CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Nijmegen Waalfront - 5 Bijlage 12 toelichting Memo Beschermde natuurwaarde

Besluitronde (raadsvergadering) 28 april 2021, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Waalfront - 5 (Ulpia en Fabrica) (29/2021) (DEBATSTUK)2.517 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo Onderwerp: Beschermde natuurwaarde i.h.k.v het bestemmingsplan Waalfront Projectnummer: 367272 Datum: 26-05-2020

1

Aanleiding

Voor de herontwikkeling van het Waalfront in Nijmegen is een bestemmingsplan in voorbereiding. Hiervoor is het nodig de uitvoerbaarheid van het plan aan te tonen. In het kader van natuurwetgeving- en beleid heeft SAB in opdracht van OBW Waalfront hiervoor natuuronderzoek uitgevoerd. Uit verkennend onderzoek kon voor wat betreft het soortonderzoek niet uitgesloten worden dat er effecten zouden kunnen zijn op gierzwaluw, huismus en vleermuizen. Omwille hiervan heeft SAB in het seizoen van 2019 nader onderzoek verricht aan deze soorten. Zij hebben hiervoor twee locaties nader onderzocht, namelijk het Honig-complex en de woonhuizen rondom de Havenweg 20 en 22, zie figuur 1.

Honigcomplex

Havenweg 20-22

Figuur 1. Plangebied (bron SAB, 2020) en toevoeging van toponiemen. Op 4 oktober 2019 zijn door SAB de eerste ruwe gegevens en analyse (zie figuur 2) aangeleverd van het nader onderzoek verricht naar vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen. Op basis van het voorlopig onderzoek zijn verschillende natuurwaarde naar voren gekomen, namelijk een potentieel massawinterverblijf van de gewone dwergvleermuis in het Oscar Leeuw-gebouw, een jaarrond beschermde nestlocatie van torenvalk op ditzelfde gebouw en een zomerverblijf van de gewone dwergvleermuis vastgesteld in het Honig complex. Aan de Havenweg zijn circa 30 nestplaatsen van huismussen vastgesteld. Ook is daar een paarverblijf van de gewone dwergvleermuis vastgesteld. Gierzwaluwen werden op beide locaties niet vastgesteld, vanwaar effecten op deze soort op voorhand uitgesloten kunnen worden.

Sweco Velperweg 26 6824 BJ Arnhem Postbus 485 6800 AL Arnhem

T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl

Sweco Nederland B.V. Arnhem Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt

Yann Horstink Adviseur ecologie T +31 88 811 61 70 M +31 6 30 37 78 48 yann.horstink@sweco.nl 1 (12)

Figuur 2. Eerste resultaten nader onderzoek SAB. Bron: SAB, 2019. Op basis van de eerste gegevens heeft BPD op 16 december 2019 bij Sweco Arnhem met ondergetekende gesproken over de eerste resultaten en wat dit kan betekenen voor de uitvoering van het nog vast te stellen plan. Op basis van de door SAB uitgesproken potentie voor een massavleermuisverblijf is gesteld om een winterinspectie te doen van het betreffende gebouw. Deze inspectie heeft op 8 januari 2020 plaatsgevonden samen met de ontwikkelaar en beheerder van het Oscar Leeuw-gebouw (zie figuur 3).

2 (12)

Figuur 3. Het Oscar Leeuw-gebouw (onderdeel van het grotere Honig-complex), aangegeven met rood kader. Bron: Google.maps.nl. Op 23 januari is het rapport van SAB1 omtrent het nader onderzoek ontvangen, met hierin de volgende definitieve conclusies ten aanzien van eerdergenoemde soorten: - Er zijn geen rust- en verblijfplaatsen van gierzwaluwen aangetroffen in de plangebieden, waardoor effecten op deze soort op voorhand uitgesloten worden. - Aan de Havenweg 20-22 zijn in totaal 22 nestlocaties van de huismus vastgesteld. Ook is hier sprake van belangrijk leefgebied. - In het Oscar Leeuw-gebouw is een potentiele nestlocatie van de torenvalk aanwezig. - In het Oscar Leeuw-gebouw is een massawinterverblijf voor enkele individuen van de gewone dwergvleermuis aangewezen. In figuur 4 zijn de essentiële elementen voor de beschermde soorten weergegeven (Bron: SAB, 2020).

1 SAB, 2020. Nader onderzoek Wet natuurbescherming Nijmegen Waalfront – 3

(Dijkkwartier); Waalfront CV. SAB, Arnhem. Rapportnummer: 170305.02. Rapportdatum: 23 januari 2020.

3 (12)

Figuur 4. Essentiele elementen voor beschermde soorten. Bron: SAB, 2020.

