CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Notitie Meer grip op investeringen

Besluitronde (raadsvergadering) 6 mei 2026, gemeente NijmegenBij agendapunt: D39 d.d. 17 maart 2026 over Meer grip op investeringen7.407 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Meer grip op investeringen Samenvatting In de Stadsbegroting 2026 hebben we een nieuwe werkwijze en spelregels aangekondigd. Ten eerste is aangegeven dat we de groep specifieke investeringen op willen schonen voor zover deze zijn aan te merken als bulkinvesteringen. In deze notitie is daarvoor een concreet voorstel opgenomen. Ten tweede is aangegeven dat we spelregels en werkwijze aan willen passen, zodat we meer grip krijgen op de investeringsagenda en er minder druk gelegd op algemene middelen. De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de huidige werkwijze zijn als volgt samen te vatten. ➢

Bij de specifieke investeringen maken we onderscheid tussen investeringen in potlood (de voorgenomen investeringen), in voorbereiding en in uitvoering. Jaarlijks moet bij de Stadsbegroting (of later, bij Voortgangsmonitor of separaat raadsvoorstel) expliciet worden aangegeven welke specifieke investeringen in voorbereiding (inclusief het benodigde voorbereidingskrediet) en in uitvoering genomen gaan worden.

➢

We belasten de begroting alleen voor de kapitaallasten van investeringen die in uitvoering zijn of worden genomen.

➢

Bij de Stadsbegroting geeft het college aan de raad een update van de investeringen in potlood en stelt voor welke nieuwe investeringen zouden kunnen worden toegevoegd en welke investeringen zouden kunnen worden afgevoerd. Investeringsclaims moeten beter worden onderbouwd dan voorheen.

➢

Zolang een investering in potlood staat, is realisatie nog niet zeker. Kredieten komen beschikbaar als ze de status voorbereiding of uitvoering hebben gekregen. Voor het vrijgeven van deze kredieten voor voorbereiding of uitvoering is een collegevoorstel (bestedingsvoorstel, voorheen verbijzondering) nodig (tenzij bij de Stadsbegroting is bepaald dat de raad over de besteding van het krediet een besluit neemt).

➢

Aan het bestedingsvoorstel van een investeringskrediet zijn nadere eisen gesteld, zodat meer duidelijkheid wordt gegeven over realisatie van de investering en de oplevering.

➢

In de voortgangsmonitoren en Stadsrekening wordt alleen gerapporteerd over specifieke investeringen die in voorbereiding of uitvoering zijn.

Overleggen / sjab = Rondvraag ter kennisneming

Inhoud Meer grip op investeringen .....................................................................................................1 1. Inleiding en samenvatting...............................................................................................3 2. Wat willen we bereiken met de nieuwe werkwijze? ......................................................4 3. Huidige werkwijze............................................................................................................6 4. Uitwerking nieuwe werkwijze .........................................................................................7 5. Loslaten Investeringsnorm 90 miljoen euro.................................................................13 6. Schematische weergave nieuwe werkwijze en spelregels ..........................................14 7.

Vervolg ............................................................................................................................16 BIJLAGE: OMZETTING BULKKREDIETEN ..........................................................................17 BIJLAGE: REALISATIERISICO’S ..........................................................................................20 BIJLAGE: INVESTERINGSPLAN VOLGENS NIEUWE WERKWIJZE ......................................21 BIJLAGE: IMPLEMENTATIE ................................................................................................23

2

1. Inleiding en samenvatting Sinds begin 2024 is geprobeerd de investeringsplanning terug te brengen naar een meer realistisch niveau. Daarvoor waren twee belangrijke redenen. Enerzijds is er een bestuurlijk deficit: de investeringsplanning wordt niet gehaald en onduidelijk is wie bepaalt wat wel en niet wordt gestart. Anderzijds leidde het niet halen van het investeringsplan de afgelopen jaren tot financiële voordelen gedurende het jaar. Of, anders gezegd, tot een te hoge raming van kapitaallasten (rente- en afschrijvingskosten van investeringen)1 en daardoor een te hoog beslag op de algemene middelen. De inspanningen sinds 2024 hebben ertoe geleid dat de planning steeds verder is aangescherpt. Doordat investeringen verder zijn weggezet in de tijd, zijn de kapitaallasten die de begroting jaarlijks belasten, aanzienlijk gedaald.2 Om meer grip te krijgen op onze investeringsplanning is meer nodig. We denken daarbij aan een andere werkwijze met andere spelregels, die moeten leiden tot een betere afweging over de investeringsagenda en meer grip op het begroten van de kapitaallasten. In de Stadsbegroting 2026 hebben we een nieuwe werkwijze en spelregels aangekondigd. Ten eerste is aangegeven dat we de groep specifieke investeringen op willen schonen voor zover deze zijn aan te merken als bulkinvesteringen. In deze notitie is daarvoor een concreet voorstel opgenomen.

Ten tweede is aangegeven dat we onderscheid willen maken tussen verschillende fases: investeringen waarmee nog niet is begonnen (een lijst met voorgenomen investeringen: in potlood), de voorbereidingsfase en de uitvoeringsfase. Alleen voor de investeringen die in uitvoering zijn, belasten we de begroting met kapitaallasten. Daarmee wordt er minder druk gelegd op algemene middelen. Ook dat wordt hierna verder uitgewerkt. Disclaimer De nieuwe werkwijze en spelregels geven de mogelijkheid om bij te sturen, keuzes te maken, te prioriteren en ontwikkelingen beter te volgen, zonder onnodige bureaucratische belemmeringen. De wijze waarop de nieuwe werkwijze en daarbij behorende spelregels worden gehanteerd en de realisatiekracht, zijn uiteindelijk bepalend voor het meer grip krijgen op de investeringsagenda.

1

Een investering is een kapitaalgoed dat een levensduur heeft van meerdere jaren. Om het gebruiksnut gelijkmatig over die levensduur uit te smeren, wordt het kapitaalgoed over die levensduur afgeschreven. Omdat er voor een investering meerjarig geld (eigen vermogen of leningen) moet worden gereserveerd, worden er ook rentekosten berekend. 2

Zie voor een actueel beeld van de investeringsplanning de Stadsbegroting 2026, paragraaf investeringen, beleid onder ‘Investeringsplanning’: Investeringen | Beleid | Stadsbegroting 2026 Gemeente Nijmegen

3

2. Wat willen we bereiken met de nieuwe werkwijze? Met de nieuwe werkwijze willen we een aantal doelen bereiken. We lichten dat hier toe. Het onderscheid tussen specifieke investeringen, investeringen met eigen dekking en bulkinvesteringen blijft. Voor de nieuwe werkwijze richten we onze aandacht op de specifieke investeringen. Bulkinvesteringen nemen we niet mee, omdat de realisatiekracht op deze investeringen hoog is. Bulkinvesteringen betreffen veelal jaarlijks terugkerende investeringen met een hoog beheersmatig karakter, zoals investeringen in gemeentelijke accommodaties, bedrijfsinvesteringen en woonomgevingsverbeteringen; Een belangrijk knelpunt bij de huidige investeringsplanning is dat met te hoge investeringsramingen er teveel budget wordt gereserveerd voor de kapitaallasten. De kapitaallasten van Investeringen met eigen dekking worden gedekt door jaarlijkse opbrengsten, zoals de rioolheffing of parkeergeld, en leggen geen beslag op de besteding van algemene middelen. Daarom laten we deze groep investeringen ook buiten beschouwing.

