CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Notitie groeimodel en haalbaarheid Kenniscentrum

Besluitronde (raadsvergadering) 11 september 2024, gemeente NijmegenBij agendapunt: D7 d.d. 11 juni 2024 over Masterplan Romeins Verleden6.804 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Betreft:

Scenario’s Kenniscentrum

Datum:

26 april 2024

Opgesteld door:

Bureau BUITEN en Ilona Haas (gem. Nijmegen)

Doel:

Notitie voor betrokken partijen bij de strategische alliantie1

Samenvatting:

In Masterplan Romeins Verleden

In deze notitie worden drie scenario’s beschreven voor het ontwikkelen van een Kenniscentrum Neder-Germaanse Limes in de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen (GMR). Hiervoor is input opgehaald bij de Begeleidingsgroep, de Klankbordgroep en tijdens interviews en werksessies. We onderscheiden drie scenario’s die oplopend als groeimodel gezien kunnen worden. De kernelementen van deze notitie zijn opgenomen in het Masterplan Romeins Verleden onder de pilaar ‘de Romeinen als Studieobject’.

I.Neder-Germaanse Limes Op 27 juli 2021 heeft het Werelderfgoedcomité van UNESCO de Neder-Germaanse Limes op de Werelderfgoedlijst geplaatst. De nominatie is samen met Duitsland ingediend en betreft de grens van het Romeinse Rijk in de Romeinse provincie Neder-Germanië. Deze loopt ongeveer 400 kilometer langs het laatste deel van het stroomgebied van de Rijn, van het Rijnlandse Massief in Duitsland tot de Noordzeekust in Nederland. De site omvat militaire en civiele terreinen die de grens van NederGermanië markeerden tussen de eerste en vijfde eeuw n. Chr. Langs deze grens zijn veel Romeinse sporen bewaard gebleven zoals resten van forten, legioensbases en wachttorens. De Neder-Germaanse Limes maakt deel uit van de veel grotere grens van het Romeinse Rijk in Europa en Noord-Afrika maar juist het Nederlandse deel laat zien hoe innovatief de Romeinse militairen waren en welke maatregelen ze namen om te reageren op het grillige rivierenlandschap. De resten hiervan zijn uitstekend bewaard gebleven in onze natte bodem. Nederland was zo lang geleden dus al onderdeel van een veel groter geheel, dat geeft een ander perspectief op hoe we denken over de geschiedenis en de plek die wij toen innamen in de wereld2.

II.Masterplan Romeins Verleden Sinds de toekenning van de UNESCO werelderfgoed status aan de Neder-Germaanse Limes is er veel energie in de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen (GMR) om het Romeins verleden te omarmen, ambities waar te maken en kansen te benutten. Hoog tijd voor een Masterplan dat alles wat al ontwikkeld is bijeen brengt, naar een hoger plan tilt, zorgt dat de plannen concreet worden en de ambities bewaarheid worden. Het Masterplan bestaat uit drie treden en vier pilaren waarbij de pilaar ‘de Romeinen als studieobject’ onder meer het Werelderfgoed Kenniscentrum omvat. In de regio Arnhem-Nijmegen wordt op diverse locaties en door verschillende organisaties elk op hun niveau, specialisatie of te behalen doelstellingen kennis van de Neder-Germaanse Limes verzameld, verrijkt, doorgegeven, gedeeld en/of gepresenteerd. Er is dus veel kennis over de Romeinen in de regio aanwezig maar die kennis wordt onvoldoende beschikbaar, gebundeld, onderling uitgewisseld, verrijkt en verspreid. En daarmee mist de regio een kans om zich hiermee te onderscheiden binnen de NederGermaanse Limes op basis van de kennis die er is, de UNESCO sites en de vele vondsten die er zijn of (zullen) worden gedaan. En daarmee als volgende stap de mogelijkheid om zich te positioneren als

1

Beoogde partners van de Strategische Alliantie zijn bij de start van de verkenning Radboud Universiteit, Valkhof Museum, Provincie Gelderland, Nederlandse Limes Samenwerking en Gemeente Nijmegen (kwartiermaker) 2 Bron: website Nederlandse Unesco Commissie

Romeinse Randstad met Nijmegen als hoofdstad. Immers, hoe vertel je het grote verhaal zonder toegankelijke bronnen?

III.Kenniscentrum Bij het ophalen van de input voor het Kenniscentrum Neder-Germaanse Limes als onderdeel van het Masterplan blijkt dat er geen eenduidigheid is over wat men verstaat onder ‘kenniscentrum’. En de ambitie loopt uiteen van een (online) platform met informatie over de Romeinen waarbij aanvullingen gedaan kunnen worden tot een combinatie van kennis-, onderzoek- en bezoekerscentrum op een bijzondere plek in de regio. De Romeinse Wegenkaart zou als online platform bij de start kunnen dienen werd geopperd. En er werd aangegeven dat bepaalde taken nu al (deels) door bestaande organisaties uitgevoerd worden. Bij een combinatie van kennis, onderzoek en het ontvangen van bezoekers zag men mogelijkheden voor aanvullende functies zoals edutainment3 inclusief horecavoorziening, verblijfsaccommodaties en faciliteiten voor de zakelijke markt. Een korte toelichting van het doel van een kenniscentrum en de belangrijkste doelgroepen gaat aan de scenario’s vooraf. Zie voor een overzicht van de partners die betrokken kunnen zijn bij een Limes Kenniscentrum in de GMR § 1.5 op pagina 8. Wat is de betekenis van de term Kenniscentrum ? Een kenniscentrum is een fysieke en/of virtuele plaats waar kennis op een bepaald terrein samenkomt en wordt verrijkt en gedeeld. Fysieke plaatsen zijn onder meer bibliotheken, scholen, onderzoek- en kennisinstituten.

Platfora, community ’s, nieuws- en discussiegroepen op internet zijn virtuele plaatsen [bron: ENCYCLO.NL - bewerkt]. Kennis centraal We hebben bij het onderzoek naar de wenselijkheid en haalbaarheid van een Kenniscentrum wetenschappelijke en praktische kennis centraal gezet bij het ontwikkelen van de scenario’s. Met de vele vondsten en UNESCO sites kan de regio zich bij het grote publiek terecht positioneren als de Randstad van de Romeinen met Nijmegen als hoofdstad. Randvoorwaarde is dat de acties uit het Masterplan uitgevoerd worden. Tijdens het haalbaarheidsonderzoek kwam naar voren dat men graag bezoekers aan en lokale ondernemers rondom Werelderfgoedlocaties wil faciliteren om meer te weten te komen over de NederGermaans Limes. Daarvoor is kennis op basis van authentieke gegevens en bronnen nodig, die momenteel moeilijk toegankelijk en niet vertaald is naar praktische toepassing. Bezoekerscentra zouden dan ook idealiter gekoppeld worden, al dan niet fysiek, aan een kenniscentrum. Het is belangrijk om naast het bundelen en beschikbaar maken van de kennis ook de bewoners en bezoekers in het verhaal van het Romeins verleden mee te nemen. Dit is een belangrijke doelstelling voor UNESCO om erfgoederen op te nemen op de Werelderfgoedlijst.

