voorkeur te hebben om geen 100% deel te nemen maar samen te werken met een andere partij. Mogelijkheid deelname energiecoöperatie: In iedere variant achten wij het realistisch dat de energiecoöperatie toe treedt. In de situatie waarbij de gemeente 100% deelneemt als publieke partij, heeft de gemeente hier alle zeggenschap over.
In de situatie dat de gemeente 0% deelneemt is de toetreding van een energiecoöperatie afhankelijk van het publieke orgaan dat deelneemt binnen het integrale warmtebedrijf. Inbreng kapitaal derden: Hoe groter het aandeel van Firan, GWIB of een ander publiek orgaan, hoe groter de inbreng van kapitaal door derden.
107536.3 Pagina 22 van 27
F AK T O N ENERGY
7. Juridische aandachtspunten 7.1. Wet Markt en Overheid Het doel van de Wet Markt en Overheid is om oneerlijke concurrentie door de overheid te voorkomen als zij economische activiteiten uitvoert. De wet bevordert een gezond ondernemersklimaat in Nederland. Gemeenten en andere overheden mogen economische activiteiten uitvoeren, maar moeten zich dan wel aan de volgende 4 gedragsregels houden: 1. Kosten doorberekenen: Overheden mogen een product of dienst niet onder de kostprijs aanbieden. 2. Bevoordelingsverbod: Overheden mogen hun eigen overheidsbedrijven niet bevoordelen boven concurrerende ondernemingen. Bijvoorbeeld door gunstige financiering. 3. Gegevensgebruik: Overheden krijgen door haar publieke taak informatie die anderen niet hebben. Dat mag geen oneerlijk voordeel opleveren. Overheden mogen gegevens daarom alleen gebruiken voor economische activiteiten, als andere bedrijven die gegevens ook onder dezelfde voorwaarden kunnen krijgen. 4. Functiescheiding: Het komt voor dat overheden een bestuurlijke rol hebben voor economische activiteiten die ze zelf uitvoeren. Overheden moeten zorgen voor een strikte scheiding tussen zulke bestuurlijke zaken en economische activiteiten. Ambtenaren mogen niet tegelijk met allebei bezig zijn.
De 4 gedragsregels gelden niet ingeval van het aanbieden van goederen of diensten door bestuursorganen aan andere bestuursorganen of aan overheidsbedrijven voor zover deze goederen of diensten zijn bestemd voor de uitvoering van een publiekrechtelijke taak. De gedragsregels gelden ook niet ingeval van een algemeen belang besluit of geoorloofde staatssteun. In hoeverre de verschillende rollen van de gemeente in lijn zijn met de Wet Markt en Overheid moet nader uitgewerkt worden aan de hand van onafhankelijk juridisch advies.
7.2. Wet Financiering Decentrale Overheden - Staatssteunregels Een ander aandachtspunt voor een financiële deelneming van de gemeente betreft de Wet Financiering Decentrale Overheden en de bijbehorende staatsteunregels. De staatssteunregels zijn opgesteld om de Europese markt te beschermen tegen oneerlijke concurrentie met overheidsgeld. Het uitgangspunt is dat staatssteun verboden is en daarom vooraf ter goedkeuring moet worden voorgelegd aan de Europese Commissie (EC). Staatssteun is verboden, tenzij de steun past in een vrijstellingsverordening, of kan worden verleend op een andere grondslag. Mogelijke routes voor gemeentelijke steun aan de (lokale) warmteketen zijn het gebruik van • • •
de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV); de-minimisverordening en de Diensten van Algemeen Economisch Belang (DAEB).
Hieronder zijn deze mogelijke routes uiteengezet, inclusief de concrete stappen die samenhangen met de toepassing van de AGVV.
