CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Notitie cultuurhistorische waardenkaart Nijmegen

Besluitronde (raadsvergadering) 8 maart 2023, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Cultuurhistorische waardenkaart (08/2023)4.390 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notitie Cultuurhistorische Waardenkaart Nijmegen

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan

Samenvatting De cultuurhistorische waardenkaart omvat een inventarisatie van het Nijmeegse bovengrondse erfgoed en zal gebruikt gaan worden bij ruimtelijke ontwikkelingen en beleidsinstrumenten onder de Omgevingswet, namelijk de omgevingsvisie en het omgevingsplan. In deze notitie is vastgelegd hoe de cultuurhistorische waardenkaart gebruikt gaat worden. Met cultuurhistorie wordt in deze notitie het bovengrondse erfgoed bedoeld. Voor het archeologische erfgoed is de archeologische beleidskaart en het facetbestemmingsplan archeologie opgesteld.

1

Inhoudsopgave Samenvatting Inhoudsopgave Wat is de cultuurhistorische waardenkaart Wat staat er op de kaarten Wat ontbreekt nog Hoe te gebruiken Niet onderzochte gebieden

1 2 3 3 3 5 5

Omgeving van het monument

5

Kernkwaliteiten Nijmeegs erfgoed Landschap

7 7

Strategische ligging

8

Religieus erfgoed

8

Groen erfgoed

9

Gebieden van nationaal belang

10

Kernkwaliteiten en de omgevingsvisie Bijlage 1 Waarderingscriteria gebouwen en stedenbouwkundige ensembles Gebouwde objecten Stedenbouwkundige ensembles Bijlage 2 Omgevingswet en erfgoed

2

10 11 11 12 14

Wat is de cultuurhistorische waardenkaart De cultuurhistorische waardenkaart betreft een inventarisatie van bovengronds cultureel erfgoed in Nijmegen. Het gaat hierbij om het historisch-geografisch erfgoed (cultuurlandschap), waardevolle stedenbouwkundige ensembles en structuren en gebouwd erfgoed. De waardenkaart is een verzameling van GIS-kaarten waarop het geïnventariseerde erfgoed is weergegeven. De kaarten zijn gekoppeld aan een database, waarin van elk object, gebied of structuur achterliggende informatie en een cultuurhistorische waardenstelling is opgenomen. Van de inventarisatie van het pre-stedelijk landschap (historische geografie) is een toelichting in het rapport ‘…Aan beide zijden is ’t bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar met boschjes afgewisseld…’ vastgelegd. Hierin is de methode van inventariseren en waarderen vastgelegd en wordt een overzicht geboden van de verschillende facetten van het pre-stedelijk landschap door de eeuwen heen en een toelichting op de waardering van de verschillende objecten, structuren en gebieden. Een toelichting op de waardering van het stedenbouwkundig en gebouwde erfgoed bevindt zich in bijlage 1 van deze notitie.

Wat staat er op de kaarten De kaarten bestaan uit diverse thema’s en erfgoedcategorieën en gebieden. Alleen erfgoed met een minimale cultuurhistorische waarde is opgenomen op de kaart. Bijvoorbeeld de kaart industrieel erfgoed laat niet alle industriële gebouwen en objecten in Nijmegen zien, maar alleen die gebouwen en objecten die voldoende cultuurhistorische waarden bezitten. De betreffende waardering is in de database opgenomen en toegelicht. Beschermde gebieden en monumenten maken ook onderdeel uit van de digitale waardenkaart. Van het gebouwde erfgoed zijn vier categorieën uitgewerkt, te weten agrarisch erfgoed, religieus erfgoed, industrieel erfgoed en onderwijs. Op deze kaarten staan alleen de gebouwen en objecten die niet beschermd zijn, maar wel cultuurhistorische waarden vertegenwoordigen. De objecten binnen deze categorieën die beschermd zijn als monument staan niet op deze kaart, maar op de monumentenkaart. Ook zijn op de digitale kaart de zichtlijnen van het Limes UNESCO-werelderfgoed opgenomen. Deze zichtlijnen hebben betrekking op het verloop van het Romeinse aquaduct en de ruimte hieromheen. Deze zichtlijnen maken deel uit van het bovengrondse erfgoed en hebben een bovengronds ruimtelijk component.