Het Valkhof Museum vervult de rol als bezoekerscentrum al (deels), Museum KAM wordt op termijn ook geschikt gemaakt voor bepaalde doelgroepen (onderzoekers, studenten, geïnteresseerden). Het samengevoegde en deels nieuw gebouwde archeologisch depot voor de provincie Gelderland en gemeente Nijmegen samen wordt daarentegen niet toegankelijk. Het is niet zinvol om elkaar te beconcurreren om dezelfde bezoeker te verleiden, beter is het om elke locatie een specifieke functie te geven om zo een sterk aanbod te hebben voor meerdere doelgroepen en bezoekersstromen te spreiden in tijd en ruimte. De bestaande organisaties die een cruciale rol en taak hebben bij het kenniscentrum, zijn meegenomen in de uitwerking van de scenario’s.

3 Combinatie van educatie en entertainment om de informatie voor meer doelgroepen begrijpbaar en aantrekkelijk te maken

eventueel met toepassen van nieuwe technologische.

2

Interprovinciaal bezoekerscentrum versus kenniscentrum De interprovinciale samenwerking is georganiseerd binnen de Limes Samenwerking Nederland (NLS), die opdracht heeft een bezoekerscentrum (visitor hub) in elke provincie waar de Neder-Germaanse Limes is gelegen, te realiseren. Als voorbeeld werd genoemd het Scheepsvaartmuseum in het Archeon in Alphen aan de Rijn, Het Castellum Hoge Woerd in Utrecht en het Archeologisch Park Xanten in Duitsland. In de provincie Zuid-Holland zijn er plannen voor een Limes Erfgoedcentrum in Katwijk waar het Provinciaal Archeologisch Depot voor bodemvondsten onderdeel van wordt. Het Valkhof Museum zal tijdens, maar vooral na de verbouwing de rol van bezoekerscentrum voor de provincie Gelderland vervullen. Ook in interprovinciaal verband is het aan te bevelen dat elk bezoekerscentrum een ander aspect belicht of doelgroep trekt en onderling naar elkaar verwijst. Een bezoekerscentrum is echter niet wat beoogd wordt in deze fase van ontwikkeling van een kenniscentrum, juist omdat de instituties voor bezoekers al ingericht zijn. Op termijn kan natuurlijk wel samenwerking gegenereerd worden om aan de hand van (nieuwe) kennis op basis van onderzoek dat door een kenniscentrum gefaciliteerd, gestimuleerd en uitgedragen wordt, een vertaling te maken naar een breder publiek in de diverse bezoekersplekken in de regio en daarbuiten.

Zo ontstaat juist de samenhang tussen de verschillende pilaren die in het Masterplan Romeins Verleden geïllustreerd zijn. Doel Kenniscentrum Neder-Germaanse Limes Op dit moment is veel van wat we weten over de Neder-Germaanse Limes gebaseerd op een handvol publicaties die soms als decennia oud zijn. Veel archeologisch onderzoek is gehaast uitgevoerd wegens de toen geldende omstandigheden en opgeslagen, niet toegankelijk en zonder publicaties, in archeologische depots of soms zelfs bij individuen thuis. Zo is veel van de kennis over het Romeinse verleden verouderd en zijn visualisaties en beleving voor bezoekers niet altijd gebaseerd op toegankelijke bronnen. Dit vormt de directe aanleiding om, nu het belang door de Werelderfgoedstatus is erkend, te voorzien in een platform en centrale plek, van waaruit de aanpak, organisatie, regie, aanmoediging en bevordering van archeologisch onderzoek naar de Neder-Germaanse Limes wordt opgepakt op adequate en verantwoorde wijze.

Het doel van het Kenniscentrum Neder-Germaanse Limes kan meervoudig zijn, bijvoorbeeld:  Verzamelen, verrijken en verspreiden van kennis uit wetenschap, praktijk en beleid over de NederGermaanse Limes;  Beheren van en toegankelijk maken van digitale data, onderzoeksgegevens en kennis en kennisuitwisseling;  Stimuleren en genereren van wetenschappelijke aandacht voor de Neder-Germaanse Limes en specifiek voor de regio GMR als vestigingsplaats van een kenniscentrum.  Focus op de Neder-Germaanse Limes in Nederland door het bundelen van krachten, (keten)samenwerking en het bevorderen van samenwerking en samenhang in de GMR in eerste instantie, maar ook nationaal in een toekomstige fase op dit onderwerp;  Het kenniscentrum is een kernelement voor het positioneren en profileren van de GMR als kennisregio van de Neder-Germaanse Limes in Nederland;  Onderbouwt de ambitie van Romeinse Randstad met als hoofdstad Nijmegen;  Imago archeologie, Romeins verleden en de Neder-Germaanse Limes verbeteren, zodat daarmee de kans toeneemt dat meer studenten geïnteresseerd zijn in deze onderwerpen en opleidingen worden behouden, vermeerderd en capaciteit opgebouwd wordt;  Inspiratiebron voor professionals, ondernemers, (aankomende) studenten en andere stakeholders die het verhaal van de Romeinen en de Romeinse Limes willen uitdragen aan een breder publiek;  Ondersteunen van de

destinatieontwikkeling en daarmee aantrekken van beoogde doelgroepen. Doelgroepen Kenniscentrum Neder-Germaanse Limes De doelgroepen zullen zich uitbreiden naarmate het Kenniscentrum zich van een online variant naar een fysieke locatie zou gaan ontwikkelen.