107536.3 Pagina 23 van 27
F AK T O N ENERGY
Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV) De AGVV geeft gemeenten en andere decentrale overheden een praktisch instrument om op een geoorloofde manier staatssteun te verlenen aan de ontwikkeling van warmtenetten. In de AGVV zijn allerlei steuncategorieën vrijgesteld. Het gaat om onderwerpen waaraan de EC een groot belang toekent, zoals innovatie, duurzaamheid, en onderzoek en ontwikkeling. Een voorbeeld van een vrijgestelde steuncategorie is de investeringssteun voor energie-efficiënte stadsverwarming en -koeling (die is opgenomen in artikel 46 van de AGVV). De AGVV kent een aantal algemene criteria en per steuncategorie ook specifieke voorwaarden. Het is belangrijk dat de afspraken die een gemeente met een partij in de warmteketen maakt over (co)financiering voldoet aan de criteria uit de AGVV. Relevante thema’s hierbij zijn de hoogte van de bijdrage die wordt verleend, en de aard van de kosten (zoals startinvesteringen) waarvoor de steun wordt gegeven. Als bijvoorbeeld een achtergestelde lening wordt verstrekt, dan is het van belang dat de situatie in de markt (zoals de marktconforme rente) op objectieve wijze wordt afgezet tegen de kosten die de ontvangende partij aan de gemeente betaalt. Het verschil tussen beide bedragen is dan het financiële voordeel cq de staatssteun. Voor de hoogte van de staatssteun gelden de maxima uit de AGVV.
Er zijn verschillende mogelijkheden voor een gemeente om de afspraken over staatssteun vast te leggen, met veel ruimte voor lokale politiek-bestuurlijke wensen. Er kan worden gedacht aan een incidentele subsidieverstrekking om specifieke kosten te dekken, een achtergestelde lening, prestatieafspraken over de levering van warmte aan afnemers, een garantie als de businesscase verliesgevend blijkt te zijn, of een combinatie hiervan.
7.3. Aanbestedingswet In deze paragraaf lichten wij, op basis van het advies van de jurist van de gemeente Nijmegen, de toepassing van de aanbestedingswet toe op de aanbesteding van het warmteleveringsbedrijf en warmtenetbedrijf. De aanbestedingswet is van toepassing voor opdrachten die door een aanbestedende dienst, in dit geval de gemeente, aan een partij worden verstrekt, voor zover de opdrachtomvang het vastgestelde Europese drempelbedrag overschrijdt. Deze wet is van toepassing voor opdrachten van concessies van diensten en concessies van Werken, bij overschrijding van een bedrag ad € 5.382.000,- ex BTW. Een opdracht aan een Warmteleveringsbedrijf, waarin de gemeente als aanbestedende dienst en als JV-partner participeert, kwalificeert als een concessie voor diensten. Een opdracht aan een warmtenetwerkbedrijf, waarin de gemeente als aanbestedende dienst en als JV-partner participeert, kwalificeert als concessie voor werken. Op beiden is de Aanbestedingswet van toepassing. Dat brengt mee dat er in beginsel moet worden aanbesteed, tenzij er een uitzonderingsregel van toepassing is. Voor de beoogde concessie met een JV-partner voor de warmtelevering geldt: Het is niet mogelijk om een commerciële JV-partner als partner in een Joint venture met de gemeente te realiseren zonder een (Europese) aanbesteding te doorlopen.
Aannemelijk is namelijk dat de selectie van de private JV-partner gepaard gaat met de gunning van een concessieopdracht voor diensten. Op het moment dat de waarde van deze concessie de toepasselijke drempel ad € 5.382.000,- ex BTW overschrijdt, dan dient deze dus Europees te worden aanbesteed. Voor de aanbesteding van concessies geldt overigens een enigszins verlicht aanbestedingsregime. [bron: concept “Nijmegen, Gem./Adv. warmtenet Dukenburg (20220742); advies” Hekkelman 27 juli 2022];
107536.3 Pagina 24 van 27
F AK T O N ENERGY
Voor de beoogde concessie met een JV-partner voor het warmtenetwerkbedrijf geldt dat er uitzonderingen binnen de Aanbestedingswet mogelijk zijn om FIRAN, als JV-partner van de gemeente, al dan niet tezamen met de provincie, aan je te binden zonder dat een (Europese) aanbesteding hoeft te worden doorlopen. Dit wordt onderschreven door advies van Hekkelman 5 oktober 2022.
