Notitie Buurt Energie Systeem (BES) Hengstdal Evaluatie proces tot nu toe_geredigeerd
Tekst van het document
iT
deramel
| TNoVvector mediation
public
Notitie Aan
/
°
.
Centre for Societal Innovation and Strategy
VY
Gemeente Nijmegen
Van
Onderwerp
BES Hengstdal | Evaluatie proces tot nu toe
Auteurs
(TNO), ERS imma 5 es Ye (TNO) a Mediation), [EERE EREEEES
tno.vector.nl
Ps120 a Datum
21 november 2023
nze referentie prea 100351674-MSN-KLL-060.58659
1. Eerste bevindingen gesprekken fase O We hebben verkennende gesprekken gevoerd met vier zeer betrokken bewoners die zich erg hebben ingezet voor de wijk en ook ieder eigen opvattingen hebben over het project BES Hengstdal. Deze gesprekken zijn onderdeel van een voorfase om te verkennen of een vervolgstap met een terugpblik of evaluatie uberhaupt op steun kan rekenen. Deze rapportage is nadrukkelijk geen evaluatie, maar geeft een eerste beeld dat helpt bij het gesprek over wat nu verder nog te doen.
1.1. | Communicatie over het warmteproject en elkaar horen De communicatie vanuit gemeente Nijmegen, Alliander en Woonwaarts met bewoners wordt als chaotisch en verwarrend ervaren. Het is niet duidelijk wie de afzender is, en welke partij welke rol speelt. Bewoners ervaren ook niet dat er echt naar hen wordt geluisterd door deze partijen. Zij hebben het gevoel dat zij geen inbreng hebben of dat met hun inbreng niets wordt gedaan. Op dit moment is er helemaal geen communicatie. Dat is een bewuste keuze vanuit het project die echter niet is gecommuniceerd met de bewoners. Dat is lastig als je wilt dat er een codperatie van bewoners wordt gestart. Er gaan nu geruchten rond dat er achter de schermen toch wordt geprobeerd om het warmteproject te realiseren. Dat wekt wantrouwen in de hand.
> Juist luisteren is een belangrijk aandachtspunt. Hoe doe je dat? 1.2.
Escalatie
We krijgen te horen dat de relaties tussen een aantal bewoners onderling is verslechterd als gevolg van de plannen. Het project verdeelt ook de huurdersorganisatie. Sommige mensen groeten elkaar niet meer op straat en gesprekken escaleren/verharden snel. Sommigen ervaren intimidatie. Het initiatief heeft de relaties op scherp gezet. De vraag die wij hebben is of de projectpartners dit herkennen en hier ook mee te maken krijgen? 1.3.
Wantrouwen en onzekerheid
We krijgen sterke signalen van wantrouwen naar de gemeente, netbeheerder en de woningbouwcorporatie. Nu gaat wantrouwen in de regel over voorspelbaarheid (van toekomstig gedrag) en horen we terug dat: ) er een oplossing wordt neergelegd waarvan niet duidelijk is voor wie dat gunstig is: ) er zorgen zijn over de betaalbaarheid van het warmtenet: ) de oplossing onrechtvaardigheid in de hand werkt: moeten de kleinste schouders de zwaarste lasten dragen? ) de bewoners zelf verantwoordelijk zijn voor het onderhoud en eventuele problemen ) )
(aansprakelijkheid) en dat niet kunnen dragen;
de onderbouwing van de business-case voor de een te ingewikkeld is en voor de ander te eenvoudig; niet alle gevraagde informatie wordt beantwoord (als mensen een situatie niet vertrouwen en geen
informatie krijgen om ‘gaten’ te vullen, dan doen ze dat zelf en dat draagt bij aan wantrouwen).
) TNO Vertrouwelijk
1/4
) TNO Vertrouwelijk
De indruk is dat er ook veel mensen zijn die het warmtenet wel zien zitten of daar neutraal in zijn, maar hier toch tegen stemmen, omdat er nog teveel losse eindjes zijn waarover onzekerheid bestaat. Met
deze “nee” wordt eigenlijk bedoeld: “we kunnen geen ja zeggen”.