Doel: overzicht en inzicht verbeteren in specifieke investeringen We willen een beter overzicht van en inzicht in de specifieke investeringen krijgen. Dat doen we door investeringen die een meer beheersmatig karakter hebben, over te hevelen naar de bulkinvesteringen. Daarom stellen we voor om 9 specifieke investeringen over te zetten. Dit is toegelicht in bijlage: omzetting bulkkredieten. Doel: verbetering van de bijsturing op de investeringsagenda We maken bij de specifieke investeringen onderscheid tussen voorgenomen investeringen (verder: investeringen in potlood), investeringen in voorbereiding en investeringen in uitvoering. Onder investeringen in potlood nemen we alle specifieke investeringen op waarmee nog niet begonnen is. We stellen daarbij een houdbaarheidsdatum voor, om te voorkomen dat deze investeringen eindeloos op deze lijst blijven staan. Met dit handvat kunnen raad en college jaarlijks bijsturen op de investeringsagenda. Doel: meer grip krijgen op het benodigde budget voor kapitaallasten Jaarlijks bepalen we bij de Stadsbegroting welke investeringen we op de lijst in potlood willen laten staan, in welk jaar of welke jaren we de investering verwachten en wat we aan nieuwe investeringen toe willen voegen. Doel is deze lijst zo realistisch mogelijk te houden.

In de wetenschap dat er over de investeringen in potlood nog veel onzekerheid bestaat of en wanneer deze worden gerealiseerd, gaan we niet – en dit is dan ook anders dan de huidige werkwijze - voor al deze investeringen als vanzelfsprekend budget regelen voor het dekken van de kapitaallasten. Doel: voorkomen van ongebreidelde groei van voorgenomen investeringen Alleen voor de investeringen die in uitvoering zijn of worden genomen, belasten we de begroting van het komende begrotingsjaar met de benodigde kapitaallasten en moet in meerjarig perspectief dekking zijn voor de kapitaallasten. Van de investeringen in potlood en investeringen in voorbereiding berekenen we meerjarig de kapitaallasten, zodat we een indicatie krijgen van het mogelijke verschil tussen het budget kapitaallasten en de benodigde kapitaallasten en sturen bij voorkeur bij op de investeringsagenda; we stappen daarbij af van het automatisme om voor alle investeringen in potlood budget voor kapitaallasten te reserveren. Op deze wijze voorkomen we een ongebreidelde groei van de lijst met investeringen in potlood en houden we het meerjarig budget voor kapitaallasten beheersbaar. Doel: meer grip krijgen op juiste raming van investeringen De nieuwe werkwijze kan helpen hier meer grip op te krijgen. Ten eerste nemen we als eis op dat de raming van het bedrag van een nieuwe investering bij de initiële opvoering 4

(potloodlijst) zo realistisch mogelijk moet zijn. Ten tweede helpt de fasering: wellicht is het investeringsbedrag nog niet helemaal helder, en zal dit in de voorbereidingsfase duidelijk moeten worden. Als dan blijkt dat het bedrag moet worden bijgesteld, is eerst een raadsbesluit nodig voordat er tot investeren kan worden overgegaan. Doel: verbeteren van de verantwoording over de voortgang van investeringen Over investeringen die in voorbereiding of uitvoering zijn genomen, wordt bij voortgangsmonitor en stadsrekening verantwoording afgelegd. Daarmee wordt alleen verantwoording afgelegd over investeringen waarmee daadwerkelijk is begonnen, en wordt het beeld niet vertroebeld door investeringen die nog ‘in de wacht staan’. Hiermee wordt focus aangebracht op het voltooien van voorbereidings- en uitvoeringsfase. De realisatie van deze doelen nemen we mee in de evaluatie van de nieuwe werkwijze (zie toelichting bij ‘7. Vervolg’).

5

3. Huidige werkwijze Hieronder volgt op hoofdlijnen een beschrijving van de huidige werkwijze. Hoe komt de investeringsagenda tot stand? Bij de Stadsbegroting wordt ieder jaar de investeringsplanning ter besluitvorming aan de raad voorgelegd. Ieder jaar worden er nieuwe investeringen aan toegevoegd. Bij de begrotingsbehandeling stelt de raad het investeringsplan vast en kan het college daarna tot uitvoering overgaan, tenzij bij het vaststellen van de begroting besloten is dat voor een investering eerst een separaat raadsvoorstel nodig is. Het college geeft in de begroting aan voor welke investeringen een separaat raadsvoorstel zal worden voorgelegd; de raad kan bij de behandeling van de stadsbegroting besluiten daarop te amenderen. Hoe gaan we om met de begroting van de kapitaallasten? Uitgangspunt is het beschikbare budget voor kapitaallasten Vervolgens wordt een doorberekening van de kapitaallasten gemaakt van alle gerealiseerde investeringen en investeringen die nog onderhanden zijn of nog ten uitvoer moeten komen. Die doorrekening leidt tot de benodigde kapitaallasten. Als de benodigde kapitaallasten hoger zijn dan het budget, wordt in de Stadsbegroting een voorstel opgenomen het investeringsplan bij te stellen zodat het wel past of er wordt ruimte gevonden om de kapitaallasten in de programmabegroting te verhogen .

Als de benodigde kapitaallasten lager zijn dan het beschikbare budget, kan het verschil vrijvallen ten gunste van algemene middelen. Hoe wordt er invulling gegeven aan een investeringskrediet? Voor het vrijgeven van een investeringskrediet wordt een verbijzonderingsvoorstel ter besluitvorming aan het college voorgelegd, tenzij is bepaald dat daarvoor een separaat raadsvoorstel nodig is. Hoe wordt er gerapporteerd en wanneer wordt er bijgestuurd? In de voortgangsmonitoren en Stadsrekening wordt verantwoording afgelegd over alle investeringen. Bij afwijkingen wordt een voorstel tot bijsturing gedaan. Hoe gaan we om met kostenoverschrijdingen? Als een investeringskrediet ontoereikend blijkt te zijn, wordt aan de raad een voorstel ter besluitvorming voorgelegd (Stadsbegroting of separaat raadsvoorstel).