Wat ontbreekt nog Nog niet al het erfgoed en alle wijken zijn geïnventariseerd. De volgende gebieden zullen nog geïnventariseerd en gewaardeerd moeten worden voor wat betreft stedenbouwkundig erfgoed en opgenomen moeten worden op de cultuurhistorische waardenkaart: o Oost/19e eeuwse schil, de niet beschermde gebiedsdelen o Heyendaal o Groenewoud o Kwakkenberg o De industriegebieden o De wijken ten westen van het Maas-Waalkanaal. o Nijmegen-Noord o Gebied rond Ubbergseweg-Ooysedijk

3

Bij ruimtelijke plannen in deze gebieden zal een nadere cultuurhistorische inventarisatie nodig zijn, om de cultuurhistorische waarden te kunnen duiden. De volgende categorieën gebouwd erfgoed zullen nog geïnventariseerd en gewaardeerd moeten worden: o Militair erfgoed, inclusief Tweede Wereldoorlog erfgoed o Post 65 stedenbouw en architectuur De komende jaren zullen deze inventarisaties nog uitgevoerd worden en toegevoegd aan de digitale waardenkaart.

4

Hoe te gebruiken De cultuurhistorische waardenkaart zal gebruikt worden voor de cultuurhistorische inbreng bij ruimtelijke plannen. Op dit moment is dit een verplichting vanuit het Besluit ruimtelijke ordening. Vanaf de invoering van de Omgevingswet is het een wettelijke taak om erfgoed mee te nemen bij de belangenafweging bij ruimtelijke ontwikkelingen. Met de waardenkaart kunnen we meer maatwerk gaan leveren, wat passend is bij de geest van de Omgevingswet. De waardenkaart bevat de informatie die nodig is om cultuurhistorie goed mee te kunnen nemen bij de afweging van ruimtelijke ontwikkelingen, zowel ter inspiratie als voor behoud van het aanwezige erfgoed. Op basis van het erfgoed op de kaart en de bijbehorende waardestelling kunnen afwegingen worden gemaakt voor behoud en ontwikkeling van het erfgoed, evenals het stellen van planregels in bestemmingsplannen en omgevingsplannen. De cultuurhistorische waardenkaart zal de cultuurhistorische beleidskaart met regels, zoals opgenomen in de Nota Cultureel Erfgoed (2013) vervangen. Daarnaast zal de cultuurhistorische waardenkaart gebruikt worden om de kernkwaliteiten van het Nijmeegs erfgoed te duiden, ten behoeve van de Omgevingsvisie. Het is de basis voor het formuleren van de ruimtelijke erfgoedambities. Uit de kaart kunnen de kernkwaliteiten van het Nijmeegse erfgoed afgeleid worden.

Deze kernkwaliteiten bieden kansen voor integraal ruimtelijk beleid. Hiermee kan erfgoed bijdragen aan het bereiken van ruimtelijke ambities. De kernkwaliteiten zijn verderop in deze notitie uitgewerkt. Het is de bedoeling dat na de invoering van de Omgevingswet regels met betrekking tot de bescherming van erfgoed worden opgenomen in het definitieve omgevingsplan. Met de Omgevingswet is het nodig om in een vroeg stadium inzicht te bieden in aanwezig cultureel erfgoed en dit erfgoed voldoende te beschermen. De cultuurhistorische waardenkaart toont de aanwezige erfgoedwaarden. In het omgevingsplan kunnen beschermde regels aan het erfgoed gekoppeld worden om het te beschermen en afwegingen te kunnen maken bij ruimtelijke ontwikkelingen. Tot dat er een definitief omgevingsplan is, waarin regelingen met betrekking tot erfgoed zijn opgenomen, zullen we per ruimtelijke ontwikkeling op basis van de waardenkaart keuzes maken met betrekking tot het aanwezig erfgoed in het gebied. Dit geldt ook voor wijzigingen van het omgevingsplan, na invoering van de Omgevingswet.

Niet onderzochte gebieden Bij toekomstige wijzigingen van het omgevingsplan of ruimtelijke ontwikkelingen zal voor de nog niet onderzochte gebieden een onderzoeksplicht gelden. Bij deze gebieden zal het aanwezige erfgoed nog geïnventariseerd en gewaardeerd moeten worden. Vervolgens kunnen er in het proces van de ruimtelijke ontwikkeling afwegingen worden gemaakt voor de omgang met het erfgoed.