3

– Experts/amateurs/onderzoekers/wetenschappers op regionaal, nationaal en internationaal niveau in de Neder-Germaanse Limes, en/of de romeinen en/of archeologie;

– Scholieren (basis en voortgezet) en studenten in het vakgebied; – Scholen/kennisinstellingen: leerlijn Neder-Germaanse Limes/Romeinen; – Regionale ondernemers en organisaties in de vrijetijdsindustrie: bij het aanbod aanpassen of ontwikkelen informatie en inspiratie voor het behouden van kwaliteit en authenticiteit; – Overheden

IV.Maatschappelijke relevantie Het kenniscentrum draagt bij aan de profilering van de regio als Romeinse Randstad met Nijmegen als cruciaal centrum van het Romeinse verhaal daarin. Naast het UNESCO-predicaat barst de regio van de vondsten en organisaties die zich bezighouden met het Romeinse verleden. De bundeling van kennis draagt zeker bij aan vernieuwing van visualisaties, bekendheid en kwaliteit van evenementen. Hernieuwde aandacht is een natuurlijk gevolg van elke nieuwe en goed uitgedragen wetenschappelijke publicatie. De economische voordelen van de Romeinse Randstad zijn opbrengsten in de vorm van belastingen, zoals toeristenbelasting en leges voor bijvoorbeeld vergunningen voor nieuwe ontwikkelingen. Maar ook heeft de Raad van Cultuur onlangs vastgesteld dat culturele instellingen te weinig over het land verspreid zijn, waardoor maatschappelijke betrokkenheid bij cultuur en erfgoed beperkt is in de oostelijke provincies. Door een Kennisinstituut van nationale allure naar de provincie Gelderland te halen, worden fondsen toegankelijk die vanuit het advies van de RvC en onder het mom van ‘Elke regio telt’ beschikbaar zijn of worden. Daarnaast is een toeristische bestemming met erfgoed ook een aantrekkelijke leefomgeving en wordt het vestigingsklimaat, ook voor interessante werkgevers, versterkt.

Door het kenniscentrum is er een centraal punt in Nederland waar het onderwijs zich kan herstellen en ontwikkelen op het gebied van archeologie en Romeinen. Studenten maken een stad ook levendig en meer open voor innovatie. Als laatste draagt een kenniscentrum ook bij aan het uitdragen waar UNESCO Werelderfgoed voor staat. En om het juiste verhaal te vertellen, de aanbodontwikkeling authentiek te houden en de context goed weer te geven is kennis nodig! Die kennis is er al, maar niet toegankelijk of vertaald naar publieksvriendelijke activiteiten. Met een kenniscentrum zal al wat bekend is van de Romeinen in Nederland vanuit het Kenniscentrum in Nijmegen gebundeld, verrijkt, geduid worden en daarmee de positie van de regio versterken.

V.Scenario’s Kenniscentrum Het Kenniscentrum Neder-Germaanse Limes is uitgewerkt in drie varianten die opvolgend als een groeimodel gezien kunnen worden. Hieronder een schets waarbij links een digitaal kenniscentrum tot rechts een kenniscentrum inclusief onderzoek- en bezoekerscentrum waarbij de hele regio een rol en taak heeft.

4

Digitaal Scenario 1

Scenario 2

Scenario 3

Kenniscentrum online

Kenniscentrum samengesteld

Kenniscentrum maximaal

Kenniscentrum Onderzoekscentrum Bezoekerscentrum

Kenniscentrum

Fysiek Figuur 1

Hieronder een toelichting op de drie scenario’s met de beoogde trekkers, partners, samenwerking en waar mogelijk een inschatting van de kosten.

1.V.1 Kenniscentrum 1.0 – online (2024-2025) Om een snelle start te maken met het Kenniscentrum is het online platform dat in 2024 ontwikkeld wordt onder de werknaam ‘Romeinse Wegenkaart’ de basis. De oplevering van de Wegenkaart, toegankelijk voor professionals die met het Romeins verleden in Gelderland werken, wordt in het laatste kwartaal van 2024 verwacht en is een samenvoeging en beschikbaar maken van bestaande kennis over de Romeinen in de regio. Het digitale platform bestaat uit een aantal lagen en professionals, studenten, amateurs en beroepsmatig geïnteresseerden kunnen hier informatie vinden over de Neder-Germaanse Limes. Organisatie De ontwikkeling, beheer en onderhoud van het online Kenniscentrum 1.0 ligt bij Erfgoed Gelderland die de Romeinse Wegenkaart actualiseert, terwijl de coördinatie en regie bij het programmateam van het Masterplan wordt belegd. Diverse belanghebbenden en partners maken hun kennis beschikbaar voor het digitale platform. Het is belangrijk dat het Kenniscentrum direct actief onder de aandacht wordt gebracht bij de beoogde doelgroepen, zodat zij weten waar de informatie te vinden is over zowel inhoudelijke zaken als bijvoorbeeld de netwerkactiviteiten. De taken van Erfgoed Gelderland en het programmateam moeten vastgelegd worden, inclusief budget voor de inzet van een coördinator die het Kenniscentrum gaat aansturen.

Erfgoed Gelderland wordt ondersteund bij het opstarten en bekendmaken van het Kenniscentrum door het programmateam (verbinding) en de Radboud

5

Universiteit (aanvullende kennis). De Nederlandse Limes Samenwerking kent vanaf 2024 een coördinator Kennis die betrokken wordt om de nationale bekendheid te garanderen. Uitvoering  Trekker: Strategische Alliantie ondersteund door coördinator uit programmateam.  Uitvoerder: Erfgoed Gelderland.  Partners: Radboud Universiteit, Nederlandse Limes Samenwerking (NLS) en het netwerk van Erfgoed Gelderland waaronder Valkhof Museum, Archeologisch depot, musea, (amateur) archeologen etc.  Planning: de Romeinse Wegenkaart is eind 2024 gereed (de realisatie wordt gefinancierd door de GMR en provincie Gelderland).  Inschatting van de kosten op jaarbasis voor het Kenniscentrum 1.0: o beheer en onderhoud platform 20K o capaciteit 0.2-0.4 fte (8-16 uur p/wk) excl. coördinator 40K  Doelgroepen uit de regio en in mindere mate de twee andere provincies die onderdeel zijn van de Neder-Germaanse Limes in Nederland: – (inter)nationale experts/onderzoekers in de Neder-Germaanse Limes, en/of de Romeinen en/of archeologie; – studenten op deze onderwerpen; – musea op dit onderwerp; – basisonderwijs en voortgezet onderwijs – gemeenten en andere initiatiefnemers van projecten rondom het thema van de Limes.

Om het netwerk te versterken, de kennis te delen, zichtbaarheid en bekendheid te creëren wordt er gecommuniceerd (nieuwbrieven, social media etc.) en wordt het Romeinennetwerk benut en onderhouden. Het Programmateam van het Masterplan kan ondersteunen bij de organisatie van bijeenkomsten. 1. Eenmaal per jaar een bijeenkomst voor de stakeholders in de GMR regio (netwerk versterken, verzamelen en delen regionale kennis, locatiebezoeken etc.) dit past in verlengde van de activiteiten die Erfgoed Gelderland nu ook uitvoert. 2. Eenmaal per twee jaar een bijeenkomst voor professionals zoals (inter)nationale wetenschappers, studenten, onderzoekers, siteholders etc. (positie als kennisregio versterken, netwerk opbouwen, verrijken bestaande en inbreng van nieuwe kennis, locatiebezoeken). Aandachtspunten en aanbevelingen Bij een Kenniscentrum 1.0 is de Romeinse Wegenkaart de basis voor het digitale platform en wordt er een koppeling met het onderzoeksteam van de Radboud Universiteit (kennis/onderzoek) en de NLS (input, gezamenlijke doelen, budget, koppeling websites) gemaakt. Via het bestaande netwerk wordt kennis en data verzameld, actief gevraagd en verwerkt. Voordeel is dat voor het realiseren van de Romeinse Wegenkaart de opdracht gegeven is en het budget georganiseerd is. Er kan dus snel gestart worden zonder dat er veel nog uitgedacht en geregeld hoeft te worden.