6

4. Uitwerking nieuwe werkwijze We gaan jaarlijks bij de Stadsbegroting inzicht geven in status van de specifieke investeringskredieten: in potlood (de voorgenomen investeringen), voorbereiding of uitvoering. Het college doet bij de Stadsbegroting een voorstel: 1. voor het toevoegen van nieuwe investeringen; 2. voor het in voorbereiding en in uitvoering nemen van specifieke investeringen; 3. voor het afvoeren van investeringen. Het toevoegen van nieuwe investeringen aan de agenda is niet nieuw, de wijze waarop wel. Punt 2 en 3 zijn ook nieuw. In samenhang met punt 1 kan daarmee worden bereikt dat de investeringsagenda een beheersbare omvang houdt. Ad 1: in de voorbereiding op de Stadsbegroting inventariseert het college de behoefte aan nieuwe investeringen. Het college maakt daarop een afweging en legt bij de Stadsbegroting aan de raad voor welke nieuwe investeringen (voorzien van raming en toelichting) zij toe wil voegen aan de investeringen in potlood. Van een nieuwe investering kan tegelijkertijd worden voorgesteld deze in voorbereiding en/of uitvoering te nemen (zie toelichting ad 2).

Een voorstel voor een nieuwe investering moet minimaal voldoen aan de volgende eisen: 1. Duidelijk moet zijn aan welk doel uit de doelenboom de investering een bijdrage levert en wat deze bijdrage inhoudt; 2. Nut en/of noodzaak van de investering moeten blijken uit een duidelijke toelichting. Welk probleem wordt opgelost? Wat gebeurt er als de investering niet wordt gedaan? 3. De raming van het verwachte investeringsbedrag moet zo realistisch mogelijk zijn, zodat in een latere fase (voorbereiding of uitvoering) geen grote bijstellingen van het krediet nodig zijn. Licht toe waarop de raming is gebaseerd en welke risico’s en/of onzekerheden er bestaan ten aanzien van de raming. 4. Duidelijkheid over de termijn waarop de investering kan worden gerealiseerd. Ad 2: Zolang investeringen in potlood staan, is het krediet nog niet beschikbaar voor het doen van uitgaven. Daarom stelt het college bij voorkeur in de Stadsbegroting3 expliciet aan de raad voor welke van de investeringen in potlood zij in voorbereiding (inclusief benodigd voorbereidingskrediet4) en in uitvoering wil gaan nemen. De raad neemt hierover bij het vaststellen van de Stadsbegroting een besluit. Daarmee wordt transparant gemaakt, welke investeringen in het komende begrotingsjaar worden opgepakt. Voor de kapitaallasten van de investeringen met status ‘in uitvoering’ moet voldoende budget beschikbaar zijn.

Het komt voor dat een krediet stapsgewijs tot besteding komt. Dat zal met name bij de grote projecten het geval zijn. In die gevallen zal het deel van het krediet dat een onlosmakelijk geheel vormt, de status voorbereiding of uitvoering kunnen krijgen. Het deel van het krediet waarover op een later moment concrete invulling kan worden gegeven, blijft dan achter op de lijst met investeringen in potlood. Administratief wordt het oorspronkelijk beschikbaar gestelde krediet dan opgesplitst. Bij de overgang van de huidige naar de nieuwe werkwijze zal nader moeten worden onderzocht bij welke grotere kredieten opsplitsing in de rede ligt. Voor het doen van investeringsuitgaven – zowel in voorbereiding als in uitvoering – is een collegeof raadsbesluit nodig.

3

Een specifieke investering ‘in potlood’ kan ook na vaststellen van de Stadsbegroting in voorbereiding en/of uitvoering worden genomen (via Voortgangsmonitor of separaat raadsvoorstel). Er moet dan wel dekking moet zijn voor de meerjarige kapitaallasten; 4

Voor het vrijgeven van een voorbereidingskrediet kan het besluit, evenals nu het geval is, worden genomen door het college (bestedingsvoorstel, voorheen verbijzonderingsvoorstel)

7

Specifieke investeringen die nog niet in voorbereiding of uitvoering worden genomen, blijven geparkeerd staan op de lijst met investeringen in potlood. Ad 3: bij de Stadsbegroting doet het college aan de raad een voorstel over specifieke investeringen die 3 achtereenvolgende jaren in potlood hebben gestaan. Als richtlijn wordt daarbij gehanteerd dat deze investeringen worden afgevoerd. Daarmee wordt voorkomen dat investeringen bij wijze van spreken ‘eindeloos’ op de plank kunnen blijven liggen. Vanuit het oogpunt van transparantie zal aan de lijst met potloodinvesteringen per investering het jaar van initiële opvoering worden toegevoegd en zullen investeringen die 3 jaar of langer in potlood staan met een duidelijke kleur worden gemarkeerd.

Wanneer wordt besloten tot daadwerkelijke uitvoering? Na de voorbereidingsfase is duidelijk of de investering in uitvoering kan worden genomen5; is dat niet het geval, dan zullen de voorbereidingskosten – zoals dat nu ook het geval is ten laste van de exploitatie moeten worden gebracht. De investering wordt dan afgevoerd. Om daadwerkelijk tot uitvoering over te gaan, moet een bestedingsvoorstel (voorheen verbijzonderingsvoorstel) worden voorgelegd. Voorgesteld wordt dat het college expliciet in de Stadsbegroting een voorstel opneemt voor welke kredieten een bestedingsvoorstel aan de raad moet worden voorgelegd. De huidige werkwijze is dat alle investeringskredieten door ons college kunnen worden vrijgegeven (tenzij door de raad anders is besloten). Eerder is in de Stadsbegroting 2026 beschreven om voor het vrijgeven van specifieke investeringskredieten een grensbedrag te hanteren voor het college. Genoemd is een bedrag van 5 miljoen euro. Relevantie van besluitvorming door de raad over het vrijgeven van een krediet zal echter niet alleen afhangen van een grensbedrag. Bovendien is het college al gehouden aan de grens dat een krediet niet mag worden overschreden.

Vanuit dat perspectief wordt daarom voorgesteld dat het college een inschatting maakt van de relevantie en in de Stadsbegroting een concreet voorstel opneemt voor welke kredieten een separaat raadsvoorstel (bestedingsvoorstel, voorheen verbijzondering) nodig is voor het vrijgeven daarvan..

Het bestedingsvoorstel moet duidelijkheid geven over de volgende onderwerpen: 1. de omvang van de investering en eventuele bijstelling van het beschikbaar gestelde krediet (extra benodigde middelen of vrijval); 2. dekking van de kapitaallasten; 3. uitgewerkt projectplan; 4. beschikbare capaciteit; 5. tijdlijn; 6. realisatierisico’s die belemmering kunnen zijn voor een tijdige realisatie (zie bijlage realisatierisico’s). Het voorstel moet duidelijkheid geven over de realisatie van de investering en oplevering.6 Indien blijkt dat het beschikbare krediet ontoereikend is, zal aanvullend krediet bij de raad moeten worden aangevraagd. En als blijkt dat er onvoldoende dekking is voor de kapitaallasten, zal dit bij de eerstvolgende Stadsbegroting aan de raad moeten worden voorgelegd. In schema:

5

De voorbereidingskosten die ten laste van het voorbereidingskrediet zijn gebracht, zijn onderdeel van de totale investering, tenzij een investering dus geen doorgang vindt. 6

In de uitwerking zullen we erop toezien dat bestedingsvoorstellen worden getoetst op realisatiekracht.