Omgeving van het monument In artikel 5.130 van het Besluit Besluit Activiteiten leefomgeving is de instructieregel opgenomen dat bij het opstellen van omgevingsplannen regels voor cultureel erfgoed moeten worden opgenomen, onder andere om de aantasting te voorkomen van “de omgeving van rijksmonumenten, voorbeschermde rijksmonumenten en monumenten die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd, voor zover die monumenten door die aantasting worden ontsierd of beschadigd.” In de Nota van uitgangspunten voor het omgevingsplan (vastgesteld xx-xx-2023) hebben we vastgelegd hoe we met deze regeling om willen gaan.

5

Bij de omgeving van een monument gaat het wat ons betreft met name om de belevingswaarde van het monument. Per monument verschilt de belevingswaarde. Sommige monumenten staan vrij op een groot perceel en zijn van meerdere kanten goed zichtbaar. Bij andere monumenten spelen grotere zichtlijnen mee, denk hierbij aan het zicht vanuit de St. Annastraat op de Stevenskerk. Kleine monumenten in lintbebouwing langs een uitvalsweg kunnen aangetast worden als er een groot appartementencomplex naast komt te staan. Een beschermd stadsgezicht heeft een begrenzing, maar een ontwikkeling net buiten de grenzen van een stadsgezicht kunnen van invloed zijn op de beleving van het gebied. Het is daarom afhankelijk van zowel het type ontwikkeling als van het monument of het beschermde gebied waar het van invloed op is. Daarnaast gaat het om de instandhouding van het functioneren van een monument, bijvoorbeeld in het geval van molens. Bomen of hoge gebouwen in de directe omgeving kunnen van invloed zijn op de wind, waardoor een molen niet meer goed kan functioneren. Zoals vastgelegd in de Nota van uitgangspunten voor het omgevingsplan (2023) gaan we werken met procesregels. Bij een verzoek tot afwijking van het omgevingsplan gaan we als volgt rekening houden met de omgeving van een monument/monumenten en beschermde gebieden: • • • •

We bepalen per verzoek tot afwijking van het omgevingsplan op welke monumenten en/of beschermd gebieden de ontwikkeling van invloed is. Vervolgens betrekken we de beschermde waarden van deze monumenten en/of gebieden bij de afweging voor een besluit tot de afwijking van het omgevingsplan. Voor monumenten die van hun omgeving afhankelijk zijn voor het functioneren, zoals een molen, leggen we wel regels vast in het omgevingsplan, zoals bijvoorbeeld een molenbiotoop. Grote zichtlijnen, zoals historische zichten op de Stevenskerk, zullen we ook in het omgevingsplan vastleggen.

6

Kernkwaliteiten Nijmeegs erfgoed De cultuurhistorische waardenkaart laat een grote rijkdom aan cultureel erfgoed zien. Het geeft een overzicht van de geschiedenis en ontwikkeling van onze stad in haar omgeving en het vele erfgoed dat uit al die verschillende perioden nog bewaard is gebleven. Kijken we door onze oogharen heen dan kunnen we uit dit vele erfgoed een aantal thema’s halen die kenmerkend zijn voor Nijmegen en die belangrijk zijn om het karakter van de stad te kunnen behouden. Het gaat om de volgende thema’s: 1. Landschap: natuurlijke ligging (stuwwal aan de Waal), historische binnenstad, dorpskernen en herkenbaar buitengebied; 2. Strategische ligging: militair erfgoed van Romeinse Limes tot IJssellinie Koude Oorlog; 3. Religieus erfgoed: religieuze gebouwen en objecten door de eeuwen heen, parochiale ensembles ; 4. Groen erfgoed: buitenplaatsen, parken, lanen; 5. Gebieden van nationaal belang: 19e-eeuwse schil, Benedenstad, Wederopbouwcentrum, Unesco gebieden. Het erfgoed behorend bij deze thema’s kan van meerwaarde zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen. Welke kansen er zijn wordt hieronder toegelicht.