4 (12)

2

Aanvullende beoordeling door Sweco

2.1 Oscar Leeuw-gebouw: massawinterverblijf gewone dwergvleermuis Uit het onderzoek uitgevoerd door SAB blijkt dat er op verschillende momenten op 22 augustus en 9 september 2019 winterzwermgedrag is waargenomen bij de noordwesthoek van het Oscar Leeuw-gebouw. Het gaat hier op zwermgedrag van een aantal individuen (ten hoogste drie), waarbij ook het aantikken van de gevel, maar zonder dat hier sprake was van paarroepen, hetgeen suggereert dat er sprake kan zijn van een massawinterverblijf. Met behulp van een warmtecamera kon het zwermgedrag en het aantikken nauwkeurig worden bekeken, en daarop door SAB de locatie als massawinterverblijf aangewezen. Omdat niet duidelijk was of het daadwerkelijk ook om invliegende dieren ging (dit beschrijft het onderzoek van SAB niet), en omdat nog geen aanvullende winterinspectie was uitgevoerd, is er conform het vigerend Vleermuisprotocol 2017 (tussen de datumgrens 1 december en 15 maart) aanvullend een winterinspectie uitgevoerd om vast te stellen of het gebouw daadwerkelijk in gebruik is als winterverblijf. Dit bezoek is samen met de beheerder van het Oscar Leeuw-gebouw en de ontwikkelaar op 8 januari 2020 uitgevoerd. De inspectie is verricht door de ondertekende ecoloog.

Massawintergebouwen zijn doorgaans volumineus en hebben een zeer constant binnenklimaat, waardoor vleermuizen er gedurende de winter in rust bij constante klimaatomstandigheden, zonder grote schommelingen (een gebufferde locatie) kunnen overwinteren. Verblijfplaatsen kunnen overal in het gebouw aanwezig zijn, maar vaak zijn spouwmuren, holle vloerdelen en bijvoorbeeld schachten favoriet. Het gebouw is van binnenuit en deels ook aan buitenzijde) gecontroleerd op eventuele geschiktheid hiervoor. Alle aanwezige binnenruimte zijn hierbij minutieus onderzocht, waarbij gelet is op zaken als toegankelijkheid voor vleermuizen, binnenklimaat en (on)geschiktheid, en uiteraard de aanwezigheid van vleermuizen zelf (o.b.v. zichtwaarnemingen aan individuen, maar ook op basis van sporen). Op basis van de aanvullende inspectie zijn geen waarnemingen aan vleermuizen of hun sporen gedaan. Het gebouw is volumineus en heeft op het oog de allure van een gebouw dat zich leent voor een massawinterverblijf. Op basis van de waarnemingen die SAB heeft gedaan is die combinatie ook te maken. Het gebouw blijkt echter eenmaal in detail bekeken niet geschikt als massawinterverblijf, omdat daarbij behorende constructieve eigenschappen geheel ontbreken.

Het gebouw is opgebouwd met solide gemetselde muren (zie figuur 5), zonder spouw, en de vloeren zijn beton gestort op staal, hetgeen ook nodig was voor de draagkracht voor de fabrieksapparatuur. Holle ruimtes om in weg te kruipen zijn er niet. Wel is er verspreid door het gebouw sprake van kleine beschadigingen aan de muren. Dit beperkt zich veelal tot de breuk van een stuk steen, of een ontbrekend deel specie. Deze plekken zijn gecontroleerd en goed te overzien. Er is op deze plekken geen sprake van diepe scheuren waarin winterverblijven zich kunnen vestigen. Een scheur is veelal niet dieper dan de handlengte of tenminste altijd in zijn geheel visueel te beoordelen. Van grotere beschadigingen is slechts op enkele plekken sprake en ook deze zijn gecontroleerd. De belangrijkste plek is de locatie waar SAB de activiteit van vleermuizen heeft vastgesteld, maar ook is er op een zijde een tweede scheur in de muur die toegang biedt tot het gebouw. In figuur 5 t/m 7 zijn deze beschadigde en open delen weergegeven. In figuur 8 tot en met 15 wordt een impressie gegeven van het verdere gebouw.

5 (12)

Figuur 5. De grootste beschadiging waarbij activiteit van vleermuizen door SAB werd vastgesteld. De afgekapte muur biedt hier geen potentie als winterverblijfplaats, omdat bufferende omstandigheden in dit deel geheel ontbreken. Wel is er achter de hoge daklijst potentie voor zomer- en paarverblijven. Deze functies zijn echter uitgesloten door SAB. De plek biedt verder wel toegang tot de binnenzijde van het gebouw.

6 (12)

Figuur 6. Deze scheur in de muur aan noordwestzijde biedt eveneens toegang tot het gebouw voor vleermuizen, maar zal door de verder solide muur zelf geen andere functie kunnen hebben als zomer- of paarverblijf. Deze functie is hier uitgesloten door SAB. Ook is hierbij geen andere activiteit vastgesteld.