8

Geraamde krediet is minimaal toereikend om investering te realiseren Ten opzichte van het geraamde krediet is extra investeringsgeld nodig om de investering te realiseren

Beschikbaar budget voor kapitaallasten geeft voldoende ruimte

Beschikbaar budget voor kapitaallasten is niet toereikend

Collegebesluit (1)

Stadsbegroting (3)

Separaat raadsvoorstel (2)

Stadsbegroting (3)

Ad 1: indien het krediet niet volledig nodig is, kan bij de eerstvolgende P&C-moment aan de raad worden voorgesteld het niet benodigde deel van het krediet vrij te laten vallen. Ad 2: als het krediet moet worden bijgesteld en er is nog voldoende dekking voor de kapitaallasten, kan middels een separaat raadsvoorstel bijstelling van het krediet worden voorgesteld. Ad 3: als blijkt dat daadwerkelijke uitvoering ertoe zou leiden dat het budget voor kapitaallasten wordt overschreden, zal bij de Stadsbegroting een bijsturingsvoorstel moeten worden voorgelegd. Het bijstellen van het budget voor kapitaallasten moet door de raad integraal kunnen worden afgewogen. Hierbij zij opgemerkt dat de kans dat dit probleem zich de komende jaren voor zal doen erg klein is, omdat er nog achterstanden zijn in de realisatie van investeringen.

Hoe gaan we om met de kapitaallasten? Bij de huidige werkwijze regelen we voor alle investeringen budget voor kapitaallasten, dus ook voor investeringen waarover meer onzekerheid bestaat over of en wanneer deze worden gerealiseerd (in de nieuwe werkwijze zijn dat de investeringen ‘in potlood’). Dat heeft er de afgelopen jaren mede aan bijgedragen dat er teveel middelen werden gereserveerd voor de dekking van de kapitaallasten. In de nieuwe werkwijze gaan we hier scherper op sturen. We hanteren daarbij de volgende uitgangspunten: 1. het huidige budget voor kapitaallasten moet voldoende zijn voor de dekking van de benodigde kapitaallasten; in meerjarig perspectief gaan we niet automatisch ‘bijplussen’; 2. in meerjarig perspectief moet er dekking zijn voor de kapitaallasten van alle investeringen in uitvoering. In de nieuwe werkwijze willen we voorkomen dat het budget kapitaallasten te ruim in zijn jasje zit. Dat doen we door de begroting van het komende begrotingsjaar alleen te belasten voor de kapitaallasten van investeringen waarvan we verwachten dat deze uitgevoerd gaan worden en ervoor te zorgen dat meerjarig dekking voor de kapitaallasten van deze investeringen beschikbaar is. De kapitaallasten van de investeringen in potlood en in voorbereiding rekenen we ook door om een indicatie te krijgen van het verschil tussen budget en benodigde kapitaallasten.

Maar we stappen af van het automatisme het budget kapitaallasten op te hogen als dat te laag is om alle investeringen in potlood ten uitvoer te kunnen brengen. We lichten het voorgaande toe aan de hand van een voorbeeld. Voorbeeld Bij het opstellen van de begroting 2027 is – ijkoment juni 2026 - onderscheid gemaakt tussen investeringen in potlood, voorbereiding en uitvoering. Investeringen die bij het opstellen van de Stadsbegroting 2027 de status ‘in voorbereiding’ of ‘in potlood’ hebben, komen op zijn vroegst in 2027 of later tot uitvoering. Kapitaallasten volgen altijd het jaar nadat een investering is opgeleverd. Voor begrotingsjaar 2027 hoeft dus alleen ruimte te

9

worden gereserveerd voor gerealiseerde investeringen en investeringen in uitvoering7; het verschil tussen ‘budget’ en ‘benodigd’ kan in 2027 vrijvallen. Voorbeeld uitwerking nieuwe werkwijze (1) Bedragen x € 1 mln.

2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036

Budget kapitaallasten

47,2

48,3

52,7

54,5

55

55,3

55,7

55,9

56,2

56,5

Benodigd voor: Gerealiseerde investeringen

40,5

41

41,8

43,5

43,9

42,3

39,3

38,3

35,3

34,8

Investeringen in uitvoering

4,9

5,2

5,3

5,3

6,1

6,3

6,8

7,3

7,6

7,8

Totaal benodigd

45,4

46,2

47,1

48,8

50

48,6

46,1

45,6

42,9

42,6

Verschil budget -/- benodigd

1,8

2,1

5,6

5,7

5

6,7

9,6

10,3

13,3

13,9

Vrijval

1,8

Uit de grafische weergave blijkt dat het budget voor kapitaallasten ruimschoots toereikend is om de kapitaallasten van gerealiseerde investeringen en investeringen in uitvoering te dekken. Meerjarig ontstaat er een overschot op het budget, en is budget beschikbaar voor de kapitaallasten van investeringen die nog de status potlood en voorbereiding hebben. In meerjarig perspectief willen we ook graag weten in hoeverre er ruimte beschikbaar is voor investeringen die nog niet in uitvoering zijn genomen. Doorrekening van de kapitaallasten van investeringen in potlood en voorbereiding geeft het volgende beeld. Voorbeeld uitwerking nieuwe werkwijze (2) Bedragen x € 1 mln. Budget kapitaallasten Benodigd voor: Gerealiseerde investeringen Investeringen in uitvoering Indicatie benodigde kapitaallasten voor: Investeringen in voorbereiding Investering in potlood Totaal benodigd/indicatie Verschil budget -/- benodigd/indicatie Vrijval

2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 47,2 48,3 52,7 54,5 55 55,3 55,7 55,9 56,2 56,5 40,5 4,9

45,4 1,8 1,8

7

41 5,2

41,8 5,3

43,5 5,3

43,9 6,1

42,3 6,3

39,3 6,8

38,3 7,3

35,3 7,6

34,8 7,8

1,1 1,3 48,6 -0,3

2,7 3,6 53,4 -0,7

2,6 3,9 55,3 -0,8

2,8 4,2 57 -2

2,5 4,5 55,6 -0,3

2,9 4,1 53,1 2,6

3,1 3,8 52,5 3,4

3,3 3,9 50,1 6,1

3,5 3,5 49,6 6,9

Specifieke investeringen waarvan na het vaststellen van de Stadsbegroting wordt besloten deze in voorbereiding en/of uitvoering te nemen, zullen op zijn vroegst in 2027 worden opgeleverd. Voor de kapitaallasten moet dan vanaf 2028 dekking zijn.

10

Als we al deze investeringen willen realiseren, ontstaat er een tekort in de jaren 2028 tot en met 2032. De volgende keuzes liggen dan voor: 1.

2. 3.

accepteren dat er een tijdelijk tekort ontstaat in de jaren 2028 tm 2032, in de wetenschap dat er altijd vertragingen op zullen treden bij investeringen en kapitaallasten op zullen schuiven in de tijd. Vanaf 2033 ontstaat immers weer voldoende ruimte; Investeringen in potlood en voorbereiding verder opschuiven in de tijd, zodat de kapitaallasten ook opschuiven in de tijd; Een aantal investeringen in potlood schrappen, totdat er meerjarig geen tekort is op het beschikbare budget.