Landschap Uniek aan Nijmegen is de ligging op een stuwwal aan een rivier. Hier ontleent zij haar ontstaan en ontwikkeling aan. De stad ontwikkelde zich enerzijds vanaf het hoge punt op het Valkhof en anderzijds vanuit een handelsnederzetting aan de Waal. Dorpen en agrarische nederzettingen lagen in de vruchtbare lager gelegen delen in het westen en ten noorden van de Waal. Het pre-stedelijk landschap is nog in heel hoge mate herkenbaar in de huidige stad. Dit komt mede door het aanwezige reliëf. Vooral in Nijmegen-Oost is het pre-stedelijke landschap nog goed herkenbaar in de 19e-en vroeg 20e-eeuwse wijken, zoals Hengstdal. Maar ook in de voormalige dorpen Hees en Neerbosch zijn de oude landschapstructuren nog goed herkenbaar. Dit geldt op kleinere schaal voor het gebiedje rondom Huis Hatert, het gehucht St. Anna rondom de St. Annamolen en op een aantal plekken in het dorp Lent. Daarnaast zijn de uitvalswegen met lintbebouwing, zoals de Groesbeekseweg, Berg en Dalseweg, Tooropstraat, nog herkenningspunten van het pre-stedelijke landschap.

Kansen •

•

• •

Het pre-stedelijk landschap biedt kansen voor de klimaatadaptatie opgave. Om goed beschermd te zijn tegen klimaatverandering moeten we, net zoals vroeger, veel meer rekening gaan houden met het wateren bodemsysteem. Cultureel erfgoed kan daarbij helpen. Het kan ons inzicht bieden in slimme oplossingen die gebruik maken van het water- en bodemsysteem. Het onderzoek naar De Stadsgenese, waar Hengstdal ook deel van uitmaakt, is hier een goed voorbeeld van. Voormalige dorpen, gebieden met historische verkaveling en pre-stedelijke ensembles zijn veelal open en groene gebieden. Behoud van deze gebieden zorgt voor behoud van groen en daarmee van koele plekken, zodat hittestress voorkomen kan worden. Daarnaast zijn het, vanwege het groene en kleinschalige karakter, veelal kwalitatief hoogwaardige gebieden. Het open rivierlandschap tussen twee hoog-stedelijke gebieden zorgt voor een aangename verblijfkwaliteit. Natuur en erfgoed gaan hier hand-in-hand. Nijmegen is gebouwd op de uitlopers van de stuwwal. Hier sloegen de Romeinen hun legerkampen op en de Valkhofheuvel was hét strategische punt. De combinatie van de kernkwaliteiten landschap en strategische ligging (zie hierna) vertellen het verhaal van het ontstaan van Nijmegen als oudste stad. Ruimtelijke ontwikkelingen bieden kansen om dit verhaal te vertellen.

7

Strategische ligging Vanwege de unieke ligging is Nijmegen door de eeuwen heen steeds van groot belang geweest voor keizers, hertogen en graven. Nijmegen is onderdeel geweest van meerdere verdedigingslinies. De Romeinen gebruikten de strategische ligging als uitvalsbasis voor hun veroveringen en voor het commandocentrum van waaruit de hele (Nederlandse) Limes bestuurd werd. Het Romeinse castellum wijzigde in een palts en de palts transformeerde in een burcht. De kleine nederzetting groeide uit tot een stad. Nijmegen kreeg stadsrechten en daarmee het recht de stad te omwallen. Nijmegen vormde vanaf de Tachtigjarige Oorlog als vestingstad een belangrijke schakel tussen de Ooster- en Zuiderfrontier (ook wel Ooster- en Zuiderwaterlinie genoemd). Met deze linie werden de Noordelijke Nederlanden beschermd tegen invallen van de Spanjaarden, en later de Fransen. De stadsmuren veranderden in verdedigingswerken volgens de principes van Menno van Coehoorn. In de negentiende eeuw breidde de vestingstad nog uit met buitenforten. Nijmegen verloor haar vestingstatus in 1874. Maar de Nederlandse overheid voelde nog steeds een dreiging vanuit het oosten, waardoor Nijmegen strategisch belangrijk bleef. Fort Beneden-Lent kreeg de functie van sperfort om tijd te rekken om de Nieuwe Hollandse Waterlinie in werking te kunnen stellen.

In de eerste helft van de twintigste eeuw maakte de stad deel uit van de Maas-Rijnlinie. Met Operatie Market Garden werd Nijmegen frontstad. Ten tijde van de Koude Oorlog maakte het huidige Nijmegen-Noord onderdeel uit van de IJssellinie. Het belang van deze strategische ligging is nog steeds zichtbaar in allerlei militair erfgoed dat ofwel ondergronds ofwel zichtbaar bovengronds aanwezig is. Denk hierbij aan delen van de middeleeuwse stadsmuren, de Bastei, de 19e-eeuwse forten rondom de stad, kazematten, bunkers en schuilkelders.