107536.3 Pagina 25 van 27
F AK T O N ENERGY
8. Conclusies De conclusies die wij trekken over een effectieve invulling van het publieke integrale warmtebedrijf Dukenburg, zijn de volgende: •
• •
•
Gegeven de kamerbrief van Minister Jetten d.d. 21 oktober 2022 waarin de publieke route voor de Wcw en de hoofdlijnen daarvan werden geschetst, en het raadsbesluit d.d. 8 maart 2023 waarin de gemeenteraad besloten heeft in lijn hiermee te handelen, komt er een publiek integraal warmtebedrijf, met meer dan 50% van de aandelen in publieke handen. De logische publieke partijen die dit publieke deel invulling kunnen geven betreffen de gemeente, Firan/Alliander en/of de provincie Gelderland. Welk aandeel van dit publieke deel in gemeentelijke handen zal zijn, hangt af van de mate waarin Nijmegen haar publieke doelen reeds kan bereiken via de publiekrechtelijke weg op basis van de concrete, nu nog onbekende, uitwerking van de Wcw en bijbehorende publieke realisatiekracht die EZK momenteel uitwerkt, van de bereidheid en wensen van de overige publieke partners en van de financiële mogelijkheden en belangen van al deze drie partners. Op basis van de eigen prioritering van doelen en belangen én op basis van de opstelling en bereidheid van de samenwerkingspartners, de nog te selecteren warmteleverancier en de mogelijke energiecoöperatie, heeft de gemeente Nijmegen de exacte invulling van het Publieke Integrale Warmtebedrijf en haar eigen rolneming de komende tijd te bepalen. De score op de individuele uitgangspunten/criteria is in deze rapportage weergegeven.
107536.3 Pagina 26 van 27
F AK T O N ENERGY
Bijlage: toelichting rechtsvormen publiek/ privaat warmtebedrijf In dit hoofdstuk geven wij een korte toelichting op mogelijke rechtsvormen voor het integraal warmtebedrijf Dukenburg. Het integraal warmtebedrijf bestaat uit een gesplitst bedrijf met een: • Warmteleveringsbedrijf • Warmtenetwerkbedrijf Binnen deze twee bedrijven onderzoekt de gemeente of zij hierin wil deelnemen. Zodra de gemeente besluit om deel te nemen binnen het warmteleveringsbedrijf en/of het warmtenetwerkbedrijf gaat zij een samenwerking aan met een andere partij. Deze samenwerking kan doormiddel van een: Joint venture Special Purpose Vehicle Een joint venture is een afspraak tussen bestaande bedrijven om samen te werken. De bedrijven houden hun zelfstandigheid als bedrijf. Een SPV is een vennootschap die voor één specifieke transactie door de samenwerkende partijen wordt opgericht. Een SPV is, in tegenstelling tot bij een joint venture, één aparte juridische entiteit. De joint venture en een SPV kunnen een bepaalde rechtspersoonlijkheid hebben. Hieronder sommen wij mogelijke rechtsvormen op en geven een kort beschrijving. Vennootschap onder firma (vof): Een vof is een bedrijf waarin minimaal twee personen samenwerken onder één gemeenschappelijke naam. Bij een vof brengt iedere vennoot iets in in het bedrijf, dit kan kapitaal zijn maar ook goederen of arbeid.
De vennoten zijn net als de eenmanszaak privé aansprakelijk. Besloten vennootschap (B.V.): De besloten vennootschap is een rechtspersoon waarvan het aandelenkapitaal verdeeld is in aandelen die niet vrij overdraagbaar zijn. De aandelen staan dus op naam. De B.V. is zelf de rechtspersoon. Het voordeel hiervan is dat de B.V. aansprakelijk wordt gesteld en niet de eigenaren van de B.V. zelf. Naamloze vennootschap (N.V.). Een N.V. lijkt op een B.V. alleen hier zijn de aandelen vrij verhandelbaar en dus niet aan een naam gekoppeld. Coöperatie: In een coöperatie kunnen leden stoppen of instappen zonder dat het voortbestaan van de coöperatie in gevaar komt. Leden kunnen geld in de coöperatie inbrengen via aparte ledenrekeningen. Dit ledenkapitaal is niet verhandelbaar, in tegenstelling tot een aandeel in een bv. Vereniging: Een vereniging is een organisatie die niet als doel heeft om winst te maken en organiseert maatschappelijke activiteiten. Eventuele winsten moeten ingezet worden voor de maatschappelijke activiteiten. Winst kan in tegenstelling tot een coöperatie niet verdeeld worden onder de leden.
107536.3 Pagina 27 van 27