Daarbij heeft Erfgoed Gelderland, die het beheer en onderhoud van de wegenkaart gaat uitvoeren, het netwerk en organiseren zij al bijeenkomsten. Aandachtpunt is dat er nog geen sterke band of samenwerking tussen Erfgoed Gelderland en Radboud Universiteit/ Valkhof Museum op het gebied van kennis bestaat. Dat moet opgebouwd en structureel georganiseerd worden ter voorbereiding. Om de Radboud Universiteit te betrekken zodat zij een meerwaarde ervaren en hebben voor het Kenniscentrum is het aan te raden dat zij onderdeel zijn van de Strategische Alliantie. De coördinator die het Kenniscentrum 1.0 gaat organiseren zal onderdeel zijn van het programmateam om de goede verbinding met de uitvoering van het Masterplan te houden.

6

Het Kenniscentrum 1.0 is een online platform en de ervaring leert dat het creëren van zichtbaarheid en bekendheid voor de doelgroepen meer inspanning kost dan alleen online communicatie. Een communicatieplan is aan te raden met bijvoorbeeld een belangrijke rol voor sociale mediakanalen, de inzet van een nieuwsbrief en acties op scholen en via overheden.

1.V.2 Kenniscentrum 2.0 – gecoördineerde samenwerking (2024-2026) Tijdens de uitvoering van de activiteiten zoals in het Masterplan omschreven kan Kenniscentrum 1.0 in de periode 2025-2026 verder ontwikkeld worden naar een gericht gecoördineerde samenwerking van relevante regionale en later ook nationale spelers in het veld, te weten Kenniscentrum 2.0, om vondsten, onderzoeksresultaten of nieuwe data beschikbaar te stellen en te vertalen naar praktische kennis. Als het online platform met de kenniscomponent van de Radboud Universiteit en de netwerkactiviteiten van Erfgoed Gelderland goed werkt, kan een uitbreiding plaatsvinden van functie en activiteiten. Het Kenniscentrum 2.0 zal de functie van kennis, onderzoek en kennisverspreiding invullen verspreid over verschillende bestaande locaties in de regio: samengesteld uit diverse instellingen en lokale centra, waar ontmoeting en netwerk hand in hand gaat met het uitdragen van wetenschappelijke en praktische kennis aan de doelgroepen. Bij dit scenario is Kenniscentrum 1.0 gerealiseerd en wordt het online platform uitgebreid met (aantrekkelijke, laagdrempelige en geografische) informatie voor een doelgroep die op basis van een vertaling van wetenschappelijke data naar praktische kennis invulling kan geven aan publieksactiviteiten.

Bovendien wordt meer en meer ingezet op het maatschappelijk belang van de kennis over het Werelderfgoed voor de wereld van nu, waarmee de archeologie als wetenschap wordt gepromoot ten einde onderzoeksgelden te genereren. Het Kenniscentrum in dit scenario kan daarom ook gezien worden als stap 2 van de realisatie tot een volwaardig centrum van kennis en onderzoek op nationaal niveau met als doel een grotere spreiding van de kennis. De doelgroepen worden dan ook uitgebreid op nationaal niveau. Door meer contacten te leggen met instellingen en overheden in andere provincies wordt toegewerkt naar een volgend stadium, waarin het Kenniscentrum op nationaal niveau kan gaan fungeren als het belangrijkste kennisinstituut op het gebied van het Werelderfgoed van de Neder-Germaanse Limes. Het Kenniscentrum 2.0 bestaat dus uit bestaande structuren in de regio en provincie Gelderland, waarvan kennis wordt samengebracht en in gezamenlijkheid wordt uitgedragen, waarbij samenwerking wordt gezocht om data toegankelijk te maken en onderzoeksresultaten te publiceren. Het geheel wordt gecoördineerd door een programmaleider/hoofd die in een later stadium de huidige kwartiermaker zal opvolgen. Met Kenniscentrum 2.0 wordt Nijmegen het kloppend hart van de regio Romeinse Randstad op basis van kennis en (Romeins) erfgoed.

In nauwe samenwerking met de GMR, provincie Gelderland, Radboud Universiteit, Valkhof Museum, NLS, de UNESCO sites in de regio, musea en marketingorganisaties ondersteund door de gebiedsontwikkelingen in Nijmegen zoals Kops Plateau en Kelfkensbos en de aanbodontwikkeling in gehele regio. Naast het online platform, waar kennis verzameld wordt en te raadplegen is, wordt de kennis over de Neder-Germaanse Limes op nationaal niveau in dit tweede stadium gewaarborgd, toegankelijk en gestimuleerd in samenwerking met de partners uit de Strategische Alliantie, zoals de Radboud Universiteit, Museum Kam als het onderzoekscentrum en het Valkhof Museum als het bezoekerscentrum met de provinciale en lokale overheden als belanghebbenden voor een breed draagvlak en maatschappelijke bijdrage. De NLS kan een belangrijke rol spelen om in toenemende mate de relevante partijen uit de andere provincies van de Limes te betrekken. De onderlinge taakverdeling kan er dan als volgt uitzien:

7

1. Radboud Universiteit: wetenschappelijk onderzoek en opleiding. 2. Valkhof Museum: bezoekerscentrum/visitor hub (met presentatie, tentoonstellingen en publieksactiviteiten) en Museum KAM als onderzoekscentrum (fysiek onderzoek, cursussen, opendagen etc.). 3. Archeologisch Depot: opslag collectie en uitlenen (in 2025 gevestigd op een nieuwe locatie met depot functie voor provincie Gelderland en gemeente Nijmegen en dan wordt de coördinatie uitgevoerd door Stichting Valkhof Museum). 4. Erfgoed Gelderland: beheer online platform, Romeinennetwerk, fondsenwerving. 5. Samenwerkingsverband Gelderse overheden Masterplan Romeins Verleden: maatschappelijk draagvlak en publieksbereik op basis van authenticiteit van bronnen, inclusief verantwoordelijkheid voor programmateam. De Nederlandse Limes Samenwerking is een stakeholder die nauw betrokken is bij Kenniscentrum 2.0. De NLS is een bureau dat ondersteunt in de ontwikkeling van het Valkhof museum tot een visitor hub en zorgt voor verbinding met de andere visitor hubs in Nederland en Duitsland. Ook het uitwisselen van kennis, benutten van elkaars netwerk, behoud van authenticiteit bij ontwikkelingen (Kwaliteitsteam) en de verbinding met de Neder-Germaanse Limes als geheel zijn belangrijke aspecten.