Kansen •

•

We hebben nog veel bijzonder militair erfgoed. Deze objecten en gebouwen bieden kansen voor herbestemming en herontwikkeling . Inpassing van deze bijzondere locaties levert een meerwaarde op voor de ontwikkeling, die zich ook financieel kan doorvertalen. Herbestemming van de gebouwen en/of inpassing van objecten kan kansen bieden voor publieksbereik projecten, om hiermee het verhaal van Nijmegen oudste stad te vertellen.

Religieus erfgoed Religieus erfgoed is belangrijk voor de identiteit van Nijmegen. Nijmegen is een stad met een rijke religieuze geschiedenis. In het verleden kende Nijmegen heel veel religieuze gebouwen en werd de stad ook wel Rome van het Noorden genoemd. Dit heeft met name te maken met de opleving van de katholieke kerk, na herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in 1853. Vanaf toen mocht het katholieke geloof weer in de openbaarheid beleden worden en naast de bouw van nieuwe kerken, kwam er ook een katholieke krant, De Gelderlander, een katholiek ziekenhuis, het Canisiusziekenhuis, werden tal van katholieke scholen en arbeidersverenigingen opgericht en kregen de katholieken een eigen begraafplaats.1 De katholieke opleving kreeg nog een duw in de rug toen de Roomsch Katholieke Universiteit in 1923 werd opgericht. Dit zorgde voor een aanzuigende werking van allerlei religieuze congregaties, die kloosters, convicten, studiehuizen, scholen en bejaardenhuizen bouwden. Denk hierbij aan het Bisschop Hamerhuis, Berchmanianum, Albertinum en het Neboklooster, maar ook aan complexen zoals de Groenestraatkerk, met kerk, pastorie, noviciaat en diverse scholen. De verzuilde samenleving was ook na de Tweede Wereldoorlog tijdens de wederopbouw herkenbaar. De kerk, vaak met pastorie en parochie- of buurthuis, vormden veelal het hart van de wijk.

Maar niet alleen de katholieke gebouwen vormen het religieus erfgoed van Nijmegen, ook de gebouwen van alle andere geloofsstromingen, zoals de synagogen aan de Nonnenstraat en Gerard Noodtstraat, de eerste moskee van gastarbeiders in de Vondelstraat en diverse gebouwen van protestantse en andere christelijke geloofsgemeenschappen.

1 D. Verhoeven (red.), De canon van Nijmegen. 27. Katholieken in opkomst. Godsdienst kleurt het openbare

leven, p. 114-117, Nijmegen 2009

8

De gebouwen zijn de herkenbare plekken in de wijken en buurten. Zowel qua uitstraling, als voor de sfeer en het gevoel dragen die gebouwen sterk bij aan de leefbaarheid van onze wijken. Denk hierbij aan de Dominicuskerk met pastorie en scholen aan de Heyendaalseweg of de Lourdeskerk met pastorie en Lourdesgrot aan de Hatertseweg.

Kansen •

•

De Rooms-Katholieke ensembles (kerk, pastorie, vaak ook parochiehuis en school) zijn veelal de centrale plek in wijken. Ze vormen het hart van de wijk. Behoud van de gebouwen zorgt er voor dat de kern van de wijk behouden en herkenbaar kan blijven. Dit vormt een kwaliteit van de wijk. Bij vrijkomende kerken kan een (semi)publieksfunctie of een maatschappelijke functies kansen bieden om de centrale functie in de wijk te behouden, ook als de religieuze functie niet meer aanwezig is.