Naarmate het tekort groter is en ook langer doorloopt in de tijd, zal de noodzaak om te schuiven en te schrappen in de investeringsagenda groter zijn. Er kan natuurlijk ook voor gekozen worden extra budgetruimte vrij te maken voor kapitaallasten, maar van het automatisme stappen we af. In de Stadsbegroting zal het college een concreet voorstel aan de raad voorleggen voor bijsturing8. Dit is een voorbeeld. Er zijn allerlei varianten denkbaar, het voorbeeld is slechts ter illustratie van hoe de nieuwe werkwijze zou kunnen werken. Voor de beeldvorming is in de bijlage: investeringsplan volgens nieuwe werkwijze toegevoegd; daarin laten we zien hoe de nieuwe werkwijze zich op hoofdlijnen verhoudt tot de huidige. De aandacht zal de komende jaren vooral gericht moeten zijn op de realiseerbaarheid van investeringen. Daarbij wordt ieder jaar bij de Stadsbegroting zeer kritisch afgewogen wat we aan nieuwe investeringen toe kunnen voegen en wat we in potlood kunnen laten staan. Als daarna blijkt dat er onvoldoende dekking is voor de benodigde kapitaallasten, kan er eerst worden bijgestuurd op de investeringsagenda. Als daarna nog verschil blijft bestaan tussen beschikbaar en benodigd budget voor kapitaallasten, is in overweging te nemen of verdere bijsturing noodzakelijk is.

Zoals eerder aangegeven, stappen we daarbij af van het automatisme het budget voor kapitaallasten automatisch op te hogen om dekking te realiseren voor alle investeringen in potlood. Disclaimer Grip houden op het benodigde budget voor kapitaallasten staat of valt met de toepassing van de nieuwe werkwijze, en is afhankelijk van de bestuurlijke keuzes ten aanzien van de investeringen in potlood en over de gewenste omvang van het benodigde budget voor kapitaallasten.

Voortgangsinformatie Over de voortgang van investeringen in uitvoering wordt bij voortgangsmonitoren en stadsrekening gerapporteerd. Zolang de uitgaven binnen de grens blijven van het totale

Voor alle duidelijkheid merken we hierbij op dat er geen relatie is met het weerstandsvermogen. Er is immers geen (rest)risico, want bijsturing is mogelijk. 8

11

krediet dat is vrijgegeven – ook al zijn budget en realisatie niet evenredig aan elkaar verdeeld over jaarschijven – is er geen sprake van onrechtmatigheid. Indien nodig kan de planning van investeringsbudgetten over jaarschijven bij ieder planning- en controlmoment worden aangepast. Doordat we in het voortraject – aan het vrijgeven van een voorbereidingskrediet of in uitvoering nemen van een krediet zijn nadere eisen gesteld (zie terug) – meer scherpte aan gaan brengen, ligt het in de lijn der verwachting dat er minder vertragingen op zullen treden. In het voortraject zal immers meer duidelijkheid moeten worden gegeven over de uitvoerbaarheid. Maar er zal ook moeten worden bijgezet op realisatiekracht, waarbij zij opgemerkt dat we – zeker bij grotere projecten – ook afhankelijk zijn van beschikbaarheid van externe partijen. Als tussentijds blijkt dat een investeringskrediet ontoereikend is, wordt tijdig daarop bijgestuurd door de raad te informeren en een voorstel tot bijsturing voor te leggen.

12

5. Loslaten Investeringsnorm 90 miljoen euro In de stadsbegroting 2025 is het ambitieniveau voor de jaarlijkse investeringsuitgaven vastgesteld op 90 miljoen euro. Dat is 200% van wat er gemiddeld in voorgaande jaren was gerealiseerd. In de paragraaf investeringen van die begroting staat daarover het volgende: ‘De huidige meerjarige investeringsplanning is niet realistisch. Budgetten zijn gereserveerd, maar de ervaring van de afgelopen jaren leert dat realisatie daarbij achterblijft. Gebleken is dat de afgelopen jaren gemiddeld 45 miljoen euro aan investeringen is uitgegeven. Op basis daarvan heeft ons college het ambitieniveau vastgesteld op een investeringsbedrag van 90 miljoen euro per jaar.’ Stadsbegroting 2025, paragraaf investeringen, beleid We hebben bij de stadsbegroting 2026 geconstateerd dat de planning verder is aangescherpt, maar ook dat de verwachte investeringsuitgaven in 2025 tot en met 2028 waarschijnlijk niet zullen worden gehaald. Met die wetenschap is in de meerjarenbegroting het verschil tussen begrote en benodigde kapitaallasten vrij komen te vallen en is in 2028 extra onderuitputting geraamd van 5,5 miljoen euro op kapitaallasten. Vanaf 2030 doen we geen bijstelling, omdat we uitgaan van realisatie van alle investeringen, en waarvoor de kapitaallasten structureel moeten zijn gedekt.

Met de nieuwe werkwijze verwachten we dat we meer grip gaan krijgen op de investeringsagenda en daarmee op het benodigde budget voor kapitaallasten; daardoor is er geen noodzaak een norm te hanteren- zoals een doel van 90 miljoen investeringsuitgaven per jaar - voor een te realiseren investeringsdoel. Dat doen we door bij specifieke investeringen onderscheid te maken tussen verschillende fases (potlood, voorbereiding en uitvoering) en dit expliciet aan de raad ter besluitvorming voor te leggen. Dat doen we ook door de begroting voor het komende begrotingsjaar alleen te belasten met de kapitaallasten van investeringen die gerealiseerd zijn of in uitvoering komen en zijn. Dat vormt het daadwerkelijk benodigde budget voor kapitaallasten. Daarmee komt er minder druk op de algemene middelen. En dat doen we door jaarlijks bij te sturen op de investeringen die in potlood (blijven) staan. Vertragingen van investeringsprojecten die in uitvoering zijn genomen, zullen zich voor blijven doen en (net als nu) leiden tot extra vrijval van kapitaallasten. Dat zijn incidentele voordelen. Verhoogde aandacht voor sturing en realisatie zal ertoe leiden dat dit effect de komende jaren minder groot zal zijn.

13

6. Schematische weergave nieuwe werkwijze en spelregels Moment

Besluit/verantwoording

Fase: in potlood Toevoegen Raadsbesluit nieuwe specifieke investering

Toelichting

Bijzonderheden

Het college inventariseert de behoefte aan nieuwe specifieke investeringen en stelt in de Stadsbegroting aan de raad voor welke nieuwe investeringen (voorzien van raming en toelichting) zij toe wil voegen aan de investeringen in potlood.