> Als praktische oplossing wordt aangedragen dat de gemeente (of een ander orgaan) garant zou moeten staan voor de maximale prijs die bewoners voor hun warmte gaan betalen (en een garantie voor de business-case). Dat zou al veel onzekerheid wegnemen.
1.4.
De opgave
We hebben ook gevraagd of mensen de noodzaak zien om van het gas af te gaan. Niet iedereen is daar nog van overtuigd. Als dat op termijn wel gaat gebeuren in Nijmegen, dan wil je bewoners echter ook onderdeel maken van het keuzeproces in plaats van een kant en klare oplossing neer te leggen. Aardgasvrij maken is meer dan een technisch warmtenet aanleggen, het is een verandering achter de voordeur. In dit soort processen kan het ook helpen om het gesprek met bewoners te beginnen bij de opgave: wat hebben we te doen met elkaar? En hoe kunnen we dat realiseren?
1.5.
Doelgroep niet geschikt voor een codperatie
Vrijwel iedereen die we hebben gesproken in fase 0 heeft aangegeven dat zij niet geloven dat een coodperatie in de Bomenbuurt mogelijk is. Het profiel van de bewoners in de wijk Hengstdal is divers. Door de verschillende bevolkingsgroepen en de krappe openbare ruimte staat de leefbaarheid wel eens onder druk. Er zijn koopwoningen (36%) en het merendeel bestaat uit (Sociale) huurwoningen (bron: allecijfers.nl). In de gesprekken komt het beeld naar voren dat de wijk gemiddeld genomen sociaaleconomisch niet heel sterk is. Er wonen veel ouderen, mensen met een uitkering (WW, bijstand en WAO) en mensen die geen Nederlands spreken. Het opleidingsniveau zou ook laag zijn. Dit wordt aangedragen als een van de redenen dat huurders niet in staat zijn om een energiecodperatie te bestieren.
We hebben de CBS statline cijfers er even bijgenomen om dat beeld te checken en zien dit terug in Hengstdal: ) ouderen met AOW (20,4%);
) )
mensen met uitkeringen (11,3%); jongeren onder 25 (23,6%).
Hieruit kan je afleiden dat 45% van de mensen in Hengstdal een inkomen uit werk heeft, maar dat kan ook minder zijn als er een kostwinner is. We gaan ervan uit dat de jongeren onderdeel uitmaken van huishoudens of student zijn. Is er onderzoek gedaan naar de draagkracht van de doelgroep en de mogelijkheid die zij hebben om risicodragend in een warmte-cooperatie te participeren?
We hebben direct ook de check gedaan op het opleidingsniveau (15-75 jaar) ) laag opgeleid (basis/vmbo/mbo1) ongeveer 25%: ) middelbaar opgeleid (havo/vwo/mbo2-4) ongeveer 25%; ) hoog opgeleid (HBO/WO) ongeveer 50%. Dit beeld komt niet overeen met het beeld uit de gesprekken.
) TNO Vertrouwelijk
2/4
) TNO Vertrouwelijk
Onze vraag /s ofdat te maken kan hebben met het aggregatieniveau van de CBS cijfers: als we op het niveau van het project kijken in de Bomenbuurt, is het beeld dan anders? En in hoeverre wordt er namens de bewoners van de buurt gesproken als wordt gezegd dat Zij niet in staat zijn om in te stemmen met een warmtenet ofmet elkaar een cooperatie te vormen?
1.6.
Kunnen we verder?