Groen erfgoed Vanaf de zeventiende eeuw ontstond er rondom Nijmegen een ring van buitenplaatsen. Veelal oudere kastelen en boeren hoeven werden verbouwd tot ruime buitenplaatsen gelegen in fraai aangelegde parken. Deze buitenplaatsen lagen veelal op de vruchtbare gronden ten westen en noorden van de stad, maar ook in de gecultiveerde gebieden ten zuiden van de stad. De buitenplaatsen ontstonden vooral in de omgeving van de dorpen Hatert, Hees en Neerbosch. Zoals Dukenburg, De Hulsen, De Winkelsteeg, Heyendaal, Brakkenstein en Mariënboom. In het noorden is landgoed Oosterhout het laatste nog bewaard gebleven landgoed. Naast de sier- en moestuinen in de directe nabijheid van het landhuis bestonden de landgoederen uit akkers, weilanden en bospercelen met een economische functie. Het sterrenbos, hakhout- of productiebossen diagonaal doorsneden door lanen, ontstonden in de 18e eeuw op een aantal Nijmeegse landgoederen, zoals Heyendaal en Brakkenstein. In de 19e-eeuw gingen de welgestelden, veelal industriëlen en handelaren, zich vestigen in villa’s in de bosrijke omgeving van Nijmegen en in Hees. Ook deze villa’s waren omgeven door fraai aangelegde tuinen. Begin 20e-eeuw kwam hier de Kwakkenberg bij. Het oudste park in Nijmegen is het Valkhofpark, dat na de sloop van de Valkhofburcht in 1796 werd aangelegd. Het ontwerp is van J.D. Zochter sr.

Na de sloop van de vestingwerken en met het ontwerp van de 19e-eeuwse stadsuitleg kwam er een gordel van parken en groene lanen om de oude stad te liggen. Het Kronenburgerpark aan de westzijde en het Hunnerpark aan de oostzijde. De oude uitvalswegen werden opgenomen in het stedenbouwkundig ontwerp van de nieuwe stadsuitleg en kregen fraaie bomenlanen, die de toegangen tot de stad markeren. Ook de historische begraafplaatsen, zoals de Stenenkruisstraat, Altrade aan de Daalseweg en de begraafplaas aan de Postweg, zijn groene rustpunten in de stad.

Kansen •

•

•

Het groene erfgoed in onze stad biedt kansen voor de opgaven klimaatadaptatie en biodiversiteit. Integrale aanpak van deze opgaven, waarmee tegelijk erfgoed behouden en versterkt kan worden, kan zorgen voor een aantrekkelijke stad. Historische bomenlanen kunnen hersteld of versterkt worden door het aanplanten van nieuwe bomen, wat bijdraagt aan het tegengaan van de opwarming van onze stad. Terreinen van voormalige landgoederen zijn veelal grote groene gebieden in de stad. De parkachtige omgeving wordt benut door wandelaars, sporters, spelende kinderen, maar ook voor culturele festiviteiten. De maatschappelijk opgave voor een gezonde stad (spelen, ontmoeten en bewegen) gaat hier samen met behoud van erfgoed. Oude landgoederen met nieuwe functies zoals Campus Heyendaal, Winkelsteeg of rondom Dukenburg bieden kansen om de identiteit van de gebieden, die voortkomt uit de historie van het landgoed,

9

herkenbaar te houden en te versterken. Verdwenen onderdelen kunnen als inspiratiebron gebruikt worden of op een nieuwe manier ingezet worden.

Gebieden van nationaal belang In de Nationale Omgevingsvisie is een aantal gebieden in Nijmegen aangeduid die van nationaal belang zijn. Dit zijn de twee rijksbeschermde stadsgezichten Benedenstad en 19e-eeuwse schil, het wederopbouwcentrum en de UNESCO- werelderfgoedgebieden.

Kansen •

•

Zorgvuldige omgang me deze gebieden en het versterken van de historische kwaliteiten zorgen bij de ontwikkelingen en het inrichten van de openbare ruimte voor een aantrekkelijke stad; zowel voor bewoners als voor bezoekers. Inzetten op toerisme door het creëren van een aantrekkelijk verblijfsklimaat. Koppelen van publieksbereik ‘Nijmegen oudste stad’.

Kernkwaliteiten en de omgevingsvisie De genoemde kernkwaliteiten van ons cultureel erfgoed kunnen gekoppeld worden aan opgaven zoals opgenomen in de omgevingsvisie. Integrale aanpak van deze opgave, waar erfgoed deel van uit maakt, zal bijdragen aan het bereiken van onze ambities. Welke kansen we kunnen benutten en op welke manier zal meegenomen worden bij de integrale afwegingen van de actualisatie van de omgevingsvisie. Naast de kansen die de kernkwaliteiten bieden voor het versterken van de kwaliteiten van onze stad zullen we ons ook inzetten voor behoud en ontwikkeling van het overige erfgoed.