Het voorstel wordt nader onderbouwd: 1. relatie met doel van de doelenboom 2. nut en noodzaak 3. realistische raming 4. termijn We hanteren als richtlijn dat er een heroverweging komt op kredieten die 3 achtereenvolgende jaren in potlood hebben gestaan

Fase: in voorbereiding In Raadsbesluit voorbereiding nemen van een investering Vrijgeven door college

Verantwoording

Fase: in uitvoering In uitvoering Raadsbesluit nemen van een investering Vrijgeven door raad/college

Het college stelt bij voorkeur (*) in de Stadsbegroting aan de raad voor welke investeringen (met benodigd voorbereidingskrediet) zij de komende periode in voorbereiding wil nemen. Voor het vrijgeven van een voorbereidingskrediet wordt een bestedingsvoorstel (voorheen verbijzonderingsvoorstel) ter besluitvorming aan het college voorgelegd. Via de Voortgangsmonitoren, Stadsrekening of separaat raadsvoorstel wordt gerapporteerd over de voortgang en over investeringen die na de voorbereidingsfase geen doorgang kunnen vinden. Het college stelt bij voorkeur (*) In de Stadsbegroting aan de raad voor welke investeringen zij de komende periode in uitvoering wil nemen. Voor het vrijgeven van een uitvoeringskrediet wordt een bestedingsvoorstel (voorheen verbijzonderingsvoorstel) ter besluitvorming aan het college voorgelegd (tenzij in de Stadsbegroting is bepaald dat de raad hierover besluit; het college neemt daartoe een concreet voorstel op in de Stadsbegroting, voor welke specifieke investeringen een bestedingsvoorstel aan de raad moet worden voorgelegd). 14

Alleen de begroting voor het aankomende jaar wordt belast met kapitaallasten van specifieke investeringen die in uitvoering zijn of worden genomen Het verbijzonderingsvoorstel geeft duidelijkheid over: 1. omvang investering en eventuele bijstelling 2. dekking kapitaallasten 3. projectplan 4. capaciteit 5. tijdlijn 6. realisatierisico’s

Moment

Besluit/verantwoording

Verantwoording

Toelichting

Bijzonderheden

Als beschikbaar krediet ontoereikend is, wordt via separaat raadsvoorstel extra krediet aangevraagd. Als beschikbaar budget voor kapitaallasten ontoereikend is, wordt bij de volgende Stadsbegroting een bijsturingsvoorstel ingediend Via de Voortgangsmonitoren, Stadsrekening of separaat raadsvoorstel wordt gerapporteerd over de voortgang en oplevering .

Ad (*): het is mogelijk om na vaststelling van de Stadsbegroting voor te stellen specifieke kredieten in voorbereiding en/of uitvoering te nemen (bij Voortgangsmonitor of separaat raadsvoorstel). In het bestedingsvoorstel moet dan wel blijken dat de kapitaallasten gedekt zijn binnen het beschikbare budget.

15

7. Vervolg In de huidige werkwijze hanteren we voor de investeringen geen algemene indexeringsregel, omdat de exacte invulling van een investering bij aanvraag van een krediet meestal nog niet bekend is. We verwachten bij de nieuwe werkwijze meer grip te krijgen op kostenstijgingen. In de nieuwe werkwijze moeten nieuwe investeringsclaims beter worden onderbouwd. En er zal in de voorbereidingsfase duidelijkheid moeten kunnen worden gegeven over de benodigde middelen en eventuele bijsturingsmogelijkheden, voordat tot daadwerkelijke uitvoering wordt overgegaan. Bij bulkinvesteringen waarvoor veelal jaarlijks vaste bedragen voor reguliere vervangingen op de begroting worden gezet, kan dit op termijn tot problemen leiden. In de begroting van 2027 zal daarom een passend voorstel voor de indexering van bulkkredieten worden opgenomen.9 We voeren de nieuwe werkwijze stapsgewijs in. Zie voor meer informatie de bijlage: implementatie. Het voorstel voor het omzetten van een aantal specifieke investeringskredieten in bulkkredieten nemen we mee in de Stadsrekening 2025. Bij het opladen van de Stadsbegroting 2027 zal specifiek aandacht worden besteed aan opsplitsing van grotere investeringskredieten, zodat het deel waarover op een later moment nadere invulling wordt gegeven op de lijst in potlood blijft staan.

De huidige spelregels over investeren, activeren en afschrijven liggen vast in het door de raad in 2013 vastgestelde ‘Kader investeren & waarderen, activeren en afschrijven activa’. De voorgestelde nieuwe werkwijze willen we opnemen in een nieuw kader, waarbij het oude kader tevens zal worden geactualiseerd. Het voorstel daartoe zal later ter besluitvorming aan de raad worden voorgelegd. Begrotingsjaar 2027 zal het eerste jaar zijn waarop de nieuwe regels en werkwijze op van toepassing is. In het voorjaar van 2028 evalueren we dat aan de hand van de in deze notitie geformuleerde doelen.

9

Een optie zou kunnen zijn het budget voor kapitaallasten jaarlijks bij de begroting met een algemeen percentage te indexeren en datzelfde te doen met de bulkkredieten.

Overleggen / sjab = Rondvraag ter kennisneming

BIJLAGE: OMZETTING BULKKREDIETEN Wat is een bulkkrediet en wat is het onderscheid met een specifiek krediet? In het huidige ‘Kader investeren & waarderen, activeren en afschrijven activa’ (van 2013) is het onderscheid tussen bulkkredieten en specifieke kredieten als volgt beschreven. Bulkkredieten10 zijn jaarlijks terugkerende kredieten waarvoor jaarlijks uitvoeringsplannen worden vastgesteld. Het betreft hier verschillende kleinere investeringen11 in gemeentelijke accommodaties, bedrijfsinvesteringen en woonomgevingsverbeteringen. Het totaalkrediet wordt jaarlijks door de Raad beschikbaar gesteld. De invulling van deze kredieten wordt door het College gemaakt door middel van (meer-)jarige uitvoeringsprogramma’s. Inhoudelijk en financieel wordt bij de Stadsrekening verantwoording afgelegd. Bij bulkinvesteringen is het de regel dat wanneer het geld niet is besteed, het budget en de daarbij behorende jaarlijks terugkerende kapitaallasten (rente en afschrijving) vrijvallen12. Mocht er te veel besteed zijn, dan wordt dit ten laste gebracht van het budget van het daaropvolgende jaar. Bij wijze van uitzondering kan jaarlijks bij de Stadsrekening worden voorgesteld het niet bestede deel van het bulkkrediet over te hevelen naar het volgende jaar. Bij specifieke kredieten gaat het om eenmalige, veelal grotere investeringen met een begindatum en een einddatum.

Tussen die twee data ligt een tijdsbestek van meerdere jaren. Denk bij specifieke investeringen aan bijvoorbeeld: voorzieningenharten, sportparken en jeugdcentra.

Welke criteria hanteren we voor bulkkredieten? In voornoemd investeringskader is een aantal criteria benoemd voor bulkkredieten. Aangevuld met ervaringen uit de praktijk van de afgelopen jaren, formuleren we de criteria als volgt: het betreft veelal jaarlijks terugkerende uitgaven; bulkinvesteringen zijn gericht op reguliere vervanging en/of instandhouding van bestaande voorzieningen; bulkinvesteringen hebben een overwegend beheersmatig karakter; het betreft investeringen die politiek/bestuurlijk gezien beleidsarm zijn. Belangrijke spelregels: Voor deze kredieten worden jaarlijks uitvoeringsplannen opgesteld; Niet bestede bulkkredieten vallen in principe aan het eind van het jaar vrij13.