Het Kenniscentrum 2.0 werkt, naast de Alliantie en de NLS verder nauw samen om haar doelen te bereiken met onder meer de volgende regionale partners:  Musea in de GMR, zoals het Liemers Museum;  Romeinse Limes Nederland;  Liniebreed Ondernemen (netwerk en ondersteuning bij publieksbereik);  Destinatie- en citymarketingorganisaties in de GMR (laden van het Kenniscentrum en ondersteuning bij publieksbereik). Organisatie Bij Kenniscentrum 2.0 moet de samenwerking gestructureerd worden en vastgelegd in bijvoorbeeld een samenwerkingsovereenkomst. Elke organisatie houdt zijn eigen opdracht, financiering, dagelijkse organisatie, maar er zijn duidelijke afspraken over de bijdrage aan het Kenniscentrum 2.0. Zo kan bijvoorbeeld het Valkhof Museum het fysieke onderdeel van het Kenniscentrum invullen met locatie Museum Kam en de vertaling van wetenschap naar publiek, beheert Erfgoed Gelderland het online onderdeel en de Radboud Universiteit verzorgt de inhoudelijk kenniscomponent en betrekt het wetenschappelijk kader op (inter)nationaal niveau. Natuurlijk zal er overlap in elkaars taken zijn, wat juist door het Kenniscentrum en de samenwerking benut kan worden. In dit stadium zal het kenniscentrum behalve inzet van bestaande instellingen een investering in capaciteit vergen van de partners en budget voor communicatiemiddelen en netwerkbijeenkomsten.

Het is wel zaak dat er een programmaleider of sterke coördinatierol komt die het samengestelde kenniscentrum ook daadwerkelijk vorm gaat geven en de kansen op grijpt om de doorontwikkeling naar een volgend stadium mogelijk te maken. Momenteel speelt gemeente Nijmegen de rol van kwartiermaker hierin. Een stevige netwerker is onontbeerlijk in deze rol. Tevens zal een eenduidige overkoepelende huisstijl ontwikkeld moeten worden (in lijn met UNESCO en NLS en Masterplan Romeins Verleden) met communicatiemiddelen en marketingactiviteiten en zal er on- en offline naar elkaar verwezen moeten worden. Alle partners kunnen hun eigen communicatiekanalen inzetten met eenduidige communicatie om het Kenniscentrum 2.0 bekend te maken. Het programmateam die de activiteiten van het Masterplan uitvoert zal de opdracht om het kenniscentrum bij breed publiek onder de aandacht te brengen bij de bestaande destinatie- en citymarketingorganisaties neerleggen. Uitvoering  Trekker: Kwartiermaker van Strategische Alliantie ondersteund door het programmateam.

8

 Uitvoerders: Erfgoed Gelderland, Radboud Universiteit, Valkhof Museum, Archeologisch depot, NLS, provincie en gemeente Nijmegen.  Planning: o 2024-2025 evaluatie Kenniscentrum 1.0 en het voeren van de gesprekken over randvoorwaarden Kenniscentrum 2.0; o 2025 besluitvorming (organisatorisch, financiering) en eerste gezamenlijke acties; o 2026-2027; periode van bestendiging samenwerking, versteviging netwerken, kansen uitwerken richting volgend stadium  Inschatting van de kosten op jaarbasis (excl. bestaande structuren/eigen inbreng partners): o Kosten Kenniscentrum 1.0 60K o Organisatie netwerkbijeenkomsten 40K o Kwartiermaker/programmaleider 0,5 fte 60K o Gezamenlijke communicatie 40K  Doelgroepen zijn gelijk aan Kenniscentrum 1.0, maar focus ligt op fysieke ontmoeting, beleving en betrokkenheid op nationaal niveau. Aandachtpunten en aanbevelingen Kenniscentrum 2.0. omvat de onderdelen kennis en onderzoek en kent een fysieke component voor ontmoeting en ervaring door de samenwerking van diverse partners die elk een functie vervullen. Voordeel is dat de kosten beperkt zijn, omdat de uitvoerders al georganiseerd, gehuisvest en gefinancierd zijn. Elke organisatie heeft de rol/taak al en het netwerk/positie, dus opstart vergt minder inzet.

Er moet wel een kwartiermaker/programmamanager ingezet worden om de coördinatie te garanderen en de samenwerking te stimuleren, faciliteren en communiceren. Voor communicatie- en marketingkosten kan de synergie gezocht worden met de budgetten van de partners en het programmateam voor de uitvoering van het Masterplan. Aandachtspunt is dat elke organisatie zijn eigen rol/taak vanuit de primaire opdrachtgevers blijft houden die waarschijnlijk prioriteit heeft. Er moet structureel budget voor de coördinatie georganiseerd worden. Verder zal er tijd aan het proces gegeven moeten worden om de afspraken en/of opdrachten voor deze extra taak bij de uitvoerende organisaties vast te leggen. Zij zijn allemaal op een andere manier georganiseerd, worden anders aangestuurd, gefinancierd en zijn qua uitvoering verschillend. Als een van de partners nieuwe of grotere taken erbij krijgt als gevolg van de doorontwikkeling van het Kenniscentrum, zullen de andere partners moeten bijdragen. Het Valkhof Museum zal bij Kenniscentrum 2.0 sterk naar buiten treden als bezoekerscentrum met kennis- en onderzoekscomponent, dus niet alleen als museum. Verder is het raadzaam dat zij kennis ophalen en uitwisselen met de regionale partners (museum en organisaties), zodat de gehele regio betrokken en zichtbaar is in het bezoekerscentrum.

De samenwerking die het Masterplan en het programmateam verlangt komt, ook hier van pas. De kwartiermaker/programmaleider kan onderdeel zijn het programmateam dat de activiteiten uit de programmalijnen van het Masterplan gaat realiseren of ondergebracht worden bij een van de partners. Het Kenniscentrum blijft immers ook belangrijke pijler van het Masterplan. Tot de taken behoort met name de organisatie en vinden van commitment bij partners, de doorontwikkeling naar een volgend stadium, kansen voor onderzoek en financiering samenbrengen alsmede de onderzoeksresultaten vertalen naar publieksgerichte verhalen en activiteiten.

1.V.3 Kenniscentrum 3.0 – (inter)nationaal gerenommeerd instituut (vanaf 2027) Op de langere termijn (na 2027) groeit het Kenniscentrum Neder-Germaanse Limes uit tot een nationaal cluster waar de betrokken instellingen van de UNESCO kernzones en andere aansprekende locaties die op een of andere manier met het Romeinse verleden van ons land te maken hebben, onderdeel van zijn.