10

Bijlage 1 Waarderingscriteria gebouwen en stedenbouwkundige ensembles Gebouwde objecten De selectie van de cultuurhistorisch waardevolle objecten en de uiteindelijke klassering in vier erfgoedwaarden (zeer hoog, hoog, positief, basis) vindt plaats via een toetsing aan de hand van zes ruimtelijke en cultuurhistorische waarderingscriteria. Deze indicatieve criteria zijn speciaal voor dit doel geformuleerd en zijn eerder ook in andere gemeenten toegepast: 1.

Stedenbouwkundige en ensemblewaarde: het belang van het object als onderdeel van de ontwikkelingsgeschiedenis van het gebied of een bijzondere stedenbouwkundige / landschappelijke ontwikkeling of planvorming; en/of als onderdeel van cultuurhistorische gebiedskarakteristiek en/of ensemblewaarde, bijvoorbeeld in relatie tot een beschermd stads- of dorpsgezicht, een waardevol gebied en beschermde monumenten;

2.

Beeldbepalende waarde: het belang van het object vanwege de bijzondere betekenis voor het beeld van zijn omgeving (bijvoorbeeld: markant onderdeel lintbebouwing, opmerkelijke (hoek)ligging, zichtlijn, landmark);

3.

Historische waarde, representatiewaarde: het belang van het object vanwege de herkenbaarheid van het oorspronkelijke concept en de oorspronkelijke (bijzondere) functie, in relatie tot de ontwikkelingsgeschiedenis en de historische gelaagdheid van het gebied; relatie met voor de gemeente Nijmegen belangrijke personen, gebeurtenissen en activiteiten;

4.

Gaafheid: het belang van het object wegens de authenticiteit van hoofdvorm, gevelindeling en/of detaillering;

5.

Architectuur- en bouwhistorische waarde: het belang van het object vanwege een kenmerkende / bijzondere bouwstijl, typologie, vorm, materiaalgebruik en constructie; het belang binnen het oeuvre van een architect;

6.

Zeldzaamheidswaarde: in architectuur- en/of bouwhistorisch, stedenbouwkundig, typologisch, functioneel of historische opzicht.

Het gaat dus om een zestal cultuurhistorische en architectuurhistorische, maar ook contextuele, historischruimtelijke criteria, die het object duiden als onderdeel van een specifieke lokale cultuurhistorische gebiedskarakteristiek, bijvoorbeeld de oude kernen, de linten, de voor- en naoorlogse uitbreidingswijken, delen van het buitengebied. Alle in de inventarisatie opgenomen objecten worden met behulp van bovenstaande criteria en met in achtneming van de verschillende gebieds-/ensemble karakteristieken getoetst. Per criterium kunnen de volgende indicatieve scores worden gehaald: Hoge waarde: ++ Positieve waarde: + Neutrale waarde: 0 Negatieve waarde: -

11

De optelsom van deze scores leidt tot het formuleren van een eindwaardering in vier gradaties: gemiddelde score

Waardering

Minimaal 5x ++ en 1x +

Zeer hoge erfgoedwaarde of monumentwaarde (Z)

Minimaal 3x ++ en 3x +

Hoge erfgoedwaarde of (potentiële) monumentwaarde (H)

Minimaal 5x + en 1x 0

Positieve (middelhoge) of beeldbepalende erfgoedwaarde (P)

Minimaal 3x + en 3x 0

Basis erfgoedwaarde of beeldondersteunende waarde (B)

Tabel Scores en klassen van de waardering. De zes criteria worden in deze indicatieve beoordeling als gelijkwaardige eenheden gewogen. Bij het toekennen van de hoge, positieve, neutrale of (in uitzonderingsgevallen) negatieve waarden (met plussen en minnen) wordt de aanwezige waarde genuanceerd en blijkt welke waarden het meest uitgesproken aanwezig zijn. De verschillende waardengradaties zijn een indicatie voor het in te zetten erfgoedbeleid. De nummering en volgorde van de criteria, zoals weergegeven op de vorige pagina, is conform de volgorde in de database bij de cultuurhistorische waardenkaart. 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Sted_ens Bbp Ch Gaaf Arch_bh Zeld

Stedenbouwkundige ensembles De geïnventariseerde bijzondere (steden)bouwkundige ensembles worden gewaardeerd met onderstaande criteria-set: 1.