Figuur 7. Een gat in het dak, waarbij de massieve betonconstructie goed zichtbaar is. Je kijkt door het gat tegen de dakbedekking (folie) aan. In dit soort daken en vloeren is geen ruimte voor vleermuizen aanwezig.

7 (12)

Figuur 8 t/m 15. Impressie van het Oscar Leeuw-gebouw.

8 (12)

In het gebouw is op de begane grond sprake van een gebufferde ruimte. Waarnemingen van vrij hangende vleermuizen zijn er niet gedaan, evenals dat er geen vleermuizen aanwezig waren in de paar aanwezige kieren en gaten. Deze zijn beperkt aanwezig en allemaal gecontroleerd. Op de bovenverdiepingen is sprake van tochtige omstandigheden. Dat komt doordat er op enkele plekken geen ramen aanwezig zijn en het weer op het binnenklimaat van het gebouw zijn invloed heeft. Gebufferde omstandigheden zijn hier niet aanwezig. Ook hier zijn geen vrij hangende vleermuizen aangetroffen. Evenmin zijn die in de aanwezige scheuren en kieren vastgesteld. Alle eventuele plekken zijn hier te overzien en ongeschikt bevonden. Sporen (ontlasting, prooidieren), alsmede waarnemingen van exemplaren zijn ook niet aangetroffen. Conform het kennisdocument gewone dwergvleermuis mag zekerheidshalve uitgegaan worden dat een zomerverblijf ook een winterverblijfplaats is. Andersom geldt dat een winterverblijfplaats aanwezig kan zijn zonder dat er zomerverblijfplaatsen zijn. In voorliggend geval heeft SAB beoordeeld dat hier geen sprake is van zomerverblijven, maar mogelijk wel een winterverblijf. Dat is gelet op het waargenomen zwermgedrag ook aannemelijk. De nadere inspectie heeft echter aangetoond dat het pand niet in gebruik is als winterverblijf.

De periode van uitvoering voor de winterinspectie is conform het kennisdocument; midden in deze periode verkeren de vleermuizen in torpor en zijn zij overwinterend aan te treffen. Hoewel het pand ruim is, stond dit een volledige en nauwkeurige inspectie niet in de weg. Het is daarom aannemelijk dat de zwermende dieren zich enkel georiënteerd hebben op het pand (het zogenaamde voorzwermen). Immers leidt het vaststellen van winterzwermgedrag niet vanzelfsprekend tot de vaststelling van een (massa)winterverblijf, ook niet bij aantikken van het betreffende pand. De relatief zachte nachttemperaturen tijdens het onderzoek van SAB op 22 augustus 2019 en 9 september 2019 (ruim boven het vriespunt) en warme dagtemperaturen tot wel boven de 20 graden Celsius versterken het gevoel dat dieren nog aan het voorzwermen konden zijn, waarna deze bij de inzet van kouder weer naar elders zijn vertrokken. Hiervan is echter geen beeld verkregen. Conclusie In het kader van het bestemmingplan moet aangetoond worden of de plannen uitvoerbaar zijn. Vast moet staan dat de plannen geen effect op beschermde soorten hebben. De winterinspectie geeft voldoende garantie dat er geen sprake is van overwinterende vleermuizen. Ook zijn andere functies in dit pand reeds uitgesloten door SAB.

Derhalve staat het soortenbeschermingsregime van de Wet natuurbescherming de uitvoerbaarheid van het plan niet in de weg voor dit pand.

9 (12)

Oscar Leeuw-gebouw: jaarrond beschermde nestlocatie van torenvalk De torenvalk is een zogenaamde categorie 5 soort. Dit houdt in dat bij zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden op basis van expert judgement een nestlocatie een jaarrond beschermde status aangewezen kan krijgen. Tijdens het nader onderzoek heeft SAB gezien dat er meerdere keren een torenvalk is uitgevlogen uit het gebouw. Daarop is geoordeeld dat er sprake is van een jaarrond beschermde nestlocatie, dit vanwege ontbreken van alternatieve broedlocaties. Het alleen in- en uitvliegen is onvoldoende om vast te kunnen stellen (of uit te kunnen sluiten) of er sprake is van een jaarrond beschermde rust- of nestplek van torenvalk. Omdat er geen daadwerkelijk nest, jongen, duidelijke voedselvluchten of territorium indicerend gedrag is vastgesteld, is de aanname van een nestlocatie in relatie tot deze aanvullende gegevens voorbarig. Het bezoek aan dit gebouw door Sweco heeft geen extra aanvulling op de gegevens van SAB gegeven. Er werden geen nestsporen, braakbalen of prooiresten vastgesteld. Wel werden de sporen van duiven gezien, die het gebouw met zekerheid hebben ontdekt. Aanvullend wordt het pand zeer regelmatig (meerdere keren per week) bezocht door de beheerder, om zicht te hebben op eventuele kraak van het pand (hetgeen ook vaker gebeurd is).