9

Daarmee kunnen doelen, zoals de instroom van studenten waarmee de archeologische opleidingen bestendigd worden, het positioneren van de regio Arnhem-Nijmegen als Romeinse Randstad waardoor nieuwe en andere bezoekers aangeboord worden en publicatie van oud onderzoek, ook behaald worden. De kennis van de gehele zelfs internationale Limes kan hier dan ontsloten worden, uiteindelijk om de vertaling van wetenschappelijke kennis naar praktische kennis en verhalen te kunnen maken en maatschappelijke verbindingen te leggen. Aanvullende taken ten opzichte van het vorige stadium zijn bijvoorbeeld het coördineren van een expert team of wetenschappelijke adviesraad voor nieuwe vindplaatsen, jaarboeken of een reeks van publicaties uitbrengen, een onderzoeksagenda opstellen, grootschalige en landelijk dekkend communicatiestrategie uitwerken en uitzetten, inrichting van werkplaatsen en laboratoria en innovatie stimuleren, ontvangst van internationale onderzoekers en studenten, leerstoel Neder-Germaanse Limes instellen, een eigen academie met Masterclasses voor WO en VO, sector overstijgende kansen verkennen, etc. De partners van de Strategische Allianties zijn in dit stadium inmiddels uitgegroeid tot gerenommeerde instellingen op het gebied van de Romeinse en/of Neder-Germaanse Limes en vormen in gezamenlijkheid de basis voor de nieuw te vormen organisatie.

Het Valkhof Museum is dan hét museum van Romeinse archeologie in ons land en ontvangt bezoekers uit alle windstreken om het verhaal over de Romeinen te zien, horen, ruiken. Het verhaal, dat steeds weer opnieuw gevoed wordt door uitgewerkt oud onderzoek, nieuwe ontdekkingen en inzichten. De Radboud Universiteit staat alom bekend als de plek voor studie naar het Romeinse verleden en de bedrijven en overheden die met regelmaat veldonderzoek doen naar Romeinse sporen staan te springen om studenten van de RU met deze uitmuntende reputatie. Dankzij de naam en faam van Kenniscentrum 3.0 wordt steeds meer duidelijk wat de maatschappelijke relevantie van het Werelderfgoed is, waardoor onderzoeksgelden blijven toestromen. Ook zakelijke investeerders en maatschappelijke ondernemingen weten zich inmiddels te profileren met het Kenniscentrum van de Neder-Germaanse Limes. Het Kenniscentrum 3.0 vormt een (internationaal) netwerk met andere Kenniscentra in Duitsland en andere landen die onderdeel uitmaken van de Limes in Europa en Noord-Afrika.

Binnen Nederland zou de Stichting Museum Valkhof namens het kenniscentrum een goede relatie en taakafbakening met de andere visitor hubs, zoals Castellum Hoge Woerd in Utrecht, Het Archeon Museumpark in Alphen aan de Rijn en het te realiseren centrum in Katwijk, kunnen opbouwen waarbij synergie voorop staat en elke locatie zijn focus heeft met bijbehorende activiteiten en doelgroepen. Bij de uitwerking van Kenniscentrum 3.0 in een businesscase is evaluatie van Kenniscentrum 2.0 noodzakelijk, waarna de ambities en mogelijkheden verder verkend kunnen worden. De kwartiermaker kan hiervoor te raden gaan bij vergelijkbare instituties om van het Kenniscentrum 3.0 een alom gerespecteerd en gerenommeerd kennisinstituut van de Romeinse Limes te worden, gevestigd in Nijmegen.

Organisatie De samenwerking die met de realisatie van Kenniscentrum 2.0 vastgelegd is, zal uitgebreid worden met partners op nationaal niveau, waarbij nagedacht moet worden over een passende vorm van organisatie. Vaak ziet men een constructie van een stichting, waar de kenniscomponent en praktische verlaten van de bezoekersstromen onder vallen. Een BV is geschikt voor de kostendragers, zoals horeca, verblijfsaccommodaties, faciliteiten voor de zakelijke markt (MICE; meetings, incentives, congressen en events). Deze organisatie heeft een directeur met een klein team en werkt nauw samen met de partners. Uitvoering  Trekker: Strategische Alliantie ondersteund door kwartiermaker/programmaleider.  Uitvoerders: partners Kenniscentrum 2.0 en nieuwe partners op nationaal niveau.

10

 Planning: evaluatie Kenniscentrum 2.0 in 2026; vanaf 2027 opstart voorbereidingen Kenniscentrum 3.0.  Inschatting van de minimale kosten op jaarbasis (excl. bestaande structuren/eigen inbreng partners): o Kosten Kenniscentrum 2.0 200K o Organisatie netwerkbijeenkomsten 50K o Kwartiermaker/directeur 1 fte 120K o Huisvesting (inwoning bij partner) 50K NB: de zakelijke markt wordt aangesproken, fondsenwerving en diensten worden aangeboden  Doelgroepen: naast de beoogde doelgroepen in Kenniscentrum 1.0 en 2.0 kan in Kenniscentrum 3.0 een breder publiek aangesproken worden, maar ook de zakelijke doelgroep professioneel gefaciliteerd worden. Denk aan kostendragers zoals horeca, (museum)winkel, verblijfsaccommodaties, faciliteiten voor MICE markt, evenementen. Aandachtpunten en aanbevelingen Het Kenniscentrum 3.0 ligt in de toekomst en is afhankelijk van het succes van de twee eerdere versies. Het zal een zoektocht worden waarbij het adaptief vermogen op de proef gesteld wordt. De ambities zijn groot en het draagvlak groeit. Dat laatste is een proces dat aandacht en tijd vergt. Het advies is om het doel en de voordelen van het kenniscentrum blijvend te agenderen en elke stap formeel vast te leggen. Dan ligt er een goede basis bij elke wisseling in de politiek of bij organisaties zoals de Radboud Universiteit, Valkhof Museum en overige, toekomstige partners.