10

Het onderscheid tussen krediet en investering is belangrijk: een krediet is geld dat door de raad beschikbaar is gesteld. Door middel van een college- of raadsvoorstel wordt het krediet daarna vrijgegeven om te investeren. 11

Het begrip ‘kleinere investeringen’ geeft geen duidelijke richting . In de dagelijkse praktijk blijken bulkinvesteringen te variëren tussen bedragen van enkele tonnen tot ruim 5 miljoen euro per jaar. Daarmee valt het begrip ‘klein’ als criterium af. 12

Bij wijze van uitzondering kan jaarlijks bij de Stadsrekening worden voorgesteld het niet bestede deel van het bulkkrediet over te hevelen naar het volgende jaar. 13

Hierbij zij opgemerkt dat bij de nieuwe werkwijze dat onderscheid ten opzichte van specifieke investeringen zal veranderen. Ten aanzien van specifiek kredieten is het nu nog zo dat niet bestede bedragen ‘tot in lengte van dagen’ kunnen worden doorgeschoven. Van dat automatisme willen we af: we gaan bij de nieuwe werkwijze voorstellen dat er een eindigheid wordt ingesteld ten aanzien van niet bestede investeringskredieten. Daarmee krijgen we meer grip op het gedrag dat vanuit voorzichtigheid een specifiek krediet wordt opgevoerd en te optimistisch (= op een te korte termijn) wordt ingepland.

17

Waarom willen we specifieke kredieten onderbrengen bij bulkkredieten? In de lijst met specifieke kredieten zijn meerdere investeringskredieten opgenomen die meer het karakter van een bulkinvestering hebben. Het onderbrengen van deze investeringen bij bulkkredieten heeft de volgende voordelen: de lijst met specifieke investeringen wordt overzichtelijker; de resterende lijst met specifieke investeringskredieten betreft dan een overzicht waarover het politiek-bestuurlijke debat kan worden gevoerd; voor het in stand houden van het voorzieningenniveau bestaat de zekerheid van de beschikbaarheid van een bulkkrediet; door het instellen van een bulkkrediet wordt een investering niet eindeloos, van jaar tot jaar, doorgeschoven. Daarmee wordt meer druk gezet op het daadwerkelijk realiseren van deze investeringsprojecten. En er is meer noodzaak om deze kredieten realistisch te begroten. Hoe regelen we dat binnen onze organisatie? Een belangrijk aandachtspunt bij het instrument bulkkrediet is de organisatorische inbedding. Per bulkkrediet moet een beheerder beschikbaar zijn. De beheerder stelt jaarlijks voorafgaand aan het begrotingsjaar een uitvoeringsplan op. Daartoe informeert hij/zij bij betrokkenen wat zij het komende jaar nodig hebben. Nadat het college het uitvoeringsplan heeft vastgesteld, komen de middelen voor de verschillende doeleinden beschikbaar.

Kortom betekent dit dat: binnen de organisatorische eenheid een objectieve afweging moet kunnen worden gemaakt op de jaarlijkse aanvragen; er een beheerder beschikbaar moet zijn. Daarmee ligt het voor de hand om bulkkredieten te organiseren op specifieke beleidsgebieden en binnen het aandachtsgebied van één MT. Wat stellen we voor? Op basis van de criteria en de organisatorische randvoorwaarde, hebben we de huidige lijst met specifieke investeringskredieten beoordeeld. Specifieke investeringskredieten waarvan we verwachten dat deze in 2025 tot afronding komen, nemen we niet mee. We stellen voor de volgende specifieke investeringskredieten 1 op 1 om te zetten naar een bulkkrediet. Degene die het specifieke investeringskrediet beheert, wordt daarmee de beheerder van het bulkkrediet: Nr ERPx

Bedragen x € 1.000

Programma

Begroot: 2025

Veiligheid

25

2026

2027

2028

Begroot Totaal

HUIDIGE INVESTERINGEN I000025 I000050

I000051

Vervanging Toezichtcamera's Apparatuur incl camera en intercom Vervanging parkeerverg.systeem en aanschaf scanauto

Bereikbaarheid Bereikbaarheid

I000088

Vervanging VRI's 2024 (*)

Bereikbaarheid

I000064

Vervanging VRI's 2025 (*)

Bereikbaarheid

I000015

Asbest invent. & sanering

I000015

Asbest

I000054

Vervanging walstroom Waalkade

Wonen en Stedelijke Ontwikkeling Wonen en Stedelijke Ontwikkeling Openbare Ruimte

NIEUWE INVESTERINGEN SB 2026

18

75

100

264

264

199

199 280

280 1.700 1.700 1.700 1.700 40

400 50

6.800 40

300

300

1.000 50

Vervanging Pollers t.b.v. stadsafsluiting binnenstad op Bereikbaarheid 14 lokaties

910

910

Ad (*): deze twee specifieke investeringskredieten samenvoegen tot 1 bulkkrediet ‘vervanging VRI’s’

Vervolg Beleid van de afgelopen jaren is steeds geweest dat investeringskredieten niet worden geïndexeerd. Voor bulkkredieten kan dat nadelig uitwerken als in lengte van dagen ieder jaar hetzelfde vaste bedrag wordt aangehouden. Indexeren van bulkkredieten zou kunnen helpen deze lumpsum-budgetten koopkrachtbestendig te houden. Dit vraagt nog om een nadere uitwerking.

19

BIJLAGE: REALISATIERISICO’S Realisatierisico: korte, kwalitatieve toelichting op de belangrijkste factoren die kunnen zorgen voor vertragingen. Het gaat hier dus niet om een algemene risico-inventarisatie, maar om risico’s die een tijdige realisatie van het investeringsproject in de weg kunnen staan. In de laatste kolommen is door een ‘x’ aangegeven of het risico Hoog (grote kans), Midden (gemiddelde kans) of Laag (kleine kans) wordt ingeschat. Omschrijving risico Bestuurlijk risico Realisatie mogelijk afhankelijk van complexiteit casus, fase van overleg, aantal betrokken partners Opdrachtrisico Realisatie afhankelijk van de fase waarin de planvorming zit: visievorming, ontwerp, opdracht, aanbesteding, gunning Procedures Mate waarin afhandeling van procedures tot vertraging kan leiden (beschikbaarheid vergunningen, bestemmingsplan) Mogelijke verrassingen Denk hierbij aan archeologische vondsten, explosieven, onduidelijkheden over bouwkundige staat, weersomstandigheden. Materialen Denk hierbij aan tijdige beschikbaarheid van aansluitingen, leveranciers, netcongestie. Capaciteit Beschikbare menskracht (intern, extern). Denk hierbij aan beschikbaarheid interne projectorganisatie, aannemers, uitvoerders. Subsidies Denk hierbij aan mate waarin project/investering afhankelijk is van de beschikbaarheid van subsidies, subsidievoorwaarden, etc.

Overig Licht hier overige risico’s ten aanzien van realisatie toe.