Er zal dus ook sprake zijn van een regelmatige verstoring van de locatie. Niet uitgesloten is echter een rustplek, waarbij de sporen binnenin het pand minder goed aanwezig kunnen zijn, zeker wanneer het gebruik vrij kort is, of slechts incidenteel gebeurt. Een rustplek kan ook aangewezen worden als zijnde een jaarrond beschermde locatie onder de noemer van ‘categorie 5’. Er zijn voor een rustplek echter voldoende alternatieven in de omgeving aanwezig, zoals in nissen op de verschillende gebouwen en op brugpijlers. Bovendien worden kunstnesten (nestkasten) goed geaccepteerd door de soort, en is het aanbrengen hiervan ook een mogelijkheid om nog meer zekerheid te bieden2. Hoewel de staat van instandhouding landelijk ongunstig is en de soort op de Rode lijst de status als kwetsbaar heeft, is dit lokaal in Nijmegen en omgeving (zeker in het Betuwse deel) niet aan de orde. Daar is sprake van een relatief hoge dichtheid en grotere broedzekerheid3, mogelijk mede door de actieve steenuilwerkgroep die ook kasten voor torenvalken beheerd. Conclusie Met kennis van bovenstaande wordt geconcludeerd dat het soortenbeschermingsregime van de Wet natuurbescherming de uitvoerbaarheid van het plan niet in de weg staat.

2 Advies is om tenminste 2 nestkasten op daarvoor geschikte plekken in de directe

omgeving te plaatsen. 3 Torenvalk: Verspreiding en aantalsontwikkeling. Bron: http://s1.sovon.nl/soorten.asp?euring=3040.

10 (12)

Honig-complex: zomerverblijf gewone dwergvleermuis Voor deze locatie geldt de conclusie van SAB, waarbij mitigerende en compenserende maatregelen nodig zijn indien de locatie aangetast wordt. Conclusie De beschreven maatregelen ten behoeve van zomerverblijven zijn voldoende duidelijk en bewezen effectief voor de soort. Er is voldoende zicht op het verkrijgen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming. Derhalve staat het soortenbeschermingsregime van de Wet natuurbescherming de uitvoerbaarheid van het plan niet in de weg.

Havenweg 20-22 2.1.1 Jaarrond beschermd nestlocatie en rustplek van huismussen Voor deze locatie geldt de conclusie van SAB. SAB heeft 22 nestplekken geteld aan de Havenweg 20. Dat zijn hoge aantallen. Op basis van het veldbezoek op 8 januari is ook gebleken dat er grote aantallen huismussen in de directe omgeving van de woning in het groen verblijven. Er is zondermeer sprake van essentieel leefgebied. Gelet op bovenstaande is een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk om de functies voor huismus te mogen aantasten. Om een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming te verkrijgen moeten mitigerende en compenserende maatregelen genomen worden. De voorkeur gaat uit naar een situatie waarbij de huidige locatie zolang mogelijk blijft bestaan, en in de naastgelegen nieuwbouw maatregelen getroffen worden. Belangrijk is dat er voldoende nestgelegenheid, wintergroen en foerageergebied geboden wordt in de nieuwe situatie om al deze aantallen te kunnen borgen. Een mogelijkheid daarbij is om de landtong in de huidige situatie te verbeteren, zodat ook straks in de nieuwe wijk sprake is van een goed ontwikkeld foerageergebied in aansluiting hierop. Dit is nodig omdat bij aanvang van de sloop anders mogelijk niet voldaan kan worden aan voldoende alternatief om effecten te kunnen mitigeren.

Conclusie Hoewel het hier om relatief grote aantallen huismussen gaat zijn er bewezen effectieve mitigerende en compenserende maatregelen mogelijk, waardoor er voldoende zicht is op het verkrijgen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming. Derhalve staat het soortenbeschermingsregime van de Wet natuurbescherming de uitvoerbaarheid van het plan niet in de weg.

2.1.2 Paarverblijf gewone dwergvleermuis Voor deze locatie geldt de conclusie van SAB, waarbij mitigerende en compenserende maatregelen nodig zijn indien de locatie aangetast wordt. Conclusie De beschreven maatregelen ten behoeve van paarverblijven zijn voldoende duidelijk en bewezen effectief voor de soort. Er is voldoende zicht op het verkrijgen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming. Derhalve staat het

11 (12)

soortenbeschermingsregime van de Wet natuurbescherming de uitvoerbaarheid van het plan niet in de weg.

12 (12)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=80676a5a-7775-4043-ab5e-b74615e943d8