Een mogelijkheid is om het programmateam van het Masterplan Romeins Verleden op termijn onder te brengen bij dit Kennisinstituut (Kenniscentrum 3.0), waarbij een belangrijke doelstelling is om wetenschappelijke kennis beschikbaar en toegankelijk te maken voor publieksactiviteiten. De bestaande partners zijn daar met Kenniscentrum 2.0 ook al op ingericht. De samenvoeging van de nu nog afzonderlijke pijlers van het tempelmodel zullen een verduurzaming zijn van de ambities van het Masterplan. In Nederland zijn er een aantal voorbeelden waarbij wetenschappelijke kennis aan praktische en publieksvriendelijke kennis wordt gekoppeld. Grote en kleinere voorbeelden, uit de sector en daarbuiten, zijn: o o o o o o o

Naturalis Federatie Medisch Specialisten Werelderfgoedcentrum Waddengebied Hanze Groningen Kenniscentrum Kunst & Samenleving Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland Kenniscentrum Maatschappij & Recht van Hogeschool van Amsterdam Kenniscentrum Bever

11

VI.Samenvatting Scenario 1

Scenario 2

Scenario 3

Online platform

Gecoördineerde samenwerking met vertaling kennis op locaties

(inter)nationaal gerenommeerd instituut

online

Romeinse Wegenkaart

Romeinse Wegenkaart met sociale media

Romeinse Wegenkaart met uitgebreide digitale infrastructuur voor alle doelgroepen inclusief reserveren, aankopen en verblijf

offline/ fysiek (wetenschap)

Erfgoed Gelderland, Overheden, Romeinennetwerk, programmateam

Strategische Alliantie

Kenniscluster met onderzoekscomponent onderwijs/innovatie en internationale betrekkingen incl. bezoekers aanbod

Offline/fysiek (publiek)

n.v.t.

Valkhof/KAM, sites, erfgoed, musea, attracties/aanbod conform Masterplan

Valkhof/KAM+uitbouw, sites, erfgoed, musea, attracties/aanbod burgerparticipatie, MICE markt

Trekker en partners

Strategische Alliantie ondersteund door het programmateam

Strategische Alliantie, RCE/OCW ondersteund door het programmateam

Strategische Alliantie verbreed, ondersteund door het programmateam

doelgroep(en)

Experts, scholieren/studenten, bewoners GMR, UNESCO overheden

zie scenario 1. (inter)nationale experts en geïnteresseerden scholen/ kennisinstellingen, ondernemers, bezoekers (NL, Du, B, GB)

zie scenario 1 en 2 bezoekers (vrijetijd en zakelijk)

publiek toegankelijk

-

+ (bestaande aanbod)

+ (nieuw aanbod)

kosten

€ 80.000-100.000

€ 200.000-240.000

> €400.000

Bij alle scenario's worden er netwerkactiviteiten zoals bijeenkomsten, congressen, events georganiseerd maar de doelgroep en schaal verschillen

Haalbaarheid Kenniscentrum 1.0 2.0 Huidige situatie 2024 middellange termijn lage kosten gemiddelde kosten Regionaal online Regionaal > Nationaal Erfgoed Gelderland en inzet kwartiermaker Radboud Universiteit en uitvoerders met met partners partners

3.0 langere termijn hogere kosten (inter)Nationaal complexe samenwerking voor wetenschappelijke en praktische kennis en samenhang

12

VII.Advies Het realiseren van het Masterplan is een harde voorwaarde om de plannen voor een kenniscentrum uit te voeren. Zij zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden, het een kan niet zonder het ander een succes worden. Dat betekent dat alle partijen zich moeten conformeren aan het Masterplan en een kenniscentrum instellen middels een samenwerkingsovereenkomst, PACT of andere vormen van afspraken die (juridisch) bindend zijn. Ons advies is om te starten met het online platform Kenniscentrum 1.0. Hier is draagvlak voor en de basis ligt er eind 2024 al. Dan doorgroeien naar 2.0, omdat dit ook goed realiseerbaar is vanwege het feit dat alle organisaties al bestaan, een deel van de rol al vervullen en onderdeel van een kenniscentrum willen zijn. Of Kenniscentrum 3.0 gerealiseerd zal worden hangt af van het succes van de eerdere versies en de ambitie van de regio en de NLS en partners. Als het Masterplan uitgevoerd wordt, is dit naar onze mening zeker haalbaar al kunnen we de schaal nu nog niet inschatten. Uit de interviews kwam naar voren dat er behoefte is aan acties en producten die op draagvlak kunnen rekenen en op korte termijn zichtbaar zijn of resultaten opleveren. Onze inschatting is dat het uitvoeren van het Masterplan veel inzet vergt dus resultaten die snel te realiseren zijn, de energie vasthouden en een groot bereik hebben, prioriteit hebben.

Kenniscentrum 1.0 is passend bij de ambities van het Masterplan in de beginfase, omdat het bijdraagt aan de doelen van de programmalijn kennis, onderzoek en wetenschap. De kansen voor publieksbereik zijn bij dit scenario minder groot aangezien de informatie voorlopig alleen geschikt is voor professionals, amateurs en geïnteresseerden in de NederGermaanse Limes. Bij succes en draagvlak kan worden doorgegroeid naar Kenniscentrum 2.0. Onze inschatting is dat na twee jaar de basisinfrastructuur van het Masterplan Romeins Verleden grotendeels staat, waardoor de zichtbaarheid, de bekendheid en het draagvlak voor het programma gegroeid is en grotendeels in het beleid verankerd is. Hang naar authentieke kennis, wetenschappelijke publicaties en vertaling naar publieksgerichte verhalen zal toenemen. Het digitale platform wordt in dit scenario uitgebreid met (aantrekkelijke, laagdrempelige en geografische) informatie voor het publiek. Dit is een uitbreiding waar het platform al op voorbereid is. Dit scenario past bij de ambities van het Masterplan en is geschikt om beoogde doelgroepen te bereiken. Bijvoorbeeld Inzichtzoekers bij het Valkhof Museum en Museum Kam. Mede doordat de marketingkracht versterkt wordt en de communicatiekanalen meer samenhang krijgen kan een groter publiek bereikt worden.

Het derde scenario is dan ook zeker niet ondenkbaar op termijn, mits de energie blijft hangen en een sterke kwartiermaker voldoende capaciteit heeft om de kar te blijven trekken. Een gezamenlijke investering van de Strategische Alliantie is hierin logisch, omdat het de positie van elke partner zal versterken. Elders in het land zijn ook aansprekende bezoekerscentra met een combinatie van wetenschappelijk instituut gerealiseerd bij UNESCO Werelderfgoed locaties zoals het Afsluitdijk Wadden Center, Bezoekerscentrum Kinderdijk. Ook zijn er bezoekerscentra in ontwikkeling zoals het Werelderfgoed Centrum Waddenzee in Lauwersoog. Alle hier genoemde locaties hebben onderzoek in hun plannen opgenomen maar presenteren zich voornamelijk met de faciliteiten zoals verblijfsaccommodatie, horeca voor vrije tijd en zakelijke doelgroepen en/of entertainment om bezoekers te ontvangen en te accommoderen. Het Werelderfgoed Centrum Waddenzee verwoordt het mooi met: ‘de unieke combinatie van science en entertainment’.