Toelichting

20

H

M

l

BIJLAGE: INVESTERINGSPLAN VOLGENS NIEUWE WERKWIJZE Huidige werkwijze Bij de huidige werkwijze maken we onderscheid tussen specifieke investeringen, bulkinvesteringen en investeringen met eigen dekking. Meerjarig beeld van de beschikbare investeringskredieten is nu – rekening houdend met kredieten die nu in Stadsbegroting 2026 beschikbaar zijn gesteld – als volgt. Bedragen x € 1 mln

Specifieke investeringen Bulkinvesteringen Investeringen met eigen dekking TOTAAL GENERAAL

2025

2026

2027

2028

101 12 27 140

133 10 33 176

129 9 40 178

77 11 33 121

Begroot Totaal 497 48 164 710

2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 34 1 27 62

15 3 1 19

6 0 1 7

2 0 1 3

0 1 1

0 1 1

0 1 1

In de Stadsbegroting is voor al deze investeringen een meerjarige doorrekening gemaakt van de kapitaallasten. Dat geeft het volgende beeld. Bedragen x € 1 mln. Budget kapitaallasten Benodigde kapitaallasten

2025 46,61 41,33

2026 45,64 38,35

2027 51,84 44,08

2028 52,81 44,84

2029 53,81 52,71

2030 2031 2032 2033 2034 2035 54,45 55,08 55,36 55,64 55,91 56,19 54,16 57,00 55,57 53,09 52,51 50,07

Verschil

5,28

7,29

7,76

7,97

1,10

0,29 -1,92 -0,21

2,55

3,40

6,12

Uit die doorrekening blijkt dat het beschikbare budget voor kapitaallasten in de komende meerjarenbegroting 2026 tot en met 2029 niet volledig nodig is. Daarom is bij Stadsbegroting 2026 nu besloten de voordelen over die periode toe te voegen aan de algemene middelen. Nieuwe werkwijze Bij de nieuwe werkwijze gaan we onderscheid maken binnen de groep specifieke investeringen. Op basis van de situatie eind oktober 2025 zou het meerjarig investeringsplan er dan als volgt uitzien. Bedragen x € 1 mln

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2035

Begroot Totaal

Specifieke investeringen in potlood Specifieke investeringen in voorbereiding Specifieke investeringen in uitvoering Specifieke investeringen Bulkinvesteringen Investeringen met eigen dekking TOTAAL GENERAAL

3 1 98 101 12 27 140

24 7 102 133 10 33 176

22 22 85 129 9 40 178

23 17 37 77 11 33 121

13 12 9 34 1 27 62

6 5 4 15 3 1 19

1 5 6 0 1 7

2 2 0 1 3

0 1 1

0 1 1

0 1 1

94 69 335 497 48 164 710

2032 55,36 44,32

2033 55,64 41,72

2034 55,91 41,15

2035 56,19 38,70

Uitgaande van een gemiddelde afschrijvingstermijn van 20 jaar, rente 5% en oplevering per jaar, geeft doorrekening van de investeringen in potlood en in voorbereiding het volgende beeld van de ontwikkeling van de kapitaallasten. Bedragen x € 1 mln. Budget kapitaallasten Benodigde kapitaallasten Verschil budget -/- benodigd (nog beschikbaar) Indicatie benodigde kapitaallasten voor: Investeringen in potlood Investeringen in voorbereiding Indicatie totaal Verschil beschikbaar -/- indicatie

2025 46,61 41,33

2026 45,64 38,09

2027 51,84 41,65

2028 52,81 39,32

2029 53,81 44,40

5,28

7,55

10,19

13,50

9,41 10,35

5,28

0,23 0,04 0,26 7,29

1,92 0,52 2,43 7,76

3,48 2,04 5,53 7,97

5,11 6,01 6,46 6,56 6,56 6,56 6,56 3,20 4,05 4,37 4,69 4,81 4,81 4,81 8,31 10,06 10,83 11,25 11,37 11,37 11,37 1,10 0,29 -1,92 -0,21 2,55 3,40 6,12

21

2030 54,45 44,09

2031 55,08 46,17

8,91 11,04 13,92 14,77 17,49

Verschil ten opzichte van huidige werkwijze: 1. in de nieuwe werkwijze belasten we het begrotingsjaar 2026 alleen voor de gerealiseerde investeringen en investeringen in uitvoering. Voor de kapitaallasten van investeringen in voorbereiding en in potlood reserveren we geen budget voor kapitaallasten. Deze investeringen worden immers op zijn vroegst in 2027 gerealiseerd en leiden dus niet tot kapitaallasten in 2026. 2. Het meerjarig beeld laat zien dat de benodigde dekking voor kapitaallasten van investeringen in voorbereiding en in potlood behoorlijk oploopt. Dat beeld zal ieder jaar bij de volgende begroting worden bijgesteld, omdat van jaar tot jaar investeringen zullen verschuiven naar status uitvoering of mogelijk worden afgevoerd.

22

BIJLAGE: IMPLEMENTATIE

Nr 1 2

Onderwerp Afstemming betrokken financieel adviseurs Sonderen bij directie en wethouder

3

Ophalen/toets organisatie: toetsen op uitvoerbaarheid Toetsen bij auditcommissie Bespreken PO Financiën Rondvraagnotitie College Verzenden naar auditcommissie Bespreking auditcommissie Vaststellen brief aan de raad over nieuwe werkwijze

4

5

6 7 8

9

10 11

Opnemen in dossier bestuursoverdracht Omzetten specifieke kredieten naar bulkkredieten (SR 2025) Omzetten huidige investeringsagenda naar nieuwe indeling Op basis van de stand Stadsrekening 2025 huidige investeringsagenda de specifieke investeringen indelen naar potlood, voorbereidingen uitvoering. In overleg met betrokken projectleiders. Organiseren van kennisoverdracht en ondersteuning

Wie Fysieke tafel GMT Directie PO Toetsen bij projectleiders grotere investeringsprojecten

GMT (Informeren) PO Financiën College

Datum Dec Dec Dec Dec 2 - 6 feb

Status Af Af Af Af Af

12 jan 20 jan 21 jan 28 jan Feb 2026 2 Maart 10 Maart Maart 2026 Feb 2026

Af Af Af Af Af

Ambtelijk

Maart 2026

Ambtelijk

Maart 2026

Informeren van direct betrokkenen en financieel adviseurs Dashboard investeringsagenda uitwerken t.b.v. voorbereiden keuzes college Uitvraag Stadsbegroting 2027: nieuwe claims

Maart 2026 April 2026

Aandachtspunt: organiseren van toetsing van nieuwe investeringsvoorstellen 12

Update investeringskader

13

Organiseren ambtelijke toets op bestedingsvoorstellen (voorheen verbijzonderingsvoorstellen) voor in voorbereiding en uitvoering nemen van specifieke kredieten Evaluatie nieuwe werkwijze

14

23

College Raad Ambtelijk

2026 1e helft 2026

Voorjaar 2028

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=5eef930f-6154-4f0c-a254-533f27d849c9