Uit deze voorgesprekken komt naar voren dat we een bekoelingsperiode in acht moeten nemen voor BES in de Bomenbuurt. Op dit moment verder gaan wordt als risicovol gezien en kan de escalatie van conflict tussen (enkele tientallen) bewoners aanwakkeren. Een van de geinterviewden wees ons erop dat uit de draagvlakmeting een 87% NEE is gekomen en er dus ook geen reden is om een heel proces opnieuw te gaan doen. De voorgestelde codperatieve constructie is om heel uiteenlopende redenen ongeschikt bevonden door de buurt. Wij denken dat het wel zinvol kan zijn om alle nauw betrokken partijen en bewoners in gesprek te laten gaan met elkaar. We stellen voor om daar de methodiek van reconstructies toe te passen. Reconstructies zorgen ervoor dat betrokkenen bij een ingewikkelde casus kunnen reflecteren en leren van verschillende kritieke momenten op een gezamenlijke tijdlijn. Kritieke momenten markeren
‘keerpunten’ in de tijd. De chronologie van kritieke momenten legt dynamieken en (on)voorziene
consequenties van gebeurtenissen bloot op een niet-veroordelende manier. Deze tijdlijn zal niet alleen gevuld zijn met belangrijke gebeurtenissen die mogelijk formele besluitvormingsprocessen structureren,
maar ook met informele momenten en, nog belangrijker, met ‘ondertitels’ zoals uitingen, gedachten en
gevoelens over deze momenten. Hiermee creéert de groep als het ware een vaccin tegen toekomstige conflicten. Het doel van deze procesevaluatie is om relaties te normaliseren en af te hechten met elkaar.
Belangrijkste randvoorwaarden voor deze procesevaluatie zijn: ) Betrokkenheid van kritische bewoners is ontzettend belangrijk omdat zij de stem van een deel van de bewoners vertolken.
) )
Elke schijn van het ‘duwen op vervolg’ moet worden voorkomen. Dus heldere communicatie richting
de bewoners over het stoppen van BES in de Bomenbuurt is cruciaal. Gelijkwaardigheid tussen de deelnemers aan de procesevaluatie, in Zowel spreektijd, diversiteit als beloning.
Tools/onderdelen van de reconstructiemethode:
) ) ) )
interviews met betrokkenen (achterhalen van de eerste belangrijke momenten); gezamenlijk een tijdlijn opstellen en aanvullen; waardevrij taalgebruik; geen beoordeling van elkaar;
)
reflecteren en leren;
)
mogelijke vervolgstappen of aandachtspunten formuleren.
De uitkomst van deze procesevaluatie is vanzelfsprekend niet te voorspellen. Het levert lessen op voor de toekomst, en in die zin dus ook waardevol als uitkomst van een pilot onder de PAW-vlag.
1.7.
Deinvestering van bewoners
Het meewerken in dit soort trajecten vraagt een flinke tol van bewoners. Zij moeten veel tijd investeren in het uitzoeken van informatie en beoordelen van plannen. In de gesprekken komt dat ook terug. Ze besteden een paar dagen per week aan het traject en dat loopt dan uit op intimidaties en mensen die elkaar niet meer groeten. Er zijn grote subsidies, maar niet voor de wijkbewoners. Hier moeten we echt
) TNO Vertrouwelijk
3/4
) TNO Vertrouwelijk
oog voor krijgen. Het geven van een vergoeding voor het deelnemen aan de reconstructie is daarvoor een goed startpunt. In trajecten met bijvoorbeeld burgerfora en burgerpanels is het heel gebruikelijk om deelnemers een vergoeding te geven met een waarde tussen de 50 en 100 euro per bijeenkomst. Een ander aspect is de doelgroep: waar begin je? Een van de geinterviewden vindt het logisch om te
starten in de naastliggende buurt met koopwoningen en (nemen we aan) meer draagkrachtige
bewoners. In plaats van te beginnen met een eindbeeld, kan je ook kleinere stappen zetten, experimenteren en een vorm kiezen die bij de wijk past. Een andere geinterviewde vindt dit echter een slecht idee en juist de oorzaak van het probleem dat de initiatiefnemers vooral hebben gesproken met
enthousiaste kopers en kopers buiten de Bomenbuurt (Duurzaam Hengstdal). De huurders zouden juist centraal moeten staan vanaf het begin.
) TNO Vertrouwelijk
4/4
Legenda toegepaste uitzonderingsgrondslagen In dit document zijn gedeeltes geanonimiseerd op grond van artikel 5 van de Wet open overheid: Art. 5.1 lid 2 onderdeel e
De eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, tenzij de betrokken persoon instemt met openbaarmaking Pagina('s): 1