13

VIII.Algemene aandachtspunten Bij elk Kenniscentrum zijn aandachtspunten en aanbevelingen benoemd. In deze paragraaf geven we nog een aantal zaken mee die algemener zijn. Er is veel draagvlak voor samenwerking en samenhang om de kansen van de werelderfgoed status van Neder-Germaanse Limes te verzilveren. Het bundelen, verrijken en verspreiden van kennis is één van die kansen waarmee de regio zich kan onderscheiden. De kennis is ook nodig voor het ontwikkelen van aanbod maar ook voor locaties zoals Kelfkensbos en Kops Plateau. Daarvoor is het juiste verhaal, duiding, en context nodig. Daarbij is in de periode 19701990 veel objecten opgegraven die nog allemaal in depots liggen te verstoffen. Dit moet uitgezocht, onderzocht, verklaard en gepubliceerd worden. Een kenniscentrum kan hierbij een katalysator zijn.

IX.Belang van en kansen voor de belangrijkste stakeholders 1. Radboud Universiteit Belang: nieuw elan voor en behoud van opleidingen, versterken positie. Kans: Leerstoel Neder-Germaanse Limes 2. Valkhof Museum en Museum Kam Belang: als onderdeel van een groter geheel kennis vergaren, uitwisselen en betere samenwerking, aanbod voor bredere doelgroep en meer publieksbereik. Kans: uitgroeien tot belangrijkste (provinciaal-)Romeinse museum van Nederland 3. Archeologisch Depot Gelderland en Nijmegen Belang: grootste collectie Romeinse vondsten van en uit Nederland (uit Gelderland), goed evenwicht in uitlenen collectiestukken ook buiten de provincie. Kans: de aantrekkingskracht van de regio en Nijmegen is mede gelegen in de enorme dichtheid aan archeologische vindplaatsen, opgeslagen in het depot in Nijmegen. Deze vondsten verdienen aandacht ten behoeve van onderzoek en publicatie. 4. De Nederlandse Limes Samenwerking (NLS) Belang: kennisdeling en educatie is onderdeel van de opdracht van de NLS en het nieuwe beleidsplan. NLS werkt samen met Erfgoedhuis Zuid-Holland, Erfgoed Gelderland en Landschap Utrecht om aan de taak van educatie invulling te geven en ziet daar ook kansen voor synergie met het Kenniscentrum. Kans: onderzoeksagenda die i.s.m.

Duitse partners ontwikkeld wordt koppelen aan onderzoeksprogramma van Radboud Universiteit en belang Werelderfgoed blijvend uitdrukken richting publiek. 5. Erfgoed Gelderland Belang: bestaand netwerk van instellingen en ondernemers, van professionals en vrijwiligers in te zetten voor het verzamelen en uitdragen van kennis. Kans: eigen positie versterken door te participeren in het kennisnetwerk om de vruchten te plukken voor publieksactiviteiten.

14

Bijlage 1 stakeholders I.Partners bij scenario 1. Strategische Alliantie

(Provincie Gelderland, gemeente Nijmegen, Valkhof Museum, Archeologisch Depot Gelderland en Nijmegen, Nederlandse Limes Samenwerking, Radboud Universiteit)

Erfgoed Gelderland  Romeinse Wegenkaart ontwikkeling en beheer  Achterban Romeinennetwerk  Educatie/leerlijnen ontwikkelen voor onderwijs Radboud Universiteit – Faculteit der Letteren  Kennis verzamelen (bronnen, onderzoek)  Kennis verrijken (onderzoek, samenwerking)  Kennis verspreiden (universiteit, cursussen)  Wetenschappelijk netwerk Programmateam Romeins Verleden i.o. • Uitvoering Masterplan Romeins Verleden

II.Uitbreiding partners bij scenario 2 Museum Valkhof – Bezoekerscentrum  Presenteren collectie  Educatie ontwikkelen en delen met andere musea  Topstukken Neder-Germaanse Limes vondsten  Wetenschappelijk verhaal vertalen naar publiek Museum KAM* – Onderzoek  Restaureren vondsten  Bestuderen vondsten  Onderzoeksmogelijkheden voor professionals en amateurs Archeologisch Depot – Bewaren  Opslag vondsten  Uitlenen vondsten  Digitale toegankelijkheid Nederlandse Limes Samenwerking  Stimuleren en ondersteunen site-holders  Coördinatie verplichtingen UNESCO Werelderfgoedstatus  Ondersteunen van Neder-Germaanse Limes organisaties op nationaal niveau  Ondersteunen jaarlijkse Limesdag en uitbreiding bijeenkomsten  Onderzoeksagenda Overheden  Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen (17 gemeenten)  Gemeenten met UNESCO sites (5 gemeenten)  Provincie Gelderland Destinatie- en citymarketingorganisaties  Publieksbereik (ook TVAN)  Onder leiding van programmateam organiseren/faciliteren lokale MO, infopunten etc.

15

III.Uitbreiding partners bij scenario 3 (niet compleet en willekeurige volgorde) Neder-Germaanse Limes  Siteholders in Utrecht, Zuid-Holland en Duitsland  Castellum Hoge Woerd in Utrecht  Archeon Museumpark in Alphen aan de Rijn  Archeologisch Park Xanten in Duitsland.  Limes Erfgoedcentrum in Katwijk (nog te ontwikkelen) Organisaties  Rijksdienst Cultureel Erfgoed  Stichting Liniebreed Ondernemen  Romeinse Limes Nederland (samenwerking Erfgoedhuis Zuid-Holland, Erfgoed Gelderland en Landschap Erfgoed Utrecht, taak publieksbereik, educatie en netwerkvorming NederGermaanse Limes coördinator: Mariëlla Beukers)  Romeinen.nu  Willeke en Carolien Guelen (o.a.

Romeinen in Gelderland)  Archeologische bedrijven en archeologische dienst Nijmegen Publieksparticipatie  Archeohotspots (8 Archeohotspots in Gelderland waarvan twee in de GMR gevestigd)  Citizen Science  Te ontwikkelen apps voor het identificeren van Romeinse objecten (voorbeelden: eBird, ObsIdentify, Google Goggles) Archeologisch/cultuurhistorisch (niet direct Limes, maar wel met Romeins Verleden)  Musea in Nijmegen zoals de Bastei  Musea in de GMR zoals Liemers Museum  Rijksmuseum van Oudheden in Leiden  Thermenmuseum Heerlen  Overige nationale musea met Romeinse collectie Vrijwilligersorganisaties  Historische verenigingen nationaal  AWN: vereniging van vrijwilligers in de archeologie (landelijke organisatie in 24 afdelingen met Nijmegen als regio 16)  Deels verenigd in Romeinennetwerk(en) Kennisinstellingen  Saxion Hogeschool  Universität Bonn  ArtEZ University of the Arts (Arnhem, Enschede en Zwolle)  Universiteit van Utrecht (project ‘Constructing the Limes’ onder leiding van Saskia Stevens)  Overige universiteiten

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=bda033dd-d8bd-4e2a-873c-a6db7e9e2605