Het belang van het gebied of ensemble als onderdeel van de ruimtelijke ontwikkelingsgeschiedenis en de historische gelaagdheid van de gemeente Nijmegen, de daarin gelegen dorpen en het buitengebied; 2. Het belang van het gebied of ensemble vanwege een bijzonder stedenbouwkundig concept of een karakteristieke stedenbouwkundige, landschappelijke of nederzettingsstructuur; 3. Het belang van het gebied of ensemble vanwege de daarin aanwezige ensemblewaarden (structuren, bebouwing, groen, water, bijzondere zichtlijnen, landmarks, etcetera); 4. De structurele gaafheid en herkenbaarheid van het gebied; 5. De zeldzaamheid van het gebied (stedenbouwkundig/structuur. op gemeentelijk / regionaal niveau; 6. De dichtheid en kwaliteit van de aanwezige beschermde en/of karakteristieke bebouwing, waarbij gelet is op herkenbaarheid, gaafheid en (in mindere mate) zeldzaamheid. Per criterium kunnen de volgende scores worden gegeven: Hoge waarde: ++ Positieve waarde: + Neutrale waarde: 0 Negatieve waarde: -

12

De eindscore bepaald de waardengradatie. Ook deze waardengradatie is een indicatie voor het in te zetten erfgoedbeleid. gemiddelde score

waardering

Minimaal 5x ++ en 1x +

Gebied / ensemble met zeer hoge waarde (Z)

Minimaal 2x ++, 2x + en 1x 0

Gebied / ensemble met hoge waarde (H)

Minimaal 5x + en 1x 0

Gebied / ensemble met positieve (middel hoge) waarde (P)

Minimaal 3x + en 3x 0

Basiswaarde (B)

Tabel Scores en klassen van de waardering. De nummering en volgorde van de criteria is conform de volgorde in de database bij de cultuurhistorische waardenkaart. 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Hist_ont Concept Ens Gaaf Zeld Dicht

13

Bijlage 2 Omgevingswet en erfgoed Artikel 5.130 Besluit Activiteiten leefomgeving(behoud cultureel erfgoed) 1. In een omgevingsplan wordt rekening gehouden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed, met inbegrip van bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. 2. Met het oog op het belang van het behoud van cultureel erfgoed worden in een omgevingsplan in ieder geval regels gesteld ter bescherming van daarvoor in aanmerking komend cultureel erfgoed, waarbij rekening wordt gehouden met de volgende beginselen: a. het voorkomen van ontsiering, beschadiging of sloop van op grond van het omgevingsplan beschermde monumenten en archeologische monumenten; b. het voorkomen van verplaatsing van op grond van het omgevingsplan beschermde monumenten of een deel daarvan, tenzij dit dringend is vereist voor het behoud van die monumenten; c. het bevorderen van het gebruik van monumenten, zo nodig door wijziging van die monumenten, rekening houdend met de monumentale waarden; d. het voorkomen van aantasting van: 1°. de omgeving van rijksmonumenten, voorbeschermde rijksmonumenten en monumenten die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd, voor zover die monumenten door die aantasting worden ontsierd of beschadigd; en 2°.

het karakter van in het omgevingsplan beschermde stads- of dorpsgezichten of beschermde cultuurlandschappen door de sloop van bestaande gebouwen, de bouw van nieuwe gebouwen of andere belangrijke veranderingen; en e. het conserveren en in stand houden van archeologische monumenten, bij voorkeur in situ. 3. In het belang van de archeologische monumentenzorg kunnen in een omgevingsplan ook: a. regels worden gesteld over eisen aan onderzoek naar de archeologische waarde van een locatie of aan de wijze van het verrichten van opgravingen of archeologische begeleiding van andere activiteiten die tot bodemverstoring leiden; en b. gevallen worden aangewezen waarin kan worden afgezien van onderzoek naar de archeologische waarde van een locatie of het opleggen van plichten met die strekking. 4. Als in een omgevingsplan regels worden gesteld over het verrichten van archeologisch onderzoek, bepaalt het omgevingsplan dat die regels niet van toepassing zijn op activiteiten met een oppervlakte van minder dan 100 m2. 5. In afwijking van het vierde lid kan in een omgevingsplan een andere oppervlakte worden vastgesteld.

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=8e696e57-cd9a-4c04-9ab3-7b12d3cc82e9